dinsdag 4 augustus 2026

The Odyssey: een academische reactie



     
De lijst verschillen tussen Homerus’ Odysee en Nolans verfilming is eindeloos. Achilles in de onderwereld is weggelaten, Sinon is er toegevoegd, Athena is van Godin getransformeerd in een traumatische hallucinatie, en Calypso krijgt de strandscène van Nausicaä. De leek ziet enkele tientallen van die verschillen en is trots op zijn ontdekkingen, de academische classicus ziet er enkele duizenden en zucht vermoeid.
      Men zou verwachten dat de classicus zich boos zou maken over de veranderingen die Nolan heeft aangebracht. Maar het is best meegevallen. Sommigen gaan zelfs enthousiast op zoek naar gelijkenissen en echo’s die vanuit het origineel in de film terechtgekomen zijn. Men is Nolan dankbaar omdat hij de interesse voor Griekse oudheid aanwakkert, men is bescheiden over de eigen kennis van het filmvak, en men is bang om als pedante pretbederver te worden weggezet.
      Een opvallende uitzondering is professor en Homerus-vertaalster Emily Wilson. Die is geloof ik van aanleg niet erg dankbaar, bescheiden of bang. Ze is vooral heel slim. Ik heb in mijn vorig stuk haar mening geciteerd over de mulitraciale casting: dat Nolan lang niet ‘progressief’ genoeg is geweest, waarbij ze mooi in het midden laat wat de regisseur dan wel had moeten doen.
       Het stuk van Wilson is gepubliceerd in de Londen Review of Books*, bevat meer dan 4.000 woorden, en is een briljante mengeling van eruditie, politieke ideologie, morele principes, esthetisch oordeel en literaire interpretatie. Ik heb het graag gelezen. Het is elegant geschreven. Neem als voorbeeld haar conclusie over de film.

It lacks psychological, emotional, political and ethical depth. Its narrative structure is gimmicky. The writing is abysmal. None of the characters has convincing motivation for their actions or words. There are no sex scenes, and all the food looks horrible.

     Dat is ritmisch proza, van iemand die zich jaren getraind heeft door Homerus te vertalen in jambische pentameters. Maar het is ook een heel onrechtvaardig en de stijlspanning berust vooral op de hyperbool. Wilson noemt Odysseus ergens een reluctant warlorden spreekt over de earthy vigour van Circe. Dat zijn twee treffende typeringen. Maar dan schrijft ze over dezelfde Circe:

She uses  a labour-intensive form of plastic surgery to turn Odysseus’ greedy men into the pigs they already are.     

Zoiets is het effectbejag. Plastic surgery … Een essayist mag zoiets schrijven, maar hij moet de vondst bij herlezing schrappen. En wat moeten we denken van de volgende beschrijving: 

 There are … technically impressive episodes in which buildings are engulfed in flames and vehicles explode.

     Een andere classicus, Theo Nash, merkte daarover op dat er in de hele film geen enkel voertuig ontploft, en hij vraagt zich af of Wilson wel dezelfde film gezien heeft als de rest van het publiek. Ik stel mij een andere vraag. Is Wilson het soort auteur dat zich laat meeslepen door polemisch enthousiasme en daarbij veel van haar zin voor nauwkeurigheid, nuance en zelfkritiek verliest?
      Het einde en het begin van Wilsons stuk bevatten wat flauwe complimentjes voor de film – haar kinderen hebben hem graag gezien, hij is niet vervelend, het was lekker koel in de zaal, de bioscopen en de klassieke studies kunnen er wel bij varen – maar het hele middenstuk is zo negatief dat haast elk beschrijvend element dat erin voorkomt op  kritiek gaat lijken, en wellicht ook zo bedoeld is. Ze schrijft bijvoorbeeld over de rol van rapper Travis Scott:

Scott, as the Ithacan bard, Phemius, yells a few words and pounds a stick, but does not get to sing, tell a story or play the lyre.

     Daarmee stelt Wilson een zoveelste verschil vast tussen de tekst van Homerus en de film van Nolan. Maar door de negatieve context zweemt die vaststelling naar kritiek, en het vastgestelde verschil wordt op die manier een gebrek.  Nolan had Scott moeten laten vertellen, zingen en op de lier spelen, schijnt Wilson te suggereren, alleen schrijft ze het niet, en ze heeft gelijk dat ze het niet schrijft. We kunnen ons gemakkelijk voorstellen hoe oubollig zo’n scène met zang, declamatie en lier zou zijn geweest. Stanley Kubrick heeft het geprobeerd in Spartacus, zonder al te veel succes.
      De eerlijkheid gebiedt mij eraan toe te voegen dat de zojuist geciteerde zin over Travis Scott gevolgd wordt door één van de drie échte complimentjes voor Nolan. Wilson schrijft:

The most melodic note in the percussive soundtrack comes from the plucking of Odysseus’ bow, a beautiful sonic image of the archer as musician, borrowed from the poem.

      Het tweede complimentje is als ze schrijft over het ‘clever set design that separates the women’s quarters from the main hall.’  En het derde complimentje betreft een ‘favourite moment’ als de godin Athena zegt: ‘Who doesn’t understand thunder? Fire?’ Al de rest van de film deugt niet. De design van het paard is kitsch, de hond van Odysseus is beter geregisseerd dan de acteurs, en het eten ziet er, zoals reeds aangehaald, walgelijk uit.
     Wilson schrijft terloops dat ze ook de andere films van Nolan, die niet over haar vakgebied gaan, maar matig kan appreciëren. Het is goed dat ze dat toegeeft. Zelf ben ik ook geen onverdeelde bewonderaar van Nolan. The Prestige vond ik bij een eerste visie vervelend, en bij een tweede visie aangrijpend. Bij Batman Begins was dat omgekeerd. Ik heb daar geen verklaring voor. Wilson daarentegen heeft verklaringen in overvloed.
     Haar aanpak is dubbel. Enerzijds wil ze de film beoordelen op zijn eigen merites, maar anderzijds kan ze het niet laten om voortdurend te vergelijken met het ‘origineel.’ Die dubbele aanpak leidt steeds tot dezelfde conclusie. De film is oppervlakkig, hol en inconsistent, terwijl het ‘origineel’ meerlagig, complex en samenhangend is.
      Het begint al bij de titel van het essay: An Uncomplicated Man terwijl Wilsons eigen vertaling begint met de spitsvondige jambische pentameter ‘Sing, O muse, of a complicated man.’ Ze vindt het karakter van Homerus’ Odysseus ‘complex’ en dat van Nolans Odysseus ‘underdevelopped’. In werkelijkheid is het omgekeerd. Het is de ‘originele’ Odysseus die complexiteit mist omdat Homerus niet erg geïnteresseerd is in zoiets moderns als de psychologie van de personages. Odysseus krijgt gewoon per scène de karaktertrekken en motivaties die nodig zijn voor een of andere handeling en die handelingen zelf komen uit verschillende sprookjes die werden doorverteld alvorens ze in één mozaïek werden samengebracht. De Odysseus van Nolan daarentegen is een complexe man in een typisch moderne betekenis van het woord: gekweld**.
 
    Wilson heeft het talent van de literatuurwetenschapper om in de homerische karakters – vooral de vrouwen –  van alles te lezen wat er niet staat. Als Penelope haar droom vertelt over de terugkeer van haar man weent ze. Wilson schrijft die tranen toe aan tegenstrijdige gevoelens over die terugkeer. Ik zou niet weten waarom. Die personages van Homerus schreien gewoon nogal gemakkelijk. Ook hier zie ik het omgekeerd. Het is Anne Hathaway vind ik die met weinig middelen enige tegenstrijdigheid en zelfs opstandigheid in de houding van Penelope weet te leggen.
      Of neem de Calypso-episode. Wilson had, zoals Mary Beard, in die scène liever wat stomende seks gezien. Ze betreurt dat Calypso’s klacht over de dubbele seksuele moraal is weggevallen: mannelijke goden mogen seks hebben met vrouwelijke stervelingen, maar als godinnen seks willen hebben met mannelijke stervelingen, komt er uiteindelijk een verbod van Zeus.
 
     Ik kan mij inderdaad goed voorstellen dat de klacht over de dubbele moraal ook al in Homerus’ tijd bestond. Nolan heeft die weggelaten omdat hij Calypso een heel andere rol toebedeelt. Maar dan gaat Wilson uitleggen dat Calypso’s klacht bij Homerus ook een komisch accent heeft. Hier wreekt zich het feit dat Wilson niet alleen de klassieken bestudeert en vertaalt, maar ook onderwijst. Het is één ding om in de aula te wijzen op tegenstrijdigheden in een tekst die, zo men wil, komisch zijn; het is iets helemaal anders om te veronderstellen dat die tegenstrijdigheden ook een komisch effect hadden voor de contemporaine toehoorders.
      Wilson stelt vast dat Nolan enkele thema’s van Homerus bewust of onbewust overneemt, maar vindt dat de uitwerking ervan ondermaats is.

But the film’s vision is too confused … Nolan’s Odyssey lacks many of the elements that make the poem great. It has nothing convincing to say about time, memory, history, war, or about the relationship between one warrior’s glorious return and the lives of his family, adversaries, comrades, friends and neighbours.

      Wat moet ik mij voorstellen bij een film die iets ‘overtuigends’ te zeggen heeft over bijvoorbeeld oorlog? Heeft  Im Westen nichts Neues iets ‘overtuigends’ over oorlog te zeggen. Of Paths of Glory? Of Loin du Vietnam? En heeft de Odyssee zelf iets ‘overtuigends’ te zeggen over de oorlog? Ik zou niet weten wat. Als ik de laatste zinnen van het epos correct interpreteer is de ‘boodschap’ dat ruzie allemaal goed en wel is, maar dat er op een bepaald moment een einde aan moet komen. Is dat een ‘overtuigende’ boodschap? 
     In het verwijt dat de film niets ‘overtuigends’ te zeggen heeft heeft over een of ander ‘thema’, horen we weer de stem van de universitaire docente. Ze leest met de studenten een tekst, of kijkt met de studenten naar een film, naar dan moet er daarna iets over die tekst of film gezégd worden, liefst over een ‘thema’ dat erin voorkomt. Als er in die tekst of film bijvoorbeeld legers met elkaar slaags raken, dan kan daarover een socratisch gesprek rond het thema ‘oorlog’ worden opgezet. Ik deed dat zelf ook als het in mijn les over Shakespeares Henry The Fifth ging.
      In zo’n socratisch gesprek of ex cathedra doceermoment komen dan allerlei ‘overtuigende’ argumenten en analyses naar voren, en dat is prima. Maar die hebben weinig met de tekst of met de film te maken. Het ‘thema’ of de 
‘boodschap is meestal het minst interessante aspect van een boek of film, maar het is wel het gemakkelijkste om over te praten. En eigenlijk praat je dan over wat je bij Clausewitz of Mearsheimer of desnoods Tom Sauer gelezen hebt. Tekst of film zijn slechts de aanleiding voor een uitleg.
     Wilson heeft ook een groot aantal tegenstrijdigheden ontdekt in Nolans film. Sommige wil ze nog erkennen als ‘moral dilemma’s’ of ‘moral contradictions’ die de regisseur vergeten heeft om uit te werken. Maar voor andere is ze strenger, zoals die in de behandeling van de godenwereld: 

It’s a challenge to represent deities on film without veering into Clash of the Titans silliness, so Nolan may have been sensible to leave them out. Even Zendaya’s underwritten Athena turns out to be a vulnerable victim of war, or perhaps a projection of Odysseus’ conscience – not a scheming and bloodthirsty war goddess. Other goddesses appear in cameo – Calypso, the seal-lady Sirens, Circe, Scylla and Charybdis – but there is no sign that we are supposed to realise they are goddesses. Poseidon, Hermes and Helius do not appear in person, although there are some scary storms and shipwrecks … But the film wants to have it both ways. There are no gods, and yet shipwrecks and death are presented as the inevitable consequence of blinding the son of Poseidon and devouring the Cattle of the Sun. Zeus’ law is portrayed as being crucially important, and yet there is no Zeus.

      ‘The film wants to have it both ways …’ Dat is alweer een onredelijke kritiek. Vooreerst, het was de Griekse mythologie zelf die vol contradicties zat. Hun goden waren tegelijk helden en natuurkrachten, wetgevers en sprookjesfiguren, moralisten en egoïsten, raadgevers en tirannen. En dan leverden ze ook nog eens de verklaring voor menselijke handelingen. Ik kan mij bij die goden niets voorstellen en ik weet ook niet welke voorstelling de Grieken zich van die goden maakten. Zagen ze een gele schijf als ze naar de zon keken, of leek die voor hen echt een beetje op een brandende strijdwagen? Hoe moet ik mij de riviergod Xanthos in boek XXI van de Ilias visueel voorstellen?  Een man met een baard? Een overstroming die báng is van vuur?
 
     De visie van Nolan schept orde in die chaos. De sprookjesfiguren blijven behouden: monsters, sirenen, waarzeggers, geesten en tovenaressen. Maar of de ontketende natuurkrachten die Odysseus bedreigen werkelijk een straf van de goden zijn, blijft in het midden. De Grieken geloven het, Odysseus gelooft het half, en de kijker in de zaal is al lang blij dat de realistische beelden van een storm niet verknoeid worden door ‘Clash of the Titans silliness’.
     Wilson interpreteert de godin Athena terecht als een metafoor voor Odysseus’ geweten en als een symbool van de kwetsbare oorlogsslachtoffers. Ze had Nolan voor die vondst minstens kunnen feliciteren, én voor de emotionele kracht van het moment waarop de betekenis van het symbool duidelijk wordt. In plaats daarvan noemt Wilson de rol van Athena ‘underwritten’***. De academica gelijkt hier op een diva die het belang van een rol afleest uit het aantal lijnen die ze op het podium mag debiteren. Van iemand die zoveel kritiek heeft op het ongeremde spektakel dat Nolan brengt – ‘unrestrained lights and noise’ –  hadden we enige appreciatie kunnen verwachten voor de understatement waardoor Zendaya’s rol juist extra in de verf wordt gezet.
     Niet elke kritiek van Wilson is geheel en al onredelijk. Zo schrijft ze over de vernietiging van Troje: 

 We are not shown that war or killing are bad, only that good men sometimes feel bad about it – a very different point … Serious depiction of violence, ancient or modern, must show the perspectives of the victims as well as the perpetrators … The Trojans are dehumanised by their masks; we know none of them by name or face. We feel no pity or horror at the deaths of the victims, whether Trojans, giants, suitors or slaves.

     Het is mooi verwoord – ‘that good men sometimes feel bad about it’ – en met die helmen als maskers heeft Wilson misschien een punt. Maar als ze de emotionele impact van de slachtpartijen aangericht onder de schaamteloze vrijers en onder de onschuldige Trojaanse burgers aan elkaar gelijkstelt, zullen weinig kijkers haar kunnen volgen, ondanks het manipulerende ‘we feel’. Wat had Wilson gewild? Dat we vóór de Griekse aanval een aantal taferelen hadden gezien van liefdevolle Trojaanse gezinnen gezeten rond het haardvuur? Ik ben blij dat Nolan dat cliché vermeden heeft.
     In werkelijkheid kun je onrecht en wreedheid zowel overbrengen vanuit het standpunt van de slachtoffers (Saïdjah en Addinda), vanuit het standpunt van een geschokte getuige (Small Things Like These) of vanuit het standpunt van de dader (Zone of Interest). Het is aan de schrijver en regisseur om daarover te beslissen en het is aanmatigend van de criticus om voor te schrijven welke keuzes hadden moeten worden gemaakt. ‘Must show the perspective of the victims’ … lijkt mij in een artistieke context niet meer dan een woke dogma.
     Zonder het woke paradigma blijven sommige verwijten van Wilson trouwens moeilijk te plaatsen. Ik had het eerst moeilijk om te begrijpen waar ze naartoe wilde met wat ze schrijft over de cycloop. 

 In the movie Odysseus doesn’t have to outwit Polyphemus because the Cyclops is a puppet who has no wits. Nolan’s grunting one-eyed giant is referred to as ‘it’, barely speaks, doesn’t get drunk and has neither neighbours nor a favourite sheep.

     Maar Polyfemus is een mensenetende reus! Had Nolan hier ook al een genuanceerd personage van moeten maken? Hebben we hier het zoveelste verwijt dat de film onvoldoende overeenstemt met alle details van het boek? Welnee, het heeft blijkbaar met de woke ideologie te maken.
      In 2020, tijdens de Black Lives Matter-betogigen, gaf Wilson een interview aan een studententijdschrift van de University of Pensylvania waar ze lesgeeft. De titel van het interview verraadt al iets van de strekking. ‘The Translation and Reception of BIPOC Voices in Classical Literature,’ waarbij BIPOC de afkorting is van Black, Indigenous, and People of Color****. Wat Wilson over haar vertaalwerk vertelt, is interessant en genuanceerd*****, maar als ze het over de receptie van de klassieken heeft, wordt duidelijk hoever ze in de woke waanzin meegaat.         

 So, for example, in creating my version of Book 9 of the Odyssey, I felt very conscious that this is a text about a quasi-colonial encounter, between an indigenous person (the Cyclops) and an armed invader, who perceives his culture as superior to that of the native inhabitant … I have noticed that first-time readers, even the brilliant Penn undergraduates I’ve taught, often seem to gloss over the ethical and narratological complexities of this encounter. I tried to make sure nobody … [is] looking only through Odysseus’ perspective, [viewing] the indigenous cave-dweller … unambiguously [as] a fairy-tale monster, not a person.  The Cyclops is very terrifying, because he eats people; but he’s not a monster.  He’s a person, and he’s defending himself and his home against invaders.

      Hier gaapt een kloof tussen Wilsons en mijn reactie. Ik zie Nolans cycloop en denk: tiens die heeft een verticaal oog, en Wilson ziet de cycloop en denkt: kolonialisme******. Ik heb er niets op tegen dat Wilson in haar vertaling spreekt over de cycloop als een ‘mens’, maar de gedachte dat de studenten nu worden lastiggevallen met een dekoloniserende lezing van een oud sprookje stemt mij droevig. Vroeger moesten ze de klassieke literatuur leren lezen door een marxistische bril, later door een freudiaanse bril met veel Oedipus-, Electra- en Orestes-complexen, en nu is het dít.
     Ik prijs mij gelukkig dat de woke-ideologie uiteindelijk zo’n kleine rol speelt in Wilsons negatieve recensie. Haar belangrijkste motieven moeten we geloof ik ergens anders zoeken. Slecht karakter misschien – altijd beter dan woke –, de wil om te schitteren – een zeer vergeeflijk gebrek dat ik met Wilson deel – en verder de gewoonten van een docente die zich in de aula wat kan permitteren, en de traditie binnen de literatuurwetenschap om te blijven zoeken en graven naar verborgen betekenissen. Een heel eerbaar motief is dat ze de film gewoon niet graag heeft gezien. Ik denk niet dat ze daarover liegt.
     Wat Wilson ook de parten speelt is dat ze Homerus en andere klassieke auteurs vertááld heeft. Ze beseft dus heel goed hoe moeilijk het is om trouw aan het origineel te verzoenen met een onvermijdelijk eigen interpretatie van de tekst. Ze heeft talloze keren voor moeilijke keuzes gestaan die ze naar eer en geweten moest oplossen, en wel op zo’n manier dat het eindresultaat coherent was. Het heeft haar in haar ogen wellicht de expertise bezorgd om ook de interpretaties en keuzes van Nolan te beoordelen.
     Maar dat is een misverstand. De keuzes die moeten worden gemaakt bij een filmadaptatie zijn van een andere aard dan die bij een vertaling. De stap van hexameters naar pentameters en de weglatingen en ritmeveranderingen die daar het gevolg van zijn, dat is allemaal veel minder radicaal dan de eis om een cycloop te tónen, of de noodzaak om honderden bladzijden met lange monologen te condenseren tot een drie uur durende film met korte replieken.
      En ook de coherentie-eisen voor een film zijn van een andere aard. Wilson spreekt over de Odyssee als kenner, maar over The Odysey als leek. Ze schijnt niet te begrijpen dat de film tot het sandalengenre behoort en dat zo’n genre bepaalde regels heeft. Je kunt enkele regels overtreden, zoals een Amerikaans accent geven aan de acteurs, maar je kunt niet alle regels tegelijk overtreden. Je moet oppassen met humor. Je kunt geen sekscènes in de film gooien, behalve in een pornografische parodie*******. En boven alles moet je het edele karakter van de protagonist respecteren, of het nu Ben-Hur of Spartacus of Maximus is. Je kunt je Odysseus niet modeleren, zoals Wilson elders voorstelde, aan Matt Damon in The Talented Mr. Ripley. Dat is een ander genre.
    Zei ik al dat Wilsons stuk een briljante mengeling is van eruditie, politieke ideologie, morele principes, esthestisch oordeel en literaire interpretatie, dat het elegant geschreven is en dat ik het graag gelezen heb? Dat vind ik nog altijd. Je persiste et je signe. 

 

 

* Het hele stuk van Wilson staat hier.

** Ik vind ‘complicated man’ een móóie vertaling. Inhoudelijk zou ik de homerische Odysseus een ‘veelkantige’ man noemen, maar zulke woorden moet je in een vertaling niet te vaak gebruiken.

*** Dat geldt ook voor de andere vrouwelijke rollen – Helena, Clytaemnestra, Calypso, Penelope – die Wilson allemaal schromelijk ‘underwritten’ vindt. 

**** Het interview met Wilson in de Black Lives Matter-context staat hier.

***** Vanuit woke standpunt vindt ze de homerische samenleving onrechtvaardig. Dat brengt haar ertoe om in haar vertaling de zaken scherp te formuleren in plaats van te verbloemen. Ze kiest bijvoorbeeld voor het woord ‘slaven’ in plaats van voor ‘knechten en meiden’. Dat is een zeer verdedigbare keuze. 

****** En zijn de Laestrygonen dan anti-imperialistische verzetsstrijders? vraag ik mij af. Als het moet kan ik mij ook door polemisch enthousiasme laten meeslepen. En dan mogen we blij zijn dat Wilson niets zegt over het gender-ambiguous karakter van Athena, wat ze wel doet in het interview met de studentenpublicatie. Overigens: Athena wás in de mythologie nogal ambigu. 

*******Men haalt wel eens aan dat de homerische Odysseus vaak ‘lustvol het bed deelt’ met verschillende vrouwen, waaronder Penelope zelf. Maar dat zijn bondige verwijzingen naar seks, zoals je die ook in de bijbel vindt. Voor anatomische details moet je naar de gevechtsscènes gaan, waarbij gespecificeerd wordt welk orgaan juist doorboord wordt.