donderdag 15 oktober 2026

De pijnloze begroting

     Als je Bart De Wever op televisie ziet, krijg je de indruk dat hij liever 20 dan 10 miljard zou besparen. Hij laat geen kans onverlet om te benadrukken dat zulke besparingen pijnlijk maar noodzakelijk zijn. Bij links en rechts zijn er echter ook lieden die beweren dat die besparingen helemaal niet pijnlijk hoeven te zijn. Het fruit hangt laag. Alleen zien ze dat fruit op een andere plaats.

     Bij rechts hoor je dat er pijnloze besparingen kunnen worden doorgevoerd door de staat te ontvetten. Het aantal mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks voor de staat werkt, hoor je dan, is ‘enorm’ toegenomen. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Het aandeel van de publiek sector in de tewerkstelling – ambtenaren, leraren, politie-agenten, militairen, gesubsidieerde sectoren – is gestegen van 35 tot 38 procent. Dat is ook weer niet zo heel veel. En tegelijk neemt die sector meer en complexere taken op zich. Het ‘neoliberalisme’ heeft ervoor gezorgd dat er efficiënter, maar ook soms bureaucratischer, word gewerkt. Ikzelf ben een groot voorstander van een ontvette staat, maar ik geloof niet dat daar op korte termijn zo ongelooflijk veel miljarden te rapen vallen.

     Bij links leeft dan weer de gedachte dat de put kan worden gevuld door belastingen die voor de meeste burgers pijnloos zouden zijn. Volgens die redenering is er geld genoeg. Alle Belgen samen bezitten 3.150 miljard. Dat is wat anders dan die armzalige 10 miljard die De Wever niet vindt. Niemand moet zeggen dat ‘er geen geld meer is.’ Alleen al de 1 % rijksten bezit 750 miljard. Dat is genoeg om de hele Belgische staatsschuld – 700 miljard – in één keer af te betalen.
     Alleen beseffen de meeste burgers dat er iets raars zou gebeuren met de economie als de staat dat bezit in beslag zou nemen. Wat zou de staat doen met al die grond, al dat vastgoed, al die fabrieken, al die grootwarenhuizen … Vandaar dat zelfs de meest extreemlinksen slechts enkele procenten van dat bezit willen afromen, en het jaar daarna misschien nog eens, en dan nog eens, until you run out of other people’s money.

 

Koene ridders van het vrije woord

     Moet het mogelijk zijn om in ons land op straat rond te lopen met een bord ‘We support Hamas’. Het gebeurde onlangs in Nederland. Joren Vermeersch vind van niet. Op x.com schrijft hij:

 

Spandoeken als “we support Hamas” in hartje Amsterdam: moet ook in België kunnen, aldus koene ridder van het vrije woord @barteeckhout. Gelukkige denkt onze strafwet daar ondertussen anders over: verheerlijking van terreur is nu verboden in België. 

 

     Ik wil in deze ook een koene ridder zijn, vooral als ik een van de prachtige helmen mag aandoen die je op middeleeuwse karikaturen aantreft, en die op FB gepubliceerd worden door Mediavelistmatt. Maar ondertussen denk ik dat Patrick Loobuyck – hij mag ook een helm aandoen – gelijk heeft in zijn antwoord aan Vermeersch.

 

Klopt dat wel @Vermeersch? Art. 376 Sw. bestraft het goedkeuren of rechtvaardigen van terroristische misdrijven, maar alleen als dat een ernstig en reëel risico op nieuwe misdrijven creëert, én dat de bedoeling was. Een spandoek ‘we support Hamas’ valt daar niet zomaar onder.

 

      Ik vind dat ook. En als Loobuyck met zijn interpretatie géén gelijk heeft, dan is dat een reden om Art. 376 Sw. te schrappen. Maar ondertussen zou ik die lui met zulke borden in de gaten laten houden door de politie, want je weet maar nooit. En ik zou dat vrije woord, op die extreme manier gebruikt, alleen toekennen aan volwaardige staatsburgers. We moeten zulke kwalijke slogans niet importeren.



 

woensdag 14 oktober 2026

Eurosong, VRT, vakbonden, e.a.



Eursong en de VRT-vakbondsactie
 
     De VRT heeft beslist om in 2027 deel te nemen aan het Eursongfestival, ook al doet ook Israël mee. De vakbonden bij de openbare zender dreigen met een blokkering van de uitzending. Ze hebben een stakingsaanzegging ingediend voor 11, 13 en 15 mei 2027, de dagen van de halve finales en de finale. De ACOD verklaarde dat het er alles aan zou doen om te voorkomen dat het festival op de VRT wordt uitgezonden.
     Dit lijkt mij revolutionaire daad van ‘zelfbestuur’. Ik herinner mij een toespraak van de trotskist Ernest Mandel die uitlegde hoe de revolutie zou verlopen. De vakbonden namen de leiding over van de fabrieken en riepen het zelfbestuur uit. Daarmee was je er nog niet, want het staatsapparaat beschikte over het leger, de wapens en de communicatiemiddelen. Geen nood. Ook daar riepen de vakbonden zelfbestuur uit. De soldaten namen de kazernes over, de wapenfabrieken leverden wapens aan de opstandelingen, en de vakbonden van de televisie zorgden ervoor dat de revolutionaire communiqués werden verspreid en dat de regeringscommuniqués wérden gecensureerd. Zo deed je dat.

     Akkoord, in mei 2027 gaat het maar over Eurosong, een muzikaal evenement dat mij gestolen kan worden, maar het gaat om het principe. Minister van Media Cieltje Van Achter vindt de vakbondsactie in elk geval ook ongepast.

 

Stel je voor dat wij als politici zouden zeggen dat we het niet eens zijn met een programma van de VRT en er alles aan zouden doen om ervoor te zorgen dat het niet wordt uitgezonden. Het land zou - terecht - te klein zijn. Iedereen zou spreken over politieke inmenging en de onafhankelijkheid van de VRT.

 

     Op Facebook las ik het verwijt dat Van Achter het verschil niet begreep tussen vakbond en overheid.

 

Dat een vakbond geen overheid is en dat zowat iedereen met een morzel verstand dat begrijpt, ontgaat de minister. De overheid bezit de politieke en wettelijke macht over de openbare omroep. Als de politiek ingrijpt op de programmering, schendt zij de persvrijheid en de redactionele onafhankelijkheid. Dat zou censuur zijn. Een vakbond daarentegen maakt gebruik van een grondwettelijk stakingsrecht als sociaal actiemiddel. De minister vergelijkt het uitoefenen van een sociaal basisrecht (staken) met machtsmisbruik door de overheid (censuur).

 

     Ik zou juist omgekeerd redeneren. Dat een democratisch verkozen overheid beslist dat de overheidszender niet mag deelnemen aan Eurosong zou ik betreuren maar aanvaarden. Maar dat de vakbonden gaan beslissen wat wel of niet wordt uitgezonden, vind ik onaanvaardbaar. Hoe kan men nu zoiets in godsnaam verdedigen? – Wel, op de volgende manier.

 

 Mocht de vakbond een louter politieke actie ondernemen die niets te maken heeft met de sociale of economische belangen van het personeel, zou ze zich op glad ijs begeven. Maar dat doet ze niet. De vakbond legt immers de nadruk op “morele bezwaren” van werknemers en verschuift het debat dus naar het domein van het welzijn op het werk. Verplicht worden om een bijdrage te leveren aan een programma dat indruist tegen je diepste ethische overtuigingen tast het morele welzijn aan. Zonder stakingsaanzegging zouden werknemers van de openbare omroep die weigeren opdrachten uit te voeren het risico lopen op sancties wegen werkweigering. De vakbond beschermt de werknemers dus tegen dergelijke straffen.

 

     Op die manier volstaat het om politieke motieven te vertalen in ‘morele bezwaren’ en ‘welzijn op het werk’ om ze langs een achterpoortje binnen te smokkelen*. Laten we eens aannemen dat het omgekeerd is: dat de VRT een flink aantal Joden tewerkstelt die ‘morele bezwaren’ hebben tegen de Gaza-berichtgeving. Die berichtgeving druist in tegen hun diepste ethische overtuigingen. Ze zouden graag weigeren aan zulke berichtgeving mee te werken, maar ze lopen het risico op sancties wegens werkweigering. Moeten de vakbonden dan oproepen tot collectieve actie om de berichtgeving over Gaza aan te passen aan het morele welzijn van hun Joodse leden.

 

 * Voor die vakbondsredenering, zie ook hier:



 

De sociale zekerheid en de besparingen

          Een linksliberaal heeft een dubbelzinnige houding tegenover de huidige problemen van de sociale zekerheid. Hij aanvaardt de besparingen die zich vanuit de economische realiteit opdringen. Als teveel mensen die niet echt werkzoekend of écht ziek zijn – dat is niet gemakkelijk om uit te maken – een uitkering krijgen als werkloze of als langdurig zieke, dan moet daar iets aan gebeuren. Dat is de bottom line. Karel Verhoeven bijvoorbeeld schrijft (DS 13/10):

 

Solidariteit vereist inderdaad dat steun genereus is, maar zo precies en tijdelijk mogelijk. Deze regering trekt de hekken op zowel voor werkloosheid als voor langdurige ziekte. Dat moest gebeuren.

 

     Dat is de liberale conclusie. Maar daar moet flink wat linkse saus over het gebrek aan ‘perspectieven’ voor de ‘meest kwetsbaren’ die onvoldoende geholpen worden met trajecten. Er moet een sneer worden gegeven aan Sammy Mahdi die mensen wil verplichtenaan het werk te gaan. En de positieve gevolgen van de hervorming moeten zoveel mogelijk geminimaliseerd worden.

 

Zo levert een hervorming die werklozen massaal zou dwingen te werken, de zeer bescheiden winst op van 5 procent extra uitstroom naar werk, becijferde de VDAB.

 

     Maar die vijf procent moet eigenlijk vijf procentpunt zijn. De VDAB heeft inderdaad onderzocht wat er met langdurige werklozen gebeurde nadat de meesten van hen hun uitkering verloren. 

 

Uitstroom naar duurzaam werk: 17 %

Uitstroom naar ziekte:                 21 %

Ontvangen een leefloon:             19 procent

 

       Die uitstroom naar duurzaam werk was vóór de hervorming 12 % en is nu dus 17 %. Dat is inderdaad een stijging van 5 procentpunt, maar als ik het succes maximaal wilde voorstellen, had ik dat een stijging van 40 % genoemd.

         Verhoeven betreurt dat de mensen die hun werklozensteun of ziekte-uitkering verliezen nu in het ‘Belgische labyrint’ terechtkomen. Daarmee bedoelt hij dat ze van uitkeringsysteem veranderen. Voor de steden en gemeenten die de OCMW’s moeten financieren is dat een probleem, maar voor de steuntrekkers ben ik er gerust in: de meesten zullen hun weg in het labyrint wel vinden die naar de OCMW-uitkering leidt. Ik zie ook geen alternatief voor die uitkering. Je kunt die mensen niet laten omkomen van de honger. En zolang die uitkering wel bestaat, zal een deel van de steuntrekkers de voorkeur geven aan de lage uitkering zonder werken boven een hoger loon mét werken.


 

De sociale zekerheid en de bedrijven (1)

       Voor authentiek links, zoals ABVV-voorzitter Bert Engelaar zit het anders in elkaar. Door allerleid rechtse maatregelen heeft de staat zelf de tekorten gecreëerd waardoor de sociale zekerheid in de problemen komt. Er zijn kortingen doorgevoerd op de patronale bijdragen en loonsubsidies. ‘In de privé-sector lopen die dit jaar alleen al op tot ruim 16 miljard,’ schrijft hij in een opiniestuk (DS 13/10).

     Engelaar is wel zo voorzichtig om de conclusie van zijn redenering niet helemaal helder te formuleren: alles kan worden opgelost door zwaardere fiscale en parafiscale lasten op de bedrijven. Dan heeft De Wever meteen 16 miljard, in plaats van de 10 miljard die hij zoekt. 

     Nu, misschien moeten de slecht draaiende bedrijven worden ontzien om geen golf van afdankingen te krijgen, maar de bedrijven die winst maken, die moeten eraan geloven. ‘De netto-winstmarges stegen van 7,4 procent in 2013 naar 10 procent vandaag,’ schrijft Engelaar verontwaardigd. Het is zonde dat ik het zeg, maar ik heb meer sympathie voor de PVDA-propaganda om de vermogens extra te belasten dan voor de ABVV-propaganda die de succesvolle bedrijven extra wil belasten.

 


 

De sociale zekerheid en de bedrijven (2)

     Pieter Termmermans van het VBO heeft geantwoord op Engelaar (DS 14/10) en meteen een aantal andere cijfers naar voren geschoven die aannemelijk maken dat besparen op uitgaven (en sociale zekerheid) meer voor de hand ligt dan bedrijven belasten.

  • de primaire uitgaven van de staat zijn sinds 2000 gestegen van 42 % naar 52 %van het BBP
  • de inkomsten van de staat zijn sinds 2000 gelijk gebleven: 49 % van het BBP
  • de winstmarges na investeringen en belastingen zijn sinds 1995 gedaald van 8,2 % naar 7,3 % nu.

  


 

De sociale zekerheid, de vergrijzing en het scholierenprotest

       Nial Fergusson schreef deze week een boeiend stuk in The Free Press over de protesterende jeugd in Frankrijk, Spanje en Brussel. Ook hij brengt de sociale zekerheid ter sprake

 

Zoals welbekend heeft Europa een relatief genereuze sociale zekerheid, met meer belastingen en herverdeling dan in de Verenigde Staten. Alleen zijn die systemen destijds ontworpen voor samenlevingen met 2,5 kinderen in plaats van 1,25 per gezin, en met een levensverwachting van 62 in plaats van 79 jaar. Op enkele uitzonderingen na zitten die modellen in de vroege fase van een steile duik in de insolvabiliteit.

 

     Waar ik Fergusson niet kan volgen is als hij vervolgens een verband ziet tussen deze pijnlijke situatie en de jongeren die op straat komen. De jongeren zouden, volgens die redenering, vaag moeten aanvoelen (are dimly aware but dont appear to understand) dat zij de klos zijn, dat ze de sociale zekerheid voor oma en opa zullen moeten betalen. 

     Maar zelfs zo’n vaag aanvoelen lijkt mij een onnodige hypothese. Journalisten, sociologen en historici zijn altijd geneigd om straatprotest te rationaliseren. Ze doen dat door op zoek te gaan naar een eisenprogramma, of naar dieper liggende motieven. Soms is dat terecht. Niets gebeurt in het luchtledige.
      Maar men mag het ook niet te ver zoeken. Op straat komen om te protesteren (of om te vernielen) kan ook gewoon leuk zijn. Het enige wat men nodig heeft om op straat te komen is een voorbeeld, een aanleiding, een excuus en de belofte van opwinding. Natuurlijk helpt een atmosfeer van ontevredenheid, het gevoel van ‘being screwed’. Nogal wat jongeren zijn heel ontevreden dat ze naar school moeten gaan, en een verdubbeling van het Onderwijsbudget zou daar niet veel aan veranderen. 

 

* Het stuk van Ferugusson kan hier worden opgehaald. 

 

 


De krant lezen, met de chatbot naast je

     Een uitgebreid stuk over Bouchez en de BTW-verhoging in De Standaard (13/10). In de eerste kolom lees ik dat de BTW-harmonisering van 6 en 12 % tot 9 % en de stijging van 21 naar 22 procent een opbrengst zou geven van 2,5 miljard euro. In de tweede kolom wordt verwezen naar een studie van het Planbureau uit 2016 die de opbrengst van een BTW-verhoging van 1 procentpunt op 80 miljoen euro schat. 80 miljoen versus 2,5 miljard … vroeger zou ik boos geworden zijn op de journalist die dat verschil niet uitlegde. Nu vraag ik het aan ChatGPT en in één seconde weet ik het antwoord. 



 

Nobelprijs economie

    Telkens als er een ‘Nobelprijs’ Economie wordt toegekend, probeer ik een heel klein beetje te begrijpen welke ontdekking de winnaar of winnaars van dat jaar hebben gedaan. Dit jaar ging de prijs naar Robert E. Hall en Michael Woodford. Ze worden beschouwd als de grondleggers van de Nieuw-Keynesiaanse school, en als de naam Keynes valt, worden wij, van de Oostenrijkse school, achterdochtig.

     Keynes, dat is bekend, legde graag correlaties tussen globale grootheden, met als bekendste voorbeeld het overband tussen inflatie en werkloosheid: hogere inflatie leidt tot lagere werkloosheid en omgekeerd. Maar werkloosheid is een kwestie van miljoenen individuele beslissingen van bedrijven, van werknemers en van werklozen. En hier komen de Nieuw-Keynsianen op het toneel door die individuele beslissingen nader te bekijken, vooraleer ze op te tellen tot globale grootheden.

     Hall, met name, werkte verder op een hypothese van Milton Friedman: die van het ‘permanente inkomen’. Mensen baseren hun uitgaven niet zozeer op hun inkomen – de tering naar de nering zetten – maar op hun verwacht inkomen op langere termijn. Hall formuleerde de hypothese preciezer, zodat ze statisch kon worden getoetst. Om de toekomstige consumptie te voorspellen moet je kijken naar de huidige consumptie, niet naar het huidige inkomen, omdat de huidige consumptie al rekening houdt met het verwachte inkomen. Of preciezer: de huidige consumptie voorspelt de toekomstige consumptie; het huidige inkomen verbetert die voorspelling niet. En of dat waar is kan worden nagegaan aan de hand van statistieken uit het verleden waarin de evolutie van de consumptie en van de inkomens met elkaar worden vergeleken (samen met veel andere gegevens).

     Volgende maand gaat mijn vrouw met pensioen. We verwachten een daling van ons gezamenlijk inkomen. We zijn nu al onze consumptie aan het aanpassen. Maar omdat we helaas niet helemaal rationeel zijn, en niet zo goed in cijferen, zullen we het toch eerst moeten ondervinden welk consumptieniveau bij ons nieuwe inkomen past, door onze zichtrekening in de gaten te houden. Het model van Hall is ingenieus, maar mijn vrouw en ik passen er niet helemaal in. Maar dat er in de samenleving veel zulke misfits rondlopen, dat zal de econoom ook wel geweten hebben. 

     Een andere vraag is of zo’n ontdekking praktisch nut heeft. Kan de overheid er conclusies uithalen over het afbouwen, het uitbreiden of het verfijnen van staatsinterventie in de economie? Of is het meer iets zoals ontdekkingen in de fysica die ons –  dat wil zeggen een handvol geleerden die slim genoeg zijn om ze te begrijpen –  beter inzicht verschaffen in de bouwstenen van de natuur? Dát weet ik niet. 



Trump in het museum

     ‘Democratisch activisme,’ schrijft Ian Buruma (DS 13/10) ‘wekt in sommige kringen weerzin, maar Republikeins activisme maakt mensen bang.’ Die formulering zal ik onthouden, en er af en toe aan terugdenken. Verder schrijft Buruma:

 

Diverse nieuwsorganisaties zijn voldoende door Trump geïntimideerd om kritische verslaggeving of zelfs amusement in te binden. CBS … heeft een flinke ruk naar rechts gemaakt.

 

      Mijn indruk is dat de intimidaties van Trump goed gedocumenteerd zijn, maar dat die niet zoveel verschil gemaakt hebben in de overwegend kritische verslaggeving over de clowneske en boosaardige president. Dat is ook wat ChatGPT mij vertelt.

     Prachtig vind ik in elk geval het wetsvoorstel van Congreslid Jamie Raskin om ‘voorwerpen die verband houden met de narcistische zelfverheerlijking van de president’ te verzamelen te bewaren. Het voorstel heeft officieel de Preserving and Remembering the History of Trump and other Tyrants Act.

     Misschien kunnen mensen binnen 50 jaar niet geloven dat Trump echt bestaan heeft en dat hij echt president is geworden. Ik kan het zelfs nú moeilijk geloven; wat moet dat binnen 50 jaar worden? Dan komen musea en archieven goed van pas kunnen om hun volksopvoedende rol te pelen. Wat zeker niet mag ontbreken in die Trump-musea zijn wassen beelden van de president. Die zullen geloof ik altijd griezeliger blijven dan die doorschijnende holograms. 


 

 

Peter Van Straaten

     Dagelijks zie ik tientallen prenten van Peter Van Straaten op mijn FB-pagina verschijnen. Ik heb het algoritme zo afgericht. Pas onlangs heb ik ontdekt dat de tekeningen beter tot hun recht komen als je ze voldoende uitzoomt. Er bestaat voor tekeningen en schilderijen een juiste schaal. Uitgezoomd zijn de gezichten van Van Straaten beter getekend dan je eerst zou denken. Ook op de scheurkalender zijn de tekeningen te klein afgedrukt.

 

 

 

Jean-Marie De Decker en de BTW   

     Ik was erg verguld met de tussenkomst van Jean-Marie De Decker over de BTW-verhoging. Ik heb verschillende keren hardop gezegd: ‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Jean-Marie is tegen alle federale belastingverhogingen. Maar als er dan toch belastingverhogingen nodig zijn – vanwege het politieke compromis – dan liever op consumptie dan op arbeid en ondernemen. 

     

 

zondag 11 oktober 2026

Hedebouw en het geweld, e.a.


 Hedebouw en het geweld
      Ik kan er eerlijk gezegd niet goed tegen dat Theo Francken spreekt over de ‘antifa-stoottroepen van Hedebouw en Joske D’haese.’ Zonder mij te moeien met ordehandhaving, en met welk type rubberkogel de politie moet gebruiken, ga ik ermee akkoord dat de schaal van de vernielingen een krachtig politioneel optreden rechtvaardigen. Maar die gewelddadige actievoerders in Luik en Brussel zijn géén PVDA-militanten die hun orders ontvangen hebben van Hedebouw en D’haese. Daar ben ik zeker van, en Francken legt geen bewijzen van het tegendeel op tafel. 

     Dat neemt niet weg dat de PVDA een dubbelzinnige houding heeft tegenover de straatrellen. De partij blijft impliciet vasthouden aan haar theorie van ‘gerechtvaardigd massageweld.’ Raoul Hedebouw moest in de Zevende Dag een keer of acht antwoorden op de vraag of hij zich distantieerde van het geweld op de scholierenbetogingen. Natuurlijk distantieerde hij zich van de amokmakers, maar het échte geweld, zei hij, kwam van het systeem dat het onderwijs kapotbespaard had. En als marxist was hij tegen anarchistisch geweld. Hij was ook tegen individueel geweld. En men moest eens stoppen, zei hij, met altijd zeuren over het geweld: het moest gaan over de gerechtvaardigde eisen van de jonge mensen. 

     Mijn vrouw zat naast mij. Zij is eind de jaren ’70 nog  lid geweest van de Kommunistische Partij voor ze naar de PVDA overstapte. ‘De KP kon dat beter,’ zei ik, ‘afstand nemen van geweld bij betogingen.’ ‘Ja, zei ze, maar die waren écht tegen dat geweld. Die waren van de strekking kalm-en-waardig.’

 

 

Woningongelijkheid

      Wanneer koning Boudewijn buitenlandse gasten had, vermeldde hij trots dat de meeste van zijn onderdanen een eigen woning bezaten. Hij had de cijfers in een schriftje genoteerd, en die cijfers zijn ondertussen nog altijd gunstig. 70 procent van de Belgen is eigenaar van een woning en slechts 30 procent moet huren. Maar het kan natuurlijk nog altijd gelijker*.

     De Vlaamse socialisten hebben ontdekt dat er in ons land 11.000 mensen zijn die tien of meer woningen bezitten. ‘Vrienden van mij,’ zegt Kamerfractieleider van Vooruit, Oskar Seuntjens,’ doen keihard hun best om een appartementje te kunnen huren … Tegelijkertijd kopen multimiljonairs in ons land niet hun tweede of hun derde woning, maar zelfs hun tiende, elfde of twaalfde … Het is écht tijd om die ongelijkheid aan te pakken.’

     Dat is een mooi voorbeeld van wat Lenin ‘agitatie’ noemt. In een propagandabrochure geef je eenzijdige cijfers en kromme economische redeneringen om de denkende medemens te verleiden, maar om de massa te bewerken moet het allemaal eenvoudiger. Dan moet je aan ‘agitatie’ doen: geen dorre statistiek, maar voorbeelden die de verbeelding aan het werk zetten. Bij rijken die tien of twintig woningen bezitten denk je onwillekeurig aan een multimiljonair die van zijn ene luxe-appartement naar het andere trekt, en van zijn ene villa-met-zwembad naar de andere - en die nooit ergens tevreden zijn.

     Die grootvastgoedbezitters – 0,01 procent van de bevolking – zijn in werkelijkheid vooral verhuurders, die de vrienden van Oskar Seuntjes tegen betaling aan een appartementje helpen. Wat wil Seuntjes nu: dat die appartementjes onteigend worden en geschonken aan zijn vrienden? De grond aan degenen die ze bewerken, de appartementen aan degenen die ze bewonen! Dat zou ook een mooie agitatie-slogan zijn.

     Maar sociaal-democraten gaan natuurlijk zover niet. ‘Seuntjes grijpt de cijfers niet aan,’ schrijft Het Nieuwsblad, ‘om concrete maatregelen op tafel te leggen.’ De bedoeling is dus meer om een gezicht te geven aan de sterkste schouders – ai, nu raak ik zelf verstrikt in mijn metaforen – en de sterkste-schoudersretoriek moet verantwoorden dat álle rijken wat zwaarder belast worden. Als men speciaal de vastgoedbezitters zou treffen met extrabelastingen zou dat wel eens de woningmarkt kunnen verstoren, en waar staan de vrienden van Seuntjes dan?  


* Een van de ongelijkheden betreft de leeftijdscategorieën. Toen ik 37 was kochten mijn vrouw en ik een huis, waarvoor we een flinke lening moesten aangaan. Toen ik 67 was kochten we, alweer met een flinke lening, een appartement aan zee. Mijn zoon die 28 is moet nog altijd huren. 



Emotioneel anti-semitisme

     Niet alle antizionisme is antisemtisme, en niet alle antisemitisme is even erg, maar soms denk ik dat ik te veel nuanceer. Bij een FB-vriend lees ik een bespreking van de geëngageerde Palestijnse film No Other Land. Ik citeer: ‘En ja, niet alle joden zijn klootzakken, maar alle klootzakken die zich inlaten met landroof op de Westbank – waarover de film gaat, zijn wel joods.’ Dat is al vrij grof. En hij voegt er eerlijk aan toe: ‘Het wordt niet bepaald gemakkelijker om niet antisemitisch te denken.’ 

 



zaterdag 10 oktober 2026

Boudry over zijn Oekraïne-reis


     Maarten Boudry heeft vorige maand een bezoek gebracht aan Oekraïne. Hij was door Joris Luyendijk uitgenodigd om deel te nemen aan een Nederlandse solidariteitsdelegatie. Met Luyendijk had Boudry al vinnige meningsverschillen gehad in het kader van de zogenaamde culture war, maar vergeleken met een echte oorlog wordt een woordentwist uitgevochten in krantenkolommen al snel een bagatel. Als polemisten mogen we blij zijn, schrijft Boudry ongeveer, dat we in een vrije samenleving wonen waar culture wars überhaupt worden toegelaten. Hear, hear.

     Over zijn reis heeft Boudry nu een essay gepubliceerd in Quilette*. Het is een leerzame mengeling van impressies, van eigen beschouwingen en van gemoedelijke gesprekken die hij met mensen ter plaatse heeft gehad. Oekraïners hebben als richtlijn gekregen, schrijft een Franse journaliste, om in hun contacten met West-Europeanen zich van hun beste kant te laten zien: nooit klagen, nooit hysterisch doen, altijd dankbaar zijn. Een heel verstandige richtlijn, en het heeft dan ook enkele dagen geduurd voor Boudry frustraties begon op te merken over het gebrek aan Westerse steun.

      Boudry heeft gesproken met heel verschillende soorten mensen, zowel bij officiële gelegenheden, als bij toevallige ontmoetingen op de trein. Enthousiaste techneuten vertellen hoe ze drones ontwerpen. Een pacifist, die nog Ghandi had vertaald, legt uit hoe hij zich uiteindelijk bij het leger aansloot toen hij zag welke moeite anderen deden om zich aan de dienst te onttrekken. Een meisje vertelt dat ze het daten heeft opgegeven omdat de overblijvende jongemannen van het soort zijn die het vechten aan anderen overlaten. Nog iemand spreekt zijn ergernis uit over degenen die de mond vol hebben over hun engagement aan het ‘informatie-front’, het ‘economisch front’, of welja, het ‘academisch front’. Die ergernis begrijp ik. De economische en academische bijdragen kunnen belangrijk zijn om de oorlog te winnen, maar het is beter om daar het woord ‘front’ niet voor te gebruiken, uit respect.

     Wat Boudry hoort en ziet nodigt hem uit tot zelfbeschouwing: hoe zou hijzelf reageren als er voor de liberale vrijheid moet worden gevochten, niet met de pen, maar met het zwaard, dat, ondanks het gezegde, soms krachtiger is dan het eerste? Die zelfbeschouwing noopt tot nederigheid. Hij wil de Oekraïners de les niet lezen, ook niet als ze bijvoorbeeld Russische literatuur verbieden. Hij noteert eerbiedig de uitleg waarom ze dat doen**. En hoe onbelangrijk dat is vergeleken met het grote, existentiële gevecht tegen de Russische aanvalsmacht.

     De eerbied en het ontzag voor alles wat de Oekraïners presteren maakt dat het reisverslag gaat lijken op die van de westerse fellow travellers die indertijd Rusland, China of Cuba bezochten. Ze voelden zich klein en nietig in de nabijheid van de heldhaftige prestaties die ze aanschouwden***. Nu was ongeveer alles van wat de fellow travellers vertelden gelogen of verkeerd geïnterpreteerd, en bijna alles van wat Boudry vertelt, ik twijfel er niet aan, zal ongeveer de waarheid zijn. Ook heeft hij vrij kunnen praten met iedereen, zonder tolk, gids of functionaris in de buurt. Maar de toon is te beaat. Ik vraag mij af hoe Karel van het Reve zo’n reisverslag zou hebben aangepakt. Hij zou over de Russische agressie en de moed van de Oekraïners niet anders hebben gedacht dan Boudry. Maar hij zou er, geloof ik, anders over hebben geschreven. 

 


 

 

* Het essay staat ook hier.

** Het is waar dat je, als je wat zoekt, botte racistische uitspraken over de Oekraïners en andere volkeren vindt bij auteurs als Lermontov, Poesjkin, Gogol en zelfs Joseph Brodsky, alhoewel het bij die laatste niet helemaal duidelijk is of het om ironie gaat of niet. Zie hier.

*** Zelfs Harry Mulisch vond van zichzelf dat hij in alle nederigheid alleen ‘het woord’ bij ‘de daad’ voegde. 

  

 

Overlastplegers in Antwerpen

     De Standaard (8/10) bericht over een interne nota van de korpschef van de Antwerpse politie, Serge Muyters. Hij vraagt dat men overgaat tot bestuurlijke arrestaties wan overlastplegers ook als ze op dat moment geen aanleiding daartoe geven. Daarmee worden mensen bedoeld die opgenomen zijn in een app van de politie omdat ze bekend staan voor openbare dronkenschap, druggebruik, vechtpartijen, bedelarij, vuilstorten, lastig vallen van voorbijgangers enzovoort. 
     De richtlijn is geïnspireerd door het kabinet van burgemeester Els van Doesburg. ‘Onze doelstelling is dat Antwerpenaren niet worden lastiggevallen door agressieve, aanklampende (vaak illegale) lavelozen,’ zegt een woordvoerder. ‘Volgens het kabinet,’ schrijft De Standaard, ‘trof de politie de voorbije weken tbc, schurft, een een vleesetende bacteren aan tijdens verschillende acties.’
      Het zal altijd een delicate oefening blijven: het evenwicht bewaren tussen ‘vrijheid’ en ‘law and order,’ het recht van iedereen om te gaan en staan waar hij wil, en het recht van de brave burger om zich veilig te voelen. De kwestie wordt wel eens aangeraakt in Amerikaanse films over de jaren 30: hobo’s met een pet of slappe hoed op, die door de politie worden achternagezeten terwijl ze op dat moment geen misdaad hebben begaan, behalve dan de victimless crime van zich in een goederentrein te verstoppen om gratis mee te reizen.
     Aan de andere kant, men begrijpt waarom de ordehandhavers in die materie graag zelf ook wat vrijheid hebben om preventief op te treden. Moeten ze echt wachten tot met geijkte procedures is vastgesteld dat de de have- of laveloze weer een burger heeft lastiggevallen? Wat als deze have- of laveloze zich koest houdt zolang de politie zichtbaar in de buurt, en daarna weer in zijn storende gedrag vervalt? De Standaard van de dag erop (9/10) laat buurtbewoners aan het woord die opgelucht zijn dat er iets gebeurt, dat er ‘een grens getrokken wordt’, en dat de veiligheid ‘iets beter’ is geworden.
     Natuurlijk zit er nog altijd een interne paradox in zo’n preventieve arrestatie. Als men een moderne landoper zonder directe aanleiding voor 12 uur kan opsluiten, kan men hem dan na zijn vrijlating, als hij een tiental meter verder gewandeld is, niet opnieuw zonder directe aanleiding opsluiten? Hij voldoet immers nog altijd aan de richtlijnen voor administratieve arrestatie. Maar in de praktijk zal men het wel zo ver niet drijven., 
     Terwijl ik het moeilijk heb om hier een standpunt in te nemen, en eigenlijk overhel naar law and order, heeft Karel Verhoeven geen moeite om resoluut voor het andere kamp te kiezen. Misschien helpt het dat de maatregel een N-VA-stempel draagt. Hij hekelt het gebrek aan wettelijk kader. Het Antwerpse beleid zou volgens hem de herinvoering van de oude wet op landloperij verreisen. Ik weet niet of dat waar is en of men een aanhouding van 12 uur kan gelijkstellen aan een langdurige opsluiting in Merksplas.
     Verder schrijft Verhoeven de Antwerpse burgermeester de waangedachte toe dat de overlastbezorgers ‘na 12 uur cel rap zullen veranderen.’ Dat zou zeker een illusie zijn. Maar geldt dat ook niet voor de oplossing die hij zelf suggereert: meer hulpverlening?  

Hoe het leven waar die mensen aan lijden weer een beetje rechter te trekken, de hardnekkige verslavingen, de jaren van miserie, geestelijke en lichamelijke ziektes, armoede, isolement, dat is niet meer aan de orde. 

 

     Tegen die hulpverlening als wonderzalf zijn veel bezwaren in te brengen. Een van die bezwaren heeft Verhoeven in een vorige alinea vermeld, waar hij de overlastplegers karakteriseert als ‘mensen die elke hulpverlening weigeren.’

 

 

The Girl Math van de Vlareg

     Een krant kan zijn opiniestukken laten schrijven door experten, ideologen, of ervaren scribenten. De Standaard heeft daar de categorie ‘Jong talent’ aan toegevoegd, voor de ruriek ‘De mening’.  Jong zijn die mensen zeker, en getalenteerd ook: ze schrijven stukken die ik op hún leeftijd zeker niet had kunnen schrijven. Maar je merkt snel dat ze nog niet zo heel lang geleden opstellen schreven voor het vak Nederlands.
     Een van de jonge talenten is Nona De Dier. Iedere keer dat er van haar een stuk staat, lees ik het tekstje onder haar naam: ‘Nona behaalde in 2023 een diploma rechten en studeert momenteel taal- en letterkunde (Duits-Zweeds) aan de UGent.’ Ik denk dan: dat is iemand als ik. Na mijn eerste masteropleiding, heb ik mij ook aan een tweede gewaagd.
     In haar laatste stuk (DS 6/10) beweert Nona dat de Vlaamse regering aan girl math doet. Ik kende dat begrip niet, maar ik krijg de bijhorende uitleg: ‘de mentale bochten waarin jonge vrouwen zich wringen om hun irrationele uitgaven te legitimeren.’ Ze vindt dat begrip ook toepasbaar op Diependaele en zijn discipelen omdat ‘de aangekondigde besparingen op veel vlakken alleen te verklaren zijn aan de hand van irrationaliteit.’ Maar dat is een foute vergelijking: er is juist heel rationeel om te proberen een begroting in evenwicht te brengen, al is - toegegeven - elke besparing die men doorvoert niet noodzakelijk rationeler dan een andere die men had kunnen doorvoeren.

De begroting is een instrument, en geen doel op zich, schrijft Nona nog. Of om in de Bijbelse retoriek te blijven: de sabbat is er voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’  

      Het is juist dié retoriek die heel sterk aan girl math doet denken. De bankrekening is er voor de mens, niet de mens voor de bankrekening. Vergeet het rode cijfer aan het einde van de maand, je hebt die nieuwe schoenen nodig. ‘Susan neeeeds things,’ zei mijn Amerikaanse neef schertsend als hij over zijn vrouw sprak.
     Daarnaast roept Nona heel even het beeld op van de regering als ‘een schraapzuchtige trol gezeten op een berg geld’. Ook dat beeld behoort tot het wereldbeeld van de girl math-adepte.  Weg met de schraapzucht. Geld moet rollen. Je leeft maar een keer.
     Nona geeft toe dat dat beeld van de staat als schatrijke trol eigenlijk niet klopt, maar in haar beeldspraak schemert een volstrekt irrationele angst door dat de regering, als ze maar even kon, massa
’s geld zou willen oppotten in de nationale schatkist. Ik kan haar geruststellen: moderne staten potten nooit geld op, ze zitten nóóit op een berg geld, ze zitten op een ándere berg.

     Het stuk van Nona heeft ook een rationele kern. Sómmige uitgaven van de staat kunnen inderdaad ook inkomsten genereren. Maar juist dat argument gaat heel snel over in girl math*. Als de subsidies aan de het filminvesteringsfonds Screen Flanders stopgezet worden, hoor je heel snel dat dat geld ‘incentives voor de industrie’ zijn en dat het ‘zichzelf terugbetaalt.’ (DS 6/1). Ik koester het grootste wantrouwen tegenover die redenering**.
     Ook wijst Nona op de andere mogelijkheid om een begroting in evenwicht te brengen: meer belastingen. Daarover heb ik laatst zelf ook iets geschreven***. Mooi is echter de manier waarop Nona het formuleert.


Zo suggereert recent onderzoek dat een overheid die wil saneren, dat beter via belastingverhogingen doet, in plaats van te bezuinigen … dan hoeft de oefening niet zo pijnlijk**** te zijn als deze. 

     Het mooie is is hier de naïeve formulering recent onderzoek suggereert dat … Dat niet nader vernoemd recent onderzoek zal zeker bestaan, naast heel oud onderzoek dat hetzelfde beweert. Zoals er ook recent en oud onderzoek bestaat dat het tegenovergestelde beweert. De formule ‘recent onderzoek’ suggereert echter iets wat helemaal niet het geval is: dat een team van onderzoekers een nieuwe ontdekking gedaan hebben die oude paradigma’s helemaal door elkaar heeft geschud. 

 

* Een ander geval waar men snel vervalt in girl math is dat van regeringen die al te fel rekenen op terugverdieneffecten of die de kostprijs van openbare werken onderschatten. 

 

** Bij een vorige besparingsronde in het cultuurwezen heb ik enkele bedenkingen geformuleerd: hier en hier. Over de economische voordelen van cultuursubsidies schreef ik dit: ‘Cultuur zorgt voor tewerkstelling, zei ze, en die tewerkgestelden betalen belastingen. Daar kwamen nog eens de ‘indirecte’ gevolgen bij. Mensen gingen naar het theater en bezochten daarna een café. Dat lijkt mij een foute redenering. Als we belastingen betalen om het toneel te ondersteunen, en als de mensen daarna een glas drinken op café, is dat allemaal geld dat ze niet kunnen gebruiken om op Zalando een paar nieuwe schoenen te bestellen. Op die manier vermindert de tewerkstelling in de schoenenindustrie en bij Zalando. Het is de oude parabel van het gebroken venster. Nu kun je het fijner vinden om in een maatschappij te leven waar we meer belang hechten aan cultuur, dan aan schoenen.  Maar dát is een heel andere zaak.’

 

 *** Over besparen of belasten: zie mijn recente stukje hier.


****
Wat pijnlijker is, laat zich moeilijk objectief meten. Is het voor mij pijnlijker als ik door nieuwe belastingen 100 euro minder pensioen krijg, dan wel als ik verneem dat archieven, waar ik geen gebruik van maak, moeten sluiten? Zeker is dat mensen die een netto-loon of uitkering op hun rekening gestort krijgen minder pijn lijden door een belastingverhoging dan een middenstander die een deel van zijn inkomsten zelf moet storten aan de staat.

 

 

vrijdag 9 oktober 2026

'Ras bestaat niet'


‘Ras bestaat niet’
      Op de opiniepagina’s van De Standaard (2/10) stond een groot stuk geschreven door vier biologische experts onder de titel ‘Ras bestaat niet, behalve als sociale constructie.’ Het is in de eerste plaats een les in genetica. Daar valt niets op aan te merken. Het stuk vat goed samen wat ik elders over de zaak gelezen heb, en helpt me om het beter te begrijpen. Maar het stuk heeft ook een polemische inslag. Hier en daar valt een beledigend woord. Cofnas wordt een ‘rassenfabulist’ genoemd en professor Mortier heeft een formulering gebruikt ‘waar een geneticus achterover van valt.’ Zoiets valt ruim binnen de grenzen van het welvoeglijke, evenals de andere kunstgrepen waar – zij het matig – gebruik van wordt gemaakt: een milde stropopredenering, een vage veralgemening, een sluwe suggestie en een gemakzuchtige verzwijging. Niemand kan het de polemisten kwalijk nemen dat ze – zij het matig – gebruik maken van die kunstgrepen. En niemand zal het hopelijk kwalijk nemen dat ik op die kunstgrepen wijs.
     Professor Mortier heeft inderdaad de claim van Cofnas en Co over IQ-verschillen tussen ‘rassen’ ongelukkig geformuleerd door te spreken van ‘verschillende huidskleur’. De experts antwoorden dat huidskleur eigenlijk alleen te maken heeft met de hoeveelheid zonlicht in de streek waar iemands verre voorouders leefden. We mogen veronderstellen dat Mortier dat ook wel wist, maar in een informeel praatje een wat korte bocht nam. 
     Verder, en meer ten gronde, leggen ze uit dat er maar één menselijke soort bestaat, dat we binnen die ene  soort alleen verschillende ‘populaties’ kunnen onderscheiden, dat die populaties, gedeeltelijke verschillen in DNA vertonen, dat die gedeeltelijke verschillen geen scherpe begrenzing toelaten, en dat de variatie binnen de populaties groter is dan die tussen de populaties onderling. Dat zijn allemaal stellingen die niet alleen onweerlegbaar zijn, maar ook pertinent in de discussie. 
     De conclusie die uit al die stellingen volgt is deze: ‘Ras bestaat niet’ en ‘afkomst is een statistische reconstructie.’ Het tweede deel van de conclusie is scherp en precies, maar het eerste deel lijkt mij een vage veralgemening, zoals ‘de vrije markt bestaat niet’, of ‘de oorlog in Gaza was disproportioneel, of ‘de anti-Israël protesten zijn antisemitisch.’ Zelfs als die conclusies juist zijn, dekken ze niet de volledige feiten, noch de redenering die eraan voorafgaat.
     Ter illustratie verwijs ik Charles Murray’s Human Diversity waar de auteur uit de statistische reconstructie een tegenovergestelde – en in zekere zin evenmin gefundeerde conclusie trekt: ‘ras bestaat wel.’ Murray vertrekt van de genetische analyse uitgevoerd door Li, Absher, Tang, et al. (2008). Je stopt allerlei gegevens van het Human Genome Diversity Project in een de computer en dan vraag je die onbevooroordeelde computer om de gegevens op te delen in een aantal (K) clusters volgens afkomst en zonder al te veel mengvormen. Het resultaat is het volgende

 2 K:    Zwart Afrika,  Oost-Azië

3 K: + ‘Kaukasisch gebied’

4 K: +  Amerika (oorspronkelijke bewoners)

5 K: + Oceanië 

6 en 7 K: ‘Kaukasisch gebied’ valt uiteen in
                            Europa

                            Midden-Oosten en Noord-Afrika

                            Centraal- en Zuid-Azië

 

      Die zeven groepen die de computer onderscheidt lijken redelijk goed overeen te komen met wat Murray noemt de categorieën van ‘self-identified race and ethnicity.’ Ze komen te goed overeen om de thesis ‘ras is alleen maar een sociale constructie’ zonder meer aan te nemen. Maar anderzijds zijn er in de zeven groepen te veel mengvormen en overlappingen om ‘ras’ tot een onwrikbare biologische realiteit te verheffen. 
     En uiteraard kun je de computer ook een om een opsplitsing in 12, 33, of 79 groepen vragen. Je kunt, lees ik bij Murray , de analyse blijven verfijnen. Als je de Europese bevolking analyseert met 100 of 1000 genetische kenmerken blijft ze homogeen, maar met 100.000 kenmerken ontstaan redelijke grenzen om Italianen, Spanjaarden, Duitsers en Roemenen af te zonderen, terwijl bijvoorbeeld de grenzen tussen Britten, Nederlanders, Zweden en Ieren redelijk vaag blijven. Enzovoort.

     Met hun uitleg over ‘ras’ hebben de experts in zekere zin een stropop bevochten: een onnauwkeurige formulering van professor Mortier, en een stelling die academische rassenrealisten niét verdedigen. Het pleit voor de experts dat ze dat beseffen en dat ze ook een sterkere versie van de bestreden stelling onder handen nemen. Ze schrijven:

 

Daarmee is de centrale claim van de rassenrealist, of liever rassenfabulist, nog niet helemaal van tafel. Hij of zij kan immers antwoorden: laat die grove categorieën als ‘zwart’ en ‘wit’ dan achterwege en vergelijk beter omschreven populaties. Kunnen verschillen in gemeten intelligentie tussen zulke populaties dan wel deels genetisch zijn?

 

      Ook in dat verband brengen ze een aantal onomstreden bevindingen in herinnering. Dat intelligentie niet alleen afhangt van genetica, maar ook van omgevingsfactoren. Dat de bewezen erfelijkheid van intelligentieverschillen binnen de populaties niet bewijst dat de intelligentieverschillen tussen populaties óók erfelijk zijn. Dat er weinig doorgedreven genetisch onderzoek bestaat over Afrikaanse populaties, waar de variatie heel hoog is. En ten slotte: dat de genetische component van intelligentie onnoemelijk complex is. Daarom besluiten ze:

 

Het eerlijke wetenschappelijke antwoord is niet dat genetische verschillen tussen populaties onmogelijk zijn. Wel dat we niet weten of ze bestaan, hoe groot ze zouden zijn of in welke richting ze zouden werken. 

 

     De hele tekst suggereert iets anders, maar mij lijkt het dat de auteurs hier wezenlijk hetzelfde zeggen als wat professor Mortier zei: ‘dat de uitspraak vals is, is nooit aangetoond. En het tegendeel, dat ze waar is, ook niet.’ In tegenstelling tot de algemene suggestie die hun tekst kleurt, schrijven de experts hier dat de wetenschap het (nog) niet weet.

     Nu is het op zich redelijk om deze onwetendheid als argument te gebruiken tegen de ‘rassenfabulisten’. ‘De claim aan de basis van het hele debat,’ schrijven de experts,  ‘vindt in de genetica geen steun.’ Maar daarmee wordt een ander type onderzoek verzwegen dat wél in de richting wijst van een genetische basis voor groepsverschillen in IQ. The Bell Curve (1994) indertijd trok de aandacht op het vrij grote verschil in IQ-testresultaten – 10 à 15 procent om het wat eenvoudig uit te drukken – tussen Amerikanen van Europese en Afrikaanse afkomst**. 

     De cijfers die de Bell Curve citeerde waren onweerlegbaar, en de auteurs ondernamen een uitgebreide poging om ze statistisch te analyseren.  De mogelijke bias van de IQ-test werd onderzocht. De sociale, culturele en andere factoren die de testresultaten konden beïnvloeden, werden een voor een onderzocht en uit de cijfers gefilterd. De auteurs concludeerden dat een genetische component waarschijnlijk, maar niet bewezen was. 

     Op de argumentatie van de Bell Curve is veel en grondige kritiek gekomen, maar lang niet alles werd onomstotelijk of volledig weerlegd, zodat mensen als Cofnas nog altijd op dat soort onderzoek – en het moderne vervolgonderzoek – kunnen voortbouwen om hun eigen constructies op te zetten. Of ze daarin te voortvarend zijn, of meegesleept worden door vooroordelen, kan ik niet inschatten. Ik beweer alleen dat hun hypothese – misschien is het voor hen een dogma – niet alléén afhangt van het biologisch-genetisch onderzoek.

     Achteraf beschouwd hebben de auteurs van de Bell Curve zich over minstens één zaak grondig vergist. Ze voorspelden dat hun IQ-onderzoek binnen enkele decennia achterhaald zou worden door de biologische genetica. Het is niet zo gegaan. Het menselijk genoom blijkt ingewikkelder in elkaar te zitten dan ze hadden gedacht. 

  

 

* Over professor Mortier, zie mijn stukje hier.

** Uiteraard is er ook een gemeten IQ-verschil tussen de Afro-Amerikanen en de Afrikanen in Afrika. Bij die laatste kan met grote zekerheid aangenomen worden dat de sociale omstandigheden – o.a. de armoede – een zeer grote rol spelen. Tussen haakjes: de genetische variatie tussen de Afro-Amerikanen is veel minder groot dan die onder de Afrikanen op het Afrikaanse continent.  


 

 


woensdag 7 oktober 2026

Scholierenprotest, e.a.

 


De scholierenstakingen
     Radicaal-links schijnt heel actief te zijn in het huidige scholierenprotest. In Frankrijk is dat La France Insoumise, en Wallonië is het Redfox, de jongerenorganisatie van de PVDA. De jonge Waalse stakers leggen in Le Soir mooi de rol van radicaal-links uit: ‘Ze geven ons informatie.’ Zo is dat. Als je aan het staken bent, wil je graag informatie krijgen waaróm je staakt. En het is de taak van de communisten om die informatie te verstrekken. Ik heb het altijd zo geweten. Helaas, toen mijn vriendjes en ik staakten tegen het plan-Vanden Boeynants duurde het tot een week na de staking voor we met de Kommunistiese Jeugdbond een brochure klaar hadden die uitlegde waarom we gestaakt hadden. 
     Wat zijn vandaag de redenen om te staken. In de krant van vandaag (DS 7/10) lees ik  over mistanden als ‘uitgebluste leraren voor de klas, vakken die afwisselend door twee verschillende leerkrachten gegeven worden omdat anderen hun baan verloren, klassen met dertig of meer …’ Die klassen van ‘dertig of meer’ vind ik ook beangstigend. Ik heb in mijn hele loopbaan maar één keer een klas gehad van 33 leerlingen. Meestal had ik in mijn aso-klassen tussen 20 en 26 leerlingen. Mijn tso-klassen waren gemiddeld kleiner. Ondertussen heeft ChatGPT mij uitgelegd dat dat die  ‘dertig of meer’ in Wallonië verwijst naar het wettelijke maximum aantal leerlingen in een aso-klas in de derde graad: 32. 
     Zijn de klassen in Wallonië ook werkelijk groter dan in Vlaanderen? In het lager onderwijs zijn ze iets kleiner, in het middelbaar iets groter. Vlaanderen heeft in het middelbaar 7,8 leerlingen per leraar, Wallonië heeft er 8,4. Die leraren in het middelbaar hebben een opdracht van 20 of 22 lesuren.  Na wat doorvragen concludeer ik dat een Waalse aso-klas in de derde graad gemiddeld ongeveer 2 leerlingen meer telt dan de groepen waar ik les aan gaf. Als die leerlingen zich een beetje gedragen is dat geen ramp. Ondertussen is het best mogelijk dat de stakende scholieren iets kleinere klassen willen om zo meer en beter te kunnen leren. Dan heb ik sympathie voor hun eis.
     En in Frankrijk? Ik ga mijn ChatGPT-krediet niet opgebruiken om precies te achterhalen wat dáár allemaal de grieven zijn. In een van de eerste stukken in De Standaard vertelden Franse scholieren dat ze de druk niet meer aankonden: de selectie was te streng, de examens te moeilijk en de schooldag duurde van 8 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds. Dat laatste moet dan in sommige scholen zijn waar het lesrooster heel slecht georganiseerd is want de Franse scholieren – ik heb het toch maar eens opgezocht – hebben ongeveer evenveel lestijd als de onze : 1680 minuten per week tegenover 1600 in Vlaanderen.
     Nu, misschien zijn dat ook de echte grieven niet. Hier en daar lees ik iets over ‘onvoldoende middelen’ voor het onderwijs. Volgens Frank D’hanis zou het kunnen liggen aan de discriminatie: de wetenschapscores van kinderen uit de lagere klassen zijn slechter dan die van de hogere klassen, en dat verschil wordt voor 13,5 procent verklaard door de socio-economische achtergrond. Als dat geen stakingsgrond is! Volgens Joren Vermeersch mogen we het islamitisch-communautair element niet vergeten: maghrebijnse jongeren die hun misprijzen willen etaleren voor Frankrijk, Franse waarden en het Franse onderwijssysteem. Zou dat kunnen meespelen? Scholieren die staken om, ik zeg maar iets, Palestina te helpen**.
     Ik hoop in elk dat er in Frankrijk geen doden vallen. Wat zouden de Iraanse autoriteiten dan zeggen? Op 4 oktober klaagde de Iraanse woordvoerder van Buitenlandse Zaken al ‘het brutale en disproportionele politiegeweld’ in Frankrijk aan. En op 6 oktober werd de Franse ambassadeur in Teheran om dezelfde reden op het matje geroepen. Toegegeven, Frankrijk heeft ook kritiek gegeven toen de Republikeinse Garde in Iran enige tijd geleden enkele tienduizenden jongeren doodschoot en terechtstelde. 

 

*  Over die staking tegen Vanden Boeynants, zie ook mijn stukje hier.

** Zie bijvoorbeeld déze scholier: hier, met dank aan Geraard Goossens. 



Ironie over de scholieren

      De getuigenis van die stakende Waalse scholier over de rol van radicaal-links -  ‘Ze geven ons informatie’ -is zó verkeerd gebruikt dat ik in een bovenstaand stukje niet anders kon dan ironisch reageren. Je moet er dan altijd rekening mee houden dat sommige lezers de ironie niet merken. Ik ben mij van dat gevaar bewust, en soms probeer ik het te vermijden. Maar wat had ik hier moeten schrijven? ‘Sancta simplicitas! Dat is geen informatie, dat is propaganda.’ Of: ‘Die scholier zou moeten weten dat je je eerst moet informeren vóór je gaat staken.’

     En sommige scholieren weten natuurlijk waarom ze staken, zoals blijkt uit de uitspraak hieronder.



Opiniestukken over de scholierenstaking

     Het grappigste stuk over de scholierenstaking is dat van Jan Segers in Het Laatste Nieuws. Het meest informatieve stuk is dat van Jürgen Ceder op PalNws. Het onnozelste stuk is dat van Bieke Purnelle in De Standaard. Van Mia Doornaert, ook De Standaard, had ik beter verwacht. 




 


 

De datacenters en de spoorwegen

     Lieven Sioen besteedt zijn commentaar van vandaag (DS 7/10) aan de datacenters. ‘Het is de grootste investeringsgolf ooit in de geschiedenis, schrijft hij, na de aanleg van de spoorwegen in de VS eind negentiende eeuw.’ Dat is ook de vergelijking die spontaan bij mij opkomt als ik aan AI denk. Sioen pleit voor meer staatscontrole (‘democratische zeggenschap’) over de datacenters om ervoor te zorgen dat niet ‘alle baten voor de techreuzen zijn.’

     Je hebt mensen die stoppen met lezen als ze in een stuk over hedendaagse politiek de term ‘fascisme’ tegenkomen. Anderen stoppen als ze het woord ‘neoliberalisme’ zien opduiken. Ik moet mijn best doen om niet te stoppen als ik een verwijzing zie naar de ‘baten’ of de ‘superwinsten’ die allemaal naar de ‘techreuzen’ gaan. De belangrijkste baten van zulke technologische vernieuwen zijn altijd voor de consument. Dat was ook zo met die Amerikaanse spoorwegen, al werden sommige aartsschurken er steenrijk mee, als ik de versie van Once Upon a Time in the West mag geloven.