Het plan van Piketty belooft minder dan je eerst zou denken en is bovendien niet realiseerbaar, ook niet tegen 2100. Het goede nieuws: als we de recepten van Piketty niét volgen, zullen er in de wereld van 2100 véél meer mensen een inkomen hebben van 5000 euro, zal de arbeidsduur flink gedaald zijn, en zal er veel meer gelijkheid in de wereld zijn dan nu. Alleen zal de gelijkheid mathematisch niet zo mooi gespreid zijn als Piketty hoopt. Er zullen onder de landen welvaartspioniers zijn en achtergebleven gebieden - hopelijk hoort Europa niet bij die laatste. Ook de grote fortuinen zullen niet verdwenen zijn. En of men goede oplossingen gevonden heeft voor de klimaatopwarming, daar doe ik geen voorspellingen over.
Ik las voor het eerst over Piketty’s Global Justice Report op de FB-pagina van Frank D’hanis. D’hanis verwijst wel vaker naar economische, sociologische, psychologische en pedagogische studies waar ik nog nooit van gehoord heb. Ik zou hem daarvoor dankbaar moeten zijn. Zo hoorde ik dankzij hem voor het eerst over een studie waarbij men het cortisol-niveau van leraren had gemeten. Dat bleek enorm hoog te zijn omdat voor de klas staan veel stress met zich meebrengt. Dat wist ik al langer, maar dat men dat nu met die cortisol kon bewijzen, dat was nieuw voor mij. Ik wist alleen dat men dat ooit onderzocht had voor maffia-leden. Ook zij hadden er te veel van, van die cortisol, waardoor ze vaak af te rekenen hadden met erectiestoornissen.
Maar nu die Piketty-studie. D’hanis schreef:
Met de technologie van vandaag zouden we meer dan genoeg overschot kunnen creëren om iedereen een goed bestaan te geven. Econoom Thomas Piketty kwam deze week nog in de media met zijn – helaas utopische – voorstel om maar 25 uur per week meer te werken en iedereen een basisinkomen van 5000 euro te geven. Puur technisch zou dit voor het eerst in de menselijke geschiedenis ook kunnen.
Toen ik dat las, dacht ik: dat kan niet, die cijfers kloppen niet, zo dom is Piketty niet. D’hanis heeft ergens een klok horen luiden, maar weet niet waar de kepel hangt. Zou dat met de andere studies die hij citeert ook zo zijn?
Ik heb de Piketty-studie dan maar zelf gedownload, afgedrukt en doorbladerd, en inderdaad, wat D’hanis schrijft klopt niet. Het is geen 5000 euro, het is niet voor iedereen, en het is ‘technisch’ niet mogelijk, althans niet vandaag.
Hieronder heb ik wat opmerkingen verzameld aangaande het Global Justice Report, over de reacties die het heeft uitgelokt, en over de ideologische aannames van Piketty zoals die blijken uit recente interviews. Losse opmerkingen lijken mij vandaag de dag een verdedigbare werkwijze om een stuk te schrijven. Ik had ook een brede weerlegging vanuit een liberaal perspectief bij Grok of ChatGPT kunnen bestellen, maar sommige dingen doe ik nog altijd liever zelf.
Tegen 2100
De studie van Piketty beweert niet, zoals D’hanis aanneemt, dat de mondiale norm van 5000 euro nu reeds ‘technisch’ mogelijk is. Die 5000 euro is een projectie voor het jaar 2100. Ik ben niet tegen dergelijke projecties als denkoefening, maar in 75 jaar tijd kan er veel gebeuren.
BBP en Inkomen
De 5000 euro van Piketty gaat niet over een inkomen of loon van 5000 euro maar over een BBP per inwoner van die omvang. Een BBP van 5000 euro per inwoner zal inderdaad vaak ongeveer even hoog zijn als wat we in België de loonkost noemen, maar wat we het bruto loon noemen zal snel 1000 euro lager liggen.
Bruto en netto
Het Piketty-plan rekent in brutobedragen. Er wordt een gemiddelde toekomstige belastingdruk van 50 % gesuggereerd. Dan blijft er van die 5000 euro in het beste geval nog maar de helft meer over, en waarschijnlijk minder.
Niet voor iedereen
Er wordt, in tegenstelling tot wat D'hanis denkt, geen uniform ‘basisinkomen’ voorgesteld waar iedereen van geniet. Het plan voorziet voor de netto inkomens een spanning van 1 tot 5. Dus laat ons zeggen netto inkomens van 1000 tot 5000 euro, of van 2000 tot 10.000 euro.
Productiestijging
Het plan gaat uit van een verdrievoudiging van de huidige wereldproductie over een periode van 75 jaar. Dat is een bescheiden groei. De wereldproductie per capita is de laatste 75 jaar bijna verzesvoudigd. Alleen lijkt zelfs de bescheiden groei die het plan voorstelt moeilijk te bereiken als men ook nog eens de arbeidsduur verkort, goedkope fossiele brandstoffen onbenut laat, de productiefste sectoren relatief inkrimpt, en de klassieke economische stimulansen afbouwt.
Klimaat
Met het plan streeft men ruw gesproken drie doelstellingen na. De eerste daarvan is het afremmen van de klimaatopwarming. Over die eerste doelstelling zwijg ik, aangezien ik te weinig afweet van exacte wetenschappen en technologie. Wel hebben critici opgemerkt dat de klimaatprognoses van Piketty sterk gelijken op het extreme RCP8.5 scenario, waar weinig wetenschappelijke consensus over bestaat.
Ongelijkheid
De twee andere doelstellingen zijn 1) het verminderen van de gelijkheid tussen de rijke en de arme landen; en 2) het verminderen van de ongelijkheid tussen rijke en arme burgers binnen de landen zelf. Die twee doelstellingen zijn met elkaar verbonden: de inkomens en de vermogens van de rijke burgers worden in het plan afgeroomd om de kloof tussen de rijke en de arme landen te dichten.
‘Stijgende ongelijkheid’
In een gesprek tussen Piketty en Ilja Leonard Pfeijffer (De Morgen 11/7) zegt die laatste dat de mondiale ongelijkheid ‘schrikbarend’ toeneemt. Dat is flagrant onjuist, althans voor de inkomens, en nochtans wordt de uitspraak niet tegengesproken door de econoom die beter zou moeten weten. Daarom doe ik het maar. In de laatste 50 jaar is de ongelijkheidsindex in de wereld gedááld van 0,73 naar 0,65. Dát is de trend over een betekenisvolle periode. Als je zoekt, vind je wel gebieden waar de ongelijkheid toeneemt, maar als je de ongelijkheid tussen de landen én de ongelijkheid binnen de landen samen neemt is er een dáling. Waarmee ik niet zal ontkennen dat de ongelijkheid tussen het inkomen van een Vlaamse en een Congolese leraar nog altijd heel groot is.
Basiskennis
De mondiale trends van de laatste 50 jaar zouden basiskennis moeten zijn:
- wereldproductie per inwoner: x 2,5;
- extreme armoede in de wereld: van 50 % naar 10 %;
- ongelijkheid in de wereld: van 0,73 naar 0,65.
Als men nog op zoek is naar kennisdoelen voor het lager onderwijs, dat zijn er al drie, al zou ik de ongelijkheid niet met de gini-coëfficiënt aanduiden. Dat lijkt mij meer iets voor het middelbaar.
Ontwikkelingshulp
Het Piketty-plan is eigenlijk een soort massale ontwikkelingshulp. De grote verschillen zijn: de omvang (10 % van het Wereld BBP in plaats van 0,3 %), de inkomsten (via mondiale belastingen op hoge inkomens en grote fortuinen) en de financieringswijze (een Wereldfonds dat investeert en dividenden uitkeert).
Economen gaan ervan uit dat de ontwikkelingshulp tot nu toe géén grote bijdrage heeft geleverd aan de economische vooruitgang van de arme landen. Ontwikkelingshulp lijkt beter te renderen als humanitaire noodhulp dan als motor voor robuuste economische groei.
Wereldfonds
Het idee van het Wereldfonds bewijst, wat we anders zouden vergeten, dat Piketty een econoom is. Het ingezamelde geld wordt niet meteen uitgedeeld, maar geïnvesteerd, zodat het fonds aangroeit, en er steeds meer kan worden uitgedeeld. Hoe men (wie is ‘men’?) ervoor zal zorgen dat het geld succesvol geïnvesteerd wordt, is niet helemaal duidelijk. Een criticus schreef dat Piketty van plan is om geld in te zamelen als een Jozef Stalin en het te investeren als een Milton Friedman. Je kunt betwijfelen of die twee werkwijzen zich laten verzoenen.
Algebra
Het Piketty-plan lijkt meer op een algebra-vraagstuk dan op een economisch plan. Welke mondiale belastingschalen moeten we toepassen op de hoge inkomens en de grote fortuinen om tegen 2100 een inkomensspanning van 1 op 5 te bereiken en een vermogensspanning van 1 op 10. Hoeveel financiële middelen levert dat op? Hoeveel leveren die middelen jaar na jaar op als we uitgaan van een voorspelbaar rendement? Maak je berekeningen op een kladblad. Vat je oplossingen samen in enkele tabellen en grafieken.
Maar de economie is in de eerste plaats een gedragswetenschap. Bijvoorbeeld. Hoe gaan rijken reageren op een forse verhoging van belastingen? Welke slimmerik zal het eerst een gat in welke markt ontdekken? Welke innovatie zal de toekomst bepalen, en welke andere zal een dood spoor lijken? Economisch handelen bestaat in de eerste plaats in het zoeken naar nieuwe oplossingen en opportuniteiten, niet uit het becijferen van voorspelbare kosten en inkomsten.
Confiscatie van grote vermogens
Zal de geleidelijke, maar volledige*, confiscatie van de grote vermogens door mondiale belastingen er niet voor zorgen dat de bron opdroogt? Als de grote vermogens eenmaal helemaal weg zijn, kunnen ze ook niet meer worden belast, nietwaar? In de algebra van Piketty is dat echter niet noodzakelijk zo. Als alle fortuinen uiteindelijk in beslag genomen zijn en in het Wereldfonds zijn ondergebracht, kan het systeem verder werken als een perpetuum mobile. Algebraïsch gesproken dan.
Belastingen tot 90 % op hoge inkomens
Dezelfde redenering geldt niét voor de mondiale belastingen op de hoge inkomens. Piketty wil voor de heel hoge inkomens belastingen van 80 en 90 %. Dat zijn geen percentages op de hoogste inkomensschijven maar effectieve belastingen op het hele bedrag.
Piketty verwijst soms naar de hoge belastingpercentages (tot 91 %) die in de VS na WO II geheven werden. Maar dat waren marginale aanslagen. De effectieve belastingpercentages voor de 1 % rijksten in de VS waren geen 91 procent maar ongeveer 40 %. Maar nu stelt Piketty effectieve belastingen van 90 % voor.
Voor zijn plan heeft dat een dubbel gevolg: de nagestreefde gelijkheid komt inderdaad snel dichterbij. Maar als de grootverdieners besluiten om het dan maar wat kalmer aan te doen, en minder te gaan verdienen, omdat ze er toch zo weinig aan overhouden, dan komt de financiering van het Wereldfonds wel in de problemen. Men riskeert, zoals Thatcher het ooit samenvatte, ‘running out of other people’s money.’
Dubbele belasting
Het is in het Piketty-plan niet helemaal duidelijk hoe de verhouding geregeld wordt tussen mondiale en nationale belastingen. Komen die mondiale belastingen bovenop de nationale belastingen? In dat laatste geval zou men wel eens tot samengetelde belastingtarieven kunnen komen van boven de 100 %. Wie gelooft dat dat onmogelijk is, moet maar denken aan de belastingtarieven in Zweden van 50 jaar geleden. Astrid Lindgren, de auteur van Pippi Langkous, moest in die tijd 102 % belasting betalen op haar hoogste inkomenschijf. Ze schreef er het sprookje van Pomperipossa in Monismania over. Zou het Piketty-team in zijn ruwe mondiale schets beter zijn in het vermijden van dergelijke rekenfouten dan de Zweedse belastingspecialisten die zich maar met één land moesten bezighouden?
Belastingen en netto inkomen
Naast de mondiale belastingen, stelt Piketty voor om de nationale consumptie van materiële goederen af te remmen door extra belastingen. Hij is geen voorstander van hogere indirecte belastingen op consumptiegoederen. In plaats daarvan stelt hij voor om (nog) hogere nationale inkomensbelastingen in te voeren, waardoor de burgers zelf individueel minder kunnen consumeren, en waardoor er middelen ingezameld worden om meer collectieve voorzieningen te financieren. Dat betekent dus dat in de landen die al een hoge belastingdruk hebben, de nieuwe percentages ver boven de 50 procent zouden uitkomen, met alle gevolgen van dien voor het netto inkomen.
Morele en politieke overwegingen
In de algebraïsche oefening van Piketty worden de gegeven grootheden ingevoerd op grond van morele en politieke overwegingen. Welke inkomensspanning is moreel aanvaardbaar? Hoe moeten we de belastingschalen vastleggen zodat een meerderheid van de bevolking er direct voordeel uithaalt? Het allereerste politieke programma van de PVDA (1979) was ook op die manier tot stand gekomen. Het bevatte een belastingschema dat nadelig was voor de 10 procent hoogste inkomens, en voordelig voor de 90 procent lagere inkomens. Algebraïsch gesproken dan. Eigenaardig genoeg haalde de PVDA met dat programma geen 90 maar slechts 1 procent van de stemmen. De kiezers geloofden blijkbaar niet dat het schema realistisch was. Dat geloofden de PVDA-leiders zelf ook niet. Piketty daarentegen lijkt wél te geloven in zijn schema’s.
Populisme
‘Populisme vind ik een problematisch begrip,’ zegt Piketty, ‘omdat het label op heel verschillende fenomenen wordt geplakt, zowel op een figuur als Donald Trump als op iemand als Bernie Sanders.’ Het hangt er inderdaad maar vanaf wat men onder populisme verstaat. Eén betekenis is die van demagogie: beloften doen waarvan men weet dat ze niet realiseerbaar zijn. In die betekenis is Piketty geen populist want hij gelooft dat zijn beloften wel realiseerbaar zijn.
Maar in een andere betekenis is Piketty wel een populist: iemand die vindt dat de meerderheid haar wil moet kunnen opleggen en haar belangen moet kunnen doordrukken, ongehinderd door gevoeligheden en belangen van minderheden, en zonder zich iets aan te trekken van traditionele instituties en grondrechten. In die zin zijn zijn voorgestelde belastingschalen ‘in het belang van 99 % van de bevolking’ wel degelijk ‘populistisch’.
Politieke meerderheid
Er bestaat in Europa geen enkel land waar vandaag een democratische meerderheid voor het Piketty-plan mogelijk is. Elke centrumpartij, met inbegrip van de sociaal-democraten, en in het algemeen elke partij die ooit aan een regering heeft deelgenomen, zal het plan als onrealistisch verwerpen. Bij de links-populisten zal men het ecologische luik overdreven vinden, en bij veel ecologisten zal men het herverdelingsluik te radicaal vinden. Voor rechtspopulisten gaat de mondiale herverdeling helemaal tegen de eigen volk eerst-ideologie in. Piketty mag beweren dat zijn plan de belangen van 99 % van de bevolking dient, het zal nooit een democratische meerderheid opleveren. Ik behoor sociologisch ook tot die 99 % maar ik zou er niet aan denken om voor Piketty te stemmen mocht hij opkomen in mijn kiesdistrict.
Snel of traag
Piketty vindt zijn eigen plan ‘gradualistisch’ en ‘bescheiden’ (‘arguably too moderate and gradualist’). Daarmee bedoelt hij dat hij zijn egalitaire doelstelling slechts wil bereiken binnen 75 jaar, in 2100. Maar die deadline lijkt mij een hels tempo op te leggen.
Ten eerste moeten de radicale hervormingen niet over 75 jaar gespreid worden, maar onmiddellijk worden doorgevoerd om binnen 75 jaar het gewenste effect te hebben. En vervolgens leert de geschiedenis ons dat een snelle productiestijging veel realistischer is dan een snelle stijging van de gelijkheid. In ons land is de productie sinds 1830 ongeveer vertwintigvoudigd. In dezelfde periode is de ongelijkheid slechts gehalveerd (van een gini-index van ongeveer 0,5 tot een van 0,26). De verdwijning van de armoede kwam vooral door de productiestijging, en slechts heel gedeeltelijk door ‘herverdeling.’ Met alleen ‘herverdeling’ ging het inkomen van de armen x 2, met productiestijging x 20, en met een combinatie van de twee x 40.
(Die ‘herverdeling’ is trouwens zowel door kapitalistische als door socialistische mechanismen tot stand gekomen.)
Utopisch en ondemocratisch
De reacties op het Piketty-plan zijn verdeeld. Links van de sociaaldemocratie waren tal van bewonderaars; bij rechts en linksliberaal vond men het plan utopisch en niet realiseerbaar binnen een liberale democratie. Paul De Grauwe (De Morgen 20/6) vertolkt de mening van veel economen: ‘Dat is pure utopie … Hoe ga je dat organiseren, dat niemand meer dan 5.000 euro verdient, en dat iedereen maar 25 uur per week mag werken … Dat komt dus neer op de invoering van een dictatuur.’ **
Ik geloof echter dat die kritiek op de linkse bewonderaars weinig indruk zal maken. Ze hebben als het erop aankomt liever een dictatuur dan een democratie, dat wil zeggen een ecologistische, herverdelende, welwillende dictatuur in plaats van een manipuleerbare, kortzichtige en egoïstische democratie. En dat een plan ‘utopisch’, vinden ze al evenmin een bezwaar. Bij zulke mensen hoor je vaak de kreet: ‘We moeten weer durven dromen,’
Ook op Piketty zal de kritiek niet veel indruk maken. Hij ontkent namelijk dat zijn plan utopisch en ondemocratisch is. Hij heeft het allemaal uitgerekend en de algebra klopt.
‘Niet communistisch’
Paul De Grauwe zegt over het Piketty-plan nog: ‘Dat is pas communisme.’ Dat is alweer een kritiek die op linkse bewonderaars weinig indruk zal maken. Het échte communisme, geloven ze, is nog nooit uitgeprobeerd. En Piketty zelf ontkent dat zijn plan communistisch is, omdat het geen alomvattend gecentraliseerde economie veronderstelt. Hij ziet het gewoon als een ruimere toepassing van de welvaartsstaat zoals die in de Noord-Europese landen functioneert. Van 50 % overheid naar 65 % overheid, terwijl sommigen van ons zich afvragen of de 50 % nog lang houdbaar is. Trouwens sommige van Piketty’s principes – de confiscatie van de fortuinen, een officiële loonspanning van 1 op 5 – zijn tot nu toe inderdaad alleen toegepast geworden in communistische regimes, van Lenin tot Brezjnev.
Noord-Europese landen
Over het hele rapport verspreid vindt men tientallen verwijzingen naar de Noord-Europese landen. Die landen vertegenwoordigen voor Piketty een voorbeeld van gelijkheid, productiviteit, welvaartsstaat, openbare voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg. Maar die landen hebben dat resultaat niet bereikt langs de weg van een Wereldfonds zoals Piketty voorstelt. Ook zouden ze zelf nog grondige veranderingen moeten ondergaan om aan Piketty’s ecologische model te voldoen.
Ongelijkheid en welvaart
Piketty wijdt een hele sectie van hoofdstuk 2 aan de stelling dat ongelijkheid niet nódig is om een grote productiviteit te bewerkstellingen. Hij bewijst dat onder andere door, zoals gewoonlijk, te verwijzen naar de Noord-Europese landen die een grote gelijkheid aan een hoge productiviteit koppelen.
Het klopt natuurlijk dat ongelijkheid op zich geen hoge productiviteit met zich meebrengt. Geen enkele liberale econoom beweert zoiets. Wat zo’n econoom beweert is iets anders: dat de welvaart het snelst groeit als de markt vrij is, ook al leidt die vrijheid tot een ongelijkheid waarvan de precieze hoogte niet kan, mag of moet worden vastgelegd. Het liberalisme voorspelt zelfs dat die ongelijkheid – zeker in consumptie en inkomen, minder in bezit – uiteindelijk redelijk laag zal zijn. ‘A society that puts freedom before equality,’ zei Milton Friedman, ‘will get a high degree of both.’
Immateriële sectoren
Centraal in het Piketty-plan staat de omschakeling van materiële productie en consumptie naar een grote immateriële sector. De tewerkstelling in die sector is vandaag goed voor 25 % in de hele EU, voor 30 % in België, en voor 35 % in Noord-Europa. Piketty wil dat overal naar 43 % krijgen. De reden is dat immateriële sector – gezondheid, onderwijs, zorg, cultuur – minder belastend is voor het milieu en meer voldoening schenkt. Voor de arme landen wordt er nog altijd materiële vooruitgang voorzien, maar voor de rijke landen komt het neer op degrowth: kleiner wonen, minder verre reizen, geen auto, geen biefstuk – kortom de levensstijl van de armste tien procent nu. Dat wordt in de ogen van Piketty voldoende gecompenseerd door het gestegen immateriële welzijn.
Bureaucratie
Piketty wil dus de grootste tewerkstelling realiseren in in de immateriële sector. Ik vraag mij af hoeveel van die tewerkstelling uit bureaucratische structuren zou bestaan. Ik bedoel: niet in het utopische plan, maar in de werkelijke wereld.
Arbeidsduurvermindering, productiviteit en AI
Voor wie niet graag werkt, is een van de aantrekkelijkste kanten van het Piketty-plan het terugbrengen van de arbeidsduur tot 25 uur. Minder sympathiek is dan weer dat langer dan 25 uur werken verboden zou worden. Of zou men toch ruimte laten voor flexi-jobs?
Maar die verkorting van de arbeidstijd stelt een nog ander probleem. In het verleden is die altijd mogelijk geweest door stijging van de productiviteit. Maar productiviteitsstijging gebeurt precies in de materiële sector, met automatisering en robotisering. In het onderwijs en de zorg is die veel moeilijker te realiseren. De kans is dus groot dat de productiviteit onvoldoende stijgt om dit onderdeel van het plan – de arbeidsduurvermindering – te realiseren.
Ik weet overigens niet of Piketty daarvan wakker ligt. De productiviteitsstijging wordt in zijn plan als een gegeven aangenomen, maar niet als doel nagestreefd. De meestbelovende piste voor een verhoogde productiviteit en een verlaagde arbeidsduur is vandaag de ontwikkeling van Artificiële Intelligentie. En wat zegt Piketty in De Morgen:
Ik heb geen probleem met AI, zolang het maar redelijk blijft qua ecologische voetafdruk. Maar op dat vlak ziet het er natuurlijk niet goed uit. Als we over de hele wereld datacenters gaan bouwen, zullen we het probleem van de opwarming van de aarde zeker niet oplossen.
Als het zo zit, vrees ik dat de drie doelen van Piketty – stijgende wereldproductie, radicale ecologie en arbeidsduurvermindering – onmogelijk samen kunnen worden gerealiseerd.
5000 euro revisited
Het is tijd om de 5000 euro voor iedereen opnieuw te bekijken in het licht van
- het verschil tussen BBP per inwoner het het mediane bruto loon (in de Belgische betekenis)
- de verhouding bruto / netto
- de nagestreefde loonspanning van 1 op 5
- de verschuiving van economische activiteit naar de immateriële en collectieve sector
- de stijging van de directe belastingen om materiële consumptie te ontraden
- de vergrijzing van de bevolking die zich doorzet onafhankelijk van het Piketty-plan
Er zullen binnen de ecologische beweging zeker mensen bestaan voor wie een dergelijke toekomst als muziek in de oren klinkt, zeker als die ook op wereldschaal zou worden gerealiseerd. Maar het is toch iets anders dan ‘5000 euro voor iedereen.’
Geopolitiek
Ik wou mijn stukje niet beginnen met het gemakkelijkste tegenargument. Ik wil er wel mee eindigen. Het plan van Piketty gaat uit van een grote bereidheid van alle landen en mogendheden om elke rivaliteit te laten varen. Goed, ik wil die mogelijkheid niet uitsluiten voor 2100, maar voor Piketty moet dat mogelijk zijn in 2030 of 2035. Dat is een illusie.
* De grootste vermogens worden belast aan 10, 15 en 20 %, en dat jaar na jaar. Zo smelten de fortuinen weg tot ze het uiteindelijk het niveau van 1.106.000 euro bereiken. Daarna vallen ze niet meer onder de mondiale vermogensbelasting. Grappig is wel die vermogensspanning van 1 op 10. Ik kan begrijpen hoe je de fortuinen door confiscatie kunt beperken tot 1.000.000 maar hoe kun je de kleinverdieners verplichten om minstens 100.000 euro te sparen?
** De hele polemiek van De Grauwe tegen Piketty heb ik hier overgenomen.
Wat vindt u van het nieuwe idee van de Franse econoom Thomas Piketty? Hij wil globale herverdeling: wij verdienen nog maximaal 5.000 euro per maand en storten een groot deel van onze welvaart in het Globale Zuiden.
“Dat is een pure utopie. Ik ga akkoord dat we moeten herverdelen. Bepaalde excessen van ongelijkheid kunnen we fiscaal bestrijden. Ik vond zijn eerste boek ook interessant, over hoe kapitaal sneller groeit dan de economie. Maar nu zit hij ernaast. Ten eerste creëer je geen rijkdom in Afrika door gewoon geld te storten. Daarvoor zijn in die landen politieke hervormingen nodig. Ten tweede: hoe ga je dat organiseren, dat niemand meer dan 5.000 euro verdient, en iedereen maar 25 uur per week mag werken? Dát is pas communisme.”
Hoe komt hij daarbij?v
“De denkfout die Piketty maakt, heeft altijd bestaan. Al sinds Plato denken intellectuelen dat zij alle wijsheid in pacht hebben en weten hoe je de wereld moet organiseren. Dat komt dus neer op de invoering van een dictatuur. Voor het plan van Piketty heb je een dictator nodig die bepaalt hoeveel je mag werken. Veel mensen hebben een toffe job en willen helemaal niet minder werken. En intellectuelen weten het absoluut niet beter.”
Welke denkfout zit daarachter?
“Het zijn twee denkfouten. Eén: hebben filosofen of intellectuelen de wijsheid in pacht? Ik zie niet in waarom dat zo zou zijn. Twee: wijsheid kun je sowieso niet centraliseren. Ik ben nogal doordrongen van het idee van de Oostenrijkse econoom Friedrich Hayek: kennis is altijd verspreid, zit in alle hoekjes van de maatschappij, en het marktsysteem is het beste mechanisme om al die kennis te kunnen gebruiken. Filosofen zoals Plato in De ideale staat, maar ook Thomas More in Utopia, dachten dat je kennis kon centraliseren.”
In een soort dictator, dus.
“Dat idee heeft een lange traditie in het westerse denken. Het is altijd populair geweest, ook in sommige academische kringen. Veel intellectuelen wantrouwen de markt, omdat ze denken dat ze alles beter weten. Econoom Joseph Schumpeter schreef dat in 1943 in zijn boek Kapitalisme, socialisme en democratie: het kapitalisme moet opboksen tegen de afkeer van intellectuelen. Want eigenlijk zegt de markt: je hebt al die intellectuelen niet nodig.”
Armoede uit de wereld helpen, dat kan dus ook alleen de markt?
“Daarvoor hebben we groei nodig en instellingen die inclusiviteit bevorderen. Wij hebben het goed in het Westen, dankzij de markt. Het zou nogal arrogant zijn om tegen die andere 7 miljard mensen te zeggen dat het nu wel volstaat met die groei. Die mensen willen ook allemaal een huis en een auto, die zullen dus nog minstens 50 jaar moeten groeien, zoals wij de voorbije 50 jaar.”





