Op mijn stukje over dt-fouten, antwoordde M.S. met een tweet van President Biden. Die had gezegd dat ‘trickle down economics has never worked.’ M.S. vond dat de ‘tweet van het jaar’. Wat kon ik daarop antwoorden? Ik weet al een poosje dat ‘trickle down’ een kapstokwoord is waar verschillende tegenstanders van het ‘neoliberalisme’ hun eigen stokpaardjes aan ophangen. Ik vroeg dus aan M.S. wat ‘trickle down’ voor hém inhield, welk stokpaardje híj aan de kapstok wou hangen. Daar wou hij niet op antwoorden want ik ‘wist maar al te goed waarover het ging … Ik moest niet doen alsof.’
Goed dan. Als M.S. niet wil zeggen wat ‘trickle down’ is, wil ik het wel eens proberen.
‘Trickle down’ is dan vooreerst de economische wijsheid van een baron die vindt dat hij een deel van zijn rijkdom verdeelt onder de proleten als hij een veranda aan zijn kasteel laat bouwen. De baron betaalt lonen; de baron zorgt voor tewerkstelling. Dat is natuurlijk onzin. De baron heeft niets van zijn rijkdom verdeeld; hij heeft alleen een deel van zijn geld geruild voor een veranda van gelijke waarde, en is dus in totaal even rijk gebleven*. De baron zorgt ook niet voor tewerkstelling. Zijn rijkdom had evengoed verspreid kunnen zijn over dertig postbodes die dan elk een kleine veranda aan hun huis lieten bouwen. De verandabouwers hadden dan evengoed een loon ontvangen, zonder baron.
Daarop voortbouwend is ‘trickle down’ een stropop van links die het voorstelt alsof rechts redeneert zoals bovenvermelde baron. Thomas Sowell heeft linkse critici ooit uitgedaagd om één rechtse, conservatieve of neoliberale econoom te noemen die ooit het ‘trickle down’-begrip gebruikte in zijn analyse. Er heeft zich niemand aangediend.
Maar ‘trickle down’ is niet alléén onzin. Het is ook een wat onnauwkeurige, informele, je zou kunnen zeggen ‘intuïtieve’, beschrijving van hoe investeringen voor iedereen voordelig zijn. Een bedrijf dat veel winst maakt**, kan die winst investeren in uitbreiding en vernieuwing, waardoor het misschien meer mensen kan tewerkstellen, en in elk geval meer, betere en goedkopere producten kan maken voor de consument. Die tewerkstelling en die producten kunnen met wat goede wil als ‘doorsijpeling van rijkdom’ worden omschreven.
‘Trickle down’ is ten slotte ook een alweer wat intuïtieve beschrijving van hoe luxe zich verspreidt in de samenleving: van boven naar onder. Daarmee zijn we weer bij onze baron aanbeland, maar dit keer staat hij er op zijn plaats. Doordat de edelman een veranda laat aanbouwen aan zijn kasteel, ontwikkelt de techniek van verandabouwen zich, worden veranda’s goedkoper, en gaan uiteindelijk ook de postbodes zich een veranda kunnen veroorloven. De rijken die indertijd een fortuin uitgaven voor een slecht functionerende autotelefoon, bekostigden op hun manier mee de ontwikkeling van de mobieltjes die je nu ook aantreft in de bidonvilles van de Derde Wereld. Dit verschijnsel – niet dat van de mobieltjes, maar in het algemeen – wordt beschreven door Hayek in het derde hoofdstuk van The Constitution of Liberty. Het was geloof ik vanaf dat hoofdstuk dat ik wist dat ik een trouwe volgeling zou worden.
Kortom: trickle down is één keer onzin, één keer een stropop, en twee keer een intuïtieve beschrijving – geen verklaring – van een reële, en voor iedereen gunstige, ontwikkeling.
Andere vraag – de vraag van het jaar zou je kunnen zeggen. Wat betekent het als een politicus als Biden zegt dat ‘trickle down doesn’t work’? Dat betekent dat hij de belastingen op bedrijfswinsten en hoge inkomens wil verhogen om toch maar een gewenste ‘trickle down’ te forceren. Het is niet makkelijk het resultaat van zo’n beleid in te schatten. Míjn inschatting: de belastingverhoging is een zekerheid, de doorsijpeling naar de lagere inkomens is een mogelijkheid, de gunstige gevolgen voor economische groei en tewerkstelling is een onwaarschijnlijkheid.
* Eigenlijk nog rijker, want hij schat de waarde van die veranda blijkbaar hoger in dan die van het geld dat hij ervoor heeft uitgegeven. Anders had hij alles gelaten zoals het was.
** Voorafgaand aan die winst heeft het bedrijf eerder moeten investeren, onder andere in arbeidslonen, zodat de ‘doorsijpeling’ al begon vóór er winst was. Dan is het begrip toch niet zo goed gekozen.

