Besparingen of belastingen
Heel in het algemeen wil rechts de begroting saneren door te besparen, en links door meer belastingen te heffen, met name op de middenklasse en op de rijken. De denktank Minerva – door de vakbond gesubsidieerd maar onafhankelijk – gelooft dat belastingen goed en besparingen slecht zijn voor de economische groei. Hielke van Doorslaer ontwikkelt de volgende redenering in De Standaard (16/9):
Als de overheid geld uitgeeft, in de vorm van investeringen of consumptieve uitgaven, blijft dat geld circuleren in de Belgische economie. Als je de bedrijven of gezinnen een belastingverlaging toekent, is het niet zeker dat de extra koopkracht in de Belgische economie wordt gepompt. Het kan goed zijn dat gezinnen meer gaan sparen, of dat ze er geïmporteerde producten mee kopen, zodat het geld weglekt naar het buitenland. Ook bedrijven kunnen extra buffers aanleggen.
De subsidiërende vakbondsleden zullen het niet graag horen, dat Minerva hen geen belastingverlaging of loonsverhoging gunt omdat ze dat geld zouden kunnen sparen, of er buitenlandse producten mee zouden kunnen kopen. Maar ik wil een ernstige economische redenering niet alleen beantwoorden met een grapje-ad-hominem. Ik wil ook niet onderzoeken of de Minerva-redenering tot de hedendaagse consensus binnen de economische wetenschap behoort. Ik wil er alleen op wijzen dat de redenering niet de enig mogelijke is.
- ‘Als de overheid geld uitgeeft in de vorm van investeringen …’ Jawel, dan blijft dat geld verplicht circuleren in de Belgische economie, wat 1) een vorm van protectionisme is en 2) geen absolute garanties biedt dat investeringen even productief en efficiënt zijn als die van privé-ondernemingen.
- ‘Als de overheid geld uitgeeft in de vorm van consumptieve uitgaven …’ Jawel, ook dat geld blijft dan verplicht circuleren in de Belgische economie, en meer bepaald in de dienstensector waar het minste productiviteitswinst kan worden verwacht.
- ‘Dat gezinnen meer gaan sparen …’ Keynsianen vinden dat erg, maar er zijn ook economen die extra spaargeld toejuichen omdat daardoor de rente op natuurlijke wijze daalt, het aanbod aan leenbare middelen toeneemt, en er extra kan worden geïnvesteerd in machines, gebouwen en technologie.
- ‘Bedrijven kunnen extra buffers aanleggen …’ En misschien is dat op langere termijn wel zo voorzichtig van die bedrijven.
De 13 Gazaanse studenten en de hoofddoek
Als ik de opiniepagina’s van De Standaard doorblader, zal ik geen auteurs discrimineren omdat ze een hoofddoek dragen. Het stuk over ‘islamofobie’ van Arthemis Snijders heb ik dan ook helemaal gelezen, ook al draagt ze een hoofddoek op het fotootje ernaast. Ik heb wel even geaarzeld toen ik las dat ze ‘doctoraatsonderzoeker rond gegenderde islamofobie’ was.
Haar eerste zin ontlokt mij meteen een bedenking.
‘België laat nog altijd dertien studenten aan hun lot over in de levensgevaarlijke openluchtgevangenis die Gaza is.’
Men bekritiseert van alle kanten minister Anneleen Van Bossuyt die in het toelaten van de Gazaanse studenten een ‘precedent’ ziet, dat tot een ‘domino-effect’ kan leiden. Maar Snijders treedt ongewild de visie van de minister bij, want als de ‘gevaarlijke openluchtgevangenis’ een argument in de discussie is, dan geldt dat niet alleen voor de 13 studenten, maar ook voor de 2,2 miljoen andere Gazanen.
Snijders gebruikt ook de uitdrukking ‘hondenfluitje’ als ze het over een sociale-mediapost van Theo Francken heeft. Die had na zijn vakantie in Albanië geschreven:
‘Een moslimland zonder hoofddoeken of islamitische dominantie.’
Ja, dat vind ik zelf ook beter dan een moslimland mét hoofddoeken en mét islamitische dominantie. Het is goed dat Francken erop wijst dat niet alle moslimlanden ten prooi zijn aan fundamentalisme en fanatisme.
Ik lees bij Snijders voor de zoveelste keer dat het hoofddoekenverbod geen ‘neutrale neutraliteit’ is. Dat is mooi gezegd en het klopt. Als er één bepaalde groep is die het moeilijker met de opgelegde neutraliteit, dan zal de regel door die groep anders ervaren dan door de groepen die daar minder zwaar aan tillen. Daar is niets aan te doen.
De hoofddoek: achterliggende motieven
Thomas Goorden verwerpt in een lang stuk op FB de argumentatie van de hoofddoekverbieders. Wat ze zeggen is ‘bullshit’. Hun echte reden is de volgende:
‘Bepaalde mensen willen gewoon hun (culturele) macht demonstreren door te kunnen bepalen wat vrouwen wél of niet mogen dragen.’
Zelf neem ik aan dat die echte redenen van allerlei aard zijn en niet tot één enkele kunnen worden herleid.
In bevragingen, bijvoorbeeld in Duitsland, heeft men gepeild naar de redenen waarom moslima’s een hoofddoek dragen. Die vrouwen gaven aan aan, in volgorde van belang: religieuze plicht, gevoel van veiligheid, herkenbaarheid als moslim, traditie, bescherming tegen lastige mannen, mode-overwegingen, vraag van de partner, sociale verwachtingen, vraag van familie. Ik weet niet of ik zulke antwoorden durf vertrouwen, want ‘sociale verwachtingen’ en ‘vraag van familie’ scoorden wel erg laag.
Op dezelfde manier zou men de hoofddoekverbieders kunnen bevragen naar hún motieven. Ook daar zullen wel verschillende redenen meespelen, en ook die antwoorden zou ik niet helemaal vertrouwen. Zou ikzelf bijvoorbeeld gedreven worden door de wil ‘om mijn culturele macht te demonstreren door te bepalen wat vrouwen wél of niet mogen dragen.’ Ik denk het niet. Maar zelfs als die wil zou meespelen, dan zou het toch zeker mijn énige reden niet zijn.
En dan is er nog een groep die men zou kunnen bevragen: de hoofddoektoleranten. Mensen zoals Thomas Goorden bijvoorbeerd, of zoals Lode Cossaer. Die leggen trouwens ook zonder bevraging uitgebreid hun redenen uit op FB of op hun substack. De redenen van Goorden vind ik redelijk slecht, en die van Cossaer vind ik redelijk goed*. Maar tegen het weerleggen van beiden ‘zie ik op als tegen de Himalaya.’ Ik zou er mij het liefst van afmaken met verwijzing naar mijn vorige stukjes, en er dan aan toegeven ‘dat ik al gegeven heb.’ Of ik zou een zinnetje kunnen gebruiken zoals Johan Leman er eentje had:
‘Mijn niet dogmatische voorkeur gaat naar het niet etaleren van levensbeschouwelijke kenmerken in het onderwijs, zonder er een absoluut breekpunt van te maken.’
Over dat breekpunt verschil ik van mening met Leman, maar het was het antwoord van Goorden aan Leman dat mij het meest trof:
‘Dat is toch totaal een zwaktebod. Wat een lui denken is me dat.’
Lui denken ... dat is precies wat mij overkomt. Bij het lezen van die pleidooien voor hoofddoekvrijheid verdrinkt mijn denken in een poel van lamlendige vermoeidheid. Ik zoek dan verlichting bij stukjes van linksrepublikeinen als Jan De Zutter met wie ik het dan voor één keer eens kan zijn.
* De x.com-berichten van Cossaer over de kwestie vind ik dan weer zwakker: ‘Waarom mag een moslima met een hoofddoek gebruikmaken van de trein en mag een moslima (leerlinge) met een hoofddoek geen gebruikmaken van het publiek onderwijs? Waarom speelt 'neutraliteit' bij het ene wel en bij het andere niet?’ Nou ja, openbaar onderwijs, openbaar vervoer, ik zie wel een verschil. En nu het toch daar over gaat. Ik zit soms als enige man op de bus van Kortrijk naar Menen met als medepassagiers tien of vijftien moslima’s met hoofddoek: oudere dames die telefoneren in een taal die ik niet begrijp, en jonge meisjes die kwetteren in het West-Vlaams. Dat laatste vind ik leuk.
Postfascisme
Eric Corijn, die ik in mijn jeugd kende als een ‘vuile trotskist’, heeft op x.com een bericht geplaats naar aanleiding van de ontmoeting tussen De Wever en Meloni:
‘Zowel Meloni als De Wever zijn postfascisten. Ze begrijpen hoe gelijkaardige principes in de huidige context moeten worden geformuleerd.’
Daaruit blijkt dat Corijn een posttrotskist is, want orthodoxe trotskisten hadden indertijd een veel striktere definitie van het begrip ‘fascisme’ dan wij, maoïsten, die nogal snel alles wat ons niet aanstond ‘fascistisch’ noemden. Wij waren toen de enigen.
Mooi is dat Corijn mij hier met zijn ‘postfascisme’ op elegante manier op het verkeerde been zet. Hij had zijn tegenstanders evengoed ‘neofascisten’ kunnen noemen, en dan had ik met een grijnslach gezegd: ‘Kalm, Eric, kalm.’ Dat heb ik ook bij Frank D’hanis. Die schrijft wel eens dat N-VA ‘protofascistisch’ is. Bij dat woord moet ik denken aan Gabriele D’Annunzio en Charles Maurras, en weer begin ik onwillekeurig te grijnslachen. Maar bij een woord als ‘postfascist’ sta ik even met mijn mond vol tanden.
Het was nochtans niet de eerste keer dat ik het woord ‘postfascist’ tegenkwam. Ik las het al in Eddy Daniëls’ boek De open samenleving en haar nieuwe vijanden. Daniëls noemde het Vlaams Belang ‘postfascistisch’, zoals hij elders, geloof ik, de PVDA ‘postcommunistisch’ noemt. Daniëls bedoelde daar echter iets anders mee dan Corijn. Hij redeneerde dat het Vlaams Blok in zijn begindagen misschien een fascistische partij was, maar ondertussen van die ideologie zo ver was afgeweken dat het verwijt van ‘fascisme’ onredelijk was geworden. Dat was voor mij een nieuw inzicht.
Bij Corijn is de zaak omgekeerd. Hij schijnt ter geloven dat De Wever en Meloni wel degelijk hetzelfde soort regime nastreven als Mussolini en Hitler destijds, maar dat ze hun methodes aanpassen aan de huidige context. Zo sluw zijn ze wel.
tScheldt en JDC
Nu Joël De Ceulaer door tScheldt is uitgemaakt voor een ‘gepriviligieerde regimekeutel die een gepriviligieerde regimeburgemeester verdedigt’ kon hij niet anders dan iets terugzeggen:
Ik heb nog nooit gereageerd op deze vuile smeerlapperij. Maar nu gaan ze echt te ver. Het is geprivilEgieerd!!!!!
Wat beïnvloedt onze koopkracht?
In een interview met De Standaard (31/9) zei Vlaams minister Melissa De Praetere iets merkwaardigs. ‘Niets heeft meer impact op koopkracht dan klimaat. Denk aan onze voedselprijzen.’ Dat is economisch zó fout dat het weer vertederend wordt. Jammer dat De Standaard er de naïeve West-Vlaamse tongval niet bij kon laten horen.
La règle du jeu
Op Youtube kun je de mooie en historisch belangrijke film La règle du jeu zien (1939), van Jean Renoir. De klank is slecht en, als iemand die half-doof is, begreep ik weinig van de dialogen. Maar één dialoog heb ik wel begrepen. Octave zegt : ‘Ce qu'il y a de terrible dans la vie, c'est que tout le monde a ses raisons.’ Waarop André of Robert antwoordt : Bien sûr, et moi, je suis pour que chacun les expose librement.’
Professor Mortier, Demir Zuhal, en de vrije meningsuiting
Er circuleert een filmpje waarop je ziet hoe professor Freddy Mortier, erevicerector aan de Ugent, door de studenten wordt uitgejouwd tijdens een proclamatie. Hij had iets over de Cofnas-kwestie gezegd, en over de academische vrijheid, en dat was slecht gevallen.
Heel mooi was de reactie op FB van Zuhal Demir op het incident. Ze legt uit dat roepen en schreeuwen, naast een bewijs van slechte manieren, ook een uiting is van krampachtige angst. Als kind had Demir ook angst, onder andere voor de ideeën van het Vlaams Blok. Pas aan de universiteit begreep ze dat je voor ideeën geen angst moest hebben. Als je ze verkeerd vond, moest je ze weerleggen. Dat was voor haar een bevrijdend inzicht. Het filmpje staat hier. Let ook op de reactie van de decaan. Dit is de reactie van Zuhal Demir.
Luister, denk, praat.
Ik herinner me de interviews van Filip Dewinter op televisie als meisje. De man die luidop droomde van een Vlaams Vlaanderen en meisjes als ik op een school voor moslims wilde steken voor hij mijn hele familie kon deporteren. Ik was daar bang van als kind. Ik liep weg.
De Vlaams Belang-propaganda was overal. Ze was voortdurend. Debatten op televisie tussen Vlaamse mannen gaven me als jong meisje het gevoel alsof ik op de beklaagdenbank zat en gewoon moest zitten en zwijgen tot de heren beslisten hoe het verder moest met mijn ‘soort’. Ik was daar bang van als jong meisje. Ik liep weg.
Die vluchtgevoelens heb ik pas echt van me af kunnen schudden in de studententijd. De angst voor meningen, voor wat gezegd wordt en hoe het gezegd wordt?
Het gleed van me af. Ik legde mijn mening ernaast en motiveerde ze. Dat is een zeer bevrijdend gevoel.
Ik durfde ook voor het eerst luisteren naar wat die mannen zeiden. Ik wachtte niet meer angstig op de bedreiging van Dewinter, maar volgde de redenering die hem deed dromen van een blank Europa waarin ons gezin gedeporteerd moest worden.
Vanaf dat moment waren Vlaams Blok-folders in de brievenbus wat ze waren. Een mening. Een mening doorspekt met haat en simplisme, vol tegenstrijdigheden.
Dewinter ging van boeman naar schertsfiguur.
Vandaag is hij een politiek tegenstander in het parlement. Een vriendelijke, beleefde man met nog steeds ideeën die ik vreselijk vind. Ik blijf staan.
Een lang verhaal voor een korte boodschap aan de studenten die bang en onbeschoft van een professor vluchten die hen een oncomfortabele boodschap bracht. Het is niet alleen onbeschoft, het is laf en dom.
Luister, denk, praat.





