Posts tonen met het label Thomas Hardy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas Hardy. Alle posts tonen

woensdag 1 november 2017

Jaloers op een poes

De schrijver en dichter Thomas Hardy was vierendertig toen hij trouwde hij met de eveneens vierendertigjarige Emma Gifford. Zijn moeder vond haar te oud. Het werd ook geen gelukkig huwelijk, zeker niet tijdens de laatste jaren. Als er bezoek kwam, deed Emma er alles aan om haar man te kleineren. Hardy, op zijn beurt, wilde zijn vrouw om de dooie dood niet helpen om haar eigen literaire probeersels aan uitgeverijen te slijten. Ook weigerde hij een ‘knighthood’ te aanvaarden, zodat Emma haar wens gedwarsboomd zag ooit met ‘Lady Hardy’ te worden aangesproken. Hij deed dat met opzet, want een ‘Order of Merit’, waar geen titel voor zijn vrouw aan verbonden was, aanvaardde hij wel.
     Toen de schrijver vijfenzestig werd, leerde hij de vierentwintigjarige Florence Dugdale kennen. Zij was lerares van opleiding, erg in literatuur geïnteresseerd en bezat een eigen schrijfmachine. Hardy schakelde haar in voor onderzoekswerk en liet haar zijn manuscripten uittikken. Hij werd verliefd op haar en zij … tja. Hardy was een kleine kale nogal schuchtere man die met zijn hoofd bewegingen maakte als een vogeltje. Is dat waar jonge vrouwen voor vallen? Toch bracht zij veel tijd door in Max Gate, het lelijke huis dat Hardy zelf ontworpen had. Hardy was architect van opleiding.
     Het werd een merkwaardige ménage à trois, Hardy, Emma en Florence, met de gebruikelijke jaloezie, maar dan anders dan je zou verwachten. Het waren niet de twee vrouwen die om de gunst van de man dongen, maar het bejaarde echtpaar dat wedijverde om de vriendschap van de jonge indringster - die op haar beurt jaloers was … op de poezen: Kitsy, Snowdove, enzovoort. Toen Kitsy stierf schreef Hardy een gedicht waarin hij de overleden poes omschreef als ‘zijn enige vriend’. Dat vond Florence heel ondankbaar. Wat was zij dan, vroeg ze verontwaardigd. Hardy antwoordde dat hij ‘niet over zichzelf had geschreven, maar over een ingebeelde persoon die ook een poes verloren had.’*
     Na de dood van Emma, trouwde Hardy met Florence. Hij was toen tweeënzeventig. Alle poezen werden weggedaan. Er werd een hond gekocht. Hij kreeg een plekje in de echtelijke slaapkamer. Hij mocht uit het goede servies eten. Hij mocht de postbode bijten en de gasten lastigvallen. Hij werd opgevoed als een verwend kind en gedroeg zich ernaar.


* Bekende rouwgedichten op Hardy’s poezen zijn ‘Last words to a dumb friend’ en ‘The Roman Gravemounds’.

vrijdag 11 september 2015

Tante Jane

Hierboven ... ikzelf als - laten
we zeggen: Mr. Bennet
   Professor Latré van de afdeling Germanistiek wou dat ik voor zijn vak vooral 19de-eeuwse romans las. Daar kwam je later niet meer aan toe, zei hij. Ik begon vol goede moed. George Eliot, Thomas Hardy, Henry James … Het leek op wat ik al kende van de romanistiek: Stendhal, Flaubert, Zola – diep, degelijk en een beetje deprimerend. Jane Austen stond ook op de lijst. ‘It is a truth universally acknowledged,’ zo begon Pride and Prejudice, ‘that a single man in possession of a good fortune, must be in want of a good wife.’ Mijn mond viel open.   
   Later ontdekte ik overal medebewonderaars van tante Jane. Haar tijdgenoot en concurrent Walter Scott, Tennyson en Colleridge, Nabokov en Guus Luijters, de secretaressen en vrouwelijke advocaten van het advocatenkantoor waar ik werkte. Ook onder historici bleek ze populair. Macaulay plaatste haar op gelijke hoogte met Shakespeare. Pieter Geyl roemde haar ‘wijze en menselijke visie op het leven.’ Ik begrijp wat hij bedoelt.
     Jane moraliseert, maar ze blijft sympathiek. Ze heeft de normen en de waarden van de burgermaatschappij zonder de zelfgenoegzaamheid van een paar decennia later. ‘Geef mij maar het gezelschap van brave mensen,’ schrijft ze, ‘dan ben ikzelf lekker de slechtste.’ De slechtste, ja, maar nooit de domste. ‘J.A. doesn’t suffer fools gladly,’ schrijft Geyl. Voor charmante schurken als Willougby en Wickham heeft ze enig begrip, maar pompeuze dommeriken en dwaze ganzen krijgen de volle laag, vooral als ze ook nog eens de ouders zijn van de heldin. Maar dom of slecht, Janes personages zijn nooit saai, zelfs niet als ze van zichzelf saai zijn. Ook dragen ze mooie kleren, als ze in een film meespelen.

   Een andere Austen-bewonderaar was Roger Ebert (†2013). Vroeger las ik altijd zijn recensies op IMDB voor ik naar een nieuwe film ging kijken. Nu lees ik ze vóór ik naar een oude film kijk. Ebert onderging in 2006 zijn zoveelste operatie voor schildklierkanker. Bij elke operatie werd een nog groter stuk van zijn kaakbeen weggesneden. Hij kon al jaren niet meer spreken. Enkele maanden na de operatie van 2006 schrijf hij: ‘When I was very sick last year there was a time when I lost all interest in reading. When I began to feel a little better, perhaps strong enough to pick up a book, it was Austen’s Persuasion.
What else?’ – Persuasion is ook mijn lievelingsboek.

Oorspronkelijk geplaatst op 23 januari 2015