Posts tonen met het label Unia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Unia. Alle posts tonen

zaterdag 3 december 2022

Racisme, goede manieren en context


      Ik onderbreek even mijn reeks bedenkingen omtrent het ABN om dringend, zij het twee dagen te laat, tussen te komen in een kwestie van brandend hete actualiteit. Op een receptie op Buckingham Palace heeft een 83-jarige hofdame aan activiste van kleur*, die op Afrikaanse wijze gekleed was, gevraagd waar ze vandaan kwam. Die activiste was in London geboren, maar de hofdame bleef aandringen tot ze toegaf dat haar ouders Caraïbische immigranten waren**. De activiste heeft daarna de conversatie op haar sociale media gepost, waardoor de hofdame nu uit haar functie ontheven is wegens racisme.
     Naar mijn smaak hebben de twee dames allebei gezondigd tegen de goede manieren. De eerste zonde werd begaan door de hofdame die iemand een vraag stelde naar haar geografische afkomst. Dat is vandaag not done, zoals je aan een vrouw niet vraagt hoe oud ze is, of aan een ceo hoeveel hij weegt, hoeveel hij verdient en of hij het doet met zijn mooie secretaresse. De faux pas van de hofdame kan het gevolg zijn van onwetenheid inzake redelijk nieuwe etiquetteregels, dan wel een uiting van een aristocratische onverschilligheid voor zulke kleinigheden. 
     De weigering van de activiste om op een eenvoudige vraag een eenvoudig antwoord te geven vind ik evenmin erg beleefd. Ik probeer mij voor te stellen dat ik op een receptie Maggie Smith tegen het lijf loop en ze vraagt mij hoeveel ik weeg, of ik soms homoseksueel ben, en of ik last heb van aambeien. Ik zou geloof ik op al die vragen naar waarheid antwoorden. Die aristocratische oude krengen mogen van mij iets meer dan iemand anders. Maar ze moeten niet overdrijven.
     Ik citeer even een kort stukje uit de dialoog. 

  • Where do you really come from, where do your people come from?
  • My people’, lady, what is this? 
  • ‘Oh I can see I am going to have a challenge getting you to say where you’re from.

     Geen van de twee vrouwen komt hier goed uit. De nadruk op really suggereert dat de hofdame meer belang hecht aan immigratie-achtergrond dan aan staatsburgerschap. Dat is niet meteen racisme, maar het wijst ook niet op een verkleefdheid aan de integratie-gedachte. Aan de andere kant lijkt de verontwaardiging van de activiste over de woorden my people mij gespeeld. Het woord wordt hier gebruikt in de betekenis van familie, en niet van etnische groep. Dan moet je dat niet met opzet verkeerd begrijpen. Het woord challenge van de hofdame ten slotte illustreert dat ze op een bitch fight aanstuurt. Alles is er vanaf dat moment op gericht om triomfantelijk en kleinerend te kunnen besluiten met ‘Oh, I knew we’d get there in the end.’ Dat is niet erg fraai. 
     Ook de afloop van de historie bevalt mij niet. De activiste die de conversatie op de sociale media plaatst, dat is het niveau van een zestienjarige snapchat-chick. Ze heeft de naam van de hofdame niet vermeld, dat ontbrak er nog aan, maar ze moest weten dat de media die naam zouden achterhalen. En als ze dat niet wist, is ze niet erg slim.
     De excuses van de hofdame achteraf bevallen mij evenmin. Als je bij een verkrachting betrapt wordt, schrijft Elsschot ergens, kun je beter eens goed vloeken in plaats van een schijnheilig gezicht op te zetten. Maggie Smith en dat soort aristocratische tantes mogen alleen schijnheilig kijken als dat een onderdeel is van een listig plan. Anders zijn het gewoon seuten zoals iedereen.
     Tijd om te besluiten. Ik heb hier voor mij het uitgebreide stuk in Het Nieuwsblad over de kwestie. De krant beperkt zich niet tot droge informatie, maar heeft ook een kadertje met nuttige raad. De vraag wordt gesteld: ‘Mag dat eigenlijk, vragen naar iemands afkomst?’ En het antwoord wordt gegeven door een expert, Gert Backx van Unia: ‘Wettelijk is naar iemands afkomst vragen bij ons niet verboden.’ 
     Op een of andere manier bezorgt dat antwoord mij koude rillingen.

    
 En verder doet de hele toestand mij denken aan de prachtige Mamet-dialoog uit de film The Untouchables. Een oudere Ierse politie-agent Jim Malone ondervraagt George Stone, een jonge collega van het Zuiderse type. 

  • Where are you from, Stone? 
  • From the Southside.
  • Stone? George Stone, that’s your name? What’s your real name? 
  • That is my real name. 
  • Nah! What was it before you changed it? 
  • Giuseppe Petri.
  •  Geez, I knew it! That’s all you need, one thieving wop on the team!
  • What's that you said?
  •  I said that you’re a lyin’ member of a no-good race. 
  • That's much better than you, you stinkin’ Irish pig.

    Voor alle duidelijkheid, Malone is geen anti-Italiaanse racist, hij is alleen het killer instinct van zijn jonge collega aan het testen. Mamet gaat ervan uit dat de kijker dat ook wel begrijpt. Racisme zit in de context, dat wist Lenny Bruce al***. 

     


De vrouw van kleur is geboren als Marlene Headley, en heeft haar naam veranderd in Ngozi Fulani. Ze is lid van de organisatie ‘Sistah Space.’ Ik citeer uit de missie van de tekst:
‘At Sistah Space, we support women and families affected by domestic abuse whilst also ensuring that cultural factors are not only considered but understood. Through our work we aim to ensure that cultural barriers and biases are removed and that our service users are given equal support from us and any other agency they go to for help. We are experts on the intersectionality of racism and gender-based violence and are working to improve the violence against women & girls sector and end ignorance around the black experience of domestic abuse. Providing support for the various different types of domestic abuse through advocacy, we at Sistah Space operate a volunteer run support service, food bank and a very unique charity shop in which everything is new or unused. 
We also deliver training focusing on cultural competency and best practice derived from our own verified research.’


** Dit is het volledige dialoogje zoals de dame van kleur het op haar sociale media plaatste:
Where are you from? - Sistah Space. - No, where do you come from? - We’re based in Hackney. - No, what part of Africa are you from? - I don’t know, they didn’t leave any records. - Well, you must know where you’re from, I spent time in France. Where are you from? - Here, the UK. - No, but what nationality are you? - I am born here and am British. – No, but where do you really come from, where do your people come from? - ‘My people’, lady, what is this? - Oh I can see I am going to have a challenge getting you to say where you’re from. When did you first come here? - Lady! I am a British national, my parents came here in the 50s when... - Oh, I knew we’d get there in the end, you’re Caribbean! - No lady, I am of African heritage, Caribbean descent and British nationality.


*** Zie hier voor de beroemde Lenny Bruce-monoloog.

zondag 26 maart 2017

De advocate van de boerka


     Advocate Rachida Lamrabet heeft zich heel wat last op de hals gehaald door in een interview de boerkadracht te verdedigen. Ze werd afgevallen door Johan Leman en door Unia, de organisatie waar ze voor werkt en, wat haast nog erger is, ze werd verdedigd door   Joël De Ceulaer. Lamrabet had de opvatting bestreden dat de boerka een symbool is van vrouwenonderdrukking. Zo’n opvatting vond ze ‘paternalistisch’. Zelf had ze twee andere verklaringen voor die exotische manier om zich te kleden: seksuele pudeur en religieuze ascese. Laat ik met dat laatste beginnen.
     Een moslimvrouw die de boerka draagt, zegt Lamrabet, geeft het signaal dat ze ‘weinig interesse heeft in dit leven’ maar leeft ‘voor het hiernamaals’. Dat is sterke taal.
     Zulke vrouwen die leefden ‘voor het hiernamaals’ hebben we in het christendom ook gehad. Zulke mannen trouwens ook. Woestijnvaders, pilaarheiligen, kluizenaars, heremieten. We kunnen denken aan Zuster Bertken (1426-1514) die zich levenslang liet inmetselen in een cel in de Utrechtse Buurkerk en daar fantaseerde over het ‘kruid’ dat ze zou gaan plukken in haar ‘hofken’. We kunnen denken aan Wiborada Reclusa († 926) die Bertken in die keuze voor was gegaan, maar helaas uit haar cel bij Sankt-Gallen werd bevrijd door binnenvallende Magyaren, en daarna gedood. We kunnen denken aan minder drastische vormen van ascese, zoals die eeuwenlang in kloosters werden beoefend door mannen en vrouwen in habijt.
     Maar gaat het bij boerka en niqab echt om een blijk van ascese? Ik twijfel daaraan. Als je af en toe wat leest over de leer en de geschiedenis van de islam, krijg je niet de indruk dat ascese en levensverzaking er een erg grote rol spelen – behalve misschien in de half ketterse soefie-traditie. Ik heb een moslimvriend gehad die in het ramadanverbod om overdag seksuele betrekkingen te hebben het toppunt zag van lichamelijke versterving. Een maand lang geen seksuele betrekkingen van zonsopkomst tot zonsondergang, – hij herhaalde het een paar keer, alsof hij dacht dat ik het niet geloven zou. Nee, zo erg ascetisch lijkt de islam mij niet. Ik zou het eens aan een kenner als Eddy Daniëls moeten vragen.  
     Lamrabets andere verklaring van de boerka is seksuele pudeur. De vrouw kiest er ‘bewust’ voor om ‘de privacy’ van haar lichaam af  te schermen. Dat kan natuurlijk en daar is niet zo veel mis mee. Als een vrouw zich wil onttrekken aan de bewonderende of keurende blikken van wellustige mannen, is dat haar zaak. Niemand moet zich daar naar paternalistische trant mee gaan moeien. Maar tegelijk is het ook moeilijk om uit te maken of zo’n keuze voor pudeur wel een vrije beslissing is van de vrouw, dan wel één die door een jaloerse en bazige man is opgedrongen. Ik denk wel eens het laatste als ik op een zomerse dag rondloop in Menen, de stad van mijn jeugd. Dan zie ik daar zo’n hippe moslimman – zonnebril, strakke jeans, open shirt, korte mouwen - over straat slenteren, op een meter afstand gevolgd door een vrouw waarvan alleen een klein deel van het gezicht zichtbaar is. Ik kan zo’n tafereel relativeren, mijn vader ook, maar mijn moeder wordt dan razend. Zou dat paternalisme zijn?

zondag 26 februari 2017

Zuhal, Liesbeth en Unia

     Ik lees mijn krant – Het Nieuwsblad – van voor naar achter. Dat wil zeggen: ik bekijk eerst de voorpagina en blader dan door tot de voorlaatste pagina, want de allerlaatste, die met de weersvoorspelling, bekijk ik niet. Soms keer ik een paar bladzijden terug. Een kop is dan in mijn korte-termijngeheugen blijven hangen en plots wil ik toch weten waar het stuk over ging dat ik eerst oversloeg. Soms lees ik een stuk ook helemaal.
     Wat ik altijd lees is het commentaar op pagina twee. Wat Peter, Pieter en Liesbeth schrijven, brengt mij in een opgewekte stemming. Elk denkfoutje, elke kleine onredelijkheid, elk idée reçue à la mode zie ik als een kleine attentie van de krant. Voor mij werkt dat beter dan het dagelijkse mopje van de scheurkalender. Op voorwaarde natuurlijk dat het niet over onderwijs gaat, want dan is mijn gevoel voor humor erg beperkt.
    Neem nu Liesbeth haar stukje van gisteren. ’t Ging over onze nieuwe staatssecretaris Zuhal Demir. Liesbeth ging tewerk volgens haar beproefde methode van ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’. Enerzijds  was Zuhal ‘fris’, ‘talentvol’ en ‘beloftevol’, anderzijds moest ze gelijke-kansenorganisatie Unia niet te veel op de nek zitten. Want enerzijds leed Unia wel aan ‘de ziekte van het zwaaiende vingertje’, maar anderzijds hadden we de organisatie toch nodig ‘om er ons op te wijzen dat racisme en discriminatie de wereld nog altijd niet uit zijn’.
     Dat laatste geloof ik niet. We hebben Unia niet nodig om ons daar op te wijzen. En ook niet om er iets tegen te ondernemen. Neem nu het racisme op Facebook. Ik zag gisteren enkele commentaren verschijnen over Zuhal. Dat ‘een van hen’ nu ook al staatssecretaris geworden was, in plaats van een echte Vlaming. Dat daar een einde aan moest komen. Dat ‘ze’ anders alles zouden overnemen. Moet Zuhal nu bij Unia een klacht indienen tegen die kleinzielige Facebookmensen? Zou dat ergens goed voor zijn?
      Of neem die Mechelse politie-inspecteur die een foto verspreidde van een collega van Indische origine met de commentaar ‘En waarom zou ik je een hand moeten geven? Jou[w] kleur staat mij niet aan.’ Heeft men Unia nu echt nodig om die inspecteur te schorsen en liefst ook zo snel mogelijk te ontslaan?
      Maar ik wil niet zeuren over Unia, maar lachen om Liesbeth. Liesbeth schrijft: ‘Is Unia nu echt het eerste probleem dat de beloftevolle Zuhal Demir denkt te moeten aanpakken?’ Daar moest ik even over nadenken. Hoe wist Liesbeth dat Zuhal beslist had om Unia als eerste probleem aan te pakken? Had Zuhal onmiddellijk na haar eedaflegging een persconferentie belegd waarop ze haar prioriteiten bekend maakte?
     Onderaan het stuk van Liesbeth werd ik doorverwezen naar pagina’s 8-9 , waar een interview stond met Zuhal. Zou het kunnen dat ... Tegen mijn gewoonte in sloeg ik zes bladzijden over om dat interview eens te bekijken. En jawel hoor. Na allerlei algemene vragen over haar toekomstige integratiebeleid, rondt Lesaffer het interview af met ‘Deze week heeft uw partij de aanval ingezet op Unia. Gaat u daar iets aan doen?’ Zuhal geeft wat kritische bedenkingen over de organisatie. Waarop Lessafer aandringt: ‘Wat gaat u daar als staatssecretaris aan doen?’ En Zuhal antwoordt daarop iets van ‘overleggen’ en ‘doorlichten’ en ‘nergens op vooruitlopen’.
     Dus wist Liesbeth dat Zuhal van een aanval op Unia haar ‘eerste punt wilde maken’. Een glimlach krulde zich om mijn lippen.


(Dit stukje verscheen ook op Doorbraak.)