Posts tonen met het label Oussama Zariouh. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oussama Zariouh. Alle posts tonen

zondag 25 juni 2017

De samenzwering van Yves Desmet


     Je bent een brave linkse jongen of een brave linkse meid. Militairen ‘in het straatbeeld’ doen je aan rechtse dictaturen denken. Je wil ze zo snel mogelijk weg. Je vindt ook dat het gevaar voor islamistische aanslagen erg wordt overdreven, zeker vergeleken met de onveiligheid in het verkeer. En dan gebeurt er tóch weer een aanslag, dit keer in Brussel-Centraal. Die mislukt weliswaar, maar ’t is toch een aanslag. En de terreurzaaier wordt ter plekke doodgeschoten door een aanwezige militair.
Wat nu?
      Yves Desmet, de vroegere hoofdredacteur van De Morgen, laat zien hoe je de zaak in zeven ‘tweets’ naar je hand kunt zetten. Ik citeer ze even.

  1. Militair heeft vrij duidelijk uit wettige zelfverdediging gehandeld.
  2. Er zijn weinig momenten dat er minder volk in Brussel Centraal aanwezig is dan op het moment van de aanslag.
  3. De ontsteker ontplofte, de bom niet. Omdat de dader een prutser is, of net niet?
  4. De militairen hebben de ontploffing niet verijdeld, die was al gebeurd vóór hun ingrijpen.
  5. De dader loopt na de mislukte ontploffing, blijkbaar toen ongewapend, op de militairen af.
  6. De dader is bekend voor zedenfeiten, niet voor radicalisering. Gefrustreerd dus.
  7. Maakt dat alles de hypothese van ‘suicide by cop’ niet minstens het onderzoeken waard?
     Punten 1, 4, 5 en 6 zijn niks speciaals. Wettige zelfverdediging –  ja natuurlijk. Aanslag niet verijdeld – nee, eigenlijk niet. Dader liep ongewapend op de militairen af – ja, zo staat het in de krant. Dader niet bekend om zijn radicalisering – nee, toch niet vóór de aanslag. Dat staat allemaal min of meer vast. Daar hebben we Desmet niet voor nodig.
     Bij punt 3 wordt uit een ander vaatje getapt. Waarom is de bom niet ontploft? Het maken van een goede TATP-bom schijnt nogal moeilijk te zijn en onze terreurzaaier heeft het verprutst. Dat is wat we in gewone kranten lezen. En Desmet lijkt hierin mee te gaan. Een prutser – zeker dat kan, maar dan voegt hij er, na een dramatische komma, aan toe: ‘Of net niet?’ Het doet denken aan een populair Amerikaanse tv-programma over de Vierde Dimensie, waar om de zoveel minuten een voice-over zegt: just a coincidence – or is it? Waardoor we ook weer met andere ogen kijken naar het tijdstip van de aanslag (punt 2) –  een moment dat er weinig volk in het station aanwezig was. Alweer: just a coincidence – or is it?
     Desmet werkt toe naar zijn uiteindelijke vraag: ging het hier niet om een ‘suicide by cop’? Moet dat niet eens onderzocht worden? In één betekenis is die veronderstelling meer dan redelijk. De terreurzaaier had inderdaad verwacht als eerste dood te zijn. Daarom noemen we zulke mensen ook zelfmoordterroristen. En toen dat niet lukte moest het maar anders: op de politie afstormen om zich te laten neerschieten en zo alsnog als martelaar naar de moslimhemel te gaan.
    Maar Desmet suggereert meer. Door zijn suicide-by-cop vast te haken zowel aan het verkeerde tijdstip als aan de niet- ontploffing van de bom, lijkt Desmet te zeggen dat de dader helemaal geen aanslag wou plegen. Dat de reiskoffer en de springstof en de dodelijke spijkers en het ontstekingsmechanisme en de kreet Allahu Akbar niets meer dan een vertoning waren, een onderdeel van een ingewikkeld plan om zichzelf te laten neerschieten door een militair. Omdat de brave man niet wilde dat er ook andere slachtoffers vielen, zorgde hij ervoor dat de bom niet ontplofte. En om helemaal zeker te zijn koos hij een tijdstip dat er weinig volk was in het station. Het was allemaal één grote samenzwering met deze bijzonderheid: dat er maar één samenzweerder was.*
     Dat schrijft Desmet allemaal niet. Dat heb je met samenzweringstheorieën. Het blijft bij vragen, suggesties, verdachte omstandigheden, toevalligheden die geen toeval kunnen zijn, ‘niets is wat het lijkt’ … En dat maakt het ook zo vermoeiend om die theorieën te lezen.** Je weet nooit waar men eigenlijk naartoe wil, terwijl duidelijk maken waar je naartoe wil een van de eerste regels van helder schrijven is.
     Mooier zou zijn als de opstellers van samenzweringstheorieën te werk zouden gaan volgens de bekende wetenschappelijk methode: beginnen met een zo eenduidig mogelijke werkhypothese. Desmet bijvoorbeeld had in zijn ‘tweet’-reeks kunnen schrijven: ‘De man in Brussel-Centraal wou geen aanslag plegen. Zijn enige doel was zich te laten neerschieten door een militair.’ Dan had het parket ten minste geweten wat het moest onderzoeken.

* Op de sociale media vind je in verband met Brussel-Centraal ook uitgebreider samenzweringstheorieën. Zo lees je dat Oussama Zariouh werd doodgeschoten omdat hij anders misschien de Waarheid aan het licht zou brengen.
** Behalve natuurlijk in de spionageromans van John le Carré

donderdag 22 juni 2017

Maar wat was zijn motief?

    Zo onmiddellijk na een terreuraanslag is het voor een  krantenschrijver of nieuwslezer soms moeilijk om de juiste toon te vinden. Een mediterraan type heeft ‘Allahu Akbar’ geroepen en heeft daarna een bom laten ontploffen, een automatisch pistool leeggeschoten of is met een vrachtwagen op een menigte voetgangers ingereden. Je kunt dan terugvallen op clichés zoals: ‘Over de motieven van de dader is nog niets bekend’.
     Het is een beetje lachwekkend, maar ook een beetje begrijpelijk. Het maakt deel uit van een oude traditie: je maakt een gezicht onherkenbaar, je gebruikt initialen (O.Z. uit M.), je verklaart met een zorgelijk gezicht dat de ‘uitkomst van het gerechtelijk onderzoek wordt afgewacht’. Je spreekt uiteraard van ‘verdachte’ in plaats van ‘dader’, ook al had die verdachte – heel verdacht – een bebloed mes in de hand toen hij werd gearresteerd, of had de verkrachter zijn broek op de enkels. En ten slotte zeg je dus nog iets over de motieven die ‘voorlopig nog onbekend zijn’.
     Ik heb daar allemaal geen probleem mee. Een paar dagen later vernemen we hoe dan ook dat bijvoorbeeld ons mediterrane type op zijn appartementje een ruime verzameling islamistische literatuur had, op de sociale media zijn sympathie uitsprak voor terreuraanslagen en, wie weet, misschien zelf op een lijst stond van mogelijke aanslagplegers. En daarmee zijn zijn motieven dan eindelijk toch bekend.
     Maar nu heeft Peter Mijlemans van Het Nieuwsblad iets nieuws. Over de mislukte aanslag van gisteren schrijft hij: ‘Oussama Zariouh is een kopzorg. Omdat we niet weten wat er in zijn hoofd omging … Zolang we de motieven niet kennen van mensen die snel radicaliseren, kunnen we ook geen echt antwoord bieden op de terreurdreiging.’
     Dit is duizelingwekkend.
     Want we kennen natuurlijk de motieven van Zariouh om zijn aanslag te plegen: hij was een van die ‘geradicaliseerde’ moslims die de koran letterlijk interpreteren. Aangezien dat boek in verschillende hoofdstukken oproept om ongelovigen te doden, wilde Zairouh daar graag zijn steentje toe bijdragen. Barbaars en achterlijk, maar zonneklaar.
     Maar dan komt Mijlemans met een tweede vraag: wat waren zijn motieven om te radicaliseren? We moeten met andere woorden niet alleen Zairouhs motieven kennen voor de aanslag, we moeten ook de motieven kennen van die motieven. En zo kunnen we nog even doorgaan. Moeten we immers ook de motieven van die motieven van die motieven niet kennen? In de logica spreekt men in zo’n geval geloof ik van regressus ad infinitum.
     Stel dat Zariouh geradicaliseerd is omdat hij op Wikipedia een artikel heeft gelezen over het verdrag van Sykes-Picot (1916). Moeten we nu ook niet nagaan wat zijn motieven waren om iets over dat verdrag te lezen? En moeten we iedereen gaan schaduwen die iets over dat verdrag heeft gelezen? Ik heb dat tenslotte ook wel eens gedaan. Of moeten we het artikel op Wikipedia laten weghalen?
     En stel nu dat Zariouh véél motieven had om te radicaliseren – een eindeloze rij van frustraties: het onrecht van Sykes-Picot, een ongehoorzame vrouw, een ontoereikend loon in de gsm-winkel waar hij werkte, een ketchupvlek op zijn mooiste T-shirt  … Moeten wij dat allemaal weten? Willen wij dat allemaal weten?
     En als we het allemaal weten, zijn we dan beter uitgerust om, zoals Mijlemans schrijft, een ‘echt antwoord’ op de terreurdreiging te kunnen bieden?

Regressus ad infinitum met twee spiegels