1.
In het kader van haar lopende onderzoek ‘De foto van Vlaanderen’ heeft de VRT opdracht gegeven 2.261 Vlamingen te ondervragen over hun houding tegenover onder andere homoseksualiteit, transseksualiteit en vrouwenemancipatie. De primaire opdeling was die in leeftijdscategorieën: 12-17, 18-24, 25-44, 45-64, 65+.2.
Een belangrijke vaststelling was dat de grootste onverdraagzaamheid en bereidheid tot discriminatie wordt vastgesteld bij de groep jonge mannen tussen 18 en 24 jaar.
3.
Dat komt overeen met internationaal onderzoek, waar ik enige tijd geleden over schreef. Ik schreef toen: ‘Komt het door de islamisering? Is het de invloed van Andrew Tate? Zien we hier een reactie tegen de excessen van woke? Is er een opstand aan de gang van jonge mannen tegen de feminisering van de maatschappij en haar waarden?’* Ik vond de verklaring van islamisering, Andrew Tate, anti-woke en feminisering zo evident, dat ik er toen niet verder op wou ingaan.
4.
Mocht ik echter in een vrt-programma zijn uitgenodigd, dan had ik net als Boudry die verklaringen wél naar voren geschoven. En wellicht had ik ook dat eerste – islamisering – het meest benadrukt, al was het maar omdat je die verklaring anders niet zo vaak op de zender kunt horen.
5.
Het was opvallend dat Maarten Boudry en Goedele Liekens het over die vier verklaringen ongeveer eens waren. Alleen belichtten zij bijna dwangmatig telkens als de ene gesproken had de ándere kant van de medaille. Je ziet dat vaak in panelgesprekken. Zei Liekens dat meisjes minder conservatief dachten over de gender-rollen, dan antwoordde Boudry iets over tradwifes. En al hadden ze ongeveer dezelfde opvatting over de invloed van de ‘islam’, sprak Goedele altijd zedig van ‘een bepaalde godsdienst’.
6.
Waar Boudry zich wel in onderscheidde van Liekens was door zijn scherpe kritiek op de vrt. Hij zei dat de vrt er alles aan deed om de islamisering als verklaring buiten beeld te houden.
7.
Hij haalde ook een interne notitie boven over de onderzochte categorieën. Naast de leeftijdsgroepen had men ook een categorie Personen van Buitenlandse Herkomst (PBH) onderscheiden. In die notitie stond: ‘De studiedienst vraagt om die groep niet mee op te nemen in onze artikels of berichten. De reden is dat de samenstelling van die groep PBH niet voldoende representatief is. Eerder iets hoger opgeleid ook**.’
8.
Boudry noemde dat een smoesje en sprak van wegmoffelen’ door de vrt.
9.
Het optreden van Boudry leidde tot veel reacties. Vanuit rechtse hoek kreeg Boudry bijval omdat hij iets over de islamisering had gezegd, en dan nog op de vrt niet vaak. Vanuit linkse en links-liberale hoek kreeg hij veel kritiek.
10.
Bij links en liberaal-links waren er zowel emotionele als inhoudelijke reacties. Ik citeer één emotionele reactie als voorbeeld: ‘Boudry is een extreemrechtse aandachtshoer, crapuul.’
11.
Ikzelf behoor binnen het rechtse kamp tot de verwijfde soort. Als ik heftige haatboodschappen lees tegen linkse mensen, voel ik plaatsvervangende schaamte. Bestaan er binnen het linkse kamp ook zo’n verwijfde sujetten die plaatsvervangende schaamte voelen bij de vulgaire haatboodschappen tegen Boudry?
12.
Van de inhoudelijke kritieken onthoud ik vooral deze: Boudry gebruikte de weggelaten categorie van PBH om te bewijzen dat de uitbreidende moslimsfeer mee verantwoordelijk is voor de misogyne en homofobe evolutie in onze samenleving. Terwijl achteraf bleek – ha, ha – dat die moslims amper vertegenwoordigd waren in de PBH-categorie: onder de 310 respondenten van die groep waren er bijvoorbeeld 95 Nederlanders en slechts 16 mensen van Marokkaanse afkomst en 5 van Turkse afkomst***.
13.
Vóór ik de uitzending gezien had, dacht ik dat die inhoudelijke kritiek streng maar rechtvaardig was. Nu weet ik dat ze fout is. Boudry heeft die PBH-categorie niét gebruikt om te bewijzen dat islamisering een van de factoren is van vrouwonvriendelijke tendenzen onder de jongere bevolking. Hij heeft onder andere gezegd:
Natuurlijk, herkomst, buitenlandse herkomst, daarmee heb je nog altijd het onderscheid niet gemaakt tussen moslims en niet-moslims … [Het onderzoek was inderdaad niet representatief ] omdat ze gekeken hebben naar herkomst, en herkomst, dat kan natuurlijk van alles zijn. Is dat niet-Europees? Is dat islamitisch? Het kunnen ook Hollanders zijn … **** [Men had naar religie in plaats van herkomst moeten vragen] maar dat is het punt. Dat gaan ze niet doen want dat is zo explosief.
14.
Als de grafieken van de vrt op islamisering wijzen, dan zit die niet in de cijfers van de PBH, maar in de globale cijfers. Als de enquête een beetje goed gevoerd is dan zitten in al die leeftijdscategorieën samen 7,5 procent moslims die als nieuwe Vlamingen in de cijfers komen.
15.
Heeft Boudry zijn hand overspeeld – hij gebruikt de uitdrukking zelf een paar keer – door de richtlijn van de studiedienst over het verzwijgen van de PBH-categorie zo sterk te benadrukken en door te spreken van een ‘smoesje’ en ‘wegmoffelen’? Ik denk het wel. De reden die de studiedienst opgaf is feitelijk min of meer correct. Ik weet niet of de groep op zich meer of minder ‘representatief’ was dan de groep van de 18 tot 24-jarigen, maar de groep PBH was zeker niet relevant.
16.
Boudry bezondigde zich aan een intentieproces. Maar er bestaan plausibele en minder plausibele intentieprocessen. Boudry veronderstelde dat de echte reden voor het verzwijgen was dat de categorie ‘buitenlandse herkomst’ aanleiding zou geven tot speculatie over de islamisering, dat zoiets zou kunnen bijdragen tot stigmatisering van moslims, en dat zoiets de vrt een hoop kritiek zou opleveren vanuit politiek-correcte hoek. Ik geloof dat de drie veronderstellingen van Boudry plausibel zijn, maar niet bewijsbaar. Dan moet je minder hoog van de toren blazen.
17.
Voor de rest vond ik de bijdrage van Boudry aan het debat interessant, evenwichtig, en genuanceerd. Ik begrijp dan ook niet dag Gwendolyn Rutten zegt dat Boudry ‘over de hele lijn’ gebuisd is. Of misschien begrijp ik het wel.
18.
Ik kende de bijdrage van Boudry eerst alleen via de dagelijkse FB-post van Frank D’hanis. Nu dacht ik dat ik de vooringenomenheid uit die post zelf wel weg kon filteren, maar ik blijk D’hanis zijn talent om de zaken te verdraaien wat onderschat te hebben.
19.
De interessantste vraag aan Boudry kwam van auteur Maarten Inghels. Indien islamisering één van de verklaringen was van de toenemende vrouwonvriendelijkheid, waarom zou je die meer zien in de leeftijdscategorie 12-17, 18-24 en 25-45 dan in de andere leeftijdscategorie +65? Een deel van het antwoord kende ik ook. Het moslimaandeel in die jongere categorieën moet hoger zijn dan de +65-categorie die veel oud wit volk omvat. Om een idee te geven: men schat het aandeel van de moslims in de totale Vlaamse bevolking op 7,5 %. Het aandeel in de leeftijdscategorie van 18 tot 25 jaar wordt geschat op 10 à 15 procent.
20.
Boudry reikte het tweede deel van de verklaring aan. Onder de moslimjongeren vindt er, volgens onderzoek, een polarisering plaats. Een deel jongeren wordt religieuzer, en ander deel wordt liberaler. Dat lijkt mij een goede verklaring. Het toegenomen religieuze deel zorgt voor een toename in de intolerante antwoorden, het liberaler geworden deel zinkt weg in de bestaande tolerante meerderheid. Hetzelfde verschijnsel zal zich voordoen bij de woke en anti-woke jongeren. De anti-woke jongeren verminderen de gemeten tolerantie, terwijl de woke jongeren wegzinken in de brede linkse, links-liberale en gematigd-conservatieve consensus.
20.
Bij een van de Boudry-critici stootte ik op de volgende contradictie. Enerzijds verweet hij Boudry dat hij een ‘compleet onbewezen stelling’ over moslim invloed naar voren schuift, en wat later beweert hij dat men bij dergelijk onderzoek niet mag vragen of iemand moslim is ‘om dezelfde reden als waarom we ook niet vragen naar huidskleur.’
21.
Maarten Boudry zegt misschien te gemakkelijk dat islamisering door de VRT verzwegen wordt. Maar de zender heeft meer pijlen op de boog. Een van die pijlen is het wegnuanceren van de islam-verklaring. Een mooi staaltje vinden we in het antwoord van de vrt aan Boudry. Er wordt verwezen naar een stuk op de website dat uren voor De Afspraak was gepubliceerd, en waar de kwestie van herkomst en religie wel besproken wordt. En hoe!
Welke rol speelt herkomst? Het onderzoek daarover is beperkt, maar socioloog Cecil Meeusen (KU Leuven) ziet wel dat jongeren met een niet-Belgische origine conservatiever scoren wat gender betreft. ‘Dat valt te verwachten bij jongeren die meer religieus zijn opgevoed of met sterkere traditionele rolpatronen. Maar je kan het niet verengen tot religie of origine. Wanneer we rekening houden met sociaaleconomische status, opleidingsniveau van de ouders, enzovoort, vlakken die verschillen af. Het is zeker niet zo dat die groep van jonge, conservatieve mannen hoofdzakelijk bestaat uit jongens van niet-Belgische origine.
Hoe voorzichtig! Het woord ‘islam’ valt niet. We moeten veeleer naar de ‘sociaal-economische status’ kijken. De groep ‘conservatieve’ jonge mannen bestaat ‘niet hoofdzakelijk’ uit jongens van niet-Belgische origine. Dat laatste zou er nog aan ontbreken. Dat bijvoorbeeld de moslimjongens met hun 10 à 15 procent de meerderheid zouden leveren voor de ‘conservatieven’.
22.
En natuurlijk is het woord ‘conservatief’ hier ongelukkig gekozen voor sommige van de onderzochte categorieën, zoals de groep die vindt dat een man het recht en de plicht heeft een ongehoorzame vrouw te slaan.
23.
Bij dat laatste had Boudry trouwens een mooie nuance. Het was niet, zei hij, omdat die jonge mannen (en vrouwen) op een enquête invullen dat dat slaan een recht en een plicht is, dat ze dat ook doen. Als ze heel gelovig zijn, vullen ze op zo’n vragenlijst gewoon in wat de Koran (4:34) voorschrijft.
24.
Een populaire inhoudelijke kritiek op Boudry is dat hij de complexe redenen voor statistisch toenemende intolerantie onder de jongeren toeschrijft aan één enkele reden: de islamisering. ‘Aan één enkele reden’ ... dat is flagrant onwaar. Gelukkig staat de aflevering nog op vrtmax voor wie dat wil controleren. Boudry heeft alleen gezegd dat de islamisering óók een deel van de verklaring is, en wel een deel dat links en links-liberaal probeert weg te moffelen door er zo weinig mogelijk over te praten.
25.
Wie een voorbeeld zoekt van iemand die de toenemende intolerantie wél aan één verklaring toeschrijft, kan beter terecht bij Bieke Purnelle (DS 22/5). Doordat Purnelle wat synoniemen gebruikt voor haar allesverklarende oorzaak, ontstaat de indruk dat ze naar een ‘gelaagde’ verklaring verwijst. Ze heeft het over de ‘macht van big tech’, ‘over de ‘kwalijke intenties van extremisten’, over ‘autocratische politici die simplistische oplossingen aanreiken’, en over het ‘sociaal isolement’ en de ‘economische onzekerheid’ die voortkomen uit het ‘laatkapitalisme.’ Ik moet denken aan een Suske en Wiske-album waar een leuk protestlied in voorkomt:
Vrienden noem elkaar geen mietje
Want eens zing je allemaal
Allemaal hetzelfde liedje
’t Is de schuld van ’t kapitaal.
Het totaliserend karakter van Purnelles verklaring komt nog het beste tot uiting in de passage waar ze beslist wat ‘de kern van de zaak’ is.
Terwijl pers, politici en opiniemakers over elkaar heen rollen vanwege een vaag rapport, blijft de kern van de zaak jammerlijk onaangeroerd.
26.
Ik vind het altijd vervelend als men in een polemiek begint te weerleggen wat niemand heeft gezegd. Nadat bekend raakte – achteraf – dat onder de 310 respondenten van de categorie PBH slechts 16 mensen van Marokkaanse en 5 van Turkse origine omvatte, waren er Boudry-critici die in alle ernst begonnen uit te leggen dat men uit de antwoorden van 5 Turken geen correct beeld kon afleiden van wat in de Turkse gemeenschap leefde.
27.
De uitleg van de vrt dat de categorie PBH was weggemoffeld omdat ze niet representatief was, noemde Boudry een smoesje. Dat was een overdrijving, of anders gezegd: het was tegelijk een smoesje en geen smoesje.
‘Geen smoesje’ want de categorie was inderdaad niet representatief. ‘Wél een smoesje’, want de andere categorieën die niét werden weggemoffeld waren evenmin representatief. Ik citeer David De Coninck, postdoctoraal onderzoeker en gastprofessor aan de faculteit sociale wetenschappen van de KU Leuven, die in De Morgen hetzelfde punt maakte, maar minder polemisch dan ik hier net deed:
Dezelfde voorzichtigheid zou dan ook moeten gelden voor de uitspraken waarmee dit hele debat begon: dat 17 procent van de 12- tot 17-jarigen vindt dat mannen vrouwen mogen slaan. Hoeveel respondenten zitten er in die leeftijdsgroep? Wat is de foutenmarge op dat cijfer? Hoe verhoudt die zich tot de “16 procent” bij 18- tot 24-jarigen? Met andere woorden: is het verschil tussen die groepen statistisch onderscheidbaar van ruis, of zien we hier dezelfde subgroep-problematiek die elders wél tot terughoudendheid leidde.
Bij representativiteit speelt zeker de grootte van de steekproef een rol. Dan is 310 personen in de categorie PBH inderdaad wat weinig. Maar hoe groot was de groep van 12-17-jarigen? En de groep van 18-24-jarigen? En waren die van een vergelijkbare grootte als bijvoorbeeld de groep van +65-jarigen?
28.
Een andere uitleg – achteraf – van de vrt was dat de groep van BPH een ‘zeer diverse’ groep was? Ook dit heeft iets van een smoesje? Heeft men dan de leeftijdscategorieën wél op diversiteit getest? Qua herkomst? Religie? Sociale status? Gebruik van sociale media?
29.
David De Coninck was niet de enige die vond dat het vrt-onderzoek slecht was uitgevoerd. Noël Slangen, ook in De Morgen, betreurde de hedendaagse laksheid bij het samenstellen van representatieve steekproeven. In De Standaard (22/5) verscheen een opiniestuk van 8 academici. Ze vonden dat de vraagstelling in het onderzoek de respondenten in een bepaalde richting stuurde.
Ik vond die 8 academici nogal streng in hun oordeel. Ik denk dat het bij sommige onderwerpen heel moeilijk is om álle bias weg te halen uit de vraagstelling. Ik heb er zelf geen probleem mee dat men tolerantie tegenover de islam bijvoorbeeld onderzoekt met vragen als ‘Vind je een nieuwe moskee in de buurt een probleem?’ Het is waar: zo’n vraag test inderdaad verschillende attitudes tegelijk, tegenover ‘religieuze zichtbaarheid, buurtverandering, verkeer, lawaai, schaal, locatie, lokale inspraak of algemene onzekerheid over maatschappelijke verandering.’ Daarin hebben de academici gelijk.
Men moet dus voorzichtig zijn. Ik zou uit hoge percentages tegen de nieuwe moskee geen conclusies trekken over het ‘intolerante DNA’ van de Vlaming bijvoorbeeld. Maar als men representatieve cijfers gaat gebruiken voor vergelijking, zijn ze interessant. Hoezeer verschillen de antwoorden met die van 20 jaar geleden? Hoezeer verschillen de antwoorden van die in andere landen? Hoezeer verschillen de antwoorden in de verschillende leeftijdscategorieën? Hoeveel verschillen de antwoorden van de stedelijke en landelijke bevolking? Enzovoort. Zo lang men maar dezélfde onzorgvuldige vragen gesteld heeft aan de vergeleken groepen, heeft men toch al een zekere aanwijzing.
30.
Een heel vaak terugkerende kritiek op Boudry is dat hij op de sociale media bijval krijgt van rechts en radicaal-rechts. Bij Frank D’hanis zijn het zelfs ‘openlijke fascisten’ die met Boudry ‘pronken’. Ik denk dat hier zowel de term ‘fascist’ als de term ‘openlijk’ een afwijkende betekenis krijgt. Bij de goede, oude term ‘cryptofascist’ kon ik mij tenminste nog iets voorstellen.
31.
Als Boudry dan een stuk plaatst tegen radicaal-rechts, zoals dit weekend in de NRC, krijgt hij vanuit die radicaal-rechtse hoek het venijnige verwijt dat hij zijn credentials bij links wil herstellen. Dát is nu eens een ongeloofwaardig intentieproces. Zo dom is Boudry niet. Links zal precies hetzelfde zeggen als radicaal-rechts. ‘Die Boudry schrijft dat alleen om zijn credentials bij ons te herstellen. Daar tuinen wij niet in.’
32.
Maar we mogen niet veralgemenen, ook niet als het om radicaal-rechts gaat. Sam Van Rooy (VB) reageerde op het NRC-artikel: ‘Een compensatiestuk na de laatste 24 uur: alle begrip.’ Erg venijnig kun je dat niet noemen. Maar het is wel hetzelfde intentieproces.
33.
Boudry lacht De Standaard uit omdat ze de links-liberale bias op de vrt niet merken. ‘Ideologie is als een slechte adem. Je ruikt het niet bij jezelf.’ Het laatste deel van het argument heeft mijn leven veranderd. De tandarts gebruikte het veertig jaar geleden tegen mij, en sindsdien poets ik braaf mijn tanden. Waarschuwingen voor tandbederf hadden weinig uitwerking gehad.
34.
Boudry lijkt in de omgang een meegaande jongen, maar achter het klavier is hij een querulant. Bij mij is het omgekeerd. Als ik schriftelijk reageer ben ik zakelijk en verzoenend, maar zet mij op café naast een gelijkgezinde en na twee minuten heb ik een punt van meningsverschil gevonden.
35.
Dirk Van Damme vat ‘de kern van de zaak’ goed samen:
Uiteraard kan je uit de data niet besluiten dat herkomst er iets mee te maken heeft. Maar dat is het punt niet. Indien de hypothese ernstig was genomen dat etniciteit of religie een rol spelen, dan had men dat in de sampling meegenomen.
Ik zou nog een stap verder gaan. Als men een verklaring wilde zoeken waarom jongeren meer naar retrograde en intolerante meningen neigen, dan moest men de twee meest plausibele verklaringen in de sampling opnemen: de aard en mate van religiositeit én de relatie met de sociale media. Dus ook vragen over hoeveel uur men op welke platformen en op welke pagina’s vertoeft – waarbij die vragen natuurlijk aan alle leeftijdscategorieën moeten worden gesteld.
36.
Een algemene kritiek op Boudry is dat hij met zijn radicale Islam-kritiek de ‘verbinding tussen de gemeenschappen’ ondermijnt. Dat is een ernstig bezwaar dat een ernstig antwoord verdient. Ik beperk mij hier tot één opmerking.
Er zijn lieden die beweren dat de islam nooit zal veranderen. Een islam die ‘door de wasmachine van de Verlichting gaat’ zou onmogelijk zijn. Met het christendom heeft dat gewerkt, zegt men,n maar met de Islam zal het niet werken.
Ik wil daarover geen absolute, maar wel een conditionele uitspraak doen. Als de islam ooit moderniseert en liberaliseert – als – dan zal dat onder andere de verdienste zijn van zowel de radicale islamcritici van de Boudry-soort als van de islamitische modernisten van de Benhaddou-soort. Zo is het christendom immers geëvolueerd: door kritiek van buitenaf én door hervormingsbewegingen van binnenuit. En door een reeks spontane processen die niemand controleren kan natuurlijk.
37.
Ik lees ergens op FB dat Joël De Ceulaer zich ‘in duizend bochten gewrongen heeft’ om Boudry niet te moeten afvallen. Zelf heb ik het gehouden op een bescheiden 37 bochten. Ik vind dat genoeg.
* Zie dat stukje over de misogynie van Gen Z: hier
* De laatste zin is cryptisch. Wordt hier bedoeld dat de groep PBH in de steekproef iets hoger opgeleid is? Of dat de groep ‘eerder iets hoger opgeleid’ niet representatief is? Ik vermoed het eerste.
*** Van de 310 buitenlandse respondenten heeft de vrt nu na de rel gedeeltelijke informatie gegeven. Van 164 ervan is de nationaliteit nu geweten. De rest is blijkbaar: ‘overige’
*** Dat laatste zei hij op aangeven van Goedele Liekens. Dat was voor de ruwe cijfers waren vrijgegeven waaruit bleek dat de groep PBH 95 Nederlanders omvatte.