maandag 2 november 2026

De triomf van Rousseau, e.a.

 


De triomf van Rousseau?
     Vorige week zat ik met iets in mijn maag, maar ik wist niet wat het was. Ik voelde een vage onrust, en dat was inderdaad ter hoogte van dat belangrijke onderdeel van ons spijsverteringskanaal. Ondertussen weet ik wat het was: ik had het ontslag van Bart De Wever voelen aankomen. Het voorgestelde en weer afgevoerde noodplan, Frank Vanden Broucke met zijn ‘gebroddel’, Conner Rousseau met zijn media-offensief dat door Siegfried Bracke geprezen werd vanwege het tentoon gespreide vakmanschap. Het werd stillaan duidelijk wat er gebeurd was. Bouchez had de onderhandelingen gerekt tot aan de deadline, en had daarmee de kansen gecreëerd voor Rousseau om in de krappe tijdspanne die restte de onderhandelingen te doen mislukken. Slecht gespeeld van Bouchez, goed gespeeld van Rousseau.
     En De Wever? Die heeft geloof ik nog altijd een beetje last van het idealisme van de Volksunie. Hij had de analyse gemaakt dat een drastische sanering mogelijk was, waarbij de pijnlijke maatregelen min of meer gelijk over de electoraten van de regeringspartijen werden gespreid. Terecht redeneerde hij dat de regeringspartijen voor zo’n beleid niet, of niet al te hard zouden worden afgestraft, als ze tenminste min of meer eensgezind konden blijven. Ook moet hij gegokt hebben dat geen enkele partij de regering zou willen doen vallen, uit vrees om daar bij nieuwe verkiezingen voor afgerekend te worden. 
     Maar de ene val van de regering is de andere niet. Mocht de regering vallen en er komen nieuwe verkiezingen, dan zou Rousseau best wel eens kunnen beloond worden. Misschien onthouden de Vlamingen vooral Bouchez als saboteur en Rousseau als degene die de lasten op andermans schouder wil leggen. Als hij zijn kaarten goed speelt, kan hij zelfs een deel van de Groen- en PVDA-kiezers binnenhalen. N-VA kan stemmen verliezen, want wat heb je aan een realistische partij als zelfs De Wever geen regering bij elkaar kan houden. Nationaal komt dan een linkse regering in zicht, ook al omdat het voor Wallonië tegennatuurlijke succes van MR niet kan aanhouden.
     Beseft Rousseau dan niet dat de sanering nodig is, met verdere besparingen op de uitgaven? Natuurlijk beseft hij dat. Alleen zou hij nog liever hebben dat een Europese trojka een drastische besparing komt opleggen, waar hij niet verantwoordelijk voor is, dan dat hij zelf een geleidelijke, gematigde en draagbare besparing moet doorvoeren. En misschien kan hij later zelfs de ontevredenheid over de trojka-maatregelen electoraal verzilveren.
     De conclusie dringt zich op. Rousseau is een knap politicus. De manier waarop hij Sammy Mahdi, voorzitter van de partij waarmee hij in de regering zit, voor de camera een ‘leugenaar’ noemde, bewijst zijn zelfvertrouwen. Maar is hij ook een verantwoordelijk politicus? Dat is iets anders. Een verantwoordelijk politicus moet drie belangen afwegen: het belang van het land (en de toekomst), de belangen van het eigen electoraat, en het pure electorale belang voor zijn partij. Voor zover ik kan zien telt voor Rousseau slechts het laatste en voor Bouchez vooral het tweede.
     Of het allemaal echt zo in elkaar zit, weet ik natuurlijk niet. Ik ben bij geen enkele van de besprekingen betrokken geweest. Maar binnen een jaar zal er wel een boek over de periode verschijnen. En ondertussen moeten we zien wat er volgende vrijdag gebeurt. 


Ontwikkelingshulp en fondsenwerving
      Enige tijd geleden werd ik aangesproken door een fondsenwerver die zich voorstelde als ‘Palestinian refugee’. Ik heb mijn naam en bankrekening nummer toen niet opgegeven. Nochtans heb ik geen probleem tegen professionele fondsenwerving. Naar het schijnt gaat de donatie de eerste paar maanden naar de vergoeding van de fondsenwerver, maar als de doorlopende opdracht daarna blijft doorlopen, is er een batig saldo voor de hulpbehoevende. Het is een kwestie van efficiëntie.

     Ik las ooit een opiniestuk (DS 26/9) waarin iemand de fondsenwerving gebruikte als argument voor meer ontwikkelingshulp door de staat. De schrijfster vroeg zich af of ze niet moest 

 

Luider protesteren tegen de besparingen op ontwikkelingssamenwerking, zodat ngo’s wat minder geld moeten pompen in fondsenwerving. Of ben ik dan te naïef?

 

     Welnee, de schrijfster zondigde niet door naïeviteit maar door gebrek aan logica. Ook als de staat meer geld besteedt aan ontwikkelingshulp, moet een efficiënte ngo evenveel blijven investeren in fondsenwerving, zolang het saldo batig blijft, en de gevers niet te erg worden afgeschrikt door de gedachte dat een deel van hun geld niet bij de arme mensen terecht komt. 



 

Oekraïne-polemiek onder professoren

     Twee professoren van de KULeuven hebben in De Standaard (21 en 22/10) de degens gekruist: Jan De Volder, historicus verbonden aan de faculteit Theologie, en Steven Van Hecke, hoogleraar Europese politiek. De historicus voerde de eerste attaque uit. Hij verweet Europa dat het alle onderhandelingen met Rusland weigerde en daardoor leek op een trein die maar op één spoor kan rijden: dat van ‘financiële en militaire steun aan Oekraïne, zonder rechtstreeks met Rusland in oorlog te treden.’ Hij prijst daarentegen het beleid van het Vaticaan dat ‘zijn sympathie voor het geteisterde Oekraïne, maar toch in gesprek bleef met Rusland.’ 

     Vooral de kwestie van historische vergelijkingen viel mij op in het stuk. De Volder schrijft:

 

Soms krijg je de indruk dat Europese leiders en waarnemers niet meer historische kennnis hebben dan die over de Tweede Wereldoorlog: de Russische president Vladimir Poetin is dan Hitler, Rusland is nazi-Duitsland, vooral te vermijden is een deal à la Chamberlain, en na vier of vijf jaar oorlog winnen de goeden (wij dus). Het is een simplistische visie. Evengoed kun je de huidige situatie vergelijken met de Balkanoorlogen en de slaapwandeldiplomatie die aan de Eerste Wereldoorlog voorafging. 

 

      Dat is een goede waarschuwing. Als ik speculeer over de afloop van de oorlog in Oekraïne, geloof ik niet dat die zal eindeigen zoals de oorlogen die mijn historisch geheugen uitmaken geëindigd zijn. De buitenlandse mogendheid zal zich niét terugtrekken zoals uit Vietnam (1973) en Afghanistan (1989, 2021), de plaatselijke oorlog zal niét eindigen in een wereldbrand zoals Balkanoorlogen waar De Volder naar verwijst, er zal géén vernederende capitulatie plaatsvinden zoals in het Bois de Compiègne in 1918, en de overwinnende legers zullen niét de hoofdstad van het vijandelijke rijk innemen zoals met Berlijn 1945. Hoe zal de oorlog wel ooit eindigen? Hoogstwaarschijnlijk door een ‘paix impure’ waarvan de kern bestaat uit het bevriezen van de frontlijn. De Volder geeft hoog op over geduld, out of the box denken, realisme en creativiteit, maar dat zal niet veel veranderen aan de zaak: de frontlijn wordt bevroren.

     De riposte van Van Hecke is heftig. Het Vaticaan wordt ‘door Poetin gebruikt om een schijn van bereidwilligheid hoog te houden’, er is in het verleden, na 2014, al zo vaak onderhandeld met Poetin, diplomatieke toegevingen worden door Moskou geïnterpreteerd als zwakte, en men kan niet onderhandelen met iemand die maximale eisen stelt. Dat laatste is een zwak argument, want Van Hecke geeft zelf toe dat het stellen van maximale eisen behoort tot het diplomatieke spel.

 

Iedereen weet dat Oekraïne bereid is om in de praktijk bereid is om in de praktijk afstand te doen van dat deel van het territorium dat momenteel door Rusland wordt bezet … Wie Oekraïne verwijt dat niet openlijk toe te geven, kent weinig van diplomatie. Alsof onderhandelen betekent dat meteen alle kaarten op tafel moeten liggen.

 

     Je kunt Poetin veel verwijten, maar niet dat hij maximale eisen vooropstelt. Oekraïne en Europa doen dat ook – en terecht. Alleen Trump leek de creatieve strategie te volgen om vooraf de eisen van de tegenpartij als basis voor de onderhandelingen over te nemen. Maar achteraf bleek dat hij in het Oekraïense conflict Rusland niet eens als de tegenpartij beschouwt.

     Van Hecke gebruikt in de discussie een eigenaardig gezagsargument.

 

Volgens de redenering van De Volder vergist [behalve radicaal-rechts en radicaal-links] de rest van het politieke spectrum in Europa zich al bijna vijf jaar schromelijk. Stel je eens voor dat die politici wel grondig hebben nagedacht over hun houding in het conflict ten aanzien van Rusland.

 

     Maar het is op zich zeer wel mogelijk dat het politieke spectrum zich al vijf jaar vergist. Bovendien is het een overbodige veronderstelling. De weerzin om met Rusland te onderhandelen kan evengoed voorkomen uit onzekerheid en onenigheid in eigen rangen.

     Het belangrijkste verwijt van Van Hecke is het volgende:

 

Jan De Volder schrijft binnen dat denkkader: door halstarrig Oekraïne te steunen en en niet te willen onderhandelen met Rusland is Europa mee verantwoordelijk voor het aanhoudende oorlogsleed.

 

     Ik vond dat eerst onrechtvaardig. Nergens in zijn stuk had De Volder opgeroepen om de steun aan Oekraïne stop te zetten. Ik heb het stuk nog eens nagelezen, om dat te controleren. Tegelijk is mij iets anders opgevallen: nergens in zijn stuk roept De Volder op om de steun aan Oekraïne verder te zetten. Dat kan niet. Wie met goede argumenten pleit voor onderhandelingen moet minstens één of twee zinnetjes toevoegen over onverminderde financiële en militaire steun voor Oekraïne. Anders lijk je zelf op ‘een trein die maar op één spoor kan rijden.’ En dan helpt het niet om, zoals het Vaticaan doet ‘sympathie te betuigen voor het geteisterde Oekraïne.’


 

 

Rijkswacht of burgerpolitie

     Tegen Theo Franckens idee om de rijkswacht herop te richten als instrument tegen straatrellen beroept columnist Raf Njotea zich op de Conservatieve Britse politicus Robert Peel (1788-1850). Het was Peel die op het idee kwam om de orde in Groot-Londen te laten handhaven door politiemannen zonder geweren of pistolen, maar slechts bewapend met houten matrakken. Ook Peels principles of policing worden erbij gehaald. Njotea citeert het zesde beginsel: ‘fysiek geweld kan alleen als laatste redmiddel, wanneer dialoog en de-escalatie falen.’

     Dat is een mooi beginsel, en Njotea zal het met mij eens zijn dat bij het straatgeweld van de black blocks, de casseurs en de pilleurs, het laatste redmiddel best mag worden ingezet. Welk soort politiekorps daarvoor het beste geschikt is, kan nog altijd een onderwerp van discussie zijn. 

zondag 1 november 2026

Die Linke en het islamogauchisme, e.a.


Die Linke en het islamisme
     De extreemlinkse partij Die Linke heeft haar eigen probleem van ‘islamogauchisme’ *en ook hier heeft het zijn wortels  in het electoraal opportunisme en de Palestina-solidariteit. Centraal hierbij staat Ibrahim Ibrahim, de voorzitter van het ‘Verenigd Palestijns Nationaal Comité’, dat gelieerd is aan het marxistische PFLP en aan Hamas. Ibrahim wordt vaak opgemerkt in kringen van Die Linke. Hij maakte zich sterk dat hij het was die Die Linke aan de recente verkiezingsoverwinning had geholopen door ‘intensieve straatcampagnes rond de Palestina-zaak.’ Toen Elif Eralp, de lijsttrekster van Die Linke in Berlijn, door de Der Spiegeldaarover werd ondervraagd probeerde ze de zaak te minimaliseren. Maar tijdens de schriftelijke communicatie tussen Die Linke en Der Spiegel kreeg het weekblad per abuis een interne nota van de partij toegestuurd, waarin Eralp verklaarde bang te zijn dat Ibrahim en zijn entourage ‘haar gezin iets zouden aandoen als ze ze publiekelijk zou vernoemen.’
     Ik weet niet of Ibrahim in alle betekenissen een ‘islamist’ is. Misschien is hij, evenmin als Abou Jahjah, een conservatieve gelovige. Is sympathie voor, en banden met, Hamas onvoldoende om als i’slamist’ gekwalificeerd te worden? En als de moslimidentiteit gebruikt wordt voor politieke mobilisatie, komt dat dan niet tegemoet aan een definitie van islamisme als ‘politieke islam’? 

 

* Zie hier en hier.  



 

De wachtkamerlectuur van de PVDA
     In wachtkamers wordt meestal gratis lectuur aangeboden: groezelige Humo’s en Libelles van enkele jaren oud. In ziekenhuizen ligt meestal het huismagazine. Bij de tandarts liggen enkele nummers van 
Ons Erfdeel. Soms ligt er iets wat je niet verwacht. Bij de garagist zag ik laatst een nummer liggen van het tweetalige PVDA-magazine van Vilvoorde : De Vuist - Le Poing. Het gelijkt op vergelijkbare publicaties die andere partijen gemeentelijk verspreiden: een interview met de partij-voorzitter, korte getuigenissen, commentaar op plaatselijke knelpunten zoals de prijs en het formaat van de vuilniszakken.
     Ik heb de tijd gekend dat plaatselijke PVDA-cellen bedrijfskrantjes maakten die De Vuist heetten. De overstap van bedrijfskrantjes naar regionale magazines is geloof ik typisch voor de evolutie van de partij. Volgens mij als buitenstaander is de overgang van bedrijfswerking naar regionale werking de belangrijkste sleutel geweest voor de stevige electorale groei van de partij. 



 

Democratische vergissingen
     ‘Democratie,’ schreeft Hendrik Vos ooit, ‘is een systeem waarin mensen het recht hebben om zich spectaculair te vergissen, soms met volharding.’ Hij dacht daarbij aan de Brexit. Zelf denk ik bijvoorbeeld aan al die Fransen die een uitbreiding willen van de al heel omvangrijke sociale zekerheid zonder na te denken over de betaalbaarheid. Gelukkig leven we niet in een absolute democratie en is het beleid een compromis tussen wat het volk wil en wat de elite mogelijk en nodig acht. Daarbij moet worden opgemerkt dat de elite haar eigen spectaculaire vergissingen maakt, zoals in verband met de migratiestroom uit Derde Wereld-landen.


 

De nationaliteit van Fouad Belkacem
     De leider van Sharia4Belgium, Fouad Belkacem, die indertijd jongeren ronselde om voor IS te gaan vechten, heeft bijna zijn hele gevangenisstraf van 15 jaar uitgezeten. Staatsvijanden kunnen meestal niet op veel strafvermindering rekenen. Dat hebben de leden van de CCC ook ondervonden. 
     Een maand geleden raakte bekend dat minister van Asiel en Migratie Anneleen van Bossuyt aan het onderhandelen is met Marokko om hem na zijn vrijlating naar dat land uit te wijzen. Ik sta daar volledig achter. Vroeger had Belkacem een Belgisch-Marokkaanse nationaliteit. De Belgische nationaliteit werd hem afgenomen zodat hij nu nog alleen Marokkaan is. Waarom zouden we hem dan niet mogen uitwijzen?
     Wiebe Koopal denkt daar anders over en heeft daar in De Standaard (2/10) een opiniestuk over geschreven.  ‘Fouad Belkacem is een van ons,’ schrijft hij. Bedoelt hij daarmee dat Belkacem ‘een van ons’ is zoals Marc Dutroux een van ons is? Dat zijn loze woorden, net zoals spreken van ‘penitentiair kolonialisme’.
     Dat Belkacem de Marokkaanse nationaliteit heeft, noemt Koopal een ‘juridische spitsvondigheid’. We hebben misschien niet graag mensen als Belkacem op ons grondgebied, maar, schrijft Koopal  ‘dat is de prijs die we samen betalen voor ons geloof in een werkelijk vrije samenleving.’ Ik zie dat anders. De ‘werkelijk vrije samenleving’ wordt beschermd door de wet, en die is meer dan een ‘juridische spitsvondigheid’. De wet bepaalt wat kan en niet kan. Ons land had het recht heeft om een terrorist op te sluiten als straf. Die terrorist heeft het recht heeft om te worden vrijgelaten na het uitzitten van zijn straf. Maar hij heeft niet het recht om hier als vreemdeling te verblijven, ook al is hij ‘in Rumst geboren en getogen.’ Ons land zou hem natuurlijk ook verblijfsrecht als gunst kunnen toekennen, maar waarom zouden wij dat in godsnaam doen?
     Koopal is filosoof van opleiding en beroep en dat laat hij merken in zijn verdere argumentatie. 


Belkacem is een ‘Vlaamse (ex-)terrorist die hier, op ons grondgebied, tot zijn criminele ideeën en feiten gekomen is. Als die, nu hij vrijkomt, nog altijd een probleem vormen, dan is dat ook óns probleem, en ónze verantwoordelijkheid … Iemand die na 15 jaar opsluiting vrijkomt, heeft begeleiding nodig om weer echt vrij te kunnen zijn … Zo zullen we nu goed samen met hem moeten nadenken over hoe hij zijn herwonnen vrijheid wil gebruiken. 

 
     Ach zo. En waarom zou dat onze verantwoordelijkheid zijn? Het lijkt wel of Belkacem door onze schuld terrorist geworden is en dat het daarom onze verantwoordelijkheid is om hem herop te voeden. Alleen heeft een crimineel geen moreel récht op heropvoeding. De maatschappij beslist om utilitaire redenen om criminelen, die ze nu eenmaal niet kan uitwijzen, herop te voeden zodat ze niet hervallen en zodat ze misschien zelfs nuttige burgers van de maatschappij worden. Maar als we ze wel kunnen uitwijzen, dan graag.
     Koopal haalt terloops aan dat Belkacem in ons land asiel heeft aangevraagd. Juridisch heeft hij gelijk. Zolang de aanvraag niet definitief is afgewezen, heeft Belkacem inderdaad verblijfsrecht. Maar het is ook moeilijk om een beter voorbeeld te vinden van de absurde wetgeving rond asiel. 


     

 

Purnelle en de Franse scholieren
     Bieke Purnelle (DS 9/10) is zich door het scholierenprotest bewust geworden van de precaire toestand waarin de Franse jongeren zich bevinden. Ze horen dagelijks over oorlogsdreiging, economische crisis, artificiële intelligentie die hun diploma’s waardeloos zal maken. ‘Ze voelen de hete adem van de klimaatopwarming aan den lijve,’ schrijft ze, waarmee ze op grappige wijze de metaforen door elkaar husselt. En verder: 


Besparingsbeleid treft hen disproportioneel hard. Ze horen hun ouders discussiëren over de prijzen van wonen, gas, benzine en brood. Ze zien hun ouders lange dagen werken voor een loon dat niet volstaat om al die noodzakelijke dingen te betalen.


     Dus: de jongeren worden disproportioneel hard getroffen, hun ouders ook en hun grootouders, neem ik aan, evenzeer. Waar het woord ‘disproportioneel’ al niet goed voor is.    Bijzonder treurig is de toestand in het onderwijs. 


 Kinderen zitten doorgaans met 35 in een aftands klaslokaal waar het ’s winters net niet vriest en het ’s zomers 40 graden is … Verschillende leerlingen en leerkrachten getuigen over ratten en kakkerlakken die door de gangen lopen, schimmel op de muren van de lokalen, afbrokkelende en lekkende plafonds, te weinig toiletten, bovendien zonder wc-papier …


      Bij harteloze rechtse mensen hoor je soms mompelen dat de vervallen scholen misschien ook komen doordat de leerlingen niet zorgzaam met hun omgeving omgaan, en dat lerarentekort deels verklaard kan worden doordat die mensen niet graag les geven aan een publiek dat niet altijd even beleefd blijft. Hoe meer hyperbolen ik lees, hoe sterker de drang om van mijn kant het understatement te hanteren.
     Purnelle schrijft nog: ‘70 procent van de klassen huist meer dan 30 leerlingen.’ Zou dat waar zijn. Ik vraag het aan ChatGPT, dat mij de cijfers van de Franse onderwijsadministratie geeft: het gemiddeld aantal leerlingen per klas is 21,6 in het basisonderwijs, 25,5 in het lager secundair, 30 in het hoger secundair onderwijs en 18 in het beroepssecundair onderwijs. Dat is nog altijd veel, maar toch heel wat minder dan Purnelle aangeeft. 

  

Enkele films en series

Out of Africa
   
     Vandaag kan ik alles vragen aan ChatGPT en Grok, en krijg ik brave, middle-of-the-road antwoorden. Maar ik surf nog altijd op Quora op zoek naar extravagante vragen en extravagante antwoorden. Een mooie vraag die soms terugkeert is: Welke film won een Oscar voor beste film en was eigenlijk niet goed. Iemand had een aantal criteria verzameld: (A) bevat een plotgat; (B) gaat nergens over; (C)  is flauw over de hele lijn.  
     De toepassing van de criteria leidde tot: The Deer Hunter (A), Chariots of Fire (B) , Out of Africa (A-B-C) , Argo (A-C).
Alleen Out of Africa beantwoordde aan de drie criteria. Dat zou best kunnen, maar zeker weet ik het niet, want ik slaag er nooit in om meer dan een kwartier naar die film te kijken.


Dix pour cent, le film (2026).
    Om toe te voegen aan mijn lijstje van films over het maken van films. Franse komedie in de beste zin van het woord. Dankzij de film heb ik nu ook de serie ontdekt die eraan voorafgaat.


La règle du jeu (1939)
    Op Youtube kun je de mooie en historisch belangrijke film La règle du jeu zien (1939), van Jean Renoir. De klank is slecht en, als iemand die half-doof is, begreep ik weinig van de dialogen. Ik moet hem nog eens opnieuw zien in een betere versie. Maar één dialoog heb ik wel begrepen. Octave zegt :  ‘Ce qu’il y a de terrible dans la vie, c'est que tout le monde a ses raisons.’ Waarop André of Robert antwoordt : Bien sûr, et moi, je suis pour que chacun les expose librement.’

Furious (2026) 
   
 Televisiereeks over een seriemoordenares en een politie-agente. De plot is ongeloofwaardig en bevat alle clichés van het genre. Maar de uitwerking van de personages is hoogst origineel. 


Drops of God (2023)
     Serie over een jonge vrouw Camille Léger die zich vanwege een testament moet vervolmaken in de wijnproeverij. Veel over ‘premier nez’ en ‘deuxième nez’ en dat soort zaken. In de tweede aflevering ziet Camille haar jeugdvriend Thomas terug. Maar Thomas heeft een relatie met Juliette die knap is, zeven talen spreekt en van de regisseur opdracht gekregen heeft om haar vriend voortdurend aan te raken.  ‘Ik begrijp het,’ zei mijn vrouw, ‘wij moeten Juliette niét leuk vinden.’ Dat was ongeveer het moment dat we besloten om het bij twee afleveringen te laten. 

 

Verzamelde kortjes

 Haat op het internet
      In zijn column bekende Tom Naegels laatst dat hij Mark Zuckerberg veracht en haat. Facebook had een ‘turbo’ gezet op onze instinctieve drang om te haten. Zijn eigen haat, zo gaf Tom toe, is ‘sterk beïnvloed door de films die Aaron Sorkin over Zuckerberg heeft gemaakt, The Social Network uit 2010 en het pas verschenen The Social Reckoning.’ 
      Hier blijkt nogmaals het verschil tussen Tom en mij. De nieuwste film heb ik nog niet gezien, maar wel die andere uit 2010, en ik vond het hoofdpersonage, Zuckerberg dus, eigenlijk best sympathiek. Als ik niet oppas vind ik in films ook Hitler en Stalin sympathiek als ze door Bruno Ganz of Robert Duval gespeeld worden.

     ‘Zou iemand Facebook missen als het weg was?’ vroeg Tom nog. Het korte antwoord is: ‘ik’. In het lange antwoord zou ik de voordelen tegenover de nadelen moeten afwegen. 




De online beerput
     Een kop in De Groene Amsterdammer: ‘Nu Twitter is verworden tot een online beerput in handen van een techmiljardair, is de vraag: hoe creëren we betere sociale media?’ -- Wie zijn die ‘we’ , vroeg ik mij af, die betere sociale media moeten creëren? De minister van Cultuur? Ik zou het in elk geval niet kunnen, en misschien is dat de reden dat ik enigszins opkijk naar mensen als Zuckerberg.



 

 

Peter Van Straaten

     Dagelijks zie ik tientallen prenten van Peter Van Straaten op mijn FB-pagina verschijnen. Ik heb het algoritme zo afgericht. Pas onlangs heb ik ontdekt dat de tekeningen beter tot hun recht komen als je ze voldoende uitzoomt. Er bestaat voor tekeningen en schilderijen een juiste schaal. Uitgezoomd zijn de gezichten van Van Straaten bijvoorbeeld meestal beter getekend dan je eerst zou denken. Ook op de scheurkalender zijn de tekeningen te klein afgedrukt.

 

 
 

Jean-Marie De Decker en de BTW   

     Ik was erg verguld met de tussenkomst van Jean-Marie De Decker over de BTW-verhoging. Ik heb verschillende keren hardop gezegd: ‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Jean-Marie is tegen alle federale belastingverhogingen. Maar als er dan toch belastingverhogingen nodig zijn – vanwege het politieke compromis – dan liever op consumptie dan op arbeid en ondernemen. 



 

 Emotioneel anti-semitisme
    Niet alle antizionisme is antisemtisme, en niet alle antisemitisme is even erg, maar soms denk ik dat ik te véél nuanceer. Bij een FB-vriend lees ik een bespreking van de geëngageerde Palestijnse film No Other Land. Ik citeer: ‘En ja, niet alle joden zijn klootzakken, maar alle klootzakken die zich inlaten met landroof op de Westbank – waarover de film gaat, zijn wel joods.’ Dat is al vrij grof. En hij voegt er eerlijk aan toe: ‘Het wordt niet bepaald gemakkelijker om niet antisemitisch te denken.’ 



Trump, weerzin & angst, de intimidatie van de pers
     ‘Democratisch activisme,’ schrijft Ian Buruma (DS 13/10) ‘wekt in sommige kringen weerzin, maar Republikeins activisme maakt mensen bang.’ Die formulering zal ik onthouden, en er af en toe aan terugdenken. Verder schrijft Buruma:

 

Diverse nieuwsorganisaties zijn voldoende door Trump geïntimideerd om kritische verslaggeving of zelfs amusement in te binden. CBS … heeft een flinke ruk naar rechts gemaakt.

 

      Mijn indruk is dat de intimidaties van Trump goed gedocumenteerd zijn, maar dat die niet zoveel verschil gemaakt hebben in de overwegend kritische verslaggeving over de clowneske en boosaardige president. Dat is ook wat ChatGPT mij vertelt.



Archieven koesteren

Erfgoed, musea en archieven

     Vlaanderen heeft een socialistische minister van Cultuur, Caroline Gennez, die de besparingen niet volgens de kaasschaafmethode heeft doorgevoerd – overal een beetje besparen –  maar met een progressieve visie. ‘We hebben de makers, de kritische stemmen gespaard.’ De bevriende progressieve ‘sector’ wordt ontzien; bijna de helft van de besparingen worden gerealiseerd door subsidies te schrappen voor erfgoed, musea en archieven.
     Daar is natuurlijk van die kant veel reactie gekomen. Een aantal historici heeft een open brief geplaatst in De Morgen waarin ze oproepen tot het ‘
bewaren en blijven valoriseren van wat cultuurmakers en kritische stemmen uit het verleden ons hebben nagelaten.’ Maar de solidariteit van de hedendaagse kunsten, schrijft Jan Dumolyn, blijft er beperkt als het om ‘een hoop stenen’ en om ‘oude papieren’ gaat. Hij klaagt over een ‘intrinsiek dédain in wat gemeenzaam ‘de sector’ wordt genoemd, tegenover middeleeuwse kunst, historische landschappen, volkskunde, stoeten en processies …’



 

Onherstelbare schade

     In de brief van de historici werd ik vooral getroffen door twee woorden: de besparingen zouden kunnen leiden tot ‘onherstelbare schade’. De historici hebben het dan over de universitaire opleidingen in hun vak. Zelf ben ik nog banger dat er archieven zouden verdwijnen, want dan zou een volgende regering zonder socialistische cultuurminister de situatie niet meer kunnen rechttrekken. Die gedachte kan ik moeilijk verdragen. Van Karel van het Reve wordt gezegd dat hij op faculteitsvergaderingen zijn mond hield, maar dat hij een keer is gaan razen toen iemand voorstelde om ‘verouderde atlassen uit de universiteitsbibliotheek te verwijderen.’ Ik kan er ook niet goed tegen dat bibliotheken hun weinig of niet gelezen boeken wegdoen.



De makers en de archieven

    Als iemand  die zelf moeilijk papieren kan weggooien, heb ik met afgrijzen vernomen dat de cultuursubsidies voor archieven drastisch verminderd worden. Ik heb eerder al de wens uitgesproken dat de schade niet onherstelbaar zou zijn, want als iets weggegooid of vernietigd is, komt het nooit terug. Ik denk soms met weemoed aan het Latijns-Etruskisch woordenboek van keizer Claudius dat verloren is gegaan, of aan de 83 toneelstukken van Aeschylos die ons voor altijd onbekend zullen blijven. Van de film Greed (1924) die oorspronkelijk 9 uur duurde, heeft men bijna 7 uur pellicule weggesneden en vernietigd om het zilver eruit te recupereren.
     Ik heb dus geen argumenten nodig om archieven lief te hebben waar ik zelf nooit in snuister. Maar die argumenten blijven wel op mij afkomen. In De Standaard van vandaag (29/10) lees ik een open brief onder de kop ‘Het gat van Gennez.’ Hij is ondertekend door heel veel ‘makers’ uit de cultuurwereld. En dat merk je: 


Wie vandaag thema’s als kolonialisme, migratie, sociale strijd of mensenrechten aan wil snijden, kan al helemaal niet zonder toegang tot de archieven …


         Zouden we nu de komende jaren door de schuld van Gennez minder kolonialisme, migratie, sociale strijd of mensenrechten te zien krijgen op podia en tentoonstellingen? 


 Trump archiveren
     Prachtig vind ik het wetsvoorstel van Amerikaans Congreslid Jamie Raskin om ‘voorwerpen die verband houden met de narcistische zelfverheerlijking van de president’ te verzamelen te bewaren. Het voorstel heeft officieel de Preserving and Remembering the History of Trump and other Tyrants Act.
     Misschien kunnen mensen binnen 50 jaar niet geloven dat Trump echt bestaan heeft en dat hij echt president is geworden. Ik kan het zelfs nú moeilijk geloven; wat moet dat binnen 50 jaar worden? Dan komen musea en archieven goed van pas kunnen om hun volksopvoedende rol te pelen. Wat zeker niet mag ontbreken in die Trump-musea zijn wassen beelden van de president. Die zullen geloof ik altijd griezeliger blijven dan die doorschijnende holograms. 

Drie kortjes over AI

Kubrick en AI
     Een stuk in Quillette van Graham Daseler over Kubrick.
     De commentaar bij Paths of Glory getuigt van gemengde gevoelens bij de auteur. Hij prijst het ontroerende einde, het realisme van de veldslag en het bekende tracking shot* van Kirk Douglas in de loopgraven. En gaat dan gaat Daseler verder: ‘Unfortunately, the rest of the movie is not so subtle.’ Hij vindt het jammer dat kolonel Dax zo eenduidig goed wordt voorgesteld en de generaals zo eenduidig slecht. Ik zie niet in waarom dat een nadeel moet zijn. Kubrick was juist heel goed in ongenuanceerde karikaturen.
      Kubrick heeft, zoals bekend, vrij lang gewerkt aan een film over AI, die uiteindelijk door Spielberg werd gemaakt, en die ook onder de titel AI is uitgebracht. Laatst werd op het VTM-nieuws gewaarschuwd voor de gevaren die AI met zich meebrengt, en dat werd geïllustreerd met een fragment uit 2001 waar de computer Hal zich keert tegen de bemanning van het ruimteschip. Maar uit het Quillette-stuk onthoud ik dat Kubricks visie weliswaar radicaal maar minder somber was dan je van een pessimistische misantroop zou verwachten:


“Eventually,” he told an interviewer in 1968, “we will have to share this planet with machines whose intelligence and abilities far surpass our own. But the interrelationship—if intelligently managed by man—could have an immeasurably enriching effect on society.”

* Dat tracking shot staat hier. 

 

De datacenters en de spoorwegen
     Lieven Sioen besteedt zijn commentaar van vandaag (DS 7/10) aan de datacenters. ‘Het is de grootste investeringsgolf ooit in de geschiedenis, schrijft hij, na de aanleg van de spoorwegen in de VS eind negentiende eeuw.’ Dat is ook de vergelijking die spontaan bij mij opkomt als ik aan AI denk. Sioen pleit voor meer staatscontrole (‘democratische zeggenschap’) over de datacenters om ervoor te zorgen dat niet ‘alle baten voor de techreuzen zijn.’
     Je hebt mensen die stoppen met lezen als ze in een stuk over hedendaagse politiek de term ‘fascisme’ tegenkomen. Anderen stoppen als ze het woord ‘neoliberalisme’ zien opduiken. Ik moet mijn best doen om niet te stoppen als ik een verwijzing zie naar de ‘baten’ of de ‘superwinsten’ die allemaal naar de ‘techreuzen’ gaan. De belangrijkste baten van zulke technologische vernieuwen zijn altijd voor de consument. Dat was ook zo met die Amerikaanse spoorwegen, al werden sommige aartsschurken er steenrijk mee, als ik de versie van Once Upon a Time in the West mag geloven.


De krant lezen, met de chatbot naast je

     Een uitgebreid stuk over Bouchez en de BTW-verhoging in De Standaard (13/10). In de eerste kolom lees ik dat de BTW-harmonisering van 6 en 12 % tot 9 % en de stijging van 21 naar 22 procent een opbrengst zou geven van 2,5 miljard euro. In de tweede kolom wordt verwezen naar een studie van het Planbureau uit 2016 die de opbrengst van een BTW-verhoging van 1 procentpunt op 80 miljoen euro schat. 80 miljoen versus 2,5 miljard … vroeger zou ik boos geworden zijn op de journalist die dat verschil niet uitlegde. Nu vraag ik het aan ChatGPT en in één seconde weet ik het antwoord. 





zaterdag 31 oktober 2026

Het denigrerend lachje van Tom Sauer

 


   
Op mijn FB-feed krijg ik weinig weinig haatboodschappen te zien. Als ik ze zie voorbijkomen, blijf ik er niet bij stil staan, ik geef geen duimpje, en daardoor heeft het algoritme wellicht begrepen dat haat geen spek voor mijn bek is. Onlangs was dat anders. De Afspraak (14/10) had een uitzending gewijd aan Oekraïne, met Marijn Trio, Alicja Gescinska, Karel De Gucht en professor Tom Sauer. Mijn feed werd overspoeld met haat aan het adres van Sauer: idioot, lafaard, leugenaar … Het is waar dat Sauer de onsympathiekste was van de vier: hij zat achterover geleund, hij keek over zijn bril, en hij heeft weinig talent voor stijlvolle arrogantie: een denigrerend lachje flatteert hem niet zoals het anderen soms wel flatteert. Ook is het moeilijk om sympathiek te zijn in een gezelschap van één tegen drie. 
       Gescinska, Trio en De Gucht namen het dominante Europese standpunt in*: geen vertrouwen in onderhandelingen met de onbetrouwbare expansionist Poetin, en onvoorwaardelijke steun aan Oekraïne onvoorwaardelijk totdat het internationaal recht zegeviert. Sauer probeerde een realistisch standpunt in te nemen, dat ik vroeger al eens
 would-be-realistisch heb genoemd**. Dat neemt niet weg dat hij een aantal sterke argumenten had. Het zijn de volgende: we kunnen slechts speculeren over de intenties van Poetin, internationaal recht is in de geopolitiek ondergeschikt aan machtspolitiek, Rusland is militair sterker dan Oekraïne, de Europese bevolking zal niet eeuwig willen betalen voor de oorlog, en uiteindelijk moet er toch een onderhandelde oplossing komen.
    Dat we slechts kunnen speculeren over Poetins intenties is waar. We kunnen niet in Poetins hoofd kijken, en van zijn verklaringen weten we nooit zeker of we met strategie dan wel met reële doelstellingen te maken hebben. Toen Hitler in Mein Kampf betoogde dat Duitsland moest uitbreiden naar het Oosten, kon men ook niet weten of dat zijn echte intentie was, dan wel demagogie. Het bleek zijn echte intentie te zijn. Als Poetin vandaag verklaringen aflegt over Oekraïne als historisch onderdeel van Rusland, of over het herstel van de Russische invloedssfeer, weten we ook niet of dat demagogie is dan wel een werkelijke doelstelling uitdrukt. Het beste is dan om rekening te houden met het worst case scenario en verder te hopen dat Poetin misschien realistisch genoeg is om zijn imperialisme aan te passen aan de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld aan een onverwachte vastberadenheid van Europa. In elk geval ondergraaft Sauer zijn eigen stelling – dat we Poetins intenties niet kunnen kennen – door zelf een naïeve interpretatie van de geschiedenis naar voren te schuiven als zou Poetins beleid verklaard kunnen worden als een reactie op de ‘uitbreiding van de Navo.’
     Dat internationaal recht in de geopolitiek ondergeschikt is aan machtspolitiek is zonder meer waar. Daarin heeft Sauer gelijk. Maar er zijn juist goede machtspolitieke redenen om de macht van Rusland zoveel mogelijk te fnuiken door het in deze oorlog niet met een eenduidige overwinning weg te laten komen. Tegelijkertijd mag men met machtspolitiek niet altijd het onderste uit de kan willen halen. Men moet ook rekening houden met de eigen beperkingen. Toen De Gucht zei dat Rusland gemakkelijk door Europa kon worden verslagen, noemde Sauer dat een agressief ‘oorlogsnarratief’. Hij had beter gevraagd of De Gucht daar we zo zeker van was, rekening houdend met het adagium dat Rusland altijd zwakker is dan men vreest, en sterker dan men hoopt.
     Rusland is militair sterker dan Oekraïne, beweert Sauer. Daar valt niets tegen in te brengen, en het is dan ook de reden waarom Europa militaire steun moet blijven verstrekken aan Oekraïne. Buitenlandse steun is nooit voldoende, maar als een volk vastberaden vecht kan die steun wel de balans doen doorslaan. De Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog was militair ook zwakker dan Duitsland. Vietnam was in de jaren 60-70 militair ook zwakker dan de Verenigde Staten. Maar die twee landen hebben een sterkere vijand verslagen mede dankzij buitenlandse hulp.
      De Europese bevolking, beweert Sauer nog, zal niet eeuwig willen betalen om de Oekraïeners te steunen. Goed, daar zit een kern van waarheid in. De publieke opinie in democratische landen is fundamenteel pacifistisch en niet zo bezig met geopolitiek***: geopolitiek is iets voor generaals, diplomaten, en eurocraten. Zelenski is populairder onder de Europese regeringsleiders dan onder de Europese bevolking. Linkse en rechtse populistische partijen kunnen daarop inspelen. Toch zullen de Europese regeringsleiders niet snel van koers veranderen. Ze krijgen verontrustend nieuws van hun inlichtingendiensten. Ze zijn Europees en in Navo-verband aan elkaar vastgeklonken. Ze staan in nauw contact met de landen die een meer directe bedreiging van Rusland vrezen. En ze kunnen zich die steun aan Oekraïne financieel veroorloven omdat die door alle lidstaten samen gedragen wordt. Joren Vermeersch wijst erop dat de steun voor Oekraïne in België en Frankrijk 0,35 procent van de staatsuitgaven vertegenwoordigt****. Dat gaat nog altijd over miljarden, en je kunt van de bevolking geen enthousiasme verwachten, maar een met-de-voeten-slepend begrip voor de Oekraïeners is zeker mogelijk, vooral als mensen als Sauer niet elke dag op de televisie komen.
     Het laatste punt van Sauer is het sterkste: uiteindelijk moet er toch een onderhandelde vrede komen. Hier waren de tegenargumenten van De Gucht en Gescinska – maar niet van Trio – aan de zwakke kant. Poetin is onbetrouwbaar, zeiden ze, hij houdt zijn woord niet, en hij blijft bij zijn maximale doelstellingen. Dat is allemaal waar, maar het zijn geen redenen om niét te onderhandelen. Het zijn redenen om alleen een evenwichtig compromis te aanvaarden, om de militaire steun vol te houden tot er een akkoord is, en om na dat akkoord de defensie van Oekraïne en Europa verder te versterken. Over die volgehouden militaire steun zegt Sauer zou weinig mogelijk, en bij zijn plan voor een Europese vredesarchitectuur na de oorlog lijkt hij zijn eigen principe te vergeten: dat internationaal recht (en akkoorden) ondergeschikt zijn aan machtspolitiek.
     Ik ben niet vergeten dat Sauer in het begin van het conflict vredesvoorstellen deed die neerkwamen op een regelrechte capitulatie van Oekraïene en Europa. Hij had duidelijk het potentieel tot taai verzet van de Oekraïeners onderschat. Zijn huidige vredesplan daarentegen is evenwichtiger, al zou ik er als diplomaat geen openingsbod van maken. Het bestaat uit acht punten:

      1. Oekraïne mag een soevereine staat blijven

Dat zijn mooie woorden. Een vazalstaat kan op papier ook ‘soeverein’ zijn, en niets belet Rusland om later, via een getrukeerd referendum Oekraïne alsnog bij Rusland in te lijven.

      2.  Oekraïne mag een democratisch systeem uitbouwen

Ook dat zijn mooie woorden. Ze kunnen bovendien door Poetin als voorwendsel worden gebruikt als hij vindt dat dat het democratisch proces niet gerespecteerd wordt. Dat was zijn hele redenering in verband met de Maidan-opstand in 2014. 

      3. Oekraïne mag in de Westers invloessfeer komen en bij de Europese Unie aansluiten

Dat is inderdaad een belangrijk punt én zou een toegeving van Rusland inhouden. Opvallend is dat Sauer zelf bij herhaling twijfel zaait over die aansluiting bij de EU. Hij wijst vooral op de tegenstrijdige belangen van de Oekraïense, de Poolse, de Franse en de Belgische landbouwers.

      4. Oekraïne mag bewapend blijven en het niveau van bewapening van Oekraïne en Rusland maakt deel uit van de onderhandelingen

Een heel gevaarlijke kwestie om over te onderhandelen met een onbetrouwbare vijand. Hoe groot is de kans dat Poetin zijn niveau van bewapening ondergeschikt maakt aan een papieren afspraak? Hoe groot is de kans dat hij de het defensiebeleid van Oekraïne aangrijpt om het land aan te vallen onder het voorwendsel dat het zich niet aan de afspraken houdt?

      5. Oekraïne moet veiligheidsgaranties krijgen

Sauer heeft daar zijn ideeën over, zegt hij, maar hij heeft er in de uitzending niet over uitgeweid.

      6. Oekraïne moet een deel van haar grondgebied afstaan

Dat is een onvermijdelijk aspect van de onderhandelingen. Sauer merkt terecht op dat het weliswaar zeer onrechtvaardig is maar dat Poetin het veroverde gebied niet zál teruggeven. Er kan veel discussie zijn over de precieze grens en de juridische modaliteiten. Hier is vanuit Europees standpunt een belangenverschil met Oekraïne. Europa heeft alle belang bij een soeverein, liberaal-democratisch, Westers en goed bewapend Oekraïne, maar hoeveel vierkante kilometers Oekraïne precies kan behouden en moet prijsgeven, is voor ons van ondergeschikt belang. Misschien zouden we zelfs voordeel hebben bij een grotere toegeeflijkheid van Oekraïense zijde zodat het conflict sneller beëindigd wordt.
    Ik heb vroeger eens geschreven dat buitenlands beleid voor 80 procent uit Realpolitik en voor 20 procent uit morele waarden zou moeten bestaan. Hier gaan de morele waarden meespelen en het is niet toevallig dat een amorele en immorele Trump precies over die kwestie met Oekraïne in conflict komt. De Gucht, Gescinska en Trio vonden alle drie dat Europa hier de wensen van de Oekraïeners moest respecteren. Zij vechten niet alleen voor liberale democratie, maar ook voor symbolische kwesties als nationale eer en wraak om aangedaan onrecht. Aangezien zij daarvoor extreme ontberingen lijden en talloze mensenlevens opofferen, en wij 0,35 procent van onze begroting, is het passend dat zij het laatste woord hebben over het territoriale compromis. Het is voor Europa een kwestie van respect, loyaliteit en dankbaarheid. Zonder zulke morele waarden zal elke gemeenschappelijke Europese defensie onmogelijk zijn, want die houdt altijd in dat het een land dat niet rechtstreeks bedreigd wordt een land dat wel rechtstreeks bedreigd wordt bijspringt. Zo
’n solidariteit – met de zelfopoffering die daarbij komt kijken – is onmogelijk als je alléén rationeel en realistisch je belangen afweegt.

       7. Oekraïne mag niet bij de Navo aansluiten

Poetin zal, vrees ik, op dat punt nooit willen toegeven. Dat bewijst zijn kwade wil, want de toetreding van Oekraïne tot de Navo zou voordelig zijn voor  Rusland. Poetin weet maar al te goed dat hij van het fundamenteel pacifistische Europa geen Navo-inval moet vrezen. Omgekeerd bestaat er altijd het gevaar dat een nationaal gekrenkt Oekraïne pogingen doet om de Donbas te heroveren. Lidmaatschap van de Navo zou zo’n avontuur onmogelijk maken want de andere Navo-landen die niet in een hete oorlog willen worden meegesleurd, zouden daar een veto tegen uitspreken.
       Maar Poetins weigering om Oekraïne toe te laten om bij de Navo aan te sluiten wijst erop dat hij er een andere redenering op nahoudt. Hij wil zijn handen vrijhouden om later opnieuw Oekraïne aan te vallen, zonder dat de Navo-landen tot militaire solidariteit verplicht zijn. 


       8. Europa herneemt zijn economische betrekkingen met Rusland

Sauer noemt dat een carrot, een incentive om Poetin aan de onderhandelingstafel te lokken. Daar zit veel waarheid in. Die vernieuwde economische betrekkingen zouden voordelig zijn voor Rusland en voor Europa. Alleen mag Europa de oude fout niet maken om zich eenzijdig van Russische grondstoffen afhankelijk te maken en zonder de illusies van de Ostpolitik dat handel met Rusland voldoende is om het gevaar van militair expansionisme automatisch te doen verdwijnen. 

                                                                    ***

     Op een punt, ik herhaal het, heeft Sauer helemaal gelijk: eigenlijk zou Europa meer moeten doen om met Rusland te onderhandelen. En misschien heeft hij gelijk als hij dat gebrek aan diplomatieke ijver wijt aan interne verdeeldheid. Het is gemakkelijker om die verdeeldheid te overstijgen als men knus onder elkaar resoluties aanneemt en weer eens een nieuw sanctiepakketje afspreekt dat weer eens minder impact zal hebben dan men had gehoopt Maar een diplomatieke strategie afspreken is nog iets anders. En wie gaat men sturen om aan die lange witte tafel tegenover Poetin plaats te nemen? Een regeringsleider van een groot land? Dan zijn de andere grote landen jaloers. Iemand van een klein land? Dan lacht Poetin hem of haar vierkant uit? Iemand van de Europese Commissie? Die zal dan een stevig mandaat moeten hebben.
     En natuurlijk is het moeilijk om te onderhandelen met iemand die slecht en onbetrouwbaar is.  Sauer suggereerde in het verleden dat Europa door haar militaire steun terug te schroeven diplomatiek krediet kon verzamelen als neutrale bemiddelaar. Dat is de heilloze weg die Trump heeft gevolgd. Ook moet moet Europa er rekening mee houden dat Rusland zelfs na een akkoord de agressie op elk moment kan hervatten. Papieren garanties houden geen tanks, vliegtuigen, raketten of drones tegen. Het zal daarom nooit verstandig zijn om de militaire capaciteit van Oekraïne door een akkoord te laten kortwieken, of om de eigen defensie-inspanningen weer terug te schroeven tot wat ze waren in de Gouden Tijd van het Vredesdividend en het Einde van de Geschiedenis. Die tijd zal niet snel terugkomen. 

 

* Het dominante standpunt is links-liberaal gekleurd, maar verschilt slechts in nuances van een rechtsliberaal, conservatief of sociaaldemocratisch standpunt. 

** Mijn stukje over het would-be-realisme van Sauer staat hier.

*** Het stuk van Joren Vermeersch staat hier

**** Voor een korte uitleg over het verband tussen democratie, pacifisme en geopolitieke desinteresse, zie het substack-artikel van Gérard Roland: hier. Het pacifisme van de Europeanen bestaat onder andere hierin dat men niet aan oorlog wil dénken. De partij van mijn jeugd, Amada, heeft zich nooit meer geïsoleerd dan toen ze propaganda maakt voor de bouw van atoomschuilkelders.  

vrijdag 30 oktober 2026

Ketchup en 'politiek bewustzijn'



     Nona De Dier past in haar nieuwste stukje voor De Standaard (20/10) de oude columnistentruc toe die Addisson & Steel al gebruikten in 1711 toen ze The Spectator uitbrachten, een truc die bij ons werd overgenomen door Justus van Effen in zijn Hollandse Spectator: je vertrekt van een kleine observatie en gebruikt die als aanloop voor een bredere beschouwing. Nora’s kleine observatie is dat je in het studentenrestaurant De Brug voortaan mayonaise en ketchup à volonté kunt bijtanken, zonder die per potje extra te moeten betalen. 

     Nona ziet daarin een ‘investering in een openbare dienst’ en ze betreurt dat die politieke logica aan het verdwijnen is.


‘De bus ketchup,’ schrijft ze, ‘staat symbool voor wat had kunnen zijn. Niet alleen betaalbare maaltijden voor studenten, ook frequente, op tijd rijdende bussen en woningen aan redelijke prijzen lagen ooit binnen handbereik.’

       De uitdrukking lagen binnen handbereik is mooi, maar het mooiste is hoe Nona haar inzicht verantwoordt dat er meer subsidies moeten zijn voor studentenrestaurants, autobussen, goedkope woningen en wat nog allemaal. 

Al sinds ik politiek bewust ben, hoor ik rondom mij een discours van teloorgang, waarbij rechts aanmoedigt zo veel mogelijk de broekriem aan te halen en links niet verder komt dan te proberen de schade te beperken. 

      Al sinds ik politiek bewust ben … Op welke leeftijd zou dat zo gekomen zijn? Was het een langzaam proces, of een plots inzicht? Heeft Nona dat inzicht zelf verworven door om zich heen te kijken, of heeft ze een boek gelezen? Misschien had ze het geluk op haar levenspad een leermeester tegen te komen die met een stok op haar hoofd sloeg? Denkt Nona nog vaak terug aan de tijd dat ze nog niet politiek bewust was?