Posts tonen met het label Donbas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Donbas. Alle posts tonen

zondag 17 juli 2022

Oekraïne - ethiek en sentiment. Vijf bedenkingen


1.    Onder de talrijke slachtoffers van een oorlog zijn er altijd die een grotere sentimentele waarde krijgen. Voor mijzelf hebben ze vooral feitelijke waarde. De bloedbaden van Kafr Quasim (1956) en My Lai (1968) bewijzen twee dingen die ik al wist: ‘war is hell’, en de Israëli’s en Amerikanen zijn, net als andere mensen, tot de ergste wreedheden in staat. Zij maken mij echter niet noodzakelijk een tegenstander van Israël en Amerika, of een voorstander van de Palestijnen en de Vietnamese communisten. 

2.   Hetzelfde geldt voor het bloedbad van Odessa (2014), met tientallen pro-Russische activisten die levend verbrand raakten, en dat van Boetsja (2022), waar honderden Oekraïense lijken werden gevonden. Mijn houding tegenover Moskou en Kiëv zal van meer zaken afhangen*. 

3.   Algemener. De symboolwaarde van bepaalde misdaden verhoogt zeker mijn morele verontwaardiging. Maar die geeft mij niet het recht om al de rest te vergeten: de duizenden andere slachtoffers, de verschillende verantwoordelijkheden, enzovoort. Die iconische misdaden zijn ook onvoldoende om neutraliteit in een conflict tot de enige mogelijke keuze te decreteren.

4.   Mensenrechtenorganisaties zijn wél aan zichzelf verplicht om neutraal te blijven. Amnesty International pleit ervoor om zowel de misdaden begaan door de Oekraïense als door de Russische en separatistische troepen en milities te onderzoeken. Amnesty heeft al verschillende keren onderzocht hoe de twee partijen de eigen misdaden proberen te verbergen maar ook die van de andere partij te overdrijven. De organisatie geeft het voorbeeld van Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Als in 2014 bij Komunar in de Donetsk een graf wordt gevonden met vier gedode burgers, maakt hij daar een massagraf met vierhonderd lijken van (zie hier).

5.   De westerse pers doet zeker mee aan eenzijdige sentimentele verontwaardiging, al doet ze in haar berichtgeving vaak ook een poging om kort de Russische versie weer te geven. De Russen, als direct betrokken partij, gaan in hun sentimentele eenzijdigheid veel verder.  Al vele jaren zie je in Moskou langs de straten en in de winkels foto’s van in de Donbas omgekomen kinderen - alsof de separatisten in dat gebied géén kinderen doden. Het is dat soort foto’s dat er mee voor gezorgd heeft dat de Russische man in de straat de oorlog steunt. De ethiek van de man in de straat is overal sentimenteel, maar in het land van Dostojevski nog meer dan ergens anders geloof ik.

 

* Zie mijn stukje hier. 

zaterdag 7 mei 2022

Professor Goddeeris over Poetin


    
 Deze week kreeg ik weer een portie professor Goddeeris op mijn bord. Op 2 mei zat hij in het panel van ‘De Afspraak’ en op 4 mei stond een interviewtje met hem in Het Nieuwsblad. Goddeeris is, naar eigen zeggen, geen ‘Poetinsupporter’, maar wel iemand die ‘begrip’ vraagt voor het Russische standpunt. Verder wil hij dat het westen in de Oekraïense kwestie stopt met de confrontatie op te zoeken, kiest voor dialoog en onderhandeling, bemiddelend optreedt en alle wapenleveringen stopzet.
     De argumentatie van Goddeeris vind ik weinig overtuigend, en zijn woordkeuze is ongelukkig. Ik wil best een poging doen om de motieven van Poetin te ‘begrijpen’, ook als die worden toegelicht door iemand als Goddeeris, maar daarom moet ik voor die motieven nog geen ‘begrip opbrengen’. Goddeeris beweert dat de Russische inval in Oekraïne ‘niet zonder aanleiding’ gebeurde. De aanleiding was, nog altijd volgens Goddeeris, dat Oekraïne lid wilde worden van de Navo. Goed, dan is dat de aanleiding. Maar is het ook een goede aanleiding? Zelf zag ik tot voor kort geen reden waarom Oekraïne bij de Navo moest komen, maar sinds Poetins aanval zie ik de reden maar al te goed. Een buurland van Rusland dat geen lid is van een internationale alliantie, is voor Poetin loslopend wild, en al zeker als het in het verleden ooit tot Rusland of tot de Sovjet-Unie behoorde.
    Goddeeris pleit voor een ‘bemiddelende rol’ van het westen. Maar dat voorstel past slecht bij zijn eigen analyse. Volgens Goddeeris zoekt Zelenski naar een compromis door voor zijn land een neutraal statuut te overwegen, terwijl het westen, bij monde van Boris Johnson het extreme standpunt inneemt ‘dat Rusland uit Oekraïne moet verdwijnen’. Je duizelt bij zoveel absurditeit. Ten eerste zijn de aangehaalde standpunten – neutraal statuut, Rusland weg uit Oekraïne – niet tegenstrijdig. Ten tweede is het standpunt van Johnson helemaal niet extreem – wil Goddeeris dan dat Rusland blijft?* –, en ten derde ziet iedereen dat het Zelenski is die het westen aanvuurt en niet het westen Zelenski. Straks gaat Goddeeris nog beweren dat het westen zijn wapenleveringen aan Zelenski ‘opdringt’. Ten slotte, als Goddeeris toch gelijk heeft – dat Zelenski de gematigde partij, en het Westen de extreme partij is – dan is het Zelenski die bemiddelend zal moeten optreden.
     Goddeeris wordt geprezen door een aantal gelijkgezinden om de intellectuele moed waarmee hij zijn standpunt verdedigt. Maar er zijn verschillende soorten van intellectuele moed. Een soort bestaat erin om iets anders te zeggen dan wat de meerderheid zegt. Die eigenschap heeft Goddeeris inderdaad. Een andere soort bestaat erin om niet te veel om de hete brei heen te draaien en te zeggen waar het op staat. Daar is hij veel minder sterk in. In ‘De Afspraak’ kwam het tot een discussie met professor De Grauwe die hem verweet de appeasement politiek van de jaren 30 tegenover Hitler te imiteren. Door de dialoog met Hitler na te streven heeft men indertijd zijn oorlogsplannen aangewakkerd, en dat zou nu met Poetin ook gebeuren, aldus De Grauwe. Goddeeris antwoordde met een verwijzing naar de Eerste Wereldoorlog en het boek van Christopher Clark dat liet zien dat men toen door gebrek aan dialoog als slaapwandelaars de oorlog tegemoet liep.
   Wat biedt de beste historische parallel om de Oekraïnse toestand te benaderen: de Eerste of de Tweede Wereldoorlog? Is de roep om dialoog een uiting van diplomatiek evenwichtstreven, of is het angst om een gevaarlijke en onberekenbare pestkop iets in de weg te leggen? Op zeker ogenblik in het debat verliet Goddeeris, nogal inconsequent, de parallel van de Eerste en ging over naar de Tweede Wereldoorlog. Hij verwees naar de beroemde vraag van eind de jaren dertig: Mourir pour Dantzig?** Was het de moeite om een wereldoorlog te riskeren alleen om Dantzig/Gdansk bij Polen te houden en uit de klauwen van Hiter? ‘Vandaag,’ zei Goddeeris, ‘kunnen we de vraag stellen: Mourir pour Kiev?’
     Inderdaad, ’t is een belangrijke vraag, en het antwoord ligt ook voor mij niet voor de hand, vooral gezien de nucleaire dreiging die er nu bij is gekomen***. Maar ’t is beter de zaken duidelijk te stellen in plaats van praatjes te verkopen over ‘begrip voor de Russische positie’, de ‘aanleiding voor de inval’ en het ‘gestook van het westen’. Dat geldt ook voor de wollige taal over ‘dialoog in plaats van wapenleveringen’, ‘geweldloosheid en overleg’ en ‘beëindigen van de polarisatie’. Ik wil de moed van de Oekraïners niet onderschatten, maar zonder de Westerse militaire hulp wacht hen een spoedige nederlaag. Het zal mij benieuwen of Poetin na een Oekraïnse nederlaag nog veel interesse zal hebben voor ‘dialoog’ en ‘overleg’. Waarom wil Goddeeris die waarheid niet onder ogen zien? En als hij pleit voor ‘onderhandelen’ en ‘toegeven’, bedoelt hij dan iets anders dan een volledig capitulatie voor de Russische eisen: permanente seccessie van de Krim, van de volledig Donbas, van de veroverde gebieden, en een neutraal statuut dat de deur openlaat voor nieuwe ‘speciale operaties’?
     Vergeleken met het gebabbel, gedraai en geklets van Goddeeris is het rechtlijnige discours van Mark Elchardus een verademing. Hij stelt ongeveer hetzelfde voor, maar zonder vergoelijking en zonder mooie woorden. West-Europa moet zich uit het conflict terugtrekken en moet Poetin zijn zin geven, wat Elchardus als volgt samenvat: Donetsk en Luhansk worden onafhankelijk, de Krim blijft Russisch, en Oekraïne wordt lid noch van de Navo, noch van de EU. Elchardus probeert die keuze niet mooier voor te stellen dan ze is: ze is, zegt hij, ‘vreselijk’.
     Ik ben het niet eens met het anti-Amerikanisme van Elchardus, met zijn scherpe tegenstelling tussen ‘ethiek’ en ‘koele berekening’**** en met zijn beginsel om in de internationale politiek helemaal geen onderscheid te maken tussen iberaal-democratische en dictatoriale regimes. Maar ik hou van zijn duidelijkheid. 
     Ik hoop trouwens net als Goddeeris en Elchardus op een onderhandelde oplossing. Mijn dagen van ‘hasta la victoria siempre’ liggen ver achter mij.  Een onvoorwaardelijke capitulatie – het unconditional surrender van Ulysses S. Grant en van Franklin D. Roosevelt – is niet aangewezen. Oekraïne en de Nato moeten Rusland niet binnentrekken, Moskou niet veroveren, Poetin niet arresteren en ophangen, het Russische leger niet ontbinden, het land niet jarenlang bezetten, en de geleden schade niet laten vergoeden. Het beste zou zijn dat Poetin tijdens bilaterale of multilaterale onderhandelingen, zoals in een Shakesperiaanse komedie, tot inkeer komt, zijn troepen uit Oekraïne terugrekt en de integriteit en soevereiniteit van het land erkent. Als dat niet kan, is voor mij een compromis ook goed. Maar het mag voor de Oekraïeners iets meer zijn dan wat Elchardus luidop en Goddeeris stilletjes aanvaarden. En door de westerse wapenleveringen is de kans daarop niet helemaal uitgesloten.

 

* Goddeeris interpreteert die eis als zou Boris Johnson ook willen dat Rusland zich uit de Krim wegtrekt. Dàt heeft Johnson in elk geval niet gezegd.

** Titel van een editoriaal van Marcel Déat van 4 mei 1939. Het antwoord van de auteur op zijn eigen vraag was dat de Fransen niet moesten sterven voor Gdansk, ook al was Hitler een geweldenaar. Déat is een treffend voorbeeld van iemand die door een mengeling van pacifisme én realisme tot capitulatie en later tot collaboratie komt. Het is opmerkelijk dat Goddeeris die vraag overneemt. Wie een Chamberlain-politiek verweten wordt, verdedigt zich meestal door de parallel te ontkennen. Hier is het of Goddeeris Chamberlain (en in casu Déat) gelijk geeft.

*** Goddeeris spreekt impliciet over de nucleaire dreiging als hij het heeft over de ‘irrationaliteit van Poetin’ die zich ‘aan een oorlog gewaagd heeft die hij niet kan winnen.’ Maar Poetin had die oorlog wél kunnen winnen als het westen niet gereageerd had met militaire steun. Gokken, wat Poetin gedaan heeft, is niet hetzelfde als irrationeel handelen. Of zijn herhaalde dreigingen met nucleaire escalatie een staaltje zijn van irrationeel gedrag dan wel van berekende intimidatie, wie zal het zeggen? Het is waar, Hitlers militair-strategisch gokspel eindigde na een hele reeks nederlagen in een romantische droom van een allesvernietigende Götterdämmerung. Poetin is, net als Hitler, een gokker. Maar is hij ook een romanticus?

**** Ethiek kun je in buitenlandpolitiek niet uitschakelen, net zomin als je er het leidende principe van kunt maken. Het onderscheid tussen een pragmatische en een ethische politiek heeft overigens, wat de doelstellingen betreft, vaak te maken met het onderscheid tussen de korte en de lange termijn.

woensdag 23 maart 2022

Medialeugens over Oekraïne



    Ik ben, zoals ik in mijn stukje van gisteren toegaf, geen dossiervreter als het op buitenlandse politiek aankomt. Ik geef mijn mening dus graag voor een betere. Maar is mijn veronderstelling fout dat de leugens vandaag vooral in de Russische media komen? Heeft men daar niet maandenlang geschreven dat de militaire maneuvers aan de grens met Oekraïne geen voorbereiding waren op een inval? En nu die inval er toch gekomen is, is er weer iets anders. De inval mag nu geen inval of oorlog worden genoemd. Er is, als je de Russische media leest, geen oorlog aan de gang, en die oorlog die niet aan de gang verloopt naar wens. Als een burgerdoelwit wordt gebombardeerd, is het altijd een gecamoufleerd militair doelwit. Als er vluchtelingen onder vuur worden genomen, dan zijn het altijd de Oekraïense troepen die op hun eigen burgers hebben geschoten.  Ik geloof daar allemaal niet veel van, vooral niet omdat het in Rusland nu bij wet verboden is om die berichtgeving tegen te spreken. 

     Nu geloof ik evenmin  alles wat Zelenski zegt. Hij herhaalde een paar keer dat er al 14.000 Russische soldaten gedood zijn. Als ik zoiets hoor, deel ik dat getal in gedachten onmiddellijk door twee. Maar in onze media wordt de Zelenski-versie ook altijd met een zeker voorbehoud gegeven. Dat betekent overigens niet dat onze media over Oekraïne helemaal neutraal zijn. In het Het Nieuwsblad van gisteren las ik over het ‘heldhaftige’ verzet van de Oekraïners. Een journalist schrijft, vind ik, beter over ‘hardnekkig verzet. Maar heel erg vind ik die woordkeuze ook niet, want eigenlijk zijn die Oekraïners wel echt heldhaftig.

     Wie in onze Oekraïne-verslaggeving - hardnekkig of heldhaftig - zoekt naar een bron van ergernis, zal die vroeg of laat wel vinden. De eerste dagen na de inval, hoorde ik op het vtm-nieuws Carolien van Nunen vanuit Moskou enthousiast vertellen dat alle Russen die ze kende zich tegen Poetin hadden gekeerd. Ik dacht toen bij mijzelf dat Carolien alleen een bepaald soort Russen kende, zoals Pauline Kael alleen een bepaald soort Amerikanen kende*. Maar ondertussen weten we dat heel veel Russen Poetin wel steunen – hopelijk alleen voorlopig – en die steun wordt door onze media niet verzwegen. 

     Waar ik verder last van heb, is het emotionele timbre van de verslaggevers ter plaatse. Dat heeft altijd al op mijn zenuwen gewerkt, gelijk welke ramp die mensen verslaan, en nu, met die bombardementen is het niet anders. Enfin, ik moet daarmee leren leven. Anderzijds, als die verslaggevers voor de camera’s verklaren dat er die nacht drie bombardementen zijn geweest, neem ik aan dat ze niet liegen, en als ze de dodentol ‘vreselijk’ vinden, wie kan ze ongelijk geven?

    Hier en daar lees ik het bezwaar dat onze berichtgeving ‘eenzijdig’ is. Ik lees het vooral bij mensen die vinden dat de toespraak van Verhofstadt op het Maidanplein in 2014 het grootste onrecht is dat het Oekraïense volk ooit is aangedaan. Dat zegt iets over hun zin voor proporties. Maar op zich genomen is het bezwaar niet helemaal onterecht. Er zullen in de jarenlange strijd tegen de separatische ‘volksrepublieken’ in Donetsk en Loehansk heus wel misdaden begaan zijn door de twee kampen. Ook kan het niet anders of er vallen in de huidige oorlog eveneens burgerslachtoffers onder de kogels van, en de bombardementen door, de Oekraïense troepen. Verder zou het mij mij verwonderen als gevangen Russische soldaten altijd netjes worden behandeld. 

     Maar, onder ons gezegd, het zou mij nog meer verwonderen als het menselijke leed dat het invallende leger nu al heeft aangericht niet vele keren erger is – in mijn Amada-tijd zou ik gezegd hebben ‘duizend keren erger is’ -  dan alles waar de Oekraïense regering rechtstreeks of onrechtstreeks verantwoordelijk voor is. Als onze berichtgeving dan eenzijdig is, dan is zelfs die eenzijdigheid tot op zekere hoogte proportioneel.
     Natuurlijk heb ik er  geen enkel bezwaar tegen als onze media lijvige dossiers of grondige reportages zouden opstellen of maken over bijvoorbeeld de wreedheden begaan door Oekraïense strijders. De waarheid heeft haar rechten. Helaas is het voor de leek vaak moeilijk om in zulke dossiers en reportages, die waarheid te vinden die bedolven wordt onder details, coïncidenties, speculaties, emoties, en al dan niet betrouwbare of al dan niet representatieve getuigenissen. Vaak heeft een mens dan geen zin om dat allemaal te gaan lezen en bekijken. En soms is dat ook niet nodig om je een mening te vormen. Er zijn van die kwesties waar de grote lijnen duidelijk genoeg zijn voor wie toe wil zien. 


 

* Mijn stukje van gisteren: zie hier.
** Over Pauline Kael: zie hier.