Posts tonen met het label Bob Fosse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bob Fosse. Alle posts tonen

zondag 21 maart 2021

Maakt werken gelukkig?

 


     Er zijn liederen die ik al heel mijn leven ken, zoals ‘There’s No Business Like Show Business’ van Irving Berlin. Ik moet het voor het eerst gehoord hebben toen ik een jaar of zes was en de film Annie Get Your Gun zag in de bioscoop van mijn vader. Ik vermoed dat de film enkele jaren later hernomen werd en dat ik hem toen opnieuw heb gezien. In 1974 zag ik meerdere keren de compilatiefilm That’s Entertainment, in Kortrijk, in Gent – ik zat soms helemaal alleen in de matinee voorstelling. Ook in die film moet het lied voorgekomen zijn. En de film All That Jazz die ik minstens tien keer heb gezien eindigt ermee.
     Zoals dat meestal gaat, kende ik maar flarden van de tekst: ‘There’s no people like show people, they smile when they are low’ en ‘let’s go on with the show’. Dat is een vrolijke boodschap. Alles is fantastisch in de showbusiness: ‘Everything about it is appealing’. En als het al eens tegenzit, dan is de boodschap: veeg de tranen van je smoel, ga dapper door, en de volgende keer komt alles weer goed.
     Maar nu hoorde ik onlangs een melancholische versie van het lied die ik niet kende, en die begon met een strofe die ik evenmin kende. Ik kon melodie en tekst eerst niet thuisbrengen:

     The butcher, the baker, the grocer, the clerk
     Are secretly unhappy men because
     The butcher, the baker, the grocer, the clerk
     Get paid for what they do but no applause.

     Zo bekeken is het een droevig lied, en zó wordt het ook gezongen door Mary Hopkin*. Iedereen is ongelukkig in zijn baan, behalve de ‘show people’, want zij krijgen applaus. De andere krijgen alleen maar geld. Adam Smith schreef ook zoiets. “It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker that we expect our dinner, but from their regard to their own self-interest.” Met dat ‘self-interest’ worden geloof ik de centen bedoeld die op de toonbank worden gelegd.
      Gelukkig is de werkelijkheid niet zo ongenuanceerd**. Een collega van mij verkondigde aan iedereen die het horen wilde dat hij eigenlijk werkte voor het geld, zoals zijn leerlingen eigenlijk werkten voor de punten. Als zijn leerlingen geen punten kregen, zouden ze hun taak niet maken, en als hij niet betaald werd, zou hij niet op school verschijnen. Later, na zijn pensionering, was hij altijd de eerste om interim opdrachten te aanvaarden, ook als ze onbezoldigd waren na het overschrijden van de bijverdiengrens. 
     Hoe het dus precies zit met de ‘butcher, the baker, the grocer, the clerk’, dat  zul je aan hen moeten vragen. De ‘teacher’ zou ik niet aan het lijstje toevoegen. Maar misschien komt dat omdat die ook wel eens applaus krijgt in de vorm van een instemmende knik, een begrijpend lachje, een geïnteresseerde blik, of een slimme vraag.

 

* Je vindt die versie hier

** De strenge econoom Ludwig von Mises wijdt in zijn hoofdwerk Human Action een hoofdstukje aan ‘the joy and tedium of labor’
    

zaterdag 14 november 2020

Goed en kort

  


    In een weinig gelezen stukje over barokmuziek (zie hiervertel ik van mijn ervaring bij het beluisteren van Händels King Salomon. Daar komt een motiefje in voor dat heel erg ontroerend is, maar het is bijzonder kort, enkele noten, en het wordt niet herhaald en gevarieerd, in tegenstelling tot andere motieven die eraan voorafgaan en volgen, en die minder mooi zijn.  Bij het beluisteren vind ik dat jammer. Maar zou een langere uitwerking het effect niet bedorven hebben? Beethoven kan eindeloos po-po-po-póóóm herhalen, maar met Händels motiefje zou het niet hebben gewerkt.
     Of neem de voorlaatste alinea van Elsschots Tsjip. Professor Van Bendegem en Jan Manievski konden die niet luidop voorlezen zonder tranen in de ogen te krijgen. Ik ook niet. Maar je zou niet willen dat het hele boek in dezelfde lyrische stijl is geschreven. Het fragment is voorbereid, er is naar toe gewerkt, het geeft contrast, en het is kort.
   In de film heb je zoiets ook. Ik keek gisteren naar de verfilming van  Nine, een muzikale bewerking van Felini’s 8 ½ Er spelen allemaal beroemde acteurs in die niet zo goed kunnen zingen. Dat is anders wanneer Fergie het nummer ‘Italia’ zingt (zie hier, vanaf 1:19). De sfeer en de montage doen soms aan het Roxanne-nummer denken in Moulin Rouge (zie hier) en verder aan Fosse natuurlijk*. Een reeks vrouwen in ondergoed zingen en dansen op een podium. Dan komt er een opzwepend intermezzo waarbij ze wild met hun hoofd en haren zwaaien en zichzelf slaan met tamboerijnen. En dan wordt de zang hernomen met een erg mooie choreografie. De vrouwen hebben zich min of meer in een horizontale rij opgesteld** en komen dreigend naar voren gestapt, een stoel achter zich aan slepend. Dat wordt eerst frontaal gefilmd, dan van rechts, dan van links en dan alleen de benen, telkens van dichterbij. Het duurt minder dan 10 seconden. Je zou willen dat de scène herhaald wordt, zoals in Potemkin  gebeurt met die stappende soldaten, maar het is, geloof ik, beter zo, zonder herhaling, kort.


* De oorspronkelijke Broadway-choreografie verwijst meer naar de tarantella-dans die in Het poppenhuis van Ibsen zon centrale rol speelt. 
** In een moderne choreografie vermijdt men al te grote symmetrie, zoals blijkt uit de vergelijking tussen de benenshot in Nine, en die in Potemkin.





dinsdag 7 augustus 2018

Vrouwenvoetjes

     Flaubert was naar het schijnt een voet- en laarsjesfetisjist. Toen ik op het examen bij professor Beyen een fragment uit Madame Bovary van commentaar moest voorzien, mompelde ik dus iets over dat fetisjisme. De belangstelling van de professor was meteen gewekt. Où est-ce que vous voyez donc ce fétichisme?* Ik las een zin voor over een voet. Mais ce n’est pas du fétichisme ça. Est-ce que vous savez bien ce que c’est que le fétichisme du pied? C’est quand on préfère le pied de la femme à la femme elle-même, à l’exclusion du reste. Professor Beyen was erg geïnteresseerd in zulke zaken.
     Ook Poejskin was naar het schijnt een voetfetisjist. Men concludeert dat onder andere uit de strofen 30 tot 34 van  het eerste hoofdstuk van Jevgeni Onegin. De dichter bezingt daarin ‘twee voetjes die ik nooit vergeet / hoewel de tijd mijn passie sleet’. Hij verkiest verder ‘het voetje van Terpsichore’ boven de ‘borstjes van Diana, het blosje van Flora en de lippen van Armida’, en vindt het jammer dat je in Rusland met moeite drie paar fijngevormde vrouwenvoetjes vindt. Nabokov gebruikt in zijn vertaling van de bewuste strofen tien keer het woord ‘foot’ en ‘feet’. Die vertaling wordt weliswaar verfoeid door Edmund Wilson, Hans Boland en Marc Vanfraechem, maar dat Nabokov op zijn minst vertaalt wat er staat, wordt geloof ik door niemand ontkend.
     Vertalen wat er staat is evenwel niet zo gemakkelijk. In het Russisch van Poesjkin staat het woordje ‘нога’ (noga) dat zowel ‘voet’ als ‘been’ kan betekenen. Het is één van de vijf Russische woordjes die ik ken omdat ik er iets over zeg in mijn lessen taalkunde. De talen verschillen van elkaar, zeg ik dan, omdat de ene taal bijvoorbeeld wel een apart woord heeft voor ‘hand’ en ‘voet’ en een andere taal alleen in het algemeen spreekt van ‘arm’ en ‘been’, zonder een apart woord voor het uiteinde ervan.** Maar alle talen lijken dan weer wel op elkaar door de volgorde waarin ze woorden opnemen. Een taal vindt het bijvoorbeeld belangrijker om een woord te hebben voor ‘hand’ dan een woord voor ‘voet’. Of beter: als een taal, gelijk welke taal, een apart woord heeft voor ‘voet’ heeft ze ook gegarandeerd een apart woord voor ‘hand’.
     Maar het Russisch heeft dus géén apart woord – noch voor ‘hand’, noch voor ‘voet’. En toch hebben alle vertalers die ik ken Poesjkins ‘noga’ stelselmatig vertaald door ‘voet’: Nabokov, Boland, Jonkers, Mitchel, Van Stekelenburg-Van Agt, Toergenjev-Viardot. Het is de vertaling die zich opdringt. Het ‘vrouwenvoetje’ vervangen door een ‘vrouwenbeen’ zou van de vijf hierboven genoemde strofen een obsceen stuk hebben gemaakt, en Poesjkin spaarde zijn obsceniteiten op voor aparte gedichten. Als de dichter schrijft over Terpsichore denk je aan dansende voetjes, en niet aan benen. De Griekse godinnen dansten geloof ik niet in de stijl van Bob Fosse. Het zijn ook voetjes die sporen laten in de sneeuw. Het is aan die lieve voetjes dat de dichter zich neervlijt. Het is een voetje dat hij in de stijgbeugel helpt.
     Maar het kan anders. Douglas Hofstadter – professor in de computerwetenschappen en schrijver van Gödel, Esscher, Bach – heeft ook een vertaling gemaakt van Onegin. In de inleiding legt hij uit dat hij alleen een beetje schoolrussisch kent, maar dat hij na de dood van zijn vrouw de strofen van Onegin uit het hoofd begon te leren om zichzelf te troosten. Na enkele maanden was dat memoriseren niet genoeg meer en begon hij te vertalen. En omdat hij weinig van Poesjkin afweet – hij weet bijvoorbeeld niet dat diens manuscripten vol staan met getekende vrouwenvoetjes – gelooft hij dat de dichter bij ‘noga’ aan ‘benen’ dacht.*** ’t Is meteen een manier om zich van andere vertalers te onderscheiden en dat is ook iets waard. ‘Pushkin,’ schrijft Hofstadter, ‘is referring just as plausibly to “legs” as to “feet”. Indeed every single Russian friend whom I have consulted – mostly female I might add – has been absolutely convinced that “leg” and not “foot” is what Pushkin had in mind.’ Je zou daar kunnen op antwoorden dat Nabokov en Toergenjev, toch ook Russen, in hun vertaling wél ‘voet’ gebruikten.
     Hofstadter vindt de ‘voet’-vertaling ‘slightly puritanical’. Hij presenteert Poesjkin, zegt hij zelf, als een ‘leg man’*** en daarom vertaalt hij  ‘noga’ op verschillende manieren– limbs, legs, feet, ankle, thigh****. Hij spreekt van een ‘whole spectrum of words that run admiringly up and down milady’s limb, all the way from top to bottom.’
     Ik heb er verder niets mee te maken, maar ik vind ‘voetjes’ mooier.



* Zou Beyen mij echt gevousvoyeerd hebben? Zo herinner ik het mij toch.
**  In het Nederlands spreken wij van de ‘poot’ van een poes, terwijl het Engels een onderscheid kan maken tussen haar ‘leg’ en haar ‘paw’.

*** Nabokov noemt de vijf strofen ‘the pedal digression’. Iemand noemde Hofstadters versie een ‘iambic diversion’. Hoe goed moet een Amerikaan zijn Frans kennen en op de hoogte zijn van versificatie om die woordspeling te smaken? Hofstadter beledigt  trouwens door zijn keuze het grote Rusland en zijn inwoonsters als hij schrijft : ‘You’ll find in Russia three or fewer / Well-tapered pairs of legs.’ Met ‘voetjes’ vervalt naar mijn smaak de belediging. ‘Maar fijngevormde voetjes komen / In Rusland zelden voor – misschien / Kreeg ik er drie paar van te zien.’ Boland kreeg dan ook de grote Poesjkinprijs, en Hofstadter niet – prijs die Boland overigens weigerde omdat hij die uit handen van Poetin had moeten ontvangen.

**** De dansende dij van Terpsichore? Honestly?