Posts tonen met het label Drogreden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Drogreden. Alle posts tonen

donderdag 1 februari 2018

Argumentum ad Hitlerum

    Het argumentum ad Hitlerum wordt dezer dagen veel te weinig gebruikt. Af en toe wordt een nationalist - of een echte of vermeende racist - verweten dat zijn standpunten op die van Hitler gelijken. En ’t is waar. Hitler was een groot voorvechter van het nationalisme en een groot tegenstander van rassenvermenging. Maar er was zoveel waar hij voor en tegen was.*
     Je moet maar even door de Tischgespräche bladeren en je vindt wel iets naar je gading. Voor het christendom (‘Jesus was een Ariër’), tegen het christendom (‘Paulus was een Jood’), voor de oorlog (‘het houdt de natie jong’), tegen de oorlog (‘Joden zijn oorlogsstokers’), voor ware vroomheid (‘nederigheid ten aanzien van het mysterie’), tegen godsdienst (‘een bedrieglijke uitvinding van de papen’), voor het socialisme (‘sociale rechtvaardigheid en planeconomie’), tegen het socialisme (‘gelijkheidsleugen van de Roden’), voor de moslims (‘ze hebben tenminste een fatsoenlijke hemel’), tegen de moslims (‘geperverteerd Jodendom’), voor de Engelsen (‘tolerant’), tegen de Engelsen (‘uitbuiters’), voor euthanasie (‘genadedood’), tegen abortus (‘een misdaad tegen het ras’), voor de jacht (‘een onschuldige ontspanning’), tegen de jacht (‘lafaards die konijnen neerknallen’). Bij een kwaadwillige lezing krijg je wel eens de indruk dat de Filosoof van Linz niet vrij is van enige tegenspraak.**
     Er wordt aan Hitlers tafel over elk mogelijk onderwerp gesproken en gedebatteerd: over het leven op andere planeten, over het voortbestaan na de dood, over de kinderachtigheid van leraren, over de rol van intuïtie in de meteorologie, over de noodzaak om godsdienstlessen te vervangen door een vak algemene filosofie. Daarbij zijn maar weinig onderwerpen waarover de Führer onbuigzaam één lijn aanhoudt. Maar die onderwerpen bestaan. Het zijn onder andere de Joden (tegen), de kapitalisten, de bourgeois en de vrije markt (tegen), de bureaucratie (tegen), natuurbehoud (voor), gezonde voeding (voor), de Verlichting (voor), de Amerikanen (tegen).***
     Hier ligt een schat aan retorisch materiaal. Wie meent zijn discussieopponent een gevoelige slag toe te dienen door hem met Hitler te vergelijken, moet maar zijn hand uitsteken - de argumenten liggen voor het grijpen. Je kunt Hitler in stelling brengen tegen haast iedereen: de christenen, de christenhaters, de gelovigen, de atheïsten, en, inzake buitenlandse politiek, de ‘haviken’ en de ‘duiven’. En verder de socialisten, de kapitalisten, de islamofielen, de islamofoben, de anglofielen, de anglofoben, de antibureaucraten, de zionisten, de antizionisten, de Amerika-haters, de Verlichtingsadepten, de jagers, de dierenvrienden, de macrobiotiekers en de groenen.

* De mening van je opponent vergelijken met die van Hitler is eigenlijk altijd een zwak argument. Kenmerkend voor Hitler waren niet zijn meningen, maar de fanatieke meedogenloosheid waarmee hij bereid was ze in de praktijk te brengen.

**De citaten tussen aanhalingstekens zijn niet letterlijk. Ik ga het boek nu ook weer geen tweede keer doornemen.

*** Ik heb ondertussen wat verder gelezen en nu blijkt dat Hitler wel iets zag in Amerika’s industriële standaardisering. - Een van de weinige onderwerpen waar Hitler niet over spreekt is dat van de immigratie. Hij heeft het des te meer over het drama van de emigratie. Dat honderdduizenden Duitsers zijn uitgeweken naar de Verenigde Staten is voor hem hetzelfde als waren ze neergeschoten en vergast. Voor decadente individualisten zoals wij is er een groot verschil: honderdduizenden persoonlijke drama’s tegenover honderdduizenden verhalen van hoop op een nieuwe toekomst. Maar voor Hitler is de rekeneenheid het ras. Honderdduizenden Duitsers die het geboorteland verlaten, dat betekent een gruwelijke wonde in het lichaam van de collectiviteit. Vanuit dezelfde redenering vindt hij het helemaal niet erg als in een oorlog veel Duitsers sneuvelen, op voorwaarde dat er tegelijk evenveel nieuwe Duitsers geboren worden. Als door de oorlog meer kinderen geboren worden dan er soldaten sneuvelen, is dat zelfs pure winst.  



vrijdag 5 januari 2018

Wat ik onder welbevinden op school versta*

     U vraagt mij wat ik denk van leerlingenwelbevinden op school. Dat is een controversieel onderwerp. En als een onderwerp controversieel is, heb ik er een mening over. Oké dan, dít is wat ik denk van welbevinden op school.
     Als u onder welbevinden op school verstaat, de eeuwige verwennerij, de nooit aflatende betutteling, de eindeloze debilisering, waarbij leerstof door spelletjes, en aandachtig opletten door groepswerkgetater en debatjes wordt vervangen; als u onder welbevinden verstaat dat de klas eruitziet als een cyberkroeg met bartafeltjes en zithoeken, waar niet het bier en de sterkedrank, maar de punten rijkelijk vloeien; als u bedoelt dat de kinderen pantoffeltjes aantrekken vooraleer te lezen uit boekjes die ‘aansluiten bij hun leefwereld’; als u bedoelt dat pen en potlood wijken voor hersenloos getik en geschuif op een iPad; als u bedoelt dat het schoolkind ‘gecoacht’ wordt als was het een voetballertje of een danseresje, in plaats van onderricht te worden in een schools vakgebied; dat dat schoolkind niet met vaste hand wordt geleid naar en op het nauwe pad der kennis, maar losgelaten en losgeslagen vanzelf vaardigheden en vaardigheidjes dient te verwerven; dat het niets moet wéten omdat het alles kan opzoeken; dat huiswerk en examens worden afgeschaft om bij teleurstellende cijfers de erbij horende teleurgestelde blikken en traantjes te vermijden – als u dát bedoelt met welzijn op school, dan ben ik er helemaal tégen.
     Maar als u onder welbevinden op school verstaat, de vreugde van het leren, de trots op het geleerde, het zelfzekere meesterschap als gevolg van geduldig oefenen; als u onder welbevinden verstaat de opwindende ontdekking van wat zich búiten de eigen leefwereld bevindt, van wat níet komt aanwaaien: de wetten der natuur, de kennis van het menselijke lichaam, de boeiende rijkdom van het verleden, de schoonheid van de oude literatuur; als u onder welbevinden verstaat dat in een ordelijke klas al eens gelachen wordt;  dat anekdotes tot het vaste repertoire behoren en niet als ‘onwetenschappelijk’ worden weggezet; als u bedoelt dat de leraar Latijn zijn lange zinnen zó voorleest dat je ze haast begrijpt als je ze alleen maar hoort, en dat de lerares wiskunde de oefening zó uiteenzet dat het lijkt alsof je de oplossing zelf ook had kunnen vinden; dat vreemde talen worden aangereikt in grappige stukken proza, boeiende verhalen en ontroerende maar soepel lezende gedichten en dat daarbij in een brede boog wordt heengelopen om ‘zakelijke teksten’, vooral als die een ‘actuele’ of, erger nog, een ‘jongeren’-problematiek behandelen – als u dát bedoelt met welbevinden op school, dan ben ik er helemaal voor.
      Dat is mijn standpunt. Ik zal er niet van afwijken. Ik zal geen compromissen sluiten.


 
 
* In dit stukje pas ik de drogreden ‘If by whiskey’ toe. De drogreden werd oorspronkelijk toegepast door Noah Sweat om, met veel gedruis van woorden, te verbergen dat hij geen standpunt innam over de mogelijke legalisatie van whiskey in Mississippi. De drogreden kan ook gebruikt worden, zoals hierboven, om te verbergen dat men geen argumenten aandraagt. Die worden dan vervangen door een nuancering van het standpunt, of door een opsomming van allerlei kleine standpuntjes, die elk op zich niet worden ondersteund.

woensdag 29 november 2017

Meertalig in de klas - Wetenschap en gezond verstand

      De voorstanders van ‘meertaligheid in de klas’, zoals de mensen van GO!, verwijzen graag naar wetenschappelijk onderzoek dat hun stelling bewijst: als je Arabisch in de klas toelaat en bevordert, zullen Marokkaantjes sneller en beter Nederlands leren. Een jonge collega van mij, een bioloog, vindt dat je dergelijk wetenschappelijk onderzoek niet zomaar kunt wegzetten als een aprilgrap. Wat ik daarvan vond?
      Mja. Met wetenschappelijk onderzoek is het volgens mij gesteld als met het oversteken van een straat: je moet goed uitkijken, en wel naar de twee kanten. Links, want – wat is wetenschap? Rechts, want – wat is onderzoek? Bedoelt men met ‘wetenschap’ zoiets als fysica, scheikunde en biologie, of worden ook de geesteswetenschappen erbij gerekend. En vooral als het over die laatste gaat – maatschappijkunde, zielkunde of opvoedkunde – wil ik graag weten hóe de onderzoekers te werk zijn gegaan: heeft men proefpersonen testjes laten afleggen, wisten die proefpersonen dat ze een testje aan het afleggen waren, heeft men aan proefpersonen gevraagd hoe ze zich vóelden of heeft men feitelijke resultaten gemeten?

     Mijn eigen indruk is dat de strenge wetenschappen altijd rare conclusies opleveren. Een licht voorwerp en een zwaar voorwerp vallen even snel naar beneden. Huh? De aantrekkingskracht van de maan zorgt ervoor dat het zeewater op aarde stijgt aan de kant die naar de maan gericht is, én tegelijk ook aan de kant die van de maan verwijderd is. Nee maar! Bij zoiets springt mijn gezond verstand op nul. Voorwerpen, zeewater en manen zijn duidelijk van ander materiaal gemaakt dan mijn verstand – gezond of niet.
     Anders is dat bij de geesteswetenschappen. Daar wil mijn gezond verstand graag een woordje meepraten. Het behoort immers ook tot de wereld van de geest. Het gedrag van mensen, en wat hen drijft, daar weet déze mens wel iets van af, vooral als het gaat om domeinen waar zelfbedrog niet veel voordeel biedt. En zo helemaal fout ben ik dan meestal niet. Als ik soms iets lees van een ernstige geesteswetenschapper, dan staan daar weinig dingen in waar mijn gezond verstand iets anders over te vertellen heeft, zoals dat wel het geval is als het over de zwaartekracht en de normaalkracht gaat.*
     Gebeurt het dan toch dat een geesteswetenschappelijke studie iets anders beweert dan mijn gezond verstand en mijn ervaring mij ingeven, dan krijg ik argwaan. Ik geef toe dat ik het zelf bij het verkeerde eind kan hebben, maar door mijn slechte karakter ben ik desondanks geneigd om de fout bij de studie te zoeken. Of misschien liever nog bij de manier waarop de studie in de populaire pers werd samengevat.
     Zo was er onlangs een studie over aanstrepen met een markeerstift. Het hielp niet bij het studeren, zei de studie. Nou breekt mijn klomp, dacht ik. Bij mij heeft die markeerstift altijd geholpen. Hoe kan dat nu? Achteraf las ik hóe de studie was verlopen. Met had aan twee groepen studenten gevraagd om woordenlijsten te memoriseren. De ene groep beperkte zich tot aanstrepen van woorden, terwijl de andere groep een intensievere leermethode gebruikte. En die eerste groep had minder woorden gememoriseerd. Ja, dàt kon mijn gezond verstand weer wél aanvaarden.
     Vorige week stond iets in de krant over ‘zwarte’ basisscholen die evengoed voorbereidden op het middelbaar onderwijs als ‘witte scholen’. Hoe is dat nu mogelijk, vroeg ik mij af. Het stond allemaal in een doctoraat van Griet Vanwynsberghe en op het internet kon ik de ‘abstract’ raadplegen. Die maakte mij niet veel wijzer. Het volledige doctoraat kon ik niet opvragen en ik zou dat geleerde geschrift waarschijnlijk toch niet begrepen hebben. Gelukkig botste ik op een facebookpost van een andere doctor, Jeroen Lavrijsen, die dat doctoraat voor mij gelezen had. Het kwam hierop neer, schreef hij, dat men witte en zwarte basisscholen van gelijke effectiviteit vergeleken had. Of, om het nog anders te zeggen, men had witte en zwarte scholen vergeleken, en de verschillende effectiviteit had men uit de vergelijking weggezuiverd. Men had, zoals statistici dat noemen, de effectiviteit ‘gelijk gehouden’. Kijk, daar kon ik met mijn gezond verstand wel weer bij. Dat twee even goede basisscholen evengoed voorbereiden op het middelbaar, dat had ik altijd al geloofd, en nu was het bewezen.**

       Van een krant kun je natuurlijk niet vragen dat hij alle nuances juist heeft. Iets anders wordt het wanneer men discussieert. Wie zich in een discussie beroept op wetenschappelijk onderzoek, en óver dat onderzoek zelf niets zegt, is naar mijn smaak een beetje onbeleefd. Het minste wat zo iemand kan doen, is de methode en de besluiten van het onderzoek heel kort samen te vatten zodat de gesprekspartner zelf kan beoordelen of dat onderzoek iets van waarde toevoegt aan de discussie. Als die toegevoegde waarde er niet is, hebben we niet alleen te maken met een gezagsargument, maar tegelijk ook met een non sequitur
     Thuistalen in de klas helpen om het Nederlands van de kinderen te verbeteren, zeggen studies. Mijn gezond verstand steigert. Als ik op een Spaanse cursus in het buitenland de Vlamingen opzoek en met hen mijn thuistaal Nederlands spreek, dan stagneert mijn Spaans. Zoek ik een groepje op waar men Spaans spreekt, dan verbetert mijn Spaans. Waarom zou dat met een Marokkaans of Turks kind anders zijn? Dus: hoe minder een kind Turks en Marokkaans spreekt, en hoe meer het kind Nederlands spreekt, hoe sneller zijn Nederlands verbetert. Oefening baart kunst.
     En die wetenschappelijke studies dan? Die bestaan wel, geloof ik. Misschien zijn ze zelfs tot de volgende besluiten gekomen

  1. Kinderen die gestraft worden omdat ze thuistaal gebruiken, vinden dat niet leuk;***
  2. Marokkaantjes die wiskunde-uitleg krijgen in het Arabisch, begrijpen sneller wiskunde;
  3. Marokkaantjes die taalvaardig zijn in het Arabisch, leren sneller Nederlands dan Marokkaantjes die hun thuistaal slecht beheersen;
  4. Marokkaantjes op scholen waar extra inspanningen worden gedaan om hen iets extra bij te leren, al was het Arabisch, zullen ook op andere terreinen betere resultaten boeken, zelfs voor Nederlands.
 
     Als die studies bestaan, en ze zijn tot die besluiten gekomen, dan is daar niets bij wat ik zonder meer als een aprilgrap beschouw. Op een goeie dag wil ik dat allemaal voor gangbare munt aannemen. Maar geen enkele van de conclusies lijkt mij een argument te zijn voor Arabisch of Turks in de klas. De straffen (1) zijn een argument om een beetje redelijk met de kinderen om te gaan. De betere wiskunde (2) is een voorbeeld van kortetermijndenken. Op langere termijn zijn de leerlingen beter af met goed Nederlands zodat ze wiskunde ook in díe taal kunnen volgen. En het betere Arabisch (3, 4) zijn geen argument om de kinderen onder elkaar hun thuistaal te laten spreken; het is een argument om lessen Arabisch aan te bieden, wat geloof ik in Scandinavische landen ook gebeurt.
     Kunnen extra lessen Arabisch een hulp zijn om beter Nederlands te leren? Ik geloof het wel. Kinderen leren ook beter Nederlands door Latijn en Grieks te leren. Maar we moeten het anders bekijken. Stel, je krijgt als school vier uur extra. Je verdeelt je jonge Marokkaantjes in twee groepen. De enen krijgen vier aanvullende uren Nederlands en de anderen vier aanvullende uren Arabisch. En dan kijk je welke groep het meeste vooruitgang boekt. In het Nederlands bedoel ik.
     Zou dàt wetenschappelijk onderzoek al eens gebeurd zijn?
 
 __________
 
* Geesteswetenschappelijk onderzoek kan mij wel iets leren over tegenstrijdige tendenties. Ik heb graag veel geld en veel vrije tijd, en ik vermoed dat dat bij veel van mijn medemensen ook het geval is. Een studie over deeltijds werk kan mij dan bijvoorbeeld laten zien welke van de twee tegenstrijdige tendenties bij de meeste mensen het zwaarste doorweegt.
 
** Wat natuurlijk niet belet dat de studie ook andere minder vanzelfsprekende dingen heeft aangetoond.

 *** Ik betwijfel of dat straffen vaak gebeurt. Misschien worden sommige opgeschoten jongens wel eens gestraft omdat ze tegen het uitdrukkelijke verzoek van een leraar of lerares hun thuistaal blíjven spreken. Dat is iets anders, lijkt mij.

zondag 20 augustus 2017

Barcelona: terreurbestrijding en drogredenen

De Ramblas in Barcelona
     Enige tijd geleden schreef ik iets over moslimterreur. Een heel linkse vriend stuurde daarop een antwoord. Of we niet beter een voorbeeld namen aan de Spanjaarden die al sinds 2004 geen aanslagen meer hadden gehad? Dat kwam door hun verstandig beleid, zei hij. Wat dat verstandig beleid was, ben ik vergeten. Ik heb er ook toen niet veel aandacht aan besteed omdat ik dacht: de denkfout van de kleine getallen. Er zijn in Europa sinds 2004 ongeveer 42 islamistische aanslagen geweest en er zijn een 50-tal Europese landen. Het is onvermijdelijk dat er een aantal landen zijn waar géén aanslagen zijn, en enkele andere waar bovengemiddeld veel aanslagen zijn. ‘Bovengemiddeld’ is hier trouwens een verkeerd woord, omdat het  een hachelijke zaak is om bij zulke kleine getallen over gemiddeldes te spreken. En dan kijk je ook beter uit voor je allerlei oorzakelijke verbanden gaat leggen tussen beleid en aanslagen in één bepaald land.
     Toch had de uitspraak van mijn vriend ook iets leuks. Ze was namelijk, wat Popper noemt, falsifieerbaar. Ze is nu ook – helaas – gefalsifieerd door de aanslag op de Ramblas*. Zo’n falsificatie laat niet toe om oorzakelijke verbanden te bevestigen, maar wel om ze te weerleggen. Peter Mijlemans doet dat in Het Nieuwsblad van verleden zaterdag. ‘De aanslagen zijn geen wraak op landen die de IS bombarderen,’ schrijf hij. ‘Spanje zit niet in de coalitie.’ Dat lijkt mij een zuivere redenering, ook al komt ze van Mijlemans. Maar omdàt ze van Mijlemans komt, heb ik ze voor de zekerheid nog eens nagerekend.

·         Als IS een aanslag pleegt in een niet-bombarderend land, is het niet uit wraak om die bombardementen.
·         IS pleegt een aanslag in een niet-bombarderend land.
·         Dus die aanslag was niet uit wraak om die bombardementen.  

Modus ponens! Als P dan Q, P dus Q of, wiskundiger: P Q, P Q. Een correcte bevestiging van de antecedens! De redenering geldt als correct sinds de Griekse stoici en in elk geval minstens sinds Gotlob Frege de propositielogica uitvond. En ook zonder de Grieken en zonder Frege was Mijlemans stelling juist geweest, want dat die IS-aanslagen niet gebeuren uit wraak om die bombardementen, dat weet iedereen die het wil weten. En die weet ook waarom ze wel gebeuren.
     Na die succesvolle modus ponens gaat Mijlemans overmoedig verder. Hij meent nu dat de aanslagen ook bewijzen dat meer antiterreurmaatregelen geen zin hebben. ‘Wie pleit voor nog meer betonblokken, nog meer para’s, heeft na Barcelona weinig verweer. Na de aanslagen in Madrid … bouwde Spanje een veiligheidsnetwerk uit waar elk Europees land jaloers op is. Het kon deze slachtpartij niet voorkomen … Op een gegeven ogenblik zijn er nooit genoeg betonblokken en zwaarbewapende agenten en para’s om jongelui volgetankt met haat te stoppen.’
     Hier worden een aantal beweringen gedaan die in syllogistische vorm eigenaardig zouden klinken.

·         Onze terreurbeveiliging is ontoereikend
·         Alles wat ontoereikend is moet niet worden verbeterd.
·         Onze terreurbeveiliging moet niet worden verbeterd.

     Moet die tweede premisse hier niet juist omgekeerd zijn? Is het niet datgene wat toereikend is dat niet moet worden verbeterd? Mijlemans zou kunnen antwoorden dat terreurbeveiliging meer is dan alleen para’s en betonblokken. Ik ben wel zeker dat hij inderdaad zoiets zou antwoorden. Maar als hij even nadenkt zal hij ook wel inzien dat door in de eerste premisse ‘terreurbeveiliging’ anders in te vullen, daarmee het probleem van zijn tweede premisse niet opgelost raakt.
     De denkfout van Mijlemans wordt wel eens de Nirvana fallacy genoemd – de overtuiging dat alleen het ideaal goed genoeg is.  Als het ideaal dan toch niet bereikbaar is, zeggen de Nirvana-mensen, dan hoeft het gerommel in de marge ook niet.** Althans, dat zeggen ze soms. Je zult merken dat de meeste van die lui niet altijd aan hun Nirvana gehecht zijn. Zou Mijlemans op dezelfde manier redeneren over de verkeersveiligheid als over de para’s en de betonblokken? Zou hij ooit schrijven: ‘Wie pleit voor verdere verkeersveiligheid heeft weinig verweer. Zelfs met strenge snelheidsbeperkingen en heraanleg van alle risicowegen, zullen er nog altijd verkeersdoden vallen.’ Ik denk niet dat hij ooit zoiets zou schrijven. Ook in het Nirvana hou je het beter politiek-correct.
     Het is merkwaardig dat Mijlemans juist de aanslagen in Catalonië gebruikt voor zijn rare stelling. De aanslag van donderdag in Barcelona werd inderdaad niet verhinderd, maar dat kwam geloof ik niet omdat er te veel politie aanwezig was, of omdat er te veel betonblokken op de straat lagen. Het kwam, geloof ik omdat er te weinig politie aanwezig was en omdat er geen betonblokken op de straat lagen? Omgekeerd werd de aanslag van vrijdag in Cambrils wel verhinderd omdat er wel politieagenten waren en omdat die politieagenten de terreurzaaiers klemreden en doodschoten. Het heeft met logica weinig te maken – want voorbeelden bewijzen niets – maar Mijlemans zou zijn voorbeelden toch beter kunnen kiezen.
     Toegegeven: ook al zijn de argumenten van Mijlemans fout, zijn conclusie kan nog juist zijn.*** Misschien moeten er inderdaad niet verder middelen gestoken worden in politie, para’s en betonblokken. Misschien zijn andere werkwijzen doelmatiger. Maar als dat zo is, moet dat blijken uit een nauwkeurige studie van de feiten en een afweging van de voors en de tegens. Wat werkt, wat werkt niet, wat werkt goed, wat werkt beter. En ook: wat zijn de keerzijden van die of die werkwijze? Wat zijn de de trade-offs?
     Jammer genoeg wordt de discussie over de doelmatigheid vergiftigd door het wensdenken waar we allemaal zo gemakkelijk het slachtoffer van zijn.  Er is een heel areaal van mogelijke antiterreurmaatregelen die werken of niet werken: meer straathoekwerkers, betere opleiding van de imams, controle op het islamonderwijs en op de moskeeën, meer afluisterapparatuur voor de politie zoals in The Wire, meer politiebeveiliging op straat, breder mandaat voor de para’s, ethnic profiling, afspeuren van het ‘deep web’, inschakelen van infiltranten en tipgevers, landsgrenzen sluiten, wettelijk verbod op jihadistische propaganda, preventieve opsluiting van geradicaliseerde islamisten, ondervraging met marteling …
     Niet elke maatregel hierboven is ethisch verdedigbaar. Ook kunnen sommige maatregelen op korte of lange termijn een bedreiging vormen voor de vrijheid van iedereen. Als je wat mystiek bent aangelegd, of lid van het CD&V, kun je je zorgen maken over welke schade een antiterreurbeleid toebrengt aan het ‘maatschappelijk vertrouwen’ en de ‘duurzame samenleving’ en ‘het sociale weefsel’. Maar die discussies over ethiek en vrijheid en vertrouwen en duurzaamheid moeten om redenen van intellectuele eerlijkheid worden losgekoppeld van de doelmatigheidsvraag.
     Neem dat martelen van terreurzaaiers. Obama was er tegen en ik ben er niet voor. Maar elke keer als ik hem of iemand anders op televisie hoorde beweren: ‘torture doesn’t work’, of ‘torture makes people confess to anything’, nog eens versterkt met het gezagsargument ‘the science is clear on that’ – elke keer dacht ik bij mijzelf: wat hebben die bekentenissen er mee te maken? Jij, Obama, gelooft niet dat martelen nuttige inlichtingen oplevert omdat je dat niet graag gelooft. Want als blijkt dat bepaalde martelingen wél helpen om inlichtingen te verzamelen, dan zul je de CIA heel moeilijk kunnen tegenhouden. En dàt gevolg aanvaard je niet graag. Zoals, geloof ik, Mijlemans die para’s en de betonblokken niet graag aanvaardt.****
     Van Eemeren en Grootendorst – mooie naam, Grootendorst – brengen die vorm van wensdenken onder bij het argumentum ad consequentiam. Je vervalt daarin als je ‘uitspraken van feitelijke aard probeert te ontkrachten door te betogen dat ze onwelgevallige consequenties met zich meebrengen.’ Terecht voegen de argumentatietheoretici daar nog aan toe: ‘Een feitelijke uitspraak is waar of onwaar, en dat staat los van de eventuele onprettige gevolgen die eraan verbonden zijn.’


* Ik zie het mijn vriend nog niet doen, maar eigenlijk zou hij nu kunnen zeggen: ‘Catalonië is het echte Spanje niet.’ Voor die drogreden heeft Antony Flew een naam bedacht: de No-true-Scotsman move.

** Le mieux est l’ennemi du bien, schreef Voltaire.

*** Wie gelooft dat een foutieve redenering vanzelf uitloopt op een foutieve conclusie begaat de fallacy fallacy.

**** Hier zou je kunnen spreken van een intentieproces van mijnentwege.

dinsdag 6 december 2016

Castro's drogreden

De werkkampen van UMAP zouden de homoseksuelen
heropvoeden tot nuttige burgers
      Homoseksuele mensen hadden het erg moeilijk onder Fidel Castro. Homo’s konden geen goede communisten zijn,  vond de grote leider. Ze werden verklikt bij de overheid, ze werden opgepakt bij razzia’s en ze werden opgesloten in werkkampen, de zogenaamde Unidades Militares de Ayuda a la Producción (UMAP), waar ze mishandeld werden*. Later kregen ze medische behandeling – gratis, geloof ik – om weer normaal te worden, of ze werden in quarantaine geplaatst om aidsverspreiding tegen te gaan. Dat laatste schijnt overigens gewerkt te hebben. Vanaf de jaren negentig werden ze meer en meer met rust gelaten.
     Het mooie is nu dat Castro van die vervolging later zijn spijt heeft betuigd. Het was een ‘groot onrecht’ geweest, zei hij. ‘Als iemand verantwoordelijk was, dan ben ik het … We hadden vele en verschrikkelijke problemen in die tijd, problemen van leven en dood. Ik had geen tijd om mij daarmee bezig te houden. Er was de rakkettencrisis. Ik ging helemaal op in de oorlog en in de politieke strijd.’
     Ik heb lang nagedacht over die uitspraak van Castro en heb besloten dat ze in die vorm niet valt onder mijn ‘sofisme van het ondergeschikt belang’, dat door zijn buitenlandse bewonderaars werd gebruikt. Castro geeft immers vlakaf toe dat de homoseksuelenvervolging fout was**. En hij heeft gelijk als hij zegt dat de rakettencrisis, die de wereld op de rand van een atoomoorlog bracht, een belangrijker probleem was dan die zaak met de homoseksuelen. Dat hij de rakkettencrisis zelf in het leven had geroepen, doet hier in de sfeer van de zuivere logica niet ter zake.
     Maar dan stelt zich een ander probleem. Als de grote taken van de revolutie alle tijd en energie opslorpten, waarom werd het laatste restje energie dan gebruikt om homoseksuelen op te sporen en op te sluiten? Waarom kon de grote leider dan zijn toespraken niet een klein beetje inkorten door de uitvallen tegen de homoseksuelen weg te laten? Het zou hem een paar minuutjes extra hebben opgeleverd om de ‘verschrikkelijke problemen van leven of dood’ te lijf te gaan.
     Castro doet mij hier heel in de verte een beetje denken aan een succesvolle Hitler die twintig jaar na zijn overwinning bij Stalingrad toegeeft dat hij het Jodenvraagstuk fout heeft aangepakt. ‘Als iemand verantwoordelijk was, dan ben ik het … We hadden vele en verschrikkelijke problemen in die tijd. We moesten strijd voeren op twee fronten. De Russen lieten niet af, de Engelsen wilden van geen vergelijk weten, en dan kwamen de Amerikaanse plutocraten zich ook nog eens moeien. Ik had geen tijd om mij met het lot van de Joden bezig te houden.’ Maar ondertussen verzwijgt hij dat Eichmann op zijn bevel treinen inzette om Joden naar uitroeiingskampen te vervoeren, terwijl die treinen eigenlijk broodnodig waren om troepen en oorlogsmateriaal naar het front te brengen.

*Je zou de homofobie van Castro wat milder kunnen voorstellen door erop te wijzen dat in de UMAP-kampen niet alleen homoseksuelen maar ook getuigen van Jehova, rockero’s, hippies en prostituees werden opgesloten. Dat maakt de zaak van Castro er evenwel niet beter op, vind ik.

**De fout toegeven is een goede eerste stap. Toch zijn we daarmee nog ver verwijderd van het volmaakte berouw dat de catechismus ons aanraadt.

zaterdag 3 oktober 2015

Drogredenen

   Wat ik ook graag lees, zijn lijstjes met drogredenen, sofismen en denkfouten. Fallacies, geloof ik, heet dat in het Engels. Aristoteles heeft zo’n lijstje opgesteld, net als Schopenhauer en Karel van het Reve. Laatst nog las ik een leuk boekje van Rolf Dobelli over ‘52 denkfouten’.
   Een denkfout die ik nog niet benoemd zag, zou ik graag introduceren als het ‘sofisme van het ondergeschikt belang’. “A doet niet ter zake want A is minder belangrijk dan B”. Ik geef er meteen de weerlegging even bij: “Dat A minder belangrijk is dan B, doet niet per se iets af van de waarde of van de waarheid van A.’
In de jaren zeventig van vorige eeuw – daar hebben we opa weer – had je die heel linkse jongens en meisjes die hoog opliepen met het Cuba van Fidel Castro. Nu was het voor die jongens en meisjes nogal vervelend dat homoseksuelen in Cuba niet netjes behandeld werden en nogal eens in werkkampen werden opgesloten.  Slechte karakters lieten geen kans onbenut om die Cubaanse homoseksuelen ter tafel te brengen. Het sofisme van het onderschikt belang kwam dan goed van pas. In Cuba waren prachtige zaken gerealiseerd, luidde het, zoals gratis onderwijs, kosteloze geneeskunde en sociale voorzieningen waar je niet voor betalen moest. 
    Daarbij vergeleken was die hele homoseksuele geschiedenis van ondergeschikt belang.
Vandaag, het moet niet altijd over de jaren zeventig gaan, zie  je iets dergelijks gebeuren met de ‘activering’ van oudere werklozen. De regering wil meer oudere werklozen aan het werk krijgen, maar vakbonden en ondernemers verzetten zich daartegen. Onder de vele redenen die voor dat verzet worden aangehaald is er één waarin ik mijn sofisme herken: eerst moeten de jongeren worden geactiveerd; dát is belangrijker.

Oorspronkelijk geplaatst op 18 maart 2015.