donderdag 5 maart 2026

Columns over het n-woord, e.a.


Columns schrijven over het n-woord
 
     Vorige week zijn er twee incidenten geweest die enige aandacht kregen in de pers. Bij de uitreiking van de Bafta’s riep een toeschouwer heel luid het n-woord; de man leed aan het Gilles de la Tourette-syndroom. Bij een voetbalwedstrijd riep een blanke speler een beledigend woord tegen een zwarte speler; dat woord was wellicht ‘aap’. Raf Njotea (DS 5/3) schrijft dat dat voor een columnist ‘heerlijke incidenten’ zijn, en bewijst daarna het tegendeeld door daarrond een voor zijn doen middelmatige column te schrijven.


Jongeren met zelfmoordgedachten
     ‘Één op vijf jongeren zegt al aan zelfmoord gedacht te hebben,’ schrijft leraar Frank D’hanis en hij plaats daar een foto bij van Zuhal Demir. Hij vertelt verder hoe moeilijk de leerlingen in zijn klas het hebben om aandachtig te zijn. Ze zitten ‘half over hun bank geplooid’, ze ‘wringen zich in bochten om toch nog te kunnen luisteren.’ Alle leraars hebben zulke toestanden meegemaakt. Sommigen zijn boos op de leerlingen omdat die zo lui zijn; anderen zijn boos op zichzelf omdat ze er niet in slagen hun leerlingen te boeien; Frank D’hanis is boos op Zuhal Demir.
 
     Die drie vormen van boosheid zijn mij niet vreemd. Laatst gaf ik op mijn oude school een lezing over filmbeeldtaal. Ik deed dat vroeger vaak. Het was duidelijk dat het nu veel moeilijker was dan zes jaar geleden om voor een zaal van honderd leerlingen te spreken. Ik kon mij niet meer veroorloven om bij het vertonen van filmfragmenten het licht in de zaal uit te schakelen of er ontstond een fluitconcert. Eerst was ik boos op mijzelf en werd ik mij pijnlijk bewust van alle zwakke stukken van mijn lezing, daarna werd ik boos op de leerlingen die geen moeite deden om zich te gedragen, en daarna werd ik boos op de voorgangers van Demir.

     En nu ik eraan denk:  één op vijf? Zo weinig? Zelfs het zonnetje in huis dat ik ben heeft als puber wel eens over zelfmoord gefantaseerd.


Een sarcastische chatbot
     Laatst viel ik Gemini lastig met de volgende vraag: ‘Hoe probeerde de SU tijdens de koude oorlog de vredesbeweging te beïnvloeden?’ De chatbot moet aanstoot genomen hebben aan het tendentieuze toonzetting van mijn vraag en antwoordde antwoordde sarcastisch:  ‘Ik ben maar een taalmodel, dus ik kan je daar niet bij helpen.’


 Iran-commentaren
     De typische links-liberaal zag in de Gaza-oorlog een conflict tussen goeden en slechten, of minstens van daders en slachtoffers, met Israël in de rol van slechterik en dader. Dat had voor gevolg dat de analyses en opinies die ik maand na maand in de krant las niet veel meer waren dan variatie op één thema. En dan nog, variaties … Het ging eigenlijk alleen om ‘veroordelen’ en ‘krachtig veroordelen’. Maar met de oorlog in Iran kijkt de links-liberaal anders tegen de zaken aan. Daar is het voor hem een conflict tussen slechten en slechten. De Ayatollahs zijn niet beter dan Trump en Trump is niet beter dan de Ayatollahs. Het resultaat is dat ik nu overal analyses en opinies zie verschijnen die in plaats van veroordeling enig inzicht proberen te verschaffen. Tijdens de Gaza-oorlog moest ik daar naar op zoek gaan. Nu vallen ze mij in de schoot.


Doornaert over internationaal recht
     Mia Doornaert (DS 5/3) spot met de Europeanen die ‘zo nodig een zuur mondje opzetten over schending van het internationaal recht.’ Ze antwoordt dat Iran ook het internationaal recht schond door Hezbollah en Hamas te bewapenen, door de Syrische dictator Assad te helpen en door Hamas aan te moedigen met zijn bloedige pogrom van 7 oktober 2023. Uiteraard wijst ze erop dat er op dit moment geen geschikt orgaan bestaat om het internationaal recht af te dwingen, en dat de Verenigde Naties dat al zeker niet zijn.     Doornaert had ook kunnen toegeven dat het internationaal recht – met respect voor de nationale soevereiniteit – een gezond beginsel is dat echter niet kan worden afgedwongen door het goede voorbeeld te geven. En dat er daarnaast nog andere beginselen bestaan: mensenrechten, economische welvaart, vreedzame coëxistenties en nationale veiligheid op lange termijn. Dat laatste is in de internationale politiek altijd het belangrijkste geweest. Wie eenzijdig de nadruk legt op bijvoorbeeld vreedzame coëxistentie of op mensenrechten heeft waarschijnlijk een verborgen agenda. Dat was zo tijdens de Koude Oorlog toen de Russen het eerste beginsel en de Amerikanen het tweede beginsel als tactisch wapen inzetten. 


Art Memes
     Ik heb mijn FB zo afgericht dat ik dagelijks veel memes zie voorbijkomen van ‘Classical Sarcasm’, ‘I Love Louvre Art Memes’ en vergelijkbare pagina’s. Vaak zijn de tekstjes erg flauw, maar in combinatie met het schilderij zorgen ze vaak voor een glimlach en soms voor schaterlach. Soms wil ik met de personages een gesprek aangaan. Neem die dame die mij recht in de ogen kijkt en zegt: ‘For breakfast, I had some plain yogurt with protein powder mixed in, and not only is it super high in protein and very filling, it’s also disgusting.’ Ik wil die dame graag overtuigen om naast het noodzakelijk proteïne poeder ook 15 gram zoetstof, een halve versnipperde appel, 20 gram proteine-granola en eventueel een versnipperde kiwi toe te voegen. 




woensdag 4 maart 2026

Whitewashing in Wuthering Heights, e.a.


Wuthering Heights: whitewashing als idée revue
     
Ik heb in mijn leven al veel verfilmingen van Wuthering Heights gezien, die met Laurence Olivier, die met Timothy Dalton, die met Ralph Fiennes ... Maar van de nieuwste versie heb ik in de bioscoop alleen de spectaculaire trailer gezien. Ik had er een dubbel gevoel bij. De somptueuze kasteeldecors passen niet bij het oorspronkelijke verhaal, maar ik weet uit ervaring – ik denk aan de recente verfilming van Hedda Gabler – dat zoiets het entertainend vermogen van het verhaal omhoog kan stuwen.
        Hetzelfde geldt voor de kostuums. De Standaard van 4 maart wijdt er een uitgebreid artikel aan. Samengevat: nee, de kostuums in de nieuwe Wuthering Heights zijn niet historisch, het zijn niet de kostuums die men droeg in de tweede helft van de 18de eeuw, de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, noch de kostuums die men droeg in het midden van de 19de eeuw, het moment waarop het verhaal werd geschreven. Men liet zich inspireren door modes uit allerlei periodes, zegt Pauline Devies: 

Elizabethaans, Georgiaans, Victoriaans en de 20ste eeuwse vintage looks van Thierry Mugler en Alexander McQueen ... De kostuums van hoofdrolspeelster Margot Robbie voelen niet aan als historisch correcte jurken, maar als jurken van iemand die anno 2026 doet alsof.

     Moreel is dat niet helemaal in de haak. Getrouwheid aan de historische periode is ceteris paribus te verkiezen voor lichtzinnige afwijkingen. De kostuums in Wuthering Heights moeten ofwel Georgiaans zijn ofwel Victoriaans. Daarbij kan men dan die kleren kiezen die voor een hedendaagse kijker niet al te afgrijselijk of al te belachelijk zijn.
     Maar laten we enige mildheid betrachten. Artiesten zijn geen geschiedschrijvers. Aanpassingen om esthetische of commerciële redenen vallen onder de traditie van ‘dichterlijke vrijheid’ en het laatste wat ik wil is eeuwenoude tradities ondergraven in naam van de morele zuiverheid.

     Als ik dan toch streng wil zijn, kan ik voorlopig beter zwijgen over een film die ik nog niet gezien heb en mijn pijlen richten op de recensies die mij niet aanstaan en dan meer bepaald op de politiek correcte uitschuivers in die recensies. In De Standaard van 10 februari schrijft Fien Meynendonckx

 Is de ongegeneerde blik op de gecompliceerde verlangens en fetisjen van Isabella, Cathy en zelfs het dienstmeisje Zillah genoeg om de whitewashing van Heathcliff door de vingers te zien? Nee. Fennell zet het publiek ontegensprekelijk haar eigen witte en hetero bril op.

      Whitewashing? Waar haalt de recensente dat rare idee vandaan? Ik denk dat ik het weet. Een of andere activist heeft ergens in het boek gelezen dat Heathcliff verweten wordt er als een ‘zigeuner’ en als een ‘zwarte duivel’ uit te zien en besluit daaruit dat hij een medemens van kleur moet zijn geweest, en dat het boek dus gaat over raciale discriminatie. En zodra die veronderstelling is uitgesproken, krijgt ze de kracht van een idée reçue, zeker wanneer dan in 2014 inderdaad een film uitkwam met een zwarte Heathcliff. Dan is de zaak beklonken.
      Tegen een idée reçue is geen kruid gewassen.  Het beste bewijs: In De Standaard Weekblad van 28 februari leggen literatuurwetenschapper Raphaël Ingelbien (KU Leuven) en Helen MacEwan, voorzitster van de Brussels Brontë Group, geduldig uit waarom Heathcliff géén medemens van kleur is. Het is boter aan de galg. Een week later lezen we in dezelfde Standaard (4/3) alweer dat het boek ‘een tragisch verhaal over racisme’ is. Maar dat is het dus niet, of je moet er wel héél veel context bij halen. Wie die richting uit wil, kan verbanden leggen zoals deze:

 Liverpool was een van de belangrijkste hubs van de trans-Atlantische slavenhandel. Bovendien was er een link tussen abolitionisme en de Brontës: de opleiding van vader Patrick werd mee gefinancierd door William Wilberforce, een leidende figuur in de antislavernijbeweging. (DS 28/2)

     Hier openbaart zich een kloof tussen de gewone lezer en de literaire analist. De gewone lezer denkt bij Wuthering Heights aan het mythische landschap van de moors, de analist gaat op zoek naar de drie of vier keer dat Liverpool vermeld wordt en trekt daar verregaande conclusies uit. En dan: ‘de opleiding van de vader die mee gefinancierd werd door’ ... dat is wel erg vergezocht.
     Maar goed, dat sluit allemaal goed aan bij de gewoonte om in romans en films vooral ‘sociale thema’s’ te ontdekken. Pauline Devriese, die zulke deskundige commentaar gaf op de kostuums in de film, breidt haar kritiek uit tot een bredere interpretatie van Emily Brontës roman:

Het is een tragisch verhaal over racisme, klassenongelijkheid, huiselijk geweld en seksisme, maar eigenlijk wordt het in deze film gereduceerd tot een vreemd liefdesverhaal.

     Ik wil niets reduceren, maar de aantrekkingskracht van Wuthering Heights heeft altijd gelegen in het ‘vreemde liefdesverhaal’ en niet in de vier aangehaalde thema’s die toevallig vandaag in de mode zijn. Ik zal niet ontkennen dat de klassenongelijkheid een belangrijke rol speelt in het verhaal. Er moet toch iéts zijn dat de liefde van Cathy en Heathcliff in de weg staat. Het is moeilijk om een liefdesverhaal te schrijven zonder obstakel: een muur, een diepe zee, of rivaliserende families. Maar het publiek heeft de verhalen over Thisbe en Priamus, Hero en Leander of Romeo en Juliet toch altijd als liefdesverhalen gelezen, en niet als tractaten over architectuur, maritieme geografie of politieke rivaliteit in het Italië van de Renaissance.

                                                            ***

     Dat wil allemaal niet zeggen dat whitewashing in films, of racisme als thema in romans niet bestaat. Neem het boek De laatste der Mohicanen. Daar komen twee zussen in voor, Cora en Alice. Ik weet al heel mijn leven  door stripverhalen, jeugdbewerkingen en films  dat Alice ‘de blonde’ is en Cora ‘de zwarte’. Maar pas toen ik het boek zelf las, kwam ik te weten dat Cora niet alleen zwart haar had, maar ook een mulattin was. En die raciale afkomst is ook werkelijk een thema in het boek. Als majoor Hayward verliefd wordt op Alice maakt haar vader, kolonel Munro, zich boos omdat hij vermoedt dat Hayward uit racistische motieven zijn blonde dochter verkiest boven die van gemengde afkomst. 

                                                            *** 

     En dat wil ook niet zeggen dat ik geen interesse heb in nieuwe interpretaties van Wuthering Heights. Uit de recensie van Meynendonckx heb ik begrepen dat de wreedaardige behandeling van Isabella Linton door Heathcliff als een sadomasochistische relatie met wederzijdse toestemming wordt weergegeven. Ik ben benieuwd hoe dat in de film wordt uitgewerkt. En ik ben ook benieuwd hoe de politiek correcte opiniemakers daarmee omgaan. Moeten ze die kinky seks toejuichen als iets dat onder de LGBTQIA+ vlag vaart, of hebben we hier te maken met het goedpraten van misogynie wat dan weer moet worden ‘veroordeeld.’


De Foer over Trumps State of the Union
     Het stuk van Steven De Foer over Trumps State of the Union heb ik helemaal uitgelezen. Voor zijn doen blijft De Foer in dat stuk zakelijk en informatief. Hij schrijft bijna als een journalist. Maar alles kan beter. Neem dit stukje.

 Trump hield zich in het eerste halfuur gedwee aan zijn voorbereide tekst over zijn wilde economische successen. Maar Trump kan het niet laten, hij is in zijn element als hij vijandig kan uithalen. Twee keer confronteerde hij de Democraten openlijk. In zijn naar gewoonte racistische betoog over immigratie, daagde hij alle Congresleden uit om op te staan als ze het eens waren ‘dat de overheid voor Amerikanen werkt, niet voor illegal aliens. Toen de Democraten bleven zitten, verhardde zijn toon en noemde hij hen ‘gek’ en ‘ziek’ en ‘erop uit om het land te vernietigen.’

      Het volstaat om de drie gecursiveerde woorden te schrappen en het stuk kan zo in de krant. 


Legal alien
    Met al die berichten over de uitwijzing van illegal aliens, zouden we nog vergeten dat er ook  ook legal aliens bestaan en bestaan hebben.  Ik heb hier voor mij een documentje om dat te bewijzen. Dat gaat zo:

Register No 8374745. This is to certify that Raymond Clerick was admitted to the United States on 09/22/52 at 08.00 as a NP quota immigrant under section 6A3 of the Immigration Act of 1924 and has been registered under the Alien Registration Act of 1940. 

 

‘Fascisten’ 
    
 Ik ben in een biografie van Mussolini aan het lezen. Die staat vol zinnetjes als: ‘De fascisten trokken door de straten.’ ‘De fascisten lokten rellen uit.’ ‘De fascisten terroriseerden de arbeiderswijken.’ Hoewel die beschreven toestanden tragisch zijn, voel ik bij het lezen van die zinnetjes ook altijd een soort blijdschap. Dat komt omdat het woord ‘fascisten’ correct wordt gebruikt.


Hedebouw en Stalin
     Als een PVDA-leider geïnterviewd wordt, krijgt hij vaak de vervelende vraag of hij nog altijd zo enthousiast is over Stalin en Mao, de idolen van zijn jeugd. Daar kwam tot nog toe altijd een ontwijkend antwoord op. Maar nu heeft Raoul Hedebouw in een interview in De Morgen een ferme uitspraak gedaan. Stalin en Mao waren ‘totalitaire massamoordenaars’ al vertoeven ze ‘niet in dezelfde kring van de hel als Hitler.’
     Op die bocht van de PVDA ben ik trots. Zes jaar geleden wrong die andere PVDA-leider Jos D’haese zich nog in allerlei bochten om niet te moeten antwoorden. Alhoewel het mijn zaken niet zijn heb ik Jos toen de raad gegeven om het anders aan te pakken. Op 17 december 2020 schreef ik:

Alleen even op de tanden bijten en Stalin een ‘massamoordenaar’ noemen, dat is alles wat van je gevraagd wordt. Je kunt ook ‘Fuck Stalin’ antwoorden, zoals Peter Mertens ooit ‘Fuck Noord-Korea’ zei. Maar zo’n uitspraak blijft dubbelzinnig. ‘Fuck Stalin’ en ‘Fuck Noord-Korea’, dat kan van alles betekenen, maar vooral dit: ik ben die eeuwige vragen over Stalin en Noord-Korea meer dan beu.  Nee, ‘massamoordenaar’ is beter. Als je dat antwoord een paar keer geeft, ben je voor altijd van de vraag af. 

    En nu heeft niet Jos maar Raoul mijn raad opgevolgd. Er is in ons land toch één partij die naar mij luistert. 

 

dinsdag 3 maart 2026

Bedenkingen over Iran


Verklaring van het ABVV
      Het ABVV heeft een verklaring gepubliceerd over Iran waarin de militaire aanval op Iran wordt veroordeeld. De vakbond heeft zo’n verklaring ook gepubliceerd toen Rusland Oekraïne binnenviel en, met de nodige vertraging, toen het straatprotest in Iran werd onderdrukt. In al die gevallen drong de vakbond erop aan dat er een vreedzame oplossing zou komen.
    
     De ABVV-verklaring is opgesteld in een pseudo-diplomatieke taal, waarbij de woorden afgewogen zijn. En dan is het aanstootgevend om vast te stellen hoe eufemistisch er over het Ayatollah-regime gesproken wordt.

De maatschappijvisie van de Iraanse regering is niet de onze, en als progressieve vakbond veroordelen we het autoritair karakter van de Iraanse overheid.

      ‘Niet onze maatschappijvisie’, dat is wel een heel gematigde formulering vanwege een organisatie die anders de superlatieven niet schuwt. Ik stel voor dat het ABVV ze in de toekomst alleen gebruikt als ze het over de regering-De Wever gaat. Dan zal ik begrijpend knikken als de vakbond bij een volgende spoorstaking zegt dat de ‘maatschappijvisie van de Belgische regering niet de onze is.’
      Ook op emotioneel vlak begrijp ik de reactie van het ABVV niet. Als ik over bombardementen hoor, beklaag ik de slachtoffers en denk ik aan de bombardementen die mijn ouders hebben meegemaakt. Maar als ik hoor of zie hoe betogers worden doodgeschoten, of gevangengenomen en opgehangen worden, dan denk ik terug aan mijn jeugdjaren toen ik, naar het woord van de dichter, ‘de trommel sloeg in veel stoeten.’ Ik ben dan met terugwerkende kracht bang dat er op mij wordt geschoten. Maar die ABVV-mensen, die trommelen vandaag nog altijd in veel stoeten. Die zouden toch moeten barsten van verontwaardiging bij de gedachte aan wat de Ayatollahs gedaan hebben. Maar nee. Ze houden het diplomatieke hoofd koel, en vergeten niet dat Israël en de VS, zoals de kameraden van de PVDA zouden zeggen, de ‘hoofdvijand’ uitmaken.
      ‘Autoritair karakter’? In de VS zijn twee actievoerders omgekomen bij disproportioneel geweld van de immigratie-politie en sommigen spraken van ‘fascisme’ en ‘Hitler’.  Op 8-9 januari zijn er in Iran vele duizenden actievoerders vermoord en het ABVV spreekt van een ‘regering met een autoritair karakter.’ Dat is pas een eufemisme! Het Iraanse regime zelf spreekt van 3.117 doden. VN-rapporteur Mai Sato spreekt van minstens 5.000, mogelijk tot 20.000 slachtoffers. Sommige mensenrechtenorganisaties spreken van 35.000 doden. Kent het ABVV nog andere ‘totalitaire’ regimes waar vergelijkbare aantallen slachtoffers gevallen zijn bij een straatprotest? Je moet al uitwijken naar de slachtpartij op het Tienanmen-plein in 1989. 


Experten
     Jeroen Olyslaegers waarschuwt voor ‘de velen die nu paraderen als experten’. Die mensen ‘nemen positie tegen de ongeoorloofde inmening van de VS en Israël’, doen ‘angstige voorspellingen’, houden ons voor ‘waar we moeten nuanceren’,  ‘wat het verleden ons heeft geleerd’ en ‘hoe juist we moreel moeten staan.’ Ik moet mij van die waarschuwing niets aantrekken, want mijn lezers weten dat ik zelden als expert paradeer. Integendeel. Tot ergernis van sommige lezers roep ik vaak mijn onwetendheid in om geen stevige mening te moeten ventileren.


Fuck you, Khamenei!
     Olyslaegers vertelt ook dat hij aan het Mastvestpark in Antwerpen een ‘kristalheldere kreet van een jonge vrouw’ gehoord heeft: ‘Fuck you Khamenei!’ De kreet is als argument even onbruikbaar als ‘Fuck you Trump!’ en ‘Fuck you Netanyahu!’, maar ze geeft wel goed weer wat ikzelf van het Iraanse regime denk. 


Lachen om een overlijdensbericht
     Dankzij de dood van Khamenei heb ik toch een paar keer moeten lachen. Het begon serieus bij de De Standaard die kopt: ‘Ali Khamenei, het gezicht van eindeloos bruut geweld in Iran.’ Dat is de zuivere waarheid, maar meestal lees ik liever een neutrale kop, zoals die in de New York Times‘Ayatollah Ali Khamenei, hardline cleric who made Iran a regional power, is dead at 86.’ Zo’n formulering nodigt uit tot fraaie parodieën, zoals die van Maarten Boudry: ‘Adolf Hitler, struggling painter who rebranded as hardline socialist, rose from bavarian obscurity to transform Germany into a regional power. Dies at 56.’ Daar heb ik in mijn eentje hardop mee gelachen.
      Met het X-bericht van de extreem-linkse Britse academicus Harry Pettit, heb ik enkel geglimlacht: ‘Ayatollah Khamanei will be remembered for standing up to the paedophilic US-‘Israel’ cabal until the end … He will inspire the next generation of resistance against the demonic forces of Zionism.’ Pettit moet geweten hebben dat zo’n tweet hem zijn aanstelling aan de VUB zou kosten. Je vraagt je af: zou zo’n zelfgekozen martelaarschap ook toegang verlenen tot het islamitische paradijs? Dat is op zich alweer een gedachte waar je sarcastisch mee kunt lachen als je ze doorvertelt. 


De toekomst
     Bij linkse mensen lees ik over hun angst dat de VS in de toekomst ‘beslag zou kunnen leggen op de olie-voorraden in Iran’ of dat ‘de zoon van de Sjah een politieke rol zou spelen.’ Dat houdt mij eerlijk gezegd niet bezig. Mijn grootste angst is dat het regime overleeft en nog 20 jaar terreur zaait en de regio destabiliseert. Mijn tweede grootste angst is dat het regime ten val komt en dat de oppositiekrachten onder elkaar een burgeroorlog beginnen: seculieren, conservatieven, mudjhadin, regionalisten, religieuze minderheden. 

 

Trump als imperialist
      Hoewel ik mij altijd heel voorzichtig over Trump heb uitgelaten, ben ik er toch in geslaagd om mij te vergissen. Ik zag in hem een isolationist, en een pacifist in de slechtste zin van het woord: iemand zonder geopolitieke reflex, iemand die blaft maar altijd klaar staat om te capituleren, iemand die de Nobelprijs voor de vrede belangrijker vindt dan de strategische belangen van zijn land, iemand die gelooft dat alle conflicten in de wereld niet meer zijn dan obstakels op de weg naar lucratieve zakendeals. Maar zoals de aanval op het Ayatollah-regime bewijst: ik heb mij dus vergist: Trump is, wellicht onder invloed van zijn entourage, minstens ook een geopolitieke imperialist.


Trump als geostrateeg
     Ik lees met bewondering wat sommige experten schrijven over de verborgen ‘doctrine’ achter Trumps buitenlandse politiek. Volgens die experten zijn wispelturigheid, vage uitspraken, en plotse koerswijzigingen onderdeel van een plan-dat-geen-plan-wil-zijn. De Standaard schrijft dat Trump geen duif of havik is maar een ‘opportunistische vogel die aast op gemakkelijke overwinningen.’ Dat is ook een strategie natuurlijk: van quick win naar quick win. Je weet natuurlijk niet waar je uitkomt, maar dat weet je met een door experten opgesteld langetermijn plan eigenlijk ook niet. Tegelijk kun je bij Trump moeilijk anders dan denken aan de door Tucholsky geciteerde uitspraak van Anton Kuh: ‘Wie sich der kleine Moritz die Weltgeschichte vorstellt – – genau so ist sie!’


Pre-emptive strike
    Tussen alle rare zinnen door, heeft Trump ook gezegd dat de Amerikaanse aanval een ‘pre-emptive strike’ was ‘to protect the American people’. Dat is een onredelijk gebruik van het woord ‘pre-emptive strike’. Mocht internationaal recht echt bestaan, en mocht er een echte wereldrechtbank bestaan, dan zou geen enkele rechter die interpretatie volgen. Maar in bredere zin is bijna elke agressie-oorlog te verklaren als een ‘pre-emptive strike.’ 


De bedoelingen van Trump
     Wat ik dezer dagen heel vaak lees is dat de ware bedoeling van Trump niet is om het Iraanse volk te ‘helpen’. Dat is ook niet waar ik op hoop. Ik kan alleen hopen dat de imperiale belangen van de VS in dit geval toevallig min of meer samenvallen met de democratische verzuchtingen in Iran. Zoals ik ook hoop dat de imperiale belangen van de VS minstens gedeeltelijk samenvallen met de veiligheidsnoden van Europa. En zoals ik ook hoop dat er in de wereld af en toe iets is wat goed afloopt.


En Europa?
     Ik ben een goede Europeaan en ik sta achter de verklaringen van mijn minister van Buitenlandse Zaken, vooral nu ik zie hoe boos extreem-links op hem is. Mijn vrouw denkt daar anders over. Maar we hebben toch allebei moeten lachen met dit filmpje van Puppet Regime


Trump / Khamenei
     Ik zag een meme voorbijkomen waarin Trump en Khamenei met elkaar vergeleken werden. Het derde laatste punt - pro gun - is niet correct. Iran heeft helemaal geen vrij wapenbezit. En al de overige punten behoren tot het gebied van humor, smaak, nuance, redelijkheid en proporties, zaken waarover het moeilijk is om te discussiëren maar waar niettemin, zoals bekend, de scheidingslijn getrokken wordt tussen beschaving en barbarij.  

* De verklaringen van het ABVV over Oekraïne, de straatprotest in Iran en de Amerikaans-Israëlische aanval. De ideologische uitgangspunten van de vakbond zijn niet de mijne. Maar ik word vooral ongemakkelijk van de woordkeuze en de sluwe klemtonen.

zondag 1 maart 2026

Wonen: vrije markt of 'beleid'

      Kunnen we de huizen- en huurmarkt overlaten aan het spel van vraag en aanbod? De overheid kan natuurlijk regels bepalen voor veiligheid en milieu, maar waarom moet ze ingrijpen door belastingverlagingen, sociale woningen, wetten tegen leegstand, regeling van de huurprijzen? Neem bijvoorbeeld dat laatste. Als huiseigenaren hoge huren aanrekenen, zullen kapitaalkrachtigen meer huizen laten bouwen waarmee ze hopen ook hoge huurprijzen binnen te rijven. Ten slotte komt er dan een overaanbod aan huurwoningen, waardoor de huurprijzen weer zakken. Is dat niet mooi gedaan van de markt?
     Maar bij woningbouw is er blijkbaar iets speciaals aan de hand, en de reden is dat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond beperkt is. Daardoor moeten er keuzes worden gemaakt die bij andere markten niet nodig zijn.. Op de FB-pagina van de erg linkse Frank D’hanis las ik het volgende:

 De markt is namelijk het grote probleem. Of meer bepaald het idee dat onze overheden hebben dat de markt vraag en aanbod wel op elkaar zal afstemmen. Dat is niet zo. In een samenleving waarin een bepaald segment van de bevolking steeds rijker is tegenover een segment dat armer wordt, zal de markt zich meer en meer richten op dat rijkere segment.

     Daar moest ik even over nadenken. Sinds Friedrich Engels haalt links graag de woningnood aan als een probleem dat ‘binnen het kapitalisme niet kan worden opgelost.’ Hedendaags links heeft typische herverdelingsvoorstellen waarbij de hogere inkomens het kopen en huren van huizen subsidieert voor wie minder geld heeft. Op die herverdelingsvoorstellen kan ik met enige moeite wel een antwoord verzinnen. Maar dat er een markt bestaat waar het rijkere segement van de bevolking wel, en het armere segment niet wordt bediend, dat is toch een probleem sui generis
     Ik kan mij inderdaad voorstellen dat projectontwikkelaars liever kantoren bouwen voor grote bedrijven, of grote huizen, luxe-appartementen en tweede verblijven voor rijke burgers, omdat daar grotere winstmarges mogelijk zijn dan bij het bouwen van werkmanshuisjes en schamele appartementjes. 
     Met auto’s heb je zoiets niet. Kapitalisten kunnen grote winsten maken door Ferrari’s te verkopen aan de rijken, maar als ze heel veel Dacia’s verkopen, worden ze ook rijk. En voor wie zich zelfs geen Dacia kan veroorloven worden brommers geproduceerd. Alle segmenten van de bevolking zijn goed om winst te maken.
     Maar bij woningen ligt dat dus een beetje anders. Als er slechts een beperkte hoeveelheid bouwgrond ter beschikking staat, worden er misschien te weinig kleine woningen met goedkope materialen gebouwd.

***

      In De Standaard van 16/1 schrijft Nico Tanghe dat Trump nu plots ‘uiterst linkse ideeën’ overneemt. Meer bepaald heeft hij een idee overgenomen van de linkse democrate Elizabeth Warren.

 De Amerikanen kopen veel meer op krediet dan wij. Als je daar te laat bent met de afbetaling van schulden, rekenen de banken een woekerrente aan van 20 procent of meer. Trump wil dat halveren en een plafond opleggen van 10 procent.

       Je moet niet veel van economie afweten om de nadelen van dat voorstel te begrijpen. Ze worden ook vermeld in het artikel. Die hogere rente is namelijk een compensatie voor het hogere risico dat de bank loopt.

 In de praktijk zou het wel eens averechts kunnen werken. Banken zouden minder rente kunnen opstrijken, wat ze zouden compenseren door strengere voorwaarden te stellen voor kredietkaarten … waardoor veel arme Amerikanen niet meer aan een kredietkaart zullen raken.

      Natuurlijk kan een ‘uiterst linkse’ regering ook daar iets aan doen door de banken te verplichten om  kredietkaarten uit te reiken aan mensen met een lage kredietscore. Het is een van de voorstellen die Frank Dhanis op zijn FB-pagina doet. De overheid moet zelf woningen bouwen, huurprijzen vastleggen, projectontwikkelaars verbieden om luxe-appartementen te bouwen en zorgen voor toegang tot eigendom voor starters zonder grote spaardrempels. Dat laatste is precies wat in de VS gebeurde toen Amerikaanse financiële instellingen door de overheid verplicht werden om hypotheekleningen toe te staan aan gezinnen met een lage kredietscore. Die hypotheekleningen werden vervolgens verpakt en herverpakt tot ‘rommelkredieten’ met de financiële crash van 2008 als gevolg.



 

Vrijhandel: Reynebeau en Hendrik Vos

 Reynebeau
     Is Reynebeau nu voor of tegen Mercosur, en voor of tegen wereldwijde vrijhandel (DS 28/1) ? Dat is lastig om te zeggen. Hij kan zich moeilijk aansluiten bij het protectionisme van Trump, maar de hoofdvijand blijft toch de ‘neoliberale globalisering’. Tegen zijn pleidooi voor strenge milieunormen in de landbouw en voor veel regulering in het algemeen kan ik wegens gebrek aan dossierkennis weinig inbrengen. Maar ik lees tussen de regels toch vooral veel protectionistische afkeer van vrije handel. Hier bijvoorbeeld:

 Nochtans verdienen de Vlaamse boeren begrip. Misschien sluimert diep in hen nog de herinnering aan de late 19 eeuw, toen vrijhandel en import van (Zuid-)Amerikaans graan hen uit de markt prijsde. Ze vielen terug van akkerbouw naar kleinschalige veeteelt en tuinbouw … Net zoals enkele decennia eerder katoenfabrieken, met katoen vooral uit de VS, hun vlasproductie en thuisnijverheid ten gronde richtten.

      Niemand zal ontkennen dat dat graan uit Zuid-Amerika en dat katoen uit de VS het verdienmodel van veel mensen bij ons ontwricht heeft. Maar de kwestie is dat vrijhandel netto de welvaart bevorderd heeft. De voordelen – bijvoorbeeld goedkoper brood en goedkopere kleren – waren groter dan de nadelen. En gelukkig is de welvaart ondertussen zodanig toegenomen dat economische nadelen niet moeten leiden tot de toestanden die beschreven worden in Het gezin van Paemel.
     Reynebeau verwijst niet alleen naar dat beroemde toneelstuk van Cyriel Buysse, hij citeert ook uit het gedicht Internationale treinen*van Richard Minne. Ik neem het vers graag over als poëtische strijdkreet voor de vrijhandel, in het besef dat Minne een en ander sarcastisch bedoeld heeft.

Laat vrije baan aan de internationale treinen
Zij schuiven de toekomst open als gordijnen
En brengen ons reukwerk, guano en schoenen
Den Volkenbond en appels voor citroenen. 

* De versie van Dirk van Esbroeck staat hier. 


Hendrik Vos
     Het loont de moeite om het opiniestuk van Marc Reynebeau (DS 28/1) over Mercosur* te leggen naast het stuk van Hendrik Vos over het industrieel beleid (DS 17/2). Men merkt het verschil tussen een linkse populist als Reynebeau en een linkse liberaal als Vos, weliswaar een héél linkse liberaal. Politiek lopen de standpunten gelijk: de economie moet streng geregeld worden door de overheid om de consument en het klimaat te beschermen, en het beleid moet de vraag uit industriële kringen voor goedkope fossiele energie naast zich neerleggen. Maar er zijn verschillen in de ideologie. Bij Reynbeau overheerst het chagrijnige afgunstsocialisme, de haunting fear dat er ergens kapitalisten zouden zijn die superwinsten maken. Dat wordt meestal gekruid met verwijzingen naar grauwe 19de-eeuwse toestanden, is het Daens niet, dan is het wel Het gezin Van Paemel.
      Vos begint ook met een verwijzing naar het grauwe verleden, meer bepaald naar zijn vader die in een papierfabriek werkte, en die in de jaren 70 zijn baan verloor. Maar Vos wil met dat voorbeeld laten zien dat de fabrieksluitingen van de jaren 70 – in papier, staal, textiel en mijnbouw – niet noodzakelijke tot een sociaal-economische ramp moesten leiden. En dat het beleid van de overheid om die sectoren te redden alleen geleid hebben tot ‘zombie-achtige reanimaties’. Zo ook moet vandaag de overheid niet tussenkomen om oude energiebronnen te reanimeren, maar om de innovatie bevorderen in de richting van hernieuwbare energie. Vos verzekert ons terloops dat het geluid van windmolens, in tegenstelling tot wat Trump beweert, geen kanker veroorzaakt. ‘Niemand twijfelt eraan dat de toekomst ligt in de hernieuwbare energie,’ besluit hij.
     Vos bepleit hier een typisch liberaal vooruitgangsoptimisme. Maar los van de wetenschappelijk-technische vraag hoeveel we moeten verwachten van zonne- en windenergie, zijn er ook vanuit liberaal standpunt twee kanttekeningen te maken. Ten eerste is de prijs van fossiele brandstof zo onnatuurlijk hoog juist vanwege overheidsingrijpen met taksen, en ten tweede is het niet wijs als de overheid het tempo van een innovatie wil bepalen, noch door die te vertragen met subsidies in zombie-sectoren, noch door die te versnellen met dwingende regulaties. Zelfs áls we moeten overschakelen van petroleum en gas naar wind en zon, is het niet aan de overheid om het marstempo daarvan te bepalen. Een geforceerd marstempo kan misschien met ecologische of geopolitieke redenen worden verantwoord, maar niet met economische. 

* Zie mijn stukje hier.


 

Micromanagement in het onderwijs

     Ik vertrouwde Bruno Vanobbergen al niet toen hij kinderrechtencommissaris was, en toen hij daarna directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen werd, is dat niet veel verbeterd. In een interview met De Standaard zegt hij onder andere: ‘We mogen niet vergeten dat scholen een plek zijn om leerprocessen rond democratie vorm te geven.’
     Is dat zo? Als personeelsvertegenwoordiger binnen de Pedagogische Raad kreeg ik het vaak aan de stok met directeur M.H. Dan speelde ik wel eens de Grote Democraat. Een van de antwoorden van M.H. is mij bijgebleven. ‘De school is geen democratie. De leerlingen moeten naar jou luisteren, jij moet naar mij luisteren, ik moet naar mijn Raad van Bestuur luisteren, en de Raad van Bestuur moet naar de Guimardstraat luisteren.’ Aangezien ik ruzie aan het maken was, kon ik hem moeilijk openlijk gelijk geven, maar hij hád wel gelijk, vond ik – al moet iedereen in de hiërarchie zich natuurlijk hoeden voor machtsmisbruik.
    Gepensioneerd leraar Michel Berger - Mel Bergbewoner op  zijn FB-pagina - geeft een treffend voorbeeld van zo’n machtsmisbruik. Daarmee bakt hij voor Vanobbergen een koekje van eigen deeg. Ha, de baas van het katholiek onderwijs vindt dus dat Zuhal Demir aan ‘micromanagement’ doet. Met zoiets moet je bij Berger – die ooit nog les gaf aan Demir – niet komen aandraven:

 Als er iemand gemicromanaged heeft de laatste 30 jaar, dan wel de katholieke koepel. Ooit was die toonaangevend voor daadwerkelijk degelijk onderwijs. Maar ik heb ulieden vooral sinds 2000 eindeloos zien prullen en frunniken aan ieder vak, het zien bepotelen met regels, adviezen, verboden en didactische wenken ... tot het als een kaal geplukte kip zieltogend achterbleef, beschaamd om nog rond te lopen in haar blote kont. De kip met gouden eieren geslacht, door er niet alleen eieren uit te willen wringen maar vooral oplossingen voor ieder maatschappelijk probleem. Leerplannen die ooit geen twintig velletjes besloegen voor zes jaar en drie vakken tegelijk, en desalniettemin garant stonden voor een hoog niveau, heb ik zien verworden tot vette bundels van vele honderden bladzijden vol gepieter en gepeuter, in een jargon dat geen mens verstaat die wil weten wat er nu eigenlijk bedoeld wordt.

     Ik lees de tirade twee keer helemaal door, en het stukje over de leerplannen drie keer. Dat lucht op.

  

Kortjes

 Hoer!
     Dagelijks zie ik op FB enkele tekeningen van Peter van Straaten voorbijkomen waarop iemand iets grappigs zegt. Die grap kun je meestal niet navertellen, al heeft Karel van het Reve dat wel eens geprobeerd. Nu zag ik er gisteren een die ik wel kan navertellen. Een meneer staat op straat, kijkt boos naar een raamprostituee en roept luid: ‘Hoer!’. De grap zit in de overtreding van de communicatieregels. Sommige woorden gebruik je alleen om iemand uit te schelden die niét beantwoordt aan het scheldwoord dat je hem toeslingert. Je kunt Mussolini niet uitschelden voor ‘fascist’ of Hitler voor ‘nazi’. Er bestaan wel uitzonderingen. Je kunt bijvoorbeeld Raoul Hedebouw uitschelden voor ‘communist’. Hij zal niet ontkennen dat hij dat is, maar hij hoort het niet graag. 


Beeld en tekst bij Peter van Straaten
     Bij de meeste tekeningen van Peter van Straaten werkt de grap alleen als je beeld en tekst samen ziet. Maar deze uitspraak van een vrouw – die doet denken aan bepaald Elsschot-gedicht – werkt ook als ze alleen staat: ‘Als mijn leven een film was geweest dan had ik Herman al lang vermoord.’ De tekening die erbij staat is overigens geniaal*.

*Zie hier.


De olifanten van Gaia Schoeters
     Ook op de autoradio, maar recenter, hoorde ik een interview met Gaia Schoeters. De schrijfster heeft een nieuw boek uit: Het geschenk. Het gaat over Berlijn dat te maken krijgt met een invasie van 20.000 olifanten uit Botswana. Hoe zal de politieke wereld reageren? Volgens Schoeters gaat het  om een literaire allegorie, een poging om een onderwerp bespreekbaar te maken, tegen de bestaande vooroordelen in. Het boek gaat dus, als ik het goed begrepen heb, over de olifant in de kamer.   


Tutoyeren
     Isolde van den Eynde is een van de vele Vlamingen die er zich aan stoort dat de Brusselse minister-president geen Nederlands kent. Ze koppelt daaraan een pleidooi voor betere kennis van de twee landstalen. Als je de nuances van een taal onvoldoende aanvoelt, kun je elkaar niet goed begrijpen, vindt ze. Allemaal waar, maar op haar voorbeelden valt wel wat af te dingen. Ze schrijft:

 De Vlaming die snel tutoyeert, kan in Franstalige oren onbeleefd klinken, terwijl de ‘u’ in Vlaanderen als te stijf wordt ervaren.     Het omgekeerde is waar, geloof ik. Een Vlaming gebruikt veel te snel ‘u’, ook in informele contexten. Denk maar aan het lied ‘Ik houd van u.’ Dat komt omdat we met ‘u’ zo vertrouwd zijn als casus-vorm van het Vlaamse ‘gij’.


Een interessante verkeerssituatie
      In zijn nieuwste boek Common Knowledge becommentarieert Steven Pinker een interessante verkeerssituatie. Je staat aan de kant van de weg en wilt oversteken. Een autobestuurder heeft je gezien, vertraagt en stopt. Jullie kijken elkaar vragend aan. Hij durft niet doorrijden en jij durft niet oversteken. Dan knikt hij met zijn hoofd. Wat wil hij nu zeggen: ‘Steek jij maar over, ik wacht wel’ of ‘Ik heb begrepen dat jij niet wilt oversteken en ik dus mag doorrijden.’ Ik ken daar maar een oplossing voor. Als voetganger maak ik dan een breed zwaaiend gebaar dat de auto verder moet rijden en ik wacht tot hij dat doet. Dat is het veiligste.


‘De fascist naast Trump
       Af en toe hoor je wel eens dat Trump zelf geen ‘fascist’ is. Daarvoor is hij te dom. Maar mensen uit zijn entourage zijn het wel. Misschien moeten we daarbij denken aan de ideoloog Patrick Deneen, die een vriend is van JD Vance. Volgens Deneen moeten we afstappen van het ‘liberalisme dat geleid heeft tot ongelijkheid’. De ‘post-liberale’ orde moet gestoeld zijn op het ‘herstel van solidariteit’ en moet geleid worden door een ‘aristopopulistische elite die de belangen van de arbeidersklasse behartigt.’ Ik vind dat allemaal verontrustende woorden.


Bill White vs Conner Rousseau
     Vooruit-voorzitter Conner Rousseau heeft een filmpje op de sociale media geplaatst waarin hij president Trump vergelijkt met Adolf Hitler. De Amerikaanse ambassadeur Bill White vraagt nu dat de Belgische regering iets zou ondernemen tegen Rousseau. Hij mág dat natuurlijk vragen, maar hij moet weten dat bij ons de wet tegen het beledigen van buitenlandse staatshoofden in 2005 is afgeschaft*. Zelfs de wet tegen het beledigen van ons eigen staatshoofd is afgeschaft, zij het wat later. Sinds 2021 kunnen we straffeloos schrijven dat onze koning een idioot is.
     White zegt ook dat de VS een inreisverbod tegen Rousseau kan uitvaardigen. De VS mág dat doen, maar ik zou het niet verstandig vinden. Verenigd links en andere anti-Atlantisten willen dat België een uitwijzingsbevel zou uitvaardigen tegen ambassadeur White. België mág dat doen, maar ik zou het niet verstandig vinden. Maar dat onze pers schrijft dat White een idioot is die zich niet met onze wetgeving of rechtspraak dient te bemoeien, dat kan ik billijken.

* In de VS heeft zo’n wet geloof ik nooit bestaan. 


AI en IQ in het onderwijs
     Fouad Gandoul plaatste een berichtje op de sousjels over de wereldwijde daling van het IQ. Hij haalt een studie aan van Jared Cooney Horvath dat veranderingen in het onderwijs de oorzaak kunnen zijn. Er wordt volgens Horvath teveel gebruik gemaakt van AI en digitale technologie, terwijl

 onze hersenen niet geëvolueerd zijn om diepgaand te leren van schermen. Digitale omgevingen zijn inherent ontworpen voor snelle taakwisseling en oppervlakkig scannen. Dit stimuleert een vorm van vluchtige informatieverwerking die de noodzakelijke focus voor complexe probleemoplossing ondermijnt. In plaats van kennis te verankeren in het geheugen, leidt het gebruik van schermen vaak tot een overbelasting van de cognitieve capaciteit, waardoor de feitelijke retentie van leerstof drastisch afneemt.

     Daarop reageerde onderwijsspecialist Raf Feys, enigszins off topic:

In Vlaanderen beïnvloedde de toename van het aantal allochtone leerlingen niet enkel de daling van de algemene leerprestatie-scores, maar ook de daling van de algemene intelligentiescore, omgekeerd Flynn-effect.

      En daarop reageerde de libertaire filosoof Lode Cossaer op zijn beurt: ‘Er is geen enkel bewijs hiervoor. Raf verzint die causaliteit.’ Cossaer heeft ongetwijfeld gelijk dat er voor de stelling van Feys geen bewijs bestaat in de vorm van wetenschappelijke statistisch onderzoek. Rekening houdend met de academische weigerachtigheid om het soort intelligentieverschillen waar Feys naar verwijst te onderzoeken, zal dat bewijs er ook niet snel komen.


Mijn mentale leeftijd
     Ik ben niet, zoals Annie M.G. Schmidt, ‘altijd 8 gebleven.’  Ik geloof ook niet dat ik, zoals Yvonne Kroonenberg over Karel van het Reve zei, nog altijd een ‘leuke jongen’ ben. Leuke jongens genoeg, zei Kroonenberg. Nee, ik ben zeventig, maar met enkele nuances. Qua eetgewoontes zit ik bij de groep mannen tussen de 30 en de 49. Dat zijn de ‘functionele eters.’ Ik weet dat door een artikel dat ooit in De Standaard verscheen (30/11) en dat ik heb uitgeknipt.                  

 Mannen in de dertig en veertig hebben een beduidend hogere score op het ‘functioneel eetpatroon’. Ze gaan niet voor de beleving tijdens het winkelen en zien eten in fuctie van nutriënten. Ze checken de voedingswaardetabel en kiezen voor producten met het label ‘high in proteins.’

       Dat ben ik helemaal: een veertiger als het op eten aankomt. 
       Helaas is mijn brein heel wat ouder. Volgens nieuw onderzoek duurt onze cognitieve adolescentie van ons 9de tot ons 32de levensjaar. Daarna volgt een plateaufase tot we 66 zijn, waarna de vroege veroudering intreedt. Die cognitieve veroudering ondervind ik elke dag, of ik nu stukjes schrijf of naar een film kijk. Op mijn 83ste mag ik mij aan de late veroudering verwachten. Als ik zover geraak. 






 * Voor een Doorbraak-interview met Deneen:  zie hier.


woensdag 25 februari 2026

BBP-cijfers: een kanttekening, e.a.


BBP: een kanttekening

      Het boekje Over welvaart van onze premier heb ik nog niet gelezen, maar het zou raar moeten lopen als er nergens iets ongunstigs over het postmodernisme en het neoliberalisme wordt gezegd. Ik zal er mijn slaap niet voor laten. Wat het postmodernisme precies inhoudt weet ik niet, en wat het neoliberalisme inhoudt weet niemand. Voor links betekent het meestal niet meer dan dat de liberale principes ook op het economische domein worden toegepast, en dát zal wel de definitie van De Wever niet zijn. Marc Reynebeau (DS 25/2) verzekert mij ervan dat ik mij geen zorgen hoef te maken:

Hoezeer hij ook stelt het neoliberalisme te verfoeien, Bart De Wever lijkt nog in de ban te blijven van de sfeer waarin hij in de jaren 80 politiek opgroeide, die van de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher.

       Dat is een hele geruststelling.
     Minder geruststellend is de opmerking van Ive Marx (DS 24) dat van De Wevers humor in zijn recente essay niet zoveel te merken valt. Maar dat wist ik al. In zijn vorige essays Over Identiteit en Over Woke bleven de grappen ook achterwege. Marx maakt nog een andere kanttekening:

In De Wevers boekje vind je een grafiekje dat laat zien dat het bruto binnenlands product per inwoner in de Verenigde Staten sterker is gegroeid dan in de EU … Als je echter begint om te rekenen naar productiviteit per uur, dan wordt het verschil met de best presterende Europese landen – waaronder België – bijna volledig uitgewist. De enige reden waarom er een kloof per hoofd van de bevolking is, is simpelweg omdat we hier een pak minder uren werken. We nemen bijvoorbeeld meer vakantie op.

     Dat klopt natuurlijk. De Amerikanen nemen kortere lunchpauzes, werken langere uren, en klagen over de Europeanen die ‘altijd op vakantie zijn.’  Nu kun je bij die aantekening van Marx ook weer aantekeningen maken. De grafiek is bijvoorbeeld niet zozeer interessant omdat hij een kloof in productiviteit aantoont, maar omdat die kloof groter wordt. Dat is niet omdat de Amerikanen ondertussen nóg kortere lunchpauzes nemen, nóg langere uren werken en nóg minder op vakantie gaan. Het tegendeel is waar: ook de Amerikanen werken minder en minder, iets wat socioloog Charles Murray documenteert én betreurt in Coming Apart. Bovendien is het normaal dat in een vrijere economie meer plaats is voor sectoren met een lage productiviteit – hamburger restaurants – naast sectoren met een hoge productiviteit. Het is dat laatste wat De Wever wil aankaarten, en dat weet Marx ook wel. De rest van zijn eigen betoog gaat over die ‘éne sector’ die verantwoordelijk is voor de ‘kloof’ namelijk de informatietechnologie.
     Dit gezegd zijnde blijft de kanttekening van Marx over het bbp interessant. We hebben het bbp-cijfer nodig als we willen spreken over welvaart, maar het is een erg ruwe benadering. De rijkdom van een rustig leven en veel vakantie wordt niet gemeten. En als we het bbp willen gebruiken om iets te bewijzen, moeten we dubbel oppassen. Een liberale uiteenzetting die een positief verband legt tussen vrije markt en bbp, moet er toch ook even de Gini-index bij halen om te zien of dat bbp een beetje redelijk verdeeld is. En een linkse* uiteenzetting die een positief verband legt tussen migratie en bbp moet minstens dat BBP per inwoner uitrekenen.
     Frédéric Bastiat heeft indertijd op nog een andere valstrik gewezen. Het moedwillig kapotslaan van een ruit en het laten herstellen ervan komt in het bbp terecht in dezelfde kolom als het maken van een nieuwe broek. Elchardus legde het op zijn manier uit:

 Of, om een actueel voorbeeld te nemen, wanneer een vrouw tijdens het joggen wordt aangerand, ernstig gewond raakt en medische verzorging nodig heeft, wordt dat als een bijdrage aan het bbp geregistreerd. 

      Cijfers, het blijft een moeilijke kwestie. Wie dat niet gelooft, kan best eens twee columns over migratie met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld een van Frank D’hanis (hier) en een van Mark Elchardus (hier). 

* Eventueel ook van links-libertarische zijde.


Frank D’hanis en Johan Sanctorum
     FB-vriend Frank D’hanis besluit zijn dagelijkse post met de melding: ‘Mijn schrijfwerk steunen? Dat kan via Buy-me-a-coffee.
 De vrijwilligheid van die steun is mij uitermate sympathiek. Andere scribenten die graag iets willen verdienen, beperken de toegang tot hun website of hun substack-pagina. Wie de volledige teksten wil lezen of toegang wil hebben tot alle functionaliteiten, wordt verplicht om te betalen. Maar die scribenten behoren tot de neoliberale bent, waar D’hanis overduidelijk niet toe behoort. Of moet ik toch achterdochtiger zijn en biedt hij mij een verslavend product aan waar later ik later harde valuta voor zal moeten betalen? D’hanis zelf waarschuwt voor zulke vuile streken in zijn FB-post van 9 januari.

De AI-bedrijven zijn druk bezig om hun technologie te consolideren en er een cashkoe van te maken. Ik vind het vreemd dat daarbij niet vaker de metafoor van de drugdealer gebruikt wordt. Met beetjes en stukjes krijgen we gratis stalen AI toegespeeld, we worden afhankelijk en dan wordt de prijs opgedreven. Het business model is zo duidelijk als maar kan zijn.

     Het voorstel van D’hanis om zijn schrijfwerk te steunen door hem een koffie te betalen deed mij aan een gelijkaardig voorstel denken van een andere publicist: Johan Sanctorum. Zijn blogstukken eindigen met de mededeling: ‘Vrijwillige bijdragen, om mijn pen van wat inkt te voorzien, zijn welkom.’
      Dat was, toen ik erover nadacht, niet de enige gelijkenis tussen de twee columnisten. Ze zijn allebei filosoof van opleiding, hebben overal een mening over, zijn niet vies van enige provocatie, kruiden hun morele verontwaardiging met een scheut satire, en schrijven uitdrukkelijk voor de eigen achterban, van wie de ene stevig links en de andere onverdund rechts is. Sanctorum is daarbij geloof ik de minst orthodoxe, want die kan mij ook wel eens langs links inhalen. Hij lijkt beter te begrijpen dat sommige kwesties eigenlijk nogal ingewikkeld zijn, ook al moet je er eenvoudig over schrijven. Je denkt bij jezelf: die Sanctorum, il n’est pas dupe. D’hanis daarentegen leeft in een rechtlijniger universum en hij gelooft trouwhartig elke sociologische studie die zijn standpunt bevestigt.
    Een gelijkenis die ik niet verwacht had was de populistische inslag, die bij Sanctorum een grondtoon is, maar dus ook bij D’hanis occasioneel opduikt. Dat laatste zag je bijvoorbeeld toen er een rel ontstond naar aanleiding van de zwangerschap van Melissa Depraetere. De minister moest om medische redenen stoppen met werken terwijl haar ministerloon gewoon doorliep. Men kan zich makkelijk voorstellen hoe daar op de sjowsjels over geschreven werd. ‘Weer eentje die haar zakken vult.’ ‘Krapuul dat alleen aan zichzelf denkt.
 In de privé vlieg je eruit of krijg je een fractie van je loon.’ ‘Moet ze nu al platliggen? Onze grootmoeders werkten op het veld tot de vliezen braken.’ ‘De matras van de partij zit vol, hopelijk weet ze van wie het kind is.’ 
     De normale reactie van links is dan om zulke reacties streng te veroordelen als ‘anti-politiek’. Maar D’hanis tapte uit een ander vaatje, al kwam dat misschien ook omdat Zuhal Demir, zijn bête noire, het voor haar collega Depraetere had opgenomen.

“Boosaardige griezels” noemt Demir al die boze mensen online ... Maar ik geloof niet dat al deze mensen moreel corrupt of heel erg dom zijn … Morele helden moeten we er niet van maken maar misschien zijn ze zo anti-politiek omdat ze terecht het gevoel hebben dat die politiek hun belangen nooit eerst zet. Hoe winnen we die mensen terug?

     Een andere gelijkenis tussen Sanctorum en D’hanis is dat die twee mij nauwelijks tot tegenspraak prikkelen. Ik moet maar een column lezen van Ive Marx, waar ik het voor 75 procent mee eens ben,  en er valt mij van alles te binnen om te repliceren, vooral gedachten die al langer deel uitmaken van mijn monologue intérieur maar die nu door dat Marx-stukje een kristallisatieproces doormaken. Maar als Sanctorum of D’hanis iets schrijven – of ik er nu akkoord mee ga of niet – valt er mij heel weinig te binnen. Ik kom niet veel verder dan: ja, die mensen denken nu eenmaal zo.
      En er is nog iets anders. Laatst schreef D’hanis een stukje waarin hij de democratische intenties van N-VA in twijfel trok. Bart De Wever en Joren Vermeersch hadden geschreven dat we iets konden leren van het economisch dynamisme van Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten, Darya Safai had het verzet van Reza Pahlevi tegen de Ayatollahs geprezen, en Michael Freylich had iets ten gunste van Israël gezegd. Daarop stelt D’hanis, geheel naar waarheid, dat Singapore en de Emiraten een autocratisch systeem hebben, dat de vader van Reza Pahlevi een dictator was, en dat Israël de mensenrechten schendt in Palestijns gebied. En hij concludeert dat die vier prominente N-VA’ers het in hun hoofd hadden gehaald om Singapore, de Emiraten, het Iran van de Sjah en de bezettingspolitiek van Israël te ‘lauweren als maatschappelijk-politieke voorbeelden om na te streven.’ Ik zou over die conclusie natuurlijk wel iéts kunnen zeggen, maar dat iéts kan iedereen zelf wel bedenken.
     De gelijkenis die mij nog het meeste treft is dat beide polemisten zo vlot schrijven. Daar ben ik als agony writer jaloers op. Ik ben uren bezig met een stukje aan elkaar te formuleren*, maar bij Sanctorum lijkt het alsof zijn proza in een geut uit de pen vloeit waar vrijwillige lezers de inkt voor betalen. Nu is elk vlot lezend stukje niet altijd vlot tot stand gekomen, maar bij D’hanis moet het echt wel zo in het werk gaan. De man heeft geloof ik les in het middelbaar. Toen ik nog les gaf, had ik tussen de lesvoorbereidingen en de verbeteringen geen tijd meer voor niéts. Alleen de vijf laatste jaar deed ik het wat rustiger aan, had ik tijd om pianolessen te nemen, begon ik wat vaker naar films op tv te kijken,  en kon ik een of twee keer per week week een stukje op mijn blog plaatsen.
     Nee, op zo’n vlotte pen ben ik jaloers. Als ik zoiets had, dan zou ik mijn stukjes hierboven in een uurtje bij elkaar geschreven hebben en had ik de rest van de dag vrij gehad. 

* Ik maak al een uur zoek om het verontrustende stukje van D’hanis terug te vinden waarin hij waarschuwt voor de AI-bedrijven die ons als drugdealers verslaafd maken aan hun gratis product waar ze later een opgedreven prijs voor zullen vragen.

dinsdag 24 februari 2026

Eredoctoraat voor Francesca Albanese, e.a.


Eredoctoraat voor Francesca Albanese
     De eerste keer dat ik de naam van Francesca Albanese hoorde, was over de autoradio, een jaar geleden. Albanese nam een stevig pro-Palestijns en anti-Israëlisch standpunt in, wat in het Westen niet ongewoon is. Ik heb er niet veel over gezegd, want mijn vrouw zat naast mij en wij denken anders over die kwestie. Maar het stoorde mij dat dat standpunt kwam van een ‘speciaal rapporteur van de UNO voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden.’ Israël is toch ook een lid van de UNO, dacht ik, moet zo’n rapporteur dan niet wat meer neutraliteit aan de dag leggen? En bestaat er ook zo’n ‘rapporteur’ voor de mensenrechtensituatie in Iran*?
      Maar nu hebben de raden van bestuur van de VUB, de UGent en de Universiteit van Antwerpen beslist om aan Albanese een eredoctoraat toe te kennen. Daar is hier en daar wat protest tegen. De Standaard publiceerde en open brief van Joël Kotek, politicoloog, en Viviane Teitelbaum, voorzitster van Jonathas, een instituut dat het antisemitisme wil bestrijden.
     Kotek en Teitelbaum roepen de drie universiteiten op om dat eredoctoraat niét uit te reiken. Ze vinden dat sommige anti-Israël uitspraken van Albanese ‘aansluiten bij het repertoire van antisemitische stereotypen’ en geven daarvan enkele voorbeelden. Ze nemen er ook aanstoot aan dat Albanese zulke uitspraken deed in de aanwezigheid van Hamas-leiders. Ook vinden ze de uitspraken van Albanese misschien wel in strijd met de racisme-wet van 1982 en de anti-negationisme-wet van 1995.
      Ik ben een koele minnaar van het antisemitisme-argument, en van de wetten van 1982 en 1995 ben ik een verklaard tegenstander. Maar ook zonder die wetten vind ik de beslissing om dat eredoctoraat uit te reiken ongelukkig. In het algemeen is het beter om eredoctoraten uit te reiken voor academische of humanitaire prestaties, veeleer dan voor politiek engagement. Maar ik begrijp dat de grens tussen het humanitaire en het politieke niet altijd scherp te trekken valt**. De universiteiten zullen doen wat ze niet laten kunnen, en ondertussen ben ik al blij dat De Standaard ook eens een stuk tégen Albanese heeft geplaatst
.     En toen las ik op FB een boze reactie van, dacht ik, Tom Naegels:

Als Albanese al geen eredoctoraat zou mogen krijgen, volgens deze twee doctrinair-zionistische apartheidsverdedigers en Nakba-ontkenners, waarom zouden zijzelf dan wel vereerd moeten worden met een podium in een kwaliteitskrant?

     Hoe had Tom zoiets kunnen schrijven? Zo’n kinderachtige redenering! En dan het stijltje: ‘doctrinair-zionistische apartheidsverdedigers en Nakba-ontkenners.’ Was dat misschien een pastiche op de stijl van de open brief? De dag erna zag ik de papieren krant, met de boze reactie als lezersbrief. Het raadsel was opgelost. De auteur was niet Tom Naegels, maar Tom Lanoye. 

* Voor alle duidelijkheid: ik ben er geen voorstander van dat er zo’n Uno-rapporteur voor de mensenrechten in Iran zou komen. Kritiek op de mensenrechtenschending moet komen van individuele landen of niet-gouvernementele organisaties. 

** Ook de grens tussen het academische en het politieke valt niet altijd scherp te trekken. Zie mijn stukje hier over onder andere het eredoctoraat dat de KULeuven uitreikte aan de Amerikaanse fysicus Norman Rasmussen. 


 Links, rechts en extreem
      Een klassieke manier om naar politiek links en rechts te kijken is het hoefijzermodel. De twee takken stellen links en rechts voor en aan de uiteinden – de extremen – buigen ze naar elkaar toe. ‘Les extrêmes se touchent.’* Dat is een typische voorstelling voor iemand die zichzelf in het centrum waant, maar ze doet geen recht aan de assymetrie in het dominante taalgebruik. Iedereen kent het begrip ‘verrechtsing’, maar je moet je al in stevig rechtse milieus begeven om het begrip ‘verlinksing’ tegen te komen. De waarschuwing dat N-VA niet met VB mag samengaan, klinkt altijd veel luider dan die dat de socialisten niet met de PVDA mogen samengaan.
     FB-vriend Geraard Goossens heeft voor die situatie een uitleg: 

Rechts bevind je je op een hellend vlak, je moet áltijd opletten dat je niet afglijdt. Bij links is dat niet het geval, écht 'links' ben je nooit genoeg. Extreem-links is dan ook zonder problemen het slechte geweten van links ... Dit wil dus zeggen dat de twee extremen van het politieke spectrum een andere rol spelen: extreem-rechts is altijd een gedeformeerde, grimmige versie van rechts; extreem-links steeds een pure, gecondenseerde versie van links. Links is eigenlijk een perversie van extreem-links en extreem-rechts is een perversie van rechts. Links is altijd bang té gematigd te zijn en rechts is altijd bang om niet gematigd genoeg te zijn.

      Daar zit veel waarheid in. De centrum-linkse Louis Tobback vormde ooit in de jaren 80 een coalitie met extreemlinks; dat was met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen. Tobback noemde extreemlinks toen wel niet ‘het geweten van links’ maar dan toch ‘het zout in de soep.’ Vleierij natuurlijk, om extreem-links te paaien met woorden in plaats van met verkiesbare plaatsen op de lijst. Maar het was meer dan dat; het was ook het aanvoelen van veel traditionele socialisten: extreem-linksen houden weliswaar te weinig rekening met de realiteit, maar ze verliezen ten minste het einddoel niet uit het oog. Diep in hun hart vrezen ministrabele socialisten dat ze hun jeugdideaal vegeten zijn. Zoals Adriaan Roland-Holst dichtte:

In hun gehuurde zaal
Hebben zij het uitgerekend
Tezamen, en blij
Wat die wind betekent
Vergaten zijn.

          Maar hier is meer aan de hand dan opspelend geweten, nostalgie naar jeugdidealen en romantische dromen van een nieuwe wind die over de wereld moet waaien. Als voor links het hoogste goed bestaat uit de sociale gelijkheid, dan is het extreme standpunt dat die gelijkheid volkomen en absoluut moet zijn. Dat is dan een ultiem streefdoel waar geheel links zich achter kan scharen.
      Ter rechter zijde ziet de zaak er anders uit. Als voor (een bepaald soort) rechts het hoogste goed bestaat uit de natie**, dan zal de extreme vorm ervan dat goed nastreven ten koste van andere naties, iets waar inderdaad slechts de grimmige extremisten zich achter kunnen scharen. 

* Over het hoefijzermodel: zie hier. Het model illustreert onder andere dat extremisten van links en rechts op elkaar gelijken in hun enthousiasme voor geweld en dwang, en in hun verwerping van de liberale democratie.

** Het is overigens niet noodzakelijk om rechts te herleiden tot een of andere vorm van nationalisme. Er moeten ook conservatieve Amerikanen bestaan die individuele vrijheid als hoogste goed zien en die zich ’s avonds voor het slapengaan afvragen of ze hún idealen wel trouw gebleven zijn. Voor hen is Ayn Rand dan hun ‘slechte geweten’.