Posts tonen met het label Navo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Navo. Alle posts tonen

zondag 22 januari 2023

Oekraïne en het would-be realisme van Tom Sauer


    
 Tom Sauer – ik weet bij zo’n naam niet waar ik eerst aan denk: Tom Sawyer* of sauerkraut – is Hoogleraar internationale politiek aan de universiteit van Antwerpen. Vorige week schreef hij een opiniestuk in De Standaard waarin hij zijn hoop uitsprak dat Oekraïne voor Poetin zou capituleren. Hij koos zijn woorden voorzichtig, maar daar kwam het op neer. Op de DeWereldMorgen.be – een nogal PVDA-achtige site – werd hij uitgebreid geprezen voor zijn ‘dissonante stem’ en zijn ‘gedetailleerde’ uiteenzetting.
     Sauer lijkt in zijn stuk dezelfde kant uit te gaan als de Amerikaanse geleerde John Mearsheimer, die net als Sauer, een bovengemiddeld begrip heeft voor Poetin en Westerse provocaties als verklaring voor diens agressie ziet. Sauer citeert zelfs een van Mearsheimers metaforen om de Oekraïne-oorlog te duiden: ‘Als een kleine aap met een stok in de ogen van een grote gorilla peutert, moet dat aapje niet schrikken wanneer het een serieuze mep terugkrijgt.’ Sauer wil het conflict benaderen met een ‘nuchtere kijk’. Hij wil de ‘emoties en waarden’ er buiten houden, want ‘zo werkt het niet in de internationale politiek … Als puntje bij paaltje komt, gaat het voor elke staat om de eigen veiligheid en macht.’ 
    Mearsheimer heeft met zijn boeken over internationale politiek en oorlog een diepe indruk op mij gemaakt door zijn solide uitgangspunt, zijn afgewogen argumenten, en vooral door de foutloze logica waarmee hij doorredeneert tot de bittere eindconclusie. Dat is bij Sauer allemaal wat minder.  Hij wil, schrijft hij, dat het Westen zich niet laat leiden door ‘emoties en waarden’, maar heeft het ondertussen wel graag over Poetin die zich ‘vernederd en genegeerd’ voelt en die nogal gemakkelijk in ‘woede’ ontsteekt. Zijn dat dat geen ‘emoties’? Of zijn het alleen de ‘emoties en waarden’ van het Westen die wij tussen haakjes moeten zetten?  En wat moet ik aan met Sauers pleidooi voor Westerse ‘empathie’ voor Rusland. Dicteert het realisme niet om vooral ‘empathie’ te hebben voor  onze ‘eigen veiligheid en macht’? Ik zal niet beweren dat wederzijdse empathie geen rol moet spelen in diplomatie, maar in Poetin heeft het Westen, geloof ik, een tegenstander die in deze eigenschap althans niet uitblinkt.
     Sauer wil het ‘dominante oorlogsnarratief’ ondergraven als zou Poetin de ‘enige schuldige’ zijn. Minstens even zwaar weegt voor Sauer de manier waarop het Westen zich heeft gedragen na de Koude Oorlog. Het Westen heeft Rusland onheus behandeld en Rusland heeft daarop gereageerd. Of die voorstelling juist is, weet ik niet. Steven Van Hecke van de KU Leuven, toont in zijn antwoord in De Standaard aan dat zo’n voorstelling minstens eenzijdig is.
    Een leek als ik, moet zich in zo’n feitendiscussie niet moeien. Ik wil echter wel wijzen op twee zwakheden terzake in het betoog van Sauer zelf. In een poging om de schuld te verdelen, schetst Sauer de zonden van beide partijen. De zwaarste zonde aan Westerse kant is dat George W. Bush in 2008, tegen mondelinge beloften in, aan Oekraïne en Georgië toezegde dat ze, als ze dat wilden, lid konden worden van de Navo. De zwaarste zonde aan Russische kant was dat de grootmacht een bloedige oorlog voerde in Georgië, massaal militair infiltreerde in Oost-Oekraïne, de Krim annexeerde, en ten slotte Oekraïne binnenviel, oprukte naar Kiev en het Oosten annexeerde. Het minste dat we hier kunnen zeggen dat Sauer er in zijn eigen schets niet helemaal in geslaagd is om de schuld gelijk te verdelen over de partijen.
     Een tweede zwakheid gaat veel verder. Sauer verwijt het Westen dat ze bewust nagelaten heeft om na de Koude Oorlog, samen met Rusland, ‘een systeem van collectieve veiligheid uit te werken waarbij op gelijke voet samengewerkt wordt’ en waarbij ‘het klassieke machtspel van bufferstaten en invloedssferen’ overstegen wordt. Kijk, zo’n zinnetje illustreert het verschil tussen Sauer en een échte realist als Mearsheimer. Het heeft geen zin je te beroepen op ‘nuchtere’ vaststelling dat ‘er geen wereldregering bestaat’ en dat grootmachten ‘hun eigen macht en veiligheid nastreven’, als je in een andere alinea de illusie aanhangt dat diezelfde grootmachten toch een of andere ‘federatie voor de vrede’ kunnen oprichten. Mearsheimer toont nogal overtuigend aan dat staten en grootmachten geen vredesfederaties aangaan, maar bondgenootschappen, opzegbare bondgenootschappen, die geen vredesgarantie inhouden maar die gericht zijn tegen een gemeenschappelijke vijand. Tegen welke gemeenschappelijke vijand hadden het Westen en Rusland zich na de Koude Oorlog moeten verenigen? Tegen China? Dan had Sauer dat er wel even bij mogen vermelden.
     Er zit ook een sterk punt in de redenering van Sauer. Hij schrijft dat Poetin bezorgd is om de veiligheid van zijn land. Dat is juist. Poetin zag dat de Russische bufferzone na de Koude Oorlog afbrokkelde en dat die van het Westen groter werd. Zelf ga ik ervan uit dat de Baltische staten, Polen, Hongarije, enzovoort niet als springplank zullen worden gebruikt om een agressie-oorlog tegen Rusland te beginnen, maar ik kan daar geen garanties voor geven. En Poetin heeft die garanties al helemaal niet. Het is dus begrijpelijk dat hij graag een zo groot mogelijke bufferzone heeft. Maar dezelfde redenering geldt ook voor het Westen. Welke garanties heeft het Westen eigenlijk dat het in de toekomst niet het slachtoffer wordt van een Russische agressie? Maar één: de zwakte van Rusland. Vanuit die redenering heeft het Westen alle redenen om Rusland zwak te houden en diens oude bondgenoten los te weken uit de vroegere invloedssfeer.
     Dat het Westen na de Koude Oorlog een foutloos parcours heeft afgelegd, durf ik niet beweren. Ik weet dat niet. Misschien hadden de Westerse landen vriendelijker moeten zijn tegen Rusland. Misschien ook hadden ze juist waakzamer en fermer moeten zijn. Sauer citeert een hele reeks autoriteiten uit de diplomatieke wereld die de eerste stelling aanhangen: Condoleeza Rice, Henry Kissinger, George Kennan, William Burns. Hij heeft dat recht. Maar als argument is het niet sterk, aangezien in zo’n controversiële materie gemakkelijk voldoende autoriteiten te vinden zijn die ongeveer het tegenovergestelde beweren. Bovendien nodigt zoiets uit tot cherrypicking: je haalt Kissinger aan op een punt waar je het met hem mee eens bent; ben je het niet met hem eens, dan wijk je uit naar Kennan.
     Het hoogtepunt van zijn argumentatie bereikt Sauer als hij de mogelijke afloop van het conflict beschrijft. De oorlog kan eindigen met een Oekraïense miltaire overwinning, met een Russische miltaire overwinning, met onderhandelingen of met een totale kernoorlog. Een ander scenario, dat van een aanslepend conflict met een uiteindelijke terugtrekking – zoals in de Vietnam-oorlog en de twee Afghaanse oorlogen – brengt Sauer niet ter sprake. Maar ik volg even zijn logica.
     Een militaire overwinning van de Oekraïners vindt Sauer niet waarschijnlijk. Hij citeert een Oekraïnse topgeneraal die verklaart de oorlog te kunnen winnen als hij 300 tanks krijgt, 700 infanteriegevechtsvoertuigen en 500 Houwitsers. Sauer lijkt dat onmogelijk te vinden. 300 tanks, dat is meer dan wat de meeste Europese legers hebben, citeert hij een journalist van The Economist. Ik zou dat argument eerder omdraaien. Als Frankrijk 400 tanks heeft in vredestijd, dan zie ik niet in waarom we in oorlogstijd geen 300 tanks zouden kunnen leveren aan Oekraïne. De vraag is echter: hoeveel tanks zullen de Russen daartegenover kunnen stellen? En de vraag is natuurlijk ook of we topgeneraals moeten geloven, of het nu Oekraïeners of Russen zijn?
     Een militaire overwinning van de Russen vindt Sauer al waarschijnlijker omdat Rusland ‘machtiger is dan Oekraïne in termen van aantal militairen, economie, grondstoffen en wapenindustrie.’ Bovendien is Rusland meer gemotiveerd dan het Westen om de oorlog te winnen gezien de grotere geografische en historische betrokkenheid. Dat laatste is zeker waar. Maar de betrokkenheid van de Oekraïners is nog groter, en die maakt het gebrek van Westerse motivatie zeker ten dele goed.
     Bij de onderhandelingen wordt het interessant. Sauer vindt dat Oekraïne moet toegeven aan de Russische eisen ook al zijn die niet helemaal ‘fair’. Het land moet dus beloven om geen Navo-lid te worden, om te verzaken aan de daaruit volgende bescherming, en om de Krim en de oostelijke gebieden voorgoed in Russische handen te laten. Op welke Russische toegevingen mogen ze hopen: ‘een iets kleiner soeverein land, waarschijnlijk zelfs met dezelfde leider.’ Ben ik nu stout als ik dat herformuleer als ‘een vazalstaat met eventueel Zelensky als president van een Vichy-regering?’ 
     Veronderstel nu even dat ik inderdaad stout ben en overdrijf, en dat Oekraïne na zulke onderhandelingen soeverein blijft, behalve in zijn keuze van militaire bondgenootschappen. Dat de Oekraïeners zich economisch mogen oriënteren op het Westen. Dat ze hun eigen leger onbeperkt mogen uitbouwen. Dat ze een cultureel beleid mogen voeren naar eigen smaak. Dat ze mogen optreden tegen Russische bemoeienissen bij de verkiezingen. Dat hun media berichten mogen publiceren die niet vriendelijk zijn voor Rusland. Dat lijkt mij allemaal redelijk. Maar wie garandeert dat Poetin, of zijn opvolger, het akkoord respecteert en niet opnieuw militair ingrijpt om Oekraïne nog dichter aan zich te binden of gewoon helemaal te annexeren, naar het roemrijke voorbeeld van de Russische tsaren? Die garantie zal dan in elk geval niet komen van de bittere les die de Russen uit een militair-diplomatieke nederlaag hadden kunnen trekken**. 
    Eigenlijk heeft Sauer maar drie argumenten voor zijn capitulatiepolitiek, en die hebben geen van alle veel uitstaans met nuchter realisme. Het eerste is de onuitgesproken hoop dat Rusland zich bij en na het beëindigen van het conflict redelijk zal opstellen en geen verdere expansionistische plannen heeft dan de Krim en Oost-Oekraïne. Het tweede is het humanitaire argument: hoe sneller Oekraïne capituleert – bijvoorbeeld omdat Westerse wapenleveringen achterblijven – hoe sneller er een einde komt aan de ramp met ‘tienduizenden doden en gewonden, miljoenen vluchtelingen, voedsel­tekorten’ enzovoort. Daar valt niets tegen in te brengen, behalve dat veel Oekraïners een andere afweging maken. Hier hebben we wat Mearsheimer noemt een meningsverschil over ‘first principles’ en zo’n meningsverschil, zegt Mearsheimer, is onoverbrugbaar.
     Blijft het argument van de kans op een totale kernoorlog die Poetin zou kunnen starten als Oekraïne, dankzij Westerse steun, op een overwinning zou afstevenen. Ook dat is een valabele afweging. Het houdt in dat Poetin als het erop aankomt een onberekenbare zot is die het voortbestaan van zijn land ondergeschikt maakt aan zijn onbereikbare droom. Maar juist die hypothese heeft Sauer met klem verworpen. Poetin is volgens hem ‘helemaal niet zot of ziek’, en ik denk dat hij daarin gelijk heeft. 
     Mearsheimer sluit niet uit dat een zot ooit in staat zou zijn om een totale kernoorlog te starten, maar hij acht het, om realistische redenen, weinig waarschijnlijk. Hoe weinig waarschijnlijk, dat valt niet te voorspellen. Maar als ook de allerkleinste kans op een kernoorlog een reden voor capitulatie is, dan moeten de Russen in Oekraïne inderdaad hun zin krijgen. Willen ze morgen Moldavië innemen, dan moet dat om dezelfde reden worden toegestaan. Willen ze de Baltische staten, idem. Willen ze Finland, idem. Willen ze alle vroegere Oostbloklanden, idem. En willen ze West-Europa er ook nog eens bij? Tja, ook idem. Volgens de logica van Mearsheimers realisme zouden de Russische ambities pas stoppen aan de Atlantische Oceaan. Zijn ze daar eens aanbeland, dan kunnen de Russen zich eindelijk veilig voelen, beschermd en tegengehouden door de ‘stopping power of large bodies of water’.

 

* Tom Sawyer is de jeugdige held in een roman van Mark Twain. Die Tom  heeft de wereld een fameuze manipulatietruc geschonken. Hij moest van zijn tante het tuinhek schilderen, een hoogst vervelende klus. Hij ging echter te werk alsof het zo’n interessant werk was, dat voorbijkomende vriendjes smeekten, en ten slotte betaalden, om het werk te mogen overnemen. Zo ook lijkt Tom Sauer te geloven dat de Russische interesse in Oekraïne alleen komt doordat het Westen zich voor Oekraïne interesseerde. Geopolitiek is dat een juiste redenering, maar het is tegelijk een onderschatting van het eeuwenoude Groot-Russische nationalisme dat niet alleen geopolitiek maar ook ideologisch is. Overigens heeft de hele geopolitieke analyse niet veel zin als de factor van nationalisme niet in rekening wordt gebracht.


** Om eerlijk te zijn, Poetin lijkt mij niet het type dat zich van lessen veel aantrekt. Hij volgt zijn eigen agenda, onder het motto: In defeat, malice. In victory, revenge. Maar dan in het Russisch.

donderdag 11 augustus 2022

Sting en Paul Cliteur over Oekraïne


     Het doet mij altijd verdriet als verstandige mensen over een of andere materie anders denken dat ikzelf. Is het omdat het mij eraan herinnert dat ik mij misschien zelf vergist heb? Of dat die mensen niet zo verstandig zijn als ik dacht, en ik mij dus in hén vergist heb? Ik weet het niet. En nu moet ik vaststellen dat Paul Cliteur en ik anders denken over Oekraïne.
      Ik heb de geschriften van Paul Cliteur slechts sporadisch gevolgd, maar ooit, heel lang geleden, zag ik hem op televisie. Hij formuleerde toen pijnlijk nauwkeurig een aantal meningen en zei op een gegeven ogenblik dat hij in de moraal en rechtsfilosofie ‘een aanhanger van de filosoof Schopenhauer was.’ Ik heb op dat moment beslist dat Cliteur een verstandig mens was. Ook daarna kwamen mij standpunten van hem ter ore die mij bevielen. Dat hij zich aansloot bij Thierry Baudet belette mij het slapen niet, want ik ben niet op de hoogte van de Nederlandse politiek en niet van plan mij erin te verdiepen of mij erover op te winden. Maar een recent stuk dat Cliteur schreef over de zanger Sting en diens mening over Oekraïne beviel mij slecht.
     Cliteur schrijft dat Sting vandaag oproept om de democratie in Oekraïne te verdedigen en de Russen te bevechten, terwijl hij in 1985 in een liedje opriep om vriendjes met hen te zijn. Ik herinner mij dat liedje nog. Sting zong over de Russen die hun kinderen evengoed liefhebben als wij de onze. Ook vond hij dat de ideologische tegenstellingen tussen Oost en West niet belangrijk waren en dat een nucleaire oorlog niet ‘winnable’ was. Het tegenovergestelde beweren was een leugen, zong hij. Cliteur antwoordt dat de ideologische tegenstelling tussen Rusland en het Westen in 1985 er wél toe deed maar nu veel minder, en omgekeerd, dat een nucleaire oorlog ondertussen niet meer of minder ‘winnable’ is geworden dan toen. Verder berispt hij Sting omdat die tot escalatie in Oekraïne aanhitst. 
     Laten we voor het gemak Sting en zijn inconsequenties er buiten houden. Of de evolutie van zijn standpunten tussen 1985 en nu wijst op ‘warhoofdigheid’, zoals Cliteur meent, dan wel getuigt van voortschrijdend inzicht, het houdt mij niet bezig. Waarschijnlijk is Sting aardig consequent met zichzelf en heeft hij altijd mooi de meninkjes gevolgd die in zijn kringen en bij zijn publiek in de mode waren en zijn: in 1985 tégen Reagan en de ‘koude oorlog’ en in 2022 vóór de Oekraïners. ’t Is Sting maar. ’t Is een zanger.
       Laat ik daarentegen eens nagaan wat Cliteur zelf zegt. Zijn zijn standpunten alweer pijnlijk nauwkeurig geformuleerd, zoals ik van hem gewend was? Dat valt toch wat tegen. Cliteur weigert de invasie in de Oekraïne een ‘aanval op de democratie’ te noemen. ‘Mr. Poetin is Oekraïne niet binnengevallen’, schrijft hij, ‘omdat hij daar een “democratie” om zeep wil helpen, maar vanwege bepaalde geopolitieke redenen.’ Dat is een rare redenering: het is niet Poetins bedoeling om de democratie om zeep te helpen, dus pleegt Poetin geen aanval op de democratie. Alsof het om bedoelingen gaat!
     Ik denk dan meteen aan de onfrisse politiek die de Verenigde Staten zo lang in sommige Latijns-Amerikaanse bedreven hebben. In het ene land ondermijnden ze een democratisch verkozen regering en in het ander land steunden zij een bestaande dictatuur. Dat kun je met een gerust geweten evenzoveel ‘aanvallen op de democratie’ noemen. Nochtans werd die politiek ondernomen om geopolitieke, en, zegt men, om economische redenen. Nooit was het de bedoeling van de Amerikanen om de ‘democratie om zeep te helpen’, integendeel zelfs. Het was echter wel het resultaat van hun politiek. En het is het resultaat, lijkt mij, dat telt, in Zuid-Amerika en in Oekraïne.
     De democratie in Oekraïne is, naar het schijnt, verre van volmaakt. Maar er zijn wel echte verkiezingen waarbij oppositiepartijen het kunnen winnen van de regerende partijen. Dat is in het verleden verschillende keren gebeurd. Er is een mogelijkheid tot  ‘alternance’, wat Nozick de ‘zigzag of politics’ noemt. Dat is al heel veel. Was de Russische opmars naar Kiëv geslaagd, dan mogen we aannemen dat die – gebrekkige – democratie zou zijn vervangen door een autocratisch systeem zoals dat gangbaar is in Wit-Rusland en in Rusland zelf, met levenslang zetelende presidenten*. Wat er in Oekraïne aan democratie bestond, zou ‘om zeep geholpen zijn’. 
     Ik heb alle begrip voor geopolitieke overwegingen: veilige grenzen, bondgenootschappen, machtsevenwichten. Maar juist geopolitiek en democratie zijn begrippen die elkaar niet goed verdragen. Toen de Oekraïense bevolking zich, zoals later de Finse en de Zweedse, wilde aansluiten bij de Navo, dan was dat, van haar kant, niet noodzakelijk een wijze maar dan toch een democratische beslissing**. En toen Poetin die wil tot aansluiting – volgens Cliteur de reden van de oorlog – met wapengeweld wilde verhinderen, dan was dat, zoals Sting terecht zegt, een heuse aanval op de democratie, ook al was dat misschien niet Poetins ‘bedoeling’. Autocraten zijn helemaal niet tegen democratie in het algemeen, maar alleen als die iets beslist of zou kunnen beslissen wat hen niet bevalt - altijd dus.
     Cliteur is rechtsgeleerde. Laat ik het daarom in juridische termen vertalen. In Oekraïne heeft Poetin dan misschien geen moord willen plegen op de democratie, maar ’t was toch minstens een poging tot doodslag. Het is daarvoor voldoende, lees ik op Wikipedia, als de dader bewust en willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard. In het kader van zijn geopolitiek heeft Poetin minstens de kans op de ‘dood van de democratie’ aanvaard.
     Er valt op het stuk van Cliteur nog meer aan te merken. Hij stelt het voor alsof het Oekraïense lidmaatschap van de Navo noodzakelijk betekent dat er in dat land internationaal wapentuig en raketten worden opgesteld tegen Rusland. Dat is niet zo. Er zijn ook Oost-Europese Navo-landen waar géén raketten tegen Rusland staan opgesteld. De veiligheid die de Navo kan bieden aan Oekraïne bestaat niet in de eerste plaats uit de opstelling van raketten, maar uit de belofte om Oekraïne te verdedigen als het wordt aangevallen. En dat laatste, weten we nu, is meer dan een theoretische mogelijkheid.
     Cliteur omschrijft de Navo als een ‘bondgenootschap dat als raison d’être opgeeft de Russische Federatie te bestrijden.’ Het woord ‘bestrijden’ is alweer niet pijnlijk nauwkeurig. Het suggereert een agressie die in het verleden van het bondgenootschap niet aan te wijzen valt***. De waarheid is anders. De Navo heeft zich, met betrekking tot Rusland, altijd als een defensief bondgenootschap gedragen, net zoals, het Warschaupact, laten we daar eerlijk over zijn, ook een defensief bondgenootschap is gebleken met betrekking tot het Westen.
     Ook vindt Cliteur het verkeerd om de Oekraïense oorlog als een ‘winnable war’ te zien, gezien de kans op een allesvernietigende nucleaire escalatie. Maar het begrip ‘winnable’ is niet goed omschreven. Als ‘winnable’ voor de Oekraïeners betekent dat de Russen Kiëv niet kunnen innemen, dan is de oorlog nu al gewonnen. Als ‘winnable’ betekent dat de Russen zich uit Oekraïne zullen moeten terugtrekken, of uit een deel van de veroverde gebieden, dan zie ik niet in waarom dat a priori onmogelijk zou zijn. Ik zie ook niet in waarom zo’n uitkomst onvermijdelijk tot een nucleaire catastrofe moet voeren. Als het Oekraïnse leger, gesteund door het Westen, Rusland zou binnenvallen, en oprukken naar Moskou, dán zou dat onvermijdelijk tot een nucleaire catastrofe leiden.
     Maar die nucleaire catastrofe is met een onberekenbare Poetin natuurlijk altijd een mogelijkheid. Daar heeft Cliteur gelijk in. Hij dringt daarom aan op voorzichtigheid. Zeker, voorzichtigheid is de moeder van de porseleinenkast. Maar dat betekent niet dat aan elke eis of aan elk dreigement van Poetin moet worden toegegeven, alleen al omdat de mogelijkheid bestaat op nucleaire escalatie. ‘De uitweg,’ schrijft Cliteur, ‘ligt niet in de verdere escalatie van het conflict.’ Natuurlijk niet. Maar ligt de oplossing dan in een ‘deëscalatie’? ‘Deëscalatie’ is een kreet waar de pacifisten van alle tijden weinig stenen mee hebben verlegd.  ’t Is een bruikbare strategie voor diplomaten om een oorlog te vermijden. Maar als een oorlog een keer begonnen is, wordt het moeilijk.
    Wat betekent ‘deëscalatie’ voor de Oekraïeners? Dat ze minder troepen naar het front moeten sturen? In de hoop dat de Russen dan ook minder troepen gaan sturen? En wat betekent het voor het Westen? Dat men minder wapens gaat leveren? Dan krijg je geen deëscalatie maar een Russische overwinning. 
     De beste invulling van het begrip ‘deëscalatie’ lijkt mij dat, ondanks de oorlog, diplomatieke gesprekken blijven plaatsvinden. De mensen van de Amerikaanse en de Engelse ambassades blijven geloof ik praten met de Russen. Dat is verstandig. Misschien kunnen ze de Russen stukje bij beetje een ‘eervolle’ terugtrekking aanpraten. Als Cliteur dát bedoelt, zitten we op dezelfde lijn. 
     Ik hoop op een Oekraïense overwinning én op een gematigd vredesakkoord, geen tweede Versailles.

 

* Of presidenten die zoals Poetin tussendoor ook even voor Premier spelen.

 

**Hiertegen zou je kunnen inbrengen dat zulke beslissingen niet door de bevolking maar, door een door de bevolking verkozen regering worden genomen. Maar Poetins bezwaar betrof niet de manier waarop de kandidatuur voor het Navo-lidmaatschap werd ingediend, maar tegen het Navo-lidmaatschap zelf. Zou hij het wel aanvaard hebben als het door een referendum bekrachtigd was? De onafhankelijkheid van Oekraïne is wél bekrachtigd door een referendum, zelfs met meerderheden in gebieden zoals de Donbass en de Krim.

 

*** Sommigen zullen de Navo-tussenkomst in de Kosovo-oorlog een agressie-oorlog noemen. Ik heb het hier alleen over de Navo met betrekking tot Rusland. 

zaterdag 7 mei 2022

Professor Goddeeris over Poetin


    
 Deze week kreeg ik weer een portie professor Goddeeris op mijn bord. Op 2 mei zat hij in het panel van ‘De Afspraak’ en op 4 mei stond een interviewtje met hem in Het Nieuwsblad. Goddeeris is, naar eigen zeggen, geen ‘Poetinsupporter’, maar wel iemand die ‘begrip’ vraagt voor het Russische standpunt. Verder wil hij dat het westen in de Oekraïense kwestie stopt met de confrontatie op te zoeken, kiest voor dialoog en onderhandeling, bemiddelend optreedt en alle wapenleveringen stopzet.
     De argumentatie van Goddeeris vind ik weinig overtuigend, en zijn woordkeuze is ongelukkig. Ik wil best een poging doen om de motieven van Poetin te ‘begrijpen’, ook als die worden toegelicht door iemand als Goddeeris, maar daarom moet ik voor die motieven nog geen ‘begrip opbrengen’. Goddeeris beweert dat de Russische inval in Oekraïne ‘niet zonder aanleiding’ gebeurde. De aanleiding was, nog altijd volgens Goddeeris, dat Oekraïne lid wilde worden van de Navo. Goed, dan is dat de aanleiding. Maar is het ook een goede aanleiding? Zelf zag ik tot voor kort geen reden waarom Oekraïne bij de Navo moest komen, maar sinds Poetins aanval zie ik de reden maar al te goed. Een buurland van Rusland dat geen lid is van een internationale alliantie, is voor Poetin loslopend wild, en al zeker als het in het verleden ooit tot Rusland of tot de Sovjet-Unie behoorde.
    Goddeeris pleit voor een ‘bemiddelende rol’ van het westen. Maar dat voorstel past slecht bij zijn eigen analyse. Volgens Goddeeris zoekt Zelenski naar een compromis door voor zijn land een neutraal statuut te overwegen, terwijl het westen, bij monde van Boris Johnson het extreme standpunt inneemt ‘dat Rusland uit Oekraïne moet verdwijnen’. Je duizelt bij zoveel absurditeit. Ten eerste zijn de aangehaalde standpunten – neutraal statuut, Rusland weg uit Oekraïne – niet tegenstrijdig. Ten tweede is het standpunt van Johnson helemaal niet extreem – wil Goddeeris dan dat Rusland blijft?* –, en ten derde ziet iedereen dat het Zelenski is die het westen aanvuurt en niet het westen Zelenski. Straks gaat Goddeeris nog beweren dat het westen zijn wapenleveringen aan Zelenski ‘opdringt’. Ten slotte, als Goddeeris toch gelijk heeft – dat Zelenski de gematigde partij, en het Westen de extreme partij is – dan is het Zelenski die bemiddelend zal moeten optreden.
     Goddeeris wordt geprezen door een aantal gelijkgezinden om de intellectuele moed waarmee hij zijn standpunt verdedigt. Maar er zijn verschillende soorten van intellectuele moed. Een soort bestaat erin om iets anders te zeggen dan wat de meerderheid zegt. Die eigenschap heeft Goddeeris inderdaad. Een andere soort bestaat erin om niet te veel om de hete brei heen te draaien en te zeggen waar het op staat. Daar is hij veel minder sterk in. In ‘De Afspraak’ kwam het tot een discussie met professor De Grauwe die hem verweet de appeasement politiek van de jaren 30 tegenover Hitler te imiteren. Door de dialoog met Hitler na te streven heeft men indertijd zijn oorlogsplannen aangewakkerd, en dat zou nu met Poetin ook gebeuren, aldus De Grauwe. Goddeeris antwoordde met een verwijzing naar de Eerste Wereldoorlog en het boek van Christopher Clark dat liet zien dat men toen door gebrek aan dialoog als slaapwandelaars de oorlog tegemoet liep.
   Wat biedt de beste historische parallel om de Oekraïnse toestand te benaderen: de Eerste of de Tweede Wereldoorlog? Is de roep om dialoog een uiting van diplomatiek evenwichtstreven, of is het angst om een gevaarlijke en onberekenbare pestkop iets in de weg te leggen? Op zeker ogenblik in het debat verliet Goddeeris, nogal inconsequent, de parallel van de Eerste en ging over naar de Tweede Wereldoorlog. Hij verwees naar de beroemde vraag van eind de jaren dertig: Mourir pour Dantzig?** Was het de moeite om een wereldoorlog te riskeren alleen om Dantzig/Gdansk bij Polen te houden en uit de klauwen van Hiter? ‘Vandaag,’ zei Goddeeris, ‘kunnen we de vraag stellen: Mourir pour Kiev?’
     Inderdaad, ’t is een belangrijke vraag, en het antwoord ligt ook voor mij niet voor de hand, vooral gezien de nucleaire dreiging die er nu bij is gekomen***. Maar ’t is beter de zaken duidelijk te stellen in plaats van praatjes te verkopen over ‘begrip voor de Russische positie’, de ‘aanleiding voor de inval’ en het ‘gestook van het westen’. Dat geldt ook voor de wollige taal over ‘dialoog in plaats van wapenleveringen’, ‘geweldloosheid en overleg’ en ‘beëindigen van de polarisatie’. Ik wil de moed van de Oekraïners niet onderschatten, maar zonder de Westerse militaire hulp wacht hen een spoedige nederlaag. Het zal mij benieuwen of Poetin na een Oekraïnse nederlaag nog veel interesse zal hebben voor ‘dialoog’ en ‘overleg’. Waarom wil Goddeeris die waarheid niet onder ogen zien? En als hij pleit voor ‘onderhandelen’ en ‘toegeven’, bedoelt hij dan iets anders dan een volledig capitulatie voor de Russische eisen: permanente seccessie van de Krim, van de volledig Donbas, van de veroverde gebieden, en een neutraal statuut dat de deur openlaat voor nieuwe ‘speciale operaties’?
     Vergeleken met het gebabbel, gedraai en geklets van Goddeeris is het rechtlijnige discours van Mark Elchardus een verademing. Hij stelt ongeveer hetzelfde voor, maar zonder vergoelijking en zonder mooie woorden. West-Europa moet zich uit het conflict terugtrekken en moet Poetin zijn zin geven, wat Elchardus als volgt samenvat: Donetsk en Luhansk worden onafhankelijk, de Krim blijft Russisch, en Oekraïne wordt lid noch van de Navo, noch van de EU. Elchardus probeert die keuze niet mooier voor te stellen dan ze is: ze is, zegt hij, ‘vreselijk’.
     Ik ben het niet eens met het anti-Amerikanisme van Elchardus, met zijn scherpe tegenstelling tussen ‘ethiek’ en ‘koele berekening’**** en met zijn beginsel om in de internationale politiek helemaal geen onderscheid te maken tussen iberaal-democratische en dictatoriale regimes. Maar ik hou van zijn duidelijkheid. 
     Ik hoop trouwens net als Goddeeris en Elchardus op een onderhandelde oplossing. Mijn dagen van ‘hasta la victoria siempre’ liggen ver achter mij.  Een onvoorwaardelijke capitulatie – het unconditional surrender van Ulysses S. Grant en van Franklin D. Roosevelt – is niet aangewezen. Oekraïne en de Nato moeten Rusland niet binnentrekken, Moskou niet veroveren, Poetin niet arresteren en ophangen, het Russische leger niet ontbinden, het land niet jarenlang bezetten, en de geleden schade niet laten vergoeden. Het beste zou zijn dat Poetin tijdens bilaterale of multilaterale onderhandelingen, zoals in een Shakesperiaanse komedie, tot inkeer komt, zijn troepen uit Oekraïne terugrekt en de integriteit en soevereiniteit van het land erkent. Als dat niet kan, is voor mij een compromis ook goed. Maar het mag voor de Oekraïeners iets meer zijn dan wat Elchardus luidop en Goddeeris stilletjes aanvaarden. En door de westerse wapenleveringen is de kans daarop niet helemaal uitgesloten.

 

* Goddeeris interpreteert die eis als zou Boris Johnson ook willen dat Rusland zich uit de Krim wegtrekt. Dàt heeft Johnson in elk geval niet gezegd.

** Titel van een editoriaal van Marcel Déat van 4 mei 1939. Het antwoord van de auteur op zijn eigen vraag was dat de Fransen niet moesten sterven voor Gdansk, ook al was Hitler een geweldenaar. Déat is een treffend voorbeeld van iemand die door een mengeling van pacifisme én realisme tot capitulatie en later tot collaboratie komt. Het is opmerkelijk dat Goddeeris die vraag overneemt. Wie een Chamberlain-politiek verweten wordt, verdedigt zich meestal door de parallel te ontkennen. Hier is het of Goddeeris Chamberlain (en in casu Déat) gelijk geeft.

*** Goddeeris spreekt impliciet over de nucleaire dreiging als hij het heeft over de ‘irrationaliteit van Poetin’ die zich ‘aan een oorlog gewaagd heeft die hij niet kan winnen.’ Maar Poetin had die oorlog wél kunnen winnen als het westen niet gereageerd had met militaire steun. Gokken, wat Poetin gedaan heeft, is niet hetzelfde als irrationeel handelen. Of zijn herhaalde dreigingen met nucleaire escalatie een staaltje zijn van irrationeel gedrag dan wel van berekende intimidatie, wie zal het zeggen? Het is waar, Hitlers militair-strategisch gokspel eindigde na een hele reeks nederlagen in een romantische droom van een allesvernietigende Götterdämmerung. Poetin is, net als Hitler, een gokker. Maar is hij ook een romanticus?

**** Ethiek kun je in buitenlandpolitiek niet uitschakelen, net zomin als je er het leidende principe van kunt maken. Het onderscheid tussen een pragmatische en een ethische politiek heeft overigens, wat de doelstellingen betreft, vaak te maken met het onderscheid tussen de korte en de lange termijn.

vrijdag 11 maart 2022

'Laffe schijtluis'


     Ik heb, in de zeven jaar dat ik op Facebook vertoef, nog nooit iemand ‘ontvriend’. Ik heb er helemaal niets op tegen dat anderen dat doen, maar zelf doe ik er niet aan. Als iemand iets schrijft waar ik het niet eens mee ben, verplicht mij dat om na te denken. Soms vind ik geen tegenargument en zwijg ik. Soms vind ik wel een tegenargument en dat plaats ik dan zo snel mogelijk om te zien of daar een nieuwe reactie op komt. Misschien blijkt wel dat mijn tegenargument toch niet zo goed was als ik dacht, of dat ik iets over het hoofd heb gezien. Dat kan altijd.
     Het is altijd zo geweest: ik discussieer graag, liever dan bijvoorbeeld in de tuin te werken. Stel ik echter vast dat mijn opponent niet eerlijk discussieert, dan zwijg ik weer, een beetje verongelijkt. Mijn opponent denkt dan misschien dat  mijn valabele argumenten uitgeput zijn. Dat zijn ze in zeker zin ook. Als met een argument geen rekening wordt gehouden is het in zekere zin ook niet valabel.
     Iets anders is de kwestie van onbeschofte reacties. Daar reageer ik meestal niet op, of alleen strikt inhoudelijk. Temperamenten zijn nu eenmaal verschillend. En achter een toetsenbord nemen mensen soms een andere persoonlijkheid aan dan ze face to face aannemen. Ik heb in mijn jonge jaren een zekere M. gekend. Dat was een hele lieve, attente jongen. Maar zette je hem achter een typmachine, dan kwamen op het blad papier, in het kader van een polemiek, de grofste beledigingen terecht. 
     Er zijn natuurlijk reacties die zó onbeschoft zijn dat niet reageren in de buurt komt van eerloosheid. Maar ik zie op tegen de moeite van dat reageren. Ik zou dan moeten nadenken of een bepaalde onbeschoftheid de grens van het toelaatbare overschrijdt, of ze is uitgelokt, en hoe ik in andere gevallen op een vergelijkbare onbeschoftheid heb gereageerd – want ik wil rechtvaardig blijven. Dat heb ik er allemaal niet voor over.
     Gisteren had ik enkele notities geplaatst over de oorlog in Oekraïne. Ik was blij dat het Westen eendrachtig antwoordde op de Russisiche agressie, maar tegelijk vroeg ik mij af hoe ver die reactie kon gaan. Het instellen van een No Fly-zone boven Oekraïens grondgebied, met Navo-straaljagers die Russische bommenwerpers uit de lucht schieten, dat leek mij een te groot risico, met name vanwege de kans op een nucleaire vernietigingsoorlog. Daar zouden de Navo-landen zelf, en hun burgers – waaronder ikzelf en mijn gezin – het slachtoffer van kunnen worden. Iemand noemde mij toen op FB een ‘laffe schijtluis’. Ik heb die jongen niet geblokkeerd, en, als het een FB-vriend was geweest, had ik hem niet ontvriend. 
     Het zit namelijk zo. De woordkeuze was misschien wat heftig, maar er zat een flard van waarheid in. Je eigen veiligheid en dat van je gezin vooropstellen kan misschien verstandig en voorzichtig zijn, maar het ís ook een beetje laf. Ten tweede ken ik die jongen niet die mij die ruwe woorden toevoegt. Misschien is het een held achter het toetsenbord, maar voor hetzelfde geld staat hij op punt om naar Oekraïne te vertrekken om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Of misschien heeft hij in het verleden, met gevaar voor eigen leven, iemand uit het water gehaald, uit een brand gered of tegen een mesaanval beschermd. Dan heeft hij enig recht van spreken.
     En dan is er nog de utilitaire afweging. Het kan bijna niet anders of de heftige FB-er heeft aan die belediging meer plezier* beleefd dan ikzelf eronder geleden heb. Ik zal niet ontkennen dat sommige beledigingen mij verdriet kunnen doen. Onlangs noemde iemand mij, met opgaaf van redenen, een ‘tsjeef’. Ik vond dat onrechtvaardig, maar het prikte toch even. Maar er zijn er ook veel beledigingen die van mij afglijden als water van een eend. Ik zou mijzelf belachelijk vinden als ik dan in die gevallen een verontwaardiging voorwendde die ik niet voel. 


* Zoveel plezier zelfs dat hij de scheldwoorden nog een keer herhaalde op mijn weblog.

maandag 28 februari 2022

Poetin, de PVDA en de de-escalatie*

 

     De PVDA heeft, zoals bekend, geweigerd om in het Vlaamse Parlement een resolutie over Oekraïne goed te keuren. De resolutie stelde voor om (1) de Russische agressie te veroordelen, (2) solidariteit te betuigen aan Oekraïne, (3) extra Europese sancties door te voeren, en (4) humanitaire en andere hulp aan Oekraïne te verlenen. De PVDA ging blijkbaar alleen akkoord met het eerste punt en vond de rest van de resolutie eenzijdig omdat ze de verantwoordelijkheid van de Navo niet belichtte. Die had zich immers uitgebreid met nieuwe lidstaten waardoor ‘Rusland zich bedreigd voelde’. Verder had Oekraïense regering zelf ook boter op het hoofd omdat ze geen autonomie had verleend aan de oostelijke gebieden.
     In de tijd dat PVDA nog een kleine sekte was zag je in de huizen van partijleden vaak een slagzin van Mao aan de muur hangen die luidde: ‘Tegen de stroom inroeien is een marxistisch principe.’ Dat principe hebben de PVDA’ers  in het Vlaamse parlement dus toegepast. Ze hadden kunnen doen zoals Vlaams Belang, waar nogal wat sympathie voor Poetin bestaat: ze hadden kunnen zwijgen. Maar die kans hebben ze gemist. Ze hadden ook een lange toespraak kunnen houden tegen de Navo en het Amerikaanse imperialisme om dan als slot de resolutie tóch goed te keuren. Maar ook dat hebben ze niet gedaan. Ze hebben zich stoutmoedig in de strijd geworpen: één tegen allen. 
     De politieke vijanden van de PVDA – alle partijen dus – grepen de politieke flater aan om de partij scherp te veroordelen. Ze stelden het voor alsof de PVDA de invasie goedkeurde. Dat was niet helemaal waar. Maar het PVDA-standpunt deed me wel denken aan wat gebeurde toen Hitler in 1939 Polen binnenviel. De Franse communisten voelden zich gebonden door het recente verdrag tussen Duitsland en de Sovjetunie. Ze keurden de nazi-inval weliswaar niet goed, maar ze wezen erop dat die het gevolg was van het ‘Engelse en Franse imperialisme’ en dat ‘het wereldproletariaat onmogelijk het fascistische Poolse regime kon verdedigen.’ 
     De Franse communisten van 1939  en de Vlaamse communisten van 2022 hebben de inval in respectievelijk Polen en Oekraïne niet ‘goedgekeurd’, maar hun standpunt zat zo vol nuances – helaas op een moment dat die nuances niet helemaal op hun plaats waren, en bovendien, op de keeper beschouwd, berustten op de bedenkelijke analyse van ‘fouten aan de twee kanten’. Een buitenstaander die niet doorkneed is in de marxistische dialectiek kan weinig met die nuances aanvangen op een ogenblik dat een zwak onafhankelijk land wordt binnengevallen door een sterke agressieve buur, en dàt onder het absurde voorwendsel dat die agressie nodig was om de regering van dat land te zuiveren van ‘neo-nazis’ en ‘druggebruikers.’
     De PVDA is geen klein sekte meer, maar een partij die rekening moet houden met buitenstaanders die niet in de marxistische dialectiek doorkneed zijn. Op het VRT-journaal van gisteren kreeg Raoul Hedelbouw uitgebreid de kans om een elegante pirouette uit te voeren. Bart Verhulst stelde hem de vraag waarom PVDA zoveel moeite had om Poetins inval te te veroordelen. Raoul stak van wal met een reeks scheldwoorden aan het adres van Poetin: autocraat, oligarch, man van de big business, crimineel. Hij was tegen de Russische ‘agressie’ en ‘voor de erkenning van de Oekraïense staat’ en gaf verder een lange uitleg over de Helsinki-akkoorden van 1975, de ontwapening, de vredesbeweging, het belang van de-escalatie, het gevaar voor een wereldoorlog, en de noodzaak voor België om als klein land een diplomatieke rol te spelen.
     Ik vond dat Bart Verhulst aan het einde van de tirade had moeten vragen of dat nu allemaal een reden was om de resolutie in het Vlaams Parlement niet te onderschrijven. In plaats daarvan besloot Verhulst: ‘Dank u, meneer Hedebouw. Ja, dat is wel een duidelijke boodschap nadat PVDA-PTB toch wat geïsoleerd stond in de politiek en het leek alsof ze die inval niet meteen veroordeelde; die veroordeling is er nu toch wel heel duidelijk gekomen.’ Ik vond dat een erg mooi cadeautje van de journalist aan de politicus.
    De pirouette van Raoul Hedebouw bestond trouwens niet in de veroordeling van Poetins agressie – die had de PVDA inderdaad al eerder uitgesproken – maar in de verschuiving van de stugge anti-Navo retoriek naar het aantrekkelijker vredesdiscours. Communisten kunnen inspiratie putten uit een rijk verleden waarin ze op verschillende momenten verschillende deuntjes zongen: in 1939 was het dat van het anti-imperialisme, van 1941 tot 1945 werd het dat van het patriottisme, en in de jaren 50 werd het dat van het pacifisme, met de vredesduif van Picasso als symbool.
     Nu we het toch over pirouettes hebben. Ik vond de herhaalde verwijzing, vijf of zes keer, van Raoul naar de de Helsinki-akkoorden bijzonder vermakelijk. De vader van Raoul, Berten Hedebouw, moet als oude Amadees en PVDA-er, aan tientallen betogingen hebben deelgenomen tégen de Helsinki-akkoorden. Die akkoorden brachten immers, volgens de Chinese communisten en Ludo Martens, niet de vrede maar de oorlog dichterbij. Amada-PVDA beschouwde indertijd de Sovjet-Unie als verraders van het echte communisme, en bovendien als de belangrijkste ‘oorlogsstoker’ in de wereld.  De argumentatie voor die laatste stelling sneed enig hout. De Sovjet-Unie, zo hield kameraad Ludo ons voor, raakte economisch achterop. De enig mogelijkheid om haar positie op het wereldtoneel te versterken, bestond erin de militaire kaart te spelen. 
    Vandaag is Rusland economisch nog meer achterop geraakt. Daardoor kon het Westen één na één de vorige vazalstaten van Rusland aan zich binden. Poetin kan daar weinig tegenover stellen behalve militair geweld. Wellicht is Rusland ondertussen dermate achterop geraakt, dat zelfs dat militaire geweld op een zwakkere basis berust dan in de tijd van Brezjnev. Wat zou betekenen dat het oorlogsgevaar vandaag heel wat minder is dan in 1975.
    Dit alles echter is speculatie, en op grond van zulke speculaties moeten beter onderlegde mensen dan ik beslissingen nemen en geostrategische keuzes maken. Escaleren of de-escaleren? Churchill of Chamberlain? Achteraf is het makkelijk praten. De diplomatieke voorgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog laat zien hoe de tragedie vermeden had kunnen worden door inbinden, wederzijdse toegevingen, begraven van ultimatums, verminderde achterdocht, en bereidheid om de ‘eer van de natie’ op de tweede plaats te stellen. De-escalatie had een wereldbrand kunnen voorkomen. Dat weten we we nù.
     Maar de voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog biedt, ook achteraf gezien, het tegenovergestelde beeld. Toen had men juist wel moeten grijpen naar hoge principes van moed en eer en naar een no passaràn-mentaliteit; men had Hitler kunnen stoppen – met dreigende ultimatums en desnoods met een oorlog – toen het nog kon, dat wil zeggen toen de opbouw van zijn leger nog niet voltooid was. Churchill bleek, achteraf, gelijk te hebben: men had veel vroeger moeten escaleren. Dat weten we nù. Maar wat we nu niet weten, althans niet met zekerheid, dat is wat we nù moeten doen. Aan mij moet je het niet vragen, want ik heb geen antwoorden. En aan Raoul Hedebouw moet je het zeker niet vragen, want die heeft àlle antwoorden.

* Zie ook het artikel van Boudewijn Bouckaert op Doorbraak of op de Facebookpagina van de professor.

vrijdag 25 februari 2022

Oekraïne: het stukje dat ik niet wou schrijven


(1) Ik wou eigenlijk al lang een stukje schrijven over ‘activistische rechtspraak’ en ‘juristocratie’. En nu komt Poetin met die inval in zijn buurland. Nare man, die Poetin.

(2)  Het Westen wou Oekraïne verleiden. Poetin heeft Oekraïne verkracht. Ook in MeToo-tijden mag dat onderscheid nog altijd worden gemaakt.

(3) Over buitenlandse politiek en militaire conflicten in heden en verleden heb ik meestal geen uitgesproken mening en al zeker geen oplossing: de Amerikaanse interventie in Vietnam, de Russische interventies in Tsjechoslovakije en Afghanistan, de Navo-interventie in de Balkan, de tweede golfoorlog, de conflicten in Libië, Syrië en Israël-Palestina. Als in zulke conflicten de ene partij min of meer liberaal-democratisch is en de andere autoritair, dan gaat mijn sympathie uit naar de eerste. My liberal democracy, right or wrong. Maar verder probeer ik niet te hoog van de toren te blazen.

(4) Over enkele conflicten heb ik overigens wel een mening: de inval van Mussolini in Abyssinië, de inval van Hitler in Polen, de inval van Saddam Hoessein in Koeweit en de inval van Poetin in Oekraïne. Ik ben er tegen.

(5) Ik heb de huidige inval niet voorspeld, maar ik ben ook niet verrast. Ik was er niet gerust in als ik Biden bezig hoorde. Ik nam ik aan dat hij over inlichtingen beschikte van zijn geheime diensten. En als ik Poetin hoorde, was ik nog minder gerust. Er was nog altijd een kans op een diplomatieke oplossing, zei hij. Ja, en wat was die àndere kans dan?

(6) Ik lees dat Poetin minachting heeft voor de Westerse decadentie. Hij heeft wellicht gelijk. Maar alles samen genomen, sluit ik mij aan bij Charles Laughton in de film Spartacus: “I’ll take a little republican  decadence along with a little republican freedom.” Alhoewel Laughton sprak van ‘corruption’ in plaats van ‘decadence’.

(7) Ik zal het nog sterker zeggen, maar dan moet ik eerst diep ademhalen en mij moed inspreken: ik verkies Ursula von der Leyen boven de Russische borstontblote, paardrijdende judoka.

(8) Poetin wil, zegt hij, Oekraïne ‘denazificeren’. Ik vrees dat Poetins definitie van ‘nazi’ dermate ruim is, dat ze veel van zijn Westerse bewonderaars zou insluiten.

(9) Het Westen krijgt er van langs in onze krantencommentaren. En de kritiek is dubbel. Men heeft Poetin met onvoldoende respect behandeld, schrijft men, en men heeft hem te veel laten betijen, schrijft men. Dat is nogal tegenstrijdig. Anderzijds: die twee fouten sluiten elkaar niet helemaal uit. Het is altijd goed je vijand met respect tegemoet te treden. Of hij daardoor welwillender wordt, is een heel andere kwestie.

(10) Had Oekraïne lid moeten worden van de Navo? Men begrijpt nu in elk geval waarom het land vragende partij was. Uiteraard konden de Russen er in dat geval op aandringen dat in dat land geen nucleaire raketten zouden worden opgeslagen. Dat zou een redelijke eis geweest zijn. Bij mijn weten staan er ook geen nucleaire Natoraketten in Estland, Polen of Roemenië. 

(11) Vormt de Navo een militaire bedreiging voor Rusland? Is de Navo van plan Moskou te bombarderen, zoals Rusland Kiëv bombardeert? Ik geloof het niet. De Navo heeft zich, ondanks zekere militaire avonturen, altijd defensief opgesteld tegenover Rusland, net zoals het Warschaupakt zich indertijd, ondanks zekere militaire avonturen, defensief opstelde tegenover het Westen. De Russische inval kan moeilijk als een ‘preemptive strike’ omschreven worden.

(12) Zou Rusland Oekraïne ook zijn binnengevallen als dat land openlijk had verklaard nooit lid van de Navo te worden? Ik denk het niet. Had Servië in 1914 toegestaan dat Oostenrijkse ambtenaren op hun grondgebied het onderzoek deden naar de aanslag op Frans-Ferdinand, dan was er misschien ook geen Eerste Wereldoorlog geweest. Maar in het geval van Oekraïne zou Rusland nieuwe eisen hebben gesteld in verband met de oostelijke ‘volksrepublieken’, in verband met het Donetsbekken, in verband met een ‘corridor’ naar de Krim, in verband met ‘denazificatie’. Het strategisch einddoel zou hetzelfde geweest zijn: een regimewissel in Kiëv. 

(13) Rusland volgt de 19de-eeuwse logica van ‘bufferzones’ die nodig zijn om zich te beschermen. Maar dan heb je daarna weer een nieuwe bufferzone nodig om die bufferzone te beschermen. Dat soort logica bracht Napoleon tot in Moskou.

(14) Internationale politiek is een kwestie van macht – overheersing én verdediging - , samenwerking, recht en moraal. Het eerste beginsel is altijd ‘macht’ geweest, maar Steven Pinker, in The Better Angels of Our Nature, beschrijft dat er een zekere verschuiving is gekomen in de richting van de drie andere. Het is echter niet duidelijk of Rusland en China wel mee zijn met die verschuiving. Als ze niet mee zijn, dan moeten de andere landen daar hun conclusies uit trekken. 

(15) Joren Vermeersch stelde op zijn facebookpagina voor om Oekraïne op te delen in twee autonome regio’s, een Europees-gezinde westelijke regio en een Russisch-gezinde oostelijk regio. Dat was vóór de inval natuurlijk, maar het voorstel zelf is interessant omdat het ons op de paradox van het nationalisme wijst. Als Oekraïne het recht had zich los te maken van het Sovjetimperium, waarom zou het oostelijk gebied zich niet los mogen maken van Oekraïne? Als Ierland zich mocht afscheuren van Groot-Brittannië, waarom zou Noord-Ierland zich dan niet mogen afscheuren van Ierland? Voor deze paradox bestaat geen logische oplossing, alleen redelijkheid, rechtsprincipes, tolerantie en diplomatie. Hoe het met de andere partijen zit, weet ik niet, maar Poetin kun je er in elk geval niet van verdenken dat hij die principes al te slaafs volgt.