woensdag 21 februari 2024

3808 Cadieux Road, etc.


3808, Cadieux Road
     Ik heb, zoals de meeste mensen, op heel verschillende adressen gewoond, maar het adres dat ik nooit zal vergeten is dat van mijn jeugd: Speiestraat 16, Wervik. Ik heb op veel scholen les gevolgd, maar de school die ik nooit zal vergeten is het pensionaat in Aalbeke, een woord dat in Vlaanderen gebruikt wordt om zowel een kostschool als een gevangenis aan te duiden. Ik heb in veel parken gewandeld, maar het park dat ik nooit zal vergeten is dat van de Balokken, dat in mijn jeugd een vuilnisbelt was omgeven door populieren.
     Bij mijn vader is dat net zo. Het park dat hij nooit zal vergeten is dat van Bel Isle bij Detroit. De school die hij nooit zal vergeten is de katholieke Saint Clare School in Grosse Point, waar sommige klasgenootjes werden afgezet door een privé-chauffeur. Het adres dat hij nooit zal vergeten is Cadieux Road, 3808 – spreek uit Cadjee Road – waar hij woonde tussen zijn derde en zijn twaalfde levensjaar. Zie de foto hierboven. 

De sneeuw van vroeger
     We herinneren ons allemaal de massa’s sneeuw van onze jeugd. Où sont les neiges d’antan, vroeg Villon zich al af. Met kerstmis moesten we tunnels graven door de sneeuw om ergens te komen. Maar als je zoiets zegt, is er altijd een wijsneus in de buurt die beweert dat onze herinneringen bedrieglijk zijn en dat er met kerstmis weinig sneeuw gevallen is de laatste 60 jaar. Dat kan best zijn**. Wel herinner ik mij met zekerheid dat er in 1970 drie dagen vóór Pasen sneeuw lag in Meldert (in Oost-Vlaanderen). En op Nieuwjaar 1980 lag er sneeuw tussen Ieper en Reninge. Ik had toen een verloofde die in Reninge woonde. Ook toen kon het openbaar vervoer niet goed om met sneeuwval. Een trein bracht mij van Wervik naar Ieper, niet verder, en vandaar was het nog 12 kilometer lopen, door een Dokter Zjivago-landschap. ‘s Avonds voerde mijn verloofde mij met de auto naar Brugge, waar ik een trein kon nemen naar Leuven. Die reed wel.

Zijn lelijke kop opsteken
     Ik las onlangs nog ergens, in een aardig stuk overigens, dat het ‘fascisme zijn lelijke kop weer opsteekt.’ Je kunt de uitdrukking, zeker in het Engels, voor alles gebruiken wat je onaangenaam vindt. Anthony Trollope gebruikte ze om over rebellion te spreken, en Dashiel Hammett om zijn afkeer van celibacy uit te drukken. In een politieke context leent de uitdrukking zich beter om extreemrechtse opvattingen te kastijden. Je krijgt 15.200 hits voor ‘racism rears its ugly head’, waaronder ook een van de Cambridge Dictionary, en 4.200 hits voor ‘fascism rears its ugly head again.’ Maar bij ‘communism rears its ugly head again’ krijg je van google amper reactie. Ik zou zelf ook nooit schrijven dat ‘het communisme zijn lelijke kop weer opsteekt,’ hoeveel stemmen de PVDA ook zou halen.

De trouw
     70 jaar geleden was het nog de gewoonte dat artsen met een rijke vrouw trouwden. Dat was een interessante regeling voor de arts. Hij kon dan meteen een imposant huis kopen, zo een dat patiënten overtuigde dat er een échte dokter woonde. Ook voor de vrouw was het interessant: ze wist dat ze met haar dokter nog rijker zou worden. Zo kwam het dat de beginnende arts T. zou trouwen met de rijke R. van het naburige dorp. Alleen had R. vroeger een relatie gehad met een andere man. Ik ken zijn naam niet; laat ik hem X. noemen.
      Nu komt de plot op gang. Twee dagen voor het trouwfeest was X. op café met vrienden. Hij werd ermee geplaagd dat zijn liefje zou trouwen met een arts. ‘Ach,’ antwoordde X., ‘ze eet nog altijd uit mijn hand. Als ik met mijn vingers knip, volgt ze mij. Als ik zeg dat er geen trouw komt, dan komt er geen trouw.’ En zo gebeurde het ook. Op de dag van de trouw, kwam de R. niet opdagen. Ze was er met X. vandoor. Dat was natuurlijk vervelend voor de betrokken families. Er werd beslist om het feest toch maar te laten doorgaan, zonder de bruid. Je kon het eten moeilijk weggooien. 
   
 Een maand later keerde R. terug, zonder X. De werkelijkheid had – om het zo maar eens te zeggen – haar lelijke kop opgestoken. Er werd getrouwd in intieme kring, met een korte ceremonie in alle vroegte. Van R. wordt verteld dat ze nooit van haar leven nog gelachen heeft. 

Hamas
     7 of 8 jaar geleden plaatste ik een stukje waarin ik terloops de islamistische organisatie Hamas ter sprake bracht. Ik schreef toen dat er in een Hamas-staat weinig plaats zou zijn voor de Joden die nu Israël bewonen. Een bekende Vlaamse conservatief reageerde met een verwijzing naar het officiële programma van Hamas dat juist wel een gelijkwaardige plaats voorzag voor iedereen die het nationale Palestijnse project genegen was. Ik heb dat programma toen vluchtig gelezen en vastgesteld dat het er inderdaad democratischer uitzag dan je zou denken
.
     Nu pas bedenk ik mij dat je officiële programma’s van revolutionaire en terroristische organisaties niet altijd letterlijk moet opvatten. In de jaren 60-70 van vorige eeuw had je de Vietnamese communisten die de Zuid-Vietnamese regering en de Amerikaanse aanwezigheid bevochten. Wat was hun programma? Dat de communisten de macht zouden overnemen? Helemaal niet. De communisten waren maar één fractie in het brede bondgenootschap dat Nationaal Bevrijdingsfront (NBF) heette, en ook dat NBF wou maar één derde van de macht. De overige tweederde zou gaan naar de bestaande regering, met uitsluiting van enkele leiders, en naar neutrale partners. De Vietnamese communisten zouden zich dus tevreden stellen met een fractie van een derde van de staatsmacht. De werkelijkheid is enigszins anders uitgedraaid.

Spaanse amnestie
     In de zomer bezochten we het archief-museum van Salamanca, dat gewijd is aan de Spaanse burgeroorlog (1936-1939). Er hingen twee teksten uit die het verschil tussen de linkse republikeinen en de rechtse nationalisten moesten duidelijk maken. Een van die teksten was van de republikeinse regeringsleider Negrín: hij beloofde amnestie te verlenen aan zijn vijanden als zijn kamp overwon. De andere tekst was van Franco: hij beloofde bij een gebeurlijke overwinning zijn vijanden te straffen. Iedereen moest verantwoording afleggen voor zijn daden.
     We kennen de afloop van het verhaal. Franco overwon, duizenden republikeinen werden terechtgesteld en tienduizenden werden opgesloten of van hun kinderen beroofd. Daarna werd de repressie geleidelijk minder. Hoe zou het verlopen zijn als de republikeinen hadden overwonnen en als – wat waarschijnlijk is – de communisten de nieuwe regering hadden gecontroleerd. Ze hadden in elk geval al 60-70.000 vijanden geëxecuteerd of gelyncht vóór ze aan de macht kwamen.

Vertalen
     Op sommige Brusselse bussen is achteraan de volgende boodschap aangebracht, als waarschuwing voor stepgebruikers: Ne finissez pas dans ce bus; laissez le quitter son arrêt. Ik zou werkelijk niet weten hoe je dat moet vertalen. Pas op dat je niet tegen deze bus botst? Dat lijkt nergens naar. Zelfs de uitdrukking entrer dans le décor vind ik moeilijk om te vertalen. Zorg dat je niet van de weg af raakt?

Islamitische klederdracht
     Bij het winkelen in Ikea valt mij op hoeveel vrouwen in volledige islamitische kledij rondlopen, niet alleen een hoofddoek, maar ook een plechtig gewaad dat tot op de grond hangt. Hun mannen die naast of voor hen lopen zijn westers gekleed, in jekkers en trendy winterjassen. Hoewel ik mij nergens mee wil moeien, werkt dat verschil een beetje op mijn zenuwen. Anderzijds verlang ik niet naar de dag dat ook de moslimmannen in Ikea allemaal op kaftans overschakelen. 

Filmsterren die op elkaar lijken
     Soms zie ik iemand op televisie waarvan ik vind dat die op iemand anders gelijkt. Ik zeg dat dan tegen mijn vrouw, en die antwoordt onmiddellijk: helemaal niet! Laatst keken we samen naar de reeks Irma Vep (Vrt Max). Dat is een heel leuke reeks voor iemand die houdt van films over films. Er komt een heel klein stukje toneelrepititie in en ik zei onmiddellijk: Bérénice! En jawel hoor, daar kwamen de beroemde woorden: ‘J’aimais, Seigneur, j’aimais: je voulais être aimée.’
     Ook vond ik dat de hoofdactrice, Alicia Vikander, goed op Nathalie Portman geleek. Maar dat durfde ik niet zeggen. Ik googlede eerst op ‘Nathalie Portman looks like …’ en ik kreeg in de eerste plaats Keira Knightley en Millie Bobby Brown, en verder een eindeloze rij namen, van Wiona Ryder over Greta Garbo tot, uiteraard, Jacky Kennedy. Ik besloot het omgekeerd aan te pakken en tikte ‘‘Alicia Vikander looks like’ … en de eerste vier namen waren: Emily Blunt, Alba Baptista, Brie Larson en … Natalie Portman. Toen durfde ik iets over de gelijkenis zeggen tegen mijn vrouw.
 

 

 

* Over de Balokken, zie ook hier.

** Maar dankzij de blog van Jan Devriese weten we dat er dat laatste 50 jaar bij ons minstens één keer sneeuw gevallen is met kerstmis. Zie hier

 

dinsdag 20 februari 2024

'Narratief' en 'omvolking'


 ‘Narratief’
     Niet zo lang geleden was er een debat op Terzake over de ‘omvolking’, met Mark Elchardus en Christophe Busch. Ik luister graag naar die mensen. Elchardus is altijd zo scherpzinnig en onverzettelijk. En Busch heb ik ooit op mijn school horen spreken, toen de directie beslist had iets te doen tegen de opkomst van extreem-rechts onder de leerlingen. Busch zei toen dat je van je extreemrechts geen karikatuur mocht maken. Dit keer echter vond ik het onaangenaam dat hij zo vaak woorden gebruikte als denk- en handelingskader en vooral narratief. ‘Waarom is het oude woord discours niet goed genoeg?’ dacht ik bij mijzelf. En toen schoot het mij te binnen dat discours ooit ook een nieuw woord was geweest.      
       Ik heb het woord discours – in de betekenis van visie en ideologie – voor het eerst gehoord op een feestje bij ons thuis, toen ik afstudeerde in de Romanistiek. Ik had mijn professoren Spaans uitgenodigd, en een van hen had haar vriend meegebracht. De conversatietaal aan tafel was Frans, en op zeker ogenblik gebruikte de vriend van mijn professor het woord discours. Ik begreep dat hij niet redevoering bedoelde, maar wat hij dan wel bedoelde wist ik niet. Toen ik het hem vroeg, voelde hij zich betrapt. Hij dacht dat ik sarcastisch probeerde te zijn.
     Nog even terug naar Busch. Ik was het niet eens met wat hij zei in Terzake, vanwege de redenen die Elchardus aangaf, én om nog om een andere reden. Busch zei dat mensen die het woord omvolking gebruikten, vastzaten in een ‘binair denk- en handelingskader.’ Maar – pas op, hier volgt een tu quoque – zelf was hij ook erg binair. Als je hem bezig hoorde, leek het alsof er maar twee uitkomsten mogelijk waren in het debat: enerzijds de massamigratie ‘in al haar complexiteit’ aanvaarden, of anderzijds overgaan tot ‘remigratie’ en ‘deportatie’. Ik zie hier minstens nog een derde weg als mogelijk narratief. 

‘Omvolking’
      Ik vind ‘omvolking’ een redelijk goed woord om over massa-immigratie te spreken. Dat is in mijn mening daarover. Er zijn echter vier redenen waarom ik het woord zelf niet zou gebruiken, drie goede en en een dubieuze. De goede redenen zijn de volgende: het woord kan de verkeerde indruk geven dat massa-immigratie een bewust beleid is, dat de autochtone bevolking zal worden vervangen of verjaagd door een meerderheid van migranten, en dat de migranten op termijn geen deel kunnen uitmaken van het ‘volk’. De dubieuze reden heeft te maken met de symbolische betekenis van het woord. Het woord is gebruikt geworden en wordt soms nog gebruikt door racisten, en heeft op die manier een racistische 
bijklank gekregen. Goed, goed. Dan gebruik ik het woord ‘migratie’. Ik wil het andersdenkenden die graag over een woord vallen niet te gemakkelijk maken.
      Maar als ze beginnen zeuren over een ‘narratief’ of over ‘de betekenis van woorden die wordt bepaald door de context’, dan sla ik die passages over. Ik heb graag dat de betekenis van woorden een zekere betrekking onderhoudt met het woordenboek, de etymologie en het gezond verstand. En ik vind het flauw als iemand de semantische analyses van Frege, Wittgenstein en Austin gebruikt om een politiek debat te winnen. Of nee, dat lijkt mij iets dat ik ook wel zou durven proberen.




N-VA-kopstukken verdedigen

 (1).
     Ik kreeg enige tijd geleden het verwijt dat ik vaak N-VA-kopstukken ‘verdedig’. Nou ja, dat zal wel eens voorgevallen zijn, vooral toen N-VA in de federale regering zat, maar ik ga dat niet als hoofd- of bijberoep gaan doen. Ik ga Zuhal Demir niet verdedigen met haar stikstofnormen, noch Peter De Roover met zijn eis voor renteverhoging op spaarboekjes, noch Ben Weyts met zijn loonbonus voor leraren, noch Bart De Wever met zijn uitspraken over Vlaams Belang. Ik weet niets af van stikstof of landbouw, begrijp van monetaire kwesties alleen dat ze erg moeilijk zijn, ben geen voorstander van de loonbonus, en heb Bart De Wever niet nodig om te weten onder welke voorwaarden Vlaams Belang wel of niet kan deelnemen aan een regering. 

(2).
     Iets anders. Soms lees ik ergens in een krant of op FB dat een N-VA-kopstuk ‘gelogen heeft’. Daar schrik ik van op. Ik ben een N-VA-stemmertje en ik wil niet dat mijn kopstukken liegen. Ik ga dat dan uitzoeken en stel meestal  vast dat het naar mijn maatstaven met dat liegen nogal meevalt. Als ik voldoende inspiratie heb, schrijf ik er zelfs een stukje over. Dat is niet genoeg om iemand die daar anders over denkt te overtuigen, maar waarom zou ik dat zo nodig willen? Vaak gaat het in zulke kwesties over proporties, nuances en interpretaties en daarover kun je moeilijk discussiëren. 

(3).
    Of nog. Ik las ergens het verwijt dat Bart De Wever aandrong op het opstellen van een canon van Vlaanderen, maar dat hij vroeger ‘toen hij nog in de oppositie zat,’ zich had uitgesproken tegen de ‘canonisering van de geschiedenis’. Ha, denk ik meteen, dat zijn twee heel verschillende zaken. Ik maak daar een snelle notitie van. Misschien zit in dat onderscheid tussen ‘canon’ en ‘canonisering’ een stukje in. Misschien ook niet. 

Het abortusdebat

 
    Vanuit levensbeschouwelijk standpunt valt er over abortus nauwelijks te discussiëren. Vanuit ‘wetenschappelijk’ standpunt nog minder. Maar politiek is abortus een kwestie van compromissen. Vandaag kan de zwangerschap onderbroken worden gedurende de eerste 12 weken. Bijna alle partijen, ook CD&V, gaan akkoord met een uitbreiding tot 14 weken. Socialisten, communisten, liberalen en groenen willen een uitbreiding tot 18 weken. Niemand stelt 25 weken voor.
     Maar nu las ik iets eigenaardigs in een stuk van politicologe Karen Celis: ‘Mocht u nog niet weten voor wie u bij de volgende verkiezingen zult stemmen, dan kunnen die standpunten over abortus misschien helpen.’ Bij mij helpen die standpunten niet. Ik vind 18 weken te veel, maar ik heb andere redenen om niet voor de socialisten, communisten, liberalen en groenen te stemmen. Ik ben geen one-issue stemmer.
      Overigens lijkt het voor Karin Celis een uitgemaakte zaak dat abortus zo laat mogelijk moet kunnen worden beslist. Ze gebruikt de bekende argumenten en verwijst ook naar de oude slagzin ‘baas in eigen buik’, wat een populaire versie is van ‘de vrouw beslist’. Tegen die argumenten heb ik niets in te brengen, want dan zou ik het levensbeschouwelijk debat openen. Maar over die slagzin heb ik wel een ferme mening: ze is half juist. Als een vrouw zwanger is, kan ze met de vader van het ongeboren kind, of met gelijk wie, overleggen wat ze zal doen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij haar, en bij niemand anders. Het wettelijk kader is evenwel een andere zaak. Daar is het niet de vrouw maar de wetgever die beslist. Dat het percentage vrouwen in onze wetgevende vergaderingen ondertussen 41 procent bedraagt, is in dat opzicht geen slechte zaak.

Ruzie over Freud


     In het derde middelbaar vroeg de leraar of iemand van ons wist wie Sigmund Freud was. Ik stak mijn vinger op. ‘t Is een schrijver,’ zei ik. Dat was goed, maar de leraar wou ook weten welk soort schrijver. ‘Een dichter,’ gokte ik. ‘Nee antwoordde de leraar. En hij gaf vervolgens een uitleg die ik nu vergeten ben. Het is ook al heel lang geleden.
      Nu is er over die Freud vorige week een kleine ruzie geweest in de kolommen van De Standaard, tussen aan de ene kant Maarten Boudry en enkele vrienden, en aan de andere kant Christophe Vekeman. Helemaal begrijpen doe ik die ruzie niet. Voor mij zeggen ze ongeveer hetzelfde. Boudry en zijn vrienden schrijven dat Freud een ‘pseudowetenschap’ in het leven riep, en Vekeman schrijft dat ‘Freud uiteraard geen wetenschapper in de exacte zin van het woord was.’  Wel dan?
     Vekeman neemt het Boudry en consorten kwalijk dat ze ‘álles wat verband houdt met verdringen en het onbewuste in een ridiculiserend spotlicht plaatsen.’ Misschien doen ze dat, maar niet in het manifest dat ze in De Standaard lieten opnemen. Hoogstens schreven ze dat ‘de experimentele psychologie geen ruimte liet’ voor de Freudiaanse concepten als verdringen en het onbewuste. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat die concepten onzinnig of belachelijk zijn. Alleen is het misschien moeilijk om er wetenschappelijke experimenten rond op te zetten.
     Als Freud geen ‘wetenschapper in de exacte zin van het woord was’, wat was hij dan wel? Volgens Vekeman was hij een ‘ontdekkingsreiziger*.’ Dat is een mooie metafoor voor ‘speculatieve filosoof.’  Als Vekeman dat bedoelt, heeft hij meer dan gelijk. In het middelbaar kregen we in de godsdienstles uitleg over Marx, Nietzsche en Freud. Onze meester, Bernard Denijs, besprak die als filosofen. Aan de universiteit heb ik vijf of zes inleidende colleges gevolgd over filosofie. Eén ervan was voor de helft gewijd aan de theorieën van Freud. Mijn zoon heeft aan de universiteit maar één inleidend college over filosofie gevolgd en dat was helemaal aan Freud gewijd. En ook in de colleges over literatuurwetenschap die ik volgde, werd uitgebreid verteld hoe filosofen als Marx en Freud ons konden helpen om literaire teksten te begrijpen. In een van die colleges ging het alweer alleen over Freud.
     Freud was dus een filosoof. Was hij een goede filosoof? Daar durf ik niet veel over te zeggen. Max Eastman**, die hem bewonderde en vaste klant was op psychoanalytische sofa’s, vond dat Freud de discipline miste die een denker nodig had: het vermogen om een eigen oordeel tijdelijk op te schorten, de bereidheid om kennis te nemen van wat collega’s over een bepaalde kwestie te vertellen hebben, de wil om een inval te verifiëren met behulp van statistieken of experimenten***, en ten slotte de reflex – belangrijk in de menswetenschappen – om wilde ideeën af te toetsen aan het gezond verstand.
     Daar tegenover stond Freuds drang tot zelfanalyse, zijn inventiviteit en zijn durf om gewaagde veralgemeningen te doen. Dan kun je wel eens op een inzicht stoten dat voor anderen de moeite van het overdenken waard is, en zoveel meer kun je van een filosoof niet verwachten. Het moeten die eigenschappen zijn geweest die Einstein ertoe brachten om de Weense zenuwarts een ‘groot man’ te noemen, ‘maar je kunt onmogelijk weten of wat hij zegt ook waar is.’
     Wat er ook van zij, naast filosoof was Freud in elk geval minstens een arts. Was hij een goede arts? Daar durf ik nog minder over te zeggen. Hij schijnt niet zoveel mensen genezen te hebben. Vervelend was in elk geval zijn hoedentruuk. Als hij door Eastman gewezen werd op de filosofische onhoudbaarheid van het onbewuste als entiteit, dan zette hij zijn hoed op van arts: het onbewuste was een ‘nuttig concept’ om in de therapie te gebruiken. Maar hij kon als het hem uitkwam die hoed van arts onmiddellijk weer inruilen voor die van wetenschapper. Liet je hem een lemma schrijven over psychoanalyse voor de Encyclopedia Britannica, dan voorspelde hij dat die in de toekomst niet zozeer zou worden gezien als een therapeutische procedure, maar als de ‘wetenschap van het Onbewuste’.
     Ik heb de stukken van Boudry en C° en van Vekeman nog eens herlezen, en ik werd opnieuw getroffen door de strakke argumentatie van het eerste en de mooie schrijfstijl van het tweede stuk. Wat nog het meest opvalt is dat Vekeman amper antwoordt op wat in de tekst van Boudry staat, en daarentegen hartstochtelijk antwoordt op wat er niet in staat. Vekeman leest in het stuk ‘de eis die van lieverlede meer door de maatschappij aan ons gesteld wordt: de eis om ons alsmaar volkomen rationeel en verantwoordelijk, netjes en allesbehalve noisy, gezeglijk, gevoeglijk en hoogst gedwee te gedragen.’ Maar juist die eis zul je nergens in het Boudry-stuk aantreffen.
     Nu, misschien heeft Vekeman, zoals Astolphe de Custine, ‘mal vul, mais bien deviné.’ Als we de controversiële term ‘onbewuste’ er even buiten laten, dan zullen Boudry en Vekeman het wel met elkaar eens zijn dat elk mens een vat vol van irrationele drijfveren is. Maar hoe lang blijven de visies na dit vertrekpunt nog gelijk lopen? Wat moeten we doen met die irrationele drijfveren? Kunnen we ze rationeel ontleden? Moeten we ze rationeel ontleden? Moeten we ze één voor één vervangen door rationelere motieven? Moeten we een deel ervan vervangen door rationelere motieven?
     We kennen het antwoord van Boudry en C° op die laatste vragen niet. We kennen dat van Vekeman wel. Hij is wantrouwig, zoals George in Who’s Afraid of Virginia Woolf wantrouwig is als hij Nick, die bioloog is, de les leest over de mogelijkheden van genetische manipulatie.  ‘I’m really very mistrustful! I read somewhere that science fiction is not really fiction at all. That you people are rearranging my genes so that everyone will be like everyone else. I suspect we shall not have much music or painting anymore. But we’ll have a civilization of sublime young men much like yourself. Cultures and races will vanish. The ants will take over the world.’ Waarop Nick antwoordt: ‘You don’t know much about science, do you?’
      Zou dat geen antwoord van Boudry kunnen zijn?

 

* Freud zelf noemde zich bij zekere gelegenheid een ‘avonturier’ en een ‘conquistator’.

** Max Eastman, Great Companions

*** Freuds onwil om zijn theorieën te verifiëren of te falsifiëren, en zijn extreme neiging tot confirmation bias, maakten hem niet populair bij sceptici zoals Karl Popper en Karel van het Reve. 

maandag 19 februari 2024

Nogmaals over de boeren

De machteloze boer. 
     Op 5 september schrijft Inge Ghijs in De Standaard een scherp pleidooi  tegen de vrije markt in de landbouw. Ghijs pleit voor ‘kostprijsberekening en minimumprijzen’ als enige mogelijkheid om ‘de landbouwsector te behouden’. Ik zou dat nuanceren: ‘om de landbouwsector behouden in zijn huidige vorm van zelfstandig – gesubsidieerd – ondernemerschap.’ Als men indertijd de kruideniers had willen beschermen tegen de grootwarenhuizen, had men ook moeten teruggrijpen naar ‘minimumprijzen en kostprijsberekening.’

De machteloze consument. 
     Naast de machteloze boer, zou volgens Ghijs ook de consument machteloos zijn. ‘Sinds wanneer bepaalt de consument
’, schrijft Ghijs, hoeveel hij wil betalen voor zijn prei en kotelet ... Het zijn de verkopers die de prijs zetten.’ Dat weet ik nog zo zeker niet. Je vraagt je af waarom de verkopers die prijs dan niet bijvoorbeeld verdubbelen. Veel mensen geloven maar in de vrije markt als ze die ook zien, zoals bij de aankoop van een snuisterij in een Marokkaanse soek, als ze over de prijs moeten onderhandelen.

Het inkomen van de boer. 
     Tuinbouwers verdienen veel meer dan vleesveehouders. Vleesveehouders halen bijna 75 procent van hun inkomen uit subsidies. 75 procent! Dat is inderdaad geen vrije markt.

Pesticiden.
      
Een van de redenen waarom ons voedsel zo goedkoop is, heeft te maken met het gebruik van pesticiden en andere landbouwmethodes die slecht zijn voor de natuur. Inge Ghijs schrijft in De Standaard (7/2) dat die landbouwmethodes op termijn de landbouwgrond zullen vernietigen en élke landbouw onmogelijk maken. Of dat waar is, en in welke mate, is een wetenschappelijke discussie waar ik mij buiten houd. Op welk tempo er moet worden overgeschakeld naar andere landbouwmethodes, is dan weer een discussie die zowel wetenschappelijk als economisch is. Ook daar kan ik mij beter buitenhouden.

Reynebeau en de boeren. 
     Reynebeau schrijft over de kwestie van de representatieve democratie. Het loopt niet zoals hij wil. Er komt particratie en lobbywerk bij kijken – twee zaken die ik als een vervelende maar noodzakelijke keerzijde van de representatieve democratie beschouw. Politici die gaan ‘luisteren naar de boeren’ zijn opportunisten – terwijl zulke rituelen er wat mij betreft bijhoren. Een ander ritueel – het blokkeren van autostrades –  vind ik veel erger. Tussen de regels, lees ik dat Reynebeau ook niet hoog oploopt met die boerenblokkades. Hij heeft geloof ik liever dat die door de vakbonden gebeuren.

Landbouw: de leek en de expert
     Tom Wouters plaatst dagelijks prachtige arabesken op zijn Facebookpagina. Soms schrijft hij ook iets op mijn Facebookpagina, als reactie. ‘Bij elk stukje van jou over landbouw,’ schreef hij vandaag, ‘vind ik het overduidelijk dat je er te weinig van afweet.’ Ik moet Tom hier teleurstellen: over alle andere dingen waarover ik schrijf weet ik ook te weinig. Mijn streven is het om geen onzin te schrijven zonder veel over een onderwerp af te weten.
     Verder schrijft hij dat de dialoog tussen ons bemoeilijkt wordt door een ‘verschillend referentiekader’, waardoor we in een ja-maar-nee-maar discussie belanden. Ik zie dat enigszins anders. Natuurlijk wordt een discussie bemoeilijkt door een verschil in kennis, waardenhiërarchie en referentiekader. Maar een groter obstakel lijkt mij dat de leek die ernaar streeft onzin te vermijden of te weerleggen niet anders kan dan een reusachtig vraagstuk in kleine stukjes te hakken, om over één of twee van die stukjes iets te zeggen. Het vraagstuk in zijn geheel blijft buiten zijn bereik.
      Een expert kan dan opmerken dat de leek de verkeerde stukjes heeft gekozen om iets over te zeggen. Wat moet de leek daarop antwoorden? Als Tom schrijft dat ‘een groot deel van de landbouwproblemen vandaag juist bestaan omdat de landbouw zich niet kan onttrekken aan zijn ecologische gevolgen,’ dan kan ik daar niet eens met ja-maar of nee-maar op antwoorden. Dat zou veronderstellen dat ik het verband tussen landbouw en ecologie voldoende doorgrond heb om ja of nee te antwoorden, en dat heb ik niet.
     Daarmee is de leek nog niet aan het einde van zijn moeilijkheden. Zo moet hij zich te beperken tot een logische redenering, terwijl de uitkomst van die redenering vaak wordt tegengesproken door de feiten uit het dossier, dat hij dus niet kent. Dat betekent niet dat de leek zich heeft vergist: hij heeft alleen geen rekening gehouden met de logica van andere mechanismen, die in de tegengestelde richting werken. De leek redeneert ceteris paribus.
     Ten slotte komt er in elke actuele discussie een punt dat er moet worden gespeculeerd over causale verbanden. Dergelijke verbanden kunnen moeilijk worden bewezen. Het verste kom je met brede cijfers en statistieken, zoals Hans Rosling en Steven Pinker die gebruiken. Maar bij het inschatten van plausibiliteit komt ook wat anders kijken: referentiekader, ideologische vooringenomenheid, brede kijk dan wel tunnelvisie, en een zekere door ervaring aangescherpte intuïtie. Op dat laatste punt is de expert in het voordeel*.

Blokkades
      Als boze boeren de wegen blokkeren, trekken de televisiemensen erop uit om automobilisten te interviewen. Wat vinden zij van die acties? Een vaak gehoorde reactie is dan dat men ‘veel begrip’ heeft voor de motieven van de actie, maar niet ‘voor de manier waarop’. Dan komen verschillende vragen bij mij op. Was dat ‘begrip’ er al voor dat men last had van de blokkade? Is het een vorm van diplomatisch enerzijds-anderzijds? Gaat het hier om een soort Stockholm-sympathie met de gijzelnemers? Is de redenering misschien dat er wel rechtvaardige grieven moeten bestaan, omdat men anders tot zulke drastische acties niet zou overgaan?
     Zelf zou ik mijn begrip of onbegrip voor grieven of eisen nooit laten afhangen van zulke acties. Ik heb mijn mening over vaccinatie en vaccinatieverplichting ook niet laten afhangen van de vrachtwagenchauffeurs die de grens tussen Canada en de VS blokkeerden. 

Natuurpunt
     De boeren, en Sammy Mahdi, klagen aan dat Natuurpunt de prijs van de landbouwgrond opdrijft door er zelf te kopen en die dan te veranderen in natuurgebied. Natuurpunt verdedigt zich door te zeggen dat ze alleen slechte landbouwgrond opkopen. Dat is een goed argument. De twee argumenten die volgen zijn dat minder. ‘Natuurpunt betaalt zelden meer meer dan de marktpijs.’ Inderdaad, waarom zouden ze meer betalen? Maar door grond op te kopen, wordt de resterende grond schaarser, en dus duurder. En nog: ‘Als Natuurpunt bijvoorbeeld 50.000 euro zou betalen voor een hectare grond, zou zij daarvoor maar de helft subsidie krijgen. De andere helft moet uit eigen middelen komen.’
      50 % uit eigen middelen? Dat lijkt mij verdacht. Krijgt Natuurpunt dan zoveel lidgelden en donaties** binnen? En ook dat voorbeeld van één hectare vind ik verdacht. Mijn motto is al lang: Weg met de kleine cijfers, leve de grote, brede cijfers! Ik zoek het jaarverslag van Natuurpunt op en daar vind ik de volgende cijfers: 37 procent van de inkomsten komen uit aankoopsubsidies, en 44 procent van de uitgaven gaan naar de aankopen. De aankoop van landbouwgronden wordt dus, als mijn berekening juist is, voor 84 procent gesubsidieerd. 

* Over hoever de leek kan geraken zonder dossierkennis heb ik uitgebreid geschreven in een van mijn Karel Van het Reve- stukken. Zie hier.

** de inkomsten van Natuurpunt zijn als volgt: 37 procent aankoopsubsidies, 34 procent werkingssubsidies, 15 procent lidgelden, 14 procent studie-opdrachten, cursussen en beheerwerken. 


Tom Naegels over Tom Meeuws

     Tom Naegels is van oordeel dat er een ‘enorme kloof’ bestaat tussen de uitspraken van Conner Rousseau (Vooruit) en die van Tom Meeuws (ook Vooruit). ‘De eerste heeft, als kandidaat-burgemeester, tegen agenten gezegd dat ze vaker hun matrak moesten gebruiken om op Roma te slaan. De tweede heeft een collega [Nabilla Ait Daoud van N-VA] mocroschepen genoemd … Meeuws’ gedrag is dat van wat in het Engels a boor wordt genoemd.’ Ik van mijn kant zie geen ‘enorme kloof’. Het zijn twee mannen die vulgaire uitspraken hebben gedaan. Mocht Rousseau als burgemeester tegen agenten het bevel hebben gegeven dat ze vaker hun matrak moesten gebruiken, dan was het wat anders. Maar is er iemand die gelooft dat Rousseau dat soort burgemeester zou zijn?
     Voor mij is de zaak nogal eenduidig. Het naar buiten brengen van privé-conversaties is een schandelijke praktijk, die alleen kan verantwoord worden als de openbaarmaking harde en relevante informatie oplevert, zoals de Watergate-bandopnames. 
     Naegels is daar veel ruimer in. Hij citeert eerst de mening als zou het nodig zijn om openbaar te maken hoe mensen zich gedragen als ze denken dat er niemand meekijkt of -luistert. En hij gaat dan verder, refererend aan een voorval van enige tijd geleden: ‘[Die openbaarmaking] kan relevant zijn … Als twee docenten, alleen in een aula … tegen elkaar vooroordelen uiten over mensen van kleur, dan zou het kunnen dat ze die studenten negatief zullen beoordelen.’ Hier ben ik toch veel minder wantrouwig dan Naegels. Ik heb het vaak meegemaakt dat collega’s smalend spraken over rechtse leerlingen in hun klas. Ik heb er nooit aan gedacht dat ze die leerlingen negatief zouden beoordelen.
     Het nadeel van mijn eenduidige mening is dat ik niet verder op zoek ga naar argumenten om private uitspraken beter te beschermen. Naegels geeft er twee waar ik zelf niet aan gedacht had. Het eerste nadeel is dat mensen be- en veroordeeld worden op één uitspraak, die juist vanwege haar negatieve klank de aandacht trekt. Andere uitspraken van dezelfde persoon die misschien een heel ander beeld geven, zijn niet geregistreerd. En ten tweede blijven alle andere politici en gezagsdragers buiten schot terwijl zij misschien ook verkeerde uitspraken hebben gedaan die toevallig, en gelukkig voor hen, niet werden geregistreerd. Ik zou eraan toevoegen: die enkele uitspraken die wel in de openbaarheid komen, kunnen onmogelijk een juist beeld geven van hoe verspreid zulke uitspraken eigenlijk zijn. Misschien komen ze in een partij als Vooruit wel vaker voor dan Tom Naegels denkt, of minder vaak dan ik denk.
     Naegels verklaart de uitspraak van Meeuws vanuit de rivaliteit tussen Vooruit en N-VA. Hij verwijst naar een meningsverschil tussen Meeuws en N-VA-schepen Ait Daoud. Er was een richtlijn van de Dienst Vreemdelingenzaken die kinderen van Palestijnse ouders hun Belgische nationaliteit wilde afnemen. Ik citeer: ‘Meeuws was fel tegen. Hij vond dat Ait Daoud veel te gemakkelijk toegaf … Voor wie belang hecht aan een antiracistisch beleid, is dat verschil tussen die twee politici dan niet belangrijker dan de denigrerende, beledigende woorden?’ Suggereert Naegels hier dat de richtlijn van de Dienst Vreemdelingenzaken ‘racistisch beleid’ is? Het lijkt mij niet erg verstandig om de noodzakelijke discussie over toekenning van nationaliteit te voeren in termen van racisme en antiracisme.  

Het verdwijnen van de maakindustrie

    Een heel fijn, informatief en evenwichtig artikel in De Standaard (16-17 februari) van Stijn Decock over het verdwijnen van de maakindustrie*. De eerste helft is een pleidooi om de markt haar werk te laten doen, zelfs als dat leidt tot een afname van de industriële sector (en een groei van de dienstensector). Een land moet zich toeleggen op die zaken waar het sterk in is. Ricardo’s wet van het comparatieve voordeel is nog altijd geldig. Limburg toont aan dat creatieve destructie – reconversie dus – werkt. De steenkoolmijnen, Philips Hasselt en Ford Genk werden gesloten, en toch is de werkloosheid in de provincie beperkt tot 3,6 procent.
     Met het tweede deel kom ik echter als marktmannetje – zoals een collega mij noemde – in de problemen. In dat deel worden de nadelen van de spontane desindustrialisatie opgesomd en daar zou je makkelijk uit kunnen besluiten dat staatsinterventionisme en protectionisme nodig is. Sommige van die nadelen kan ik wegredeneren. 

  1. ‘Een arbeider van een autofabriek die de deuren sluit, heeft er niet veel aan dat er vijf jaar daarna op dezelfde plek een softwarebedrijf komt.’ Dat is een kwestie van sociale begeleidingsmaatregelen, en van voordelen die opwegen tegen nadelen. 
  2. ‘Bedrijven verliezen is makkelijk, nieuwe bedrijven aantrekken is moeilijk. Kijk maar naar Wallonië.’ Er zullen wel oorzaken zijn waarom sommige regio’s moeilijkheden hebben om nieuwe bedrijven aan te trekken. Dan moet iets aan die oorzaken gedaan worden. 
  3. ‘Grote fabrieken zorgen voor sterke vakbonden en hoge lonen.’ De lonen kunnen door vakbondsdruk ook te hoog zijn in vergelijking met de productiviteit.  
  4. ‘Grote bedrijven hebben meer slagkracht – export, R&D – waar kleine bedrijven van profiteren.’ Dat heeft met de omvang, en niet met de industrële aard van de bedrijven te maken. 
Maar met de zwaarste argumenten weet ik geen raad. Een lijstje van onopgeloste vragen:

  1. ‘Welvaart hangt af van productiviteitsstijging, en die is makkelijker te bereiken in de industrie dan in de dienstensector.’ Dat is ongetwijfeld zo. Maar hoe verhoudt die waarheid zich tot de waarheid van Ricardo’s wet van het comparatieve voordeel – dat een land zich moet specialiseren waar het goed in is?
  2. ‘Je kunt makkelijker industriële producten dan diensten uitvoeren. Minder industrie leidt tot een tekort op de handelsbalans. Dan moet een land een beroep doen op buitenlands kapitaal.’ Waarom is dat erg? Omdat buitenlands kapitaal ‘bij onrust’ kan vertrekken?  Maar zou dat buitenlands dan een andere plek vinden met garantie op ‘rust’?
  3. ‘In een autofabriek heeft een arbeider dankzij de samenwerking met robots een hogere productiviteit dan in de logistiek waar hij met pakketjes rondrijdt. Die hogere productiviteit vertaalt zich in een hoger loon.’ Daar breek ik mij al lang het hoofd over. Waarom is dat zo? Verdient een arbeider die met een gemakkelijk te hanteren, maar dure machine werkt meer dan een die met een moeilijk te hanteren, maar goedkope machine werkt? Waarom verdient een arts-specialist die met dure apparaten werkt meer dan een die alleen met zijn brein werkt om diagnoses te stellen? 
* Johan Norberg wijdt in zijn Capitalist Manifesto een interessant hoofdstuk aan de maakindustrie, en aan de vraag of de verdwijning ervan reëel is en de verplaatsing een probleem.

Navalny - drie kortjes over



(1)
     De dood van Navalny, schrijft Karel Verhoeven in De Standaard ‘bewijst nogmaals ‘hoe angstig Poetin is.’ Dat is vrees ik een ‘lege’ stelling: álle politici zijn bang dat ze macht en invloed kunnen verliezen. En omgekeerd: zo’n maffiabaas als Poetin zal iemand die hem heeft dwarsgezeten altijd uitschakelen, ook als hij er niet bang van is. Michael Corleone laat zijn broer vermoorden, niet omdat hij bang van hem is, maar uit principe. Je bent maffiabaas of je bent het niet.     Mijn oude krant Het Nieuwsblad bakt ze trouwens nog bruiner. Op de voorpagina: ‘Navalny, de enige die Poetin echt deed bibberen.’ Welke idioot verzint zoiets?

(2)
     Wellicht zal men nooit kunnen bewijzen dat Poetin opdracht gaf om Navalny te vermoorden. Een medewerkster van Navalny, Maria Pevtsjich, verklaarde aan de New Yorker, toen Navalny nog leefde: ‘Poetin wil dat hij eerst veel lijdt en daarna sterft.’ Een anonieme bron in het Kremlin verklaarde aan de Moscow Times dat ‘iedereen wist dat de baas Navalny dood wou’. Misschien heeft Poetin – in navolging van Hendrik II – in een dronken bui uitgeroepen: ‘Will no one rid me of this troublesome opponent?’ Maar ook van Hendriks uitspraak is geen bandopname teruggevonden. 

(3)
      Navalny heeft zich vanuit zijn gevangeniscel uitgesproken tegen de Russische invasie in Oekraïne. Maar daarvoor had hij, in 2008, de de Russische inval in Georgië goedgekeurd. In 2014 steunde hij de annexatie van de Krim. Hij beweerde toen ‘geen verschil te zien tussen Oekraïeners en Russen.’ Iedereen begrijpt gemakkelijk dat dat uitingen waren van de Groot-Russische droom. Maar eigenaardig genoeg zijn er Westerse commentatoren die die Groot-Russische droom bij Poetin niet onderkennen. Poetin kon volgens hen, om geopolitieke redenen, niet anders dan reageren op de Westerse provocaties. Het terugwinnen van de gebieden die ooit tot Rusland (of de Sovjet-Unie) hebben behoord – Oekraïne, Polen, de Baltische staten, Georgië, Moldavië, Wit-Rusland, Finland – zou bij hem helemaal geen rol spelen.

zondag 18 februari 2024

Instagram, Deep Nudes, etc.




Soms is er een krant waar er geen enkel stuk in staat dat mij uitnodigt om commentaar te geven, en soms is er een krant zoals die van 17-18 februari.

Minder politiek op Instagram
      Mark Zuckerberg wil ervoor zorgen dat politieke boodschappen op Instagram of Threads minder zichtbaar zijn en niet langer viraal gaan. Standaard-journalist Dominique Deckmyn lijkt daar niet gelukkig mee. ‘Worden Instagram en Threads gewoon even saai als Facebook geworden is?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het momenteel ‘spannender op X of op Tiktok.’ En nog: ‘Zuckerberg wil dat we alleen de holle berichten van celebrity’s consumeren, onder elkaar praten over eten en mode, en veel reclame zien en spullen kopen.’
      Twee stellingnames van Deckmyn trekken mijn aandacht. Ten eerste: hij verklaart Zuckerbergs keuze door met de vinger te wijzen naar de EU en haar Digital Services Act. ‘Daardoor wordt meta een soort nutsbedrijf: een streng gereguleerde maar tegelijk onaantastbare monopolist, die er door Europa mee belast is om een keurig gemodereerd internet te verzekeren. Dan is een keuze voor saaiheid waarschijnlijk het veiligst, en op termijn het lucratiefst.’ Met andere woorden: als internet ‘saai’ wordt komt dat door de regelzucht van de EU, door het conformisme van de eigenaar-miljardair, en door de meerderheid van de gebruikers die liefst lezen en schrijven over de celebrity’s, mode en eten.
      Het is ondertussen duidelijk wat Deckmyn bedoelt met ‘saai’: afwezigheid van maatschappelijk debat. Dat brengt mij bij zijn tweede stellingname. Er zijn volgens Deckmyn twee soorten mensen die deelnemen aan dat debat op de sociale media: mensen die ‘stoere rechtse taal’ spreken, en ‘linkse opiniemakers’ die ‘keuriger formuleren,’ maar die – nu komt het – ‘in wezen even polarizerend zijn’. Is het niet verrassend zoiets te lezen onder de pen van een Standaard-journalist? 

Planten zijn verwanten
     Botanicus Robin Wall Kimmerer vindt dat we niet alleen voor dierlijk, maar ook voor plantaardig leven 
respect moeten hebben. ‘De mens moet op een andere manier in het leven staan. Niet als de dominante soort, maar als deel van het geheel.’ Ik ga dat artikel natuurlijk niet helemaal lezen, maar een groot afgedrukte quote stelt mij gerust. ‘Respect hebben voor het feit dat planten wezens zijn, betekent niet dat we ze niet meer consumeren.’ Ik heb mij die vraag in het verleden wel eens gesteld wanneer ik aan het piekeren was over de vegetarische kwestie.

Valse naaktbeelden
     Er is onderzoek gedaan naar hoe onze jeugd met valse naaktbeelden, de zogenaamde deep nudes, omgaat. 14 procent heeft ooit al een deep nude ontvangen en 8 procent heeft er al een proberen te maken. Ik vind dat tweede cijfer nogal hoog in verhouding tot het eerste. Maakt men die deep nudes misschien alleen voor zichzelf? Of stuurt men die maar naar twee personen door? Ook valt het mij op dat zoveel jongeren bereid zijn om hun slechte motieven toe te geven. 23,7 procent handelde uit ‘wraakzucht’, 14,6 procent deed het om te ‘vernederen’, 14,2 procent om ‘macht te hebben’. Slechts 13,7 procent deed het omdat men het ‘grappig’ vond. Eigenaardig.
     Wat bij zulke cijfers bijna altijd ontbreekt, is een uitleg over de onderzoeksmethode. Dat is nochtans wat mij het meeste interesseert.

Oekraïne
     Interview met Mustafa Nayem die een grote rol speelde bij de Maidan-opstand van 2014. Opvallende uitspraak: ‘Af en toe duikt in ons land een corruptiezaak op. Ik kan alleen zeggen dat het niet vanzelfsprekend is om tijdens een oorlog overal controlemechanismen te installeren.’ De uitspraak relativeert – wellicht ten onrechte – de omvang van de corruptie in Oekraïne. Maar het lijkt mij wel zeker dat oorlog gunstige voorwaarden voor corruptie schept en ongunstige om die te bestrijden.

Kernenergie
     Het stuk staat op de economiepagina’s. Ik verwacht dus eerder zakelijke informatie dan groene framing. ‘Franse nucleaire reus klimt uit diep dal.’ Goed zo! ‘Frankrijk wil dat EDF minimum veertien nieuwe reactoren bouwt.’ Prima! ‘Het is voor België goedkoper om Franse kernenergie aan te kopen, dan om gascentrales in eigen land te zetten.’ Koren op mijn molen! Alleen het probleem van de kostprijs blijft. ‘Of het bedrijf de kosten van de nieuwe reactoren alleen kan dragen, valt sterkt te betwijfelen. Vroeg of laat zal de Franse staat geld op tafel moeten leggen.’ Eigenlijk kan men dan beter de elektriciteit duurder maken. Of misschien de veiligheidsvereisten wat temperen. 

Erik van Looy
     Mijn stukje van gisteren over Erik Van Looy die een #MeToo Awareness seminarie gevolgd heeft, kun je met wat goede wil ‘satirisch’ noemen. Het stuk van Jo Van Damme over hetzelfde onderwerp is dat zeker. ‘Maar satire,’ waarschuwde ik mijn leerlingen, ‘is een moeilijk begrip. Satire probeert grappig te zijn, maar is minstens ook een vorm van spot en kritiek. En dan moet je goed weten, zeker als je het woord gebruikt op een mondeling examen, waarmee gespot wordt en waarop kritiek wordt gegeven.’
     Als ik het zo bekijk is er een groot verschil tussen mijn stukje en dat van Van Damme. Ik spotte met bedrijven die seminaries inrichten om zich in te dekken tegen #MeToo-klachten, en Van Damme spotte met Erik Van Looy die misschien op dat vlak niet het heilige boontje is waarvoor hij zich uitgeeft. Misschien hebben we allebei een punt; ik ken Van Looy alleen van zijn niet geheel zindelijke lach als er in De Slimste Mens een dubbelzinnige opmerking te horen viel. 
 

Geboortecijfers
     Op de opiniepagina’s vraagt Harold Polis zich af of de vergrijzing die zich aankondigt alleen door immigratie of hogere geboortecijfers kan worden bestreden? Goede vraag. Wat verder in zijn stuk stelt hij dat het ‘kapitalistisch realisme’ niet meer mogelijk is nadat de kredietcrisis van 2007 had aangetoond dat onvoorspelbaarheid nooit kan worden weggecijferd. Maar het eigene van het kapitalisme is precies dat het een redelijke manier is om met onvoorspelbaarheid om te gaan. Voor voorspelbaarheid – of de illusie ervan – moet je bij de planeconomen zijn. Voor ‘domheid, overmoed en verkeerde inschattingen’ ook trouwens.

Neonazi’s in Boedapest.
     Christophe Busch heeft in Boedapest een ‘wandeling’ gezien van wel duizend neonazi’s uit verschillende landen van Europa. ‘Mijn ogen vielen uit mijn kassen,’ schrijft hij. ‘De wandeling werd de voorbije jaren soms verboden, maar meestal oordeelde het Hongaarse hooggerechtshof omwille van ‘de democratie’ dat het evenement moest kunnen doorgaan. Een respectabel standpunt, ware het niet dat zich hier een gevaarlijk proces aan het voltrekken is.’ 
      Als het standpunt van het Hongaarse hooggerechtshof over vrije meningsuiting echt ‘respectabel’ is, dan moet er een sterker argument volgen dan wat Busch schrijft na ‘ware het niet’. Het
 gevaarlijk proces waar hij van spreekt, bestaat erin dat de ‘extreem-rechtse boodschappen en bewegingen stap voor stap naar de mainstream verglijden.’ Maar er is een groot verschil tussen wat Busch extreem-rechts noemt aan de ene kant, en het neo-nazisme aan de andere kant.

 

** Johan Norberg wijdt in zijn Capitalist Manifesto een interessant hoofdstuk aan de maakindustrie, en aan de vraag of de verdwijning ervan reëel is en de verplaatsing een probleem.

vrijdag 16 februari 2024

#MeToo Awareness, en andere kortjes


#MeToo Awarness
     Erik Van Looy heeft samen met andere RTL-4-presentatoren een #MeToo awareness-seminarie gevolgd. Er werd hem niets ten laste gelegd; het was gewoon een standaard procedure. Hij heeft op dat seminarie geleerd dat je tegen een vrouwelijke collega wel mag zeggen: ‘U hebt een mooie groene bloes aan,’ maar je mag niet zeggen ‘Wat heb je een mooie hakken aan.’ Zelf zou ik dat laatste nooit zeggen: hakken zijn hakken, en die kunnen alleen hoog of laag zijn, zoals bij de Lilliputters waar dat verschil tot hevige twisten leidde.
       Zou de RTL-directie aan Lilliput gedacht hebben toen ze besloten het seminarie te organiseren? Dat zou mij verwonderen. Misschien dachten ze zo: vrouwen dragen hoge hakken om seksuele boodschappen uit te zenden, en mannen moeten doen alsof ze die boodschappen niet merken. Wij weten dat, maar weten al onze medewerkers dat ook?
     Wat mij hierbij interesseert, is wat het oordeel van de toekomstige generaties zal zijn als ze lezen over de Awareness-cursussen voor RTL-4-presentatoren in 2024. Zullen ze het uitschateren van de pret? Of zullen ze verbaasd zijn dat zulke cursussen toen nog niet wekelijks georganiseerd werden voor alle werknemers op alle werkvloeren? Je kunt dat niet weten. Je weet wel wat de juiste kant van de geschiedenis is, maar je weet nooit of de geschiedenis wel die kant zal uitgaan. 

Maatschappelijke desintegratie
     Op de blog en op de FB-pagina van Pascal Cornet verscheen een stuk van 100 woorden over persoonlijk contact in een commerciële context – bijvoorbeeld aan loketten – dat vervangen wordt door computerschermen. Ik zou daar graag 26 woorden aan toevoegen: ‘Men mag hopen dat er niches ontstaan waar mensen terecht kunnen die een kleine meerprijs willen betalen voor de oude aanpak. Daar moet een verdienmodel inzitten.’

Haar knippen
     Sinds enkele jaren worden mijn haar en baard geknipt door mijn vrouw die daar een tondeuse voor gebruikt. Ik ben haar oneindig dankbaar. Vroeger ging ik naar de kapper. Als ik daar buitenkwam was ik mijn haar, mijn geld en mijn tijd kwijt, terwijl ik van alle drie te weinig heb. 

Grappige prentjes
     Op Facebook kijk ik graag naar de prentjes, vooral als het om 19-de eeuwse schilderijen gaat waar grappige tekstballonnetjes zijn aan toegevoegd. Meestal zijn die slechts grappig als je de tekst en de tekening samen ziet. Maar nu zag ik een prentje dat geloof ik kan naverteld worden. Je ziet een vrouw en een priester in een biechtstoel. De vrouw zegt: ‘ ... en vorige nacht heb ik een snee brood onder mijn bloes gestopt en ik deed alsof ik een broodrooster was.’ De priester antwoordt: ‘Nogmaals: hoogst ongewoon, maar geen zonde.’ Nogmaals ... je vraagt je af wat de vorige bekentenissen van de vrouw waren.

Werkende leden
     Een van de mooiste gedichten in de Nederlandse taal is Immortelle XXV van Piet Paaltjens ‘Hoor ik op Sempre de waldhoorn’. Heel Heine-achtig, maar dat wist ik niet toen ik als knaap het gedicht las in de bloemlezing van Dubbelfluit. Wat Sempre was, werd uitgelegd in een voetnoot. Het was de naam van een studentenmuziekgezelschap, dat voluit Sempre Crescendo heette. In de Immortelle wordt de dichter ondervraagd door ‘een van de werkende leden’. Werkende leden ... wat was dat nu weer, dacht ik toen. Ik heb de uitdrukking pas opgezocht 25 jaar later, toen ik les begon te geven en dat gedicht in mijn bloemlezing terecht kwam. 

Rijk of arm
     Mijn moeder had een oom die gareelmaker was. Hij en zijn vrouw stonden 
s morgens om vijf uur op. Ze dronken een kop koffie en togen aan het werk. De oom werkte met leer, en de tante met katoen en kant. Om half tien aten ze boterhammen met kaas. Om half een, en om vier uur nogmaals boterhammen met kaas. Om acht uur aten ze gekookte aardappelen met koud pekelvlees, zonder saus of groenten. Alleen op zondag werd afgeweken van die dagindeling. Dan kwamen de boeren langs om bestellingen te plaatsen en om te betalen. Ze kregen een borrel aangeboden, en mijn tante noteerde dat in haar boekje, zodat die borrel kon worden gefactureerd. Ook kookte ze die dag, want koken kon ze, maar in de week deed ze het niet om geen tijd te verliezen.
      Het gezin nam alleen vakantie toen het kermis was in het dorp. Dan gingen ze op café en trakteerden de boeren die klant bij hen waren. Maar hoewel de kermis in het dorp een week duurde, gingen ze na drie dagen al weer aan het werk. Andere kermisgangers drongen dan bij hen aan om er nog een dagje plezier aan te breien, maar de oom zei ferm: ‘Nee! Nee! Nee!’ De tante zei: ‘Ik doe wat de baas zegt!’ De dag ervoor had ze de baas ingeprent wat hij moest zeggen.
      Mijn moeder heeft nog een poosje lesgegeven in het dorp in kwestie. Ze merkte dat de collega’s haar oom en tante beschouwden als arme mensen die heel weinig geld hadden voor eten en kleren, laat staan voor vakantie.  ‘Als ik hun geld had,’ antwoordde mijn moeder, ‘verbrandde ik het mijne.’

Het Poetin-interview
     Sommige mensen die het gezien hebben, waren onder de indruk van het interview dat Poetin gegeven heeft aan Tucker Carlson. Ik twijfel er niet aan dat Poetin zijn argumenten helder en krachtig uiteen heeft gezet. Zoals veel dorpsburgemeesters – niet allemaal natuurlijk – perfect in staat zijn om een begroting helder en krachtig uiteen te zetten en veel schooldirecteurs – ook niet allemaal – een strategisch plan voor de komende jaren helder en krachtig kunnen presenteren. Als een halve of hele dictator dat doet, maakt dat altijd wat meer indruk. Gore Vidal, die toch een man van de wereld was,  vond Gorbatjov toch zo intelligent toen die een conferentie gaf voor buitenlandse correspondenten. Nu, misschien was die conferentie van Gorbatsjov wel razend interessant, maar zijn boek was in elk geval slaapverwekkend saai. 

Frank Furedi
     Vorige dinsdag was ik op een conferentie van het Mathias Corvinus Collegium (MCC) over ‘classical education’. MCC wordt gesponsord, geloof ik, door de Fidesz partij van Victor Orbán. Ik heb van Orbán of zijn handlangers geen steekpenningen gekregen, maar wel broodjes gegeten en koffie gedronken op zijn kosten. Ook heb ik Britse libertarische conservatief Frank Furedi horen spreken. Wat Furedi schrijft, lees ik vaak met instemming, maar ik vind het wat saai: te wijdlopig, te rechtlijnig, te faciel. Maar de eigenschappen die van hem een middelmatig schrijver maken, zijn dezelfde die van hem een uitstekend redenaar maken. 

De wil van de poes
     Ondanks zijn hoge leeftijd laat onze poes zich nog flink gelden: luid miauwen, voor onze voeten lopen, over de krant of het toetstenbord pikkelen … Daarmee laat hij weten dat hij iets wil, maar wat hij wil, dat weet hij zelf niet. Droge voeding? Natte voeding? Vers water? Naar buiten gaan? Naar boven gaan? Aandacht? We moeten alles uitproberen voor we erachter komen, en voor hij erachter komt. De wil is blind, schrijft Schopenhauer. In elk geval, als de poes in een van de kamers aan het slapen is, sluip ik op kousenvoeten door de gang. Ik wil dan geen slapende honden wakker maken. 

Edgar Allan Poe en de sterrenhemel
      Edgar Allan Poe schreef niet alleen melodieuze gedichten en ingenieuze gedichten, hij moet ook echt slim geweest zijn. In de astronomie was hij de eerste die een goede oplossing verzon voor de paradox van Olbers. Die paradox gaat als volgt. Waarom is de nachtelijke hemel zwart, met slechts hier en daar oplichtende puntjes van sterren? Als het heelal oneindig is, met een oneindig aantal gelijkmatig verspreide sterren, dan zouden er een oneindig aantal oplichtende puntjes moeten zijn die samen een oplichtende hemeld vormen. Poe bedacht dat het heelal misschien wel oneindig was, maar daarom niet altijd had bestaan. Dan was het best mogelijk dat het licht van de meeste sterren de aarde nog altijd niet had bereikt.
     Ik schrijf dat allemaal even op omdat ik altijd vergeet hoe Poe de paradox ook weer oploste. 

Woke taalgebruik
     Ik ben dat laatste boek van Naomi Klein aan het lezen in een Nederlandse vertaling. Zwarte slaven heten nu tot slaaf gemaakte Zwarte mensen. Maar slavenhandel is nog altijd slavenhandel in plaats van handel in tot slaaf gemaakten. Ook eigenaardig is dat Zwarte mensen met een hoofdletter geschreven wordt en witte mensen met een klein letter. Nog eigenaardiger is dat mensen van kleur kunnen veranderen, met name de Joden. Ik citeer Klein: ‘Dat deze slachtoffers van het Europese witte superioriteitsdenken zich in Palestina op hun beurt positioneerden als wit en superieur.’ De zin zou veel redelijker zijn als het adjectief wit de eerste keer werd vervangen door Arisch en de tweede keer werd weggelaten.  

True Detective
     Om mij voor te bereiden op het nieuwe seizoen van True Detective heb ik het tweede seizoen eens bekeken. We waren er destijds mee gestopt omdat het niveau zo ver onder dat van het eerste seizoen lag. De Vinci Shootout aan het einde van de vierde aflevering is echter heel behoorlijk. Het begint al met de manier waarop dat dozijn politieagenten de straat oversteekt.