Telkens als er een ‘Nobelprijs’ Economie wordt toegekend, probeer ik een heel klein beetje te begrijpen welke ontdekking de winnaar of winnaars van dat jaar hebben gedaan. Dit jaar ging de prijs naar Robert E. Hall en Michael Woodford. Ze worden beschouwd als de grondleggers van de Nieuw-Keynesiaanse school, en als de naam Keynes valt, worden wij, van de Oostenrijkse school, achterdochtig.
Keynes, dat is bekend, legde graag correlaties tussen globale grootheden, met als bekendste voorbeeld het overband tussen inflatie en werkloosheid: hogere inflatie leidt tot lagere werkloosheid en omgekeerd. Maar werkloosheid is een kwestie van miljoenen individuele beslissingen van bedrijven, van werknemers en van werklozen. En hier komen de Nieuw-Keynsianen op het toneel door die individuele beslissingen nader te bekijken, vooraleer ze op te tellen tot globale grootheden.
Hall, met name, werkte verder op een hypothese van Milton Friedman: die van het ‘permanente inkomen’. Mensen baseren hun uitgaven niet zozeer op hun inkomen – de tering naar de nering zetten – maar op hun verwacht inkomen op langere termijn. Hall formuleerde de hypothese preciezer, zodat ze statisch kon worden getoetst. Om de toekomstige consumptie te voorspellen moet je kijken naar de huidige consumptie, niet naar het huidige inkomen, omdat de huidige consumptie al rekening houdt met het verwachte inkomen. Of preciezer: de huidige consumptie voorspelt de toekomstige consumptie; het huidige inkomen verbetert die voorspelling niet. En of dat waar is kan worden nagegaan aan de hand van statistieken uit het verleden waarin de evolutie van de consumptie en van de inkomens met elkaar worden vergeleken (samen met veel andere gegevens).
Volgende maand gaat mijn vrouw met pensioen. We verwachten een daling van ons gezamenlijk inkomen. We zijn nu al onze consumptie aan het aanpassen. Maar omdat we helaas niet helemaal rationeel zijn, en niet zo goed in cijferen, zullen we het toch eerst moeten ondervinden welk consumptieniveau bij ons nieuwe inkomen past, door onze zichtrekening in de gaten te houden. Het model van Hall is ingenieus, maar mijn vrouw en ik passen er niet helemaal in. Maar dat er in de samenleving veel zulke misfits rondlopen, dat zal de econoom ook wel geweten hebben.
Een andere vraag is of zo’n ontdekking praktisch nut heeft. Kan de overheid er conclusies uithalen over het afbouwen, het uitbreiden of het verfijnen van staatsinterventie in de economie? Of is het meer iets zoals ontdekkingen in de fysica die ons – dat wil zeggen een handvol geleerden die slim genoeg zijn om ze te begrijpen – beter inzicht verschaffen in de bouwstenen van de natuur? Dát weet ik niet.
Clericks Weblog
Op de fiets valt je van alles te binnen ...
woensdag 28 oktober 2026
Nobelprijs voor Nieuw-Keynesianen
De toekomst van de sociale zekerheid
De noodzakelijke besparingen
Een linksliberaal heeft een dubbelzinnige houding tegenover de huidige problemen van de sociale zekerheid. Hij aanvaardt de besparingen die zich vanuit de economische realiteit opdringen. Als teveel mensen die niet echt werkzoekend of écht ziek zijn – dat is niet gemakkelijk om uit te maken – een uitkering krijgen als werkloze of als langdurig zieke, dan moet daar iets aan gebeuren. Dat is de bottom line. Karel Verhoeven bijvoorbeeld schrijft (DS 13/10):
Solidariteit vereist inderdaad dat steun genereus is, maar zo precies en tijdelijk mogelijk. Deze regering trekt de hekken op zowel voor werkloosheid als voor langdurige ziekte. Dat moest gebeuren.
Dat is de liberale conclusie. Maar daar moet flink wat linkse saus over het gebrek aan ‘perspectieven’ voor de ‘meest kwetsbaren’ die onvoldoende geholpen worden met trajecten. Er moet een sneer worden gegeven aan Sammy Mahdi die mensen wil verplichtenaan het werk te gaan. En de positieve gevolgen van de hervorming moeten zoveel mogelijk geminimaliseerd worden.
Zo levert een hervorming die werklozen massaal zou dwingen te werken, de zeer bescheiden winst op van 5 procent extra uitstroom naar werk, becijferde de VDAB.
Maar die vijf procent moet eigenlijk vijf procentpunt zijn. De VDAB heeft inderdaad onderzocht wat er met langdurige werklozen gebeurde nadat de meesten van hen hun uitkering verloren.
Uitstroom naar duurzaam werk: 17 %
Uitstroom naar ziekte: 21 %
Ontvangen een leefloon: 19 procent
Die uitstroom naar duurzaam werk was vóór de hervorming 12 % en is nu dus 17 %. Dat is inderdaad een stijging van 5 procentpunt, maar als ik het succes maximaal wilde voorstellen, had ik dat een stijging van 40 % genoemd.
Verhoeven betreurt dat de mensen die hun werklozensteun of ziekte-uitkering verliezen nu in het ‘Belgische labyrint’ terechtkomen. Daarmee bedoelt hij dat ze van uitkeringsysteem veranderen. Voor de steden en gemeenten die de OCMW’s moeten financieren is dat een probleem, maar voor de steuntrekkers ben ik er gerust in: de meesten zullen hun weg in het labyrint wel vinden die naar de OCMW-uitkering leidt. Ik zie ook geen alternatief voor die uitkering. Je kunt die mensen niet laten omkomen van de honger. En zolang die uitkering wel bestaat, zal een deel van de steuntrekkers de voorkeur geven aan de lage uitkering zonder werken boven een hoger loon mét werken.
Geld halen bij de bedrijven
Voor authentiek links, zoals ABVV-voorzitter Bert Engelaar zit het anders in elkaar. Door allerleid rechtse maatregelen heeft de staat zelf de tekorten gecreëerd waardoor de sociale zekerheid in de problemen komt. Er zijn kortingen doorgevoerd op de patronale bijdragen en loonsubsidies. ‘In de privé-sector lopen die dit jaar alleen al op tot ruim 16 miljard,’ schrijft hij in een opiniestuk (DS 13/10).
Engelaar is wel zo voorzichtig om de conclusie van zijn redenering niet helemaal helder te formuleren: alles kan worden opgelost door zwaardere fiscale en parafiscale lasten op de bedrijven. Dan heeft De Wever meteen 16 miljard, in plaats van de 10 miljard die hij zoekt.
Nu, misschien moeten de slecht draaiende bedrijven worden ontzien om geen golf van afdankingen te krijgen, maar de bedrijven die winst maken, die moeten eraan geloven. ‘De netto-winstmarges stegen van 7,4 procent in 2013 naar 10 procent vandaag,’ schrijft Engelaar verontwaardigd. Het is zonde dat ik het zeg, maar ik heb meer sympathie voor de PVDA-propaganda om de vermogens extra te belasten dan voor de ABVV-propaganda die de succesvolle bedrijven extra wil belasten.
Pieter Termmermans van het VBO heeft geantwoord op Engelaar (DS 14/10) en meteen een aantal andere cijfers naar voren geschoven die aannemelijk maken dat besparen op uitgaven (en sociale zekerheid) meer voor de hand ligt dan bedrijven belasten.
- de primaire uitgaven van de staat zijn sinds 2000 gestegen van 42 % naar 52 %van het BBP
- de inkomsten van de staat zijn sinds 2000 gelijk gebleven: 49 % van het BBP
- de winstmarges na investeringen en belastingen zijn sinds 1995 gedaald van 8,2 % naar 7,3 % nu.
De vergrijzing en het scholierenprotest
Nial Fergusson schreef deze week een boeiend stuk in The Free Press over de protesterende jeugd in Frankrijk, Spanje en Brussel. Ook hij brengt de sociale zekerheid ter sprake
Zoals welbekend heeft Europa een relatief genereuze sociale zekerheid, met meer belastingen en herverdeling dan in de Verenigde Staten. Alleen zijn die systemen destijds ontworpen voor samenlevingen met 2,5 kinderen in plaats van 1,25 per gezin, en met een levensverwachting van 62 in plaats van 79 jaar. Op enkele uitzonderingen na zitten die modellen in de vroege fase van een steile duik in de insolvabiliteit.
Waar ik Fergusson niet kan volgen is als hij vervolgens een verband ziet tussen deze pijnlijke situatie en de jongeren die op straat komen. De jongeren zouden, volgens die redenering, vaag moeten aanvoelen (are dimly aware but dont appear to understand) dat zij de klos zijn, dat ze de sociale zekerheid voor oma en opa zullen moeten betalen.
Maar zelfs zo’n vaag aanvoelen lijkt mij een onnodige hypothese. Journalisten, sociologen en historici zijn altijd geneigd om straatprotest te rationaliseren. Ze doen dat door op zoek te gaan naar een eisenprogramma, of naar dieper liggende motieven. Soms is dat terecht. Niets gebeurt in het luchtledige.
Maar men mag het ook niet te ver zoeken. Op straat komen om te protesteren (of om te vernielen) kan ook gewoon leuk zijn. Het enige wat men nodig heeft om op straat te komen is een voorbeeld, een aanleiding, een excuus en de belofte van opwinding. Natuurlijk helpt een atmosfeer van ontevredenheid, het gevoel van ‘being screwed’. Nogal wat jongeren zijn heel ontevreden dat ze naar school moeten gaan, en een verdubbeling van het Onderwijsbudget zou daar niet veel aan veranderen.
* Het stuk van Ferugusson kan hier worden opgehaald.
dinsdag 27 oktober 2026
Straatgeweld in Frankrijk, e.a.
De ‘legitieme eisen’ van de Franse jeugd
Ik krijg de hik als iemand op de televisie het cliché gebruikt als zouden de vreedzame manifestanten opkomen voor ‘legitieme eisen’. Dát men vreedzaam betoogt is inderdaad legitiem, maar de eisen waarvóór men betoogt zijn wat mij betreft pure waanzin. Er is niets legitiems aan eisen om grotere uitgaven van een staat die bijna failliet is in een land met een stagnerende economie.
Overigens begrijp ik waar het cliché van de legitieme eisen vandaan komt: een mens wil graag de nuance opzoeken, en hij meent die te vinden in het maken van een of andere onderscheid, bijvoorbeeld in dat tussen de vreedzame betogers en de geweldenaars. Dat is een terecht onderscheid; helaas om het in de verf te zetten gaat men ongemerkt een stap te ver. Ik weet niet of die drogreden een naam heeft, maar je komt hem vaak tegen. Men maakt een onderscheid, en men denkt dat het onderscheid zelf een argument is, in dit geval dat de vreedzame betogers, aangezien ze vreedzaam zijn, wel legitieme eisen móeten hebben.
Aangezien die respons zo vaak voorkomt, zouden de vreedzame betogers eigenlijk moeten hopen dat er zich zoveel mogelijk relschoppers aansluiten: des te luider hoor je dan de genuanceerde roep om enerzijds het geweld te veroordelen en anderzijds respect op te brengen voor de eisen.
Maar nu voel ik zelf de nood aan nuance in mij opkomen. In werkelijkheid is het zo dat geweldexcessen in de marge van een vreedzame betoging een dubbel effect hebben: voor sommige toeschouwers worden de eisen door het geweld gediscrediteerd, voor anderen worden ze indirect gelegitimeerd.
En nu ik toch aan het nuanceren ben: misschien zouden we wel kunnen spreken van legitieme wensen. Want dat iemand iets wenst, kun je hem niet kwalijk nemen. Zelf wens ik bijvoorbeeld dat er in de toekomst niet te veel aan mijn pensioen wordt geknaagd. Toch wil ik daar geen eis van maken. Zo’n eis stel je nooit aan de politici, maar aan het deel van de bevolking dat dat pensioen moet betalen.
Legitieme eisen over de pensioenleeftijd
Als de jonge manifestanten per se een legitieme eis willen stellen, zouden ze kunnen vragen om de sociale zekerheid in hun voordeel te veranderen. Het huidige modaliteiten van het pensioenstelsel en de ziekteverzekeringen zijn indertijd uitgewerkt met het oog op een samenleving met veel minder oude en zieke mensen. Het resultaat is dat de jonge werkende bevolking een groot deel van haar inkomen moet overdragen aan de grijsharigen en de kaalkoppen. Maar je ziet op de betogingen geen bordjes met de eis: Hogere pensioenleeftijd, Nu! Zoals de vinnige schrijfster Lionel Shirver het stelt in The Spectator:
Waves of protest have ensured that the state [in France] remains bloated, burdening younger taxpayers with the extreme cost of pensions that still kick in at age 62 – youth’s reaction to which appears to be an eagerness to jump on the same gravy train at the earliest age possible.
Voor de goede orde voeg ik eraan toe dat overdracht van welvaart tussen werkende jongeren en op hun lauweren rustende ouderen onvermijdelijk is in elke samenleving. Ook als de ouderen uitsluitend van hun spaarcenten zouden leven, zouden ze met die spaarcenten producten en diensten te kopen die niet naar jongeren gaan, maar wel door jongeren worden geproduceerd.
Economische stagnatie en sociale eisen
Een heldere analyse van de economische toestand in Frankrijk vindt men in in een stuk van de nogal linksliberale econoom Noah Smith: France and the Limits of Liberalism*. Elchardus vat de kwestie samen in zijn column in De Morgen*: wie beweert dat er ruimte is voor een ruimer sociaal beleid bedriegt het publiek. De economische stilstand in Europa kan maar doorbroken worden door productieve investeringen van de privé-sector of de overheid. En wie meer wil investeren, moet minder consumeren.
Elke stap in de juiste richting betekent op korte termijn minder welvaart, minder welzijn, minder cultuur, minder erfgoed, minder groei in de gezondheidszorg, minder pensioen, hogere lasten...
Islamogauchisme: verschillende betekenissen
De draad op Facebook onder mijn vorige stukje over islamogauchisme bewijst hoe moeilijk het is om over een meerzinnig, polemisch gebruikt woord te discussiëren. Je hebt dat ook met begrippen als neoliberalisme, extreemlinks, islamisme … Zelfs woorden die alleen maar in de omschrijving van het begrip islamogauchisme worden gebruikt, zoals ideologie, convergentie, samenwerking en toenadering, zorgen al voor problemen. Men moet al van heel goede wil zijn om de argumenten op hun betekenis en niet op hun onvermijdelijke dubbelzinnige verwoording te beoordelen, en meestal is goede wil niet de belangrijkste drijfveer om te twisten over politiek.
Naar het voorbeeld van een woordenboek, heb ik hieronder een aantal mogelijke betekenissen van het begrip islamogauchisme opgesomd. Bij elk van die betekenissen kan men zich de vraag stellen of de bewuste term wel het goed gekozen is. Dat is een onbelangrijke kwestie. Men kan zich daarentegen ook belangrijke vragen stellen: of ze een reëel dan wel denkbeeldig verschijnsel beschrijven, of het beschreven verschijnsel marginaal dan wel zwaarwichtig is, en of het verschijnsel als positief, als onschuldig dan wel als nefast moet worden beoordeeld. Daar gaan we. De opgesomde betekenissen of verschijnselen sluiten elkaar niet uit. Sommige krijgen slecht in combinatie hun volle draagwijdte.
- Er bestaat een geheime samenzwering tussen islamisten en extreemlinks
- Er vindt een fusie plaats tussen de ideologie van het islamisme en het gauchisme
- Extreemlinks en islamisten werken systematisch samen in een ‘eenheidsfront’
- Extreemlinks en islamisten werken bewust samen rond bepaalde thema’s
- Links spant zich in om bepaalde typische eisen van de moslimgemeenschap te realiseren
- Links neemt een positieve houding aan tegenover verdere moslimmigratie
- Linkse partijen doen aan cliëntelisme onder de moslimgemeenschap om electoraal te scoren
- Extreemlinkse partijen proberen prioritair te rekruteren onder de moslimgemeenschap
- Extreemlinkse partijen volgen een strategie van straatmobilisatie met in de slipstream daarvan geweld van moslimjongeren
- Extreemlinks vergoelijkt straatgeweld van moslimjongeren door te wijzen op hun gerechtvaardigde frustraties of door eenzijdig de nadruk te leggen op het politiegeweld
- Extreem-linkse ‘anarchisten’ vechten zij aan zij met apolitieke moslimjongeren tegen de politie
- Links stimuleert victimisme en nihilisme onder de moslimmigranten door racisme als verklaring te geven van hun precaire positie (bijvoorbeeld in het onderwijs)
- Links verspreidt een wereldbeeld waarbij het Westen de historische en actuele onderdrukker is van de moslimwereld
- Bijvoorbeeld: extreemlinks radicaliseert haar anti-Israëlstandpunt, komt zo tegemoet aan de publieke opinie binnen de moslimgemeenschap en ‘importeert’ op die manier een conflict uit een explosieve regio
- Links levert in op haar traditioneel secularisme om de moslimgemeenschap ter wille te zijn
- Bijvoorbeeld: links remt kritiek op de conservatieve islam af door die te veroordelen als islamofobie.
Van (3) – systematische samenwerking tussen gauchisten en islamisten in een eenheidsfront – zul je in Europa weinig voorbeelden vinden. Het dichtst in de buurt komt Samidoun, een pro-Palestijns netwerk dat actief is in Europa, de VS en Canada. Samidoun is verbonden is met het marxistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (FPLP) dat samenwerkt met Hamas. Het FPLP heeft met zijn Abu Ali Mustafa-brigades deelgenomen aan de raid van 7 oktober. Andere voorbeelden zijn individuele Westerse gauchisten die de Hamas-raid goedpraten.
(14) en (15) is een kritiek die je het vaakst hoort van traditioneel linkse mensen. Die noemen islamogauchisme een vorm van ‘regressief' links, terwijl ze zelf vasthouden aan de oude vorm van seculier en progressief links. Dat zijn de mensen die vinden dat niet zijzelf veranderd zijn, maar een deel van de linkerzijde.
Zelf ben ik het meest beducht voor (6) omdat een verdere moslimmigratie (via illegaliteit, asielprocedures en gezinshereniging) de nu reeds moeizame integratie verder zal bemoeilijken.
Sammy Mahdi en het islamo-nihilo-gauchisme
In het kader van het de straatrellen maak ik mij verder zorgen om de hierboven vermelde punten (9), (10), (11), (12) en (13). Op de Zevende Dag van 25 oktober kreeg Sammy Mahdi een vraag over het straatgeweld. Hij zag het islamogauchisme als
een verbond tussen extreem-links, en mensen met een migratie-achtergrond die het gevoel hebben dat ze niet tot de samenleving behoren en die meegezogen worden in dit verhaal en die zich verzetten tegen de samenleving waar ze in principe alles aan te danken hebben.’
Ik ben het met hem eens. Dat is daarom geen formeel of bewust nagestreefd verbond. Je zou kunnen spreken van islamo-nihilo-gauchisme, waarbij het nihilisme de schakel vormt tussen twee verschillende groepen die niets verwachten van de liberaal-democratische samenleving.
Links begrip voor het straatgeweld
Geraard Goossens heeft op zijn Facebook-pagina een paar fraaie citaten verzameld van revolutionaire sympathisanten. Het zijn echo’s van wat ik in mijn PVDA-tijd te horen kreeg en zelf ook verkondigde. Alleen zeggen of schrijven de huidige PVDA-leiders zoiets niet meer. Maar of ze zoiets denken, weet ik niet. Het zou mij toch verwonderen dat ze minder revolutionair dan een Franse successchrijver, een Oostendse leraar die FB-stukjes post, en een activistische film- en theatermaker.
De Franse schrijver Edouard Louis, lees ik op Wikipedia, is zelf afkomstig uit een arm gezin. Hij is een vertegenwoordiger van het Franse temperament dat voor zoveel revoluties heeft gezorgd dat ik telkens weer moet opzoeken welke van die revoluties het nu precies is die in Les misérables voorkomt. Louis schrijft:
Wanneer je een arbeider bent, of wanneer je een jonge zwarte of een jonge arabier bent en op straat de hele dag gecontroleerd wordt, een hele de dag vernederd wordt, wanneer je gedood wordt door de politie – Adama Traoré, een zwarte jonge man, werd vermoord om de simpele reden dat hij zwart was – als je daarmee leeft, is het normaal dat je de boel in brand steekt op straat … Wat ik wil zeggen is dat ik er geen enkel probleem mee heb dat men de straten van Parijs in brand steekt en dat men dingen gaat vernietigen, want je moet dit systeem veranderen. En dus, aan politiek doen wil zeggen al dan niet bloed aan je handen hebben. Er is nu eenmaal geen grote revolutie zonder excessen.
Vlamingen zijn daarin braver. Frank D’hanis beperkt zijn allusies op geweld tot de clichés van ‘de vonk die overslaat’ en van veranderingen die ‘niet zonder slag of stoot’ worden afgedwongen. Verder zet hij zijn hyperbolen vooral in voor de beschrijving van de huidige miserabele toestanden.
We laten ons niet langer afbeulen, vernederen, in een onleefbare wereld zetten … Het is op straat dat de vonk voor de verandering zal overslaan. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan.
En Dominique Willaert houdt het bij het neutrale woord ‘verzet’ al heeft hij voor zijn conclusie iets pikanter opgediend.
Zolang het establishment er niet in slaagt om la violence sociale te beantwoorden met herverdelende en sociale maatregelen, zal het verzet alleen maar toenemen. De huidige liberale democratieën in Europa zijn immers een systeem dat door en door rot is.
‘De liberale democratieën die door en door rot zijn’ … hoe groot is niet de verleiding om nu te verwijzen naar een bepaald discours dat in de jaren 30 in de mode was.
Extreemlinks
In het gewone taalgebruik noemen we VB ‘extreemrechts’ en PVDA ‘extreemlinks’. Helemaal rechtvaardig is het niet want dezelfde woorden worden gebruikt voor politiek-geïnspireerde gewelddadige groepen. Veel van de relmakers in Brussel en Luik zijn in een redelijke definitie extreemlinks te noemen, zonder dat ze iets met de PVDA te maken hebben. En toch vergeet men vaak – met opzet – om dat onderscheid te maken. Anderzijds doet PVDA zelf onvoldoende om zich van de relmakers te onderscheiden. Ook daar had Sammy Mahdi op de Zevende Dag een punt. In plaats van flyers uit te delen, zei hij, die uitlegden wat je rechten tégen de politie waren, konden ze beter flyers uitdelen die opriepen om de bevelen van de politie op te volgen.
Categorieën van manifestanten
Je kunt bij de straatrellen vooreerst een a priori onderscheid maken tussen
- Vreedzaam gewelddadig
- Politiek apolitiek (‘voor de kick of voor de plunderingen’)
- Gematigd extremistisch
- Autochtonen allochtonen.
De grens tussen ‘gematigd’ en ‘extremistisch’ is een politieke kwestie: voor mij zijn al die manifestanten – ook de vreedzame – minstens in enkele opzichten extremistisch. De grens tussen autochtoon en allochtoon lijkt mij dan weer een kwestie van definitie. Cossaer vind het belangrijk om een goed onderscheid te maken tussen ‘wonende in een banlieu’, ‘van migratieachtergrond’, ‘immigrant’ en ‘buitenlander’. Ik til daar minder zwaar aan, en gebruik ‘allochtoon’ hier als afkorting voor ‘van migratieachtergrond’.
Als je de bovenstaande vier onderscheidingen met elkaar combineert, bekom je 12 categorieën. Sommige categorieën zullen heel groot zijn, zoals vreedzaam+autochtoon+politiek. Andere categorieeën zullen zo goed als leeg zijn, zoals vreedzaam+autochtoon+apolitiek. Als iemand apolitiek en vreedzaam is, met andere woorden noch geïnteresseerd in politieke eisen, noch op zoek naar kicks en plunderingen, waarom zou zo iemand dan een vrije dag opofferen om te gaan manifesteren?
Interessant is de discussie over de categorie gewelddadig, omdat die bij de rellen in Frankrijk zo groot was. Volgens een speculatie in De Standaard bestond die vooral uit enerzijds autochtoon+extremistisch-politiek (de black blocks die vechten tegen de politie) tegenover allochtoon+apolitiek (plunderaars) anderzijds. ’t Is best mogelijk, maar ik heb op de televisiebeelden in elk geval ook blanke plunderaars gezien.
Heeft de Islam er iets mee te maken?
Toen terroristen dodelijke aanslagen pleegden onder het roepen van ‘Allahoe Akbar’ hoorde je van linkse zijde soms de lachwekkend opmerking: ‘Zoiets heeft niets met de islam te maken.’ Bij straatrellen ligt het evenwel anders. Zoals Lode Cossaer zich op Substack terecht afvraagt: ‘Waarom zou Islam ertoe leiden dat iemand Sephora, Nike of Chanel leegrooft?’ Wat is hier het ‘causale mechanisme’? Dat zijn zinnige vragen. Een bepaalde versie van de Islam kan inderdaad tot aanslagen inspireren – dat weten we – maar bestaat er ook een versie die tot plunderingen aanzet? En zo ja, kennen de jongeren die versie? Hebben die jongeren dat gehaald uit hun vlijtige studie van de Koran? Hebben ze zoiets gehoord in de moskee?
Daarna vraagt Cossaer zich nog iets anders af: ‘Waarom zien we hetzelfde opportunistische plunderingsgedrag bij rellen in totaal andere religieuze contexten?’ Dié vraag zet mij aan het denken.
Er zijn in de Westerse wereld na de Tweede Wereldoorlog allerlei onlusten geweest: half-insurrectionele arbeidersbetogingen, de studentenrevolte van 1968, de zogenaamde wilde stakingen en fabrieksbezettingen van de jaren 70-80 … maar als we specifiek denken aan oproer met vernielingen en plunderingen denk ik toch in de eerste plaats aan de rassenrellen in de VS (1967, 1992) en die in de Parijse voorsteden (2005 en 2023). Dat waren rellen die minstens gedeeltelijk over identiteit gingen, waar die in de VS werd afgebakend door huidskleur en die in Frankrijk door migratie-achtergrond en religie. Dan zou ik in dat laatste geval de religieuze entiteit niet zomaar afschrijven als een mogelijk, zij het indirect, ‘causaal mechanisme’.
Mijn hypothese is dan de volgende: natuurlijk zijn andere ingrediënten nodig om tot de cocktail van plundering en vernietiging te komen: armoede, hormonen, adrenaline, generatieconflict, algemeen maatschappelijk onbehagen, het gevoel van slachtoffer te zijn, enzovoort. Maar de cocktail wordt bijzonder explosief als er een identitair element bijkomt: bijvoorbeeld: het idee van tot de moslimgemeenschap te behoren, en niet tot de Franse natie. Ik laat hierbij in het midden of dat identitaire gevoel alleen voortkomt uit racisme van buiten en victimisme van binnen de gemeenschap, dan wel of het zich ook nog eens wortelt in een religieuze traditie van zich af te zonderen van de kafirs (Koran 3:28, 5:51, 6:1).
Het is niet onmogelijk mijn hypothese aan te vallen in de flanken. Wat als blijkt – wat best mogelijk is – dat de plunderaars geen onderscheid maken tussen moslimwinkels en de winkels van ongelovige honden? Wat als blijkt dat de meerderheid van de plunderaars behoort tot de minderheid die nooit naar de moskee gaat, zich op anonieme enquêtes atheïst noemt, varkensvlees eet, en zusters en moeders heeft die onbedekt op straat rondlopen? Dan wordt het hypothetische causale mechanisme wel erg indirect.
De PVDA en de islam
Ik was laatst op het Manifiesta-evenement van de PVDA. Behalve dat er nu véél meer volk was, geleek de sfeer en het publiek erg op wat ik gekend heb 40 jaar geleden op de 1-meifeesten van de partij. Het grote zichtbare verschil was dat er nu veel meer vrouwen rondliepen met hoofddoeken. Ik geef toe dat ik daardoor licht gechoqueerd was. Ik moest mijzelf streng toespreken om niet aan islamo-gauchisme te denken: ‘Wat je hier ziet, Clerick, is niets meer of niets minder dan wat je ook elders op straat en op de bus ziet.’
* Het artikel van Noah Smith staat hier: France and the limits of liberalisme. Het stuk van Elchardus vindt men (hier of hier).
donderdag 22 oktober 2026
Islamogauchisme
In De Afspraak van vorige maandag gebruikte Mia Doornaert een vies woord: islamogauchisme. Het hoort bij de woorden die je in een beschaafd gezelschap beter niet gebruikt zoals omvolking, islamisering en wokisme. Is het beschaafde gezelschap bovendien geleerd, dan kun je ook beter zwijgen over cultuurmarxisme.
Doornaert zat aan tafel om van gedachten te wisselen over de straatrellen in Frankrijk. Naast en tegenover haar zaten Frankrijkkenner Frederik Dhont, criminoloog Joseph El Bacha en extremisme-expert Christophe Bush. De criminoloog vertelde wat je van een criminoloog kunt verwachten: repressie was niet genoeg, je moest ook naar de jongeren luisteren. Mij goed, zolang ik dat maar niet moet doen. Bush vertelde wat je van Busch kunt verwachten: dat de deelnemers aan de straatacties in drie groepen uiteenvielen: een minieme harde keren, een groot aantal meelopers en een overweldigende meerderheid van politiek verantwoordelijke jongeren die voor legitieme eisen op straat kwam. Zo’n a priori indeling had ik zelf ook kunnen maken: in twee groepen, geweldenaars tegenover vredelievenden, in drie groepen zoals Busch, of desnoods in zeven groepen zoals die die Hendrik Vos uit zijn mouw schudde in De Standaard van 20 oktober*. Ik doe dat graag, a priori opdelingen verzinnen, als ik iets voor mijzelf wil verhelderen en weer eens vergeet om verontwaardigd te zijn.
Doornaert vergat niet om verontwaardigd te zijn maar was op haar manier ook verhelderend, met haar mengeling van leuke anekdotes en leuke platitudes. Fransen zouden altijd Fransen blijven**. Die mensen waren vuriger dan wij. Ze sloegen af en toe iets kapot voor ze hadden nagedacht over wat in de plaats moest komen. Ze waren meer gesteld op autoriteit én op rebellie. Ze aanbaden de Republiek, maar ze zagen de staat als een melkkoe. Hun segregatie zat dieper: de périphérique trok een scherpe grens tussen Parijs en de faubourgs terwijl je in Brussel op eenzelfde tram door de mooie buurten en de marginale wijken reed.
Veel van wat Doornaert zei werd door de andere Frankrijk-kenner beaamd. Als Doornaert zei dat de staat een melkkoe was, zei Dhont dat de Fransen ons taboe niet kenden op hogere belastingen; de autoritaire mentaliteit en de segregatie noemde hij ‘verticalisme’, maar toen Doornaert het woord islamogauchisme in de mond nam, sloeg hij de ogen ten hemel.
Een groot bezwaar tegen het woord is dat het lijkt op de nazi-term judeobolsjewisme. Zowel Raoul Hedebouw als Tom Naegels hebben daar op gewezen en in de komende dagen zal de gelijkenis nog veel andere commentatoren opvallen. Polemisch valt hier een sterk argument uit te puren. Toen men in rechtse kringen af en toe het woord Gutmensch gebruikte als vertaling van het Amerikaanse bleeding heart, gingen linkse onderzoekers in de archieven van het Derde Rijk opzoeken of niet een of andere nazi dat woord ook al niet gebruikt had.
Een andere sterke zet is om de term als ‘samenzweringstheorie’ te duiden. Alsof in hotelkamers afspraken doorgingen tussen leden van linkse politburo’s en vertegenwoordigers van het moslimbroederschap. Ik geloof niet dat zulke afspraken bestaan, en Doornaert gelooft dat ook niet. Wie haar voor de voeten werpt dat ze een samenzweringstheorie aanhangt, gebruikt een stropopredenering: men neemt de woorden van de tegenpartij, haakt daar karikatuur aan vast, en gaat dan over tot de weerlegging. Listig is het om daarbij zowel de karikatuur als de weerlegging impliciet te houden. Het woord samenzweringstheorie laten vallen is al genoeg om de tegenpartij in het defensief te drijven. Die moet dan al beginnen met de karikatuur expliciet te maken en daarna op zijn communieziel te zweren dat dat niét is wat hij gelooft. Het is heel moeilijk om zo’n rechtzetting op een overtuigende manier tot een goed einde te brengen.
Tactisch minder sterk, maar inhoudelijk sterker is de bewering dat islamogauchisme geen wetenschappelijke verklaring biedt voor het verschijnsel dat men wil verklaren, in casu het straatgeweld. Lode Cossaer schreef op x.com en in De Morgen (21/10) :
Islamogauchisme is een kleuteranalyse die de test van de wetenschappelijke literatuur niet overleeft. Er is onderzoek gedaan naar de beweegredenen van plunderaars … Het Franse Senaatsrapport over 2023 is duidelijk: 41 procent van de onderzochte veroordeelden gaf een opportunistische motivatie en bij geweld en vernieling verwees 29 procent naar groepsinvloed en 23 procent naar nieuwsgierigheid of adrenaline. Slechts 0,3 procent gaf een ideologische reden op … Dat is overduidelijk asociaal gedrag … Het probleem zit bij sommige jonge, vooral mannelijke groepen die status halen uit geweld, diefstal en confrontatie met de politie***.
Ik ben blij dat de Franse Senaat dat allemaal wetenschappelijk heeft laten onderzoeken en tot dezelfde conclusie gekomen is die ikzelf zónder wetenschappelijk onderzoek getrokken had: dat de vernielingen en plunderingen goed verklaard worden door hebzucht, jeugdig testosteron, adrenaline, kuddegedrag, en zucht naar status. Dat is inderdaad een betere verklaring dan een expliciete ideologie. Het komt mij goed uit dat de veroordeelden die adrenaline etc. hebben aangegeven op de vragenformulieren, en bijvoorbeeld niet ‘mijn godsdienst’ hebben ingevuld bij de vraag naar hun motieven. Ik had niets anders verwacht. Anderzijds denk ik dat de gemiddelde SA-man indertijd evenzeer gedreven werd door adrenaline en zucht naar status, alhoewel hij ongetwijfeld andere motieven had aangekruist als men hem een formulier had laten invullen.
Maar de term islamogauchisme kan op een andere manier worden gebruikt dan als verwijzing naar hotelkamers waar wordt samengezworen of naar een strikt wetenschappelijke verklaring van een actuele gebeurtenis. Mia Doornaert gaf drie voorbeelden van convergentie tussen extreem-links en de moslimgemeenschap****: de verkiezingsalliantie in 2003 tussen de PVDA en Dyab Abou Jahjah, de voortdurende mobilisatie van extreem-links rond Palestina, en de politieke strategie van Mélenchon die zijn revolutionair potentieel expliciet zoekt in de migrantenmilieus, getuige zijn uitspraak van 9 april 2026:
Si vous comptez sur les ouvriers blancs catholiques pour faire le socialisme en France, vous allez attendre un moment, parce que ça n’aura pas lieu*****.
De vormen van convergentie die Doornaert aanhaalt, passen niet in het schema van Lode Cossaer.
![]() |
| Illustratie van Cossaer op x.com |
Cossaer ziet maar twee mogelijkheden een maximale interpretatie van islamogauchisme als zou er ‘een monsterverbond bestaan tussen islam en socialisme om via geweld de communistische sharia te verspreiden.’ Dat is onzin. Er bestaat geen samenzwering en er bestaat evenmin een relevante fusie van de twee ideologieën. Maar Cossaers eigen minimale interpretatie doet evenmin recht aan de werkelijkheid: ‘Sommige linkse politici werken samen met religieuze groepen die de islam een plek willen geven in Frankrijk.’ Cossaer is geloof ik zo’n samenwerking gunstig gezind omdat hij in de strikte Franse laicité een nodeloze beperking van de godsdienstvrijheid ziet******.
De kwestie is echter dat het islamogauchisme past in een andere traditie: die van linkse en ultralinkse partijen die een tijdelijk bondgenootschap aangaan - een eenheidsfront in hun jargon - met islamieten en islamisten om samen tegen de ‘hoofdvijand’ te strijden. Iedereen denkt hierbij aan de Iraanse revolutie van 1978 toen de communistische Tudeh-partij en de linkse Moedjahedin de ayatollahs voor hun kar dachten te spannen. (Is dat even anders uitgedraaid!)
Zelf denk ik aan een scène uit de film Reds (1981) die zich afspeelt tijdens de sovjetrevolutie. De Russische communist Zinovjev en de Amerikaanse communist John Reed spreken samen een Congres in Bakoe toe. De zaal is gevuld met Turken, Arabieren, Perzen en andere vertegenwoordigers van de gekoloniseerde volkeren die door verschillende sprekers tegelijk worden toegesproken. Reed richt zich tot een menigte Arabieren en zijn woorden worden simultaan vertaald. Hij spreekt over het kapitalisme, het communisme en vooral over de noodzaak om de ‘klassenstrijd’ te voeren. Bij dat laatste woord breekt een storm van applaus los. Er worden slogans geroepen. Er wordt met kromzwaarden gezwaaid. Blijkt dat de tolk, op bevel van Kominternleider Zinoviev, de term ‘klassenstrijd’ vertaald heeft als ‘heilige oorlog tegen de ongelovigen in het Westen.’*******
Zinovjev was op dat moment een soort islamogauchist avant la lettre.
* De categorieën van Vos waren: anarchisten, gelegenheidscriminelen, boze burgers, linkse fanatiekelingen, mensen die niets te verliezen hebben, professionele provocateurs en dommeriken. ‘Hier en daar konden de groepen overlappen.’
** Ik ben geboren in de grensstad Wervik en inderdaad, Frankrijk, dat is een ander land. Als kind zag ik aan de overkant van de Leie woonblokken die er anders uitzagen dan de woonblokken bij ons. Ik heb nooit geloofd dat dat helemaal dezelfde mensen waren als wij. Lode Cossaer gebruikte in zijn blog over de kwestie vergelijkbare woorden: de verklaring van de rellen was volgens hem ‘eenvoudiger en Franser’.
*** Zie hier. Cossaer betwist niet dat de relschoppers tot de migranten- en moslimgemeenschap behoren. ‘Een groot deel van de betrokken jongeren,’ schrijft hij n.a.v. vorige grootschalige rellen, ‘behoorde tot de tweede- of derdegeneratie-Fransen met een Noord- of Sub-Saharaanse migratieachtergrond.’ Hij betwist wel dat dat gegeven relevant is of een rol kan spelen bij de ‘oplossing’ van het probleem. Ik denk daar anders over. Het migratie-gegeven is relevant omdat het helpt om bepaalde naïeve oplossingen te verwerpen. Preventief kan een migratiestop helpen om het probleem niet nog erger te maken. En repressief kunnen relschoppers met een dubbele nationaliteit, na verlies van die nationaliteit, uit het land worden gezet.
**** Omdat de term verwijst naar vormen van samenwerking die kunnen worden vastgesteld tussen twee verschillende entiteiten is hij preciezer dan bijvoorbeeld het scheldwoord islamofascisme, dat de entiteiten aan elkaar gelijkstelt. (Maar uiteraard kan zo’n samenwerking ook gefingeerd zijn, zoals bij judeobolsjevisme en judeomaçonnisme.) Ikzelf ben al blij dat ik vrij de term ‘groen-links’ mag gebruiken zonder dat iemand mij verplicht om de begrippen ‘groen’ en ‘links’ strikt te definiëren.
***** Ik kan mij moeilijk voorstellen dat Peter Mertens of Raoul Hedebouw zoiets ‘kwetsends’ zouden zeggen over de blanke katholieke arbeiders. Mélenchon is hier in zekere zin een realist: hij zal zijn socialisme inderdaad niet opbouwen met de 10 % arbeiders die bij syndicale verkiezingen op de katholieke vakbond stemmen in de hoop op overleg in plaats van klassenstrijd. Dat hij expliciet over blanke arbeiders spreekt, maakt geloof ik zijn echte boodschap duidelijk. Een knap retoricus, dat wel.
****** Cossaers verzet tegen de laicité, bijvoorbeeld in de hoofddoekenkwestie, is principieel; die van links en extreemlinks is opportunistisch, tegen de eigen beginselen in.
******* In het oorspronkelijke scenario is de scène enigszins anders. Daar is het Zinoviev zelf die de woorden heilige oorlog tegen de historische vijand uitspreekt.
dinsdag 20 oktober 2026
De PVDA en het straatgeweld: nu
Sinds 1987 ben ik inzake de PVDA een buitenstaander geworden. De stijl van de partij is grondig veranderd sinds 2008 maar de huidige leiders zijn politiek volwassen geworden binnen het leninistische keurslijf. Ook de maatschappelijke context is veranderd. De grote bedrijfsstakingen die in het verleden voor confrontaties zorgden en die voedsel gaven aan de revolutionaire illusies zijn uit de mode, maar er zijn andere vormen van verzet in de plaats gekomen:
- wekelijkse rituele Palestina-betogingen op een verboden parcours;
- bezettingen zoals die van het rectoraat in Gent;
- verkeersblokkades aan rotondes door ‘gele hesjes’ of door vakbondsmilitanten; tegenbetogingen om activiteiten te verhinderen, bijvoorbeeld van de MR;
- verbale en fysieke agressie tegen bijeenkomsten met rechtse sprekers;
- sabotage-acties zoals die van Code Rood die schade toebrengen aan gebouwen, installaties en apparatuur van geviseerde bedrijven wegens banden met Israël, ecologische schade … ;
- scholierenstakingen zoals die in Luik waar ongeveer evenveel mensen deelnamen aan de rellen als aan de reguliere betogingen;
- grote toegestane betogingen die een relatief kleine groep relschoppers aantrekken;
- apolitieke rellen zoals bij oudejaarsavond, voetbalwedstrijden, enzovoort, waar veel migrantenjongeren bij betrokken zijn.
Het is hoogstwaarschijnlijk dat PVDA-leden deelnemen aan sommige van die acties zoals bijvoorbeeld (1) tot (5) omdat zich daar gelegenheden aanbieden om leden te rekruteren. Het zijn ook geen acties waar ze ‘morele’ bezwaren tegen hebben. De sabotage-acties (6) zijn minder interessant. Die worden georganiseerd door concurrenten, bieden weinig mogelijkheid tot rekruteren, en kunnen de partij compromitteren als hun leden betrapt worden. Bovendien passen die sabotage-acties noch in een reformistische, noch in een revolutionaire strategie. Ze kunnen hoogstens leiden tot ontmoediging of verdere radicalisering naar terrorisme.
(7) en (8) leveren de moeilijkste situaties op omdat het acties zijn met twee versnellingen. De partij wil zich in de eerste plaats identificeren met het vreedzame deel van de actie en de eisen ervan radicaliseren. Ik kan mij niet voorstellen dat PVDA-leden deelnemen aan het geweld van de ‘harde kern’, de half-politieke, half-geüniformeerde, half-georganiseerde relschoppers, en zeker niet zolang dat geweld niet door een groter deel van de actievoerders overgenomen worden. Dat laatste is theoretisch mogelijk aangezien het politie-optreden tegen de relschoppers een escalerend effect zou kunnen hebben. De PVDA zou het wellicht fijn vinden als een aanzienlijk deel van de authentieke betogers mee in de ‘tegenaanval’ gaat tegen de politie. Ik geloof echter niet dat dát is wat nu gebeurt in Brussel en Luik. Hoogstens trekken de relschoppers andere gelegenheidsrelschoppers aan.
Ook is het niet duidelijk in welke mate de harde-kern-relschoppers eigenlijk politiek geïnspireerd zijn. Hoe groot is de rol van een vaag anti-systeem-gevoel? Misschien zijn er wel wat kinderen bij uit gegoede milieus die in hun jeugd roepen dat de bourgeois varkens zijn en die puur voor de opwinding met stenen gooien naar de politie. De ene motivatie hoeft de andere niet uit te sluiten. Bovendien staat de harde kern, in de mate dát ze politiek geïnspireerd is, in zekere zin ‘links’ van de PVDA, en voor extreem-links is het moeilijk om bij extreem-extreem-links te rekruteren. In een revolutionaire situatie zouden die extreem-extreem-linksen eventueel nuttig kunnen zijn, maar ik geloof niet dat de PVDA de huidige situatie als revolutionair of prerevolutionair inschat.
Hetzelfde geldt voor (9), voor de apolitieke rellen die hetzij autonoom ontstaan, hetzij in de marge van een protestbeweging. Die rellen bestaan dan niet in de eerste plaats uit confrontaties met de politie maar uit vandalisme, vernielingen en plunderingen. Ook deze kunnen voor een extreem-linkse partij ‘interessant’ zijn, maar ook weer slechts in de context van een brede opstand – of een voorbereidende oefening erop – waarbij georganiseerde revolutionairen een de facto verbond aangaan met gelegenheidscriminelen uit de laagste volksklassen, en er misschien zelfs uit rekruteren.
Maar alweer: gelooft de PVDA, gelooft Hedebouw dat zo’n algemene opstand dichtbij is? Mélenchon in Frankrijk gelooft dat misschien wel. Hij kan rekenen op een algemene ontevredenheid, een scherpe polarisatie met een ineengezakt centrum, een verwacht verkiezingsresultaat dat hoger ligt dan dat van de bolsjewieken in 1917-1918, en een grote bereidheid om als het nodig is alles stuk te slaan: het gevolg van de oude Franse barricade-traditie en van de aanwezigheid van een nieuwe, slecht geïntegreerde moslimgeneratie in haar meest baldadige jaren. Ook lijdt Mélenchon zichtbaar aan de Franse ziekte van de folie des grandeurs. Hij is erg welbespraakt, wat het nadeel heeft dat hij zijn eigen retoriek kan gaan geloven. En hij heeft een trotskistisch verleden. Vanuit mijn eigen maoïstisch verleden herinner ik mij dat de trotskisten de lat voor de revolutie lager legden – een flinke algemene staking kon de klus klaren – waardoor die voor hen dichterbij leek dan voor ons.
Hedebouw is uit een ander hout gesneden dan Mélenchon. Hij is een oude maoïst met West-Vlaamse roots. Het zou mij niet verwonderen dat hij nog altijd redeneert in termen van een revolutie op termijn van 10-15-20 jaar. Daarvoor is nodig: het bescheiden werk van actie, bewustwording en organisatie, of het nu regent of waait. Zulke koppige mensen zijn minder vatbaar voor illusies. En zonder illusies van een nakende revolutie heeft het niet veel zin om tot geweld ‘op te roepen’.
***
Theo Francken sprak op de sociale media over de ‘zwarte antifa-stoottroepen van Hedebouw en Joske D’haese. Zijn medewerker Joren Vermeersch vroeg zich in De Standaard (15/10) af ‘hoe hecht de banden zijn’ tussen de extreemlinkse zwarthemden en de PVDA*? Ik zou de vraag liever wat algemener stellen: ‘Hoe groot is de verantwoordelijkheid van de PVDA bij het extreemlinkse geweld in het recente verleden?’ Je kunt op die vraag antwoorden in gebarentaal, door je twee handen dicht bij of ver van elkaar te houden. Zo groot of zooooo groot. Ik wil proberen, met het bovenstaande in het achterhoofd, die vraag te beantwoorden met een reeks feiten en speculaties.
- PVDA-leden nemen routineus deel aan syndicale verkeersblokkades, aan verboden betogingen, aan betogingen langs een verboden parcours, aan bestorming en bezetting van lokalen, en aan verbale en fysieke agressie tegen bijeenkomsten met rechtse sprekers. De partij zal dergelijke acties nooit veroordelen.
- PVDA-leden nemen niet deel aan georganiseerde sabotage-acties zoals die van Code Rood die schade toebrengen aan gebouwen, installaties en apparatuur van bepaalde bedrijven of instellingen. De partij zal dergelijke acties evenwel nooit veroordelen maar veeleer goedpraten als vormen van noodzakelijke ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’.
- PVDA-leden nemen in principe niet deel aan de gevechten van de half-georganiseerde, half-geüniformeerde ‘antifa’-groepjes die de politie aanvallen in de marge van protestbewegingen. De partij schuift de schuld van die confrontaties echter systematisch in de schoenen van de politie. Als heel hard wordt aangedrongen, zal de partij die acties veroordelen als ‘geïsoleerd’ geweld.
- Vernielingen en plunderingen zal de PVDA desgevraagd veroordelen**, maar ze zal de pers aanklagen omdat ze te veel aandacht besteed aan die ‘randverschijnselen’ – ook als die, zoals in Frankrijk, gepleegd worden door tienduizenden mensen.
- In de mate dat de PVDA reformistisch is geworden, zou ze destructieve randverschijnselen ook positief kunnen evalueren, omdat die de regering dwingen ‘om de legitieme eisen ernstig te nemen.’ De bourgeoisie, luidt dan de redenering, heeft indertijd ook het algemeen stemrecht ingevoerd uit schrik voor rellen, oproer en vernielingen. Maar ik denk niet dat de PVDA die redenering openlijk zal gebruiken, omdat ze in de huidige context zou lijken op een vergoelijking van plundering en brandstichting.
- De partij zal erop wijzen dat ‘armoede en uitsluiting ook een vorm van geweld is,’ en dat de asociale politiek van de regering verantwoordelijk is voor de frustratie en de uitbarstingen van opgekropte woede. Daarmee zit ze op de lijn van Greta Thunberg die het scholierenprotest ziet als een reactie op een ‘extreem gewelddadig systeem.’ Op die manier kan men extreem-links geweld goedpraten als een vorm van zelfverdediging.
- De partij zal de gerechtelijke vervolging van straatgeweld voorstellen als onrechtmatige intimidatie van protestbewegingen.
- De partij zal elke versterking van de politie met het oog op straatgeweld proberen tegen te houden. Ze zal de politie in haar rol van ordehandhaver voorstellen als een kwalijk instrument van repressie. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat de politieke en apolitieke jongeren die de slogan ACAB – All Cops Are Bastards – op winkelramen spuiten de PVDA niet nodig hebben om de politie te haten.
- De partij zal altijd aandringen op zoveel mogelijk betogingen voor zo radicaal mogelijke en onrealistische eisen, ook als er redelijkerwijs kan worden voorspeld worden dat die betogingen tot grote onlusten zullen leiden.
- De partij zal zich ook verzetten tegen redelijke maatregelen om het straatgeweld preventief te bestrijden, zoals een tijdelijk samenscholingsverbod in Luik.
* Het stuk van Joren Vermeersch staat hier. Het antwoord van PVDA-leider Peter Mertens in De Standaard (15/10, zie hier) bestaat voor 90 procent uit een intentieproces: Vermeersch schrijft dat alleen omdat hij het verbieden van de PVDA wil voorbereiden.
** Dit zijn voor zover ik kan zien de enige vormen van geweld die de PVDA veroordeelt. Zie ook het interview met Jos D’haese (HLN 21/10), zie hier.



