Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

woensdag 20 juli 2022

Oekraïne - over moraliteit, en de rest


     Veel van wat ik meen te weten over het menselijke bestaan, heb ik gehaald uit de televsiereeks Yes Minister. Neem moraliteit en ethiek. Eerste minister Hacker en zijn kabinetschef Sir Humphrey discussiëren over dubieuze wapenleveringen. ‘We cannot close our eyes to something that is as morally wrong as this,’ zegt Hacker. Uit het antwoord van Sir Humphrey blijkt het voordeel van een klassieke opleiding aan Oxford, met bijhorend enkele degelijke cursussen filosofie. ‘Very well, Minister, if you insist on making me discuss moral issues, may I point out that something is either morally wrong or it isn’t. It can’t be slightly morally wrong.’
     Een wereld ging voor mij open. Ik had altijd gedacht dat het domein van moraal één grote grijze zone was, en Sir Humphrey – of all people – leerde mij nu dat het wel degelijk een kwestie was van zwart óf wit. Na lang nadenken begreep ik mijn fout. Onze keuzes, beslissingen, handelingen zijn complex. Als je ze opsplitst krijg je een reeks witte en zwarte vakjes, maar als je die vakjes samenlegt en vanop afstand bekijkt, krijg je een grijs beeld. Voor iets als de militaire inval in Irak, bestonden ongetwijfeld een aantal moreel goede, naast een aantal moreel slechte redenen. Maar daardoor is het niet een eenvoudig een ondubbelzinnig eindoordeel uit te spreken.
    Daar komt bij dat mensen verschillende opvattingen kunnen hebben over goed, kwaad, waarden en ethiek. Een gemakkelijke manier om ondanks die verschillende opvattingen met elkaar te kunnen praten bestaat erin tijdelijk een utilitaire zienswijze aan te nemen. Moreel goed is dan alles wat het grootste geluk van het grootste aantal mensen (en dieren) bevordert. 
     Een nadeel van die zienswijze is dat ze het domein van de moraal heel erg uitbreidt. Vroeger waren er lieden – misschien bestaan ze nog – die beweerden dat ‘álles politiek is’. Met het utilitarisme krijg je hetzelfde: alles wordt moraal. Alles wat we doen kan immers bijdragen tot, of afdoen aan, het geluk van de ene of de andere, en dat geluk moeten we dan gaan wegen, en de bevoordeelde en benadeelde partijen moeten we gaan tellen. En als álles moraal is, wordt ook het onderscheid van de oude Talleyrand – c’est pire qu’un crime, c’est une faute – zinloos want een fout is dan een misdaad.
    De laatste tijd is de Oekraïense oorlog van de voorpagina’s verdwenen, en het aantal opiniestukken erover is fel verminderd. In de pers geldt nu het adagium ‘Van het oostelijk front geen nieuws’. Maar als in de winter energieschaarste zal heersen, wij thuis onze aangename comfortwarmte moeten missen, en in de winkels weer alles duurder wordt, dan kan de oorlog en het debat erover weer actueel worden. Mocht dat gebeuren, dan zou ik, voor een zindelijk verloop ervan, ook binnen de utilitaire zienswijze een afbakening van een aantal domeinen voorstellen. Ik denk bijvoorbeeld aan 

  1. sentiment 
  2. humanitarisme 
  3. ideologie 
  4. krijgskansen 
  5. moraliteit en immoraliteit 
  6. geopolitiek 
  7. internationaal recht
     Ik heb in eerdere stukjes al iets over sentiment en het daarmee samenhangend humanitarisme geschreven. Er is niets mis met overwegingen in die sfeer, maar ze mogen geen al te groot gewicht krijgen. Ze wijzen misschien de juiste marsrichting voor de geschiedenis aan, maar wie te snel loopt kan lelijk vallen, zelfs al loopt hij in de juiste richting. 
     Als het over ideologie en systemen gaat, wordt het moeilijker. Liberale democratieën en autocratieën kunnen best lange tijd vreedzaam naast elkaar bestaan. Dat is in het verleden vaak het geval geweest.  Maar met de botsing tussen het Russisch panslavisme en het Oekraïens nationalisme is het anders gesteld. Daar is het buigen, barsten, of water in de wijn. Gezien de huidige krijgskansen, met een relatief militair evenwicht – dank zij de Westerse steun –, duim ik voor het laatste. 
     Een oorlog waarin géén immorele middelen gebruikt worden is niet goed denkbaar. De twee partijen – Russen en Oekraïeners – beschieten en bombarderen soldaten, burgers en kinderen van de overkant. Leugenachtige propaganda wordt aangewend om het moreel van de bevolking en de troepen te verhogen. Dat betekent niet dat de twee partijen zich éven schuldig maken aan die misdaden, maar voor een buitenstaander is het moeilijk om na te gaan wie de zwaarste inbreuken pleegt, en zelfs neutrale verslaggevers kunnen door propaganda worden beïnvloed.
     Je kunt daarnaast ook proberen de moraliteit van het Westen met die van Poetin te vergelijken. Sommigen vinden dat het Westen een laffe proxy war voert, waarbij de Oekraïners het vuile werk doen, terwijl de kranige Russen tenminste boots on the ground hebben. Daar zit iets in. Ik aanvaard het verwijt van lafheid. Ik ben als burger van het Westen niet zo laf dat ik élk risico van een open conflict met Rusland wil vermijden, maar ben wel laf genoeg om een gróót risico op zo’n conflict te willen vermijden, zeker gezien de mogelijkheid van een nucleaire escalatie. Aan de andere kant suggereert de uitdrukking proxy war dat Zelenski wordt opgestookt door het Westen om oorlog te voeren. Dat is zeker hoe de Russen het zien. De meeste mensen die ik ken daarentegen hebben vooral de indruk dat het omgekeerd is en dat het Westen door Zelenski wordt opgestookt om meer en meer steun te geven.
     Een andere manier om de moraliteit van het Westen ongunstig te belichten is te wijzen op de schandelijke ‘gebiedsuitbreiding’ van de NATO naar het oosten. Waarom, vraagt men zich dan af, mag Poetin zijn invloedssfeer niet uitbreiden in Oekraïne, als het Westen dat in heel Oost-Europa gedaan heeft? Het antwoord op die vraag, is voor mij heel eenvoudig. Ik heb er geen enkel probleem mee dat gelijk welk land zijn ‘invloedssfeer’ probeert ‘uit te breiden’. Dat is een respectabele doelstelling. Maar de moraliteit gaat over de middelen die daartoe worden gebruikt. Breidt men zijn ‘invloedssfeer’ of ‘bufferzone’ uit door handelsbetrekkingen, beloften en wederzijdse akkoorden, zoals het Westen gedaan heeft, dan is dat in orde. Valt men een ander land binnen om een vazalregering te installeren of om een stuk van dat land te veroveren, dan is dat een heel andere zaak.
     Met die invloedszones zijn we bij de geopolitiek beland. Daar heb ik als leek weinig over te melden. Ik kan alleen hopen dat staatslieden zich hier opstellen als schoonheidskoninginnen die de wereldvrede als doel nastreven. Hoe ze dat moeten doen, dat weet ik niet, al zijn er een paar vuistregels. Zorg dat je voldoende sterk bent om je eigen veiligheid te garanderen. Ga bondgenootschappen aan. Laat je door je vijanden noch provoceren noch intimideren. Probeer enkele decennia vooruit te kijken. Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. 
    Ten slotte nog iets over het internationaal recht, zoals het vastgelegd is in verdragen en zoals het zou móeten zijn. Hier is één regel die boven alle andere uitsteekt: je mag een soeverein land niet aan- of binnenvallen. Zelfs niet als dat land vroeger van jou was. Zelfs niet als in dat land straten genoemd worden naar je historische vijanden. Zelfs niet als de regering van dat land andere bondgenootschappen aangaat dan degene die jij wenselijk acht. Zelfs niet als je de taalpolitiek in dat land discriminerend vindt. En ten slotte: zelfs niet als andere landen in het verleden ook zoiets gedaan hebben. 
     Wat poetinisten tegen dát argument kunnen inbrengen, is mij een raadsel. 

 

* Je kunt in het beste geval de pre-emptive strike uitzondering inroepen, maar dan moet je een beetje geloofwaardig blijven. 

zondag 17 juli 2022

Oekraïne - ethiek en sentiment. Vijf bedenkingen


1.    Onder de talrijke slachtoffers van een oorlog zijn er altijd die een grotere sentimentele waarde krijgen. Voor mijzelf hebben ze vooral feitelijke waarde. De bloedbaden van Kafr Quasim (1956) en My Lai (1968) bewijzen twee dingen die ik al wist: ‘war is hell’, en de Israëli’s en Amerikanen zijn, net als andere mensen, tot de ergste wreedheden in staat. Zij maken mij echter niet noodzakelijk een tegenstander van Israël en Amerika, of een voorstander van de Palestijnen en de Vietnamese communisten. 

2.   Hetzelfde geldt voor het bloedbad van Odessa (2014), met tientallen pro-Russische activisten die levend verbrand raakten, en dat van Boetsja (2022), waar honderden Oekraïense lijken werden gevonden. Mijn houding tegenover Moskou en Kiëv zal van meer zaken afhangen*. 

3.   Algemener. De symboolwaarde van bepaalde misdaden verhoogt zeker mijn morele verontwaardiging. Maar die geeft mij niet het recht om al de rest te vergeten: de duizenden andere slachtoffers, de verschillende verantwoordelijkheden, enzovoort. Die iconische misdaden zijn ook onvoldoende om neutraliteit in een conflict tot de enige mogelijke keuze te decreteren.

4.   Mensenrechtenorganisaties zijn wél aan zichzelf verplicht om neutraal te blijven. Amnesty International pleit ervoor om zowel de misdaden begaan door de Oekraïense als door de Russische en separatistische troepen en milities te onderzoeken. Amnesty heeft al verschillende keren onderzocht hoe de twee partijen de eigen misdaden proberen te verbergen maar ook die van de andere partij te overdrijven. De organisatie geeft het voorbeeld van Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Als in 2014 bij Komunar in de Donetsk een graf wordt gevonden met vier gedode burgers, maakt hij daar een massagraf met vierhonderd lijken van (zie hier).

5.   De westerse pers doet zeker mee aan eenzijdige sentimentele verontwaardiging, al doet ze in haar berichtgeving vaak ook een poging om kort de Russische versie weer te geven. De Russen, als direct betrokken partij, gaan in hun sentimentele eenzijdigheid veel verder.  Al vele jaren zie je in Moskou langs de straten en in de winkels foto’s van in de Donbas omgekomen kinderen - alsof de separatisten in dat gebied géén kinderen doden. Het is dat soort foto’s dat er mee voor gezorgd heeft dat de Russische man in de straat de oorlog steunt. De ethiek van de man in de straat is overal sentimenteel, maar in het land van Dostojevski nog meer dan ergens anders geloof ik.

 

* Zie mijn stukje hier. 

donderdag 14 juli 2022

De oorlog in Oekraïne: een morele kwestie?



      Inzake Oekraïne zijn er in ons land drie soorten mensen. Je hebt een kleine groep bewonderaars van Poetin, een aanzienlijker groep die in gedachten – af en toe – meeleeft met de Oekraïense strijders, en een eveneens aanzienlijke groep die zich min of meer neutraal opstelt. Alhoewel ik zelf tot de tweede groep behoor, de Oekraïne-sympathisanten, volg ik met belangstelling de argumenten van de neutralen. Eén argument vooral houdt mij bezig: dat je de oorlog in Oekraïne niet als een morele kwestie moet bekijken. 
     Dat lijkt op het eerste gezicht een rare stelling. Hoe moeten gewone burgers die oorlog dan wel bekijken? Militair-tactisch? Geostrategisch?  Als een straf van God? Maar wij zijn generaal noch diplomaat noch theoloog. Nee, de morele afweging lijkt mij voor de meesten onder ons de meest natuurlijke. ’t Is in elk geval zo voor mij.

     Ik zie ook wel het nadeel van de morele zienswijze. Onze morele regels, zoals de Tien Geboden, zijn gemaakt voor individuele mensen, niet voor staten. Staten zijn niet precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken, waarover je in een fabeltjeskrant kunt lezen. In staten wonen krantenlezers, consumenten, kiezers, vakbondsafgevaardigden, verkozenen des volks, staatshoofden, kleinhandelaars, grootindustriëlen, militairen, diplomaten, en allemaal nemen ze kleine en grote beslissingen die hun weerslag hebben op de betrekkingen tussen staten, en op oorlog en vrede.
    Ondertussen probeer ik nog altijd te achterhalen wat lieden wezenlijk bedoelen met de stelling dat een morele zienswijze op de oorlog in Oekraïne - en op elke oorlog? - moet worden vermeden. Mijn reflex is dan om dan zo’n massieve stelling op te splitsen. ‘Distinguo’ is het begin van de wijsheid, zei een van onze leraren, en hij schreef het woord op het bord. Laat mij dat eens proberen. De oorlog in Oekraïne ‘niet als een morele kwestie bekijken’ kan dan volgende betekenissen krijgen

  1. pragmatische vrede komt altijd vóór morele gerechtigheid; als iedereen dood op het slagveld ligt, is het met de morele gerechtigheid voorgoed afgelopen
  2. er is in Oekraïne helemaal geen strijd aan de gang tussen ‘goeden’ en ‘slechten’
  3. de strijd wordt er net aangedreven door morele idealen – panslavische solidariteit, Oekraïens nationalisme – die nooit op het morele niveau verzoend, maar enkel op een ander niveau overstegen kunnen worden
  4. moraal in de politiek leidt onvermijdelijk tot fanatisme en in de internationale politiek tot oorlog
  5. er bestaat voor staten slechts één spelregel, en dat is een pragmatische, namelijk dat ze zich nooit inmengen in aangelegenheden van andere staten; alle andere overwegingen, bijvoorbeeld van humanitaire aard, moeten daarvoor wijken 
  6. minder ambitieus: er bestaat voor staten maar één spelregel, namelijk dat ze een andere staat niet als eerste mogen aanvallen 
  7. nog minder ambitieus : er bestaat voor staten géén enkele spelregel – ook niet die van non-agressie –  omdat een staat nooit de garantie heeft dat een andere staat zich aan die spelregel zal houden; daarom moet de mogelijkheid van een pre-emptive strike altijd open worden gehouden
  8. een staat moet zonder morele scrupules alleen aan zijn eigen veiligheid en welvaart denken** 
  9.  internationale politiek mag nooit een kwestie zijn van ‘signalen’, goede bedoelingen, symbolische gestes, nobele sentimenten en hoogdravende retoriek, maar altijd van praktische resultaten*** 
  10. sterker: internationale politiek die drijft op goede bedoelingen etc. heeft in de werkelijkheid altijd averechtse gevolgen
  11. omgekeerd: goede bedoelingen in de politiek zijn niets anders dan hypocrisie, mooie principes die men bovenhaalt als ze goed uitkomen en die men in alle andere gevallen vergeet
  12. eigen staat eerst; altruïsme dat binnen een goed geordende staat geldt als deugd, is daarentegen een misdadige naïviteit in de internationale betrekkingen; daar geldt, ondanks Volkenbond of Verenigde Naties slechts één wet van kracht is: die van de sterkste.

     Ik ben het eigenlijk met al die stellingen eens, behalve met de woorden ‘iedereen’, ‘voorgoed’, helemaalonvermijdelijk, ‘enkel’, ‘alleen’, ‘alle,’ ‘slechts één’, ‘géén enkele’, niets anders dan en verschillende keren ‘nooit’ en ‘altijd’. Dat zijn woorden waar ik zuinig op ben. In de tweede stelling zou ik graag een woord toevoegen voor ik ze onderschrijf: er is in Oekraïne geen strijd aan de gang tussen absoluut ‘goeden’ en absoluut ‘slechten’. 

    Wat er ook van zij: geen van de negen stellingen kan, na nuancering, mijn positie van sympathie voor de Oekraïeners ondermijnen. Stelling 5 (non-agressie) vormt zelfs een stevig fundament voor die sympathie, te meer daar de nuance daarop aangebracht door stelling 6 (pre-emptive strike) niet van toepassing is. De bewering dat Rusland een pre-emptive strike uitvoerde omdat het land een aanval vanuit Oekraïne moest vrezen, mist elke plausibiliteit. 
     Alleen met stelling 7 (eigenbelang) in samenhang met stelling 1 (vrede), kom ik in moeilijkheden. Het behoud van de Europese vrede is zonder twijfel het hoogste eigenbelang dat wij ons kunnen voorstellen. De financiële en militaire steun die het Westen aan Oekraïne geeft, brengt risico’s voor onszelf mee. Een ‘irrationele’ respons van Poetin blijft altijd mogelijk. 
     Aan de andere kant houdt het ook risico’s in als Oekraïne aan Rusland wordt overgeleverd en met huid en haar wordt opgepeuzeld. Ik ben er vrij zeker van dat Poetin nooit de ambitie heeft gehad om West-Europa aan te vallen. Maar ik mis die zekerheid als het om Noord- en Oost-Europese landen gaat die vroeger tot de Russische invloedssfeer behoorden, en die nu onze formele bondgenoten zijn. Een militaire aanval op die bondgenoten was niet uitgesloten als de Russen moeiteloos Oekraïne als vazalstaat hadden geannexeerd. Gokkers worden overmoedig bij winst. 
     In geval van zon aanval op een formele bondgenoot was een directe oorlog, ook met nucleaire wapens, het enige mogelijke antwoord van het Westen geweest. Voor ons eigenbelang heb ik liever de – voor ons althans – indirecte oorlog, zoals die nu aan de gang is. Laten we voor onszelf hopen dat die niet te lang meer duurt. En voor de Oekraïeners al zeker, want ons eigenbelang is niet de enige maatstaf.

 

* Bijvoorbeeld omdat de twee partijen boter op hun hoofd hebben

** Dat nastreven van eigenbelang kan best tegelijk het eigenbelang van andere staten ten goede komen. Dat is het principe van de internationale handel.

*** Het heeft mij wat tijd gekost voor ik begreep dat veel tegenstanders van moraliseren in de politiek niet de ethiek als dusdanig bedoelen, als wel de sentimentele, retorische variant ervan die rationele afweging verwerpt.

dinsdag 10 mei 2022

Poetins dekentje


      Op de 9-meiparade liet Poetin zich fotograferen met een dekentje over zijn benen om zich tegen de kou te beschermen. Een aantal bejaarde generaals die naast hem zaten hadden van zo’n dekentje afgezien. Je denkt meteen aan de mantel die over de schouders van Franklin D. Roosevelt hing in Yalta. Of aan de zware overjas die Gorbatsjov droeg in Reykjavik, anders dan Reagan die alleen een colbertje aan had. Roosevelt en Gorbatsjov zagen er bij die gelegenheden wat zwakjes uit. Was dat de indruk die Poetin wou geven, hij, die zich anders graag laat fotograferen terwijl hij met ontblote borst op een paard zit? Ik dacht meteen aan Charles De Gaulle die zich in 1958 klaarmaakte om, na twaalf jaar in ‘de politieke wildernis’, weer aan de macht te komen. Als hij bezoekers had deed hij alsof hij ziek was, verscheen in kamerjas, en kuchte voortdurend. Zodra zijn bezoeker weg was, veerde hij recht en begon weer energiek zijn politieke ‘comeback’ voor te bereiden.
     De wat slappe verschijning van Poetin was min of meer in eenklank met zijn ‘gematigde’ Calimero toespraak over het stoute westen dat hem tot oorlog gedwongen had? Wou Poetin dan sympathie en medelijden opwekken? Bij mij is dat in elk geval een héél, héél klein beetje gelukt. Ik weet namelijk wat het betekent om kouwe benen te hebben. Ik heb jarenlang op voetbaltribunes gezeten om vanaf de zijlijn mijn zoon op het veld aan te moedigen. Wat heb ik toen in de herfst, winter en vroege lente kou geleden! Nochtans zaten naast mij tachtigjarigen die geen krimp gaven. Zelf beschermde ik mijn romp met een flanelletje, een overhemd, twee truien, een jas en een overjas. Maar mijn benen! Als ik rechtstond was het al erg, maar als ik zat was het nog veel erger, omdat de broek dan nauw aansluit op de huid en het isolerende luchtlaagje afwezig was. Ik heb enige tijd geprobeerd het ongemak te verhelpen door een lange onderbroek aan te doen, maar dat maakte nauwelijks verschil. Uiteindelijk heb ik een goede oplossing gevonden. Ik trok boven mijn broek een waterdichte regenbroek aan. Dat hielp. 
     Over de ‘gematigde’ toespraak van Poetin nog dit. De autocraat beweerde dat Oekraïne op het punt stond om Rusland aan te vallen, met hulp van het westen. Dat is een buitennissige uitspraak die het op de Russische staatszender misschien goed doet, maar ergens anders op ongeloof wordt onthaald. Misschien bedoelde hij wel dat Oekraïne plannen had om de Krim terug te veroveren. Ook dat is niet erg geloofwaardig, en het is in elk geval ver verwijderd van de ‘existentiële’ bedreiging, waar hij enige tijd geleden over sprak, een bedreiging die dus het voortbestaan zelf van zijn land in gevaar bracht.
     Laat ik echter niet moeilijk doen, de toespraak was, naar Poetins doen, inderdaad gematigd. Nu kun je de vraag stellen of het westen dat gematigd discours niet moet beantwoorden met een even gematigde versie. ’t Is in elk geval wat Peter Mijlemans voorstelt in Het Nieuwsblad. ‘Pas als de oorlogstaal stokt, kan er echt gepraat worden.’ Ik kan dat billijken. In een conflict waar het niet de bedoeling is om Moskou in te nemen – Napoleon heeft daar slechte ervaringen mee gehad – moet er vroeg of laat onderhandeld worden, en dan kan het goed zijn om, met het oog op het psychologische steekspel dat daarbij hoort, de ene keer ferme taal te spreken en de andere keer verzoenende woorden in de mond te nemen. De verzoenende taal biedt dan ten minste de schijn van een eerbare oplossing voor beide partijen.
     Ik weet niet of Mijlemans een uitgebreide strategische en diplomatieke achtergrond heeft. Ik heb die in elk geval niet. Ik weet dus niet wannéér het tijd is voor ferme, en wannéér voor verzoenende taal. Maar het principe van afwisseling lijkt mij gezond. Varietas delectat. Alleen, net zoals je je door je eigen oorlogstaal niet mag laten meeslepen, mag je evenmin de dupe worden van je verzoenende taal. Als Poetin wil dat het westen haar wapenleveringen vermindert, zal zijn gematigde taal niet volstaan, maar zal hij troepen moeten terugtrekken. ‘Speak softly and carry a big stick,’ zei Theodore Roosevelt. Wij zijn ondertussen helaas in het stadium dat van beide kanten met de stokken geslágen wordt. Zolang Poetin met zijn stok blijft slaan, zal het westen dat vermoedelijk ook blijven doen met de hare. Alle gematigde taal en Poetins dekentje ten spijt. 

maandag 9 mei 2022

Poetin: rationeel of madman?

 


      Vandaag lees ik in Het Nieuwsblad een stuk over Abbas Gallyamov, een ex-speechschrijver van Poetin. De man voorspelt dat Poetin vandaag een nucleair ultimatum zal stellen. Ik ben benieuwd of die voorspelling zal uitkomen.
    Ik hou wel van die ex-speechschrijvers. Ik heb indertijd veel geleerd van de memoires van Peggy Noonan, een ex-speechschrijfster van Ronald Reagan. Ik haalde haar altijd aan in de klas, als ik over ‘de redevoering’ sprak. Noonan had de gewoonte om tijdens het schrijven van een speech – een karwei dat weken kan duren – urenlang jambische verzen te lezen. Dat leek mij erg slim. Een goede, moderne redevoering moet een jambisch karakter hebben. Vergelijk maar eens bij Shakespeare de redevoering van Brutus, naar het klassieke voorbeeld van Cicero, met de moderne aanpak van Marcus Antonius, die van de hak op de tak springt, maar alles mooi aan elkaar lijmt door het meeslepend metrum.
     Toch overheerste een gevoel van spijt toen ik het stuk in Het Nieuwsblad las. Het stelt de vraag in hoeverre we Poetins dreigementen als een madman strategy moeten bekijken. Ik had daar gisteren nog van alles over opgezocht om daar een stukje over te schrijven en nu is de auteur van Het Nieuwsblad, Peter Mijlemans nota bene, mij voor. Hij legt correct uit hoe Nixon tijdens de Vietnamese oorlog met opzet de indruk gaf van irrationeel en impulsief te reageren, zodat de communistische vijand zich verzoenend zou opstellen om een nucleair conflict te vermijden. Nixon verklaarde aan zijn stafchef Haldeman: ‘I call it the Madman Theory, Bob. I want the North Vietnamese to believe I've reached the point where I might do anything to stop the war. We'll just slip the word to them that, "for God's sake, you know Nixon is obsessed about communism. We can't restrain him when he's angry—and he has his hand on the nuclear button" and Ho Chi Minh himself will be in Paris in two days begging for peace.’
    Anti-Amerikaans links schreef toen gretig dat Nixon de wereld ‘op de rand van een kernoorlog’ bracht, en het was precies die indruk die de president wilden wekken. In werkelijkheid dácht hij er niet aan om een nucleaire escalatie op gang te brengen waar hij zelf het slachtoffer van kon worden. Tussen twee haakjes: Mao kon er ook iets van. Die liet herhaaldelijk optekenen dat hij niet bang was van een kernoorlog. Er waren toch – in die tijd – 600 miljoen Chinezen. Als er daarvan 300 miljoen omkwamen bleven er nog 300 miljoen over om zegevierend het socialisme op te bouwen.
     Er is aan die historische parallel één nadeel.  Terwijl we van Nixon ongeveer weten wat zich indertijd in zijn hoofd afspeelde, weten we dat niet van Poetin nu. Zijn extravagante praatjes over ‘Oekraïne bevrijden van de neonazi’s’ en zijn bespottelijk lange onderhandelingstafel lijken inderdaad die van een madman? Maar is die indruk juist? Is Poetin gek, of speelt hij voor gek, zoals Hamlet doet in dat toneelstuk en zoals Macchiavelli als wijs beleid aanprijst in de Discorsi? Er is een groot verschil tussen een kernoorlog beginnen – wat irrationeel en waanzinnig zou zijn – en een kernoorlog in het vooruitzicht te stellen – wat weliswaar gevaarlijk, maar helemaal niet waanzinnig of irrationeel hoeft te zijn.
     Professor Goddeeris, die anders wel ‘begrip’ wil opbrengen voor het Russische standpunt, heeft Poetin al verschillende keren ‘irrationeel’ genoemd. In De Standaard van 3 maart schreef hij: ‘Moskou is onverwachte dingen aan het doen … Poetin waagt zich aan een oorlog die hij niet kan winnen. Bij zoveel irrationaliteit moeten we escalatie vermijden.’
     Nou ja, onverwachte dingen… Goddeeris had de brutale agressie niet voorspeld, dat geef ik toe, maar gewezen schaakkampioen en politiek opposant Gari Kasparov voorspelde zo’n evolutie al in 2015 in zijn boek Winter is Coming. Ook is niet duidelijk waarom Poetin de oorlog niet kan – of kon – winnen. Door de westerse militaire steun aan Oekraïne is dat nù misschien zo, maar juist die substantiële westerse steun kwam nogal ‘onverwacht’. Van Amerika weet je nooit op voorhand welke reflex zal overheersen: de imperiale of de isolationistische. En wat kon Poetin van het slappe Europa verwachten? Veel geblaat en weinig wol? Ook Goddeeris had verwacht dat de ‘progressieve krachten’ – sociaaldemocraten en groenen – zich tegen wapenleveringen zouden verzetten en ze dus onmogelijk zouden maken.
     Wat Europa betreft heeft Poetin zich misrekend. Hij heeft zowel het humanitarisme als de folie des grandeurs van de Europese leiders onderschat. Dat humanitarisme, zul je zeggen, is faciel en hypocriet en die folie des grandeurs belachelijk en stuitend. ’t Is waar. Maar ondertussen doen de Oekraïense strijdkrachten er hun voordeel mee en moet Poetin op zoek naar een oplossing. Misschien kan hij zich spiegelen aan Nixon’s ‘peace with honor’, wat geloof ik, uiteindelijk op een algehele terugtrekking van zijn troepen neerkwam. ’t Is een te volgen voorbeeld.

woensdag 23 maart 2022

Medialeugens over Oekraïne



    Ik ben, zoals ik in mijn stukje van gisteren toegaf, geen dossiervreter als het op buitenlandse politiek aankomt. Ik geef mijn mening dus graag voor een betere. Maar is mijn veronderstelling fout dat de leugens vandaag vooral in de Russische media komen? Heeft men daar niet maandenlang geschreven dat de militaire maneuvers aan de grens met Oekraïne geen voorbereiding waren op een inval? En nu die inval er toch gekomen is, is er weer iets anders. De inval mag nu geen inval of oorlog worden genoemd. Er is, als je de Russische media leest, geen oorlog aan de gang, en die oorlog die niet aan de gang verloopt naar wens. Als een burgerdoelwit wordt gebombardeerd, is het altijd een gecamoufleerd militair doelwit. Als er vluchtelingen onder vuur worden genomen, dan zijn het altijd de Oekraïense troepen die op hun eigen burgers hebben geschoten.  Ik geloof daar allemaal niet veel van, vooral niet omdat het in Rusland nu bij wet verboden is om die berichtgeving tegen te spreken. 

     Nu geloof ik evenmin  alles wat Zelenski zegt. Hij herhaalde een paar keer dat er al 14.000 Russische soldaten gedood zijn. Als ik zoiets hoor, deel ik dat getal in gedachten onmiddellijk door twee. Maar in onze media wordt de Zelenski-versie ook altijd met een zeker voorbehoud gegeven. Dat betekent overigens niet dat onze media over Oekraïne helemaal neutraal zijn. In het Het Nieuwsblad van gisteren las ik over het ‘heldhaftige’ verzet van de Oekraïners. Een journalist schrijft, vind ik, beter over ‘hardnekkig verzet. Maar heel erg vind ik die woordkeuze ook niet, want eigenlijk zijn die Oekraïners wel echt heldhaftig.

     Wie in onze Oekraïne-verslaggeving - hardnekkig of heldhaftig - zoekt naar een bron van ergernis, zal die vroeg of laat wel vinden. De eerste dagen na de inval, hoorde ik op het vtm-nieuws Carolien van Nunen vanuit Moskou enthousiast vertellen dat alle Russen die ze kende zich tegen Poetin hadden gekeerd. Ik dacht toen bij mijzelf dat Carolien alleen een bepaald soort Russen kende, zoals Pauline Kael alleen een bepaald soort Amerikanen kende*. Maar ondertussen weten we dat heel veel Russen Poetin wel steunen – hopelijk alleen voorlopig – en die steun wordt door onze media niet verzwegen. 

     Waar ik verder last van heb, is het emotionele timbre van de verslaggevers ter plaatse. Dat heeft altijd al op mijn zenuwen gewerkt, gelijk welke ramp die mensen verslaan, en nu, met die bombardementen is het niet anders. Enfin, ik moet daarmee leren leven. Anderzijds, als die verslaggevers voor de camera’s verklaren dat er die nacht drie bombardementen zijn geweest, neem ik aan dat ze niet liegen, en als ze de dodentol ‘vreselijk’ vinden, wie kan ze ongelijk geven?

    Hier en daar lees ik het bezwaar dat onze berichtgeving ‘eenzijdig’ is. Ik lees het vooral bij mensen die vinden dat de toespraak van Verhofstadt op het Maidanplein in 2014 het grootste onrecht is dat het Oekraïense volk ooit is aangedaan. Dat zegt iets over hun zin voor proporties. Maar op zich genomen is het bezwaar niet helemaal onterecht. Er zullen in de jarenlange strijd tegen de separatische ‘volksrepublieken’ in Donetsk en Loehansk heus wel misdaden begaan zijn door de twee kampen. Ook kan het niet anders of er vallen in de huidige oorlog eveneens burgerslachtoffers onder de kogels van, en de bombardementen door, de Oekraïense troepen. Verder zou het mij mij verwonderen als gevangen Russische soldaten altijd netjes worden behandeld. 

     Maar, onder ons gezegd, het zou mij nog meer verwonderen als het menselijke leed dat het invallende leger nu al heeft aangericht niet vele keren erger is – in mijn Amada-tijd zou ik gezegd hebben ‘duizend keren erger is’ -  dan alles waar de Oekraïense regering rechtstreeks of onrechtstreeks verantwoordelijk voor is. Als onze berichtgeving dan eenzijdig is, dan is zelfs die eenzijdigheid tot op zekere hoogte proportioneel.
     Natuurlijk heb ik er  geen enkel bezwaar tegen als onze media lijvige dossiers of grondige reportages zouden opstellen of maken over bijvoorbeeld de wreedheden begaan door Oekraïense strijders. De waarheid heeft haar rechten. Helaas is het voor de leek vaak moeilijk om in zulke dossiers en reportages, die waarheid te vinden die bedolven wordt onder details, coïncidenties, speculaties, emoties, en al dan niet betrouwbare of al dan niet representatieve getuigenissen. Vaak heeft een mens dan geen zin om dat allemaal te gaan lezen en bekijken. En soms is dat ook niet nodig om je een mening te vormen. Er zijn van die kwesties waar de grote lijnen duidelijk genoeg zijn voor wie toe wil zien. 


 

* Mijn stukje van gisteren: zie hier.
** Over Pauline Kael: zie hier. 

dinsdag 22 maart 2022

Buitenlandse politiek vind ik moeilijk


     Toen ik zeventien was, heb ik een poosje pijp gerookt en Le monde diplomatique gekocht. Die pijp heb ik een poosje volgehouden, maar dat Franse weekblad … tja … dat stond vol met stukken die ik niet begreep, over landen die ik niet kende, waar zich problemen voordeden die mij niet interesseerden. Ik ben er snel mee gestopt. Ook toen ik in het maoïstisch milieu terechtkwam, bleef mijn interesse in vreemde landen – China uitgezonderd – beperkt. Mijn klasgenoot en beste vriend destijds vond internationale politiek de enige echt interessante. De inzet was er hoog: oorlog of vrede, hongersnood of welvaart, dictatuur of vrijheid. Ik was bij wijze van spreken meer geïnteresseerd in de kwestie van de ‘democratische school’. De school was iets wat ik kende, maar die buitenlandse politiek leek mij een te moeilijk onderwerp om zelf veel over na te denken. De studie van de Pentagon Papers en andere ingewikkelde dossiers, liet ik graag aan Ludo Martens en Patrick De Boosere over.
     Je kunt je nu afvragen: waaróm is buitenlandse politiek eigenlijk zo moeilijk? Dat komt natuurlijk omdat álles moeilijk is als je iets echt goed wil kennen of kunnen. Een perfecte tuin aanleggen is moeilijk. Een vreemde taal spreken zoals ‘native speakers’ dat doen is ook moeilijk, en áls je dat niveau bereikt, gaat het vaak ten koste van je eigen moedertaal. Wiskunde is voor wie daar geen aanleg voor heeft héél moeilijk; en wie er wél aanleg voor heeft, stoot vroeg of laat evengoed op een muur: hij moet zich specialiseren op één domein van de wiskunde om daar meer van af te weten dan zijn collega-wiskundigen, en dan moet hij aanvaarden dat hij in andere domeinen van het vak alleen nog de klok hoort luiden zonder te weten waar de klepel hangt.
     Ook is buitenlandse politiek zo moeilijk omdat het buitenland zelf ongrijpbaar blijft voor wie de broodnodige achtergrondkennis mist. Wij zijn allemaal min of meer expert in binnenlandse materies. Neem de economie. Het Bruto Binnenlands Product of de GINI-coëfficiënt van ons land moet ik telkens weer opzoeken, maar ik heb wel een ruw idee van de welvaart en de inkomensverdeling. Ik weet ongeveer  hoeveel je een poetsvrouw of een loodgieter betaalt en hoe moeilijk het is om er een pakken te krijgen. Om te weten hoe de huizen van de rijken eruitzien moet ik maar naar het meer van Keerbergen fietsen. Op de autostrada tel ik onbewust het aantal Ford Fiesta’s en het aantal Jaguars. Als Paul D’Hoore mij op de televisie iets vertelt over de levensduurte kan ik dat aftoetsen aan mijn ervaring in de winkel. Als ik lees over de stijgende of dalende werkloosheid, kan ik mij, in mijn confortabele positie van gepensioneerde, toch een voorstelling maken van het bestaan van de werkloze die samen met mij boodschappen doet in de Aldi. Ik heb een soort basisintuïtie die mij helpt om de realiteit achter de cijfers te zien.
      Dat is allemaal anders als het over het buitenland gaat. Mensen die zich storen aan mijn neoliberale en libertaire opvattingen gooien mij vaak de sociale wantoestanden in de Verenigde Staten voor de voeten. Is dát soms wat ik wil, vragen zij. Wat moet ik daar op antwoorden? – ik, die ik amper het verschil ken tussen social security, pension en welfare of tussen medicare, medicaid en health insurance. Trouwens, als ik doorvraag, blijkt meestal dat mijn gesprekspartner die verschillen ook amper kent. En zelfs als die gesprekspartner of ikzelf die zaken gaan opzoeken, kennen we eigenlijk nog alleen maar de theorie. Ik zou jaren in de VS moeten hebben gewoond om de intuïtieve expertise te verwerven waarmee de geboren Amerikaan die begrippen een plaats geeft.
     Kun je die expertise niet verwerven door vlijtig de buitenlandkatern in de krant te lezen? Ik vrees ervoor. Als ik in Spaanse krant iets lees over België, valt dat vaak vreselijk tegen. Ik krijg de indruk dat die krant over een ánder land schrijft dan dat waar ik woon. Zou onze pers dan zoveel beter zijn als zij over Spanje schrijft, of over een ander land? Zijn ónze experten zoveel beter? Ik denk het niet. Het buitenland is zo groot en onze buitenlandredacties zijn zo klein. Zo’n buitenlandredacteur kan zich niet in álle landen specialiseren. En zelfs als hij één, twee of drie landen goed kent, zal wat hij neerschrijft nog altijd het armzalige, gefilterde materiaal zijn en niet het ruwe materiaal met al zijn rijkdom van context.
     Ik schreef onlangs iets over de economie in Oekraïne. Het BBP per inwoner in dat land was in 2021, volgens het IMF, $ 4 384, dus minder dan de helft van dat van Rusland en tien keer minder dan dat van België. Maar betekent dat werkelijk dat een Rus twee keer zo rijk, en een Belg tien keer zo rijk, leeft als een Oekraïner? Ik zou het niet weten. Zo’n BBP is interessant maar zegt niet alles. Het voorbeeld is bekend: als ik het gras maai in mijn tuin en mijn buurman doet hetzelfde in zijn tuin, dan gebeurt er niets met het BBP; mocht ik echter het gras van mijn buurman maaien, en hij maaide mijn gras, en we betaalden elkaar, dan ging het BBP wel omhoog. Nu ken ik ongeveer de grasmaai-toestand in onze wijk maar ik heb geen idee wat de Oekraïners met hun gras doen, en met al de rest.
    Je kunt dat gebrek aan achtergrondkennis van een vreemd land proberen te compenseren door reisverslagen te lezen, televisiereportages te bekijken, of door dat land te bereizen. Maar reisverslagen lees ik niet zo graag, televisiereportages vind ik vaak te belerend; en reisformules waarbij je overnacht bij de plaatselijke bevolking zijn mij te avontuurlijk. Zo blijft het buitenland natuurlijk een onbekende. En als de verschillende onderdelen van dat buitenland met elkaar slaags raken – wat men ‘oorlog’ noemt – dan begrijp ik er al helemaal niets meer van, want zulke conflicten spelen zich af in een ander moreel universum dan dat van mij en mijn omgeving. Daar zou ik eens een ander stukje over moeten schrijven.

zondag 13 maart 2022

Zou een Russische annexatie erg zijn voor de Oekraïense bevolking?

     Bij experts kom ik allerlei zaken te weten over geostrategie waar leken zoals ik geen kaas van hebben gegeten. Wat heeft Poetin toen en toen en toen gezegd? Hoe zijn zijn vorige militaire acties verlopen? Hoe zit dat met de betrekkingen tussen Rusland en China? Ik lees dan die gestoffeerde stukken over de krijgskansen, over risico op escalatie en over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van een diplomatieke doorbraak. ’t Zijn stukken waarin de feiten aangevuld worden met speculatie – vaak niet meer dan ‘educated guesses’, maar dat is nog altijd beter dan feitenvrije speculatie en ‘ignorant guesses’.
     Daar tegenover staat dat de leek vragen durft stellen waar de geostrategische expert zijn neus voor ophaalt. Gerard Bodifee stelde onlangs de vraag of een mens het morele recht heeft om een soldaat van een invallend leger dood te schieten. Ook over díe soldaat zingt Willem Vermandere immers dat hij altijd iemands vader is (wat niet waar is) en altijd iemands kind (wat wél waar is, zelfs als het om een wees gaat). Het antwoord van Bodifee is geloof ik dat je die soldaat niet mag doodschieten, behalve als hij een weerloze vrouw probeert te verkrachten of op eigen initiatief aan het moorden slaat.
      Mijn Facebookvriend Michel Berger stelt een nog veel interessantere vraag. Hoe erg zou het eigenlijk zijn als Oekraïne onder controle komt van de Russen, niet voor het geostrategisch evenwicht, maar voor het belang van de gewone Oekraïense burger? Ik laat Michel even aan het woord.

“Dat er Oekraïners zijn die niet onder Russisch gezag willen leven is een feit. Er zijn er die dat niets kan schelen en er zijn er die dat willen. Het is ook een feit dat grote delen van de wereld onder Russisch gezag leven en geleefd hebben (dat laatste onder een regime dat vele malen nietsontziender was voor de eigen burgers dan het huidige). Kortom, dat Oekraïne terug onder Russisch gezag zou vallen is misschien vanuit democratisch oogpunt te betreuren maar hoeft niet erger te zijn dan dat al die Chinezen zuchten (doen ze dat?) onder Xi Yinping. Langer verzet kan alleen maar meer dode Oekraïners opleveren, meer verwoesting van hun infrastructuur … ?”

     In zijn film Love and Death – een parodie op Oorlog en vrede – laat Woody Allen een Russiche sergeant zijn troepen als volgt toespreken: ‘Imagine your loved ones conquered by Napoleon and forced to live under French rule. Do you want them to eat that rich food and those heavy sauces? Do you want them to have soufflé every meal and croissants?’ De soldaten antwoorden luidkeels: No! Die Russische sergeant doet denken aan de ‘What have the Romans ever done for us’-sketch van Monthy Python, over hoe de Joden onder de Romeinse bezetting te lijden kregen van … aquaducten, sanitaire voorzieningen, een puik wegennet, betere geneeskunde en vrede. Los van de satire is het verhelderend om oorlog en bezetting te benaderen vanuit de prozaïsche vraag: wat zijn de alledaagse gevolgen voor de burger?
    Dus – welke alledaagse gevolgen mogen de Oekraïners verwachten van een halve of hele Russische annextie? Wat hebben ze te verliezen? Hun welvaart? Maar in BBP per inwoner gerekend zijn de Oekraïners twee keer zo arm als de Russen. Hun vrijheid? Maar op de vrijheidsindex scoort Oekraïne amper beter dan Rusland (6.86 tegen 6.23)*. Hun nationale onafhankelijkheid? Maar zo’n verlies kun je vergelijken met jeuk: je voelt het vooral als je eraan denkt. Zo zijn er, naast Vlamingen die zuchten onder de onnatuurlijke unitaire staatsstructuur, ook veel anderen die daar nooit aan denken.
     Dat is allemaal wel waar. Ik wil evenwel niet al te vlug zaken als welvaart, vrijheid en onafhankelijkheid afdoen als een kwestie van graadverschillen of inbeelding. Een economische integratie in het Westen zou de Oekraïners op middellange termijn ongetwijfeld meer welvaart brengen dan een oriëntatie op de noordelijke buur. En misschien is die vrijheidsindex niet zo nauwkeurig – Oekraïne kent ten minste verkiezingen die af en toe een
ándere regering aan de macht brengen dan de vorige, wat in Rusland al lang niet meer het geval is, als het ooit zo is geweest.
     Ook zou de misschien lage Oekraïense vrijheidsindex nog veel lager worden als het land bezet wordt en een regimewissel wordt opgelegd. 
In 2014 kwamen de Oekraïners op straat tegen het Janoekovytsj toen die terugkwam op zijn belofte om een vrijhandelsakkoord te sluiten met de Europese Unie en zich wou integreren in de Euraziatische Economische Unie die Poetin wou oprichten. Janoekovytsj was weliswaar democratisch verkozen, maar manifestaties tegen een verkozen regering zijn een courante praktijk in landen die hoog op de vrijheidsindex scoren. De politie heeft toen 108 mensen gedood. We moeten er niet aan denken wat er onder een nieuwe Janoekovytsj zou gebeuren bij pogingen om antiregeringsdemonstraties te houden.
     We kunnen het ook anders verwoorden. Nationale onafhankelijkheid is meer dan alléén een idee; in het geval van Oekraïne, waar bij een in 1991 gehouden referendum een meerderheid van 92,3 % zich uitsprak voor het verlaten van de Russische Federatie, is onafhankelijkheid ook een noodzakelijke voorwaarde om zaken zoals welvaartsgroei en meer vrijheid te garanderen.
     Als de Oekraïeners hun verzet verderzetten, zullen de onmiddelijke verliezen in mensenlevens, infrastructuur en comfort erg groot zijn. Misschien kunnen ze later de vruchten van dat verzet plukken als ze de invaller verslaan. We zouden die vruchten – vrijheid en welvaart – kunnen afwegen tegen die verliezen. Zo’n afweging zou enige speculatie vergen, maar er zullen wel experts rondlopen die dat voor ons willen doen. Zelf stel ik mij echter een andere vraag,  namelijk of mensen in het werkelijke leven op die manier voor- en nadelen afwegen. Orwell, in zijn essay ‘New Words’, dacht van niet. 

 ‘Het hele Westerse denken sinds de eerste wereldoorlog nam impliciet aan dat mensen niets anders wensen dan zekerheid, een gemakkelijk leventje, en zo weinig mogelijk pijn. In zulke visie is geen plaats voor patriottisme en militaire deugden … Maar Hitler voelt in zijn eigen vreugdeloze geest zeer goed aan dat mensen niet alleen confort willen, zekerheid, kortere werktijden, hygiëne, gezinsplanning en, meer algemeen gesproken, gezond verstand. Mensen willen, minstens af en toe, ook strijd en zelfopoffering. Terwijl het socialisme en het kapitalisme tegen de mensen zeiden: ‘Wij beloven u een fijn leven’, zei Hitler: ‘Ik beloof u strijd, gevaar en dood’, en als gevolg daarvan wierp een hele natie zich aan zijn voeten.’

         Wellicht stelt Orwell de zaken wat te scherp. Maar het is opmerkelijk dat Hitler slechts kon worden verslagen toen hij aan de overkant met eenzelfde mentaliteit te maken kreeg, de mentaliteit van ‘I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat’. Dat is de mentaliteit van Zelensky en van vele Oekraïners nu. Of het voldoende is voor een overwinning is helemaal niet zeker. Of het een reden is om toegevingen te weigeren evenmin. Maar zeker is wel dat ik die mentaliteit liever zie bij mensen die hun land verdedigen dan bij mensen die een ander land aanvallen. 

 

* Voor BBP zie hier en voor Freedom Index zie hier. Overigens is de vergelijking van de BBP’en van Rusland en Oekraïne misleidend omdat in dat eerste land een veel groter deel van het inkomen bij de rijksten terechtkomt. Rusland heeft een Gini-coëfficiënt van 37,5, waar Oekraïne er een heeft van 26,6. Zie hier.

vrijdag 11 maart 2022

'Laffe schijtluis'


     Ik heb, in de zeven jaar dat ik op Facebook vertoef, nog nooit iemand ‘ontvriend’. Ik heb er helemaal niets op tegen dat anderen dat doen, maar zelf doe ik er niet aan. Als iemand iets schrijft waar ik het niet eens mee ben, verplicht mij dat om na te denken. Soms vind ik geen tegenargument en zwijg ik. Soms vind ik wel een tegenargument en dat plaats ik dan zo snel mogelijk om te zien of daar een nieuwe reactie op komt. Misschien blijkt wel dat mijn tegenargument toch niet zo goed was als ik dacht, of dat ik iets over het hoofd heb gezien. Dat kan altijd.
     Het is altijd zo geweest: ik discussieer graag, liever dan bijvoorbeeld in de tuin te werken. Stel ik echter vast dat mijn opponent niet eerlijk discussieert, dan zwijg ik weer, een beetje verongelijkt. Mijn opponent denkt dan misschien dat  mijn valabele argumenten uitgeput zijn. Dat zijn ze in zeker zin ook. Als met een argument geen rekening wordt gehouden is het in zekere zin ook niet valabel.
     Iets anders is de kwestie van onbeschofte reacties. Daar reageer ik meestal niet op, of alleen strikt inhoudelijk. Temperamenten zijn nu eenmaal verschillend. En achter een toetsenbord nemen mensen soms een andere persoonlijkheid aan dan ze face to face aannemen. Ik heb in mijn jonge jaren een zekere M. gekend. Dat was een hele lieve, attente jongen. Maar zette je hem achter een typmachine, dan kwamen op het blad papier, in het kader van een polemiek, de grofste beledigingen terecht. 
     Er zijn natuurlijk reacties die zó onbeschoft zijn dat niet reageren in de buurt komt van eerloosheid. Maar ik zie op tegen de moeite van dat reageren. Ik zou dan moeten nadenken of een bepaalde onbeschoftheid de grens van het toelaatbare overschrijdt, of ze is uitgelokt, en hoe ik in andere gevallen op een vergelijkbare onbeschoftheid heb gereageerd – want ik wil rechtvaardig blijven. Dat heb ik er allemaal niet voor over.
     Gisteren had ik enkele notities geplaatst over de oorlog in Oekraïne. Ik was blij dat het Westen eendrachtig antwoordde op de Russisiche agressie, maar tegelijk vroeg ik mij af hoe ver die reactie kon gaan. Het instellen van een No Fly-zone boven Oekraïens grondgebied, met Navo-straaljagers die Russische bommenwerpers uit de lucht schieten, dat leek mij een te groot risico, met name vanwege de kans op een nucleaire vernietigingsoorlog. Daar zouden de Navo-landen zelf, en hun burgers – waaronder ikzelf en mijn gezin – het slachtoffer van kunnen worden. Iemand noemde mij toen op FB een ‘laffe schijtluis’. Ik heb die jongen niet geblokkeerd, en, als het een FB-vriend was geweest, had ik hem niet ontvriend. 
     Het zit namelijk zo. De woordkeuze was misschien wat heftig, maar er zat een flard van waarheid in. Je eigen veiligheid en dat van je gezin vooropstellen kan misschien verstandig en voorzichtig zijn, maar het ís ook een beetje laf. Ten tweede ken ik die jongen niet die mij die ruwe woorden toevoegt. Misschien is het een held achter het toetsenbord, maar voor hetzelfde geld staat hij op punt om naar Oekraïne te vertrekken om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Of misschien heeft hij in het verleden, met gevaar voor eigen leven, iemand uit het water gehaald, uit een brand gered of tegen een mesaanval beschermd. Dan heeft hij enig recht van spreken.
     En dan is er nog de utilitaire afweging. Het kan bijna niet anders of de heftige FB-er heeft aan die belediging meer plezier* beleefd dan ikzelf eronder geleden heb. Ik zal niet ontkennen dat sommige beledigingen mij verdriet kunnen doen. Onlangs noemde iemand mij, met opgaaf van redenen, een ‘tsjeef’. Ik vond dat onrechtvaardig, maar het prikte toch even. Maar er zijn er ook veel beledigingen die van mij afglijden als water van een eend. Ik zou mijzelf belachelijk vinden als ik dan in die gevallen een verontwaardiging voorwendde die ik niet voel. 


* Zoveel plezier zelfs dat hij de scheldwoorden nog een keer herhaalde op mijn weblog.

donderdag 10 maart 2022

Nucleaire escalatie en andere Oekraïne-notities



(1) Ook bij lui die Poetin niet lusten, hoor je dat de Oekraïners beter hun verzet kunnen staken en dat het Westen in elk geval beter zijn steun aan dat verzet staken. Voor die houding bestaan  drie redenen: (1) internationaal evenwicht: de eisen van Poetin zijn niet onredelijk en in elk geval begrijpelijk; (2) humanitarisme: er komt op die manier een einde aan de slachtpartij in Oekraïne; (3) eigenbelang: de onmiddellijke kans op een nucleaire escalatie waar we zelf bij betrokken zijn verdwijnt. Het is moeilijk uit te maken wanneer in welke mate de eerste twee redenen een rationalisatie zijn van de derde. 

 
(2) De humanitaire reden weegt zwaarder als men inschat dat de Oekraïners de oorlog niet kùnnen winnen of, nog scherper, dat de Russen de oorlog niet kunnen verliezen. Dan wordt het een afweging tussen enerzijds enkele duizenden doden en een Oekraïense capitulatie, en, anderzijds vele tienduizenden doden en een Oekraïense nederlaag. 

 
(3)  Ik ben erg ontvankelijk voor zulke utilitaire overwegingen waarbij aantallen potentiële slachtoffers vergeleken worden. Burgers die tijdens de tweede wereldoorlog bij het verzet gingen, hadden dat minder. Hun verzet, schrijft Karel van het Reve ergens, had een meer ‘metafysische’ strekking. Dat geldt wellicht ook voor vele Oekraïners van nu. En het gold, geloof ik, ook voor Hitler. Die voerde, als je hem leest, ook oorlog om ‘metafysische’ redenen.

 
(4) De reden van eigenbelang weegt zwaarder door als men inschat dat de kans op een nucleaire escalatie erg groot is. Hoezeer ik ook aan de kant sta van de Oekraïners – helaas zoals het Vaticaan: zonder divisies* – ik heb er geen wereldconflict voor over. Maar als het gaat om een héél, héél kleine kans, dan is dat wat anders. 

 
(5) Het berekend risico dat het Westen nu neemt, is voor mijn zenuwachtige temperament nog net aanvaardbaar: economische boycot van Rusland en militaire steun aan Oekraïne. Maar een No-Fly zone boven Oekraïne handhaven, zoals door Zelensky gevraagd wordt, en waarbij Russische vliegtuigen worden neergeschoten door Navo-straaljagers? Dàt gaat mij te ver, zelfs al laat Poetin elke dag een kinderziekenhuis bombarderen. Ik zou mijn keuze kunnen verantwoorden met goede utilitaire of humanitaire redenen, maar dan zou ik mijzelf voor de gek houden. Het is het eigenbelang dat spreekt. Wij wonen hier niet al te ver van het Navo-hoofdkwartier.

 
(6) Je kunt de reden van eigenbelang ook lafheid of eerloosheid noemen. Liever blode jan dan dode jan. De dichter Archilochus, in de zevende eeuw voor Christus, vertelt zonder gêne dat hij in de strijd zijn schild had weggegooid om sneller te kunnen vluchten. Je kon altijd een nieuw schild kopen, zei hij, en dat zal niet slechter zijn dan het vorige. Liever zónder schild dan óp het schild.

 
(7) Om op de kansberekening terug te komen. Volgens Pascal moet je in God geloven, en wel in zijn versie van een nogal strenge God, zodat je een betere kans maakt om een oneindige beloning te krijgen in de hemel en een oneindige straf te ontlopen in de hel. Die oneindige grootheden van beloning en straft zijn voldoende, zegt Pascal. Dan moet je, zelfs als de kans héél klein is dat die God bestaat, toch in Hem geloven. Geldt de redenering ook voor de Oekraïne-oorlog? Is de wereldvrede een oneindig goed en een derde wereldoorlog een oneindig kwaad? Als dat niet het geval is moeten de kansen worden afgewogen, zoals bij elk gokspel zónder oneindig grootheden.

 

(8) Dat elke Westerse steun aan Oekraïne de kans op een nucleaire escalatie al was het maar een beetje verhoogt, kan niet worden ontkend. Maar ‘niets doen’, zoals dat heet, houdt ook risico’s in. Dan wordt Poetin misschien driester en valt hij de volgende keer een naburig Navo-land aan, waarbij de kans op een nucleair conflict weer veel groter wordt dan ze nu is.

 

(9) Als je élke kans op nucleaire escalatie wilt vermijden, moet je élke waanzinnige eis van élk land met kernwapens inwilligen zodra die eis gesteld wordt. Zo’n radicaal pacifisme is niet werkbaar. Het ligt niet in de menselijke natuur, noch van de politici, noch van de burgers. 


* Zie hier.

vrijdag 4 maart 2022

Oekraïne - notities


 

(1) Ik wilde eerst een stukje schrijven over cynisme in de buitenlandse politiek, en waarom dat cynisme daar een noodzakelijke ingrediënt van is, zij het niet het enige. Maar zo’n stukje zou zelf half cynisch zijn, en misschien is het daar nu niet het goede moment voor. Op televisie zie ik beelden van vrouwen, kinderen en bejaarden die vluchten, terwijl de mannen achterblijven. Ik hoor de getuigenissen van Oekraïense burgers die bereid zijn, met inzet van hun leven, te vechten tegen de Russische overmacht. Ik word dan bevangen door bewondering voor zoveel moed, en gekweld door schaamte omdat ik in dezelfde omstandigheden die moed misschien niet zou kunnen opbrengen. 

 

(2)  Op Facebook lees ik nogal wat reacties van degenen die zich aan de kant van Oekraïne scharen en van anderen die begrip hebben voor Poetins inval. De eersten zijn boos en dreigen ermee alle Poetinisten te ontvrienden; de anderen vragen begrip voor de twee kanten van het verhaal, dat ‘niet zwart-wit’ is, en niet samenvalt met ‘wat in de Westerse media wordt verteld.’ Ik zal niemand ontvrienden, en niets in de wereld is ‘zwart-wit’, maar ik hecht in deze meer geloof aan de Westerse media dan aan de Russische*. 

 

(3) Onder de halve en hele poetinisten zijn opvallend veel Vlaams Belangers. Ik maak hen er graag attent op dat Tom Van Grieken een ander geluid laat horen. Ik citeer: ‘Het Oekraïnse volk is een moedig volk dat onze steun verdient tegen de agressie van Poetin.’ Van Grieken weet nogal goed wat er leeft onder de ‘brede bevolking’.

 

(4) Wat is er erger? Sympathisanten van Oekraïne die, vanachter hun veilige computerklavier, stoere taal gebruiken om de Oekraïense strijders aan te vuren, of hun tegenstanders die, eveneens vanachter hun veilige computerklavier, verklaren dat het Oekraïense verzet, en de Westerse steun aan dat verzet, alleen kunnen leiden tot een langer conflict, en dus tot nog meer slachtoffers? Het eerste is een geval van plaatsvervangende moed, het tweede van plaatsvervangende lafheid. Het eerste is een beetje belachelijk, het tweede een beetje verachtelijk. De Oekraïeners die vechten zijn geen van de twee. 


(5) Terloops zij opgemerkt dat mijn eigen computerklavier ook erg veilig is, behalve als onze poes erop gaat liggen terwijl ik aan het typen ben, of als hij er met zijn pootjes over loopt en rare toetscombinaties aanslaat.

 

(6) Wie nationalistisch is ingesteld heeft een goede reden om de Oekraïeners te steunen, met name het heilige zelfbeschikkingsrecht van de volkeren**. Wie niet nationalistisch is ingesteld, heeft een nog betere reden om de Oekraïners te steunen, met name het respect voor de heilige staatsgrenzen, omdat die grenzen het middel zijn waarmee oorlogsgevaar bezworen wordt.

 

(7) De spontane opvang van de Oekraïense vluchtelingen in huisgezinnen dwingt ook al mijn bewondering af. Ik zie het mijzelf niet doen. De reactie van N-VA daarop vind ik, met alle sympathie, ongepast. De partij pleit voor opvang in asielcentra. ‘Opvang bij burgers is mooi, maar zou pas de allerlaatste optie mogen zijn.’ Welnee, het zou de allereerste optie moeten zijn. Je ziet de frustratie van een partij die eerst twee jaar geen oppositie kon voeren door corona, en nu weer hetzelfde scenario ondergaat met een internationaal conflict dat een slappe vod als Decroo de mogelijkheid biedt om te spreken als een Griekse veldheer. Maar ’t is geen excuus. Opvang bij burgers is mooi. Punt. Geen ‘maar’.

 

(8) Op de radio hoorde ik vanmorgen een vrouw met een aangename stem uitweiden over de solidariteit met de Oekraïense vluchtelingen die zo veel groter was dan die met Syrische, Iraakse en Afghaanse vluchtelingen. De vrouw met de aangename stem – ik had ondertussen begrepen dat het Rachida Lamrabet was*** – scheen te denken dat die grotere solidariteit alleen te maken had met het verschil in huidskleur van de vluchtelingen. Met racisme dus. Die huidskleur en dat racisme zullen er  ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het moet voor Rachida toch niet moeilijk zijn om vier, vijf of zes andere verschillen te vinden die niets met racisme te maken hebben.

 

(9) Ik heb eergisteren een lijstje gemaakt met 12 argumenten tégen de steun aan Oekraïne. Ik ben ondertussen maar één nieuw argument tegengekomen: door Westerse invloed is de landbouw in Oekraïne grootschaliger geworden, met genetisch gemanipuleerde gewassen tot gevolg, en megastallen waar de dieren slecht behandeld worden.

 

(10) Hier en daar lees ik dat de cynische machtspolitiek van Poetin verklaard kan worden als een reactie op de cynische machtspolitiek van het Westen in Servië, Irak, Libië en Syrië, en tegenover Rusland zelf. Ik weet niet of al die kwesties vergelijkbaar zijn. Dat mogen geopolitieke experts uitmaken. Maar had Poetin echt het Westen nodig, als trigger of als voorbeeld, om van een kwetsbare romanticus te vervellen tot een cynische botterik? En is de droom van een Groot-Russich rijk al niet véél ouder dan de uitbreiding van de Navo met enkele oostelijke en noordelijke staten? 

 


* Hoe betrouwbaar is de pers in een land waar journalisten en burgers 15 jaar cel kunnen krijgen voor het ‘verdraaien van het doel en de taken van de Russische strijdkrachten.’


** Zij het met nuances aangaande de Krim en de Donbas die ook weer recht hebben om zelfbeschikking.

*** Over Rachida Lamrabet, zie ook mijn stukje hier. 

woensdag 2 maart 2022

Redenen om Oekraïne te steunen



     De kop van dit stukje is misleidend, aangezien ik hier eigenlijk alleen redenen heb verzameld om Oekraïne niet te steunen. Maar aangezien die redenen niet de mijne zijn, heb ik het ontkennend bijwoord weggelaten. Als mijn blogstukje op Facebook of Twitter verschijnt, ziet de lezer in eerste instantie alleen de kop van het stukje. De lezer die niet doorklikt zou dan kunnen besluiten dat ik een halve of een hele Poetinist ben, quod non. 
     Ik beperk mij tot het opsommen van redenen die ik hier en daar tegenkwam, vooral op sociale media. Enkele redenen heb ik niet opgenomen omdat ze vertrekken van een te belachelijke premisse, of omdat ze, als de premisse wél plausibel is, toch op geen enkele manier een reden opleveren om aan Oekraïne onze steun te ontzeggen.
     Hier gaan we.

  1. Oekraïne ligt traditioneel in de Russische invloedssfeer.
  2. De Oekraïense regering heeft zich schuldig gemaakt aan schending van de mensenrechten tegenover de Russisch sprekende minderheid.
  3. De regimes in Rusland en Oekraïne zijn allebei even corrupt en autocratisch.
  4. Een grootmacht heeft het recht om zich tegen een vijandelijke omsingeling te beschermen met een bufferzone.
  5. Steun aan Oekraïne zal het conflict langer doen aanslepen, met meer slachtoffers als gevolg. Uiteindelijk wint Poetin toch.
  6. Steun betuigen in woorden is een goedkope vorm van internationale ‘deugpronkerij’.
  7. Steun betuigen in daden kan leiden tot internationale escalatie en zelfs tot een wereldoorlog.
  8. Economische sancties (a) hebben nooit gewerkt, (b) hebben een omgekeerd effect op narcistische leiders, (c) treffen vooral de gewone burgers, en (d) zorgen ervoor dat die zich nauwer aansluit bij hun leider.
  9. Poetin biedt een sociaal-cultureel alternatief tegenover de politiek-correcte koers van de decadente Europese elites.
  10. Het Westen heeft Poetin vernederd door oude Russische bondgenoten en vazalstaten op te nemen in Westerse allianties, en doet dat nu opnieuw door Oekraïne te steunen.
  11. De basisregel in internationale politiek moet zijn: jezelf beschermen en je niet moeien met conflicten tussen derde partijen. 
  12. Door één van de partijen te steunen verspeelt Europa de kans om bemiddelend op te treden. 
     Sommige van de hierboven opgesomde redenen zijn tegenstrijdig. Wie consistent wil pleiten tégen steun voor Oekraïne kan dus onmogelijk alle redenen tegelijk gebruiken. De redenen zelf zijn overigens van verschillende aard. Sommige redenen bevatten een feitelijke bewering (1, 2 en 3). Andere rusten op een causale speculatie (5, 7, 8), een appreciatie (9, 10), een ethisch oordeel (6) of een algemene opvatting over internationale politiek (4, 11, 12). En in de meeste gevallen lopen feiten, speculatie, appreciatie, ethiek en politiek door elkaar. Bovendien blijft altijd de vraag open of de premisses voldoende zijn om over te gaan tot de conclusie om Oekraïne niet te steunen.
     ’t Is dus allemaal behoorlijk ingewikkeld, en dan ben ik nog niet begonnen aan de redenen om Oekraïne wél te steunen, zoals bijvoorbeeld die andere basisregel dat een soevereine natie nooit een andere soevereine natie mag aanvallen. In die omstandigheden zullen de meeste mensen partij kiezen – of geen partij kiezen – door te vertrrouwen op hun emoties, hun empathie, hun temperament en hun diepgewortelde vooroordelen. Bij mij leidt dat tot: steun aan Oekraïne. Ik doe dat met een geruster geweten als ik eerst de tegenargumenten even overlopen heb. Maar over de vraag hoe vèr die steun moet gaan en welke vorm ze moet aannemen*, daar denk ik liever niet te veel over na.

* Zie daarover het erg interessante artikel van Lode Goukens op de site van Doorbraak, of anders op de Facebookpagina van Boudewijn Bouckaert waar het stuk is overgenomen.