Kunnen we de huizen- en huurmarkt overlaten aan het spel van vraag en aanbod? De overheid kan natuurlijk regels bepalen voor veiligheid en milieu, maar waarom moet ze ingrijpen door belastingverlagingen, sociale woningen, wetten tegen leegstand, regeling van de huurprijzen? Neem bijvoorbeeld dat laatste. Als huiseigenaren hoge huren aanrekenen, zullen kapitaalkrachtigen meer huizen laten bouwen waarmee ze hopen ook hoge huurprijzen binnen te rijven. Ten slotte komt er dan een overaanbod aan huurwoningen, waardoor de huurprijzen weer zakken. Is dat niet mooi gedaan van de markt?
Maar bij woningbouw is er blijkbaar iets speciaals aan de hand, en de reden is dat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond beperkt is. Daardoor moeten er keuzes worden gemaakt die bij andere markten niet nodig zijn.. Op de FB-pagina van de erg linkse Frank D’hanis las ik het volgende:
De markt is namelijk het grote probleem. Of meer bepaald het idee dat onze overheden hebben dat de markt vraag en aanbod wel op elkaar zal afstemmen. Dat is niet zo. In een samenleving waarin een bepaald segment van de bevolking steeds rijker is tegenover een segment dat armer wordt, zal de markt zich meer en meer richten op dat rijkere segment.
Daar moest ik even over nadenken. Sinds Friedrich Engels haalt links graag de woningnood aan als een probleem dat ‘binnen het kapitalisme niet kan worden opgelost.’ Hedendaags links heeft typische herverdelingsvoorstellen waarbij de hogere inkomens het kopen en huren van huizen subsidieert voor wie minder geld heeft. Op die herverdelingsvoorstellen kan ik met enige moeite wel een antwoord verzinnen. Maar dat er een markt bestaat waar het rijkere segement van de bevolking wel, en het armere segment niet wordt bediend, dat is toch een probleem sui generis.
Ik kan mij inderdaad voorstellen dat projectontwikkelaars liever kantoren bouwen voor grote bedrijven, of grote huizen, luxe-appartementen en tweede verblijven voor rijke burgers, omdat daar grotere winstmarges mogelijk zijn dan bij het bouwen van werkmanshuisjes en schamele appartementjes.
Met auto’s heb je zoiets niet. Kapitalisten kunnen grote winsten maken door Ferrari’s te verkopen aan de rijken, maar als ze heel veel Dacia’s verkopen, worden ze ook rijk. En voor wie zich zelfs geen Dacia kan veroorloven worden brommers geproduceerd. Alle segmenten van de bevolking zijn goed om winst te maken.
Maar bij woningen ligt dat dus een beetje anders. Als er slechts een beperkte hoeveelheid bouwgrond ter beschikking staat, worden er misschien te weinig kleine woningen met goedkope materialen gebouwd.
***
In De Standaard van 16/1 schrijft Nico Tanghe dat Trump nu plots ‘uiterst linkse ideeën’ overneemt. Meer bepaald heeft hij een idee overgenomen van de linkse democrate Elizabeth Warren.
De Amerikanen kopen veel meer op krediet dan wij. Als je daar te laat bent met de afbetaling van schulden, rekenen de banken een woekerrente aan van 20 procent of meer. Trump wil dat halveren en een plafond opleggen van 10 procent.
Je moet niet veel van economie afweten om de nadelen van dat voorstel te begrijpen. Ze worden ook vermeld in het artikel. Die hogere rente is namelijk een compensatie voor het hogere risico dat de bank loopt.
In de praktijk zou het wel eens averechts kunnen werken. Banken zouden minder rente kunnen opstrijken, wat ze zouden compenseren door strengere voorwaarden te stellen voor kredietkaarten … waardoor veel arme Amerikanen niet meer aan een kredietkaart zullen raken.
Natuurlijk kan een ‘uiterst linkse’ regering ook daar iets aan doen door de banken te verplichten om kredietkaarten uit te reiken aan mensen met een lage kredietscore. Het is een van de voorstellen die Frank D’hanis op zijn FB-pagina doet. De overheid moet zelf woningen bouwen, huurprijzen vastleggen, projectontwikkelaars verbieden om luxe-appartementen te bouwen en zorgen voor ‘toegang tot eigendom voor starters zonder grote spaardrempels.’ Dat laatste is precies wat in de VS gebeurde toen Amerikaanse financiële instellingen door de overheid verplicht werden om hypotheekleningen toe te staan aan gezinnen met een lage kredietscore. Die hypotheekleningen werden vervolgens verpakt en herverpakt tot ‘rommelkredieten’ met de financiële crash van 2008 als gevolg.








