Posts tonen met het label P.J. O'Rourke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label P.J. O'Rourke. Alle posts tonen

donderdag 17 februari 2022

P.J. O'Rourke (14 november 1947-15 februari 2022)*

 

     Omdat mijn vrouw talrijke nieuws-sites volgt, is ze goed geplaatst om mij op de hoogte te houden van relevante overlijdens. ‘Weet je wie er dood is,’ vraagt ze, en dan geeft ze zelf het antwoord: Joan Didion! Of Lina Wertmüller! Of Ghislaine Nuytten! Of Peter Bogdanovich! Gisteren was het P. J. O’ Rourke, de Amerikaanse humorist, die het tijdelijke met het eeuwige verwisseld had. 
     Dat O’ Rourke een humorist was, zag je vaak al aan de titels van zijn stukken. Deze bijvoorbeeld: ‘How to Drive Fast on Drugs While Getting Your Wing-Wang Squeezed and Not Spill Your Drink.’ Zo’n titel illustreert meteen twee constanten in het werk van P. J. : het onbeschaamde consumentisme, dat wij bijvoorbeeld ook terugvinden bij een totaal andere, maar even Amerikaanse, humoriste als Norah Ephron. En ten tweede: het belang dat P. J. hechtte aan goede manieren. Hij heeft een heel boekje geschreven over ‘Modern Manners.’ Hij noemde het ‘etiquette for very rude people’. Hoewel het boekje van 1988 dateert, is het verrassend modern. Het behandelt vragen als ‘How do you introduce a younger sister who, until recently, was a younger brother.’ Het verstrekt ook kledingadvies voor mannen (‘Never wear a tie that is louder than your wife’) en voor vrouwen (‘Never wear anything that panics the cat’).
     Van mijn vrouw, om op haar terug te komen, heb ik niet alleen P. J.
s  overlijden vernomen. Ook van zijn bestaan heeft ze mij indertijd op de hoogte gebracht. Ergens in 1987 bracht ze een boekje in huis dat ze gekocht had bij WH Smith. Dat boekje was Republican Party Reptile. Ik las het en werd in Amerikaanse aangelegenheden, waar ik overigens niet veel van afweet, een levenslange Republikein. P. J. vertelt over zijn Republikeinse grootmoeder die zich zorgen maakte over haar kleinzoon die op de universiteit in extreem-linkse richting ontspoord was. 
- ‘Pat,’ she said, ‘I’ve been worrying about you. You’re not turning into a Democrat, are you? 
- ‘Grandma,’ I said, ‘Democrats and Republicans are both fascist pigs. LBJ is slaughtering helpless Vietcong and causing riots in America’s inner cities and oppressing workers and ripping off the masses. I’m not a Democrat. I am a Maoist.
‘Just so long as you’re not a Democrat,’ said my grandmother.
     Ik vond dat hilarisch. Hier sprak een Amerikaanse ex-maoist tot een Vlaamse ex-maoist. De Amerikaanse ex-maoist was ondertussen libertair geworden, en ik besloot dat ook te worden. Toen ik later P. J.’s Parliament of Whores las, zag ik dat mijn beslissing de juiste was geweest. De schets die P. J. in dat boekje maakte van het Amerikaanse politieke bedrijf was niet alleen ongemeen grappig, ze was ook ‘juist’, dat wil zeggen gegrond in journalistieke observatie, uitgebreid literatuuronderzoek, heldere analyse, logisch doordenken, en ze gaf blijk van een ‘esprit de finesse’, van een oordelend en aanvoelend vermogen dat goed aansloot bij mijn eigen temperament.
     Binnen het libertarisme zijn er veel strekkingen en nuances. Je hebt het ‘smalle’ en het ‘brede’ libertarisme**, het extreme en het gematigde, het libertijnse en het puriteinse, het pragmatische en het principieel-ethische, het optimistische en het pessimistische, het rationele en het viscerale. Zelf sta ik met mijn sympathieën mooi in het midden en vind allerlei moois aan beide kanten van de verschillende spectra. Ik ga  geen rijbewijs C halen om mee te kunnen rijden met de visceralen van het vrijheidskonvooi, maar tegelijk bekijk ik het hele gedoe met die vrachtwagens toch met enige sympathie. t Is goed, denk ik dan, dat de zaak van de vrijheid niet alleen verdedigd wordt door razend intelligente ingenieurs zoals Luc Van Braekel, en een de kool en de geit sparende middle brows zoals ik. Anders zag het er voor die zaak niet goed uit.
     Men kan dat gebrek aan consistentie van mij betreuren, en het is ook wel een zwakheid, maar ik moet niet verder proberen te springen dan de stok van mijn logica lang is. En tot mijn geruststelling zag ik bij P. J.  ook de nodige inconsistenties opduiken. Enerzijds verzon hij titels als ‘Don’t Vote. It Just Encourages the Bastards’, maar zelf schrok hij er niet voor terug om stemadvies te geven, de  laatste keer zelfs voor Joe Biden. ‘He’s wrong about absolutely everything, but he’s wrong within the normal parameters of wrong.’ Dat zijn tegenstander Donald Trump zich niet binnen ‘normal parameters’ bewoog, zullen velen onderschrijven, ook van degenen die niet, zoals P. J.  tot de welgestelde New England upper class behoren. Mij trof in die formulering vooral de voorkeur die eruit sprak voor proportie boven ideologie***.
     De humor van P. J. had, zoals dat vaak het geval is, stevige wortels in een cynische visie op de mens en op zichzelf. Buitenlandse oorlogen bijvoorbeeld omschreef hij als confrontaties van ‘unspellables’ tegen ‘unpronouncables’. Dat lijkt erg harteloos en is in elk geval niet erg politiek correct. Maar juist daardoor komt zo’n cynisme vandaag, nu zoveel dingen wél politiek correct zijn, tegemoet aan een behoefte. Er bestaan zeker mensen die echt hartzeer ondervinden als ze in de krant lezen over buitenlandse oorlogen, of journalisten die persoonlijk lijden als ze daarover berichten, maar er zijn er ongetwijfeld nog meer die tegenover anderen en tegenover zichzelf een medelijden veinzen dat ze niet voelen. Dat gebrek aan medelijden is een ondeugd, maar die huichelarij is ook een ondeugd. Een goede humorist slaagt erin om die twee ondeugden in één en dezelfde zin te hekelen en daar zelf nog plezier aan te beleven.
    P. J. O’ Rourke was zo’n humorist.

 * Op Youtube vind je heel wat filmpjes waarin je P.J. aan het werk ziet. Zoals hierhier, hierhierhier en hier. Maar er zijn er veel meer. Voor wie op zoek is naar iets om een verloren halfuurtje aangenaam in te vullen.
** Het 
smalle libertarisme viseert de vrijheidsbeperkingen door de staat, het brede libertarisme viseert daarnaast ook de vrijheidsbeperkingen door sociaal milieu, gezin, opvoeding, tradities ... Je hoort ook wel eens van rechts en links libertarisme. Als dat over kwesties als immigratie gaat, is dat een legitiem onderscheid. Maar als links-libertarisme een vorm van socialisme inhoudt, wordt het woord misbruikt. In het beste geval wordt dan voorgeteld de dwang van de staat te vervangen door andere vormen van collectieve dwang.
** P.J. noemde het libertarisme overigens geen ideologie, maar een attitude.

zaterdag 10 april 2021

Corona: vrijheid, veiligheid en privileges



 ** Verschillende mensen hechten een verschillend belang aan veiligheid en vrijheid. Een eenvoudig gedachte-experiment kan dat verduidelijken. Veronderstel dat een ongehinderde verspreiding van het coronavirus in ons land zou leiden tot 75 000 doden, gelijkelijk verspreid over de verschillende leeftijden. Iedereen loopt dan een kans van 0,75 procent om te overlijden. Wie zou een jaar lockdown aanvaarden, samen met de 0,75 procent kans op overlijden (en een heel wat hogere kans op een onprettig ziekteverloop) ? En twee jaar? En drie jaar? Een deel van de bevolking zou het risico aanvaarden en een ander deel niet. Hoe groot die delen zijn, weet ik niet. Maar het verschil in basisattitude speelt ongetwijfeld een rol in elke coronadiscussie. Hoe groot die rol is, weet ik niet.

** De situatie is in werkelijkheid veel complexer. De kansen zíjn niet gelijkelijk verdeeld op de bevolking. Die 0,75 procent is een plausibele schatting, maar het blijft een schatting. Het effect van een lockdown op de sterftecijfers is moeilijk te berekenen. En door te kiezen voor vrijheid of veiligheid maak je niet alleen een keuze voor jezelf maar ook voor de anderen.

** Ik schreef hierboven losjes uit de pols over één jaar, twee jaar, drie jaar lockdown. Maar het ene jaar is het andere niet. Jo Komkommer beschrijft in zijn laatste boek onder andere een jaar dat hij doorbracht in een halve commune in San Francisco (zie hier). Veronderstel eens dat hij juist dát jaar uit zijn had moeten missen. 

** Filosofische discussies rond het begrijp ‘vrijheid’ hebben mij nooit erg geïnteresseerd. Voor mij betekende vrijheid altijd: lekker doen waar je zin in hebt en bereid zijn de gevolgen van je gedrag te aanvaarden. Zoals P.J. O’Rourke het uitdrukt: ‘There is only one basic human right, the right to do as you damn well please.’ Daar staat tegenover dat je je medemens met je gedrag geen schade mag toebrengen. Het ‘neminem laede’ van Schopenhauer en het Non Agression Principle van de libertariërs.

** Alleen, wat is ‘agressie’? Moeten we de micro-agressions van de snowflakes erbij tellen? De beledigingen aan het adres van de Profeet of van de Moeder-Maagd? Het geven van een slecht voorbeeld door alcohol te drinken in een family restaurant? Die discussie kunnen we oplossen door alleen fysieke agressie mee te tellen. ‘Bricks and stones will break my bones, but words can’t hurt me.’

**Van heel veel gedrag kan worden beweerd dat het indirect fysieke (of financiële) schade toebrengt. Roken in gezelschap, autorijden waar geen fietspaden zijn,  een haardvuur aansteken … het is allemaal op een of andere manier schadelijk voor je medemens. Kinderen verwekken is slecht voor het milieu. Geen kinderen verwekken is slecht voor het pensioenstelsel. Zonder brommerhelm rondsnorren is slecht voor de budgetten van volksgezondheid. En uitademen als er een kans bestaat dat je aerosolen virusmateriaal meedragen is op zijn manier ook een vorm van mogelijke schade toebrengen. Het is het soort discussie dat eindigt met de wanhopige vraag: ‘Waar trek je de grens?’

** Omdat die waar-trek-je-de-grens-discussie zo moeilijk is, zoekt men een uitvlucht in feitelijke argumenten. Men gaat de cijfers maximaliseren of minimaliseren, men gaat causale verbanden in twijfel trekken of verabsoluteren, men haalt er de economie bij en het psychisch welzijn. Men wijst op de slechte aanpak van de contact tracing. Dat is allemaal interessant, maar of díe discussies zoveel makkelijker zijn dan de waar-trek-je-de-grens-discussie, daar ben in nog zo zeker niet van.

** Ik stel mij, zoals ik elders al een paar keer geschreven heb, neutraal op tussen de versoepelbrigade en de lockdownbrigade. In de praktijk sloot ik mij dus aan bij de laatste, want wie zwijgt stemt toe. Maar daar kan verandering in komen. Ik twijfel amper aan een verregaande versoepeling in de zomer. Maar als men in het najaar weer de lockdowmodus bovenhaalt, is het voor mij genoeg geweest. Vandenbroucke is bij deze gewaarschuwd: dan loop ik over naar het kamp van Tegnell. Die voorspelde bij het begin dat de pandemie jaren zou aanslepen, waardoor een strenge lockdown geen adequaat lange-termijn antwoord kon zijn. Ik ga er voorlopig nog van uit dat de vaccinatie voldoende zal zijn om op vrij korte termijn de schade toegebracht door corona terug te brengen tot ongeveer die van een griepepidemie. Dan is vrijheidsbeperking niet meer nodig en kan de discussie stoppen.

** Bij de lockdownbrigadisten hoort Erika Vlieghe met haar T-shirt ‘nie neute, nie pleuje’. Dat is een mooie slagzin en een goede raad. Zoals Elly Nieman indertijd zong: ‘Kind, zet je eroverheen, heus want klagen klagen hellept er geen een’.

**Achter het niet-klagen argument schuilt echter een ander argument, namelijk dat het ‘allemaal zó erg niet is.’ Mensen die de oorlog hebben meegemaakt, dàt was erg. Nu behoort het, vind ik, tot de gewetensvrijheid van elk mens om zélf te beslissen wat hij zélf erg vindt. Hoe erg is het om in de supermarkt geen menselijke gezichten te zien, compleet met mond en neus? Hoe erg is het om op een regenachtige dag niet te kunnen schuilen in een café en daar een koffie met pannenkoek te bestellen? Hoe erg is het om geen film te kunnen zien op groot scherm? Hoe erg is het om geen opera te kunnen bezoeken? Hoe erg is het om geen vrienden of familie te kunnen uitnodigen aan een met fijn linnen gedekte feesttafel? Hoe erg is het om maanden niet uit dansen te gaan? Hoe erg is het om een weekje zon te missen op Gran Canaria? Hoe erg is het om ’s nachts niet met je hond te kunnen gaan wandelen? Hoe erg is het om om je eerste festival te missen? Hoe erg is het om niet te kunnen feesten in Ter Kamerenbos? Hoe erg is het om niet elke dag gewoon les te kunnen krijgen of geven? Hoe erg is het om een jaar niet te voetballen of te zwemmen? Hoe erg is het om je collegas op anderhalve meter afstand te houden? Hoe erg is het om er met een verwaarloosd of ongeverfd kapsel bij te lopen? Ik zou het niet prettig vinden als ik dat voor iemand anders moest beslissen. En ik zou het nog minder prettig vinden als een regering dat voor mij zou beslissen. Zelfs Frank Vandenbroucke beseft dat want hij beweert met een brede lach dat hij het ook allemaal heel erg vindt en dat hijzelf ook graag met zijn vrienden een pintje zou willen drinken, wat niemand gelooft. 

** Alles wat hierboven is opgesomd, van de nachtelijke wandeling met hond tot het operabezoek en de reis naar Gran Canaria, zijn eenvoudige basisvrijheden. De Grondwet beschermt ons tegen een regering die zulke vrijheden wil beperken. Elke beperking, als die dan toch noodzakelijk is, moet begrensd zijn in de tijd, proportioneel, gemotiveerd en onderworpen aan gerechtelijke en democratische controle. Wat Frank Vandenbroucke zei over de corona-uitspraak van een Brusselse rechtbank was daarom erg ongepast. Hij moet van mij niet met die rechtbank akkoord gaan. Hij mag van mij zeggen dat hij van één rechtbank ‘niet direct onder de indruk is’. Maar als hij zegt: ‘We moeten die maatregelen handhaven, punt aan de lijn,’ dan is de grens overschreden (1). ‘Punt aan de lijn’ wil zeggen: ‘wat ook de uiteindelijke gerechtelijke uitspraak is’. Zo’n mentaliteit is een bedreiging van onze vrijheid op langere termijn.

** Natuurlijk moet een afweging worden gemaakt tussen efficiëntie, legale procedure en democratische controle. Toen ons land af te rekenen kreeg met terroristische aanslagen, heb ik niet geprotesteerd tegen para’s op straat, fouillages in de vliegvelden en razzia’s in Molenbeek. Ik heb die maatregelen zelfs een paar keer onderschreven op mijn blog (2). Misschien doe ik dat de volgende keer weer. Maar ik zal toch iets voorzichtiger zijn.



**Verder wordt de vrijheid bedreigd als meningsverschillen rond corona niet rustig en openbaar kunnen worden uitgediscussieerd. Zou het waar zijn dat Sam Brokken zijn betrekking van onderzoekshoofd Gezondheidswetenschappen aan de PXL Hogeschool kwijtraakte vanwege zijn kritische vragen bij het lockdown- en vaccinatiebeleid? Ik volg in elk geval de argumentatie van enkele artsen en wetenschappers die pleiten voor een vrij, publiek debat rond de coronakwestie. Zie hier.

** Ik hoor somsdat een steeds groter deel van de burgers zich niet meer aan de regels houdt. Ook dat is niet goed voor de de vrijheid. Vrijheid gedijt best als de meeste mensen zich vrijwillig onderwerpen aan redelijke regels. Als een van de elementen ontbreekt – meeste mensen, vrijwillig, redelijke regels – wordt het gevaarlijk.

** Sinds een deel van de bevolking gevaccineerd is, lees ik verontwaardigde stukken over ‘privileges’ die zouden worden toegekend aan gevaccineerden. Bejaarden die gevaccineerd zijn zouden bijvoorbeeld, zonder mondkapje op, kunnen samenkomen om een glas wijn te drinken of een stuk taart te eten, terwijl jongeren dat niet mogen. Ik zou daar geen bezwaar tegen hebben. Dat is om te beginnen geen privilege maar een elementaire vrijheid die wordt hersteld, zij het voor de ene wat sneller dan voor de andere. En ten tweede ondervinden de jongeren daar geen extra nadeel van. Met of zonder die bejaarden mogen ze hoe dan ook niet mogen samenkomen om wijn te drinken of taart te eten, wegens gevaar van virusverspreiding. Die jongeren hebben dat niet gevraagd, zul je zeggen, om later gevaccineerd te worden. Dat is waar, maar de bejaarden hebben het niet gevraagd om bejaard en kwetsbaar te zijn. (3)

** Als je het woord ‘privilege’ wilt misbruiken, zou je dat ook kunnen doen bij de discussie over de ‘omgekeerde lockdown’. Je zou dan kunnen zeggen dat jongeren in zon geval het ‘privilege’ hebben om vrij rond te lopen terwijl bejaarden worden ‘opgesloten’. Maar ook dat zou niet terecht zijn vanwege bovenstaande redenen. En daar komt nog een reden bij. Een ‘omgekeerde lockdown’ zou grotendeels een vrijwillige lockdown zijn van kwetsbare mensen die zichzelf beschermen. Doorbreken van zo’n lockdown zou niet bestraft worden met geldboetes, maar met verhoogd risico op besmetting, ziekte en dood (4).

 

(1) Men heeft de woorden van Frank Vandenbroucke vergeleken met die van Theo Francken en Bart De Wever die respectievelijk spraken van ‘wereldvreemde’ en ‘activistische’ rechters. Dat ‘wereldvreemde’ zou hier inderdaad ook van toepassing kunnen zijn, dat ‘activistische’ allerminst – eerder het tegenovergestelde. Maar daar gaat het niet om. Noch Theo Francken, noch Bart De Wever hebben toen gezegd: ‘Wij gaan die asielzoekers uitwijzen, punt aan de lijn.’ Zie mijn vorig stukje daarover hier.

(2) Een van mijn stukjes over anti-terreurmaatregelen vind je hier.

(2) Natuurlijk kunnen er ándere redenen zijn waarom de vrijheden van de gevaccineerden pas later kunnen hersteld worden, bijvoorbeeld als ze door hun gedrag zouden bijdragen aan de algemene verspreiding van het virus.

(3) Of zo’n omgekeerde lockdown in de praktijk haalbaar is en voldoende bescherming oplevert, dat is weer iets anders.

zaterdag 9 april 2016

Hoe links is Brusselmans?

     De bekende schrijver Herman Brusselmans schreef vorige week een stuk ‘Wij van links’. Daar is veel om te doen geweest. Hoe kon Herman, als jongen van links, zo kritisch schrijven over immigranten en moslimknuffelaars? Was Herman nu rechts geworden? Daarover ondervraagd, zei de schrijver dat hij zich nog altijd bij links rekent. “Links denken betekent voor mij dat je verdraagzaam bent, iedereen met rust laat en elkaar niets in de weg legt,” zei hij. Als dat zo zit, dacht ik bij mijzelf, kan ik beter weer extreem links worden, zoals in mijn jonge jaren, want ik wil niets liever dan iedereen met rust te laten.
     Ik hou Brusselmans al langer in de gaten. Ik heb er nooit een linkse jongen in gezien. Grof in de mond en rock n’ roll en een opgestoken middenvinger naar het ‘klootjesvolk’, dat wel, maar links? In 2004 verklaarde hij in Humo over moslims ongeveer hetzelfde als wat hij nu schrijft in zijn stuk, misschien wat minder scherp, maar er waren toen in Zaventem en Maalbeek geen aanslagen geweest. En in 1993 noemde hij als zijn boek van het jaar Geef oorlog een kans van de Amerikaanse conservatief en libertariër P.J. O’Rourke. Ik had dat boek van mijn vrouw cadeau gekregen en was toen alles van P.J. aan het lezen. P.J. was ook iemand die vond dat je ‘ verdraagzaam moest zijn en iedereen met rust moest laten en elkaar niets in de weg mocht leggen’.
     Brusselmans is geen auteur als Schopenhauer, Jane Austen of Borges, waar je elke letter van gelezen wil hebben. Maar als je de grofheden erbij nam was zijn Guggenheimer vaak grappig en Dagboek van een vermoeide egoïst heb ik altijd een aangrijpend verhaal gevonden. Ik heb het jaren in de zesde klas als verplichte lectuur opgedragen. En als ik in de vierde klas de leerstof over ‘humor’ wou herhalen, leverde een bepaalde column van Brusselmans duidelijke, want niet erg subtiele, voorbeelden van het geleerde.
     Ik heb daar ooit een probleempje door gekregen. Je moet weten, ik liet die humoristische columns graag ‘expressief voorlezen’ door mijn leerlingen. Ik gaf ze daarbij de raad hun voorlezerij thuis uit te proberen op hun ouders. Zekere keer kreeg ik van een leerlinge een keurig briefje. Haar vader had liever niet dat zijn dochter die bewuste column in de klas voorlas. Hij had een lijstje toegevoegd van andere humoristische teksten die zijn dochter wél kon voorlezen.
     Het mooie aan dat briefje was wat er niet in stond. Er stond niet in dat Brusselmans een waardeloze schrijver was. Er stond niet in dat ik die vieze kerel uit mijn Nederlandse les moest houden. En er stond niet in dat die vader mijn directeur wel eens zou aanspreken. Die vader heeft dat ook niet gedaan, geloof ik, want anders zou ik er wel iets van gehoord hebben.
   Je hoort soms andere dingen, maar ik heb in mijn carrière alleen goede, beleefde ouders gehad. Verdraagzame ouders, die mij ‘met rust lieten’ en mij ‘niets in de weg legden’. Zouden die allemaal links geweest zijn?