1.-
Ik heb over de zaak Cofnas al een en ander geschreven in maart van dit jaar.* Ik zal proberen niet in herhalingen te vervallen. Wie ongeduldig is: wat mij het meeste bezighoudt, staat hieronder in mijn laatste paragraaf.
2.-
Ik ben voorstander van de academische vrijheid. Uiteraard mag men een professor of onderzoeker aan een universiteit ontslaan voor wetenschappelijke fraude. Ook flagrant ondeugdelijk onderzoek kan een reden zijn, maar hier zou ik héél voorzichtig zijn. Er zijn heel wat professoren die van elkaar vinden dat de ander ondeugdelijk onderzoek doet.
3.-
Elke sanctie – zij het schorsing of ontslag – die teruggaat op verwijten van ‘racisme’, ‘antisemitisme’, ‘woke-ideologie’, ‘pseudowetenschap’ enzovoort vind ik a priori verdacht omdat die begrippen rekbaar en subjectief zijn.
4.-
Het is best mogelijk dat bij deze schorsing een correcte procedure is gevolgd**. Het is ook mogelijk dat er bij een toekomstig ontslag eveneens een correcte procedure zal zijn gevolgd. Maar als er geen nieuwe feiten aan het licht komen, zal ik die beslissingen blijven betreuren.
5.-
Men kan de academische vrijheid van Cofnas verdedigen zonder zijn meningen te verdedigen. Maar ik wil het mijzelf niet te gemakkelijk maken, en daarom zal ik hier ook iets over die meningen zelf te zeggen.
6.-
Men verwijt Cofnas – terecht – dat hij zich een ‘rassenrealist’ noemt. Maar de mensheid valt wetenschappelijk gezien niet onder te verdelen in ‘rassen’. Iedereen weet bijvoorbeeld dat de variatie tussen leden van een zogezegd ‘ras’ groter is dan die tussen de ‘rassen’ onderling. Anderzijds weet iedereen ongeveer wat Cofnas bedoelt, zoals men ook weet wat bedoeld wordt met ‘rassendiscriminatie’, ‘rassensegregatie’, enzovoort. In de Belgische wetgeving is alleen sprake van ‘zogezegd ras’, maar in de Amerikaanse wetgeving en rechtspraak wordt de term ‘race’ veelvuldig gebruikt. Men doceert er aan de universiteiten ook al eens een vak Critical Race Theory.
In de context van de VS betekent ‘blanke ras’ niets meer dan ‘uit Europa afkomstig, en ‘zwarte ras’ uit Afrika afkomstig.
7.-
Amerikanen van Europese en Afrikaanse herkomst behalen gemiddeld verschillende scores op IQ-testen. Dat gemeten verschil is groot (in niet-technische termen: 10 à 15 procent) en wordt door niemand ontkend. Als men echter allerlei andere omstandigheden – zoals onderwijs en sociaal-economische status – meerekent, wordt dat verschil heel wat kleiner. Volgens veel onderzoeken verdwijnt het echter niet helemaal.
8.-
De vraag of het resterende verschil, als het bestaat, een genetische basis heeft, is voorlopig onbeslist. Cofnas behoort tot degenen die voortbouwen op de studies die die genetische basis bevestigen. Zijn eigen onderzoek betreft de moraal-filosofische implicaties van die hypothese.
9.-
Iemand zoals ik die twee of drie boeken over de kwestie gelezen heeft, kan beter zijn mond houden over de grond van de IQ-controverse. Bovendien heb ik genoeg gelezen van Cofnas om te weten dat zijn benadering van de kwestie mij niet erg interesseert. Dat betekent niet noodzakelijk dat ze geen waarde heeft.
10.-
In de traditionele en sociale media moet je geen analyse verwachten van wetenschappelijke methodologie. Men beperkt zich redelijkerwijze tot sprekende voorbeelden, zoals Cofnas’ bewering dat het aantal zwarte professoren aan Harvard onder een academisch-meritocratisch systeem de 0 % zou benaderen (in plaats van 5 % zoals het nu is). Maar die bewering is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Volgens een eigen onderzoek van Harvard uit 2013 zou de studentenpopulatie er helemaal anders uitzien als men uitsluitend de academische kwalificaties in rekening bracht. Die zou er namelijk als volgt uitzien. 43 % Aziatisch, 38 procent blank, 2,4 % Hispanic, 0,7 % zwart (in plaats van de 8 % nu). De redenering van Cofnas was, dat dat percentage voor professoren dan nog lager zou liggen dan 0,7 %. (Uiteraard kunnen ‘academische kwalificaties’ en IQ niet zomaar gelijk worden gesteld, anders had ikzelf een veel hoger IQ dan ik nu heb).
11.-
Een andere uitspraak van Cofnas die hem wordt aangewreven is er een die hij deed in een interview : ‘I’m still waiting for the revolution to happen. And, I’ll get another job. After the revolution, I’ll be the head of, you know, the Department of Eugenics and Race Science at Harvard.’ Onderzoeker aan de UGent Tim Grauls waarschuwt ons dat we die uitspraak niet als een ‘grapje’ mogen opvatten. Ik kan kameraad Grauls – ACOD-afgevaardigde in de Raad van Bestuur van de universiteit – geruststellen: de kans dat Cofnas departementshoofd wordt in Harvard is ongeveer even groot als die dat Herman Brusselmans een willekeurige jood een puntig mes door de keel zal rammen.
12.-
Ik moet toegeven dat er ook uitspraken van Cofnas zijn die ik weerzinwekkend vind. Zo schrijft hij in The Hereditarian Revolution: ‘Those who truly value diversity should favor the preservation of racial distinctions. There must be some barriers set up between races in order for each one to express its own unique genius.’
Ik kan veel argumenten bedenken om die uitspraak te relativeren. Cofnas spreekt zich elders uit tegen gesegregeerd onderwijs. Hij pleit niet voor wettelijke maar voor vrijwillig gekozen segregatie. Het is een voorwaardelijke uitspraak: ‘Als je diversiteit echt belangrijk vindt … als je gelooft dat elk [zogezegd] ras een eigen karakter heeft …’ Ook ziet Cofnas die segregatie niet louter etnisch: ‘Divisions won’t necessarily be made along racial lines, although it’s likely that many self-segregating communities will be relatively homogeneous.’
Toch blijf ik die segregatie, of ze nu libertair of autoritair is, weerzinwekkend vinden. En hoe minder rationele argumenten ik heb, hoe dieper ik de weerzin voel.
13.-
Schelden is niet mooi. Frank D’hanis vindt dat Cofnas in zijn terechte kritiek op professor Arday die laatste niet ‘verstandelijk beperkt’ had mogen noemen. Dat vind ik ook. ‘Cognitief beperkt’ of beter nog ‘beperkt’ is een eufemisme dat op klassenraden wordt gebruikt, maar als je het op een rapport zou schrijven of tegen ouders zou zeggen, zou het een scheldwoord zijn. Zelf omschrijft D’hanis onze vriend Cofnas echter op FB als ‘een edgelord xenofobe academicus, die het hardcore racistische machinegeweer van kwaadaardige mensen van pseudo-wetenschappelijke munitie voorziet.’
14.-
Ik stoor mij op de sociale media in ongeveer gelijke mate aan de scheldtirades tegen Cofnas als aan die tegen Petra De Sutter. Maar de laagste reacties zijn natuurlijk die waarin Petra De Sutter aangepakt wordt als transgender.
15.-
In een commentaar op de sociale media bekritiseert Maarten Boudry de beslissing van Petra De Sutter om Cofnas tijdelijk te schorsen. Hij ondermijnt zijn terechte argumenten door op het einde nog eens de AI-hallucinaties van De Sutter aan te halen. Let it go, Maarten.
16.-
Mooi is dan weer dat hij voorlopig wel een standpunt inneemt maar nog geen artikel op Quillette wou publiceren, omdat hij liever de definitieve uitspraak in de zaak afwacht. Ik zou dat ook moeten doen, maar de hele kwestie maakt mij onrustig.
17.-
Boudry gebruikt ook een argumentum ad hominem in de oorspronkelijke betekenis van het woord: een argument toegesneden op de tegenstrever. ‘Since the rector is transgender, here’s an analogy she might appreciate: this suspension is like banning a Pride event in a city because of the “unrest and tension” (read: anti-LGBT violence) the organizers are “causing” among religious fanatics. Or excluding trans women from political positions because of the “psychological distress” they may cause to people who believe in a sex binary.’
Frank D’hanis noemt dat Boudry’s ‘giftigste post tot op heden’ omdat hij er ‘weer het gender van rector Petra De Sutter bijsleurt.’
Ik zie dat anders. Ik geloof dat de progressieve Boudry het gender van De Sutter zo normaal vindt dat hij er niet eens aan denkt dat haters om de verkeerde redenen zullen applaudisseren, en dat haters van de andere kant hem verkeerd zullen begrijpen. Frank D’hanis vindt dat de vergelijking van de pot gerukt is omdat De Sutter de tolerantie vertegenwoordigt en Cofnas de intolerantie. Maar een vergelijking moet niet punt voor punt opgaan om iets te kunnen verduidelijken.
18.-
D’hanis zelf vergelijkt de schorsing van de U Gent met een bedrijf als Toyota waar je voor veel minder kunt worden buitengegooid. Ook die vergelijking gaat volgens mij niet punt voor punt op.
19.-
Er circuleert een internationale lijst van academici (hier) die protest aantekenen tegen de sancties – en de motivatie ervoor – tegen Cofnas. Er staan op dit moment 702 handtekeningen op. Ik vrees dat er vandaag een langere lijst zou kunnen worden verzameld van academici die de sancties ondersteunen.
20.-
Ik heb de brief van Petra De Sutter aan Cofnas gelezen***. De argumentatie is goed gestructureerd en helder verwoord. Ik neem vooral aanstoot aan het herhaalde gebruik van het woord ‘welzijn’. De redenering gaat als volgt. De meningen die Cofnas in geschriften, sociale media en interviews verkondigt, en de toon waarop hij dat doet, bedreigen het welzijn van studenten en collega’s die zich door die meningen gekwetst voelen. Dat is zeker een argument, maar het zou geen argument mogen zijn. In een liberale samenleving zouden we ons moeten trainen om niét gekwetst te zijn door meningen, en áls we ons gekwetst voelen, om daar geen eisen aan te koppelen om iemands vrije spreken te beperken. De Sutter vermeldt zelfs het bestaan van een groep ‘Students Against Cofnas’ en het feit dat meer dan 2000 studenten een petitie getekend hebben tegen de aanstelling van Cofnas. Naar het schijnt noemt men zo’n argument het Heckler’s Veto. In elke controverse leer ik woorden en begrippen bij.
* Mijn stukjes van enkele maanden geleden staan hier en hier.
** Om te zorgen dat alles ordentelijk verloopt is aan de U Gent ondermeer onderstaand document verspreid.
*** *** De brief wordt integraal geciteerd in de post van Boudry: hier





