Posts tonen met het label Terzake. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terzake. Alle posts tonen

zondag 13 januari 2019

Dries Van Langenhove en de 'rotte partijpolitiek'

De activist DVL: 'Linkse ratten, rol uw matten'
     Als student in de rechten Dries Van Langenhove verkozen raakt op de Vlaams Belang-lijst*, zal ik mij nog vaak aan hem ergeren. Hij zal dan allerlei dingen vertellen waar ik het niet eens mee ben – wat nooit leuk is – maar hij zal ook allerlei dingen zeggen waar ik het wél mee eens mee ben, en dat is ’t ergste. Ik verwacht van hem veel moraliserende centrum-rechts-gezond-verstand uitspraken, gematigder dan die van Filip De Winter, maar altijd, bij wijze van spreken, op een  Edward Mosley-toon die mij eraan herinnert dat zijn ware agenda rechts van extreemrechts ligt.
     Voor die ware agenda heb ik als bewijs niets meer dan enkele berichten die hij gepost heeft op een besloten internetgroep: een filmpje met een redevoering van Mosley, iets over politiek en lichaamscultus (‘ik kan niet begrijpen hoe iemand dik en rechts kan zijn’), een belofte om supermarkten ‘Golden Dawn-gewijs te zuiveren van halal’, en een voornemen om binnen twee jaar een eigen ‘mobiele brigade’ op te richten die je kunt opbellen als allochtonen luide muziek spelen op de trein. (Zie hier en hier)
     Voor mij is dat bewijs genoeg, maar dat is het niet voor iedereen. Tom Van Grieken beweerde op de televisie dat hij net als iedereen overdonderd was geweest door de heisa rond de pano-reportage, maar dat hij nu, na een paar maanden, vaststelt dat ‘het op geen enkele manier Dries is geweest die walgelijke posts heeft geplaatst, dat hij geen foute uitspraken heeft gedaan’. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind die uitspraken over de ‘mobiele brigades’ en over de supermarktacties meer dan fout, die over ‘dik en rechts’ meer dan bedenkelijk, en ook over het plaatsen van een Mosley-filmpje denk ik, net als Maarten Boudry op zijn Facebookpagina, het mijne. Wanneer een journalist die posts onder Van Langenhove zijn neus duwt, begint die luid en met een klemtoon op bijna elke lettergreep, te oreren over ‘vooringenomenheid’ en ‘flagrante leugens’. Dat overtuigt mij niet.
     Kijk, Van Langenhove mag gerust zeggen dat iemand anders die berichten onder zijn naam geplaatst heeft. Het staat iedereen vrij om dat te geloven. Maar voor mij moet hij eerst klaar, duidelijk en openlijk zeggen dat hij tégen zulke mobiele brigades is, dat die supermarkten best het recht hebben om halal aan te bieden en dat die Mosley een verwerpelijke fascist was. Als hij dát zegt, stijgt zijn geloofwaardigheid bij mij met enkele procenten.
     Zijn er andere aanwijzingen voor de extreem-extreemrechtse agenda van Van Langenhove? Ah ja, die Hitler-parafernalia die zijn S&V-makkers posten, die militair aandoende trainingskampen, dat poseren met wapens, dat driehoekig embleem op het uniformtruitje … dat is allemaal erg indirect. Zelf heb ik mij het meeste druk gemaakt om iets wat hij zei toen hij zijn Vlaams-Belang-kandidatuur bekendmaakte. ‘Dat engagement zal niets veranderen aan mijn afkeer voor de partijpolitiek. Ik zei het vorige week op de Mars voor Democratie en ik zal het blijven zeggen. De particratie is een rot systeem. We moeten de macht die de particratie heeft over het volk doorbreken …’
     Tja, hoe moet je zo’n uitspraak begrijpen? Is dat nu een sluwe manier om het het parlementaire systeem zelf aan te vechten, in de geest van Hitlers ‘Kampf gegen den Parlamentarismus’? Is het een hint dat een meerpartijensysteem in wezen corrupt is en dat het veel beter is als er géén ruziënde partijen zijn, of alleen maar die ene goede? De krachtige taal – ‘rot’ – laat verstaan dat het hele systeem niet hervormd, maar vernietigd moet worden. Of ‘doorbroken’. Eigenlijk geloof ik dat het inderdaad zulke ideeën zijn die in het hoofd van Van Langenhove rondspoken.
     Ik geef het toe, de woorden van Van Langenhove kunnen ook op een andere, minder argwanende worden uitgelegd. Misschien gelooft onze student in de rechten waarlijk dat álle politici van álle partijen omkoopbaar zijn en de belangen van het volk ‘verraden’ om er zelf beter van te worden. Als hij dat gelooft, dan maakt die simplistische veralgemening hem ongeschikt voor de politiek. Of misschien gelooft hij dat zelf niet, maar gelooft hij dat er veel mensen zijn die dat wel geloven, en praat hij die mensen naar de mond. Dan is hij een demagoog zoals vele anderen, niets om je over op te winden, maar zeker ook niets om naar op te kijken. Of misschien heeft hij in de krant gelezen dat politici vaak huichelen, liegen, beloftes breken, eerzuchtig zijn, hard zijn voor elkaar, en idealen verdunnen tot compromissen. Dan hadden de kranten het bij het juiste eind, want politici zijn mensen, en waar mensen zijn wordt gehuicheld en gelogen en is men eerzuchtig en hard. Bij politici komen die ondeugden misschien wat vaker voor dan bij bibliothecarissen, maar je vindt ze overal, en als je goed zoekt vind je er ook enkele bij jezelf.
     Een andere, welwillende, lezing van de ‘particratie is rot’-uitspraak is deze. Van Langenhove is in de eerste plaats een activist, en activisme is een ‘idealistische’, ‘zuivere’ aangelegenheid, in tegenstelling tot de rotte partijpolitiek, het corrupte parlement en de verdorven regering. De echte veranderingen komen er door acties op straat, waarbij de mensen ‘bewust worden gemaakt’. Maar hoe moet ik mij dat voorstellen? Schild en Vrienden houdt een betoging. Van Langenhove loopt voorop, priemt zijn twee wijsvingers in de lucht en roept luid oude slogans van de Vlaamse Militanten Orde: ‘Linkse ratten, rol uw matten’. Wat zal er nu gebeuren? Zullen de linkse mensen hun ‘matten rollen’ en verhuizen? Zullen ze van mening veranderen? Zal het publiek niet meer op linkse partijen stemmen, maar op rechtse? Dat laatste is in elk geval alweer partijpolitiek. Er is niets op tegen als men door vreedzame acties de publieke opinie probeert te overtuigen van een of andere goede zaak. Hopelijk zal die publieke opinie dan ook invloed hebben op partijpolitiek en de besluitvorming. Als dat niet het geval is, heeft het activisme geen zin. Is dat wel het geval, en houdt de partijpolitiek wél rekening met de publieke opinie, dan is ze, alles samen genomen, zo ‘rot’ nog niet.
     Van Langenhove zijn uitval tegen rotte partijpolitiek kan nog op een derde manier worden opgevat. Die redenering gaat dan als volgt. In een democratie moet de macht bij het volk liggen, en bij zijn verkozen vertegenwoordigers. In werkelijkheid ligt die bij de partijbesturen. Die besturen bepalen wie op de verkiezingslijst komt en op welke plaats. Ze bepalen dus in grote mate wie verkozen wordt. Ook bepalen ze wie minister, burgemeester of schepen wordt. In ruil daarvoor moeten verkozenen zich bij stemmingen houden aan de partijdiscipline en moeten ministers, burgemeesters en schepenen uitvoeren wat het partijbestuur beslist.
     Misschien speelt hier mijn marxistisch-leninistisch verleden, maar ik zie niet zoveel kwaads in die partijdiscipline. Toen er in het Parlement gestemd werd over het Marrakesh-akkoord, keurden álle CD&V’ers en VLD’ers die pro-migratietekst goed. Dat vond ik niet fijn, want ik was tégen en ik geloof dat een aantal van die CD&V’ers en VLD’ers heimelijk ook tégen zijn. Maar álle N-VA’ers hebben dan weer wel tegengestemd, wat ik heel fijn vond, terwijl daar misschien best een paar heimelijke voorstanders bij kunnen zijn. Bij de volgende verkiezingen weet het publiek jammer genoeg niet zeker welke kandidaten écht voor en welke écht tegen het Marrakesh-akkoord zijn. Maar het publiek kent wel het standpunt van de partijen en kan daar rekening mee houden als het wil. Dat is al heel wat.
     Eén zaak geef ik in elk geval graag toe: in ons land ligt inderdaad veel politieke macht bij de partijbesturen. Maar niet alle macht. Er ligt ook macht bij de koning, bij de eerste minister, bij kernkabinetsleden, bij eigenzinnige parlementsleden, bij Europese instellingen, bij nationale en supranationale rechtbanken, bij de administratie, bij de vakbonden, bij invloedrijke studiebureau’s, bij drukkingsgroepen, bij VRT-journalisten. Het is best mogelijk dat bij ons het evenwicht zoek is. Dat is wat professor Wilfried De Wachter beweert in zijn boek over particratie. Je kunt dan allerlei hervormingen doorvoeren om de macht van partijbesturen te beperken: wetgeving over de interne werking van partijen, afschaffing van subsidies, rechtstreekse verkiezingen van uitvoerende functies, open lijstvorming, getrapte verkiezingen, beperking van de herverkiesbaarheid, lagere kiesdrempels, hogere kiesdrempels, kleinere kieskringen, grotere kieskringen. Als we naar andere landen kijken, zien we dat al die regelingen al uitgeprobeerd zijn, en dat ze op hun beurt hun eigen nadelen hebben.
     We hebben van Montesquieu en de Amerikanen geleerd dat een vrije samenleving best gebaat is met een spreiding van de macht over verschillende instellingen. En we hebben van Popper geleerd dat het niet zo belangrijk is wélke instelling de meeste macht heeft, op voorwaarde dat die macht weer kan worden afgepakt zonder bloedvergieten. Die laatste voorwaarde is heel erg van toepassing op de partijbesturen. Het bestuur van een regeringspartij heeft een aanzienlijke macht in handen; het bestuur van een oppositiepartij heeft niets in handen, of teert in het beste geval op de machtsrestjes van een vroegere bestuursdeelname. De periodieke verkiezingen zorgen voor een periodieke aflossing van de wacht, wat Nozick de “zigzag of politics” noemt, en de Fransen de ‘alternance’.
     Veel mensen vinden spontaan die idee van ‘alternance’ aantrekkelijk. Zij zien in alle partijen goede punten, en vinden het leuk dat die beurtelings aan bod komen. Ik heb dat niet. Ik kan bijvoorbeeld niet begrijpen wat goeds er kan voortkomen uit een regeringsdeelname van groenen of socialisten. Wát er waardevol is in het programma van die partijen, vind ik ook wel met enig zoeken terug in de partijen van mijn voorkeur. Van karakter sta ik dus open voor de totalitaire verleiding om alle politieke heil van één kant te verwachten. Maar ik wil graag in goede verstandhouding samenleven met de mensen om me heen. Sommige van mijn beste vrienden zijn groen of socialist.  Ik wil hun partijen tolereren als zij de mijne tolereren. En dan is er nog iets. Die partijen van mijn voorkeur – die voorkeur slaat wel eens om – blijven mensenwerk. Als zo’n partij, ook al is het die van mijn voorkeur, te lang aan één stuk door aan de macht blijft, is dat niet goed voor haar morele gehalte. ‘Power corrupts,’ zei lord Acton, ‘and absolute power corrupts absolutely.’
     Om kort te gaan, als Van Langenhove nog eens uitvalt tegen de ‘rotte partijpolitiek’ zou ik graag hebben dat hij nuanceert en preciseert, dat hij in een adem door zijn steun toezegt aan het beginsel van een meerpartijenstelsel, en dat hij tegelijk ook uitlegt welke structurele hervormingen hij voorstelt om de werking van het stelsel te verbeteren. Zo niet, zal ik zijn uitval interpreteren, in het beste geval, als een kwalijke autoritaire oprisping, in het slechtste geval, als een blijk van een stiekeme totalitaire ideologie.

* Opkomen op een Vlaams Belang-lijst lijkt mij een Nieuwe Marsrichting, vergeleken met de vorige infiltratiepogingen in N-VA, die ik vroeger al eens becommentarieerd heb.

woensdag 9 januari 2019

Dries Van Langenhove versus Kathleen Cools

     Met grote verbetenheid, maar met allebei een glimlach op het gezicht, hebben Dries van Langenhove en Kathleen Cools gedurende 15 minuten een welles-nietes-gesprek gevoerd op Terzake. De glimlach van Dries vind ik professioneler dan die van Cools die teveel aan een vals tante nonnetje doet denken. Maar laten we het over de inhoud hebben.
     Nou ja, inhoud.* Cools vond het heel belangrijk te melden dat er een gerechtelijk onderzoek liep tegen Van Langenhove. Ik vond dat niet belangrijk, want dat onderzoek zal, geloof ik, geen strafbare feiten aan het licht brengen. En als er al strafbare feiten aan het licht komen, dan toch alleen strafbaar op basis van de dubieuze anti-racisme wetgeving. Ook wilde Cools graag bewijzen dat Van Langenhove een opportunist is die een parlementair mandaat wil voor het geld. Ten slotte wierp ze Dries voor dat hij eerst had gezegd dat hij tegen de partijpolitiek was, en nu deed hij zelf mee als lijsttrekker van Vlaams Belang**. Wat een bocht, vond Cools.
     Van Langenhove kon gemakkelijk uitleggen dat hij geen bocht had gemaakt. Hij kwam als onafhankelijke op de lijst. Bovendien zou hij het parlement alleen gebruiken om daar de ideeën te verkondigen die hij ook in straatacties en op de sociale media propageert. Straks hebben we dus, naast Raoul Hedebouw, een tweede volkstribuun in de kamer. Die idee om het parlement te gebruiken als ‘tribune’ is voor het eerst uitgewerkt door Lenin, vooral in zijn boekje ‘De linkse stroming’, en werd later ook in de praktijk gebracht door de Hitlerianen voor ze de macht grepen. Ze deden mee  aan de partijpolitiek om de partijpolitiek aan te klagen. Net als de Leninisten en de Hitlerianen is Van Langenhove juist géén opportunist, maar een man van radicale ideeën.
     Met een aantal van die ideeën heb ik het moeilijk. Van Langenhove postte op een besloten groep van Schild en Vrienden onder andere:
  • ‘Ik kan niet begrijpen hoe iemand dik en rechts kan zijn.’ (Ik hou niet van die verweving van politiek en lichaamscultus.)
  • ‘Binnen twee jaar kan je de mobiele brigade opbellen die hen dan opwacht aan het volgende station. (Als antwoord op zijn vriend Louis de Stoop die geklaagd had dat ‘bruinzakken’ luide muziek speelden op de trein).
  • Supermarkten gaan we ‘Golden Dawn-gewijs zuiveren van halal’. (Een verwijzing naar gewelddadige acties van een Griekse rechts-extremistische groep).
     Een andere Vriend postte op dezelfde groep:
  • ‘We eisen als samenleving [...] niet veel van vrouwen: een goede moeder zijn en zichzelf verzorgen, er goed uitzien. Mannen worden terecht hogere standaarden opgelegd.’ (Tot in de negentiende eeuw waren zulke ideeën ruim verspreid - Ibsen en Wilde halen ze over de hekel. Maar in de twintigste eeuw vinden we ze vooral bij sommige vooroorlogse Nieuwe Orde-bewegingen).
     Dat zijn allemaal standpunten die Van Langenhove buiten zijn officiële communicatie houdt. Wel komt hij openlijk uit voor zijn afkeer van de verrotte partijpolitiek en de ‘particratie’. Eigenlijk vind ik dat standpunt nog erger, want ik ben een hartstochtelijk voorstander van een meerpartijenstelsel.
     Dat stelsel heeft natuurlijk allerlei nadelen: gepalaber, compromissen, trage besluitvorming, onverstandige beslissingen, korte-termijnvisie, politieke spelletjes, verkozenen die het alleen om het mooie inkomen te doen doen, onverkozen partijbesturen die beslissen wat in het parlement gezegd en in de regering beslist wordt.**** Maar het volstaat om wat te lezen over bijvoorbeeld nazi Duitsland om vast te stellen zien dat al die problemen daar ook aanwezig waren, en nog enkele andere ook
     Het grootste nadeel van de meerpartijendemocratie is vooral dat zoveel mensen stemmen op partijen die ik niet lust. En mensen die op heel andere partijen stemmen ondervinden hetzelfde nadeel. Daar moeten we als volwassenen mee leren leven, in plaats van op te roepen dat ‘het volk de rotte partijpolitiek aan de kant moet schuiven.
  

* Op het einde van het interview liet Cools een filmpje zien dat Dries Van Langenhove geplaatst had op zijn besloten groep. Het was een toespraak uit de jaren dertig van de Britse fascist Mosley. Mosley had toen gezegd: ‘Naturally we believe in our own race. Any man or woman worth anything believes in his own race as he believes in his own family. But because you believe in your own race or in your own family, doesn’t mean you want to injure other races or other families.’ Cools vond dat dit erg goed geleek op een toespraak die Van Langenhove onlangs zelf gehouden had: ‘We weten dat het niet is omdat je je eigen volk liefhebt, dat je daarom andere volkeren zou haten, net zo min als je eigen gezin liefhebben betekent dat je andere gezinnen zou haten.’ Van Langenhove heeft het woord ‘ras’ vervangen door het woord ‘volk’, waarmee het voor fatsoenlijke nationalisten perfect aanvaardbaar is. Maar het blijft natuurlijk plagiaat. Ik heb enige moeite om aan mijn leerlingen uit te leggen dat een overgenomen tekst vormelijk plagiaat blijft, ook als je hier en daar een woord verandert. De grote gelijkheid van vorm bewijst het plagiaat. En in het geval van Van Langenhove is het een sterke aanwijzing dat hij het inderdaad is die het filmpje geplaatst heeft, wat hij met grote stelligheid ontkent.

** Nadat Vlaams Blok-Vlaams Belang gedurende vele jaren minder extreem werd, maakt ze nu, met Van Langenhove als lijsttrekker, de omgekeerde beweging.


*** Van Langenhove heeft zich niet met zoveel woorden uitgesproken tegen het meerpartijenstelsel. Maar ik sta erg wantrouwig tegenover mensen die kritiek leveren op de particratie’ zonder te nuanceren, zonder tegelijk hun steun uit te spreken voor het meerpartijenstelsel en zonder concrete voorstellen te doen. 

**** Die corruptie en gebrekkige besluitvorming zijn een goed argument om de sfeer van de politiek en de staatsinterventie beperkt te houden.

zondag 15 januari 2017

Goed zo, mevrouw de minister

     Vrijdagavond ben ik met een bang hartje beginnen kijken naar het interview met Hilde Crevits* in Terzake. Het zou over de hervorming van het middelbaar onderwijs gaan. Allerlei belangrijke mensen zijn daar al tien jaar over aan het praten en wat je daarvan opving was meestal niet veel goeds. Wat zou het dus worden? Een redelijke vernieuwing om het niveau te verbeteren? Om de scholen wat meer bewegingsvrijheid te schenken? Om de ‘schotten’ tussen de onderwijsvormen weg te halen zodat leerlingen van tso kunnen doorschakelen naar aso, in plaats van alleen omgekeerd? Een regeling om het aantal studierichtingen in te perken zodat het geld kan worden besteed aan kwaliteit en algemene vorming? Misschien werd ook wat ruimte geschapen om extra Nederlandse lessen voor migrantenkinderen op touw te zetten? Daar kon ik allemaal achterstaan.
     Of zouden daarentegen de revolutionairen hun slag thuis halen, met hun afschaffing van aso, tso en bso, met hun gemeenschappelijke eerste graad en met hun verplichte ‘matrix-scholen’, ook wel ‘domeinscholen’ genoemd? Daar was ik wel bang van toen ik het programma begon te bekijken.
     Maar ik was bang geweest voor niks. De redelijken hadden het gehaald**. “Het is een akkoord,” zei Crevits al in de eerste minuut, “dat zeker niet de grote revolutie is … De goeie dingen, die behouden we … We willen geen tabula rasa in ons onderwijs.” Dat hoor ik graag. Crevits keerde zich verder in ronde woorden tegen de “eenheidsworst” in het eerste en tweede middelbaar. “Daar hebben we nooit voor gestaan,” zei ze, “dat willen we helemaal niet.” Ook dat hoor ik graag.
     Wat de hervorming wél doet, is in het eerste jaar een brede algemene vorming van 27 uur vastleggen, met voor alle kinderen dezelfde vakken, en met daarnaast een pakketje van 5 uur aangepaste lessen. Als je het verstandig aanlegt, is de  “eenheidsworst” daarmee inderdaad van de baan. Kinderen van wie in de lagere school al gebleken is dat ze een verschillende aanleg hebben om te leren, hoeven dus niet in dezelfde klas te worden samen gezet***. Die 5 uur ‘aangepaste lessen’ zijn voldoende om binnen het aso een Latijnse klas, een 'Stem'-klas en een ‘Moderne klas’ in te richten. Voor sommige tso-richtingen is het wellicht wat moeilijker om hun specialisatie in die 5 uur geperst te krijgen. Gelukkig zijn er vanaf het tweede jaar 7 uur aangepaste lessen en dan moet het wel lukken.
     Even belangrijk is dat de verplichte herstructurering in matrix-scholen wordt verlaten. Als ik het woord matrix in een bestuurlijk context hoor, zinkt de moed mij in de schoenen. Ik heb op mijn school ooit deelgenomen aan een reeks vergaderingen over de ‘vrije ruimte’ – die twee uurtjes in het vijfde en het zesde jaar die een school vrij kan invullen. Er kwamen enkele leuke voorstellen. Toen suggereerde iemand om die voorstellen in een matrix te plaatsen. Vanaf dat ogenblik heb ik niet meer opgelet en ik heb toen ook niks meer gezegd.
     Zo’n matrix is nuttig in de wetenschap. In de taalwetenschap kun je die bijvoorbeeld gebruiken om de medeklinkers overzichtelijk weer te geven.


      Dat is een prima schema waar ik me als Nederlandstalige prima mee kan behelpen. Alleen valt het op dat enkele vakjes leeg zijn, en omgekeerd dat enkele onzer medeklinkers in de matrix geen plaats hebben gevonden, zoals de m, l, n en de r – de medeklinkers in het woord ‘molenaar’. Laat je nu een bureaucraat op zo’n matrix los, dan zal hij wel even een paar nieuwe medeklinkers uitvinden om de lege vakjes te vullen, en een paar bestaande afschaffen waar geen goed plaatsje voor gevonden is. Bureaucraten zijn in wezen revolutionairen die de realiteit willen aanpassen aan hun matrix.
     Ook in het onderwijs zijn zulke bureaucraten werkzaam. Ze worden soms ‘de sector’ genoemd. Die sectormensen hebben jaren gewerkt om een mooie matrix op te zetten, die het theoretische aso, het praktische bso en het gemengde tso zou vervangen. Die matrix zou uit vijf belangstellingsdomeinen bestaan. Elke school zou aan dat matrix-model moeten meedoen, één of meer belangstellingsdomeinen aanbieden, en binnen dat domein drie verschillende niveaus inrichten, waartussen de leerlingen zich kunnen bewegen. Scholen zouden daarom moeten fuseren, activiteiten verhuizen, samenwerkingsverbanden aangaan en campussen oprichten. Er zou ook veel vergaderd worden.  


     Als ik eerlijk ben, heeft die matrixschool wel een voordeel. Het wordt voor leerlingen makkelijker om binnen dezelfde school van niveau te veranderen. Als je vaststelt dat de theoretische aanpak van je ‘belangstelling’ niks voor jou is, kun je overstappen naar de theoretisch-praktische richting. De kritische lezer vraagt nu: is dat niet het oude watervalsysteem dat men ten alle prijze wou vermijden? Welnee, en dat is juist het mooie. Het watervalsysteem was een overstap van aso naar tso of van tso naar bso, en aangezien die benamingen zijn afgeschaft kun je niet meer van een ‘waterval’ spreken. Het is nu een ‘doorstroming’ of een ‘doorschakeling’ geworden. Het is een geliefd tijdverdrijf onder bureaucraten om met woorden de werkelijkheid te bezweren.
     De matrix had vooral veel nadelen. De directeurs en directrices van horeca-scholen, sportscholen en tuinbouwscholen schrokken zich een ongeluk toen ze zagen dat er voor hun scholen in de matrix geen plaats was. Ze stuurden boze brieven naar de minister. Maar dat was niet het grootste nadeel. Het grootste nadeel was dat het aso in die ‘domeinen’ eigenlijk niets te zoeken had. Het aso in de vakjes van de matrix wringen, was volstrekt tegennatuurlijk. Het aso is immers, zoals de naam zegt, een algemeen onderwijs, dat voorbereidt op alle mogelijke richtingen van hoger onderwijs, en niet alleen op de richtingen binnen één ‘belangstellingsdomein’. Wie uit het aso komt, en voldoende aanleg en motivatie heeft, moet in alle richtingen terecht kunnen. Die aso-leerlingen hebben in de tweede en de derde graad doorgaans een studierichting gekozen zonder daarbij te denken aan een welbepaald beroep dat ze later willen uitvoeren. Ze wilden juist alle mogelijkheden openhouden. Vaak weten ze in het laatste jaar nog niet wat ze willen studeren.
     Neem een hogere studie zoals geneeskunde. Daarvoor moet je een ingangsexamen afleggen met veel wiskunde en wetenschappen. Kinderen die op hun zestiende zeker weten dat ze voor arts willen leren, kiezen daarom wel eens voor de richting Wetenschappen-Wiskunde. Maar ik heb ook leerlingen uit Latijn-Wiskunde, Latijn-Wetenschappen, Grieks-Latijn, Economie-Wiskunde en Techniek-Wetenschappen (tso) voor dat ingangsexamen weten slagen.

     Of neem de opleiding voor handelsingenieur. Volgens de theorie van de belangstellingsdomeinen zouden de kandidaten daarvoor moeten worden gezocht onder de leerlingen van Economie-Wiskunde of Economie-Moderne talen. In werkelijkheid komen die nogal eens uit Latijn-Wiskunde, Grieks-Wiskunde, Latijn-Wetenschappen en Wetenschappen-Wiskunde. Dat is het voordeel van een stevige algemene vorming – je kunt er alle richtingen mee uit.
     Het huidige akkoord maakt gelukkig korte metten met de uitwassen van het matrix-systeem.

(1)    Geen enkele school wordt verplicht in het matrix-systeem te stappen. Het snode plan van de vorige minister Pascal Smet om matrix-scholen financieel te belonen en niet-matrixscholen financieel te straffen gaat niet door. Elke school kan gewoon verdergaan met de richtingen die ze tot nu toe aanbood, ook al sneuvelen er wel een aantal richtingen.

(2)    Het volledige aso – toch 40 % van de leerlingen – wordt uit de matrix gelicht. Alle aso-richtingen blijven bestaan, behalve het weinig gevolgde Grieks-Wetenschappen. In de kranten werd dat niet goed uitgelegd. Het Nieuwsblad van zaterdag publiceert een verwarrende grafiek die de indruk geeft dat Latijn, Moderne Talen enzovoort in de matrix-structuur kunnen worden ondergebracht. Dat is niet zo.

(3)    Het aantal ‘belangstellingsdomeinen’ wordt van vijf naar acht gebracht. De matrix wordt op die manier aangepast aan de reëel bestaande tso- en bso-richtingen. Horeca-scholen, sportscholen en tuinbouwscholen krijgen hun plaatsje in het systeem. Ook hier kunnen scholen dus grotendeels verdergaan met hun bestaande aanbod, met wellicht een nauwere samenwerking tussen tso en bso.
 
     Als je alles samenlegt, krijgen de scholen met de huidige hervorming een grotere vrijheid dan voorheen. In de eerste graad kunnen ze 5 tot 7 uur vrij invullen. In de tweede en derde graad kunnen tso- en bso-scholen zelf kiezen of ze zich in een grotere domeinschool bundelen of niet. We mogen hopen dat die vrijheid, zoals elke vrijheid, verstandig zal worden gebruikt. Het zou bijvoorbeeld fijn zijn als scholen met veel migrantenkinderen hun 5 of 7 uur aangepaste lessen gebruiken om de leerlingen zo goed mogelijk Nederlands te leren. Dat wordt door het akkoord wel niet verplicht, maar zo dwaas zullen de schoolhoofden toch niet zijn, dat ze die kans laten liggen.
     Bestaat het gevaar niet dat de grote schoolrevolutie nu van onderuit wordt gevoerd? Revolutionairen die een veldslag verliezen willen wel eens tot de guerrilla overgaan. Georges Monard, wiens hand – ik had bijna geschreven ‘wiens grijnslachende hand’ –  we achter elk hervormingsplan van de laatste 35 jaar ontwaren, zegt in De Standaard: ‘Het is nu aan de scholen zelf om de hervorming in te vullen.’ Wellicht bedoelt hij zijn hervorming. Maar eigenlijk ben ik er redelijk gerust in. Ik geloof vast dat de meeste directies en schoolbesturen hun energie liever zullen wijden aan de kwaliteit van hun lessen dan aan zo’n matriciële structuurhervorming. Op dat plaatselijke niveau zal de folie des grandeurs heus wel minder ontwikkeld zijn dan in de Brusselse kringen.
      Resten nog de onderwijskoepels. Daar ben ik minder gerust in. Raymonda Verdyck van het Gemeenschapsonderwijs maakt zich zorgen dat “scholen die dat willen [kunnen] blijven werken zoals ze dat vandaag al doen.” Ze zegt het alsof ze spreekt over een pedofilieschandaal waar niemand iets aan doet.
     Er is een veelzeggende passage in het Terzake-interview van vrijdagavond. Op een bepaald ogenblik haalt Kathleen Cools een uitspraak van Lieven Boeve aan. De baas van het katholiek onderwijs had het akkoord onvoldoende ‘ambitieus’ gevonden. Crevits begint haar antwoord met ‘Ja, ik vind eigenlijk …’ En wat ze van Boeve vindt komen we niet te weten, want ze herpakt zich. In plaats van eens ferm haar mening te zeggen over directeur-generaal, legt ze uit hoe de vrijheid van onderwijs in Vlaanderen werkt: “Het akkoord dat wij gesloten hebben, geeft scholen de kans om zich te organiseren zoals ze dat willen. Als Lieven Boeve zegt: ‘Ik wil eigenlijk overal hetzelfde met mijn scholen,’ dan kan dat. Maar wij als overheid zullen dat niet opleggen, trouw aan de vrijheid van onderwijs.” Boeve en zijn scholen? Klonk de minister daar geïrriteerd?
     Kort samengevat: Crevits is voor een “variëteit van scholen”. Ze vindt dat scholen “in hun sterkte moeten worden gelaten”. Ze heeft er geen problemen met aparte aso-scholen. Ze vreest dat verplichte domeinscholen het moeilijker kunnen maken om dicht bij huis de best passende onderwijsvorm te vinden. En boven alles is ze tegen “eenheidsworst” – wat ze geloof ik drie keer herhaalt. Anderzijds, als Boeve met alle geweld  eenheidsworst wil, laat ze verstaan, dan moet hij dat maar uitvechten met ‘zijn’ scholen.
     Zou Boeve dat gevecht willen aangaan met ‘zijn’ scholen? Misschien. Maar tot nu toe wisten de Guimarstraathervormers zich altijd gesteund door de minister en de overheid. Dat is nu toch even anders.

_______


* Toen Hilde Crevits minister van Onderwijs werd, had ik er weinig vertrouwen in. Ondertussen heeft zij mij al meer dan één keer in positieve zin verrast (hier) en (hier).

** Dat is ook de mening van de onvermoeibare onderwijsspecialist Raf Feys (hier) en gewezen leraar Peter De Roover (hier)

***Over het aso-bso-tso heb ik al eens een stukje geschreven (hier)