Posts tonen met het label vluchtelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vluchtelingen. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2022

Oekraïne - notities


 

(1) Ik wilde eerst een stukje schrijven over cynisme in de buitenlandse politiek, en waarom dat cynisme daar een noodzakelijke ingrediënt van is, zij het niet het enige. Maar zo’n stukje zou zelf half cynisch zijn, en misschien is het daar nu niet het goede moment voor. Op televisie zie ik beelden van vrouwen, kinderen en bejaarden die vluchten, terwijl de mannen achterblijven. Ik hoor de getuigenissen van Oekraïense burgers die bereid zijn, met inzet van hun leven, te vechten tegen de Russische overmacht. Ik word dan bevangen door bewondering voor zoveel moed, en gekweld door schaamte omdat ik in dezelfde omstandigheden die moed misschien niet zou kunnen opbrengen. 

 

(2)  Op Facebook lees ik nogal wat reacties van degenen die zich aan de kant van Oekraïne scharen en van anderen die begrip hebben voor Poetins inval. De eersten zijn boos en dreigen ermee alle Poetinisten te ontvrienden; de anderen vragen begrip voor de twee kanten van het verhaal, dat ‘niet zwart-wit’ is, en niet samenvalt met ‘wat in de Westerse media wordt verteld.’ Ik zal niemand ontvrienden, en niets in de wereld is ‘zwart-wit’, maar ik hecht in deze meer geloof aan de Westerse media dan aan de Russische*. 

 

(3) Onder de halve en hele poetinisten zijn opvallend veel Vlaams Belangers. Ik maak hen er graag attent op dat Tom Van Grieken een ander geluid laat horen. Ik citeer: ‘Het Oekraïnse volk is een moedig volk dat onze steun verdient tegen de agressie van Poetin.’ Van Grieken weet nogal goed wat er leeft onder de ‘brede bevolking’.

 

(4) Wat is er erger? Sympathisanten van Oekraïne die, vanachter hun veilige computerklavier, stoere taal gebruiken om de Oekraïense strijders aan te vuren, of hun tegenstanders die, eveneens vanachter hun veilige computerklavier, verklaren dat het Oekraïense verzet, en de Westerse steun aan dat verzet, alleen kunnen leiden tot een langer conflict, en dus tot nog meer slachtoffers? Het eerste is een geval van plaatsvervangende moed, het tweede van plaatsvervangende lafheid. Het eerste is een beetje belachelijk, het tweede een beetje verachtelijk. De Oekraïeners die vechten zijn geen van de twee. 


(5) Terloops zij opgemerkt dat mijn eigen computerklavier ook erg veilig is, behalve als onze poes erop gaat liggen terwijl ik aan het typen ben, of als hij er met zijn pootjes over loopt en rare toetscombinaties aanslaat.

 

(6) Wie nationalistisch is ingesteld heeft een goede reden om de Oekraïeners te steunen, met name het heilige zelfbeschikkingsrecht van de volkeren**. Wie niet nationalistisch is ingesteld, heeft een nog betere reden om de Oekraïners te steunen, met name het respect voor de heilige staatsgrenzen, omdat die grenzen het middel zijn waarmee oorlogsgevaar bezworen wordt.

 

(7) De spontane opvang van de Oekraïense vluchtelingen in huisgezinnen dwingt ook al mijn bewondering af. Ik zie het mijzelf niet doen. De reactie van N-VA daarop vind ik, met alle sympathie, ongepast. De partij pleit voor opvang in asielcentra. ‘Opvang bij burgers is mooi, maar zou pas de allerlaatste optie mogen zijn.’ Welnee, het zou de allereerste optie moeten zijn. Je ziet de frustratie van een partij die eerst twee jaar geen oppositie kon voeren door corona, en nu weer hetzelfde scenario ondergaat met een internationaal conflict dat een slappe vod als Decroo de mogelijkheid biedt om te spreken als een Griekse veldheer. Maar ’t is geen excuus. Opvang bij burgers is mooi. Punt. Geen ‘maar’.

 

(8) Op de radio hoorde ik vanmorgen een vrouw met een aangename stem uitweiden over de solidariteit met de Oekraïense vluchtelingen die zo veel groter was dan die met Syrische, Iraakse en Afghaanse vluchtelingen. De vrouw met de aangename stem – ik had ondertussen begrepen dat het Rachida Lamrabet was*** – scheen te denken dat die grotere solidariteit alleen te maken had met het verschil in huidskleur van de vluchtelingen. Met racisme dus. Die huidskleur en dat racisme zullen er  ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het moet voor Rachida toch niet moeilijk zijn om vier, vijf of zes andere verschillen te vinden die niets met racisme te maken hebben.

 

(9) Ik heb eergisteren een lijstje gemaakt met 12 argumenten tégen de steun aan Oekraïne. Ik ben ondertussen maar één nieuw argument tegengekomen: door Westerse invloed is de landbouw in Oekraïne grootschaliger geworden, met genetisch gemanipuleerde gewassen tot gevolg, en megastallen waar de dieren slecht behandeld worden.

 

(10) Hier en daar lees ik dat de cynische machtspolitiek van Poetin verklaard kan worden als een reactie op de cynische machtspolitiek van het Westen in Servië, Irak, Libië en Syrië, en tegenover Rusland zelf. Ik weet niet of al die kwesties vergelijkbaar zijn. Dat mogen geopolitieke experts uitmaken. Maar had Poetin echt het Westen nodig, als trigger of als voorbeeld, om van een kwetsbare romanticus te vervellen tot een cynische botterik? En is de droom van een Groot-Russich rijk al niet véél ouder dan de uitbreiding van de Navo met enkele oostelijke en noordelijke staten? 

 


* Hoe betrouwbaar is de pers in een land waar journalisten en burgers 15 jaar cel kunnen krijgen voor het ‘verdraaien van het doel en de taken van de Russische strijdkrachten.’


** Zij het met nuances aangaande de Krim en de Donbas die ook weer recht hebben om zelfbeschikking.

*** Over Rachida Lamrabet, zie ook mijn stukje hier. 

zondag 16 december 2018

De échte reden waarom N-VA het Marrakesh-pact enzovoort ...

     De excentrieke ex-rechter Walter De Smedt – hij weigerde soms vonnis te vellen – vertelt in Knack dat hij de échte reden kent waarom de N-VA zich tegen het migratiepact verzette. Jij en ik dachten dat N-VA zich tegen dat pact verzet omdat de partij migratieregels graag strenger wil zien, en niet soepeler. Maar neen, er is dus een échte reden.
     De Smedt is een liefhebber van beeldend taalgebruik. Door te hameren op het migratieprobleem heeft N-VA zich ‘vastgereden,’ schrijft hij, ‘en eens vastgereden moet je doorgaan.’ Doorgaan als je vastgereden bent, uiteraard, zeker. En als je verzopen bent, moet je doorzwemmen, dat is de goede oplossing. Ook noemt hij Bart De Wever een ‘schipper aan wal’ die over migratie niet rechtstreeks communiceert maar via ‘zijn mannetje’ Theo Francken. Dat lijkt mij een onredelijk verwijt. De Wever communiceert graag rechtstreeks, geloof ik, en hij heeft daar volgens sommigen zelfs een zeker talent voor. Ik heb een stukje van het Ter Zake-interview van van de week met De Wever gezien, en dat ging heel goed, ook zonder ‘zijn mannetje’.
     De Smedt is op zoek gegaan naar de échte beweegreden van N-VA omdat hij de opgegeven redenen niet kan aanvaarden. N-VA beweert bijvoorbeeld dat het pact de soevereiniteit van landen ondergraaft. Zonder die soevereiniteit kan ons land niet meer zelf beslissen hoe open of gesloten het zijn grenzen wil. Maar De Smedt noemt dat ‘fake news’ omdat wij  ‘die soevereiniteit al lang hebben afgestaan door het aanvaarden van de de universele mensenrechten.’ Je kunt daar drie dingen op antwoorden. Eén: de uitdrukking ‘fake news’ wordt alweer niet correct gebruikt. Twee: een deel van je soevereiniteit afstaan wil niet zeggen dat je ook de rest ervan wil verliezen. En drie: soevereiniteit die je kunt verliezen kun je ook herwinnen. De loop van de geschiedenis ligt niet vast. Onze leraar in het middelbaar, Bruno Creus, zag in de ontwikkelingsgang der mensheid zelfs overal ‘pendelbewegingen’.
    Ook een andere N-VA-reden wordt door De Smedt verworpen. N-VA, schrijf hij, vreest dat het pact door rechters kan worden aangegrepen ‘om vluchtelingen meer rechten te geven’. Dat dacht ik ook toen ik het pact las. Maar volgens De Smedt wordt dat ‘gerelativeerd’ doordat de andere partijen in het Parlement vóór het pact stemden. Hoe zoiets de vrees van N-VA kan ‘relativeren’  is mij volslagen onduidelijk. Die andere partijen vinden wellicht dat vluchtelingen inderdaad ‘meer rechten’ moeten krijgen. Zoiets moet de vrees van N-VA aanwakkeren, zou je denken, en niet relativeren.
     Maar goed, de ongeduldige lezer wil nu zoetjesaan de échte reden kennen waarom N-VA het pact verwerpt. De echte reden, lieve lezer, is – pas op, hier komt hij – dat N-VA bij de volgende verkiezingen … veel stemmen wil halen. Ik hoop dat dat waar is en dat het ook waar is voor de andere partijen, anders zijn ze allemaal gek, en ik heb liever geen gekken aan het stuur. N-VA wil stemmen halen, redeneert De Smedt, door zich op het migratievlak enerzijds te ‘onderscheiden van de andere democratische partijen’ en anderzijds ‘dezelfde boodschap’ van het Vlaams belang te brengen. Als beschrijving zou dat kunnen gelden – alhoewel! – maar toch zeker niet als verklaring. Het is alsof je zou zeggen dat je, om zoveel mogelijk van product A te verkopen, het zoveel mogelijk moet onderscheiden van product B, maar het zoveel mogelijk moet laten lijken op product C. Dan kun je het evengoed zoveel mogelijk laten lijken op product B en het zoveel mogelijk onderscheiden van product C.
     Ach, die stemmenwinst zal wel een rol spelen. Die partijmensen zijn sluwe kerels die over het stemgedrag van de burger allerlei berekeningen en misrekeningen maken. Dat is allemaal erg ingewikkeld. Maar aan de andere kant is het ook heel eenvoudig. Veel van die partijmensen geloven zelf ongeveer wat ze zeggen. De Wever van N-VA gelooft echt dat massa-immigratie kan en moet worden gestopt. Verherstraeten van CD&V gelooft écht dat immigranten opvangen een werk van naastenliefde is. De Croo van Open VLD gelooft écht dat we van massa-immigratie een economisch succesverhaal kunnen maken. En Filip De Winter van VB gelooft écht dat we alle immigranten die niet snel integreren kunnen en moeten terugsturen.
     Als je zelf een of meerdere van bovenstaande beweringen gekheid vindt, is het moeilijk om aan te nemen dat anderen er wel in geloven, maar toch is het zo. De Smedt bijvoorbeeld ziet de kwestie van immigratie als volgt: ‘Oplossen kan je het vluchtelingenprobleem niet. Mensen die honger hebben of vervolgd worden kan je niet zonder meer tegenhouden. Maar je kan er wel wat aan doen om het menselijk en ordelijk te laten verlopen.’ Zelf vind ik dat dat gekheid is. Als je nog vele honderdduizenden immigranten in ons land toelaat bovenop de vele honderdduizenden die er al zijn**, dan vrees ik dat er nog weinig zal zijn dat erg ‘ordelijk verloopt’, ook de immigratie niet. Maar ik ben er zeker van dat De Smedt dat wél gelooft. Ik ga niet op zoek naar de échte reden waarom hij zoiets zegt.


* Dat vastrijden van De Smedt maakt deel uit van een rare redenering. Het vreemdelingenprobleem, zo redeneert hij, is een van de onderwerpen waarover de burger misnoegd is en eisen stelt, maar die burger stelt ook andere eisen. N-VA maakt de fout om zich alleen toe te leggen op de immigratie en geen oog meer te hebben voor andere accenten. Dat is, alweer volgens De Smedt, de reden waarom Groen afhaakte bij de Antwerpse coalitieonderhandelingen. Zei ik al dat het een rare redenering was?

** Iedereen zal wel begrijpen dat ik hier niet doel op de echte arbeidsimmigratie die vooral inter-Europees is.

zaterdag 16 juni 2018

Eén academica in het migratiedebat

      Ik las vandaag een bijdrage van postdoctoraal onderzoekster Luce Beeckmans op Knack.be. Beeckmans is doctor in iets, werkt aan de Gentse universiteit en doet onderzoek naar ‘de ruimtelijke implicaties van immigratie’. Zeker, iemand moet dat doen. Ze stelt zich voor als ‘geen wereldverbeteraar, maar wel academica’. Welja, die moeten er ook zijn. Ik wou meteen een antwoordje schrijven, maar bij een tweede lezing zonk de moed mij in de schoenen. In elke zin zat wel een slakje dat uitnodigde om er zout op te strooien. Het was té veel. Ik voelde mij als de Joker in Tim Burtons Batman. ‘So much to do and so little time,’ zucht die, terwijl hij ijverig verdergaat met het uitknippen van plaatjes uit een tijdschrift.
     De academica stoort zich zoals zovelen aan de wóórden die gebruikt worden in de immigratiediscussie. Ze heeft het vooral gemunt op de uitdrukking ‘illegale vluchteling’ en, een beetje verrassend, ook aan het woord ‘mensensmokkelaar’. Ik laat die semantische discussies echter graag terzijde om meteen de positieve boodschap van de academica voor het voetlicht te brengen. Die luidt als volgt. De Conventie van Genève moet dringend worden aangepast. Niet alleen redenen van vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit of politieke overtuiging, maar ook economische redenen moeten recht geven op het vluchtelingenstatuut. De academica ondersteunt dat standpunt door te verwijzen naar de globalisering en de vrijemarkteconomie die toelaten dat ‘multinationals mensen aan de andere kant van de wereld tegen een hongerloon laten werken.’ Dat zorgt volgens haar voor een ‘structureel onevenwicht’ en het is dat ‘structureel onevenwicht’ dat de “illegale migratiestromen”* op gang brengt’.
     Ik ben niet helemaal zeker wat met dat ‘structureel onevenwicht’ wordt bedoeld. Meent de academica dat die multinationals de landen aan de andere kant van de wereld ármer maken, waardoor de mensen dan naar hier moeten komen om te overleven? Dan heeft ze ongelijk. En ergens weet ze dat zelf ook, geloof ik, want ze geeft als voorbeeld van zo’n door multinationals geplaagd land … Vietnam. Dat is nu niet meteen het land dat zijn zonen en dochters in groten getale naar Europa zendt. De zonen en dochters – vooral zonen geloof ik – die hier aankloppen, komen uit landen die opvallend gespáárd zijn gebleven van de plaag der multinationals – landen als Somalië, Soedan, Eritreia en Afghanistan.
     Aan de andere kant heeft de academica ook gelijk. De globalisering zorgt waarlijk voor ‘structurele onevenwichten’ doordat die arme landen … rijker worden**. Het is die toenemende ríjkdom die zorgt voor een toestroom van migranten. Toen de hongersnood toesloeg in Biafra (1967) of Bangladesh (1974), kwamen er uit die landen helemaal geen vluchtelingen aankloppen op de Europese achterdeur. Om te kunnen vluchten naar Europa moet je enige financiële reserves hebben. Die hadden de Biafranen en Bengalezen niet.
     De dag van vandaag kost een oversteek van Libië naar Italië alleen al 1000 euro voor een volwassene en 500 euro voor een kind. En dan hebben we het nog niet over de kosten om in Libië te geraken, of om van Italië in een ander, meer gewenst land te komen. Veel vluchtelingen betalen tot 4000 euro per man voor een combinatie van vliegtuig- en bootreis. Er bestaan goedmenende lieden die geloven dat de immigratiestroom alleen kan worden gestopt door een versnelde economische ontwikkeling van de arme landen. Op lange termijn is dat zo. Maar op korte en middellange termijn is het net omgekeerd: door die economische ontwikkeling krijgen meer mensen de financiële middelen die nodig zijn om de vlucht naar Europa te wagen.

     De academica schrijft ook iets over de mensensmokkelaars. Goed, ze bestaan, ze geeft het toe, en ze houden er ‘drieste praktijken’ op na waarvoor ze ‘vervolgd zouden moeten worden’. Maar ’t zijn anderzijds ook maar mensen die ‘proberen een alternatieve overlevingseconomie aan te boren’. Ja, zo kun je het ook bekijken. ‘Vluchtelingen hebben mensensmokkelaars nodig.’ Voorwaar een nuchtere zienswijze. Mensensmokkelaars zijn ‘niet de oorzaak, maar een gevolg van de vluchtelingencrisis’, schrijft de academica. Ik twijfel er niet aan. ‘De jacht op mensensmokkelaars,’ voegt ze er nog aan toe, is al te veel een voorwendsel geworden om de vluchtelingenstroom in te dijken.’ Goed, goed, we hebben het begrepen. De academica wil niet te veel indijken.
     En hoe wil ze de mensensmokkel dan aanpakken? Eenvoudig. Door vluchtelingen asiel te laten aanvragen in hun land van herkomst en hen vervolgens naar hier te laten komen langs ‘alternatieve, veilige en legale routes’. Het zou de vluchtelingen ‘een dure en onmenselijke reis kunnen besparen, zowel in het geval van erkenning als van niet-erkenning’. Is er dan ook niet-erkenning?, vraag je je verschrikt af. Ja, er is ook niet-erkenning! Want ‘natuurlijk kunnen we niet alle vluchtelingen asiel verlenen’, aldus de academica.
     Die aanpak zal, vrees ik, niet goed werken. Eerst breid je de categorie van vluchtelingen uit tot de economische migranten, dan vergemakkelijk je de asielprocedure en zorg je voor een goedkope reis, en ten slotte ga je dan aan een deel van de arme drommels zeggen dat de boot vol is. Wedden dat die arme drommels zo snel als het licht een mensensmokkelaar onder de arm nemen om door een andere boot te worden overgezet. Ik zou die andere boot dan graag ‘illegaal’ willen noemen, maar de academica houdt niet van dat woord.

* Dr. Beeckmans schrijft de uitdrukking tussen aanhalingstekens. Ze haalt op het einde een academische gewoonte aan die ik niet kende. ‘[In de academische wereld] plaatsen we woorden die naast hun gangbare betekenis ook een andere invulling hebben of die omstreden zijn tussen aanhalingstekens.’ Ik zal daar in het vervolg eens op letten.

** Steven Pinker, in het besluit van zijn hoofdstuk ‘Inequality’ (2018, Enlightenment Now, p. 120): ‘As globalization and technology have lifted billions out of poverty and created a global middle class, international and global inequality have decreased.’ Je leest beter het hele hoofdstuk.

zaterdag 21 november 2015

An en Liesbeth en de terroristen

U = universele verzameling; L = ledige verzameling;
V = vluchtelingen; M = meereizenden ; T = terroristen
Met dank aan Marc Vanfraechem
 
    Ik zou niet graag, in het kader van een opinieonderzoek, moeten antwoorden op de vraag of er, naar mijn mening, een verband bestaat tussen de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten aan de ene kant en de terreurdreiging in Europa aan de andere kant.
     ’t Is ook zo’n moeilijke vraag. Ik zag een paar keer op de sociale media de boodschap opduiken: ‘Do you not realise these terrorist acts are what the refugees are trying to run away from?’ Dat is een heldere redenering. De mensen die uit het Midden-Oosten naar hier komen, zijn op de vlucht voor het terrorisme. Ergo – dat is Latijn voor ‘dus’ – het zijn zelf geen terroristen. Met de joden die vluchtten uit nazi-Duitsland was het net zo: daar waren ook weinig nazi’s bij. De regel lijkt wel algemeen toepasbaar.
     Daartegenover staat dat een klein aantal uitzonderingen op de algemene regel meteen dramatische gevolgen kan hebben. Als op een vluchtelingenstroom van één miljoen – en dat is toch de orde van grootte waarover we spreken – als dus op een vluchtelingenstroom van één miljoen een tiende procent wel terreurzaaiers zijn, dan hebben we er onmiddellijk duizend bommengordeldragers en Kalasjnikovschutters bij. En de negenennegentig komma negen procent brave vluchtelingen die bij aankomst geen terrorist zijn, daarvan kunnen enkelen dat later nog altijd worden. Wie weet zijn zij na enige tijd in Europa niet meer tevreden met de manier waarop zij hier ‘worden opgevangen’. Misschien raken ze het noorden kwijt door al die mooie vrouwen op straat, met loshangende haren en korte rokjes. Misschien lezen ze in de kranten of horen ze op de televisie dat ze hier ‘onvoldoende kansen krijgen’. Zowel onvoldoende kansen krijgen als voortdurend moeten horen dat je onvoldoende kansen krijgt, zijn geen van de twee goed voor een evenwichtig gevoelsleven. En ten slotte: misschien gaan onze brave vluchtelingen in Molenbeek wonen, krijgen ze ongure of al te vrome vrienden en komen ze op het slechte pad.
     Ja, de vraag naar het verband tussen vluchtelingen en terrorisme is een moeilijke vraag.
     Goddank hebben we onze landelijke pers om zulke moeilijke vragen te ‘duiden’. In De Morgen van 16 november bijvoorbeeld schreven de twee hoofdredactrices An Goovaerts en Liesbeth Imbo samen een  lang hoofdartikel waar, tussen alle goede raad aan de bewindvoerders door, een heuse parel verborgen ligt. Mijn dank gaat uit naar Marc Vanfraechem die op Facebook de aandacht trok op het stukje dat ik hier even woordelijk aanhaal1. Zet uw bril nu maar eens op, want het is waarachtig de moeite waard.

“Het hele Midden-Oosten wordt dagelijks opgeschrikt door terroristische aanslagen en oorlogsmisdaden. Honderd procent van de vluchtelingen ontvlucht dit geweld. Terroristen die met hen meereizen zijn geen vluchtelingen. Vluchtelingen zijn dan ook geen terroristen.”
      
     Is dat niet heerlijk? Het hele Midden-Oosten. Dat gaat dus om Bahrein, Egypte, Irak, Iran, Israël, Jemen, Jordanië, Koeweit, Libanon, Oman, Palestina, Quatar, Saoedi-Arabië, Syrië, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. En in die landen worden de inwoners dagelijks opgeschrikt door terroristische aanslagen en oorlogsmisdaden. Ik denk dat een krant als De Morgen daar niet dagelijks over bericht, en ik denk vooral dat de An en Liesbeth een beetje overdrijven om hun boodschap duidelijk te maken: het is daar in die verre, vreemde landen niet pluis. Als je de hyperbool erbij neemt, dan kun je hen eigenlijk niet eens ongelijk geven. En wie zich niet kan verzoenen met hyperbolen als stijlfiguur, leest beter geen hoofdartikels in De Morgen.
      Dan het volgende zinnetje. Honderd procent van de vluchtelingen ontvlucht dit geweld.’ Kijk, dat vind ik prijzenswaardig. Je hoort en leest zo vaak stiekeme veralgemeningen waarbij je vanzelf de honderd-procentvraag stelt. Hollanders zijn gierig! Honderd procent van de Hollanders? Gallië werd veroverd door Caesar! Heel Gallië? Moslims zijn onverdraagzaam! Alle moslims? Nu krijgen we voor één keer een veralgemening die er rond voor uitkomt. Honderd procent van de vluchtelingen? Jawel hoor, honderd procent! Daarmee is de vraag beslecht of zich onder de vluchtelingen ook niet een paar economische exemplaren bevinden. Neen dus. Helemaal niemand? Helemaal niemand! Toch hadden An en Liesbeth de zaken nog scherper kunnen stellen om ook onze laatste onzekerheden weg te nemen. Wat had je gedacht van: ‘Honderd procent van de vluchtelingen komt naar hier om redenen die honderd procent met oorlogsgeweld te maken hebben.’ De zin is een beetje zwaar, maar daarmee is nu zonneklaar dat alle economische, sociale of juridische overwegingen bij dat vluchten zijn uitgesloten.
    De daaropvolgende zin van An en Liesbeth luidt: ‘Terroristen die met hen meereizen, zijn geen vluchtelingen.’ Dat is een aanvaardbare theoretische stelling, uitgaande van een aanvaardbare definitie van ‘vluchteling’ (op de vlucht voor geweld) en ‘terrorist’ (op zoek naar geweld). Maar helaas, met definities win je geen oorlog. Als je de praktische vraag stelt: ‘Zijn er onder de vluchtelingen ook terroristen?’, dan word je met een cirkelredenering en een kluitje in het riet gestuurd. Er zijn geen terroristen onder de vluchtelingen, want de terroristen onder de vluchtelingen zijn geen vluchtelingen2.  Tja ... Een van de terreurzaaiers in Parijs is onder de vermoedelijk valse naam Ahmad Almuhammad vanuit Syrië, over Griekeland, Frankrijk binnengekomen. Ja, maar dat is geen echte vluchteling, zeggen An en Liesbeth. ’t Is waar hoor!
     Alles wat we tot hiertoe hebben opgesomd –  een overdrijving, een veralgemening, een cirkelredenering – niets daarvan verklaart het onmiskenbare plezier dat u, lezer, en ikzelf hebben beleefd toen we het aangehaalde stukje van An en Liesbeth lazen. Het is het laatste zinnetje dat het geheel afmaakt. De kers op de taart. ‘Terroristen zijn … geen vluchtelingen. Vluchtelingen zijn dan ook geen terroristen’. Het verrukkelijke dan óók moet hier onderscheiden worden van het minder interessante dán ook.  Veronderstel dat ik zeg: ‘Als ik met pensioen ga, haal ik mijn boekbindmateriaal weer boven. Ik zal dán ook wat vaker de hoofdartikels in De Morgen lezen.’ Ik heb tussen dat boekbinden en die hoofdartikels geen enkel oorzakelijk verband gelegd. Maar wanneer ik zeg: ‘Als gepensioneerde zal ik wat vaker de hoofdartikels in De Morgen lezen. Ik zal dan óók een plezierige oude dag beleven,’ dan leg ik zo’n oorzakelijk verband wel. An en Liesbeth leggen met hun dan óók een oorzakelijk verband tussen de stelling ‘dat terroristen geen vluchtelingen zijn’ en ‘dat vluchtelingen geen terroristen zijn’. Het is alsof je zegt: ‘Honden zijn geen katten; katten zijn dan ook geen honden.’ ‘Journalisten zijn geen ezels; ezels zijn dan ook geen journalisten.’. ‘Rechthoeken zijn geen vierkanten; vierkanten zijn dan ook geen rechthoeken.’ Sommige van die mededelingen zijn juist en andere zijn fout, maar dat heeft er allemaal niets mee te maken. Bij dat dan ook  moet ik  onwillekeurig glimlachen. Telkens weer.
      
1 Voor een meer wiskundige benadering van het stukje van An en Liesbeth, verwijs ik naar het Facebookbericht van de immer scherpe Marc Vanfraechem die met een keurig Venndiagram klaarheid heeft geschapen in de materie. De 'draad' die erop volgt laat zien dat de duizelingwekkende paradoxen van An en Liesbeth de specialisten nog lange tijd hoofdbrekens zullen bezorgen.
2 Het ware overigens beter geweest als de terroristen onder de vluchtelingen geen terroristen waren geweest.