Oscars
Met het oog op de Oscars hebben we zondagavond gekeken naar Sinners, dat ikzelf al gezien had, en maandagavond naar Marty Supreme. Sinners kreeg vier grote Oscars, en Marty Supreme geen enkele. Het had natuurlijk omgekeerd moeten zijn. Wel ben ik blij dat ‘Beste cinematografie’ niét naar Frankenstein is gegaan, en ‘Beste Geluid’ wél naar F1 The Movie. Dan had die laatste film toch iéts gekregen. Ik heb hem met plezier twee keer kort na elkaar gezien, maar een derde keer was er te veel aan: te ging te veel over autoracen.
One Battle After Another heb ik nu gisteren ook een tweede keer gezien. Ik heb nu beter kunnen zien hoe die baanbrekende autoachtervolging gemaakt is. Verder was ik vooral onder de indruk van mijzelf, dat ik mij na vijf maanden de film nog zo goed herinnerde. Als ik een film na vijf maanden opnieuw zie, zijn minstens de helft van scènes weer compleet nieuw voor mij. En na een jaar is ongeveer alles nieuw.
En nu het over mijn falend geheugen gaat. Een paar weken geleden kwam mijn zoon logeren. Fijn dacht ik, dan kunnen we samen naar Sentimental Value kijken. Maar dat plan ging niet door. ‘Maar papa, die film hebben we een maand geleden gezien.’ Toen wist ik het ook weer: een eerste keer gezien met mijn zoon en een tweede keer gezien met mijn vrouw.
Dié film had natuurlijk wel wat meer mogen krijgen dan alleen ‘Beste Buitenlandse Film’.
Peaky Blinders: The Immortal Man
‘Peaky Blinders-film verwent de fans, maar overstijgt de serie niet,’ bloklettert De Standaard (23/3). Verwent de fans? Mijn vrouw is fan. Na het bekijken van The Immortal Man zei ze: ‘Slechtste film ooit.’
Chalamet en Dylan
Ik heb ondertussen drie keer A Complete Unknown gezien. Tussendoor heb ik ook de Dylan-documentaire van Scorsese gezien: No Direction Home. Dylan viel wat tegen vergeleken met Chalamet. Zoals Patton moest tegenvallen vergeleken met George C. Scott, bedacht ik mij. Ik heb een paar filmpjes met de echte Patton op Youtube bekeken, en inderdaad, de man heeft charisma, maar minder dan Scott. En dankzij die filmpjes weet ik nu ook eindelijk waarom de Slag om de Ardennen in het Amerikaans ‘The Battle of the Bulge’ heet.
Harrison Ford in Shrinking
Ben ik nu de enige die vind dat Harrison Ford zijn beste rol pas speelde toen hij de 80 voorbij was, in de dramedy-serie Shrinking?
De geseksualiseerde non in films
In de marge van de ‘Sancta’-controverse publiceert De Standaard (8/4) een stuk over films die kloosterzusters als seksuele wezens voorstelden: Story of a Cloistered Nun, The Nun and the Devil, Behind Convent Walls, Black Narcissus, Viridriana, Benedetta … Alleen de twee laatste films heb ik gezien.
Een titel die jammerlijk ontbreekt maar die begin de jaren 70 een groot succes was in Vlaamse bioscopen was De non en haar kind. Ik heb de film niet gezien, maar heb altijd bewondering gehad voor de marketeer die de Vlaamse naam bedacht heeft voor het belegen Spaanse melodrama El derecho de nacer. Zowel de socialistische bakker als de pilaarbijtende verkoopster van lederwaren, die anders nooit naar de bioscoop gingen, wilden weten hoe dat zat met dat kind en met die non.
Het stuk in de Standaard gaat ook in op The Devils (1971) van Ken Russell. Blijkbaar heeft de censuur toen een scène geschrapt over nonnen die zich collectief bevredigden op een levensgrote Christus aan het kruis. Zo’n censuur heeft een positieve kant. Mijn katholieke vader – der Raimund ist sehr fromm, zei zijn Zwabische hospita tijdens de oorlog – mijn katholieke vader dus was erg onder de indruk van die film. ‘Indrukwekkend,’ zei hij. Nochtans bevatte de film ook zo al veel choquerende scènes. Maar was de achteraf gecensureerde scène weerhouden gebleven, dan had hij daar anders over gedacht.
De serie waarin het huwelijk wordt ‘gesloopt’
De recensie in De Standaard (8/4) over Something Very Bad Is Going to Happen heeft mij overtuigd: ik zal de serie een kans geven. Recensent Marijn Lems begint zijn commentaar met een gevoel dat ik ook ken:
Soms zie je een serie die door andere critici zo verkeerd begrepen is, dat je hun ongelijk wel van de daken zou willen schreeuwen.
Ja, dat gebeurt, ik heb dat ook wel eens voor, alhoewel ik toevallig over Something Very Bad enkele heel lovende recensies gelezen had, zoals die op Roger Ebert.com. Ook ben ik door Lems wat bang geworden want hij schrijft dat de reeks ‘heilige huisjes zoals het huwelijk sloopt tot er niets van overblijft’, terwijl ik hoop dat er van mijn eigen huwelijk binnen enkele jaren nog altijd iets zal overblijven. Lems schrijft ook dat
de metaforische nadruk ligt op het verborgen geweld dat vaak achter de huwelijken van onze ouders en grootouders schuilgaat.
Van andere ouders en grootouders weet ik het niet, maar als het over de huwelijken van mijn ouders en grootouders gaat, hebben ze dat geweld inderdaad goed verborgen gehouden. Of misschien denkt Lems wel aan mijn generatie en mijn huwelijk, want ik heb de leeftijd bereikt dat ik best zijn vader zou kunnen zijn. Dát geweld heb ik zelfs voor mijzelf verborgen kunnen houden.
Iets helemaal anders. Lems schrijft dat het ‘geniale’ van de reeks is dat ze lang ‘in het midden houdt of de angsten reëel of ireëel zijn.’ Maar daar is niets geniaals, of zelfs maar origineels, aan. Die langgerekte dubbelzinnigheid is een wezenskenmerk van wat de Fransen ‘le fantastique’ noemen, en waar een groot deel van het horror genre onder valt. Denk voor een klassiek voorbeeld aan Rosemary’s Baby.
Love & Death
De miniserie Love & Death vertelt, zoals wel meer series, een waargebeurd verhaal. Dat heeft enkele voordelen. In dit geval spelen de dramatische feiten spelen zich af in kleinsteeds Texas en we krijgen zaken te zien die in een verzonnen scenario niet gemakkelijk een plaats zouden krijgen. We zien in films wel eens dat een Amerikaans gezin bidt voor het eten, of op zondag naar ter kerke gaat, of de kwestie van de godsdienst is het hoofdthema van de film. Maar hier is het motief van de godsdienst tegelijk bijkomstig en breed uitgewerkt. De hoofdpersonen zijn allemaal nauw betrokken bij het kerkleven: ze zingen in het koor, ze zorgen voor de financiering, ze bespreken de bouw van een nieuwe kerk, ze maken zich zorgen over de concurrentie met andere kerken … En ze beantwoorden niet aan het traditionele beeld van de Bible Belter. Het gaat om een vrouwelijke dominee, een gedreven advocaat, een doctor in de Wiskunde, een overspelige vrouw zonder schuldcomplex, enzovoort. Er zijn volleybaltoernooien tussen de Methodisten en de Lutheranen
Bij de verfilming van zulke waargebeurde verhalen rijst een ethische vraag. Jesse Plemons speelt de rol van een, zoals mijn vrouw het verwoordde, ‘lul aan wie het talent van Plemons verspild is.’ Maar de brave man, die duidelijk geen vlieg kwaad zou doen, leeft nog. Kun je hem dan zo ongenadig als een lul voorstellen in een serie? Mijn vrouw dacht dat het geen probleem zou zijn. Als hij echt zo gevoelsarm is als hij in de serie wordt voorgesteld, dan zal het hem niet zoveel kunnen schelen hoe hij wordt voorgesteld, zolang de feiten maar niet worden verdraaid.
Een Irritant personage in Servant
Films en boeken hebben een streepje voor als ze erin slagen om sympathieke personages neer te zetten. Maar bij de regel horen een aantal uitzonderingen. Een interessante slechterik kan op zijn manier sympathiek zijn, want dan krijg je een ‘man you love to hate.’ In een komedie kun je aan de slag met irritante nevenpersonages zoals Carmen in F.C. De kampioenen. En in een hálve komedie als Marty Supreme kun je een irritant hoofdpersonage kwijt als hij voldoende redeeming qualities heeft. Maar in Servant, een horrorserie van Night M. Shyamalan, zag ik nu iets wat ik nog niet gezien had: een irritant hoofdpersonage, de moeder, zonder redeeming qualities, en zonder dat je, telkens als ze in beeld is, hoopt op een snelle overgang naar een scène waarin ze niet meespeelt.
Elvis Presley-films
Ik heb in de jaren zestig heel wat Elvis Presley-films gezien. In Fun in Alcapulco (1963) moest Elvis zijn angst overwinnen om te duiken van een hoge rots en in Kissin’ Cousins (1964) had hij een blonde neef die als twee druppels water op hem geleek. Meisjes van 15 en 16 kwamen massaal naar die films kijken omdat ‘hij’ meespeelde. Een van die meisjes legde mij uit waarom Elvis niet getrouwd was: zo kon ze blijven dromen dat hij ooit met háár zou trouwen. Zelf vond ik die films niet zo bijzonder, die muziek sprak mij niet aan, maar ik was wel telkens opgewonden: omdat er een acteur in meespeelde van wie ik de naam kende, en omdat er iets ongeoorloofds gebeurde. Elvis was eigenlijk een zanger en toch speelde hij mee in een film. Dat gevoel dat er iets ongeoorloofds gebeurde had ik nog sterker toen de film Tintin et les oranges bleues (1964) uitkwam. Kuifje was een stripverhaal, en nu was het een film. Ik was doodzenuwachtig toen de film begon.
Macbeth-verfilmingen
In 1971 zag ik voor het eerst Macbeth van Polanski. De film bevestigde mij in mijn prille liefde voor Shakespeare-verfilmingen. De leraar Engels had de film ook gezien en vond dat ‘de psychologie van de personages heel grondig was uitgediept.’ Daar ging ik dan weer niet mee akkoord aangezien ik ook toen al tot tegenspreken geneigd was. In elk geval, ik heb de film met de vrij onbekende Jon Finch in de hoofdrol later nog een paar keer gezien, en hoewel Polanski zoals altijd een klein beetje langdradig is, was ik telkens weer gegrepen. Bij alle Macbeth-verfilmingen die ik later op mijn weg vond, heb ik mij verveeld: die met Orson Welles (1948), die met Michael Fassbender (2015), die met Denzel Washington (2021). Bij twee van de drie ben ik in slaap gevallen, en moest ik de film terugspoelen. Ik zie nu op IMDB dat er ook een Macbeth-verfilming is met Ralph Fiennes. Ik kijk er naar uit om die te zien. Fiennes was heel goed in de rol van Coriolanus (2011)*.
* Ik vroeg aan ChatGPT in welke Shakespeareverfilmingen Fiennes allemaal meespeelde. Ik kreeg, naast Coriolanus nog twee andere titels: ‘Hamlet (1996): Fiennes speelt hier niet Hamlet, maar Claudius, de koning en antagonist. The Tempest (2010): hier speelt hij de mannelijke versie van Prospero, tegenover Helen Mirren die Prospera vertolkt.’ Onzin natuurlijk. Ik heb die films gezien. Claudius wordt vertolkt door Derek Jacobi, en Hellen Mirren staat er alleen voor als Prospera. Je vraagt je af wat er in dat hoofdje van ChatGPT omgaat. Die Claudius, tot daar aan toe, maar die Prospero naast Prospera, waar komt dat vandaan