vrijdag 10 april 2026

De 'Iran wint'-berichtgeving, e.a.


De Iran wint
-berichtgeving
    
 De anti-Amerikaanse media stonden klaar om elke dag opnieuw cijfers van Iraanse burgerdoden te publiceren, maar moeten het ondertussen doen met Trumps waanzinnige dreigement ‘we’re going to bring them back to the Stone Ages.’ Daarmee bewees de president overigens dat hij toch iets van geschiedenis afweet, want hij herneemt daarmee letterlijk een bekende uitspraak van Generaal Westmoreland tijdens de Vietnamoorlog.
        En het was niet de enige keer dat ik dezer dagen een gelijkenis zag met Vietnam. In afwachting van de bombardementen op burgerdoelen, hamert de anti-Amerikaanse berichtgeving nu op een andere spijker: Iran wint! Het stuk van Koert Debeuf (DS 9 april) behoort tot die strekking: door zijn militaire aanval heeft Trump het Iraanse regime van de ondergang gered, dus: Iran wint! Het is een teneur die ik ken van meer dan een halve eeuw geleden. Een in linkse middens heel populair boek was toen dat van journalist Wilfried Burchett: Vietnam Wint! De oorspronkelijke Engelse titel was Vietnam Will Win! In het Frans was het: Pourquoi le vietcong gagne.
 
     Tussen twee haakjes: die laatste titel verraadde een dissident-trotskistische vertaler. De communistische orthodoxie waar Burchett toe behoorde zou zo’n titel niet hebben gebruikt. De Engelse ondertitel luidde, heel diplomatisch: Why the People of South Vietnam have Already Defeated US ImperialismNiet de communisten van de Vietcong, maar ‘het volk van Zuid-Vietnam’ was aan het winnen of had al gewonnen. De orthodoxie probeerde te verdoezelen dat het om een communistische machtsovername ging, de trotskisten waren er trots op. Voor wie de nuance ontgaat, denk aan het verschil tussen: Iran wint, Het Iraanse volk wint, en Het anti-imperialistische en anti-zionistische regime van Iran wint.
     Bij dat alles moeten we niet vergeten dat achter de boodschap Iran wint soms de onuitgesproken hoop schuil gaat dat Iran zál winnen. Bij Vietnam wint was het vaak zo, maar vandaag is het enigszins anders. De meesten van ons moeten even weinig hebben van het Ayatollah-regime als van een oorlog tégen het Ayatollah-regime. We willen niet kiezen tussen Trump en Khamenei. We hebben wel enkele meningen terzake, maar we denken die liever niet tot het einde door.  Mochten we dat doen, zouden we misschien wel moeten kiezen.
     Aan de andere kant is doordenken niet altijd nodig om te kiezen. Sommigen van ons weten wel waar we staan, maar geven het liever niet toe. Of juist wel. Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld schreef: ‘Ik moet bekennen dat ik tijdens de oorlog stiekem voor Iran was.**’ Zo’n eerlijke bekentenis is mooi. Ik wil dat ook proberen: ‘Ik moet bekennen dat ik tijdens de oorlog stiekem tegen Iran was.’
      Nog een woord over het artikel van Debeuf. Het is goed geschreven. Het bevat ook de nodige speculatie. Dat is, gezien het onderwerp, onvermijdelijk. Maar je zou willen dat De Standaard af en toe ándere speculatieve meningen op de opiniepagina’s plaatste. De Morgen gaf het goede voorbeeld door een stuk uit de NYT over te nemen: Nee, Iran is niet aan het winnen*. 

* Het opiniestuk van de NYT staat hier. Ook interessant is de berichtgeving in de NYT over de manier waarop Trump zijn beslissing over de Iran-oorlog genomen heeft. Zie hier.

** Ilja Leonard Pfeijffer schrijft ook: ‘Ik weet wel dat het Iraanse theocratische absolutisme nauwelijks onderdoet voor dat in de Verenigde Staten of Israël.’ Dat is een ronduit idiote bewering. Je kunt die laatste twee landen veel verwijten, en misschien zelfs dat er tekenen zijn van fundamentalisme en theocratie. Maar je kunt niét dat zeggen dat ze in dat domein in de buurt komen van de Ayatollahs. 


Videobeeld- en schriftcultuur
  
     Van de nieuwste verfilming van Wuthering Heights wordt gezegd dat de koortsachtige visuele stijl het verhaal op de achtergrond duwt. Arthur Goemans (DS 26/2) zag er een symptoom in: het was een film voor de jeugd die gewend is geraakt aan korte video-filmpjes en die daardoor hoe langer hoe minder in lange verhalen geïnteresseerd is, zoals die vroeger in geschreven vorm werden verspreid en genoten. Hij betreurt het mogelijk verdwijnen van de geschreven cultuur die ons wetten, wetenschap en kritisch denken heeft geschonken.
      Is Goemans nu een zwartkijker? Beroepsoptimist Steven Pinker schreef op x.com een commentaar die heel nauw bij die van Goemans aansluit.

 Lezen en geletterdheid behoren tot de dingen die goed zijn voor ons, maar cognitief onnatuurlijk. Dat wil zeggen: ze gaan in tegen onze geëvolueerde natuur. We zijn niet geëvolueerd met drukwerk; dat is een recente uitvinding. Lezen is voor velen van ons zo vanzelfsprekend geworden dat we er simpelweg van uitgaan dat het de meest natuurlijke manier is om informatie te verkrijgen.Maar wat we hebben gezien, vooral in de afgelopen tien jaar, is dat veel mensen, in tegenstelling tot ons, veel liever luisteren en kijken dan lezen. Je ziet het gewoon: wanneer ik naar Google ga en een basisvraag stel over hoe ik mijn printer weer aan de praat krijg, krijg ik in een oogwenk vijf video’s te zien. Maar ik wil helemaal geen Seth die mij komt vertellen: “Hallo, welkom bij mijn show. Als je het leuk vindt, abonneer je en geef een like.” Ik wil gewoon mijn probleem zo snel mogelijk oplossen. Maar blijkbaar is er iets ongewoons aan mij, want mensen kiezen voor de video. En de enorme beschikbaarheid van video—van TikTok, van YouTube—betekent dat mensen misschien niet de oefening krijgen of de inspanning leveren voor geletterdheid, waarvan we mogen aannemen dat die een van de drijvende krachten was achter het stijgende IQ van de laatste eeuwen.


Het woningsvraagstuk
     Als liberaal geloof ik dat de vrije markt er redelijk goed in slaagt om productie, consumptie en investering op elkaar af te stemmen. Maar dan werpt men mij het woningsvraagstuk voor de voeten. Friedrich Engels begon daar al mee in 1872 met zijn brochure Zur Wohnungsfrage. Uit liedjes zoals die van Boudewijn de Groot over ‘Woningnood’ en Joop Visser over het ‘Woningbouw-wouwbeleid’ had ik begrepen dat althans in Nederland veel problemen kunnen worden verklaard vanuit staatsinterventie en ambtenarij. Maar het zou dogmatisch zijn om de mogelijkheid van ‘marktfalen’ hier meteen uit te sluiten. Architect Tim Vekemans wijst er op 
(DS 26/2) dat het huisvestingsprobleem zich vooral stelt voor mensen met een middeninkomen tussen 1.900 en 2.900 euro per maand. ‘Het verdienmodel van de markt is niet op hen afgestemd.’ Eén alina in het stuk heb ik aangestreept: 

 Vlaanderen heeft meer dan 2 miljoen onderbentutte woningen, waarin twee of meer hoofdkussens elke nacht onbeslapen blijven. Als we 25 procent van die hoofdkussens zouden ‘activeren’ tegen 2050, dan is onze woonbehoefte opgelost.

     Ik heb inderdaad de indruk dat Vlamingen graag onbenutte slaapkamers hebben ‘voor het geval dat’. In Amerikaanse films is dat anders. Mensen wonen in kasten van huizen, maar zodra er een onvoorziene gast blijft overnachten, moet hij op de sofa slapen.

* Boudewijn de Groot: zie hier. Joop Visser: zie hier.


Bim bam beieren
     De Standaard viert de Paastijd met een aantal vrije tribunes onder de titel Bim bam beieren. Iedere keer als ik die titel zie moet ik denken aan een reeks Herr Seele-cartoons waarin de uitdrukking ‘Bimbam de klokken’ werd gebruikt.
     In de bijdrage van 10/4 borduurt dichteres Charlotte Van den Broeck voort op het oorspronkelijke kinderrijmpje: ‘Bim bam beieren / de koster lust geen eieren / wat lust hij dan / spek in de pan.’ Dat is een ritmisch meesterwerkje, met de subtiele metrische verschuivingen en de harde cesuur vóór het laatste vers. Vandenbroeck buigt zich echter niet over de poëtische kwaliteit van het gedicht maar bezint zich over de vraag of dergelijke kinderrijmpjes het traditionele rollenpatroon in het gezin niet al te veel bevestigen: de vrouw die alle huishoudelijke werk op zich neemt. Haar antwoord: ‘Bim bam beieren / Man, bak toch gewoon zelf je eieren.’
     Dat is een ritmisch onding. Het moet zijn: ‘Bim bam beieren / Man bak zelf je eieren.’ Dat is trouwens wat ik vanavond zal doen. Er staat een lekkere pokébowl in de koekast en daar hoort een spiegeleitje bij, vind ik.


Klimaatproblemen
      Het was mij de laatste tijd ook opgevallen dat de temperatuur overdag en ’s nachts meer verschilt dan we gewoon waren. De Standaard (10/4) heeft de verschillende verklaringen voor dat verschijnsel op een rijtje gezet. Bij de verwoording van een van die verklaringen, moest ik glimlachen. ‘Een hogedrukgebied gaat doorgaans gepaard met prettig weer … De straalstroom is hier de boosdoener.’


Vrije gender-keuze in de rechtsleer
      Jean-Louis de Lolme (1740 – 1806) schrijft in zijn Constitution of England, hoofdstuk X:          

‘It is a fundamental principle with the English lawyers, that Parliament can do everything, except making a woman a man or a man a woman.’ 

     Geciteerd in Tocquevilles De la démocratie en Amérique.  


China en de kernenergie
    Ik ben geboren in het atoomtijdperk, drie jaar voor de wereldexpo in Brussel. Als kind las ik strips van de Jetsons. In de godsdiensles leerde ik dat kernenergie de wereld kon vernietigen, maar de wereld ook kon redden. Ik ben dat geloof van mijn kindertijd trouw gebleven. De ramp in Tjernobyl veranderde mijn mening niet. De Russische televisie verspreidde videobeelden van Andrei Sacharov die toen nog in binnenlandse ballingschap verkeerde. De dissident stond in een telefooncel en legde uit dat de ramp geen reden was om het kernenergieprogramma stop te zetten. Als zelfs Sacharov het zei, kon ik gerust zijn.
 
     Maar later begon men in Europa kernenergie te vervangen door windmolens. Voor mij was dat de schuld van de geitenwollensokkendragers. Ik heb toen mijn blik op het Oosten gericht, waar de toekomst stralend is. In China, dacht ik, zijn er geen geitenwollensokkendragers, daar zullen de autoriteiten zonder complexen voor de beste en de goedkoopste energievorm kiezen. Het was dan ook een tegenvaller toen ik in de krant (DS 10/4) een grafiek zag die de energiemix in China weergaf. Het ging kennelijk alleen over de elektriciteit, en daarvan werd slechts een minuscuul deel opgewekt door kernenergie, naar de grafiek te oordelen niet meer dan 2 procent.
      Ik heb mij dan in paniek tot Grok gewend, die mij geruststelde. De grafiek in de krant gaf de theoretische capaciteit weer. In de reële elektriciteitsproductie vertegenwoordigde Chinese kernenergie 4,5 procent. Er worden jaarlijks kerncentrales bijgebouwd zodat het aandeel binnen tien jaar of vijftien zou kunnen verdubbelen. Op korte en middellange termijn wordt het meest ingezet op zonne- en windenergie omdat die snelst en goedkoopst kan worden ontwikkeld. ‘Voor de allerlangste termijn (na 2040-2050),’ besluit Grok, ‘kan kernenergie nog belangrijker worden.’


Technologie en werkgelegenheid
     Elke technologische vernieuwing in het verleden heeft niet alleen werkgelegenheid vernietigd maar er ook gecreëerd, soms zelfs rechtstreeks. Voor locomotieven had je machinisten nodig, en voor computers computerprogrammeurs. Niemand weet met zekerheid of dat in de toekomst ook zo zal zijn. We kunnen ons makkelijk voorstellen – het is nu al aan de gang – dat robotten worden geproduceerd door robotten en dat artificiële intelligenties wordt ontwikkeld door artificiële intelligentie. 
Ik dacht eerst voor dit verschijnsel het woord ‘kannibalisme’ te gebruiken, maar bij nader inzien gaat het om het tegenovergestelde. 


 Hoe omgaan met Zombies?
     Arthur Goemans schrijft dat hij zich, mocht het zover komen, niet zou verzetten tegen een naderende zombie-massa. Met een jachtgeweer kun je een aantal van die hoofden doen uiteenspatten, maar er zijn altijd weer andere. Dan kun je er beter naar toe gaan en zeggen: ‘Tast toe.’ Hoewel ik sympathiseer met Goemans’ gebrek aan overlevingsdrang, vind ik zijn specifieke remedie weerzinwekkend. Dan zou ik het jachtgeweer liever gebruiken om mijn eigen hoofd te doen uiteenspatten. 

woensdag 8 april 2026

Respect voor zorgtaken, e.a.

Respect voor zorgtaken
  
   
 Een maand geleden was er veel discussie over de pensioenberekening voor vrouwen die thuis zorgtaken op zich namen. Vooral linkse vrouwen gingen heel breed in hun beschouwingen: het ging over de asociale regering, de betaalbare kinderopvang, en de mogelijkheid om vrouwen die thuis blijven een volwaardig zorgloon toe te kennen. Het leek om een centenkwestie te gaan, maar het was in werkelijkheid een vraag om het werk van vrouwen te respecteren.
     Ik vermoed dat die vraag om respect ook de diepere reden van veel egalitarisme is. Men maakt zich geen zorgen over de aandelenportefeuille van Elon Musk. Maar men kan de gedachte moeilijk verdragen dat die Musk zich misschien, vanwege die aandelenportefeuille, beter vindt dan zijn medemens. Het gaat om morele waarden. Het gaat om respect, de op één na hoogste waarde op de piramide van Maslow.
     Het heeft dan ook weinig zin om in discussies over een vrouwvriendelijke pensioenberekening alleen het argument van de betaalbaarheid boven te halen. Ikzelf trap altijd in die val. Eleonara Mingarelli slaagde er in een opiniestuk (DS 14/3) om die val te vermijden. Ze schreef:

De redenering dreigt een fundamenteel onderscheid over het hoofd te zien. Arbeid binnen het gezin is iets anders dan arbeid voor een werkgever. De eerste is ingebed in relaties van zorg, verplichting en genegenheid; de tweede functioneert binnen een logica van contracten, loon en productiviteit. We zorgen toch niet voor onze kinderen om dezelfde redenen waarom we gaan werken, laat staan met het oog op een toekomstig pensioen? … Een gezin functioneert niet op basis van pure berekening. Het is geen uitwisseling van diensten waarbij elke bijdrage precies kan worden gemeten en vergoed. Het gezinsleven volgt, alle tragische uitzonderingen ten spijt, een heel andere morele logica: die van vrijgevigheid, samenwerking en zorg.

     Dat zijn woorden van wijsheid. Je zou kunnen zeggen dat links in de discussie zonder het te beseffen de neoliberale logica overnam.
     Maar aangezien er op de harmonieuze gezinsrelatie ook heel wat ‘tragische uitzonderingen’ bestaan, van echtscheidingen tot vroegtijdig overlijden, zou kunnen overwogen worden om de pensioenrechten van een echtpaar samen te voegen zodat ze, in geval van nood, kunnen worden opgesplitst.


De geseksualiseerde non in films
     In de marge van de 
Sancta-controverse publiceert De Standaard (8/4) een stuk over films die kloosterzusters als seksuele wezens voorstelden: Story of a Cloistered Nun, The Nun and the Devil, Behind Convent Walls, Black Narcissus, Viridriana, Benedetta … Alleen de twee laatste films heb ik gezien. 
     Een titel die jammerlijk ontbreekt maar die begin de jaren 70 een groot succes was in Vlaamse bioscopen was De non en haar kind. Ik heb de film niet gezien, maar heb altijd bewondering gehad voor de marketeer die de Vlaamse naam bedacht heeft voor het belegen Spaanse melodrama  El derecho de nacer. Zowel de socialistische bakker als de pilaarbijtende verkoopster van lederwaren, die anders nooit naar de bioscoop gingen, wilden weten hoe dat zat met dat kind en met die non.
     Het stuk in de Standaard gaat ook in op The Devils (1971) van Ken Russell. Blijkbaar heeft de censuur toen een scène geschrapt over nonnen die zich collectief bevredigden op een levensgrote Christus aan het kruis. Zo’n censuur heeft een positieve kant. Mijn katholieke vader – der Raimund ist sehr fromm, zei zijn Zwabische hospita tijdens de oorlog – mijn katholieke vader dus was erg onder de indruk van die film. ‘Indrukwekkend,’ zei hij. Nochtans bevatte de film ook zo al veel choquerende scènes. Maar was de achteraf gecensureerde scène weerhouden gebleven, dan had hij daar anders over gedacht.


De serie waarin het huwelijk wordt gesloopt
     De recensie in De Standaard (8/4) over Something Very Bad Is Going to Happen heeft mij overtuigd: ik zal de serie een kans geven. Recensent Marijn Lems begint zijn commentaar met een gevoel dat ik ook ken:

 Soms zie je een serie die door andere critici zo verkeerd begrepen is, dat je hun ongelijk wel van de daken zou willen schreeuwen.

      Ja, dat gebeurt, ik heb dat ook wel eens voor, alhoewel ik toevallig over Something Very Bad enkele heel lovende recensies gelezen had, zoals die op Roger Ebert.com. Ook ben ik door Lems wat bang geworden want hij schrijft dat de reeks ‘heilige huisjes zoals het huwelijk sloopt tot er niets van overblijft’, terwijl ik hoop dat er van mijn eigen huwelijk binnen enkele jaren nog altijd iets zal overblijven. Lems schrijft ook dat

de metaforische nadruk ligt op het verborgen geweld dat vaak achter de huwelijken van onze ouders en grootouders schuilgaat.

     Van andere ouders en grootouders weet ik het niet, maar als het over de huwelijken van mijn ouders en grootouders gaat, hebben ze dat geweld inderdaad goed verborgen gehouden. Of misschien denkt Lems wel aan mijn generatie en mijn huwelijk, want ik heb de leeftijd bereikt dat ik best zijn vader zou kunnen zijn. Dát geweld heb ik zelfs voor mijzelf verborgen kunnen houden.
     Iets helemaal anders. Lems schrijft dat het ‘geniale’ van de reeks is dat ze lang ‘in het midden houdt of de angsten reëel of ireëel zijn.’ Maar daar is niets geniaals, of zelfs maar origineels, aan. Die langgerekte dubbelzinnigheid is een wezenskenmerk van wat de Fransen ‘le fantastique’ noemen, en waar een groot deel van het horror genre onder valt. Denk voor een klassiek voorbeeld aan Rosemary
s Baby. 


AI en de vrije markt
     Bedreigt AI de vrije markt? Dat is mogelijk, en wel op drie manieren. De eerste bedreiging is van fundamentele aard. We kunnen ons voorstellen dat AI op termijn de verhouding tussen productie, consumptie en investering efficiënter zou kunnen regelen dan de markt. Over die mogelijkheid is al gespeculeerd vóór AI bestond. Men sprak toen van een ‘supercomputer’. De tweede bedreiging is dat de grote techbedrijven samensmelten tot één monopolie en zo de hele markt corrumperen. Als je de huidige concurrentie ziet tussen de VS en China, en binnen de VS, denk ik niet dat dat snel zal gebeuren.
      De derde mogelijkheid is de meest indirecte maar ook de meest imminente: dat de paniek rond AI en de ingrijpende gevolgen die we mogen verwachten, wordt aangegrepen om de oude gedachte van een staatsgeleide economie te doen herleven. Het is de gedachte die ik haast dagelijks in De Standaard aantref. Vandaag nog (8/4) in het commentaarstuk van Hans Cottyn: ‘een doortastende overheid’, ‘regels en beperkingen’, ‘een sterke en vrije democratie die de arbeidsmarkt regelt, de ongelijkheid beteugelt en de winsten doet terugvloeien naar werknemers en gemeenschap.’
     Dat technologische vooruitgang en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe reguleringen vergen is overigens evident. Anderzijds schept de nieuwe technologie misschien ook de mogelijkheid om oude reguleringen af te bouwen. We kennen de toekomst niet, maar als AI ertoe zou leiden dat nog slechts een minderheid van de bevolking nuttig productief werk kan leveren, dan wordt een universeel basisinkomen een noodzakelijke maatregel -- die veel bestaande welvaartstaatsbureaucratie overbodig kan maken.

 

dinsdag 7 april 2026

Misnoegde Fedasil-ambtenaren, e.a.

Misnoegde Fedasil-ambtenaren
 
     477 van de ongeveer 3000 Fedasil-ambtenaren hebben een protestbrief gestuurd naar minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. Dat is 15 procent van de werknemers. Die 15 procent komt ongeveer overeen met de 16 procent van de bevolking die voor PVDA-PTB of voor Groen-Ecolo heeft gestemd, en met de 19 procent van de bevolking dat volgens een recente enquête géén voorstander is van een strenger migratiebeleid. Die mensen hebben geloof ik de hele juridische argumentatie van de brief niet nodig om tegen het beleid van Van Bossuyt te zijn. Hun ethische overtuiging zal volstaan hebben.
     Het zou mij overigens niet verwonderen dat er bij Fedasil nog méér werknemers tegen dat beleid zijn, zonder dat ze daarom de brief wilden ondertekenen. Buiten de communisten en de groenen moeten er ook nog heel wat zijn die aansluiten bij de ‘linkervleugel’ van de andere partijen. Die 15 procent ondertekenaars zijn dan alleen het meest overtuigde deel van de misnoegden.
      De meerderheid van de bevolking is voorstander van een rechts asielbeleid. Bij velen ligt de kwestie heel emotioneel. Maar het hoge percentage van Fedasilwerknemers dat de protestbrief tekende, laat zien dat de kwestie ook heel emotioneel ligt aan de andere kant van het spectrum. Een rechts asielbeleid wordt afgeremd door activistische rechters, links-liberale kranten** en Europese technocraten. Maar die weerspiegelen wat leeft bij een niet onbelangrijke minderheid van de bevolking

* Over de juridische argumentatie heb ik zelf niets te melden. Men verwijt Van Bossuyt dat ze haar toevlucht neemt tot juridische spitstechnologie. Dan kan ik mij er beter buiten houden.

** Het is geloof ik geen toeval dat De Standaard 3 april niet minder dan drie stukken aan de Fedasil-kwestie wijdde: de voorpagina, het commentaar op de tweede pagina, en de protestbrief zelf op de opiniepaginas. 



Sancta / Christendom / Islam
     Ik wou in de marge van de blasfemische ‘Sancta’-opvoering* niets zeggen over de verschillende houding die culturo’s aannemen tegenover christendom en islam. Veel anderen hebben dat al gedaan; wat kan ik er nog aan toevoegen? Maar nu is Tom Naegels (DS 6/4) er zelf over begonnen, en heb ik een excuus.
     Naegels plaatst de controverse rond Sancta in een historisch perspectief. Met de opvoering sluit men aan bij een ‘lange, rijke traditie’ om de individuele vrijheid te verdedigen tegen de macht van de katholieke kerk. Naegels vraagt zich af of die traditie vandaag nog zinvol is. Hij lijkt het wel op te nemen voor de christenen als een van de vele gediscrimineerde minderheden.

 De christenen roepen nu het recht in om … hun religieuze identiteit te beleven en daarin niet te worden beledigd of uitgedaagd, op dezelfde manier als trans personen, holebi’s, moslims … dat willen.

     Als het over ‘recht’ gaat, heb ik weinig zin om de historische dimensie te verkennen, maar wil ik de zaak liever van de principiële kant benaderen: zulk een ‘recht’ om niet beledigd te worden bestaat niet. Na enig nadenken moet ik echter toegeven dat de zaak voor degene die graag beledigt een morele afweging kan inhouden. Wie lichtzinnig van aard is en alleen wil spotten om zichzelf en anderen te amuseren zal er niet wakker van liggen. Naegels citeert Life of Brian en Bakske vol met stro. Maar wie zijn antireligieuze spot ziet als onderdeel van een groots maatschappelijk project, moet zich afvragen of de voordelen wel opwegen tegen de nadelen. De nadelen zijn bekend: de gekwetste gevoelens van de christenen, maar waar zijn vandaag nog de voordelen? Worden vandaag nog veel mensen onderdrukt door de katholieke kerk?
 
     Ook gebruikt Naegels het historisch perspectief om spot met het christendom en spot met de Islam een heel andere plaats toe te bedelen. 

Dat verklaart meteen waarom je, in het geval van de recente controverses, die christelijke symbolen niet zomaar kunt vervangen door islamitische of joodse: een opera met naakte vrouwen in een hijab … roept totaal andere associaties op. Er is niet dezelfde historische continuïteit. Wie dat niet ziet, begrijpt zijn eigen cultuur niet.

     Gelukkig zie ik die verschillende associaties wel. Maar ik zie ook een gelijkenis. Naegels beschrijft het vooroorlogse christendom als ‘een bekrompen dominante cultuur, die een verstikkend conformisme oplegt dat ongelijkheid in stand houdt.’ Is dat geen goede omschrijving van de rol die die godsdienst vandaag speelt in de Westerse moslimwereld? Misschien is dat conformisme iets minder verstikkend dan ik het mij voorstel en valt die ongelijkheid tussen man en vrouw beter mee dan ik denk**, maar wellicht blijft er nog genoeg over om bijtende spot op Allah en zijn profeet te rechtvaardigen – in de grote traditie van Gerard Reve, Hugo Claus, Monty Python en Urbanus. Dat zou een nieuwe traditie kunnen zijn die een oude traditie actualiseert, en die een waardiger vijand viseert dan het getemde christendom.
     Ik ben zelf niet van de bijtende spot. Ik weet ook niet of de bijtende spot van de vooroorlogse vrijzinnigen de secularisering versneld of vertraagd heeft. Maar als spotten met de islam voor ‘polarisering’ kan zorgen, sluit ook dat weer mooi aan bij een ‘lange, rijke traditie’, zoals beschreven in het negende hoofdstuk van Elsschots De verlossing, waarin pastoor Kips het opneemt tegen de goddeloze socialisten.

 * Ik heb de recensie in De Standaard (7 april) niet gelezen, maar wel een blik geworpen op de quotering: vijf sterren, vijf. En één zin heb ik wel helemaal gelezen: Het is allemaal ook gewoon geweldig grappig. Als iets gewoon geweldig grappig is, wil ik wel wat door de vingers zien. 

** Misschien was het conformisme in vooroorlogse katholieke milieus ook minder verstikkend dat de doorsnee vrijzinnige zich voorstelde. 


Het loon van de renner
     In de aanloop van de Ronde van Vlaanderen publiceerde De Standaard (3/4) een stuk over de lonen van renners. Als je wilde weten wat het minimumloon was (44.150 euro bruto) of hoeveel Pogacar verdient (8 miljoen bruto, exclusief bonussen en sponsordeals) moest je het artikel lezen. Maar als je wou weten wat je van de vrije markt moet denken, volstond de titel: ‘Een derde is overbetaald en een derde onderbetaald.’ Volgens die redenering is er dus ook een derde dat de correcte vergoeding ontvangt. Hoeveel van de egalitaristische ideologie is terug te brengen tot die basisgedachte: dat het mediane loon het correcte loon is?


Verloop bij de PVDA
     Marc Ernst heeft op SamPol een artikel*geplaatst over het grote verloop onder PVDA-leden en mandatarissen. Hij wijst er terecht op dat zoiets zich ook al voordeed in de beginjaren van de partij, toen ze nog Amada heette. Het grootst was dat verloop helemaal bij het begin, toen de partij nog een ‘beweging’ was. Als je iemand tegenkwam op straat of in de trein, dan was de eerste vraag die je kreeg: ‘Ben je nog bij de beweging?’ of ‘Is die en die nog bij de beweging?’ 

* Zie hier.


Het voordeel van linkse columns
     Zoals veel rechtsliberalen erger ik mij aan de halfslachtigheid van onze regeringen. De noodzakelijke besparingen blijven uit. In het onderwijs is de tanker nog lang niet gekeerd. De asielmigratie is nog lang niet gestopt. Enzovoort. Daarom ben ik blij met de dagelijkse FB-columns van Frank D’hanis die door zijn scherpe aanvallen op het beleid duidelijk maakt dat er toch iets gebeurt.


Love & Death
     De miniserie Love & Death vertelt, zoals wel meer series, een waargebeurd verhaal. Dat heeft enkele voordelen. In dit geval spelen de dramatische feiten spelen zich af in kleinsteeds Texas en we krijgen zaken te zien die in een verzonnen scenario niet gemakkelijk een plaats zouden krijgen. We zien in films wel eens dat een Amerikaans gezin bidt voor het eten, of op zondag naar ter kerke gaat, of de kwestie van de godsdienst is het hoofdthema van de film. Maar hier is het motief van de godsdienst tegelijk bijkomstig en breed uitgewerkt. De hoofdpersonen zijn allemaal nauw betrokken bij het kerkleven:  ze zingen in het koor, ze zorgen voor de financiering, ze bespreken de bouw van een nieuwe kerk, ze maken zich zorgen over de concurrentie met andere kerken … En ze beantwoorden niet aan het traditionele beeld van de Bible Belter. Het gaat om een vrouwelijke dominee, een gedreven advocaat, een doctor in de Wiskunde, een overspelige vrouw zonder schuldcomplex, enzovoort. Er zijn volleybaltoernooien tussen de Methodisten en de Lutheranen
      Bij de verfilming van zulke waargebeurde verhalen rijst een ethische vraag. Jesse Plemons speelt de rol van een, zoals mijn vrouw het verwoordde, ‘lul aan wie het talent van Plemons verspild is.’ Maar de brave man, die duidelijk geen vlieg kwaad zou doen, leeft nog. Kun je hem dan zo ongenadig als een lul voorstellen in een serie? Mijn vrouw dacht dat het geen probleem zou zijn. Als hij echt zo gevoelsarm is als hij in de serie wordt voorgesteld, dan zal het hem niet zoveel kunnen schelen hoe hij wordt voorgesteld, zolang de feiten maar niet worden verdraaid. 


Elvis Presley-films
     Ik heb in de jaren zestig heel wat Elvis Presley-films gezien. In Fun in Alcapulco (1963) moest Elvis zijn angst overwinnen om te duiken van een hoge rots en in Kissin’ Cousins (1964) had hij een blonde neef die als twee druppels water op hem geleek. Meisjes van 15 en 16 kwamen massaal naar die films kijken omdat ‘hij’ meespeelde. Een van die meisjes legde mij uit waarom Elvis niet getrouwd was: zo kon ze blijven dromen dat hij ooit met háár zou trouwen. Zelf vond ik die films niet zo bijzonder, die muziek sprak mij niet aan, maar ik was wel telkens opgewonden: omdat er een acteur in meespeelde van wie ik de naam kende, en omdat er iets ongeoorloofds gebeurde. Elvis was eigenlijk een zanger en toch speelde hij mee in een film. Dat gevoel dat er iets ongeoorloofds gebeurde had ik nog sterker toen de film Tintin et les oranges bleues (1964) uitkwam. Kuifje was een stripverhaal, en nu was het een film. Ik was doodzenuwachtig toen de film begon.

Macbeth-verfilmingen
      In 1971 zag ik voor het eerst Macbeth van Polanski. De film bevestigde mij in mijn prille liefde voor Shakespeare-verfilmingen. De leraar Engels had de film ook gezien en vond dat ‘de psychologie van de personages heel grondig was uitgediept.’ Daar ging ik dan weer niet mee akkoord aangezien ik ook toen al tot tegenspreken geneigd was. In elk geval, ik heb de film met de vrij onbekende Jon Finch in de hoofdrol later nog een paar keer gezien, en hoewel Polanski zoals altijd een klein beetje langdradig is, was ik telkens weer gegrepen. Bij alle Macbeth-verfilmingen die ik later op mijn weg vond, heb ik mij verveeld: die met Orson Welles (1948), die met Michael Fassbender (2015), die met Denzel Washington (2021). Bij twee van de drie ben ik in slaap gevallen, en moest ik de film terugspoelen. Ik zie nu op IMDB dat er ook een Macbeth-verfilming is met Ralph Fiennes. Ik kijk er naar uit om die te zien. Fiennes was heel goed in de rol van Coriolanus (2011)*.

* Ik vroeg aan ChatGPT in welke Shakespeareverfilmingen Fiennes allemaal meespeelde. Ik kreeg, naast Coriolanus nog twee andere titels: ‘Hamlet (1996): Fiennes speelt hier niet Hamlet, maar Claudius, de koning en antagonist. The Tempest (2010): hier speelt hij de mannelijke versie van Prospero, tegenover Helen Mirren die Prospera vertolkt.’ Onzin natuurlijk. Ik heb die films gezien. Claudius wordt vertolkt door Derek Jacobi, en Hellen Mirren staat er alleen voor als Prospera. Je vraagt je af wat er in dat hoofdje van ChatGPT omgaat. Die Claudius, tot daar aan toe, maar die Prospero naast Prospera, waar komt dat vandaan 

Verzamelde kortjes

 Lichtbruine huidskleur nu in de toekomst
     Een aantal van mijn FB-vrienden schrijven fraaie recensies over oude en nieuwe romans: Herman Jacobs, Dirk Ooms, Joachim Stoop, Pascal Cornet, Luc De Coster ... Die laatste schreef gisteren iets over Ian McEwans What We Can Know. Het verhaal speelt zich af in het Engeland van 2120. Hij vergelijkt het boek met Flaubert’s Parrot en Out of Sheer Rage. Bij het lezen van de korte inhoud dacht ik ook aan Possession van A.S. Byatt. Eén zinnetje viel mij op in De Costers recensie: in het toekomstige Engeland ‘zijn de blanke mensen een minderheid; de standaard is een soort lichtbruin.’ Net zoals in de reclamespotjes, dacht ik, die je vandaag in de bioscoop ziet voor de film begint. 


‘Rechts’ en liberaal
     Het politieke begrip rechts kan van alles betekenen: autoritair, katholiek, conservatief, nationalistisch, liberaal … Dat zijn begrippen die elkaar slechts gedeeltelijk overlappen en die elkaar zelfs kunnen botsen. In een interview met KVHV-leiders op Doorbraak las ik dat de organisatie een open debatcultuur had: het ene lid kon al wat meer inspiratie zoeken in het katholicisme, een tweede in het conservatisme en een derde in het nationalisme. Alleen bij het liberalisme werd een rode lijn getrokken. In de kop van het stuk heette het: ‘Liberale NV-A’ers willen we niet.’ 


Canabis
     In De Standaard van 17/ 3 wordt een medisch rapport geciteerd dat negatief oordeelt over cannabisgebruik bij psychische klachten. 

‘Het rotinematige gebruik van medicinale canabis zou wel eens meer kwaad kunnen doen dan goed en kan de geestelijke gezondheid verslechteren. Dat komt doordat er een hoger risico is op psychotische symptomen en verslaving.’

     Twintig jaar geleden was het nog politiek correct geloof ik om te zeggen dat canabis niét verslavend was. Politici van Groen vertelden dat in interviews. Als leraar kreeg ik het te horen op bijscholingen. Alcohol, dát was een hard drug. En ook als je er niet nieuwsgierig naar was, werd je omstandig uitgelegd wat er mis was aan de stepping stone theorie. Er was geloof ik een wetenschappelijke consensus dat die theorie ‘al honderd keer weerlegd was.’ Ook al weten we dat in de wetenschap één weerlegging voldoende is.


Hendrik Vos over deportaties
        Naast veel verontwaardiging bevat de nieuwste column van Hendrik Vos (31/3) een aantal expliciete en impliciete stellingen, waarvan ik er hier enkele overneem overneem.

  1. Trump is een smeerlap
  2. De meerderheid van de asielmigranten zijn géén criminelen
  3. Asielzoekers komen van plekken waar het vreselijk leven is
  4. De draagkracht voor migratie is niet eindeloos
  5. Terugkeerbeleid zal nodig blijven
  6. Gedwongen terugkeer (deportatie) is uit den boze
  7. Er bestaat een ondergrens aan wat menselijk aanvaardbaar is bij migratiebeperking
  8. De kernboodschap van het christendom is mededogen, ook met vreemdelingen.

        Ik ga min of meer akkoord met die stellingen, behalve dan met de zesde. Als 80 procent van de afgewezen asielzoekers weigeren om een uitwijzingsbevel op te volgen, moeten ze met dwang worden uitgewezen. Maar met de rest ga ik akkoord. Zó groot zijn de meningsverschillen tussen Vos en mij dus niet.


Raf Njotea over Cofnas
     Op de laatste pagina van De Standaard (2/3) staat een stuk van Raf Njotea met als kop ‘De biologische loterij van Nathan Cofnas’. Ik begon meteen te speculeren over de inhoud. Die Njotea, links als hij is, blijft altijd een man van eer, dacht ik. Die zal niet oproepen tot censuur en die gaat niet doen alsof hij wél weet hoe het nu precies zit met IQ en erfelijkheid en ras. Ik heb het stuk daarna gelezen en mijn vooroodeel bleek juist. Dat komt door dagelijkse oefening.


Jonathan Holslag over Willem Elsschot.
     
Ik heb de hele Elsschot-lezing van Jonathan Holslag nog niet gelezen, maar de fragmenten die mij onder ogen kwamen, overtuigen mij niet:

 ‘Wie de echte geesteswereld van de schrijver wil binnentreden: lees zijn brieven en gedichten. Dit is de Elsschot die mij intrigeert, de strijdmakker die ons aanmoedigt om te putten uit het verleden, te handelen in het heden en verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst. Dit is de patriot die ons oproept onze vrijheid te koesteren, onze soevereiniteit, hoe sterk de tegenstander ook is.’ 

    Ik weet ongeveer aan welke passages Holslag refereert, maar als ik zijn commentaar lees, moet ik meewarig glimlachen. Hier is iemand, geloof ik, aan wie Elsschot is voorbijgegaan. 


Spelling van eigennamen
        
Gisteren wou ik iets schrijven over de auteur Erik Vlaminck. Omdat ik weet hoe zwak ik ben in spelling, heb ik de naam opgezocht op Wikipedia, en de schrijfwijze bestudeerd. Erik met een k, en Vlaminck met ck. Maar in mijn korte-termijngeheugen was geen plaats meer voor de die in mijn versie ae werd. Gelukkig was er een aandachtige lezer die mijn fout opmerkte.


Reclameslogan
          In de jaren dertig van de voorbije eeuw werd voor het populaire aperitief Dubonnet een prachtige slogan bedacht: Dubo Dubon Dubonnet. Louis-Paul Boon vond de slogan zo mooi dat hij hem gebruikte als titel voor een hoofdstuk van de Kapellekensbaan. Thuis hebben we in de bergruimte een koelkast van het merk Liebher. Telkens als ik er kom mompel ik Lieber ein Liebherr.  Zou Boon zijn slogan ook af en toe gemompeld hebben bij het drinken van een aperitief?


maandag 6 april 2026

Welbespraakte energie-expert

    Michael Liebreich wordt in De Standaard (21/3) een ‘veteraan in de wereld van de groene technologie genoemd.’ Hij vertelt honderduit over de energietransitie. Ik heb daar geen mening over, en ben al lang blij dat hij niet van de degrowth-strekking is. Wat mij wel opviel was het hoge gehalte aan treffende uitspraken. 

**Activisten en groene partijen hebben de problemen goed herkend. Maar je laat ze best die problemen niet oplossen. In het VK zou je ze niet eens vertrouwen om een feestje voor kleuters te organiseren.

**Ik heb met verbazing gekeken hoe iedereen na de oproep van Greta Thünberg plots begon te spreken over de opwarming beperken tot 1,5 graad. En niemand die zei: ‘Oké Greta, we begrijpen wat je wil, en in grote lijnen heb je gelijk, maar we gaan het toch anders doen.’

**China domineert de markt van de zeldzame aardmetalen. Dat is een totale markt van slechts een paar miljard dollar. Als we 10 miljard euro per jaar hadden vrijgemaakt om die strategische industrie te ondersteunen, zaten we vandaag in een andere situatie.

**Geef hernieuwbare energie er niet de schuld van dat kerncentrales dichtgaan. De schuldigen waren domme mensen, die bang waren voor het verkeerde spook. 

**Hiernieuwbare energie is niet goedkoop. Ze is goedkoop om op te wekken zolang je relatief weinig zonne- en windenergie produceert. Maar wanneer je dat aandeel naar 50 procent brengt, is de flexibiliteit op systeemniveau weg.

**Europa is eerst voor groene elektriciteit gegaan, terwijl dat slechts 30 procent van de totale energievraag is.  

**Om de opwarming tot 2 graden te beperken, zou de koolstofprijs kunnen oplopen tot 225 dollar per ton. Maar om tot 1,5 graad te komen zou dat tot 6.050 dollar per ton zijn. 

**Ik heb geen probleem met kernenergie, maar ik denk dat we onszelf voor de gek houden als we denken dat het woord ‘modulair’ het kostenprobleem zal oplossen.

**De enige manier om de kosten van modulaire kerncentrales omlaag te krijgen is dat je er veel – 50 of 100 – van bouwt. 

**Veel conservatieven vinden het niet prettig dat je om iets te doen tegen de klimaatverandering beleidsinterventies nodig hebt. Ze zijn daar zo fel tegen dat ze dan maar besluiten dat klimaatverandering niet bestaat.

  

Onderwijs: digitalisering, democratisering

Digitale stress bij leerlingen
    
 Als ik het woord ‘scholierenkoepel’ hoor, wordt de boomer in mij wakker, of eerder nog de Waldorf & Statler. Nochtans heb ik wel eens scholierenkoepelachtige leerlingen in de klas gehad en kon ik het prima met hen vinden. Maar dat hun halfwassen meningen ernstig worden genomen in de pers vind ik onverteerbaar.
      Nu heeft de koepel weer een onderzoek laten uitvoeren naar het welbevinden van de leerlingen. ‘De werkdruk is te hoog,’ zegt voorzitster Lieselore Wouters in De Standaard (20/3). Ach wat! Leerlingen vinden altijd dat ze teveel taken en te moeilijke toetsen krijgen. ‘Er is ook racisme van de leerkrachten,’ zegt een meisje van kleur op tv. ‘Als er rumoer in de klas is, kijkt de leerkracht altijd eerst naar ons.’ Kom nou! Als een leraar een opmerking maakt over een leerling voelt die zich altijd speciaal geviseerd.
     Ergerlijk vind ik het als die jongelui hun mening ventileren over iets waar ze met hun beperkte levenservaring niets van afweten. Voorzitster Wouters:

 Zeker voor het middelbaar denk ik dat er minder mensen zullen kiezen voor het beroep. Als ik zelf leerkracht zou zijn, zou ik me ook niet aangetrokken voelen door wat er vandaag beslist wordt. Door studiedagen af te schaffen en het onderwijs steeds complexer te maken, jaagt men mensen weg uit het beroep. En zo wordt het probleem alleen maar groter.

     Wat weet dat kind nu over de voor- en nadelen van de pedagogische studiedagen? Of neem de kwestie van de digitale deconectie. De Standaard schrijft:

De digitalisering van het onderwijs heeft duidelijk impact op het dagelijkse leven van leerlingen. Zo geeft 42 procent aan wekelijks ook buiten de schooluren berichten of opdrachten te ontvangen via digitale kanalen. Tegelijk zegt 38 procent moeite te hebben om na school het hoofd leeg te maken, om echt los te koppelen. Digitaal niet kunnen deconnecteren speelt een belangrijke rol voor het mentaal welzijn van leerlingen. “Het is de verantwoordelijkheid van de scholen om een goed digitaal kader uit te werken, bijvoorbeeld door telkens in twee dagen te voorzien om te antwoorden of ‘s avonds geen taken meer te posten”, zegt Wouters. “Dit is eigenlijk vrij simpel op te lossen met overleg tussen leerlingen en leerkrachten.”

     Dat de leerlingen moeite hebben om na de school hun hoofd leeg te maken, kan ik best geloven. Ik had daar als leerling de allergrootste moeite mee. De beste manier om van de school te deconecteren, is om onmiddellijk als je thuiskomt je taken te maken, je lessen te leren en je toetsen voor te bereiden. Daarna heb je nog een hele avond om te deconnecteren. Ik deed het als leerling omgekeerd: ik stelde alles uit en daardoor werd de mentale druk altijd maar zwaarder.
      En die digitale stress dan, dat is toch iets nieuws? Zeker, en ik weet precies hoe dat gaat. Toen ik nog les gaf, zei ik net voor het belsignaal: ‘Neem je schoolagenda en noteer voor volgende week dinsdag …’ en voor ik de zin had afgemaakt zeiden drie leerlingen tegelijk: ‘Ach meneer, zet het maar op Smartschool.’ Ik deed dat dan heel braaf, want ik begreep hen: als leerling schreef ik ook nooit iets in in mijn agenda.


Democratisering van het onderwijs
      Het vlag 
democratisering van het onderwijs’ kan verschillende ladingen dekken. Het zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat er meer inspraak van de leerlingen moet komen in het schoolbeleid of dat de leraren hun directeur mogen verkiezen. Maar het vaakst bedoelt men dat het onderwijs toegankelijk moet zijn voor alle klassen van de bevolking. Arbeiderskinderen moeten evengoed hoogwaardig onderwijs kunnen genieten als de kinderen van dokters, notarissen en fabrikanten.
      Toen uit onderzoek in de jaren 60 bleek dat de barrières voor het onderwijs niet alleen van financiële aard waren, rees bij politiek links het idee dat er ook aan de inhoud van het onderwijs moest worden gemorreld. Bijna niemand durfde dat openlijk zo zeggen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat het onderwijs gemakkelijker en minder veeleisend moest worden. Woorden als ‘communicatiever’, ‘procesgericht’, ‘minder theoretisch’, ‘geïntegreerd’ moesten die nivellering camoufleren. 
     Die verwarring vanaf de jaren 70 tussen democratisering en nivellering inspireerde de aardige spotternij ‘Free distribution of diploma’s among the deserving poor.’ Vandaag hebben we de FB-stukjes van leraar Frank D’hanis. Mocht ik mij tot spot aangetrokken voelen, dan zou ik ze samenvatten als ‘Minder taken en makkelijker toetsen voor het werkmanskind.’


  

zondag 5 april 2026

Francesca Albanese 'connects the dots' e.a.


Francesca Albanese 
‘connects the dots’    
     Die Francesca Albanese is er mij eentje. Krijgt ze een eredoctoraat van drie universiteiten tegelijk, en dan gaat ze op de plechtige uitreiking ervan die universiteiten nog eens de les lezen: dat het niet voldoende is om vóór de Palestijnen te zijn, maar dat je ook tégen Israël moet zijn, en dat een halve academische boycot niet genoeg is, het moet een volledige academische boycot zijn. Het is onbeschaamd, maar het heeft ook iets verfrissends: niets is erger dan saaie dankwoorden. Alleen jammer dat het verfrissende teniet werd gedaan door vulgaire reacties van sympathisanten in de zaal: applaus voor de sneren van Albanese, boegeroep voor genuanceerde geluiden van de rector.
      Op de radio hoorde ik dat het eredoctoraat van Albanese ‘omstreden’ was. Dat kwam omdat de universiteiten een ‘politieke’ keuze zouden hebben gemaakt. Was dat ook zo? Rector Leirs liet in zijn toespraak verstaan dat de universiteit géén politieke boodschap wou meegeven, maar hij werd daarin prompt tegengesproken door de gedoctoreerde.
     En daarnaast is het natuurlijk de figuur van Albanese zelf die omstreden is. Als ik zeg dat ze een radicaal pro-Palestijnse boodschap brengt, zeg ik niets waar ze niet mee akkoord zal gaan, ook als ze om diplomatieke redenen het woord ‘radicaal’ zou vervangen door ‘consequent’. Zo’n radicale boodschap brengen, behoort tot het vrije woord. Albanese mág dat doen, net zoals die vreselijke Rima Hassan van mij mág verkondigen dat een anti-Joodse aanslag in 1972 een heldendaad was. Goedpraten van terrorisme is niet hetzelfde als een directe oproep tot geweld.
     Bij sommige kritieken op Albanese heb ik mijn bedenkingen. Ze wordt een antisemiete genoemd omdat ze ooit sprak over het gevaar van de Joodse lobby. Ze verontschuldigde zich daarvoor en gaf toe dat ze van een 
zionistische’ lobby had moeten spreken, die overigens veel Joden in haar rangen telt. Maar die zionistische lobby bestáát, net zoals de pro-Palestijnse lobby bestáát. Mag je dat dan niet zeggen? Er bestaan zoveel lobby’s.
      Ook heeft Albanese in een grammaticaal ingewikkelde zin te kennen gegeven dat Israël en iedereen die Israël financieel of militair steunt ‘een vijand van de mensheid is.’ Dat opblazen van een plaatselijk conflict tot een kosmische strijd, is voor de buitenstaander een bron van verbazing. Waar komt die bewustzijnsvernauwing vandaan? Er zijn meerdere verklaringen. Vier daarvan – die elkaar niet uitsluiten – zijn: een afkeer van en obsessie met Joden, een wereldwijde solidariteit van de moslims, een intens persoonlijk engagement in precies dát conflict, en een tiersmondistische ideologie die zich vastklampt aan wisselende symbolen: Vietnam, Nicaragua, Palestina …
     Met wat ik van Albanese weet, acht ik het waarschijnlijk dat de twee laatste verklaringen doorwegen. En als er van antisemitisme sprake is, zal dat eerder een gevolg dan een oorzaak zijn van haar pro-Palestijnse engagement. Ik heb persoonlijk anti-zionistische militanten gekend die ik wel eens op een emotionele anti-Joodse uitspraak betrapte. 
     Misschien is het beste reden om Albanese van antisemitisme te verdenken dat ze antisemitisme ontkent als het evident is. Over de Hamas-raid van 7 oktober tweette ze:

“The ‘greatest antisemitic massacre of our century’? No, Mr. @EmmanuelMacron. The victims of 7/10 were not killed because they were Jewish, but in reaction to Israel’s oppression.” 

De laatste zes woorden zijn een vergoelijking van de Hamas-raid, maar het zinsdeel dat ervoor komt is erger. De Hamas-raid wás antisemitisch omdat Joden zonder onderscheid werden gedood, en dat willen ontkennen doet vragen rijzen over de achterliggende mentaliteit. Zelfs ik vermoed hier meer dan onwetendheid en een vurig temperament.
     Maar ik blijf in het kader van een zindelijke discussie bezwaar maken tegen het polemisch gebruik van het antisemitisme-woord*. Je speculeert daar immers mee, vaak op een smalle basis van enkele uitspraken, over de intenties van iemand. Dat is de fout die Albanese maakt als ze argumenteert over de ‘genocide’ door Israël, en ik probeer diezelfde fout te vermijden. Bovendien, zelfs als Albanese een antisemiete is, dan is haar antisemitisme ongeveer even ver verwijderd van dat van de nazi’s, als het bloedbad in Gaza verwijderd is van de holocaust.
     Maar antisemiete of niet, het was een ongelukkige keuze van de VN om Albanese als rapporteur voor de mensenrechten in de bezette gebieden aan te stellen**. Ze kozen daarmee iemand die in haar verklaringen de VN-resoluties over de twee-statenoplossing, en dus ook het onvoorwaardelijke recht op het bestaan van Israël, in vraag stelt. 

‘Let’s call a spade a spade: the two-state solution has been buried under a mountain of crimes … Freedom and equal rights for everyone, regardless of the way they want to live – in two states or in one state – they will have to decide***.’

 
     Voor de functie van VN-rapporteur kies je best geen militante, en dat was Albanese al lang voor haar aanstelling. Het voordeel om een militante te kiezen weegt niet op tegen het nadeel. Je weet dat de militante zich vol overgave op haar taak zal storten, maar je weet niet of ze onpartijdig zal zijn, en of ze de misdaden van het ene kamp niet zal overdrijven en die van het andere kamp zal verzwijgen. Een VN-rapporteur moet niet alleen objectief zijn, maar moet ook een redelijk publiek van haar objectiviteit kunnen overtuigen. Enkele weken geleden zei ze in het Babylon Theater in Berlijn het volgende over de behandeling in Israëlische gevangenissen***: 

Men have been raped with metal rods, with batons, with bottles, with dogs. There are Europeans who train dogs to rape.

     Die beschuldiging aan het adres van Europese landen die honden zouden trainen op genitale verminking, is niet iets om licht op te nemen. Dan hoor ik zoiets het liefst van een objectieve onderzoeker die getuigenissen rigoureus onderzocht heeft, en die er ondertussen achter gekomen is, in welke Europese opleidingscentra die honden worden getraind.
      Het is goed dat de VN toekijkt op de schending van de mensenrechten op de Westbank. Met Albanese zijn we er zeker van dat elke misdaad van Joodse kolonisten gerapporteerd zal worden, maar zal ze bijvoorbeeld ook iets zeggen over de folteringen in de gevangenissen van de Palestijnse Autoriteit op diezelfde Westbank? Ze heeft dat bij mijn weten nog niet gedaan.
     Albanese zal wellicht niet akkoord gaan met bovenstaande kritiek. Ze is wellicht, zoals de meesten onder ons, overtuigd van haar eigen objectiviteit. Laat ik daarom iets aanhalen waar ze wel mee akkoord gaat omdat ze het zelf gezegd heeft. Haar taak was het, zei ze op de radio, om de misdaden vast te stellen, maar ze was evengoed bezig met ‘connecting the dots’ zodat er een totaalbeeld van het zionistisch kolonialisme ontstaat.
     Dat ‘connecting the dots’ kennen we van de boekjes uit onze kinderjaren. We moesten allerlei punten met elkaar verbinden en als we daarmee klaar waren zagen we de tekening van een dinosaurus verschijnen. Ik vind dat voor een VN-rapporteur een gevaarlijke werkwijze. Hoe groot is dan niet de verleiding om de punten op het tekenblad zo te organiseren dat het beeld ontstaat dat je vooraf wilde zien verschijnen?
  
    Er is niets mis met mensen die de punten met elkaar verbinden. Dat is het werk van politieke analisten, opiniemakers, ideologen en militanten. Maar een rapporteur, vind ik, zou zich moeten beperken tot het leveren van het ruwe materiaal, de scrupuleus geregistreerde feiten. Albanese kijkt door een ideologische bril naar het conflict Israël-Palestina. Dat doe ik tot op zekere hoogte ook. Dat maakt ons allebei ongeschikt om rapporteur voor de VN te zijn. 

* Ik heb ooit geschreven dat men in een discussie over Israël-Palestina de woorden genocide en antisemitisme niet zou mogen gebruiken. 

*** Zie mijn eerder stukje over Albanese hier.

** Het lijdt voor mij geen twijfel dat Albanese als radicaal-linkse militante een voorstander is van de Democratische Palestijnse Staat from the river to the sea. Veel minder radicale pro-Palestijnen, die niets met de VN te maken hebben,  zijn daar trouwens voorstander van. Maar Albaneses verwoording is diplomatiek en volgt de tiersmondistische demagogie: ‘they will have to decide’. Dat ken ik nog van de Vietnam-manifestaties. Trotskisten speelden open kaart: de Amerikanen weg en Ho Chi Minh aan de macht. De tiersmondistische mao-stalinisten volgden de diplomatieke lijn: de Amerikanen weg en de Vietnamezen zullen zelf moeten beslissen (... dat Ho Chi Minh aan de macht komt). De ironie was dat Ho Chi Minh een trotskistenvretende stalinist was.

**** Een videoclip met de uitspraak over de Europese honden staat hier.


Grensverleggend
     Van schandaalverwekkende kunstwerken, opvoeringen en tentoonstellingen wordt wel eens beweerd dat ze grensverleggend zijn: Les demoiselles d’Avignon, Le sacre du printemps, Le salon des refusés. Tijdgenoten hadden de indruk dat ze met iets nieuws te maken hadden, en achteraf bekeken hadden ze gelijk. Maar die indruk is niet altijd terecht. Twee jaar geleden zag ik een toneelstuk dat German Staatstheater heette*. Het bevatte alle vernieuwende kenmerken die in de jaren ’70 gebruikt werden om de goegemeente te choqueren en waar ik als adolescent over gelezen had  in het weekblad De Nieuwe. Karel van het Reve vertelde dan weer over nieuwigheden in de jaren ’70 die hij als adolescent in de jaren ‘30 al had gekend. In 2025 lijkt het nieuwe op nieuwigheden van 1975 en in 1975 leek het nieuwe op nieuweheden uit de jaren ’30. Is er dan niets nieuws onder de zon? Of moeten we het nieuwe vooral zoeken buiten het smalle domein van de opzettelijke nieuwigheden?

* Zie daarover mijn stukje hier, onder het kopje ‘Experimenteel theater’


Irritante fictie-personages
     Films en boeken hebben een streepje voor als ze erin slagen om sympathieke personages neer te zetten. Maar bij de regel horen een aantal uitzonderingen. Een interessante slechterik kan op zijn manier sympathiek zijn, want dan krijg je een ‘man you love to hate.’ In een komedie kun je aan de slag met irritante nevenpersonages zoals Carmen in F.C. De kampioenen. En in een hálve komedie als Marty Supreme kun je een irritant hoofdpersonage kwijt als hij voldoende redeeming qualities heeft. Maar in Servant, een horrorserie van Night M. Shyamalan, zag ik nu iets wat ik nog niet gezien had: een irritant hoofdpersonage, de moeder, zonder redeeming qualities, en zonder dat je, telkens als ze in beeld is, hoopt op een snelle overgang naar een scène waarin ze niet meespeelt.