zondag 8 maart 2026

Het internationaal recht (en Iran)


Internationaal recht geschonden?
      De VS hébben het internationaal recht geschonden door hun aanval op het Iraanse regime. Ze werden zelf niet aangevallen, er was geen imminente dreiging van een aanval, en ze hadden geen toestemming van de Veiligheidsraad. Als een jurist, staande op één been, mij kan uitleggen dat het internationaal recht niét geschonden is, dan zal ik mijn mening veranderen.    

Een stoute vraag
     In een column op Doorbraak stelt Rik Torfs een stoute vraag: ‘Is het heel erg dat het internationaal recht nu en dan wordt overtreden?’ Dat klinkt een beetje als de vraag: ‘Is het heel erg als er af en toe een kind wordt verkracht.’ Maar het is toch een wezenlijk andere vraag. Binnen de staatsgrenzen kunnen veel meer zaken geregeld worden met morele principes, sociale druk en afdwingbare wetten. In de internationale betrekkingen is dat veel moeilijker. 

Gouden regel en talio-principe
      Het zou van heel veel idealisme getuigen om in de betrekkingen tussen de staten de Gouden Regel te willen toepassen: ‘behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden’. Het talio-principe benadert al beter de werkelijkheid: ‘behandel anderen zoals je zelf behandeld wordt.’ Maar principes spelen hoe dan ook geen grote rol in de betrekkingen tussen de staten. 

Een stout argument
     Bij degenen die de Amerikaanse aanval verdedigen hoor je soms de regel: ‘Alleen landen die zelf het internationaal recht respecteren, moeten door het internationaal recht worden beschermd.’ In een discussie over internationale conflicten lijkt me dat eerder een ‘talking point’ dan een argument. Binnen een nationaal rechtssysteem zou de regel in elk geval niet geldig zijn. Daar wordt een individuele wetsovertreder wél beschermd door de wet, o.a. om willekeur en eeuwigdurende vendetta
s te vermijden. 

Internationaal recht en oorlog
     Als China in de toekomst Taiwan aanvalt en verovert, tegen de zin van de bevolking, zullen sommige juristen ongetwijfeld beweren dat die aanval past binnen het internationaal recht. Maar daarom zal die oorlog niet minder erg zijn.

 Oorlog vermijden?
     Zijn er in de geschiedenis al oorlogen vermeden dankzij het internationaal recht? Dat is een moeilijke vraag. Het is gemakkelijker om een lijst op te stellen van oorlogen die wél hebben plaatsgevonden dan om een speculatieve lijst op te stellen van oorlogen die niet hebben plaatsgevonden – met nog eens in de kantlijn de vermelding waaróm ze niet hebben plaatsgevonden. Maar ik ben geneigd om Torfs gelijk te geven als hij schrijft: ‘Internationaal recht kan rust en bezinning brengen bij conflicten.’ Na WO II is het aantal gewapende conflicten tussen landen afgenomen. Het internationaal recht van de Verenigde Naties kan daar best een rol in hebben gespeeld.

Rechtvaardigheid
    Het doel van het internationaal recht is om de status quo en de vrede te bewaren. Status quo en vrede zijn niet noodzakelijk rechtvaardig. Maar vrede is op zich wel doel dat de moeite waard is om na te streven, naast andere behartigenswaardige doelen.      

Veiligheidsraad
      De Veiligheidsraad van de VN is de behoeder van het internationaal recht. Het is een verstandige regeling maar ze heeft niets met neutrale rechtspraak te maken, en alles met historische krachtsverhoudingen. Naast Engeland en Frankrijk hebben China, Rusland en de VS een vetorecht, terwijl die drie landen in veel internationale conflicten rechter én partij zijn. 

Principes, politieke ideologie, resultaten
     Je kunt de oorlog tegen het Iraanse regime beoordelen vanuit de principes, vanuit de politieke ideologie en – het belangrijkste – vanuit de te verwachten resultaten. Mocht ik mij geroepen voelen om op straat te komen, dan zou ik vanuit de principes een bordje meedragen tégen de oorlog, vanuit de politieke ideologie een bordje vóór de oorlog, en vanuit de te verwachten resultaten een bordje met een vraagteken. Met dat laatste zou ik veel bekijks hebben. 

Principes en Realpolitik
      In de internationale politiek is het gevaarlijk je te laten leiden door morele principes. Daar zijn veel voorbeelden van in wat we nu kennen als 
de aanloop van de tweede wereldoorlog. Rond 1935 waren er redelijk goede betrekkingen tussen Italië en Engeland, en redelijk slechte betrekkingen tussen Italië en Duitsland. Maar Mussolini wou graag Ethiopië veroveren als kolonie, hoewel dat land een onafhankelijk lid van de Volkenbond was. Engeland kon daar op drie manieren op reageren: 1) Italië laten begaan, waardoor het land een bondgenoot kon worden tegen Hitler-Duitsland; 2) krachtig optreden tegen Italië door militair in te grijpen; 3) de militaire invasie in Ethiopië diplomatiek ‘veroordelen’. Engeland koos, onder druk van de publieke opinie, voor de derde oplossing, die ook de slechtste was. Mussolini werd in de armen van Hitler geduwd, en werd in zijn vooroordeel bevestigd dat de Engelsen laffe bourgeois waren. 

Faoud Gandoul vs Friedrich Mertz
     Politicoloog Faoud Gandoul (DS 7/3) argumenteert terecht dat het internationaal recht niet alleen  geldt als het ons uitkomt. Hij bekritiseert de Duitse bondskanselier Mertz die gezegd had dat ‘volkenrechtelijke kwalificaties relatief weinig uithalen omdat ze doorgaans zonder gevolgen blijven’ en dat het daarom niet het moment is om ‘bondgenoten de les te spellen.’ Gandoul gaat daar niet mee akkoord. Hij schrijft:

Wat Mertz eigenlijk zegt, is dit: het recht telt wanneer het ons uitkomt. Europa roept terecht artikel 2 (4) in als Rusland Oekraïne binnenvalt. Maar wanneer bondgenoten in het Midden-Oosten soeverein grondgebied aanvallen, wordt dezelfde bepaling plots ‘relatief weinig waard.’

     Dat doet denken aan de Ethiopische toestanden van hierboven. Europa kan 1) de VS laten begaan, waardoor ze een halve bondgenoot aan de VS overhouden; 2) krachtig optreden tegen de VS door Iran militair te steunen en een ferme boycot tegen de VS op touw zetten; 3) de militaire aanval op het Iraanse regime diplomatiek veroordelen op grond van het Handvest van de Volkerenbond, pardon, de Verenigde Naties. Hier is de tweede oplossing de slechtste, maar de derde zal geloof ik ‘relatief weinig uithalen.’ 

Het slechte voorbeeld
     In een interview in DSL (7/3) neemt de sympathieke Columbiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez het op voor de internationale orde. Over de Amerikaanse interventie in Venezuela zegt hij:

Dat is een van de ernstigste schendingen van de internationale orde die ik ooit heb meegemaakt … Misschien vinden velen het een goede zaak dat Venezuela bevrijd is van een afschuwelijke dictator. Begrijpelijk, want de Venezolanen hebben erg geleden onder het corrupte, repressieve regime van Maduro, maar zo’n invasie is nooit te rechtvaardigen, omdat het schenden van de soevereiniteit van een staat een precedent schept voor Rusland en China.     

     Alsof Rusland (en China) precedenten nodig hebben. 

zaterdag 7 maart 2026

Alicja vs. Ilja


      Alicja Gescinska schreef deze week een aardig polemiekje tegen Ilja Leonard Pfeijffer. Pfeijffer was in discussie gegaan met Guy Verhofstadt en die laatste had toen gezegd dat het communisme ‘het bloed van miljoenen aan zijn handen had.’ De schrijver had daarop geantwoord: ‘Eigenlijk is het communisme nooit uitgeprobeerd.’ 
     Gescinska herkent daarin twee oude deuntjes van links. ‘Het communisme dat men tot nu toe heeft toegepast was geen écht communisme’ – de No True Scotsman-drogreden –, en ‘de misdaden van het communisme vloeien niet rechtstreeks voort uit de ideologie.’ Gescinska vat haar antwoord als volgt samen:

 Het communisme heeft kansen te over gehad. En overal waar men het communisme in de praktijk wilde brengen, volgden verarming, vernietiging van het milieu, verontmenselijking en verdrukking op massale schaal … We zijn het verschuldigd aan zijn miljoenen slachtoffers om het woord ‘communisme’ niet lichtzinnig te hanteren of te begrijpen.

    Dat laatste had ze niet mogen schrijven. Als je een polemiek voert met een tegenstander die dom, lui, oneerlijk, fanatiek of  in het geval van Pfeijffer – niet goed op de hoogte is, dan moet je vermijden om hem een al te makkelijke uitweg te bieden. In zijn antwoord op Gescinska kiest Pfeijffer zonder aarzelen die uitweg. Hij geeft Gescinsca gelijk op de secundaire kwestie van de woordkeuze.

 Zo'n samenleving hoeven we van mij niet communistisch te noemen. Uit respect voor de slachtoffers van de in naam communistische dictaturen moeten we misschien inderdaad een ander woord kiezen.

      En dan kan hij in een moeite door laten uitschijnen dat Gescinska hem verkeerd begrepen heeft:

Een democratische, communistische rechtsstaat heeft nog nooit ergens bestaan. Dat is wat ik bedoelde toen ik zei dat het communisme eigenlijk nog nooit is uitgeprobeerd.

     Maar Gescinska had het maar al te goed begrepen. Haar argument was juist dat het communisme, waar men het ook heeft uitgeprobeerd, tot nu toe altijd de democratische rechtstaat heeft vernietigd, en dat zoiets wel geen toeval zal zijn geweest. Dat is het inductief-empirisch-historische argument. Er hebben allerlei soorten kapitalistische maatschappijen bestaan – democratisch, autoritair, totalitair – maar de communistische maatschappijen van hun kant waren nóóit democratisch.
     Nu kan Pfeijffer antwoorden: ‘Wat niet is, kan nog komen.’ In een openbaar debat zal hij daar geen punten mee scoren, maar vanuit de logica is het geen slecht argument. Het is niet omdat we tot nu alleen witte zwanen hebben gezien, dat er morgen geen zwarte zwaan kan opduiken. Daarom wil ik Gescinska galant ter hulp schieten met een logisch-deductief argument dat zij ongetwijfeld kent, maar Pfeijffer misschien niet. Het komt hierop neer: die zwarte zwaan van het democratisch communisme kán niet bestaan.
     De redenen zijn eenvoudig. Het communisme houdt in dat een aantal als natuurlijk aangevoelde vrijheden worden afgeschaft: de vrijheid om handel te drijven, om te ondernemen, om vrijwillige contracten af te sluiten, om te kopen en te verkopen aan onderhandelde prijzen, om eigendom te verzamelen, en om eigendom door te geven aan je kinderen. Maar de afschaffing van die vrijheden heeft een prijs. Als men bijvoorbeeld de vrije markt vervangt door een ander distributiesysteem, ontstaat vanzelf een zwarte markt en een wijdvertakte corruptie. En die toestanden moeten dan met harde hand worden onderdrukt*.
     Ten tweede kan men zich moeilijk voorstellen dat een overheid haar macht gebruikt om de economische vrijheid te beknotten, en er tegelijk alles aan doet om de politieke vrijheid wél in stand te houden. Dat zou een heel idealistische overheid moeten zijn. Politieke vrijheid is voor de overheid een veel grotere bedreiging dan economische vrijheid. Politieke vrijheid kan per definitie gebruikt worden om de overheid, of minstens de regering, ten val te brengen. Met economische vrijheid (vrije markt) is dat veel minder het geval. Vandaar dat er best wat autocratische regimes zijn die een grote mate van economische vrijheid tolereren, van het Chili van Pinochet tot het China van Xi Jinping. Zolang ondernemers en handelaars zich in een min of meer vrije economie kunnen verrijken, voelen ze niet noodzakelijk de drang om politieke vrijheid te eisen en oppositie te voeren**.
      Ten derde creëert een kapitalistische economie meer welvaart dan een communistische economie. Dat betekent dat een belangrijk deel van de samenleving 
– niet altijd, maar meestal een meerderheid – de voorkeur zal geven aan een of andere variant van de kapitalistische economie. Bij democratische verkiezingen zal die voorkeur zich vertalen in de overwining van niet-communistische en anticommunistische partijen. Wie het communisme wil beschermen zal die democratische verkiezingen dus aan banden moeten leggen en ‘kapitalistische propaganda’ moeten verbieden, zo niet dreigt een kapitalistisch herstel.
     Dat laatste argument zal op Pfeijffer weinig indruk maken. Hij hoopt juist, om ecologische redenen, dat de algemene welvaart daalt, zolang die maar maar eerlijk verdeeld wordt***. En hij heeft niet veel vertrouwen in ‘democratische meerderheden’. Vandaar dat hij zijn ideaal omschrijft als een ‘democratische, communistische rechtstaat****.’  Niet een democratische, communistische staat,  maar een democratische, communistische rechtstaat’. Wat bedoelt Pfeijffer met die nuance in de context van een communistisch ideaal? 
     Ik vermoed dat hij het zo ziet: de burgers verkiezen een parlement, dat parlement schrijft in de grondwet enkele principes waar niemand tegen kan zijn, over sociale rechten en bescherming van het leefmilieu, en de rechters en opperrechters zorgen ervoor dat die binnen een communistisch kader worden geïnterpreteerd. Verkiezingsuitslagen, meerderheden en wetten die dat kader bedreigen, zijn van geen tel want dat zijn vormen van verwerpelijke ‘absolute democratie’, ‘populisme’ en ‘tirannie van de meerderheid.’*****
      De vraag is niet of Pfeijffer voor zijn ideaal het woord ‘communisme’ moet gebruiken, de vraag is veeleer of hij het woord ‘democratie’ moet gebruiken. Democratie is voor hem, geloof ik, een ding dat  geëngageerd, geïnformeerd, institutioneel, rechtstatelijk, liberaal en beperkt ******moet zijn. Dat zijn allemaal zeer goede eigenschappen. Maar is het ding ook nog democratisch?


* Daar komt nog het argument bij dat Hayek ontwikkelde in The Road to Serfdom. Als je de vrije markt vervangt door overheidsplanning, dan moet de overheid de tegenstrijdige belangen van economische actoren op arbitraire verzoenen. Dat gebeurt in het beste geval door compromissen. Maar zoals dat bij compromissen gaat, is dan niemand tevreden, is er een permanente bron van ontevredenheid waardoor de overheid zich bedreigd voelt en waarbij ze dan evolueert van arbitrair naar autoritair.

** Een politiek autoritair systeem met een vrije markt blijft een precaire evenwichtsoefening, want economisch machtige spelers kúnnen op termijn een politieke bedreiging vormen. 

 *** Zie mijn eerdere stukje over Pfeijffer hier

**** Uiteraard weken de in naam communistische landen af van de rechtstatelijke traditie omdat de rechters niet onafhankelijk waren, en omdat er geen natuurrechtelijke basis van de wetgeving erkend werd.

***** Voor een verdediging van de democratie, zie mijn stukje hier.

****** Beperkt ... behalve als het op economische regulering en planning aankomt. 

 

** Zie mijn eerdere stukje over Pfeijffer hier.

 

*** Voor een verdediging van de democratie, zie mijn stukje hier.

Frank D’hanis en Johan Sanctorum

     FB-vriend Frank D’hanis besluit zijn dagelijkse post met de melding: ‘Mijn schrijfwerk steunen? Dat kan via Buy-me-a-coffee. De vrijwilligheid van die steun is mij uitermate sympathiek. Andere scribenten die graag iets willen verdienen, beperken de toegang tot hun website of hun substack-pagina. Wie de volledige teksten wil lezen of toegang wil hebben tot alle functionaliteiten, wordt verplicht om te betalen. Maar die scribenten behoren tot de neoliberale bent, waar D’hanis overduidelijk niet toe behoort. Of moet ik toch achterdochtiger zijn en biedt hij mij een verslavend product aan waar later ik later harde valuta voor zal moeten betalen? D’hanis zelf waarschuwt voor zulke vuile streken in zijn FB-post van 9 januari.

De AI-bedrijven zijn druk bezig om hun technologie te consolideren en er een cashkoe van te maken. Ik vind het vreemd dat daarbij niet vaker de metafoor van de drugdealer gebruikt wordt. Met beetjes en stukjes krijgen we gratis stalen AI toegespeeld, we worden afhankelijk en dan wordt de prijs opgedreven. Het business model is zo duidelijk als maar kan zijn.

     Het voorstel van D’hanis om zijn schrijfwerk te steunen door hem een koffie te betalen deed mij aan een gelijkaardig voorstel denken van een andere publicist: Johan Sanctorum. Zijn blogstukken eindigen met de mededeling: ‘Vrijwillige bijdragen, om mijn pen van wat inkt te voorzien, zijn welkom.’
      Dat was, toen ik erover nadacht, niet de enige gelijkenis tussen de twee columnisten. Ze zijn allebei filosoof van opleiding, hebben overal een mening over, zijn niet vies van enige provocatie, kruiden hun morele verontwaardiging met een scheut satire, en schrijven uitdrukkelijk voor de eigen achterban, van wie de ene stevig links en de andere onverdund rechts is. Sanctorum is daarbij geloof ik de minst orthodoxe, want die kan mij ook wel eens langs links inhalen. Hij lijkt beter te begrijpen dat sommige kwesties eigenlijk nogal ingewikkeld zijn, ook al moet je er eenvoudig over schrijven. Je denkt bij jezelf: die Sanctorum, il n’est pas dupe. D’hanis daarentegen leeft in een rechtlijniger universum en hij gelooft trouwhartig elke sociologische studie die zijn standpunt bevestigt.
    Een gelijkenis die ik niet verwacht had was de populistische inslag, die bij Sanctorum een grondtoon is, maar dus ook bij D’hanis occasioneel opduikt. Dat laatste zag je bijvoorbeeld toen er een rel ontstond naar aanleiding van de zwangerschap van Melissa Depraetere. De minister moest om medische redenen stoppen met werken terwijl haar ministerloon gewoon doorliep. Men kan zich makkelijk voorstellen hoe daar op de sjowsjels over geschreven werd. ‘Weer eentje die haar zakken vult.’ ‘Krapuul dat alleen aan zichzelf denkt.
 In de privé vlieg je eruit of krijg je een fractie van je loon.’ ‘Moet ze nu al platliggen? Onze grootmoeders werkten op het veld tot de vliezen braken.’ ‘De matras van de partij zit vol, hopelijk weet ze van wie het kind is.’ 
     De normale reactie van links is dan om zulke reacties streng te veroordelen als ‘anti-politiek’. Maar D’hanis tapte uit een ander vaatje, al kwam dat misschien ook omdat Zuhal Demir, zijn bête noire, het voor haar collega Depraetere had opgenomen.

“Boosaardige griezels” noemt Demir al die boze mensen online ... Maar ik geloof niet dat al deze mensen moreel corrupt of heel erg dom zijn … Morele helden moeten we er niet van maken maar misschien zijn ze zo anti-politiek omdat ze terecht het gevoel hebben dat die politiek hun belangen nooit eerst zet. Hoe winnen we die mensen terug?

     Een andere gelijkenis tussen Sanctorum en D’hanis is dat die twee mij nauwelijks tot tegenspraak prikkelen. Ik moet maar een column lezen van Ive Marx, waar ik het voor 75 procent mee eens ben,  en er valt mij van alles te binnen om te repliceren, vooral gedachten die al langer deel uitmaken van mijn monologue intérieur maar die nu door dat Marx-stukje een kristallisatieproces doormaken. Maar als Sanctorum of D’hanis iets schrijven – of ik er nu akkoord mee ga of niet – valt er mij heel weinig te binnen. Ik kom niet veel verder dan: ja, die mensen denken nu eenmaal zo.
      En er is nog iets anders. Laatst schreef D’hanis een stukje waarin hij de democratische intenties van N-VA in twijfel trok. Bart De Wever en Joren Vermeersch hadden geschreven dat we iets konden leren van het economisch dynamisme van Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten, Darya Safai had het verzet van Reza Pahlevi tegen de Ayatollahs geprezen, en Michael Freylich had iets ten gunste van Israël gezegd. Daarop stelt D’hanis, geheel naar waarheid, dat Singapore en de Emiraten een autocratisch systeem hebben, dat de vader van Reza Pahlevi een dictator was, en dat Israël de mensenrechten schendt in Palestijns gebied. En hij concludeert dat die vier prominente N-VA’ers het in hun hoofd hadden gehaald om Singapore, de Emiraten, het Iran van de Sjah en de bezettingspolitiek van Israël te ‘lauweren als maatschappelijk-politieke voorbeelden om na te streven.’ Ik zou over die conclusie natuurlijk wel iéts kunnen zeggen, maar dat iéts kan iedereen zelf wel bedenken. Dat maakt mijn commentaar overbodig.
     De gelijkenis die mij nog het meeste treft is dat beide polemisten zo vlot schrijven. Daar ben ik als agony writer jaloers op. Ik ben uren bezig met een stukje aan elkaar te formuleren*, maar bij Sanctorum lijkt het alsof zijn proza in een geut uit de pen vloeit waar vrijwillige lezers de inkt voor betalen. Nu is elk vlot lezend stukje niet altijd vlot tot stand gekomen, maar bij D’hanis moet het echt wel zo in het werk gaan. De man heeft geloof ik les in het middelbaar. Toen ik nog les gaf, had ik tussen de lesvoorbereidingen en de verbeteringen geen tijd meer voor niéts. Alleen de vijf laatste jaar deed ik het wat rustiger aan, had ik tijd om pianolessen te nemen, begon ik wat vaker naar films op tv te kijken,  en kon ik een of twee keer per week week een stukje op mijn blog plaatsen.
     Nee, op zo’n vlotte pen ben ik jaloers. Als ik zoiets had, dan zou ik mijn stukjes hierboven in een uurtje bij elkaar geschreven hebben en had ik de rest van de dag vrij gehad. 

* Ik maak al een uur zoek om het verontrustende stukje van D’hanis terug te vinden waarin hij waarschuwt voor de AI-bedrijven die ons als drugdealers verslaafd maken aan hun gratis product waar ze later een opgedreven prijs voor zullen vragen.

Links, rechts en extreem

      Een klassieke manier om naar politiek links en rechts te kijken is het hoefijzermodel. De twee takken stellen links en rechts voor en aan de uiteinden – de extremen – buigen ze naar elkaar toe. ‘Les extrêmes se touchent.’* Dat is een typische voorstelling voor iemand die zichzelf in het centrum waant, maar ze doet geen recht aan de assymetrie in het dominante taalgebruik. Iedereen kent het begrip ‘verrechtsing’, maar je moet je al in stevig rechtse milieus begeven om het begrip ‘verlinksing’ tegen te komen. De waarschuwing dat N-VA niet met VB mag samengaan, klinkt altijd veel luider dan die dat de socialisten niet met de PVDA mogen samengaan.

     FB-vriend Geraard Goossens heeft voor die situatie een uitleg: 

Rechts bevind je je op een hellend vlak, je moet áltijd opletten dat je niet afglijdt. Bij links is dat niet het geval, écht 'links' ben je nooit genoeg. Extreem-links is dan ook zonder problemen het slechte geweten van links ... Dit wil dus zeggen dat de twee extremen van het politieke spectrum een andere rol spelen: extreem-rechts is altijd een gedeformeerde, grimmige versie van rechts; extreem-links steeds een pure, gecondenseerde versie van links. Links is eigenlijk een perversie van extreem-links en extreem-rechts is een perversie van rechts. Links is altijd bang té gematigd te zijn en rechts is altijd bang om niet gematigd genoeg te zijn.

      Daar zit veel waarheid in. De centrum-linkse Louis Tobback vormde ooit in de jaren 80 een coalitie met extreemlinks; dat was met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen. Tobback noemde extreemlinks toen wel niet ‘het geweten van links’ maar dan toch ‘het zout in de soep.’ Vleierij natuurlijk, om extreem-links te paaien met woorden in plaats van met verkiesbare plaatsen op de lijst. Maar het was meer dan dat; het was ook het aanvoelen van veel traditionele socialisten: extreem-linksen houden weliswaar te weinig rekening met de realiteit, maar ze verliezen ten minste het einddoel niet uit het oog. Diep in hun hart vrezen ministrabele socialisten dat ze hun jeugdideaal vegeten zijn. Zoals Adriaan Roland-Holst dichtte:

In hun gehuurde zaal
Hebben zij het uitgerekend
Tezamen, en blij
Wat die wind betekent
Vergaten zijn.

          Maar hier is meer aan de hand dan opspelend geweten, nostalgie naar jeugdidealen en romantische dromen van een nieuwe wind die over de wereld moet waaien. Als voor links het hoogste goed bestaat uit de sociale gelijkheid, dan is het extreme standpunt dat die gelijkheid volkomen en absoluut moet zijn. Dat is dan een ultiem streefdoel waar geheel links zich achter kan scharen.
      Ter rechter zijde ziet de zaak er anders uit. Als voor (een bepaald soort) rechts het hoogste goed bestaat uit de natie**, dan zal de extreme vorm ervan dat goed nastreven ten koste van andere naties, iets waar inderdaad slechts de grimmige extremisten zich achter kunnen scharen. 

* Over het hoefijzermodel: zie hier. Het model illustreert onder andere dat extremisten van links en rechts op elkaar gelijken in hun enthousiasme voor geweld en dwang, en in hun verwerping van de liberale democratie.

** Het is overigens niet noodzakelijk om rechts te herleiden tot een of andere vorm van nationalisme. Er moeten ook conservatieve Amerikanen bestaan die individuele vrijheid als hoogste goed zien en die zich ’s avonds voor het slapengaan afvragen of ze hún idealen wel trouw gebleven zijn. Voor hen is Ayn Rand dan hun ‘slechte geweten’. 

De ironie van Bart Schols

      Over het rumoerige debat op De Afspraak tussen Bart Schols en Soundos El Ahmadi heb ik tot nu toe mijn mond gehouden. Het debat had ik niet gezien, en over de reactie van Schols had ik niet veel te melden. Schols had op de sociale media geschreven:

Ik besef nu dat je je als witte man blijkbaar niet zomaar in eender welke discussie kan mengen. Dankjewel daarvoor.

Men verweet Schols dat hij de uitval van El Ahmadi verkeerd weergaf. Ze had gezegd dat hij als ‘man’ moest zwijgen over de onveiligheid van vrouwen, en Schols had daar ‘witte man’ van gemaakt. Anderen verweten Schols dat hij als een wokie aan zelfbeschuldiging had gedaan. Who cares?
      Maar bij Christophe Vekeman las ik iets interessants:

 Ik ga nu even voorbij aan de weinig doeltreffende ironie die Schols hier waarschijnlijk gebruikte, en aan het wat zure zelfmedelijden dat sprak uit de door hem gebezigde woorden. Dat laat ik hier even buiten beschouwing, zeg ik, want los daarvan sluit de door hem geformuleerde vaststelling wel degelijk aan bij wat sommigen wérkelijk blijken te menen.

     Dat was twee keer de waarheid. Velen menen wérkelijk dat er discussies zijn waar een ‘witte’ man zich niet zomaar in kan mengen. En Schols zijn uitspraak was waarschijnlijk ‘ironisch’ - in de meer algemene zin van het woord. Maar aangezien die ironie hier ‘zuur’ en ‘zelfmedelijdend’ is, kunnen we in technische termen beter van ‘sarcasme’ spreken.


Meloni legt links 'het zwijgen op'

     Bij een linkse FB-vriend lees ik: 

In Italië waarschuwt Mussolini-kenner Antonio Scurati … voor de teloorgang van de democratie. Scurati ziet in de partij van Meloni een rechtstreekse nazaat van het fascisme. Hij wordt door Meloni het zwijgen opgelegd.

     Hoe moeten we ons dat voorstellen, dat Scurati het zwijgen wordt opgelegd? Heeft Scurati een publicatieverbod gekregen? Heeft hij huisarrest gekregen? Is hij verbannen naar een eiland voor de Siciliaanse kust?
      Ik heb het moeten opzoeken, want de details waren ondertussen wat wazig geworden. Antonio Scurati was in 2024 uitgenodigd om op de televisie een korte tekst voor te lezen ter gelegenheid van de nationale feestdag van 25 april. In de tekst beschuldigt hij premier Meloni ervan geen afstand te nemen van het fascisme in zijn geheel. Kort voor de uitzending annuleerde de RAI het optreden. 
     Het is zeker mogelijk, maar niet bewezen, dat Meloni druk heeft uitgeoefend op de RAI om het optreden van Scurati te annuleren. Meloni ontkent dat, maar het is plausibel. Zoals het ook plausibel is dat de directie van de RAI die beslissing zelf heeft genomen, zonder druk van buitenaf. Als de VRT op de nationale of Vlaamse feestdag Ico Maly zou uitnodigen om een korte tekst voor te lezen waarin Bart De Wever een rechtstreekse nazaat van het fascisme wordt genoemd, dan zou ik als VRT-directeur geen druk van buitenaf nodig hebben om dat optreden te laten annuleren. Op een minder plechtige dag zou ik er niet aan beginnen. En het zou natuurlijk ook mooi zijn als ik als directeur nóóit redactioneel tussenkwam.
     In elk geval, de uitdrukking ‘het zwijgen opleggen’ is voor dit incident geen goede omschrijving. De tekst werd voorgelezen door een tv-presentatrice, hij werd gepubliceerd in kranten en on-line media en Meloni zelf plaatste hem op haar FB-pagina ‘zodat iedereen zelf kon oordelen.’ 
    Als links er oprecht van overtuigd is dat populistisch rechts vandaag een hellend vlak vormt waarop we afglijden naar een op het fascisme gelijkende dictatuur, dan heeft het er alle belang bij om dat gevaar in redelijke woorden te beschrijven, zonder grove overdrijvingen. Anders overtuigen ze alleen zichzelf. En voor een antifascistisch front, weet ik nog van mijn communistische jeugd, moet je ook de brede massa
s van het midden overtuigen.

   


donderdag 5 maart 2026

Columns over het n-woord, e.a.


Columns schrijven over het n-woord
 
     Vorige week zijn er twee incidenten geweest die enige aandacht kregen in de pers. Bij de uitreiking van de Bafta’s riep een toeschouwer heel luid het n-woord; de man leed aan het Gilles de la Tourette-syndroom. Bij een voetbalwedstrijd riep een blanke speler een beledigend woord tegen een zwarte speler; dat woord was wellicht ‘aap’. Raf Njotea (DS 5/3) schrijft dat dat ‘heerlijke incidenten’ zijn omdat ze een columnist inspiratie bezorgen ...  en bewijst daarna het tegendeel door daarrond een voor zijn doen middelmatige column te schrijven.


Jongeren met zelfmoordgedachten
     ‘Één op vijf jongeren zegt al aan zelfmoord gedacht te hebben,’ schrijft leraar Frank D’hanis en hij plaats daar een foto bij van Zuhal Demir. Hij vertelt verder hoe moeilijk de leerlingen in zijn klas het hebben om aandachtig te zijn. Ze zitten ‘half over hun bank geplooid’, ze ‘wringen zich in bochten om toch nog te kunnen luisteren.’
     Alle leraars hebben zulke toestanden meegemaakt. Sommigen zijn boos op de leerlingen omdat die zo lui zijn; anderen zijn boos op zichzelf omdat ze er niet in slagen hun leerlingen te boeien; Frank D’hanis is boos op Zuhal Demir.
 
     Die drie vormen van boosheid zijn mij niet vreemd. Laatst gaf ik op mijn oude school een lezing over filmbeeldtaal. Ik deed dat vroeger vaak. Het was duidelijk dat het nu veel moeilijker was dan zes jaar geleden om voor een zaal van honderd leerlingen te spreken. Ik kon mij niet meer veroorloven om bij het vertonen van filmfragmenten het licht in de zaal uit te schakelen of er ontstond een fluitconcert. Eerst was ik boos op mijzelf en werd ik mij pijnlijk bewust van alle zwakke stukken in mijn lezing, daarna werd ik boos op de leerlingen die geen moeite deden om zich te gedragen, en daarna werd ik boos op de voorgangers van Demir.
     .... En nu ik eraan denk:  één op vijf? Zo weinig? Zelfs het zonnetje in huis dat ik ben heeft als puber wel eens over zelfmoord gefantaseerd.


Een sarcastische chatbot
     Laatst viel ik Gemini lastig met de volgende vraag: ‘Hoe probeerde de SU tijdens de koude oorlog de vredesbeweging te beïnvloeden?’ De chatbot moet aanstoot genomen hebben aan het tendentieuze toonzetting van mijn vraag en ik kreeg een sarcastisch, passief-agressief antwoord:  ‘Ik ben maar een taalmodel, dus ik kan je daar niet bij helpen.’


 Iran-commentaren
     De typische links-liberaal zag in de Gaza-oorlog een conflict tussen goeden en slechten, of minstens van daders en slachtoffers, met Israël in de rol van slechterik en dader. Dat had voor gevolg dat de analyses en opinies die ik maand na maand in de krant las niet veel meer waren dan variatie op één thema. En dan nog, variaties … Het ging eigenlijk alleen om ‘veroordelen’ en ‘krachtig veroordelen’. Maar met de oorlog in Iran kijkt de links-liberaal anders tegen de zaken aan. Daar is het voor hem een conflict tussen slechten en slechten. De Ayatollahs zijn niet beter dan Trump en Trump is niet beter dan de Ayatollahs. Het resultaat is dat ik nu wel eens analyses en opinies zie verschijnen die in plaats van veroordeling enig inzicht proberen te verschaffen. Tijdens de Gaza-oorlog moest ik daar naar op zoek gaan. Nu vallen ze mij in de schoot. Maar als de oorlog nog lang aansleept, verwacht ik dat de analyses en opinies die 
veroordelen en krachtig veroordelen weer de andere commentaren zullen verdringen.


Doornaert over internationaal recht
     Mia Doornaert (DS 5/3) spot met de Europeanen die ‘zo nodig een zuur mondje opzetten over schending van het internationaal recht.’ Ze antwoordt dat ook Iran het internationaal recht schond door Hezbollah en Hamas te bewapenen, door de Syrische dictator Assad te helpen en door Hamas aan te moedigen met zijn bloedige pogrom van 7 oktober 2023. Uiteraard wijst ze erop dat er op dit moment geen geschikt orgaan bestaat om het internationaal recht af te dwingen, en dat de Verenigde Naties dat al zeker niet zijn.
     Doornaert had ook kunnen toegeven dat het internationaal recht – met respect voor de nationale soevereiniteit – een gezond beginsel is dat echter niet kan worden afgedwongen door het goede voorbeeld te geven. En dat er daarnaast nog andere beginselen bestaan: mensenrechten, economische welvaart, vreedzame coëxistenties en nationale veiligheid op lange termijn. Dat laatste is in de internationale politiek altijd het belangrijkste geweest. Wie eenzijdig de nadruk legt op bijvoorbeeld vreedzame coëxistentie of op mensenrechten heeft waarschijnlijk een verborgen agenda. Dat was zo tijdens de Koude Oorlog toen de Russen het eerste beginsel en de Amerikanen het tweede beginsel als tactisch wapen inzetten. 


Art Memes
     Ik heb mijn FB zo afgericht dat ik dagelijks veel memes zie voorbijkomen van ‘Classical Sarcasm’, ‘I Love Louvre Art Memes’ en vergelijkbare pagina’s. Vaak zijn de tekstjes erg flauw, maar in combinatie met het schilderij zorgen ze vaak voor een glimlach en soms voor schaterlach. Soms wil ik met de personages een gesprek aangaan. Neem die dame die mij recht in de ogen kijkt en zegt: ‘For breakfast, I had some plain yogurt with protein powder mixed in, and not only is it super high in protein and very filling, it’s also disgusting.’ Ik wil die dame graag overtuigen om naast het noodzakelijk proteïne poeder ook 15 gram zoetstof, een halve versnipperde appel, 20 gram proteine-granola en eventueel een versnipperde kiwi toe te voegen. 




woensdag 4 maart 2026

Whitewashing in Wuthering Heights, e.a.


Wuthering Heights: whitewashing als idée revue
     
Ik heb in mijn leven al veel verfilmingen van Wuthering Heights gezien, die met Laurence Olivier, die met Timothy Dalton, die met Ralph Fiennes ... Maar van de nieuwste versie heb ik in de bioscoop alleen de spectaculaire trailer gezien. Ik had er een dubbel gevoel bij. De somptueuze kasteeldecors passen niet bij het oorspronkelijke verhaal, maar ik weet uit ervaring – ik denk aan de recente verfilming van Hedda Gabler – dat zoiets het entertainend vermogen van het verhaal omhoog kan stuwen.
        Hetzelfde geldt voor de kostuums. De Standaard van 4 maart wijdt er een uitgebreid artikel aan. Samengevat: nee, de kostuums in de nieuwe Wuthering Heights zijn niet historisch, het zijn niet de kostuums die men droeg in de tweede helft van de 18de eeuw, de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, noch de kostuums die men droeg in het midden van de 19de eeuw, het moment waarop het verhaal werd geschreven. Men liet zich inspireren door modes uit allerlei periodes, zegt Pauline Devies: 

Elizabethaans, Georgiaans, Victoriaans en de 20ste eeuwse vintage looks van Thierry Mugler en Alexander McQueen ... De kostuums van hoofdrolspeelster Margot Robbie voelen niet aan als historisch correcte jurken, maar als jurken van iemand die anno 2026 doet alsof.

     Moreel is dat niet helemaal in de haak. Getrouwheid aan de historische periode is ceteris paribus te verkiezen voor lichtzinnige afwijkingen. De kostuums in Wuthering Heights moeten ofwel Georgiaans zijn ofwel Victoriaans. Daarbij kan men dan die kleren kiezen die voor een hedendaagse kijker niet al te afgrijselijk of al te belachelijk zijn.
     Maar laten we enige mildheid betrachten. Artiesten zijn geen geschiedschrijvers. Aanpassingen om esthetische of commerciële redenen vallen onder de traditie van ‘dichterlijke vrijheid’ en het laatste wat ik wil is eeuwenoude tradities ondergraven in naam van de morele zuiverheid.

     Als ik dan toch streng wil zijn, kan ik voorlopig beter zwijgen over een film die ik nog niet gezien heb en mijn pijlen richten op de recensies die mij niet aanstaan en dan meer bepaald op de politiek correcte uitschuivers in die recensies. In De Standaard van 10 februari schrijft Fien Meynendonckx

 Is de ongegeneerde blik op de gecompliceerde verlangens en fetisjen van Isabella, Cathy en zelfs het dienstmeisje Zillah genoeg om de whitewashing van Heathcliff door de vingers te zien? Nee. Fennell zet het publiek ontegensprekelijk haar eigen witte en hetero bril op.

      Whitewashing? Waar haalt de recensente dat rare idee vandaan? Ik denk dat ik het weet. Een of andere activist heeft ergens in het boek gelezen dat Heathcliff verweten wordt er als een ‘zigeuner’ en als een ‘zwarte duivel’ uit te zien en besluit daaruit dat hij een medemens van kleur moet zijn geweest, en dat het boek dus gaat over raciale discriminatie. En zodra die veronderstelling is uitgesproken, krijgt ze de kracht van een idée reçue, zeker wanneer dan in 2014 inderdaad een film uitkwam met een zwarte Heathcliff. Dan is de zaak beklonken.
      Tegen een idée reçue is geen kruid gewassen.  Het beste bewijs: In De Standaard Weekblad van 28 februari leggen literatuurwetenschapper Raphaël Ingelbien (KU Leuven) en Helen MacEwan, voorzitster van de Brussels Brontë Group, geduldig uit waarom Heathcliff géén medemens van kleur is. Het is boter aan de galg. Een week later lezen we in dezelfde Standaard (4/3) alweer dat het boek ‘een tragisch verhaal over racisme’ is. Maar dat is het dus niet, of je moet er wel héél veel context bij halen. Wie die richting uit wil, kan verbanden leggen zoals deze:

 Liverpool was een van de belangrijkste hubs van de trans-Atlantische slavenhandel. Bovendien was er een link tussen abolitionisme en de Brontës: de opleiding van vader Patrick werd mee gefinancierd door William Wilberforce, een leidende figuur in de antislavernijbeweging. (DS 28/2)

     Hier openbaart zich een kloof tussen de gewone lezer en de literaire analist. De gewone lezer denkt bij Wuthering Heights aan het mythische landschap van de moors, de analist gaat op zoek naar de drie of vier keer dat Liverpool vermeld wordt en trekt daar verregaande conclusies uit. En dan: ‘de opleiding van de vader die mee gefinancierd werd door’ ... dat is wel erg vergezocht.
     Maar goed, dat sluit allemaal goed aan bij de gewoonte om in romans en films vooral ‘sociale thema’s’ te ontdekken. Pauline Devriese, die zulke deskundige commentaar gaf op de kostuums in de film, breidt haar kritiek uit tot een bredere interpretatie van Emily Brontës roman:

Het is een tragisch verhaal over racisme, klassenongelijkheid, huiselijk geweld en seksisme, maar eigenlijk wordt het in deze film gereduceerd tot een vreemd liefdesverhaal.

     Ik wil niets reduceren, maar de aantrekkingskracht van Wuthering Heights heeft altijd gelegen in het ‘vreemde liefdesverhaal’ en niet in de vier aangehaalde thema’s die toevallig vandaag in de mode zijn. Ik zal niet ontkennen dat de klassenongelijkheid een belangrijke rol speelt in het verhaal. Er moet toch iéts zijn dat de liefde van Cathy en Heathcliff in de weg staat. Het is moeilijk om een liefdesverhaal te schrijven zonder obstakel: een muur, een diepe zee, of rivaliserende families. Maar het publiek heeft de verhalen over Thisbe en Priamus, Hero en Leander of Romeo en Juliet toch altijd als liefdesverhalen gelezen, en niet als tractaten over architectuur, maritieme geografie of politieke rivaliteit in het Italië van de Renaissance.

                                                            ***

     Dat wil allemaal niet zeggen dat whitewashing in films, of racisme als thema in romans niet bestaat. Neem het boek De laatste der Mohicanen. Daar komen twee zussen in voor, Cora en Alice. Ik weet al heel mijn leven  door stripverhalen, jeugdbewerkingen en films  dat Alice ‘de blonde’ is en Cora ‘de zwarte’. Maar pas toen ik het boek zelf las, kwam ik te weten dat Cora niet alleen zwart haar had, maar ook een mulattin was. En die raciale afkomst is ook werkelijk een thema in het boek. Als majoor Hayward verliefd wordt op Alice maakt haar vader, kolonel Munro, zich boos omdat hij vermoedt dat Hayward uit racistische motieven zijn blonde dochter verkiest boven die van gemengde afkomst. 

                                                            *** 

     En dat wil ook niet zeggen dat ik geen interesse heb in nieuwe interpretaties van Wuthering Heights. Uit de recensie van Meynendonckx heb ik begrepen dat de wreedaardige behandeling van Isabella Linton door Heathcliff als een sadomasochistische relatie met wederzijdse toestemming wordt weergegeven. Ik ben benieuwd hoe dat in de film wordt uitgewerkt. En ik ben ook benieuwd hoe de politiek correcte opiniemakers daarmee omgaan. Moeten ze die kinky seks toejuichen als iets dat onder de LGBTQIA+ vlag vaart, of hebben we hier te maken met het goedpraten van misogynie wat dan weer moet worden ‘veroordeeld.’


De Foer over Trumps State of the Union
     Het stuk van Steven De Foer over Trumps State of the Union heb ik helemaal uitgelezen. Voor zijn doen blijft De Foer in dat stuk zakelijk en informatief. Hij schrijft bijna als een journalist. Maar alles kan beter. Neem dit stukje.

 Trump hield zich in het eerste halfuur gedwee aan zijn voorbereide tekst over zijn wilde economische successen. Maar Trump kan het niet laten, hij is in zijn element als hij vijandig kan uithalen. Twee keer confronteerde hij de Democraten openlijk. In zijn naar gewoonte racistische betoog over immigratie, daagde hij alle Congresleden uit om op te staan als ze het eens waren ‘dat de overheid voor Amerikanen werkt, niet voor illegal aliens. Toen de Democraten bleven zitten, verhardde zijn toon en noemde hij hen ‘gek’ en ‘ziek’ en ‘erop uit om het land te vernietigen.’

      Het volstaat om de drie gecursiveerde woorden te schrappen en het stuk kan zo in de krant. 


Legal alien
    Met al die berichten over de uitwijzing van illegal aliens, zouden we nog vergeten dat er ook  ook legal aliens bestaan en bestaan hebben.  Ik heb hier voor mij een documentje om dat te bewijzen. Dat gaat zo:

Register No 8374745. This is to certify that Raymond Clerick was admitted to the United States on 09/22/52 at 08.00 as a NP quota immigrant under section 6A3 of the Immigration Act of 1924 and has been registered under the Alien Registration Act of 1940. 

 

‘Fascisten’ 
    
 Ik ben in een biografie van Mussolini aan het lezen. Die staat vol zinnetjes als: ‘De fascisten trokken door de straten.’ ‘De fascisten lokten rellen uit.’ ‘De fascisten terroriseerden de arbeiderswijken.’ Hoewel die beschreven toestanden tragisch zijn, voel ik bij het lezen van die zinnetjes ook altijd een soort blijdschap. Dat komt omdat het woord ‘fascisten’ correct wordt gebruikt.


Hedebouw en Stalin
     Als een PVDA-leider geïnterviewd wordt, krijgt hij vaak de vervelende vraag of hij nog altijd zo enthousiast is over Stalin en Mao, de idolen van zijn jeugd. Daar kwam tot nog toe altijd een ontwijkend antwoord op. Maar nu heeft Raoul Hedebouw in een interview in De Morgen een ferme uitspraak gedaan. Stalin en Mao waren ‘totalitaire massamoordenaars’ al vertoeven ze ‘niet in dezelfde kring van de hel als Hitler.’
     Op die bocht van de PVDA ben ik trots. Zes jaar geleden wrong die andere PVDA-leider Jos D’haese zich nog in allerlei bochten om niet te moeten antwoorden. Alhoewel het mijn zaken niet zijn heb ik Jos toen de raad gegeven om het anders aan te pakken. Op 17 december 2020 schreef ik:

Alleen even op de tanden bijten en Stalin een ‘massamoordenaar’ noemen, dat is alles wat van je gevraagd wordt. Je kunt ook ‘Fuck Stalin’ antwoorden, zoals Peter Mertens ooit ‘Fuck Noord-Korea’ zei. Maar zo’n uitspraak blijft dubbelzinnig. ‘Fuck Stalin’ en ‘Fuck Noord-Korea’, dat kan van alles betekenen, maar vooral dit: ik ben die eeuwige vragen over Stalin en Noord-Korea meer dan beu.  Nee, ‘massamoordenaar’ is beter. Als je dat antwoord een paar keer geeft, ben je voor altijd van de vraag af. 

    En nu heeft niet Jos maar Raoul mijn raad opgevolgd. Er is in ons land toch één partij die naar mij luistert. 

 

dinsdag 3 maart 2026

Bedenkingen over Iran


Verklaring van het ABVV
      Het ABVV heeft een verklaring gepubliceerd over Iran waarin de militaire aanval op Iran wordt veroordeeld. De vakbond heeft zo’n verklaring ook gepubliceerd toen Rusland Oekraïne binnenviel en, met de nodige vertraging, toen het straatprotest in Iran werd onderdrukt. In al die gevallen drong de vakbond erop aan dat er een vreedzame oplossing zou komen.
    
     De ABVV-verklaring is opgesteld in een pseudo-diplomatieke taal, waarbij de woorden afgewogen zijn. En dan is het aanstootgevend om vast te stellen hoe eufemistisch er over het Ayatollah-regime gesproken wordt.

De maatschappijvisie van de Iraanse regering is niet de onze, en als progressieve vakbond veroordelen we het autoritair karakter van de Iraanse overheid.

      ‘Niet onze maatschappijvisie’, dat is wel een heel gematigde formulering vanwege een organisatie die anders de superlatieven niet schuwt. Ik stel voor dat het ABVV ze in de toekomst alleen gebruikt als ze het over de regering-De Wever gaat. Dan zal ik begrijpend knikken als de vakbond bij een volgende spoorstaking zegt dat de ‘maatschappijvisie van de Belgische regering niet de onze is.’
      Ook op emotioneel vlak begrijp ik de reactie van het ABVV niet. Als ik over bombardementen hoor, beklaag ik de slachtoffers en denk ik aan de bombardementen die mijn ouders hebben meegemaakt. Maar als ik hoor of zie hoe betogers worden doodgeschoten, of gevangengenomen en opgehangen worden, dan denk ik terug aan mijn jeugdjaren toen ik, naar het woord van de dichter, ‘de trommel sloeg in veel stoeten.’ Ik ben dan met terugwerkende kracht bang dat er op mij wordt geschoten. Maar die ABVV-mensen, die trommelen vandaag nog altijd in veel stoeten. Die zouden toch moeten barsten van verontwaardiging bij de gedachte aan wat de Ayatollahs gedaan hebben. Maar nee. Ze houden het diplomatieke hoofd koel, en vergeten niet dat Israël en de VS, zoals de kameraden van de PVDA zouden zeggen, de ‘hoofdvijand’ uitmaken.
      ‘Autoritair karakter’? In de VS zijn twee actievoerders omgekomen bij disproportioneel geweld van de immigratie-politie en sommigen spraken van ‘fascisme’ en ‘Hitler’.  Op 8-9 januari zijn er in Iran vele duizenden actievoerders vermoord en het ABVV spreekt van een ‘regering met een autoritair karakter.’ Dat is pas een eufemisme! Het Iraanse regime zelf spreekt van 3.117 doden. VN-rapporteur Mai Sato spreekt van minstens 5.000, mogelijk tot 20.000 slachtoffers. Sommige mensenrechtenorganisaties spreken van 35.000 doden. Kent het ABVV nog andere ‘totalitaire’ regimes waar vergelijkbare aantallen slachtoffers gevallen zijn bij een straatprotest? Je moet al uitwijken naar de slachtpartij op het Tienanmen-plein in 1989. 


Experten
     Jeroen Olyslaegers waarschuwt voor ‘de velen die nu paraderen als experten’. Die mensen ‘nemen positie tegen de ongeoorloofde inmening van de VS en Israël’, doen ‘angstige voorspellingen’, houden ons voor ‘waar we moeten nuanceren’,  ‘wat het verleden ons heeft geleerd’ en ‘hoe juist we moreel moeten staan.’ Ik moet mij van die waarschuwing niets aantrekken, want mijn lezers weten dat ik zelden als expert paradeer. Integendeel. Tot ergernis van sommige lezers roep ik vaak mijn onwetendheid in om geen stevige mening te moeten ventileren.


Fuck you, Khamenei!
     Olyslaegers vertelt ook dat hij aan het Mastvestpark in Antwerpen een ‘kristalheldere kreet van een jonge vrouw’ gehoord heeft: ‘Fuck you Khamenei!’ De kreet is als argument even onbruikbaar als ‘Fuck you Trump!’ en ‘Fuck you Netanyahu!’, maar ze geeft wel goed weer wat ikzelf van het Iraanse regime denk. 


Lachen om een overlijdensbericht
     Dankzij de dood van Khamenei heb ik toch een paar keer moeten lachen. Het begon serieus bij de De Standaard die kopt: ‘Ali Khamenei, het gezicht van eindeloos bruut geweld in Iran.’ Dat is de zuivere waarheid, maar meestal lees ik liever een neutrale kop, zoals die in de New York Times‘Ayatollah Ali Khamenei, hardline cleric who made Iran a regional power, is dead at 86.’ Zo’n formulering nodigt uit tot fraaie parodieën, zoals die van Maarten Boudry: ‘Adolf Hitler, struggling painter who rebranded as hardline socialist, rose from bavarian obscurity to transform Germany into a regional power. Dies at 56.’ Daar heb ik in mijn eentje hardop mee gelachen.
      Met het X-bericht van de extreem-linkse Britse academicus Harry Pettit, heb ik enkel geglimlacht: ‘Ayatollah Khamanei will be remembered for standing up to the paedophilic US-‘Israel’ cabal until the end … He will inspire the next generation of resistance against the demonic forces of Zionism.’ Pettit moet geweten hebben dat zo’n tweet hem zijn aanstelling aan de VUB zou kosten. Je vraagt je af: zou zo’n zelfgekozen martelaarschap ook toegang verlenen tot het islamitische paradijs? Dat is op zich alweer een gedachte waar je sarcastisch mee kunt lachen als je ze doorvertelt. 


De toekomst
     Bij linkse mensen lees ik over hun angst dat de VS in de toekomst ‘beslag zou kunnen leggen op de olie-voorraden in Iran’ of dat ‘de zoon van de Sjah een politieke rol zou spelen.’ Dat houdt mij eerlijk gezegd niet bezig. Mijn grootste angst is dat het regime overleeft en nog 20 jaar terreur zaait en de regio destabiliseert. Mijn tweede grootste angst is dat het regime ten val komt en dat de oppositiekrachten onder elkaar een burgeroorlog beginnen: seculieren, conservatieven, mudjhadin, regionalisten, religieuze minderheden. 

 

Trump als imperialist
      Hoewel ik mij altijd heel voorzichtig over Trump heb uitgelaten, ben ik er toch in geslaagd om mij te vergissen. Ik zag in hem een isolationist, en een pacifist in de slechtste zin van het woord: iemand zonder geopolitieke reflex, iemand die blaft maar altijd klaar staat om te capituleren, iemand die de Nobelprijs voor de vrede belangrijker vindt dan de strategische belangen van zijn land, iemand die gelooft dat alle conflicten in de wereld niet meer zijn dan obstakels op de weg naar lucratieve zakendeals. Maar zoals de aanval op het Ayatollah-regime bewijst: ik heb mij dus vergist: Trump is, wellicht onder invloed van zijn entourage, minstens ook een geopolitieke imperialist.


Trump als geostrateeg
     Ik lees met bewondering wat sommige experten schrijven over de verborgen ‘doctrine’ achter Trumps buitenlandse politiek. Volgens die experten zijn wispelturigheid, vage uitspraken, en plotse koerswijzigingen onderdeel van een plan-dat-geen-plan-wil-zijn. De Standaard schrijft dat Trump geen duif of havik is maar een ‘opportunistische vogel die aast op gemakkelijke overwinningen.’ Dat is ook een strategie natuurlijk: van quick win naar quick win. Je weet natuurlijk niet waar je uitkomt, maar dat weet je met een door experten opgesteld langetermijn plan eigenlijk ook niet. Tegelijk kun je bij Trump moeilijk anders dan denken aan de door Tucholsky geciteerde uitspraak van Anton Kuh: ‘Wie sich der kleine Moritz die Weltgeschichte vorstellt – – genau so ist sie!’


Pre-emptive strike
    Tussen alle rare zinnen door, heeft Trump ook gezegd dat de Amerikaanse aanval een ‘pre-emptive strike’ was ‘to protect the American people’. Dat is een onredelijk gebruik van het woord ‘pre-emptive strike’. Mocht internationaal recht echt bestaan, en mocht er een echte wereldrechtbank bestaan, dan zou geen enkele rechter die interpretatie volgen. Maar in bredere zin is bijna elke agressie-oorlog te verklaren als een ‘pre-emptive strike.’ 


De bedoelingen van Trump
     Wat ik dezer dagen heel vaak lees is dat de ware bedoeling van Trump niet is om het Iraanse volk te ‘helpen’. Dat is ook niet waar ik op hoop. Ik kan alleen hopen dat de imperiale belangen van de VS in dit geval toevallig min of meer samenvallen met de democratische verzuchtingen in Iran. Zoals ik ook hoop dat de imperiale belangen van de VS minstens gedeeltelijk samenvallen met de veiligheidsnoden van Europa. En zoals ik ook hoop dat er in de wereld af en toe iets is wat goed afloopt.


En Europa?
     Ik ben een goede Europeaan en ik sta achter de verklaringen van mijn minister van Buitenlandse Zaken, vooral nu ik zie hoe boos extreem-links op hem is. Mijn vrouw denkt daar anders over. Maar we hebben toch allebei moeten lachen met dit filmpje van Puppet Regime


Trump / Khamenei
     Ik zag een meme voorbijkomen waarin Trump en Khamenei met elkaar vergeleken werden. Het derde laatste punt - pro gun - is niet correct. Iran heeft helemaal geen vrij wapenbezit. En al de overige punten behoren tot het gebied van humor, smaak, nuance, redelijkheid en proporties, zaken waarover het moeilijk is om te discussiëren maar waar niettemin, zoals bekend, de scheidingslijn getrokken wordt tussen beschaving en barbarij.  

* De verklaringen van het ABVV over Oekraïne, de straatprotest in Iran en de Amerikaans-Israëlische aanval. De ideologische uitgangspunten van de vakbond zijn niet de mijne. Maar ik word vooral ongemakkelijk van de woordkeuze en de sluwe klemtonen.

zondag 1 maart 2026

Wonen: vrije markt of 'beleid'

      Kunnen we de huizen- en huurmarkt overlaten aan het spel van vraag en aanbod? De overheid kan natuurlijk regels bepalen voor veiligheid en milieu, maar waarom moet ze ingrijpen door belastingverlagingen, sociale woningen, wetten tegen leegstand, regeling van de huurprijzen? Neem bijvoorbeeld dat laatste. Als huiseigenaren hoge huren aanrekenen, zullen kapitaalkrachtigen meer huizen laten bouwen waarmee ze hopen ook hoge huurprijzen binnen te rijven. Ten slotte komt er dan een overaanbod aan huurwoningen, waardoor de huurprijzen weer zakken. Is dat niet mooi gedaan van de markt?
     Maar bij woningbouw is er blijkbaar iets speciaals aan de hand, en de reden is dat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond beperkt is. Daardoor moeten er keuzes worden gemaakt die bij andere markten niet nodig zijn.. Op de FB-pagina van de erg linkse Frank D’hanis las ik het volgende:

 De markt is namelijk het grote probleem. Of meer bepaald het idee dat onze overheden hebben dat de markt vraag en aanbod wel op elkaar zal afstemmen. Dat is niet zo. In een samenleving waarin een bepaald segment van de bevolking steeds rijker is tegenover een segment dat armer wordt, zal de markt zich meer en meer richten op dat rijkere segment.

     Daar moest ik even over nadenken. Sinds Friedrich Engels haalt links graag de woningnood aan als een probleem dat ‘binnen het kapitalisme niet kan worden opgelost.’ Hedendaags links heeft typische herverdelingsvoorstellen waarbij de hogere inkomens het kopen en huren van huizen subsidieert voor wie minder geld heeft. Op die herverdelingsvoorstellen kan ik met enige moeite wel een antwoord verzinnen. Maar dat er een markt bestaat waar het rijkere segement van de bevolking wel, en het armere segment niet wordt bediend, dat is toch een probleem sui generis
     Ik kan mij inderdaad voorstellen dat projectontwikkelaars liever kantoren bouwen voor grote bedrijven, of grote huizen, luxe-appartementen en tweede verblijven voor rijke burgers, omdat daar grotere winstmarges mogelijk zijn dan bij het bouwen van werkmanshuisjes en schamele appartementjes. 
     Met auto’s heb je zoiets niet. Kapitalisten kunnen grote winsten maken door Ferrari’s te verkopen aan de rijken, maar als ze heel veel Dacia’s verkopen, worden ze ook rijk. En voor wie zich zelfs geen Dacia kan veroorloven worden brommers geproduceerd. Alle segmenten van de bevolking zijn goed om winst te maken.
     Maar bij woningen ligt dat dus een beetje anders. Als er slechts een beperkte hoeveelheid bouwgrond ter beschikking staat, worden er misschien te weinig kleine woningen met goedkope materialen gebouwd.

***

      In De Standaard van 16/1 schrijft Nico Tanghe dat Trump nu plots ‘uiterst linkse ideeën’ overneemt. Meer bepaald heeft hij een idee overgenomen van de linkse democrate Elizabeth Warren.

 De Amerikanen kopen veel meer op krediet dan wij. Als je daar te laat bent met de afbetaling van schulden, rekenen de banken een woekerrente aan van 20 procent of meer. Trump wil dat halveren en een plafond opleggen van 10 procent.

       Je moet niet veel van economie afweten om de nadelen van dat voorstel te begrijpen. Ze worden ook vermeld in het artikel. Die hogere rente is namelijk een compensatie voor het hogere risico dat de bank loopt.

 In de praktijk zou het wel eens averechts kunnen werken. Banken zouden minder rente kunnen opstrijken, wat ze zouden compenseren door strengere voorwaarden te stellen voor kredietkaarten … waardoor veel arme Amerikanen niet meer aan een kredietkaart zullen raken.

      Natuurlijk kan een ‘uiterst linkse’ regering ook daar iets aan doen door de banken te verplichten om  kredietkaarten uit te reiken aan mensen met een lage kredietscore. Het is een van de voorstellen die Frank Dhanis op zijn FB-pagina doet. De overheid moet zelf woningen bouwen, huurprijzen vastleggen, projectontwikkelaars verbieden om luxe-appartementen te bouwen en zorgen voor toegang tot eigendom voor starters zonder grote spaardrempels. Dat laatste is precies wat in de VS gebeurde toen Amerikaanse financiële instellingen door de overheid verplicht werden om hypotheekleningen toe te staan aan gezinnen met een lage kredietscore. Die hypotheekleningen werden vervolgens verpakt en herverpakt tot ‘rommelkredieten’ met de financiële crash van 2008 als gevolg.