Posts tonen met het label corona. Alle posts tonen
Posts tonen met het label corona. Alle posts tonen

vrijdag 14 januari 2022

Factcheck en nuances bij De Croo en Van Gucht

 

     Dat De Croo af en toe totaal verkeerde cijfers citeert als het over corona gaat, heb ik al een paar keer aangehaald*. Het eigenaardige is dat hij dat blijft doen. Hij leest natuurlijk mijn blog niet, maar is er dan niemand in zijn omgeving die hem op zijn blunders wijst? Is De Croo een soort Mao Zedong die door niemand wordt tegengesproken? En stuurt De Croo, zoals voornoemde Mao Zedong tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, ingrijpende beslissingen aan zonder dat iemand hem de echte cijfers durft te geven waarop die beslissingen moeten voortbouwen? Ik was er niet gerust in.
     Ondertussen kan ik al wat beter slapen. In De Standaard stond een factcheck aangaande de De Croo zijn laatste enormiteit – een factcheck die de premier ongetwijfeld wél gelezen heeft. In De Morgen van 9 januari had hij gezegd: ‘Een gevaccineerde die besmet is [met omikron] heeft negen à tien keer minder kans om het virus over te dragen.’ Journalist Dries De Smet spreekt over die bewering, na een genuanceerde commentaar, het onverbiddelijke verdict uit: ‘Onwaar’. Niet ‘eerder onwaar’, maar ‘onwaar’. Hij wijst erop dat er geen Belgische cijfers bestaan, maar dat een Deense studie wijst dat die besmettingskans – in huiselijke kring – bij drie keer gevaccineerden, geboosterden dus, niet tien keer, maar twee keer minder is. Een heel verschil.
    Nu is het natuurlijk makkelijk om een politicus te factchecken. Ook leken zoals Dries De Smet en ikzelf kunnen dat. Maar hoe zit dat met uitspraken van experts? Mijn zoon-de-dokter zei onlangs dat een derde prik 60 tot 70 procent beschermt tegen omikronbesmetting. 60 tot 70 procent? Hij was onlangs op een feest geweest waarop een van de aanwezigen, ondanks een negatieve zelftest, achteraf met omikron besmet bleek. Maar alle andere aanwezigen waren drie keer geprikt, en niemand had een besmetting opgelopen. Oké, dacht ik: anecdotal evidence. En hoe weet men dat het een omikronbesmetting was?  En bovendien, als de zelftest negatief was, zal de besmette op dat ogenblik nog niet veel virus hebben geproduceerd. 
    Mijn-zoon-de-dokter-maar-geen-expert had, leerde ik achteraf uit de krant, zijn cijfers van iemand die wel een expert is: Van Gucht. Die had vorige week al gesproken van 60 tot 70 procent bescherming. ‘Wie drie dosissen gehad heeft, maakt tot drie keer minder kans om besmet te raken met omikron.’ Hoe weet Van Gucht dat? Ik neem aan dat hij de cijfers van de besmettingen neemt, dan het percentage van de geboosterden eruit haalt, en dan dat percentage vergelijkt met het percentage van niet-gevaccineerden. En die vergelijking levert een beschermingsgraad op van 60 tot 70 procent voor geboosterden. Volgens die berekening is de uitspraak van Van Gucht ongetwijfeld ‘waar’ – niet ‘eerder waar’, maar ‘waar’.
     Eigenlijk zou ik bij een factcheck een vijfde categorie willen toevoegen naast ‘waar’, ‘eerder waar’, ‘eerder onwaar’ en ‘onwaar’. Ik denk bijvoorbeeld aan een categorie ‘ongenuanceerd’, die geen veroordeling inhoudt, want je kunt niemand verwijten dat hij niet àltijd àlle nuances meegeeft. Maar het biedt de factchecker de mogelijkheid om die nuances dan zelf aan te brengen.
     Zo bekeken, lijkt de uitspraak van Van Gucht mij ‘ongenuanceerd’. Ten eerste geven de cijfers van Sciensano een momentopname. We hebben ondertussen geleerd dat de vaccinwerking geleidelijk aan afneemt. De beschermingsfactor zal binnen een maand niet meer dezelfde zijn als nu. Ten tweede beschikt Sciensano niet over de cijfers van de besmettingen, maar alleen over de cijfers van de positieve testen. Gezien de teststrategie mogen we aannemen dat de zwaardere gevallen in die cijfers oververtegenwoordigd zijn, en de asymptomatische gevallen– vaak bij geboosterden – ondervertegenwoordigd. Als dat klopt zijn er meer geboosterden besmet dan er opgenomen zijn in de cijfers waarmee Van Gucht zijn berekening heeft gemaakt. En ten derde houdt het Sciensano-cijfer geen rekening met de ongeziene besmettelijkheid van omikron. Het is logisch dat omikron in een eerste fase vooral circuleert onder de niet-gevaccineerden. Dat is voor het virus het laaghangende fruit. Maar als op termijn 50 procent van de bevolking besmet moet raken – en dat zijn de prognoses – dan zal het virus in een tweede fase zich moeten richten op de gevaccineerden en geboosterden. Op dat moment zal die beschermingsfactor van 60 tot 70 procent erg theoretisch worden.
    Daarmee zij niet gezegd dat Van Gucht ongenuanceerd communiceert. Ongeveer alles wat ik hierboven aanhaal, heb ik juist van hem geleerd. Maar als zijn procent zonder context in een krant wordt geciteerd, of als het zich als los cijfer in ons geheugen nestelt, is het dat wel. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het onder geboosterden een ‘vals gevoel van veiligheid’ kan creëren. Maar misschien is dat in de gegeven omstandigheden beter dan een ‘vals gevoel van onveiligheid’.

 

Laatst nog hier

woensdag 12 januari 2022

Vaccinatieverplichting 'rears its ugly head'

** Het was eventjes schrikken vanmorgen toen ik de kop zag op de één van Het Nieuwsblad. (Zie hierboven)

** Zoals ik een stukje tegen het Hoeyberghs-vonnis begin met een rituele maar gemeende veroordeling van de man, begin ik een stukje tegen vaccinatieverplichting met een ferme én gemeende verdediging van de vaccins. Ikzelf ben drie keer gevaccineerd, en ik zal niet aarzelen om vrijwillig een vierde vaccin te laten inspuiten als dat er komt. Ik ben wel niet enthousiast voor vaccinatie van jonge kinderen.

** De Croo kondigde aan dat hij voor de vaccinverplichting rekening zou houden met het wetenschappelijk advies. Welke wetenschap vroeg ik mij af? Het blijkt de wetenschap van de motivatiepsychologie te zijn, zoals bedreven door de expertengroep ‘Psychologie & Corona’. Ik wil niet graag als anti-wetenschap te boek staan, maarrreuh …

** Ik heb het arsenaal van argumenten gelezen in Het Nieuwsblad. Het lijkt op het debat over de gascentrales: alle argumenten komen aan bod, behalve dat van de CO2-uitstoot. Bij de vaccinverplichting: alle argumenten komen aan bod behalve dat van de effectiviteit van de maatregel. Alleen Liesbeth Van Impe besteedt er één zinnetje aan: ‘De vaccinatiegraad is al hoog, een verplichting zal daar niet veel aan toevoegen.’ 

** De voornaamste rechtvaardiging van de psychologen is dat de resterende niet-gevaccineerden onmogelijk nog met redelijke argumenten te overhalen zijn. Dat is zeker waar en dat wist ik ook zonder de wetenschappelijke psychologie. Hopelijk zal dat argument over de ontoereikendheid van redelijke argumenten niet al te vaak gebruikt worden in de toekomst. Ik heb het indertijd niet gehoord tijdens de discussie over de autogordel. Toen had men het fatsoen om de effectiviteit van de maatregel centraal te stellen. 

** Van Impe en anderen raden aan om een breed parlementair debat te houden over de kwestie. Ja, waarom niet? Het zou mij trouwens verwonderen als de regering die kans niet zou aangrijpen. Het is een debat met een grote symboolwaarde dat ze niet kan verliezen. Buiten het parlement is er een publieke opinie die met een ruime meerderheid de verplichting steunt. Geen enkele brede partij kan zich permitteren om principieel tegen de verplichting in te gaan, zelfs als ze dat eigenlijk zou willen.

** Mij stoort ook het tijdstip waarop de discussie start, namelijk tijdends de staart van de pandemie. Natuurlijk zouden vaccins een wereld van verschil gemaakt hebben tijdens de eerste twee golven. Toen waren er ‘7800 levens’ die hadden kunnen worden gered, iets waar CD&V zo graag over spreekt. Maar de vaccins waren op dat moment nog niet beschikbaar. Als ze er wel waren geweest, dan had men de meeste van die 7800 mensenlevens ook kunnen redden met vrijwillige vaccinatie.

** De timing van de discussie voedt het vermoeden dat het ‘niet om de gezondheid’ gaat, maar ‘om een verborgen agenda’. Zelf geloof ik niet in een samenzwering. Ik geloof niet dat De Croo tegen Vandenbroucke zegt: ‘Hoe kunnen we ons het best voorbereiden op de komende sociaal-economische conflicten’, waarop die laatste antwoord: ‘We gaan er de volgzaamheid tegenover de autoriteiten eens goed inrammen met de verplichte vaccinatie.’

** Waar ik wel in geloof, dat zijn politieke spelletjes. Een regeringsleider die zich afvraagt: ‘Hoe kan ik mij gemakkelijk populair maken?’ Of: ‘Hoe kan ik de oppositie tot een debat verleiden dat ze niet kan winnen.’ 

** Waar ik ook in geloof, dat zijn politici voor wie het een tweede natuur is om de burgers te manipuleren, te controleren en te regimenteren, dat alles natuurlijk-uiteraard-vanzelfsprekend in het belang van die burgers zelf.

** Elchardus heeft in Reset geschreven over een mogelijk conflict tussen democratische meerderheden en mensenrechten. Er is geen probleem zolang een democratische meerderheid zich achter een bepaald mensenrecht schaart. Het recht op lichamelijke integriteit is echter een mensenrecht waar blijkbaar geen democratische meerderheid voor bestaat. 

** Veel mensen hanteren een nogal primaire redenering. ‘Als ik een vaccin laat inspuiten,’ zeggen ze tegen zichzelf, ‘waarom mag een ander dat dan weigeren? Is die misschien beter dan ik? Waarom moet die niet solidair zijn met mij?’ 

** Dat aan die primaire redenering wordt toegegeven, vind ik trouwens het kwalijkste aan het hele debat. Want als ik de voorstellen van de partijen overloop, zie ik geen échte verplichting aan de horizon. CD&V wil een boete voor vaccinweigeraars, Rousseau wil een uitsluiting van bepaalde activiteiten, en Open Vld wil een gevaccineerdenpasje, wat op hetzelfde neerkomt. Dat is nog iets anders dan verplicht in de armen te gaan spuiten.

** Dat men die maatregelen echter voorstelt als een ‘verplichting’, legt de drempel lager om in de toekomst andere echte verplichtingen op te leggen, zonder de effectiviteit van die verplichting te motiveren, maar door alleen de juiste buzz-woorden te gebruiken. 

** De argumentatie van Conner Rousseau in Het Nieuwsblad heeft een onwaarschijnlijk hoog passe-partoutgehalte. Ik geef het hier letterlijk weer. ‘De vaccinatie-verplichting is het belangrijkste wapen voor onze collectieve vrijheid en tegen het vergroten van ongelijkheid.’ Laat het woord ‘vaccinatie’ weg en je krijgt ‘de verplichting is het belangrijkste wapen voor onze collectieve vrijheid’, een slagzin die vaag doet denken aan ‘freedom is slavery and slavery is freedom’ van 1984

donderdag 13 mei 2021

Festival-angst

  


   Ikzelf heb met die zomerfestivals niets te maken. Het is een kwestie tussen de regering, de organisatoren van dat soort evenementen, en de liefhebbers van dat soort muziek. Maar ook mij slaat de angst om het hart als ik op televisie grote groepen mensen zie. Ik ben door veertien maanden lockdown zo geconditioneerd. Als ik in een oude film twee mannen zie die elkaar de hand schudden, wil ik roepen: ‘Doe dat niet!’ Als ik voetbalspelers of trainers zie die elkaar na een doelpunt omhelzen, moet ik een lichte neiging onderdrukken om de politie op te bellen. Nu, dat had ik vroeger ook. Als ik die omhelzingen zie vanop de tribune, heb ik er geen probleem mee, maar zo maar op televisie, heeft het iets obsceens.
    Om maar te zeggen dat plaatsvervangende smetvrees en ochlofobie zich ook in mijn ziel hebben ingevreten. Ik word angstig bij de gedachte aan festivals, aan juichende voetbalsupporters verzameld op een plein, en aan donkere zalen waar massa’s jongeren bijeenkomen om op het ritme van ophitsende muziek te springen, te zwieren en vooral te zweten. Bij zo’n angst is het geloof ik best om even een stapje achteruit te zetten, zoals men doet als men een pointillistisch schilderij bekijkt, en de feiten kalmpjes op een rij te zetten. Een eerste feit is dat het coronavirus zich niet verspreidt langs menselijk zweet.
     Toen Jambon en De Croo, en later de federale regering, aangaven dat ze de zomerfestivals zouden toelaten, was ik heel even verbijsterd. Was dat niet te vroeg? In veel gemeenten moet je op straat nog met een mondkapje rondlopen, winkelen is aan allerlei restricties onderworpen, we mogen haast niemand in huis ontvangen, we moeten thuiswerken, kinderen mogen maar één hobby hebben, en dan plots … festivals. 
     Mijn verbijstering had, zoals wel vaker, veel te maken met mijn gebrek aan voorstellingsvermogen. Als ik aan de rand van een zwembad sta, kan ik mij nauwelijks voorstellen hoe het is om mij na een duiksprong ín dat zwembad te bevinden. Nochtans ben ik dan maar enkele seconden van die duiksprong verwijderd. Die festivals zoals Pukkelpop en Tomorrowland daarentegen, die zijn nog meer dan drie maanden verwijderd. Omdat de aankondiging nú komt, stellen we ons die massafeesten voor in de omstandigheden van mei, terwijl ze plaats zullen vinden in de omstandigheden van eind augustus.
     Psychologisch bekeken was het misschien niet slim van Jambon en De Croo, en later van  Conner Rousseau die ‘achter de schermen voor de festivals geijverd had’, om de spectaculaire festivals zo in de verf te zetten. Daar winnen ze de sympathie mee van de tienduizenden festivalgangers, maar het is wrang voor de honderdduizenden anderen die een tuinfeest willen organiseren en dat nog niet mogen. Eigenlijk had men duidelijk moeten zeggen dat in augustus ook grote tuinfeesten mogelijk worden. Die aankondiging was niet zo dringend als die over de festivals, want voor een tuinfeest heb je geen drie maanden voorbereiding nodig, maar het had voor meer evenwicht gezorgd.
      Welbeschouwd is het groene licht voor de festivals in augustus een blijk van vertrouwen in de vaccinatie. Je verwacht eigenlijk dat de virologen en Frank Vandenbroucke luid mee zouden zingen in het koor van Jambon en De Croo. Dat ze de boodschap zouden uitdragen: laat je vaccineren, en dan mag je naar de festivalweide, het tuinfeest, het restaurant, de bioscoop, het fitnesscentrum en het bordeel, al naar gelang je eigen voorkeur. In de plaats daarvan preken ze voorzichtigheid: de festivalweide, het tuinfeest en het bordeel, het is allemaal goed en wel, maar we moeten eerst de cijfers afwachten? Vertrouwen ze er dan niet op dat die cijfers naar beneden zúllen gaan door de vaccinatie?
     Mijn vrouw en mijn zoon vinden dat de regering te optimistisch is in de hele kwestie. Ze wijzen mij erop dat ik ook al een paar keer te optimistisch ben geweest over corona. Ze vinden dat de regering een risico neemt met die festivals. Ze hebben natuurlijk gelijk dat er risico’s zijn. Een storm kan opsteken op Pukkelpop waardoor de grote tent instort. Het is nog gebeurd. Brokstukken van een kaduuk Chinees ruimtetuig kunnen terechtkomen op de weide van Tomorrowland. Maar die risico’s zijn tamelijk klein. Waar men écht aan denkt is het risico dat de vaccins niet zijn wat ‘they are cracked up to be.’*
     Omdat ik er af en toe iets over lees, heb ik begrepen dat men door een vaccin beschermd is tegen ernstige covid, maar dat ook een dubbele vaccinatie de besmetting door, en de verspreiding van, het coronavirus niet tegenhoudt**. De verspreiding vermindert misschien met 80 procent, maar die 20 procent die overblijft, dat is niet niets. Goed, dan is dat maar zo. Op een festival van 66 000 bezoekers per dag zullen er dus heel wat virussen verspreid worden door gevaccineerden en door vals negatief getesten. De vraag is alleen of die vespreiding erg is. De jonge mensen óp de weide lopen amper kans op ernstige covid, of ze nu besmet worden of niet, en de oudere mensen náást de weide zijn gevaccineerd, waardoor ook zij amper kans maken op ernstige covid als ze in contact komen met jongeren die op de weide werden besmet.
     De festivals, de tuinfeesten, de restaurants, de bioscopen enzovoort zullen dus voor vele tienduizenden besmettingen zorgen, voor honderden ziekenhuisopnames, voor tientallen opnames op intensieve zorgen, en voor enkele doden. Dat is aanvaardbaar. Of vergis ik mij? Is het een andere ordegrootte die we kunnen verwachten op grond van wat we nu weten over het virus en de vaccins? Op díe vraag moet een beetje viroloog of epidemioloog het antwoord ondertussen toch kennen. Er moet toch al een en ander geweten zijn na de massale vaccinaties in Israël, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Men kan zich toch niet blijven verschuilen achter onzekerheid.
     Waar ik de onzekerheid van de virologen wel aanvaard, dat is over alles wat te maken heeft met nieuwe virusvarianten in de toekomst. Alleen de aller-aller-allerknapste astrologen kunnen voorspellen of er al dan niet varianten zullen ontstaan waar onze vaccins geheel of gedeeltelijk machteloos tegenover staan. Dat is vervelend want je weet niet of de astroloog die je raadpleegt tot de aller-aller-allerknapste behoort. Gewone astrologen, virologen en wijzelf kunnen de toekomst van het virus en zijn varianten, of van iets anders, nooit met zekerheid voorspellen.
      Maar díe onzekerheid strekt zich niet alleen uit tot augustus van dit jaar. Ze strekt zich ook uit tot  augustus 2022. Als we met het risico op toekomstige resistente varianten rekening willen houden, dan kunnen de festivals in 2022 ook geen toestemming krijgen drie maanden op voorhand. En evenmin in 2023, 2024 en 2025. Dat gaat mij te ver en ik grijp dus terug naar een oude wijsheid van Jean-Luc Dehaene: de problemen oplossen als ze zich stellen.
     En als het probleem zich nu eens stelt vóór augustus 2021? Als een resistent supervirus nu eens opduikt in een van de maanden die ons van de festivals scheiden? Ja, dan zal Frank Vandenbroucke ongetwijfeld hard op tafel slaan, zijn gelijk halen, en alle weiden weer voor gesloten verklaren. Niets aan te doen. Vreselijk vervelend voor iedereen. Hopelijk kan hij dan een triomfantelijk lachje bedwingen. Of zit het verborgen achter een supermondkapje.

* Of dat de vaccinbevoorrading begint te haperen.
** Nog een reden waarom echte 
groepsimmuniteit onbereikbaar is geworden. Zie hier.

woensdag 12 mei 2021

Corona-verliefdheid en controle-verliefdheid

 


   Sinds de vaccins ben ik nogal optimistisch geworden over corona. Te  optimistisch eigenlijk, want ik had gedacht dat het prikken sneller zou gaan. Toen dat niet zo was, heb ik eventjes vergeefs naar schuldigen gezocht*, maar ten slotte begreep ik dat iets opstarten zijn tijd nodig heeft.
     Een ding maakte mij ongerust: de kwestie van de groepsimmuniteit. Ik had dat in de begindagen van de crisis opgezocht. Er bleek een formule te bestaan waarmee je kon berekenen hoeveel procent van de bevolking gevaccineerd moest zijn –  of besmet en genezen – vooraleer die groepsimmuniteit werd bereikt. De belangrijkste term van de formule was de besmettelijkheid, de R0, die van corona niet goed gekend was – en dat nog altijd niet is. Men nam toen meestal een R0 aan die een immuniteit van 70 procent van de bevolking noodzakelijk maakte. Toen de vaccins werden aangekondigd leek dat percentage haalbaar.
     Maar ondertussen werden nieuwe, besmettelijker varianten van corona dominant en bleek vaccinatie de overdracht van het virus niet helemaal te stoppen. Mijn gewezen klasgenoot Dirk Desreumaux, die dokter is geworden, rekende op zijn facebookpagina uit dat je daardoor voor groepsimmuniteit onrealistisch hoge percentages moest halen. Van die kant moesten we de redding niet verwachten. Anderzijds, dacht ik, is die groepsimmuniteit ook niet echt nodig. Als ongeveer iedereen die kwetsbaar is gevaccineerd is, dan moeten we het virus eindelijk maar eens los laten. Wie een vaccin wil, heeft dan zelf zijn risico gekozen. Wie geen vaccin mág krijgen, die zal heel voorzichtig moeten zijn.
     Wat mij nu ongerust maakte, was dat ik die redenering nergens anders duidelijk en ondubbelzinnig terugvond. Nu echter, slaap ik weer op mijn twee oren. In De Standaard van 6 maart** las ik in een interessant artikel dat groepsimmuniteit een ‘onhaalbare droom’ is geworden, maar dat ook een minder hoog vaccinatiepercentage voldoende is om weer normaal te gaan doen. ‘Dan wordt het een harde, politieke beslissing,’ zie epidemioloog Lipsitch, ‘of het echt een prioriteit is om het ­virus uit te roeien.’ ’t Was leuk dat een professor daar hetzelfde over dacht als ik en dat ik dat in De Standaard kon lezen. En misschien, dacht ik, zou die politieke beslissing niet zo ‘hard’ zijn als door de vaccinatie de cijfers van overlijdens, ziekenhuisopnames en IZ voldoende naar beneden gingen. De besmettingen zelf, who gives a sh…?
      Dat stuk in De Standaard was één ding. Kranten kunnen schrijven wat ze willen. Maar vandaag hoorde ik Alexander De Croo op de televisie, en dat is de Eerste Minister van ons land. Uit zijn uitleg besloot ik dat hij de ‘harde politieke beslissing’ voor zichzelf al had genomen. Zíjn mijlpaal was niet de groepsimmuniteit maar ‘eind juni, het ogenblik dat iedere volwassene de kans heeft gekregen om zich te laten vaccineren … Als mensen naar grote concerten zullen gaan, dan is dat hun keuze. Die brengen dan ook niemand anders in gevaar. Want de mensen die kwetsbaar zijn, die zijn gevaccineerd. We kunnen de samenleving toch niet op slot houden omdat een bepaald risico blijft bestaan.’ Een logica van ijzer en staal, vond ik.
     En de virologen? zul je zeggen. Dan kijk ik naar Van Ranst, want als iemand de communicatielijnen uittekent, is hij het wel. Nadat de virologen in het begin van de crisis weken aan een stuk de mondkapjes verketterd hadden – tot mijn grote ergernis – hoorde ik hem op een dag, langs zijn neus zeggen ‘nee, geen mondkapjes, maar die kunnen natuurlijk wel een rol spelen later in de exit-strategie.’ ‘Tiens’, dacht ik, ‘dus toch. Dat is het ook het eerste dat ik daar van die kant van verneem. De bocht is ingezet.’ En nu lees ik van Van Ranst weer zoiets in Het Nieuwsblad. ‘Met drempels en vaccins gaan we de curves wel naar beneden krijgen, waardoor het risico op corona vergelijkbaar wordt met een seizoensgriep. Wat we niet mogen doen, is verliefd worden op het controleren ervan.
     De vergelijking die Van Ranst met verliefdheid maakt is treffend. Dat virologen en epidemiologen een intieme haat-liefde ontwikkelden voor ‘hun’ virus, dat is menselijk. Dat de strijd ertegen een dosis irrationele hardnekkigheid insluit – zoals we die kennen van de eerste fasen van een amoureuze bevlieging  dat is begrijpelijk. Maar je kunt daar niet eeuwig mee doorgaan. Op het juiste moment moet je ermee ophouden. Over wanneer dat juiste moment valt, is nog wat discussie, maar Van Ranst weet al dat het komt. Nu de anderen nog. En Joël De Ceulaer, want die heeft het zwaar te pakken. Een gebroken hart helen, daar kan wat tijd over gaan.

 

* ‘Naar schuldigen gezocht’: zie hier.

** Ik vond dat stuk in De Standaard eigenlijk beter dan het uitgebreider stuk in Nature (hier) over hetzelfde onderwerp.

donderdag 6 mei 2021

Corona-opposant of coronascepticus?

 


     Veel van mijn Facebookvrienden zou je tot de corona-oppositie kunnen rekenen. Ze vinden de huidige corona-maatregelen overbodig, gegrond in een verkeerde inschatting van het probleem, getuigend van angsthazerij, en een gevaar voor de democratie. Ze hebben daar goede argumenten voor, maar toch beschouw ik mij voorlopig niet als een opposant – eerder als een scepticus.
     Scepticisme is wel vaker een gemakkelijkheidsoplossing, en juist daarom voor iemand als mij erg aantrekkelijk. Eigenlijk zou ik voor elke corona-stukje dat ik schrijf uren onderzoek moeten doen en daar heb ik geen zin meer in: staren naar curves, cijfers vergelijken, voor de zoveelste keer opzoeken wat CFR en IFR betekenen, en een poging ondernemen om het verschil te begrijpen tussen de statistieken van Molenberghs en die van Barbé. Het heeft niet veel zin dat ik dat allemaal doe, want ik vergeet die informatie weer, de feiten veranderen, de wetenschappelijke artikels spreken elkaar tegen, en veel van de belangrijkste gegevens en verbanden zijn nog niet bekend – zoals Luc Bonneux ons onlangs nog eens voorhield. Virologen weten veel over de stekels van het virus, maar weinig over de verspreiding van het beestje.
     Men denkt soms dat een scepticus het tegenovergestelde is van een gelovige. Dat is niet zo. Het is omgekeerd. Een scepticus gelooft juist heel veel. Maar de scepticus weet dat zijn overtuiging niets meer is dan dat: geloven, aannemen. De scepticus gelóóft veel, maar weet weinig met zekerheid. Ik zou dan ook niet deugen voor de politiek. Een politicus op tv die ‘gelooft’ dat iets zus of zo is, krijgt van mijn moeder de schampere commentaar toegevoegd: ‘Die moet niet geloven, die moet weten.’
     Wat zijn dan de Twaalf Artikelen van mijn coronageloof?*

  1. Ik geloof, net als de vorige Amerikaanse president Trump, in massale vaccinatie. Als corona moet worden bedwongen door groepsimmuniteit, waar iedereen het over eens is, zou ik het liefst hebben dat die zo snel mogelijk wordt bereikt met zo weinig mogelijk slachtoffers. Of die immuniteit op natuurlijke of artificiële manier tot stand komt, is voor mij van ondergeschikt belang.
  2. Ik geloof in de veiligheid van vaccins. Ik geloof dat de risico’s op ernstige bijwerkingen veel kleiner zijn dan de risico’s die door covid zelf in het leven worden geroepen. Of dat zo is voor allerjongste leeftijdsgroepen, weet ik niet. Het zou mij verwonderen als het voor die allerjongste leeftijdsgroepen al goed onderzocht is.
  3. Ik geloof dat vaccins voorlopig het beste medische hulpmiddel zijn om de pandemie te bedwingen. Misschien heeft men wat te weinig aandacht besteed aan curatieve behandelingen, of aan andere mogelijkheden om preventief de immuniteit te versterken. Maar dat die andere mogelijkheden dezelfde cijfers van 100 % bescherming tegen zware covid kunnen voorleggen, lijkt mij weinig waarschijnlijk. Mocht blijken dat de vaccinatiebescherming veel lager is dan 100 %, of niet werkt tegen nieuwe varianten van corona**, dan moet ik een en ander opnieuw bekijken.
  4. Ik geloof in de werkzaamheid van ‘physical distancing’. Hier neem ik mijn toevlucht tot een andere gemakkelijkheidsoplossing: het a priori. Het coronavirus wordt doorgegeven door rechtstreeks of onrechtstreeks contact via speekseldruppeltjes. Als we minder contact hebben, zal ons speeksel minder snel bij naasten en onbekenden terechtkomen. Daar is geen speld tussen te krijgen. Of de curves de werkzaamheid van de maatregelen bevestigen, is een andere kwestie. Die curves worden door zoveel zaken tegelijk beïnvloed.
  5. Ik geloof ook in de werkzaamheid van ‘dwangmaatregelen’. Zónder dwangmaatregelen zou de gemiddelde Vlaming meer fysiek contact hebben met vrienden en familie dan met mét die dwangmaatregelen. Dwangmaatregelen zijn duidelijk. Als ik niet op restaurant mág, ga ik niet op restaurant. Als de regering alleen zou adviséren om niet op restaurant te gaan, zou ik dat af en toe wel doen. Dat die dwangmaatregelen moreel, opvoedkundig en juridisch dubieus zijn, ontken ik niet.
  6. Ik geloof in de dodencijfers. Besmettingscijfers worden beïnvloed door het aantal afgenomen tests; ziekenhuisopnames worden gestuurd door opname-criteria; bezetting van de iz-bedden wordt beïnvloed door het patiëntenprofiel***. Maar doden zijn doden en het zijn er nu al meer dan 24.000. Ik zal geduldig luisteren als iemand mij het onderscheid uitlegt tussen overlijden áán en mét corona, tussen oversterfte en ondersterfte, en tussen onze manier van meten en die van andere landen, maar de ordegrootte in ons land ligt rond de 20 000 en niet rond de 2 000.
  7. Ik geloof dat die dodencijfers veel hoger hadden kunnen zijn. Naar schatting 20 à 25 procent van de bevolking heeft al een coronabesmetting doorgemaakt. Zonder de beperking van het fysieke contact zou dat volgens epidemiologische berekeningen al lang 70 à 75 procent geweest zijn. Dan zou het aantal overlijdens ook twee à drie keer zo hoog zijn als het nu was (en dan waren we ervan af – dat is de andere kant van de medaille).
  8. Ik geloof in compenserende maatregelen. Als je prioriteit geeft aan het open houden van de scholen en bedrijven, dan moet je gaan bezuinigen op familiaal contact; als je het internationaal vrachtverkeer laat doorgaan, moet je bezuinigen op toerisme, als de kappers open gaan, moeten de restaurants dicht blijven.
  9. Ik geloof dat een algemene lockdown preventief beter werkt dan een ‘omgekeerde’ lockdown voor het kwetsbare bevolkingsdeel. Om te beginnen is die laatste niet ‘omgekeerd’. Het kwetsbare deel van de bevolking valt nu al onder de algemene lockdown-maatregelen. Je keert die lockdown dus niet om, maar je beperkt hem tot het kwetsbare deel. Daardoor valt de brede schutkring van de algemene lockdown weg en kan de besmetting makkelijker doordringen tot de kwetsbaren. Behalve natuurlijk als de ‘omgekeerde’ lockdown veel strikter, strenger en repressiever wordt toegepast. Wil iemand dat?
  10. Ik geloof dat de ziekenhuiscapaciteit een belangrijke rol moet spelen in het coronabeleid. Die capaciteit is per definitie begrensd en kan niet zomaar onbeperkt worden uitgebreid vanwege een epidemie of pandemie die zich eens om de zoveel jaar zou kúnnen voordoen. Een te snelle verspreiding van het virus vertaalt zich in pijnlijke keuzes die onze samenleving liever niet maakt: welke covid-patiënt behandelen we en welke niet, en in welke mate de voorkeur wordt gegeven aan covid-patiënten boven andere patiënten. Uiteraard zal een tragere woekering van het virus het ziekenhuisprobleem in de tijd spreiden, wat evenmin prettig is.
  11. Ik geloof dat een lang en gezond leven een van de vurigste wensen is van de meesten van ons. Wij zijn bereid daarvoor veel zaken op te offeren, te veel wellicht. We zijn gestopt met kettingroken op café of op vergaderingen, we eten minder koolhydraten, die nochtans erg lekker zijn, we zitten uren op de hometrainer, we vrijen met een condoom, we dragen een autogordel in de auto en een brommerhelm op de brommer, we gaan twee keer per jaar naar de tandarts, we spuiten in onze neus, druppelen in onze ogen en nemen witte, roze en groene pilletjes, we nemen geregeld plaats vóór, áchter of ín allerlei medische apparatuur. En we zijn bereid ons daar individueel en vooral collectief blauw aan te betalen. Als het op gezondheid aankomt is er in onze samenleving een meerderheid van angsthazen en een minderheid van stoïcijnen. Het is dan begrijpelijk dat het beleid vooral met die meerderheid rekening houdt****.
  12. Ik geloof dat ik wel eens van mening kan veranderen als alles te lang duurt. Al mijn argumenten zijn onderhevig aan gevoel voor proportie dat, volgens het motto van mijn weblog, het verschil maakt tussen ‘beschaving en barbarij’. Als ik krantenkoppen lees ‘Coronamaatregelen blijven nodig ook als iedereen gevaccineerd is’, word ik wantrouwig. Als ik sommige van de 3000 reacties lees op de pagina van Joren Vermeersch***** over het politieoptreden bij La Boom 2, dan vrees ik dat ‘het juichen bij een publieke terechtstelling omdat iemand de regels overtrad niet veraf meer is,’ zoals een lezeres het op dieazelfde pagina verwoordde.

     De slotformule van de Akte van geloof, meen ik mij te herinneren, was dat je in dat geloof wilde leven en sterven. Dat laatste wil ik gerust nog wat uitstellen.


* Mijn geloofsbelijdenis is, net zomin als die van Athanasius (296-373), volledig. Athanasius probeerde zich te onderscheiden van de Arianen, zoals ik mij hier probeer te onderscheiden van de opposanten. Mijn meningsverschillen met de corona-extremisten heb ik in vorige stukjes al uiteengezet.

** Dan stelt zich ook het probleem of de natuurlijke groepsimmuniteit zal beschermen tegen de nieuwe varianten.

 *** Jongere, gezondere patiënten zullen langer een IZ-bed innemen dan oudere, ziekere patiënten die tijdens de behandeling overlijden.

**** Dat een beleid die angsthazerij bewust of onbewust kan aanwakkeren, zal ik niet ontkennen. Ook lijken ‘populisten’ met hun verzet tegen vrijheidbeperkende maatregelen een zeker politiek succes te boeken. Zoiets wijst in een andere richting.

***** Vermeersch had een genuanceerde kritiek geformuleerd op het politieoptreden bij La Boom 2.


zaterdag 10 april 2021

Corona: vrijheid, veiligheid en privileges



 ** Verschillende mensen hechten een verschillend belang aan veiligheid en vrijheid. Een eenvoudig gedachte-experiment kan dat verduidelijken. Veronderstel dat een ongehinderde verspreiding van het coronavirus in ons land zou leiden tot 75 000 doden, gelijkelijk verspreid over de verschillende leeftijden. Iedereen loopt dan een kans van 0,75 procent om te overlijden. Wie zou een jaar lockdown aanvaarden, samen met de 0,75 procent kans op overlijden (en een heel wat hogere kans op een onprettig ziekteverloop) ? En twee jaar? En drie jaar? Een deel van de bevolking zou het risico aanvaarden en een ander deel niet. Hoe groot die delen zijn, weet ik niet. Maar het verschil in basisattitude speelt ongetwijfeld een rol in elke coronadiscussie. Hoe groot die rol is, weet ik niet.

** De situatie is in werkelijkheid veel complexer. De kansen zíjn niet gelijkelijk verdeeld op de bevolking. Die 0,75 procent is een plausibele schatting, maar het blijft een schatting. Het effect van een lockdown op de sterftecijfers is moeilijk te berekenen. En door te kiezen voor vrijheid of veiligheid maak je niet alleen een keuze voor jezelf maar ook voor de anderen.

** Ik schreef hierboven losjes uit de pols over één jaar, twee jaar, drie jaar lockdown. Maar het ene jaar is het andere niet. Jo Komkommer beschrijft in zijn laatste boek onder andere een jaar dat hij doorbracht in een halve commune in San Francisco (zie hier). Veronderstel eens dat hij juist dát jaar uit zijn had moeten missen. 

** Filosofische discussies rond het begrijp ‘vrijheid’ hebben mij nooit erg geïnteresseerd. Voor mij betekende vrijheid altijd: lekker doen waar je zin in hebt en bereid zijn de gevolgen van je gedrag te aanvaarden. Zoals P.J. O’Rourke het uitdrukt: ‘There is only one basic human right, the right to do as you damn well please.’ Daar staat tegenover dat je je medemens met je gedrag geen schade mag toebrengen. Het ‘neminem laede’ van Schopenhauer en het Non Agression Principle van de libertariërs.

** Alleen, wat is ‘agressie’? Moeten we de micro-agressions van de snowflakes erbij tellen? De beledigingen aan het adres van de Profeet of van de Moeder-Maagd? Het geven van een slecht voorbeeld door alcohol te drinken in een family restaurant? Die discussie kunnen we oplossen door alleen fysieke agressie mee te tellen. ‘Bricks and stones will break my bones, but words can’t hurt me.’

**Van heel veel gedrag kan worden beweerd dat het indirect fysieke (of financiële) schade toebrengt. Roken in gezelschap, autorijden waar geen fietspaden zijn,  een haardvuur aansteken … het is allemaal op een of andere manier schadelijk voor je medemens. Kinderen verwekken is slecht voor het milieu. Geen kinderen verwekken is slecht voor het pensioenstelsel. Zonder brommerhelm rondsnorren is slecht voor de budgetten van volksgezondheid. En uitademen als er een kans bestaat dat je aerosolen virusmateriaal meedragen is op zijn manier ook een vorm van mogelijke schade toebrengen. Het is het soort discussie dat eindigt met de wanhopige vraag: ‘Waar trek je de grens?’

** Omdat die waar-trek-je-de-grens-discussie zo moeilijk is, zoekt men een uitvlucht in feitelijke argumenten. Men gaat de cijfers maximaliseren of minimaliseren, men gaat causale verbanden in twijfel trekken of verabsoluteren, men haalt er de economie bij en het psychisch welzijn. Men wijst op de slechte aanpak van de contact tracing. Dat is allemaal interessant, maar of díe discussies zoveel makkelijker zijn dan de waar-trek-je-de-grens-discussie, daar ben in nog zo zeker niet van.

** Ik stel mij, zoals ik elders al een paar keer geschreven heb, neutraal op tussen de versoepelbrigade en de lockdownbrigade. In de praktijk sloot ik mij dus aan bij de laatste, want wie zwijgt stemt toe. Maar daar kan verandering in komen. Ik twijfel amper aan een verregaande versoepeling in de zomer. Maar als men in het najaar weer de lockdowmodus bovenhaalt, is het voor mij genoeg geweest. Vandenbroucke is bij deze gewaarschuwd: dan loop ik over naar het kamp van Tegnell. Die voorspelde bij het begin dat de pandemie jaren zou aanslepen, waardoor een strenge lockdown geen adequaat lange-termijn antwoord kon zijn. Ik ga er voorlopig nog van uit dat de vaccinatie voldoende zal zijn om op vrij korte termijn de schade toegebracht door corona terug te brengen tot ongeveer die van een griepepidemie. Dan is vrijheidsbeperking niet meer nodig en kan de discussie stoppen.

** Bij de lockdownbrigadisten hoort Erika Vlieghe met haar T-shirt ‘nie neute, nie pleuje’. Dat is een mooie slagzin en een goede raad. Zoals Elly Nieman indertijd zong: ‘Kind, zet je eroverheen, heus want klagen klagen hellept er geen een’.

**Achter het niet-klagen argument schuilt echter een ander argument, namelijk dat het ‘allemaal zó erg niet is.’ Mensen die de oorlog hebben meegemaakt, dàt was erg. Nu behoort het, vind ik, tot de gewetensvrijheid van elk mens om zélf te beslissen wat hij zélf erg vindt. Hoe erg is het om in de supermarkt geen menselijke gezichten te zien, compleet met mond en neus? Hoe erg is het om op een regenachtige dag niet te kunnen schuilen in een café en daar een koffie met pannenkoek te bestellen? Hoe erg is het om geen film te kunnen zien op groot scherm? Hoe erg is het om geen opera te kunnen bezoeken? Hoe erg is het om geen vrienden of familie te kunnen uitnodigen aan een met fijn linnen gedekte feesttafel? Hoe erg is het om maanden niet uit dansen te gaan? Hoe erg is het om een weekje zon te missen op Gran Canaria? Hoe erg is het om ’s nachts niet met je hond te kunnen gaan wandelen? Hoe erg is het om om je eerste festival te missen? Hoe erg is het om niet te kunnen feesten in Ter Kamerenbos? Hoe erg is het om niet elke dag gewoon les te kunnen krijgen of geven? Hoe erg is het om een jaar niet te voetballen of te zwemmen? Hoe erg is het om je collegas op anderhalve meter afstand te houden? Hoe erg is het om er met een verwaarloosd of ongeverfd kapsel bij te lopen? Ik zou het niet prettig vinden als ik dat voor iemand anders moest beslissen. En ik zou het nog minder prettig vinden als een regering dat voor mij zou beslissen. Zelfs Frank Vandenbroucke beseft dat want hij beweert met een brede lach dat hij het ook allemaal heel erg vindt en dat hijzelf ook graag met zijn vrienden een pintje zou willen drinken, wat niemand gelooft. 

** Alles wat hierboven is opgesomd, van de nachtelijke wandeling met hond tot het operabezoek en de reis naar Gran Canaria, zijn eenvoudige basisvrijheden. De Grondwet beschermt ons tegen een regering die zulke vrijheden wil beperken. Elke beperking, als die dan toch noodzakelijk is, moet begrensd zijn in de tijd, proportioneel, gemotiveerd en onderworpen aan gerechtelijke en democratische controle. Wat Frank Vandenbroucke zei over de corona-uitspraak van een Brusselse rechtbank was daarom erg ongepast. Hij moet van mij niet met die rechtbank akkoord gaan. Hij mag van mij zeggen dat hij van één rechtbank ‘niet direct onder de indruk is’. Maar als hij zegt: ‘We moeten die maatregelen handhaven, punt aan de lijn,’ dan is de grens overschreden (1). ‘Punt aan de lijn’ wil zeggen: ‘wat ook de uiteindelijke gerechtelijke uitspraak is’. Zo’n mentaliteit is een bedreiging van onze vrijheid op langere termijn.

** Natuurlijk moet een afweging worden gemaakt tussen efficiëntie, legale procedure en democratische controle. Toen ons land af te rekenen kreeg met terroristische aanslagen, heb ik niet geprotesteerd tegen para’s op straat, fouillages in de vliegvelden en razzia’s in Molenbeek. Ik heb die maatregelen zelfs een paar keer onderschreven op mijn blog (2). Misschien doe ik dat de volgende keer weer. Maar ik zal toch iets voorzichtiger zijn.



**Verder wordt de vrijheid bedreigd als meningsverschillen rond corona niet rustig en openbaar kunnen worden uitgediscussieerd. Zou het waar zijn dat Sam Brokken zijn betrekking van onderzoekshoofd Gezondheidswetenschappen aan de PXL Hogeschool kwijtraakte vanwege zijn kritische vragen bij het lockdown- en vaccinatiebeleid? Ik volg in elk geval de argumentatie van enkele artsen en wetenschappers die pleiten voor een vrij, publiek debat rond de coronakwestie. Zie hier.

** Ik hoor somsdat een steeds groter deel van de burgers zich niet meer aan de regels houdt. Ook dat is niet goed voor de de vrijheid. Vrijheid gedijt best als de meeste mensen zich vrijwillig onderwerpen aan redelijke regels. Als een van de elementen ontbreekt – meeste mensen, vrijwillig, redelijke regels – wordt het gevaarlijk.

** Sinds een deel van de bevolking gevaccineerd is, lees ik verontwaardigde stukken over ‘privileges’ die zouden worden toegekend aan gevaccineerden. Bejaarden die gevaccineerd zijn zouden bijvoorbeeld, zonder mondkapje op, kunnen samenkomen om een glas wijn te drinken of een stuk taart te eten, terwijl jongeren dat niet mogen. Ik zou daar geen bezwaar tegen hebben. Dat is om te beginnen geen privilege maar een elementaire vrijheid die wordt hersteld, zij het voor de ene wat sneller dan voor de andere. En ten tweede ondervinden de jongeren daar geen extra nadeel van. Met of zonder die bejaarden mogen ze hoe dan ook niet mogen samenkomen om wijn te drinken of taart te eten, wegens gevaar van virusverspreiding. Die jongeren hebben dat niet gevraagd, zul je zeggen, om later gevaccineerd te worden. Dat is waar, maar de bejaarden hebben het niet gevraagd om bejaard en kwetsbaar te zijn. (3)

** Als je het woord ‘privilege’ wilt misbruiken, zou je dat ook kunnen doen bij de discussie over de ‘omgekeerde lockdown’. Je zou dan kunnen zeggen dat jongeren in zon geval het ‘privilege’ hebben om vrij rond te lopen terwijl bejaarden worden ‘opgesloten’. Maar ook dat zou niet terecht zijn vanwege bovenstaande redenen. En daar komt nog een reden bij. Een ‘omgekeerde lockdown’ zou grotendeels een vrijwillige lockdown zijn van kwetsbare mensen die zichzelf beschermen. Doorbreken van zo’n lockdown zou niet bestraft worden met geldboetes, maar met verhoogd risico op besmetting, ziekte en dood (4).

 

(1) Men heeft de woorden van Frank Vandenbroucke vergeleken met die van Theo Francken en Bart De Wever die respectievelijk spraken van ‘wereldvreemde’ en ‘activistische’ rechters. Dat ‘wereldvreemde’ zou hier inderdaad ook van toepassing kunnen zijn, dat ‘activistische’ allerminst – eerder het tegenovergestelde. Maar daar gaat het niet om. Noch Theo Francken, noch Bart De Wever hebben toen gezegd: ‘Wij gaan die asielzoekers uitwijzen, punt aan de lijn.’ Zie mijn vorig stukje daarover hier.

(2) Een van mijn stukjes over anti-terreurmaatregelen vind je hier.

(2) Natuurlijk kunnen er ándere redenen zijn waarom de vrijheden van de gevaccineerden pas later kunnen hersteld worden, bijvoorbeeld als ze door hun gedrag zouden bijdragen aan de algemene verspreiding van het virus.

(3) Of zo’n omgekeerde lockdown in de praktijk haalbaar is en voldoende bescherming oplevert, dat is weer iets anders.

donderdag 8 april 2021

Coronaruzies

      Op de sociale media wordt heftig ruzie gemaakt over corona en de corona-maatregelen. Buiten de sociale media, valt het, geloof ik, mee. In de politiek houdt men zich min of meer aan de Godsvrede, echtparen vinden wel andere redenen om uit elkaar te gaan, en op café ruzie maken is er al helemaal niet bij: één van de voordelen van de huidige lockdown. Maar op de sociale media … oh la la.
     Aangezien ik mijzelf als au-dessus de la mêlée beschouw, heb ik bij deze ruzie meer dan anders  vooral belangstelling voor de motieven van de ruziemakers. Mocht ikzelf polemisch betrokken zijn bij de kwestie, dan zou ik die belangstelling temperen. Voor je het weet doe je je tegenstrevers een procès d’intention aan en vergeet je de argumenten zelf op de weegschaal te leggen.
     De motieven dus ... Bij degene die in déze ruzie een rol spelen, zijn er enkele die verwijzen naar de ‘objectieve belangen’ van de opponenten: jong versus oud, gezond versus risicopatiënt, getroffen handelaar versus ambtenaar met vaste benoeming, kasteelbewoner met privé-bos versus huurder van een appartementje. Ongetwijfeld werkt dat allemaal door in de ingenomen stellingen. Maar mijn belangstelling voor ‘objectieve belangen’ is heel wat minder dan in mijn marxistische periode. Bovendien merk je er weinig van in de discussies, integendeel. Je struikelt, bij wijze van spreken, over bejaarden die de vrijheid van de jongeren bepleiten en over jongeren die zich vooral het lot van de woonzorgcentrabewoners aantrekken.
     Wat overblijft zijn een aantal karaktertrekken, voorkeuren en overtuigingen waardoor mensen zich van elkaar onderscheiden*. Ik probeer hieronder een lijstje te maken.    

  1. Links versus rechts
  2. Rechtlijnige cijferaars versus intuïtieve base-raters
  3. Maximalisten versus proportionelen
  4. Activisten versus quiëtisten
  5. Mainstreamers versus sceptici
  6. Pessimisten versus optimisten
  7. Voorzorgmensen versus risiconemers
  8. Solidairen versus egoïsten
  9. Opportunisten versus legalisten
  10. Preciezen versus rekkelijken
  11. Absoluten versus afwegers
  12. Gehoorzamen versus rebellen
  13. Langetermijn-mensen versus kortetermijn-mensen
  14. Veiligheidsmensen versus vrijheidsmensen
  15. Complotdenkers en roeptoeters versus de rest

        Over de eerste vijf tegenstellingen heb ik vroeger al iets geschreven**. Sommige tegenstellingen, dat is duidelijk, overlappen elkaar, of zijn misschien niet meer dan een parafrase van een andere. 
      Het lijstje is zo opgesteld dat je aan de linkerkant vooral voorstanders van een strikte lockdown krijgt en aan de rechterkant vooral voorstanders van snelle versoepelingen. Maar die verdeling gaat niet altijd mooi op. Complotdenkers en roeptoeters bijvoorbeeld horen nergens bij, want je kunt met hen niet fatsoenlijk van mening verschillen. Verder kun je, naargelang het je uitkomt, tot de twee kampen behoren, of veranderen van kamp. Ik was bijvoorbeeld, toen Marc Van Ranst nog sprak van een griepje, al een corona-pessimist. maar bij de eerste berichten over de vaccins werd ik een vaccinatie-optimist. Dat optimisme heeft ondertussen wat averij opgelopen. Maarten Boudry is als het op vaccins aankomt een risiconemer, maar als het op lockdowns aankomt is hij van het voorzorgsprincipe. 
     Je ziet dat ook bij andere kwesties. Veel zwaarden snijden aan twee kanten. Eén vorm van opportunisme bestaat erin de Ministeriële Besluiten aan je laars te lappen als ze je slecht uitkomen, maar een andere vorm bestaat erin om de Grondwet aan je laars te lappen en willekeurige Ministeriële Besluiten op te stellen. Eén vorm van korte-termijndenkers bestaat erin om rap-rap te versoepelen, zonder je te bekommeren om toekomstige besmettingen, een andere bestaat erin om rap-rap strenge maatregelen te nemen en repressie te organiseren, zonder je te bekommeren om een mogelijk afglijden naar Oost-Aziatisch autoritarisme. Zelfs het absolutisme laat toe om naar verschillende kampen uit te wijken. In het ene kamp wordt elk mensenleven verabsoluteerd dat kan worden gered, in het andere elke schooldag die kan worden behouden.
     Een van de categorieën heeft een wat speciale status: die van de ‘egoïsten’. Ongeveer niemand is bereid om met díe vlag te zwaaien. Anderzijds is ongeveer iedereen bereid om hem in de handen van zijn tegenstrever te stoppen.  Dat laatste is volgens mij niet terecht. In de algemene discussie speelt het egoïsme amper een rol. Omdat ik Rutger Bregman niet ben***, voeg ik er snel aan toe dat het wel een grote rol speelt in de particuliere discussies. Wat moet éérst kunnen: algemeen contactonderwijs of buitenlandse reizen? Wat moet eerst open: de restaurants of de kappers? Een vriend van mij heeft gezworen zijn haar niet te laten knippen zolang de restaurants niet open gaan. Desnoods draagt hij zijn haar in een rattenstaart, zegt hij. Maar waar is die staart dan symbool van? Van het sybaritisch egoïsme van een lekkerbek? Of van de genereuze solidariteit met een getroffen sector?

 

* Dossierkennis maakt geen groot verschil. Selectief winkelen gebeurt in de twee kampen. Zoals dat meestal het geval is, vind je iets meer dossierkennis in het kamp van de sceptici maar wordt de mainstream aangevoerd door de belangrijkste vakspecialisten.  

** Over 1 (hier), 2 (hier), 3 (hier), 4 (hier) en 5 (hier). Over 14 (‘Veiligheidsmensen en vrijheidsmensen’) schrijf ik binnenkort een apart stukje.

***Een van mijn Bregman-stukjes vind je hier. De andere staan vermeld in de voetnoot bij dat stukje.

zaterdag 27 februari 2021

Over corona- en ander alarmisme


** Het is min of meer politiek correct om inzake corona en klimaat alarmistisch te zijn, zoals het politiek incorrect is om dat te zijn inzake immigratie, islamisme en terrorisme. Of iets politiek correct is of niet, geeft in al die gevallen slechts een heel zwakke aanduiding van het waarheidsgehalte van de ingenomen positie.

** Tegenover de alarmistische positie bevindt zich de ‘negationistische’, of, minder radicaal, de ‘sceptische’ of ‘kritische’ positie. ‘Kritisch’ betekent in geval van corona en klimaat dat men argwanend aankijkt tegen de mainstream berichtgeving over het verschijnsel. In verband met immigratie en islamisme betekent het dat men kritisch aankijkt tegen het verschijnsel zelf.

** Een interessante tegenvoeter van het alarmisme is het quietisme – de opvatting dat men de zaken beter op zijn beloop laat. Zo’n houding vertrekt van de erkenning van het probleem, de overtuiging dat er niets veel aan te veranderen valt, en de afweging dat de remedies ertegen erger zijn dan de kwaal. Zeker, de aarde warmt nu op, maar drastische verlaging van de CO2 zou de armoede in de wereld doen stijgen. Zeker, er is veel migratie, maar dat is altijd zo geweest en maatregelen ertegen creëren een mentaliteit van racisme en discriminatie. Zeker, corona doodt mensen, maar mensen gaan nu eenmaal dood, en nu vraagt men ons om een of twee jaar menswaardig leven op te offeren vanwege die 1 % kans om dood te gaan in het geval van bejaarden, en die 0,1 % kans in het geval van de andere leeftijdscategorieën.

** Alarmisten dramatiseren de kwestie die hun na aan het hart ligt op verschillende manieren. De interessantste is de omslagpunttheorie. Klimaatalarmisten spreken over een ‘runaway’-effect waarbij de opwarming van de aarde vanaf een bepaalde temperatuur op hol slaat (zie hier);  islamalarmisten spreken over een omslagpunt als 10 procent van een populatie de radicale islam omarmt (1); corona-alarmisten beschouwen een stabiel of licht stijgend aantal besmettingen als een voorbode van de exponentiële explosie die zal volgen (zie hier).

** Je hoort in discussies over bovenstaande kwesties wel eens het verwijt van ‘wetenschapsontkenning’. Dat lijkt mij meestal niet terecht. Je hebt over die dingen zowel (a) echt wetenschappelijk onderzoek, (b) overleg tussen experts-politici-bureaucraten, (c) populariserende wetenschapsjournalistiek, en ten slotte (d) de doe-het-zelf wetenschap van lui die hun eigen grafieken plotten en die uit de stukken en rapporten van de eerste drie een smakelijk menu’tje samenstellen. Ik heb een zekere bewondering voor die vlijtige autodidacten. Ook zij erkennen de basisbeginselen van de wetenschap, al bezondigen ze zich aan cherry-picking. Het is echter naïef om te denken dat zoiets niet voorkomt in de categorieën (b) en (c), en zelfs in (a).

** Het wetenschappelijk onderzoek is genuanceerd en staat meestal niet aan de kant van de extreme alarmisten, maar kan wel leunen in hun richting. Epidemiologen en biostatistici tekenen curves uit die laten zien hoe strenge lockdowns de virusverspreiding tegengaan. Klimaatexperts berekenen de gunstige gevolgen van een verminderde CO2-uitstoot. Dat is fijn voor de alarmisten. Maar diezelfde klimaatexperts gooien dan roet in het alarmistische eten door te pleiten voor kernenergie.

** Het gebeurt ook dat het wetenschappelijk onderzoek zich grotendeels negationistisch opstelt. Dat is het geval van migratie. Een economist als Paul Collier wordt horendol als hij de consensus vaststelt onder onderzoekers naar de effecten van migratie (2). Die consensus heeft volgens hem te maken met de beperkte, strikt economische, invalshoek van de onderzoekers, hun kosmopolitische levensstijl of de links-liberale ideologie waar ze zijn mee zijn opgegroeid. Het is een terrein waarin enkele elementaire cijfers, een beetje gezond verstand (3) en een bereidheid om logica boven sentiment en ideologie te stellen tot betere conclusies leiden dan waar geschoolde economen en sociologen toe in staat blijken.

** Vervelend voor de echte alarmist, scepticus, optimist of quietist is de korte tijdsschaal van de coronakwestie. Elke voorspelling kan binnen enkele weken of maanden gecontroleerd worden. Herman Goossens voorspelde dat ski-toerisme in Italië geen enkele besmetting zou meebrengen. De kans was ‘uiterst, uiterst klein’. Hij was fout. Van Ranst voorspelde dat de pandemie enkele honderden, hooguit enkele duizenden slachtoffer zou maken. Hij was ook fout. Mijn eigen voorspelling rond die tijd was voorzichtiger: ‘tussen 1 500 en 33 000’ (hier) maar informeel verklaarde ik aan vrienden dat 20 000 ‘haalbaar’ moest zijn. De crisis is nog niet gedaan, maar het lijkt voorlopig dat ik toen vrij goed gegokt heb. Mijn meeste andere voorspellingen waren overigens fout. Zo dacht ik dat een vergelijking tussen de verschillende landen binnen enkele weken duidelijkheid zou brengen over de effectiviteit van de verschillende maatregelen.

*  Voor wie vaak verkeerd gokt, heeft Maarten Boudry een uitweg voorzien: de preventieparadox.  Als de coronacijfers uiteindelijk beter meevallen dan je voorspelling aangaf, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat zou gevallen zijn zonder maatregelen. Je kunt de paradox op veel terreinen toepassen. Als het aantal terrorismeslachtoffers uiteindelijk meevalt, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat er zou vallen zonder antiterreurmaatregelen. Voor wie verkeerd gokt betreffende de verre toekomst, stelt het probleem zich niet. Als binnen dertig jaar de wereld niet in brand staat door de klimaatverandering, of heel Vlaanderen niet overstroomd is, dan zal ik er niet meer zijn om die valse profeten uit te lachen. En als ik er wel nog ben, is het lachen mij misschien vergaan om andere redenen.

** Alarmisme heeft vaak te maken met onzekerheid. Je weet niet of je besmet raakt, en niet of die besmetting bij jou tot een erg ziekte leidt. Niemand weet hoe het coronavirus verder evolueert. Niemand weet ook of de islam zich zal aanpassen aan de Europese tradities. We weten niet hoeveel de zeespiegel zal stijgen door de opwarming van de aarde. We weten niet of terroristen er ooit zullen in slagen om een kerncentrale op te blazen, om eens twee kwesties samen in één potje te koken. Die onzekerheid spoort aan tot voorzichtigheid. Maar je ontkomt nooit aan een kosten-batenvergelijking. Bij Russische roulette neem je een nogal groot risico. Maar elke keer als je een auto inhaalt die 60 rijdt waar 70 mag, neem je ook een risico. Je kunt bij dat inhalen frontaal op een tegenligger inrijden die je niet gezien had. Maar lange tijd aan 60 rijden waar 70 werkt op de zenuwen. Ikzelf probeer dan meestal in te halen.

** Alarmisme wordt erg beïnvloed door emotie. De zinloze slachtpartij van de Eerste Wereldoorlog fascineert mij meer dan de Spaanse Griep die erop volgde. Na een aanslag ben ik banger van een moslim die er in klederdracht, leeftijd en gelaatsuitdrukking ‘geradicaliseerd’ uitziet dan van een gewapende paracommando op straat. Als ik aan corona denk, ben ik banger voor het concrete beeld van een intubatie dan voor het abstracte beeld van dood te gaan. Al die emoties maken helder nadenken moeilijk. Het is beter om af en toe ook naar de cijfers te kijken. Maar alléén de cijfers en tabellen van slachtoffers afwegen, dat gaat ook niet. (zie hier)

** Of cijfers en ratio tot alarmisme aanleiding geven, hangt af van geval tot geval. Voor corona volg ik de redenering van Boudry en De Ceulaer dat vroeg en hard ingrijpen beter is dan laat en langdurig, maar hóe vroeg en hóe hard moet worden ingegrepen weet ik niet. Voor de immigratie volg ik Collier: beter laat dan nooit. En voor het klimaat volg ik de redenering van Lomborg dat laat ingrijpen beter is dan vroeg. We hebben nog even de tijd om na te denken welke maatregelen het beste werken. Er zijn in de wereld problemen die dringender zijn zoals malaria, hiv, ondervoeding en slecht sanitair. Ook mogen we aannemen dat de maatregelen – bijvoorbeeld dammen tegen overstroming – in de toekomst goedkoper zullen zijn dan nu, niet in absolute cijfers, maar als deel van het ondertussen gestegen bruto wereld product.

** De coronakwestie en de klimaatkwestie hebben dan weer gemeen dat wetenschappelijk onderzoek – R&D in het jargon – een belangrijke rol moet spelen. Nieuwe vaccins, antivirale medicijnen, propere en goedkope kernenergie, efficiënte CO2-captatie, het zal er allemaal niet vanzelf komen. Op dat vlak moet niemand mij voor wetenschapsontkenner uitmaken. Of voor quietist.

 

(1) Sam Van Rooy (VB) is heel stellig over het percentage: ‘Niet 8 of 9 procent, maar 10 %’ en hij verwijst naar een studie van het Renselaer Polytechnic Institute.’ (hier)

(2) Zie  hierhierhier, hierhier en hier. 

(3) Gezond verstand is niet onfeilbaar, maar het helpt. Het helpt je om te begrijpen dat mondkapjes wel iets moesten helpen tegen een virus dat zich verspreidt via speekseldruppeltjes, ook al zeiden experts indertijd het tegendeel. Het helpt je om te begrijpen dat als één zieke twee mensen kan besmetten, dat twee er dan vier kunnen besmetten, enzovoort, ook al beweren sommigen dat je wiskundig geschoold moet zijn om die redenering te kunnen volgen. 

donderdag 25 februari 2021

Versoepeling van de knuffelcontactregel


      
 Het mooie weer van de laatste dagen is vast een belangrijke aanjager van de roep om de coronamaatregelen te versoepelen. De zon maakt mensen blij en optimistisch, en verdrijft gedachten aan besmetting, ziekte en dood. Het lentegevoel is er een van vrijheid: fietsen zonder muts op, lichte jurkjes, picknick, terrasjes, het strand. En als kuddedier wil een mens die vrijheid graag in groep beleven. Zo’n licht jurkje draag je niet voor jezelf alleen, een picknick met acht is leuker dan één met vier, en eenzaam en alleen op een terrasje is een droevig tafereel. Een verlaten strand waar je met je geliefde hand in hand kunt wandelen is prachtig, voor één keer, maar voor de rest is het geloof ik evenzeer de mensenzee als de echte zee die de menigten naar de kust lokt. Bij mooi weer dan.
     Een verstrenger als Vandenbroucke kan dus maar beter hopen op barslecht weer voor het overlegcomité van vrijdag. Met grimmige cijfers, tabellen en grafieken alleen zou hij het moeilijk hebben tegen versoepelaars die een zonnige wandeling achter de rug hebben van hun dienstauto naar de vergaderzaal.
     In de krant lees ik dat die versoepelaars - de bepleiters van ‘perspectief’ - zich in alle partijen bevinden. Zou er nu onder hen veel ruzie zijn over wélke versoepelingen er eerst moeten komen? Misschien zijn de Groenen vooral voorstander van consumptieloze maatregelen zoals het optrekken van de buitenbubbel van vier naar acht, en de meer ondernemingsgezinde partijen van de opening van de restaurants. Het eerste is interessant voor studenten die graag met een grotere groep in een bos willen wandelen, en het tweede is fijn voor de meer dan twintigduizend restauranteigenaars, hun personeel, en natuurlijk hun honderdduizenden klanten. De studiediensten kunnen eens opzoeken in hun statistieken of het kiespubliek van hun partij eerder uit boswandelaars dan uit restaurantbezoekers bestaat. Dan is dat goede geld dat ze voor hun big data hebben uitgegeven nog voor iets goed geweest.
     Eén welbepaalde versoepeling heeft, vermoed ik, weinig zin: het optrekken van het aantal toegelaten binnenshuiscontacten - de zogenaamde ‘knuffelcontacten’ -  van één naar twee personen. Wie dat wil doet het nu al*. Niemand kan het controleren. Je moet het, zoals Jean-Marc Nollet van Ecolo, al over de radio verkondigen voor de politie op de hoogte is.
     Dat geval van Nollet illustreert ook mooi de paradox van maatregelen met beperkte pakkans. Nollet verklaarde grootmoedig dat hij bereid was de boete van 250 euro te betalen voor zijn overtreding. 250 euro? Hij heeft naar eigen zeggen zijn knuffelcontacten al enkele weken van een naar twee opgeschaald. Wil hij dan 250 euro betalen per contactmoment, of dekt die 250 euro meteen de hele reeks overtredingen?
     Wat Nollet zei over die boete, doet mij denken aan een verhaal dat verteld wordt over mijn  legendarische dorpsgenoot G. G. is een rijke stinkerd  en op een keer had hij te veel gedronken. Hij parkeerde zijn wagen langs de weg en ging tegen een schutting staan om te wateren. Helaas voor hem werd hij opgemerkt door een politie-camionette, en een agent begon een proces-verbaal op te stellen. G. bekeek de agenten eens, haalde zijn portefeuille boven en vroeg: ‘En, hoeveel moet dat kosten, die camionette van jullie?’
     Of het verhaal over G. waar is, weet ik niet. Het schijnt te overeen te komen met zijn karakter. Mijn vrouw is ooit bij hem thuis geweest op een zaterdagvoormiddag en heeft toen helaas verzuimd om navraag te doen naar de waarheid van het verhaal.


* Dat is niet helemáál waar natuurlijk. Veel brave echtparen van middelbare en hoge leeftijd, die gewoon waren andere brave echtparen van middelbare en hoge leeftijd uit te nodigen, of hun eigen getrouwde kinderen, die nodigen nu niemand uit. Als het verboden is, redeneren ze, zal dat wel een ernstige reden hebben, en aan één toegelaten bezoeker hebben ze niet veel. Mocht het aantal toegelaten binnenshuiscontacten van een naar twee worden gebracht, dan zou dat het aantal gezellige bijeenkomsten in die leeftijdscategorieën flink doen stijgen. 

dinsdag 23 februari 2021

Boudry en De Ceulaer over corona




In februari 2021, toen de pandemie nog maar goed begonnen was, publiceerden Maarten Boudry en Joël De Ceulaer een boek over corona. Ik heb daar toen enkele stukjes aan gewijd, en die zijn hier verzameld.
 
De economische schade door het virus zelf
      Je moet je als leek, vind ik, je geen oor laten aannaaien door een expert. Een pedagoog die met de boodschap leurt dat ‘herexamens’ niet helpen’, die moet bij mij niet aanbellen. Ik zou hem meteen vragen of dat ook geldt voor het rijexamen. Of ik zou hem zeggen dat hij eens bij de buren moet navragen of ik dáár niet ben. En ik zeg dat nu als gepensioneerde leraar, maar ik zou ook zo gereageerd hebben als ik nooit had lesgegeven.
     Zo is ook een economist die beweert dat ‘het virus zelf’ de economie meer schade berokkent dan een lockdown, bij mij aan het verkeerde adres. Ik weet net als iedereen dat de slachtoffers vooral onder gepensioneerden vallen, en díe zijn het niet die de economie rechthouden. Bij ons thuis is er maar één die de economie nog recht houdt en dat is mijn vrouw. Als die aan covid overlijdt, gaat het BBP achteruit, maar als ik eraan overlijd, zal het best meevallen.
     Tegelijk voel ik mij bij zo’n uitspraak wat ongemakkelijk. Ik wil weten wat die pedagoog of die economist écht bedoelen. Het zit mij niet lekker als ik tegen iets ben, waar ik de achtergrond niet van ken. Ik dacht dus: ik stel de vraag even op Quora: Waarom zou de economie meer schade ondervinden van het coronavirus zelf dan van een lockdown ertegen, zoals sommigen beweren? En ik stelde die vraag in het Engels om mijn net zo breed mogelijk uit te gooien. De reacties volgden onmiddellijk. Dat het gewoon zo wás. Dat ik geen vragen moest stellen waarvan ik in mijn verwaandheid het antwoord toch al meende te kennen. Dat de kudde-immuniteit een weerlegde theorie was. Dat alleen idioten tegen lockdown waren. Vooral die tweede reactie stoorde mij: ik kende het antwoord juist niet.*
     Gelukkig is er nu het boekje van Maarten Boudry en Joël De Ceulaer over corona. Daarin heeft Boudry een hoofdstuk aan de kwestie gewijd onder het lemma ‘Nevenschade’. Ook hij argumenteert dat ‘het virus zelf’ meer economische schade berokkent dan de maatregelen ertegen. Zijn argumenten zijn de volgende

  1. We moeten niet alleen de coronaschade opmeten die heeft plaatsgevonden, maar de vijf keer grotere schade** inschatten die zou hebben plaatsgevonden zonder lockdown
  2. Zonder lockdown, ‘ligt binnen de kortste keren de helft van je actieve bevolking thuis ziek in bed of in het ziekenhuis
  3. Een korte krachtige lockdown berokkent minder economische schade dan een die halfslachtig is, en in de tijd wordt gerekt.
  4. Ook zonder lockdown gaan de mensen tijdens een pandemie hun gedrag bijsturen en spontaan minder economische activiteit ontwikkelen – bijvoorbeeld minder naar de kapper gaan.

 Zó is het geen onzin meer. (1) is een veronderstelling, (2) is een overdrijving, (3) is minstens in theorie juist en (4) lijkt mij de kern van de zaak. Maar (4) brengt ons ook naar het gebied van semantische verfijning. Je zou de spontane gedragsbijsturing in coronatijden ook kunnen omschrijven als een ‘vrijwillige lockdown’, te onderscheiden van een ‘opgelegde lockdown’. Dan luidt de stelling dat de economische schade ten gevolge van een opgelegde lockdown minder groot is dan die van een vrijwillige lockdown, vooral als die eerste in ideale omstandigheden worden toegepast, dat wil zeggen kort, krachtig, uitgekiend en goed georganiseerd. Dát is een redelijke stelling. Alles wat in ideale omstandigheden wordt toegepast, en kort, krachtig, uitgekiend en goed georganiseerd is, levert een voortreffelijke kosten-batenbalans op.
     Ondertussen is het beter te zwijgen beter over een economie die schade ondervindt van ‘het virus zelf’. Zo
n formulering zorgt voor verwarring, en bij mensen als ik, voor wantrouwen en slecht humeur.

* De agressiviteit van de antwoorden kan ten dele verklaard worden door mijn gebrekkige Engels. Ik had geschreven ‘as some people pretend’, waarbij ‘to pretend’ blijkbaar een minder neutrale betekenis heeft dan het Nederlandse ‘beweren’.

** Dat ‘vijf keer grotere’ is een formulering die Boudry vooral gebruikt als het om de dodentol gaat. Het is zijn veronderstelling, die hij vaak herhaalt, dat eerste golf zonder lockdown 50 000 doden zou hebben geëist in plaats van 10 000. Op andere plaatsen gebruikt hij enigszins andere cijfers. Dan beweert hij dat we nu een dodentol hebben gehad van 20 000 maar dat het er zonder lockdown één van ‘50 000 tot 100 000’ zou zijn geweest.

Achterafklap

     Het corona-boekje van Boudry en De Ceulaer* kun je best omschrijven als een reeks luchtige columns, opgebouwd rond een hondertal alfabetisch gerangschikte trefwoorden. Er komen geen tabellen in voor, slechts zes grafieken, en ook met cijfers zijn de auteurs spaarzaam. Dat is prima. Ik heb indertijd gevraagd aan onze virologen om wekelijks zo’n column voor leken te schrijven waarin ze elke week iets anders zouden uitleggen over corona, in plaats van dagelijks hetzelfde te vertellen op televisie*. Boudry en de Ceulaer zijn geen virologen, maar ze hebben wel een boekje geschreven in de vorm die ik gevraagd had. Ik heb het dankbaar gelezen.
     Ik heb weer een en ander bijgeleerd. Nu weet ik dat die mist die ik bij vriesweer uitblaas eigenlijk mijn aerosolen zijn die voor één keer zichtbaar worden. En dat je de bevolkingsdichtheid van zo ongelijke landen als België en Zweden kunt vergelijken door het grondgebied te rasteren in stukjes van één vierkante kilometer, en dan alleen de vakjes mee te tellen waar mensen wonen.** En dat vleermuizen een kwart van alle zoogdieren op aarde uitmaken.
     Het boekje is anders geen neutrale samenvatting van de huidige kennis inzake corona, maar een verzameling van argumenten, redeneringen en principes die bruikbaar zijn om de kwestie te benaderen, en dan vooral om een heel streng anticoronabeleid te rechtvaardigen. Je hebt in heel grote lijnen drie kampen. Degenen die alleen de risicogroepen in de maatschappij willen afschermen van besmetting (‘omgekeerde lockdown’), degenen die de besmettingsgraad voldoende laag willen houden zodat de ziekenhuizen niet overbelast worden (‘flatten the curve’) en ten slotte degenen die de besmettingsgraad tot ongeveer nul willen terugbrengen zodat er niemand ziek wordt of overlijdt (‘crush the curve’). Als ik het goed heb, bevindt het treintje van onze televisievirologen zich ergens op de lijn tussen de tweede en de derde oplossing plaatsen, terwijl dat van Boudry en De Ceulaer al lang in station 3 staat.  
     Vanuit station 3, hebben ze veel kritiek op de blunders uit het verleden: de regering aarzelde te veel, kwam te laat met maatregelen en te vroeg met versoepelingen, de virologen susten, de communicatie was te geruststellend. Dat vat het zowat samen. Wie het daar allemaal niet mee eens is, zal door het boekje niet overtuigd worden. Iemand overtuigen is op zich al moeilijk en in kwesties waar pro en contra moeten worden afgewogen is het nog veel moeilijker. Laat ik het zo zeggen: de argumenten van Boudry en De Ceulaer zijn subtiel genoeg om de zwakke broertjes van het andere kamp te weerleggen, maar helaas kunnen die zwakke broertjes weinig aan met subtiliteit. En de sterke broertjes van het andere kamp hebben zelf ook subtiele argumenten.
      Zelf behoor ik in die materie tegen mijn gewoonte in tot geen enkel kamp. Maar als ik de beleidsblunders overloop die Boudry en De Ceulaer aanklagen, zijn er dat die ik ongetwijfeld ook allemaal zou hebben begaan, of andere die nog erger waren. Er is slechts één blunder die ik had vermeden omdat hij niet met mijn natuur strookt. Toen de gunstige berichten over de vaccinontwikkeling binnenkwamen zou ik niet te lang getreuzeld hebben en ik zou niet te scherp onderhandeld hebben over de prijs (zie ook hier). Ik zou daarentegen gulzige hoeveelheden van álle vaccins besteld hebben. Met die zekerheid van grote bestellingen, konden de farmaceutische firma’s grotere financiële middelen inzetten voor een massalere en snellere productie dan nu het geval is***. Als er uiteindelijk een of twee vaccins bij waren die niet werkten, dan kon ik ze nog altijd weggooien. En als ik met een overschot zat, zou ik die, na het inenten van de eigen bevolking, gratis verstuurd hebben naar de arme landen.
     Ik zou natuurlijk te veel hebben betaald, maar dat verlies stelt weinig voor vergeleken met de winst van een economie die één, twee of drie maand vroeger had kunnen opstarten. De winst en het verlies zouden, om het met de woorden van Boudry en De Ceulaer te zeggen, ‘asymmetrisch’ zijn geweest.  De EU is voor één keer te zuinig geweest, stel je voor. Alleen komt díe onbetwistbare blunder in het boekje niet ter sprake. Het moet grotendeels geschreven zijn toen de vaccinontwikkeling minder ver gevorderd was dan nu. Daardoor valt het voor mij nu wat onder de noemer  ‘achterafklap’, wat ook het trefwoord is waar de auteurs mee beginnen****.    

* Over het coronaboekje van Boudry en De Ceulaer heb ik hier al iets geschreven. Over mijn voorstel voor coronacolumns voor leken: zie hier. Over mijn vaccinatie-ongeduld: zie  hier.

** De bevolkingsdichtheid in België is vijftien keer hoger dan die in Zweden. Maar volgens de rastermethode is ze maar vijf keer hoger – wat nog altijd een groot verschil is.

*** Post scriptum. Het probleem blijkt niet te liggen, zoals ik bij het schrijven van dit stukje dacht, bij de karige dan wel gulzige bestelling. In Het Nieuwsblad van 5 maart lees ik dat Europa 3.600 miljoen vaccins bestelde voor 355 miljoen inwoners en de Verenigde Staten 700 miljoen voor 260 miljoen inwoners. Toch hebben Trump en Biden kunnen zorgen voor een snellere vaccinatie. Dat komt door het invoeren van een oorlogseconomie: de staat die rechtstreeks ingrijpt om de productie van vaccins op te drijven. 

**** De auteurs gebruiken het woord in de betekenis van ‘I told you so’. Ik gebruik het in de betekenis van ‘mosterd na de maaltijd’.

De wetenschappelijke consensus
      Voor ik hun boekje las, was ik bang dat Boudry en De Ceulaer* op elke bladzijde het argument van de ‘wetenschappelijke consensus’ zouden gebruiken . Dat is niet het geval. Dat komt vast omdat ze de beperkingen van dat argument inzien, maar ook omdat ze betreffende corona zelf wat buiten de consensus staan. Hun crash-the-curve is nog altijd controversieel, en mensen als Yaneer Bar-Yam en Nassim Nicholas Taleb waar zij zich achter scharen, geven niet de grondtoon aan binnen de epidemiologie. Die laatste is zelfs geen epidemioloog, en meestal heeft Boudry het niet graag als wetenschappers sterke uitspraken doen over een domein waar ze niet in gespecialiseerd zijn, vooral als die uitspraken hem niet zinnen. Ook is de consensus rond corona vaak fout geweest: over de mondkapjes, over de aërosolen, over de besmetting van de kinderen op school.
    In plaats dus van eenzijdig de wetenschappelijke consensus in te roepen, huldigen de auteurs een gezond scepticisme. Zo schrijven ze onder meer: ‘Toch kunnen kritische burgers [die geen specialisten zijn] helpen om het kaf van het koren te scheiden en om experts uit te dagen, op voorwaarde dat ze [de burgers] deugdelijk redeneren en zich zo goed mogelijk informeren over wetenschappelijke inzichten.’ Daar ben ik het grondig mee eens. En dat die burgers ook zelfkritisch moeten zijn, ook dáár ben ik het mee eens. Als leraar kreeg ik dikwijls richtlijnen van hogerhand dat ik mijn leerlingen ‘kritische zin’ moest bijbrengen. Ze moesten meningen ‘in vraag leren stellen’. Dat vond ik ook, maar dan toch zeker ook hun eigen meningen.
     Boudry geeft in het boek een verklaring waaróm geïnformeerde leken de zaken soms scherper zien dan de specialisten, namelijk omdat ze niet bezwaard zijn door oude kennis die niet van toepassing is op een nieuwe situatie. Er kan zelfs een woordje van lof af voor de sociale media: ‘Wie tijdens deze pandemie betrouwbare informatie over mondmaskers wilde, kon die haast makkelijker op sociale media vinden dan in de landelijke kranten of op de tv-zenders.’
     En zelfs die sociale media heb je niet altijd nodig. Helemaal bij het begin van de coronacrisis heeft een collega op school mij uitstekend voorgelicht. Dat covid geen griepje was. Dat de ‘collateral damage’ aanzienlijk kon zijn als men de gewone gezondheidszorg zou terugschroeven. En dat de grote besmettelijkheid van corona wees op mogelijke verspreiding door aërosolen. Dat was allemaal ongeveer het tegenovergestelde van wat de experts toen beweerden.  Hun bewering dat mondkapjes niet werkten, beantwoordde mijn collega met een krachtig: tarara! Verder wist ik ook zonder haar uitleg dat scholen wel degelijk een ‘hulpmotor’ bij virusverspreiding kunnen zijn. Ik heb wel eens op een schoolbus gezeten.
     Naast de ‘burden of knowledge’ zijn er nog veel meer redenen waarom wetenschappers zich kunnen vergissen. Ze kunnen uit de grote hoeveelheid feiten, cijfers en studies geneigd zijn om die te kiezen die hen het beste uitkomen. Misschien is de kwestie gepolitiseerd en speelt hun politieke overtuiging mee. Misschien beleven zij een ‘moment de gloire’ en gaan ze spreken als beleidsmensen in plaats van als wetenschappers. Misschien willen ze de aandacht trekken door een extreem standpunt in te nemen, of door iets anders te zeggen dan hun collega’s.
     Wat dat laatste betreft: ik geloof dat het omgekeerde vaker voorkomt en dat experts hun status proberen te verhogen door vooral hetzelfde zeggen als hun collega’s. De Ceulaer noemt dat ‘rally around the flag’. Hij bespreekt dat in verband met de pers, maar er is geen reden waarom het niet ook op wetenschappers van toepassing zou zijn. Het zou af en toe wel eens de verklaring kunnen zijn van een of andere ‘wetenschappelijke consensus’. Er is in de psychiatrie heel lang een consensus geweest over de waarde van Freuds dromentheorie. Kritiek kwam van buitenstaanders als Karel van het Reve en Vladimir Nabokov, die achteraf gelijk bleken te hebben.
     In hedendaagse polemieken lees je soms het woord ‘wetenschapsontkenner’. Dat lijkt mij, naast een scheldwoord, ook een veralgemening te zijn. Er zijn namelijk verschillende wetenschappen en ze hebben een verschillende graad van zekerheid. Die van wiskunde is groter dan die van sociologie. Zo interpreteer ik toch
 het liedje van Tom Lehrer, al moet eraan toe worden gevoegd dat Lehrer zelf een wiskundige was, en zich niet noodzakelijk objectief opstelde in de materie. Zo is er, geloof ik, ook een afnemende zekerheidsgraad als we van microbiologie, over virologie en epidemiologie, naar ‘algemene gezondheidswetenschappen’ afdalen.
     Als regel vermindert de zekerheidsgraad van een wetenschap naarmate ze afhankelijk is van statistische modellen met veel variabelen. Boudry geeft een goed voorbeeld van wat wetenschap met wél een hoge zekerheidsgraad vermag: ‘Binnen enkele weken na de uitbraak, op 10 januari 2020, kenden wetenschappers het volledige genoom van SARS-CoV-2, tot op de laatste letter. Niet meer dan vijf dagen later werd het eerste vaccinontwerp ontwikkeld.’ Dat kan de wetenschap dus wel, en er volgt niet veel ‘ontkenning’ op. Maar een jaar na de uitbraak, heeft men nog altijd de grootste moeite om de dodentol van België, Zweden en Noorwegen met elkaar te vergelijken. Hoeveel moeilijker moet het dan niet zijn om ook nog eens met enige mate van zekerheid uit te maken waarom die dodentol in die drie landen zo verschillend is?
     Boudry en De Ceulaer geven de ‘kritische burger’ een aantal adviezen om zich te oriënteren tegenover de schijn van wetenschappelijke consensus, en tegenover de werkelijkheid van wetenschappelijke onzekerheid. De auteurs formuleren vuistregels voor het deugdelijk denken. Zo moeten we een bepaalde coronamaatregel niet verwerpen omdat hij niet erg effectief is. Het is niet de maatregel op zich maar de combinatie van maatregelen die het hem doet. De auteurs noemen dat het Zwitserse Kaasmodel, omdat één plakje vol gaten zit en alles doorlaat, maar als je er een stapeltje van maakt worden de gaten van het ene plakje afgedekt door een volgend plakje met ándere gaten. Hoe dikker het stapeltje, hoe minder er wordt doorgelaten. Toegepast op corona: er kan altijd een extra maatregel bij, dan zal het nóg veiliger zijn. 

     Helaas is er een probleem met vuistregels. Als je wat zoekt, vind je er wel een andere, die ook meteen een ander resultaat oplevert. Neem bijvoorbeeld het beginsel van de afnemende meeropbrengst: volgens dat  beginsel zal elke extra maatregel minder extra veiligheid opleveren, zodat bij teveel maatregelen de kostenbaten verhouding uiteindelijk negatief wordt. Je kunt dus, met dat beginsel voor ogen, makkelijk verder met een of twee maatregelen minder, zonder dat je al te veel veiligheid verliest. Kort gezegd: als het om vuistregels en beginselen gaat, komt het erop aan ze goed te kiezen.
     En ook je experts moet je goed kiezen. Wat doe je bijvoorbeeld als de ‘officiële virologen en epidemiologen van een land een - naar je mening - te slappe aanpak van corona voorstaan. Dat is wat in België gebeurde volgens De Ceulaer. Dan moet je ze met ‘lastige vragen’ overvallen. Je moet de ‘overheid uitdagen, schijnbare vanzelfsprekendheid ter discussie stellen en het debat aanzwengelen. Niet met complotgekkies of wetenschapsontkenners. Wel met bonafide stemmen, vaak uit het buitenland, die met de plaatselijke experts van mening kunnen verschillen.’ Dat is mooi. Maar wanneer is iemand een ‘bona fide stem’? Ik denk: als die ongeveer hetzelfde zegt als De Ceulaer.  De Zweed Anders Tegnell is dat niet, maar Yaneer Bar-Yam en Nassim Nicholas Taleb zijn dat wel. De eerste is een wetenschappelijke ‘spookrijder’, en de andere twee rijden op hetzelfde baanvak als Boudry en De Ceulaer. Met wetenschappers doe je zoals je bij kersen doet: je begint met degene die er voor jou het best uitzien.
    Ik doe dat zelf ook natuurlijk. Ik had daar het voorbeeld van Boudry en De Ceulaer niet voor nodig. In de wetenschappen met lage zekerheidsgraad zijn er lui  die praatjes hebben die mij aanstaan, en anderen die praatjes hebben die mij niet aanstaan. De eerste probeer ik zo goed mogelijk te begrijpen, de tweede laat ik wat links liggen en ik probeer ze, uit beleefdheid, zo min mogelijk als ‘spookrijders’, ‘grote roergangers’ of ‘niet bona fide wetenschapsontkenners’ te omschrijven.

De cijfers zijn nooit hoog genoeg
     
Net zoals de maatregelen tegen corona voor Boudry en De Ceulaer nooit streng genoeg zijn, achten ze de cijfers van slachtoffers nooit hoog genoeg. Nochtans zijn de cijfers op zich al erg genoeg. Bij het begin van de coronacrisis hadden onze virologen veel lagere cijfers voorspeld. Ze kwamen toen nog niet dagelijks op de televisie, maar als ze af en toe de krant haalden,  spraken ze over enkele honderden, maximaal enkele duizenden doden. Het zijn er ondertussen 20 000. Je kunt dat cijfer wat naar beneden krijgen door  een onderscheid maken tussen ‘sterven aan corona’ en ‘sterven met corona’, maar dan kun je nog altijd niet om de ondubbelzinnig oversterfte heen in de categorie van de 65-plussers: meer dan 17 000.
     Ook kun je het cijfer proberen weg te zetten door te verwijzen naar de hoge leeftijd van veel van de slachtoffers.  Maar dan blijkt dat die doden gemiddeld ongeveer 13 levensjaren verloren hebben. Boudry en De Ceulaer geven geen uitleg bij dat hoge cijfer dat ingaat tegen onze intuïtie, en daarom doe ik het maar. We gaan er teveel van uit dat bij een gemiddelde levensverwachting van 80 jaar, een 75-jarige nog 5 jaar te leven heeft, en een 80-jarige nog 0 jaar. Dat is natuurlijk niet zo. De 75-jarige heeft gemiddeld nog 12 jaar te goed, en een 80-jarige nog 8,9 jaar. Als je toch zover geraakt bent, kunnen er best nog wat jaartjes bij.
     Die reële hoge cijfers – 20 000 doden, massale oversterfte, 13 verloren levensjaren – zijn voor Boudry en De Ceulaer echter onvoldoende. Ze dikken de coronaschade verder aan met hypothetische cijfers. Zo spreken ze vaak en uitgebreid over het aantal slachtoffers dat er zou geweest zijn zonder lockdown. Ze komen dan aandragen met uitdrukkingen als ‘vijf keer zoveel’ en ‘50 000 tot 100 000 doden’. Dat lijkt erg veel, maar als je goed zoekt en geduld hebt vind je nóg hogere cijfers. Op 6 februari, enkele dagen na de verschijning van het boek, citeert Boudry op zijn facebookpagina een studie van Nature die spreekt over 120 000 doden die er in België geweest hadden kunnen zijn tegen 4 mei 2020. Dat is ‘15 keer zoveel’, voegt Boudry er tevreden aan toe, als het aantal werkelijke doden op dat moment. Ik ben blij dat Boudry die studie van Nature nog niet kende toen hij zijn boek schreef. Of ze toch niet citeerde. Ik werd al zenuwachtig van die ‘5 keer zoveel’.
     Wat ik verder eigenaardig vind, is dat de neiging om maximale, pessimistische cijfers te kiezen voor de coronadodentol, dat die neiging zich ook uitbreidt naar andere domeinen. Zo spreken de auteurs van de 40 miljoen dodelijke slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Wij leerden op school over 20 miljoen doden;  en.Wikipedia spreekt van 15 tot 22 miljoen (hier). Ook citeert Boudry de gevolgen van Corona voor de wereldarmoede. Hij geeft eerst de cijfers van de Wereldbank: 150 miljoen extra mensen in extreme armoede, wat best mogelijk is. Maar daarna citeert hij nogal onvoorzichtig de Verenigde Naties die vrezen dat covid ‘letterlijk decennia van vooruitgang zal wegvagen’. Hier heeft Boudry niet goed nagedacht. Wie zoals hij goed weet welke vooruitgang er op dat terrein gedurende de laatste decennia gebeurd is, kan moeilijk geloof hechten aan het ‘letterlijk’ wegvagen van die vooruitgang. Zo’n evolutie zou trouwens in tegenspraak met zijn voorspelling in de epiloog dat de wereld na corona vrij snel zou kunnen normaliseren.
     Het lijkt wel of de ene overdrijving de andere oproept en zelfs Boudry tot een inconsequentie verleidt.

De exponentiële curve als matraque
  
   Een maand geleden haalde Maarten Boudry zwaar uit naar minister Weyts. Er was in die tijd veel te doen rond de besmettingen in de scholen. Het Journaal en Het Nieuws openden ermee. Ben Weyts wees erop dat in slechts 50 van de 4000 scholen besmettingen waren vastgesteld. Toch nam de druk om de scholen te sluiten nam toe. Boudry schreef toen op zijn Facebookpagina: ‘Mijn inschatting: het is een kwestie van tijd tot de Belgische scholen dichtgaan. ALS dat klopt, dan beter vroeg dan laat. Nu nog even wachten tot de curve helemaal ontploft, is het summum van kortzichtigheid.’
     Op de laatste vijf woorden na, dacht ik toen ongeveer hetzelfde: dat de sluiting van de scholen, al was het dan om politieke redenen, onvermijdelijk was, en dat een snelle korte sluiting beter was dan een die later kwam en langer duurde. Uiteindelijk is de scholensluiting er niet gekomen en met de lente in het verschiet is het niet waarschijnlijk dat ze er nog komt. Het is te laat op het jaar. Boudry en ik hebben ons vergist. Boudry kan zich dit keer niet troosten met zijn theorie van de ‘zelfweerleggende voorspelling’*. Daarvoor moet een maatregel eerst genomen zijn om achteraf nutteloos te schijnen. Maar de maatregel, de sluiting van de scholen dus, ís niet genomen. En misschien is het maar beter ook, want het zou – om nogmaals Boudry’s woorden te gebruiken - geen ‘spijtloze maatregel’** geweest zijn.
     Hoewel ik dus indertijd dezelfde inschatting als Boudry maakte, was ik het niet zo eens met zijn argumentatie die berustte op de exponentiële groei van de besmetting. Hij schreef toen: ‘Stel dat je één balletje in je soep doet, Ben Weyts, en elke minuut verdubbelt het aantal. Hoeveel balletjes heb je dan als je een halfuurtje roert? Een miljard balletjes! … Het is hemeltergend om Weyts op het VRT-journaal te horen. De man heeft werkelijk géén idee van exponentiële groei.’
     Die vergelijking met soepballetjes klopt, geloof ik, niet helemaal. Leerlingen in scholen besmetten elkaar misschien als zich vermenigvuldigende soepballetjes, maar dat is niet noodzakelijk het geval met scholen onderling. Ik vermoed dat Weyts, zoals iedereen die middelbaar onderwijs gevolgd heeft, wél op de hoogte is van het begrip van exponentiële groei, een begrip dat in tegenstelling tot wat Boudry beweert, redelijk goed aansluit bij onze intuïtie en zeker bij de mijne***. Het probleem was niet dat Weyts rekening moest houden met een exponentiële groei – dat moest hij – maar dat hij ook moest afwegen hoe groot de kans was op zo’n groei. Boudry schrijft in zijn pandemieboek: ‘Een exponentiële curve kan eerst onschuldig lijken, een beetje zoals een lineaire curve, maar dan plots exploderen.’
     Ik heb het woordje ‘kan’ gecursiveerd omdat het ons brengt bij de kwestie van de proportionaliteit. De mogelijkheid van de explosie bestond, maatregelen waren nodig – maar welke maatregelen waren proportioneel? Moesten alle scholen dicht, of was het voldoende om de veiligheidsmaatregelen te verstrengen, meer testen in te voeren, en buitenschoolse activiteiten te verminderen, waardoor kinderen van de ene school minder gemakkelijk kinderen van een andere school zouden aansteken? Dat is geen eenvoudige afweging.
     Maar het hele begrip ‘proportionaliteit’ wordt door Boudry en De Ceulaer in vraag gesteld. ‘[H]oed u bij dreiging van een pandemie voor het woord proportionaliteit,’ schrijven ze. ‘Tegen een probleem dat exponentieel uit de hand kan lopen, moet je preventief harder optreden dan je in ‘normale’ – zeg maar: niet-exponentiële – omstandigheden zou kunnen verantwoorden.’****
     Het exponentiële karakter van de pandemie wordt hier naar mijn smaak teveel als troefkaart gebruikt. De auteurs vertellen de parabel van het schaakbord en de rijstkorrel. Als je op het eerste vakje van dat bord 1 korrel legt en dat bij de volgende vakjes telkens verdubbelt, heb je eerst 2 korrels, 4 korrels, 8 korrels en op vakje 64 niet minder dan 18.446.744.073.709.551.615 rijstkorrels, ‘[g]enoeg om heel het Indische continent onder een rijstlaag van een meter dik te bedelven.’ Dat is een mooi verhaal dat ik ken van de lagere school, maar die extreem hoge cijfers trekken niet alleen de aandacht, ze vertroebelen ook de blik.
     Als je in ons land het coronavirus ongehinderd laat razen, dan ga je geen 18,5 triljoen doden hebben, en ook geen 11 miljoen. De coronadodentol heeft geen exponentiële cúrve, maar een exponentiële fáse, zoals Boudry ergens anders terecht opmerkt. Je eindigt bij 30 000 doden, of 50 000 doden of 100 000 doden en die cijfers zijn niet meer dan veronderstellingen. En tegenover díe hypothetische cijfers weeg je de maatregelen af – niet tegenover een exponentiële abstractie die als een komeet door de ruimte schiet.
     De manier waarop Boudry over de exponentiële curve spreekt doet mij denken aan mijn jeugdjaren, zoals tegenwoordig alles mij doet denken aan mijn jeugdjaren. Een groot deel van die jaren was ik geëngageerd in de marxistische partij Amada, later PVDA, een organisatie die toen geleid werd door Ludo Martens. Die laatste was niet alleen een ideoloog, een pedagoog en een demagoog, maar ook, zoals veel politici, een intrigant. Het gebeurde meer dan eens dat hij basisgroepen ging opstoken tegen hun plaatselijke leiders. Die plaatselijke leiders gebruikten dan citaten van Marx en Lenin om zich tegen hun basisgroep te verdedigen. Waarop Martens antwoordde dat die leiders het marxisme gebruikten als matraque. En hij kon het weten, want hij deed het zelf wel eens.
    Hetzelfde denk ik nu bij Boudry: dat hij de exponentiële curve gebruikt als wapenstok, als matraque. Terwijl hij zou moeten weten dat het, naar het woord van Lenin, aankomt op de ‘concrete analyse van de concrete situatie’, en naar het woord van Karel van het Reve, op ‘moeilijk definieerbare zaken als gevoel voor proporties’. Een discussie over een scholensluiting los je niet op met soepballetjes en rijstkorrels maar met ‘concrete’ reproductiegetallen, ‘concrete’ besmettingskanalen en, jawel, proportionele ingrepen.

 * Ook ‘preventieparadox’ genoemd in het boek van Boudry en De Ceulaer: ‘Door slecht nieuws te voorspellen, zorg je ervoor dat mensen actie ondernemen, waardoor je eigen voorspelling niet uitkomt.’

 ** ‘Spijtloze maatregelen. Maatregelen die achteraf nutteloos of onnodig kunnen blijken, maar die nooit tot grote spijt zullen leiden. Winkelkarren ontsmetten is zo’n maatregel, mondmaskers afraden niet.’

 *** De enorme getallen die de curve uiteindelijk opleveren zijn wél anti-intuïtief.

**** De redenering doet mij denken aan de tipping points van de klimaatalarmisten die op dezelfde manier de proportionaliteitskaart overtroeven. Zie ook hier.


Het Chinese model
 
     Zijn coronaverstrengers zoals Boudry en De Ceulaer bovengemiddeld bang om ziek te worden en dood te gaan, en heeft dat invloed op hun mening terzake? Het eerste weet ik niet en het tweede heeft weinig belang, want een mening is juist of fout, onafhankelijk van de onverstoorbaarheid of vreesachtigheid van de meninghebber. Je moet iemand die bezwaren heeft tegen veel immigratie ook niet verwijten dat hij een ‘bange blanke man’ is, of iemand die kritisch is voor de islam verwijten dat hij aan een fobie lijdt.
     Zelf ben ik gemiddeld bang, geloof ik. Bij het begin van de pandemie heb ik eens snel wat berekeningen gemaakt. Daaruit bleek dat ik als 65-jarige ongeveer 1 procent kans had om binnen het jaar te overlijden. Door corona was dat 2 procent geworden, had ik begrepen. Ik ben toen een paar dagen ongerust geweest. Inkopen in de supermarkt probeerde ik te groeperen zodat ik er maar één keer in de week naar toe moest. Heel lang heeft dat echter niet geduurd, en ik fiets er nu weer dagelijks heen. Zo kom ik nog eens buiten. Mijn pianolessen stel ik uit tot na mijn vaccinatie, en verder hou ik mij aan de regels. Dat is het zowat. Als ik wakker lig, is het van andere dingen.
     Bij De Ceulaer is dat anders. In het Humo-interview van 9 februari is hij daar openhartig over. «Ik geef het toe: ik ben nu al bijna een jaar dag en nacht met dat virus bezig. Ik ga ermee slapen en ik sta ermee op. Ik heb er overdreven vaak over getweet, ik heb er overdreven veel over gelezen, en ik heb over bijna niks anders meer geschreven … Eigenlijk is dat niet gezond. Ik had meer afstand moeten nemen.» De Ceulaer heeft in de zomer één keer buitenshuis gegeten, zegt hij, toen dat mocht, en met inachtneming van de strengste voorschriften. Hij voelde zich daar toen niet goed bij. Ik van mijn kant heb in de zomer ook een paar keer buitenshuis gegeten en ik voelde mij daar uitstekend bij. Mensen zijn verschillend.
     Ook Boudry zegt dat hij met een ‘zwaar gevoel in zijn maag’ heeft rondgelopen toen de pandemie uitbrak en er geen maatregelen werden genomen. Toen die wel genomen waren, verdween dat gevoel. Dat lijkt erop te wijzen dat zijn malaise meer van intellectuele aard was. Hij krijgt een knoop in zijn maag als niet de juiste maatregelen worden genomen. Ik had dat vroeger bij personeelsvergaderingen op school als nieuwe pedagogische richtlijnen werden toegelicht.
     Boudry is gespecialiseerd in fallacies, drogredenen. Zijn eigen achterliggende redenering – het is een speculatie van mijn kant – komt het dichtst in de buurt van de nirwana fallacy, de drogreden van de volmaakte oplossing. Eigenlijk zou de mensheid, denkt hij, korte metten kunnen makken met deze pandemie. Het zou volstaan dat mensen overal ter wereld volmaakt rationele wezens waren, met een volmaakte afweging van hun korte en lange termijnbelang, en met een volmaakte burgerzin. Dan kwam gedurende een maand niemand zijn huis uit, niemand zeurde over tijdelijk inkomensverlies, iedereen gebruikte de tijd om leerzame boeken te lezen, droeg ook in bed een mondkapje, en niemand raakte besmet. Een volmaakt werkende overheid liet levensnoodzakelijke goederen zoals toiletpapier huis aan huis bezorgen door mannen en vrouwen in steriele pakken en volgde daarbij het beginsel ‘naar ieder volgens zijn behoeften’. Na een maand keerde de volledige vrijheid terug en werd alles weer zo gezellig als voorheen. Miljoenen mensenlevens waren gered. Wat nog overbleef aan besmetting zou door een perfect test- en traceringsprogramma in geen tijd uitgeroeid zijn.
     Natuurlijk werkt het niet zo en dat weet Boudry ook. Hij is geen nirwana-aanhanger, eerder iemand die, zoals ik het zie, worstelt met de nirwana-verleiding. We leven in een onvolmaakte wereld, met onvolmaakte wezens, met een onvolmaakte overheid. Wat dan bij zo’n coronapandemie overblijft aan keuzes, is een of ander pakket maatregelen dat zich situeert tussen het Zweedse model van Tegnell, met minder dwang en meer slachtoffers, en het Chinese model van Xi Jinping, met meer dwang en minder slachtoffers. En daar komt nog bij dat het moeilijk in te schatten is hoeveel slachtoffers er precies in dat laatste model vermeden worden, en hoe diep de dwangmaatregelen dreigen in te slijten in de mentaliteit van burgers en overheid.
     Wie met de nirwana-verleiding worstelt zal, geloof ik, iets meer in de richting van Xi Jinping loensen. In hun boek schrijven Boudry en De Ceulaer: ‘Xi Jinping - Chinese president die de crisis beter aanpakte dan Donald Trump.’ Het blijft bij loensen natuurlijk, maar toch.


Voorspellingen
     Vervelend voor de echte alarmist, scepticus, optimist of quietist is de korte tijdsschaal van de coronakwestie. Elke voorspelling kan binnen enkele weken of maanden gecontroleerd worden. Herman Goossens voorspelde dat ski-toerisme in Italië geen enkele besmetting zou meebrengen. De kans was ‘uiterst, uiterst klein’. Hij was fout. Van Ranst voorspelde dat de pandemie enkele honderden, hooguit enkele duizenden slachtoffer zou maken. Hij was ook fout. Mijn eigen voorspelling rond die tijd was voorzichtiger: ‘tussen 1 500 en 33 000’ (
hier) maar informeel verklaarde ik aan vrienden dat 20 000 ‘haalbaar’ moest zijn. De crisis is nog niet gedaan, maar het lijkt voorlopig dat ik toen vrij goed gegokt heb. Mijn meeste andere voorspellingen waren overigens fout. Zo dacht ik dat een vergelijking tussen de verschillende landen binnen enkele weken duidelijkheid zou brengen over de effectiviteit van de verschillende maatregelen.
     Voor wie vaak verkeerd voorspelt, heeft Maarten Boudry een uitweg voorzien: de preventieparadox.  Als de coronacijfers uiteindelijk beter meevallen dan je voorspelling aangaf, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat zou gevallen zijn zonder maatregelen. Je kunt de paradox op veel terreinen toepassen. Als het aantal terrorismeslachtoffers uiteindelijk meevalt, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat er zou vallen zonder antiterreurmaatregelen. Voor wie verkeerd gokt betreffende de verre toekomst, stelt het probleem zich niet. Als binnen dertig jaar de wereld niet in brand staat door de klimaatverandering, of heel Vlaanderen niet overstroomd is, dan zal ik er niet meer zijn om die valse profeten uit te lachen. En als ik er wel nog ben, is het lachen mij misschien vergaan om andere redenen.