Posts tonen met het label George Orwell. Alle posts tonen
Posts tonen met het label George Orwell. Alle posts tonen

vrijdag 22 juli 2022

'Vuile poetinist' en andere politieke scheldwoorden


     Af en toe kan een scheldwoord bruikbaar zijn om een politieke vijand te typeren, maar vaker berust het op een overdrijving of een leugen. Een brave lerares wordt een ‘raciste’ genoemd vanwege haar standpunt omtrent immigratievoorwaarden. Nochtans behandelt zij al haar leerlingen, blank en zwart, netjes gelijk. Een jonge staatsambtenaar wordt een ‘communist’ genoemd omdat hij rijken zoals ik iets zwaarder wil belasten. Nochtans stemt hij Groen, heeft hij amper politieke interesses, en heeft hij alleen kaartjes voor Manifiesta gekocht omdat Kate Hudson daar komt spreken. Hij zal schrikken als dat niet de bekende Hollywood-actrice zal blijken te zijn.
     In plaats van zulke leugenachtige platitudes te gebruiken, kun je proberen met scheldwoorden iets leuks te doen in een polemiekje. Pascal Cornet noemt in zijn stukje van vandaag N-VA-schepen Annick De Ridder een ‘opportunistische cynica, een theatrale schertsfiguur en een sardonische sarcaste’. Vooral die laatste omschrijving is aardig omdat ze zo onweerstaanbaar doet denken aan de titel van zoveel Suske-en-Wiske-albums. 
     Mijn ervaring is echter dat de polemiekjes met de meeste scheldwoorden voor een andersdenkende de minst leerzame zijn. Je leert iets leert over de schrijver maar weinig over het onderwerp van zijn spot. Cornet bijvoorbeeld heeft bezwaren tegen N-VA, dat heb ik nu goed begrepen. Maar of Annick De Ridder werkelijk ‘geen zak’ geeft om het milieu, dat kan ik uit het stuk niet opmaken. Dat lijkt mij een kwestie van speculatie. Ook weet ik nu niet met zekerheid of ze bevriend is met de directeuren in het gebouw van de Persgroep waar ze vóór poseert. Dat lijkt mij een kwestie van insinuatie. En dat Annick als politica in haar eigen machtspositie geïnteresseerd is, wist ik al. Daar had ik Cornet niet voor nodig. Toon mij een politicus die niet geïnteresseerd is in zijn machtspositie.
     Een andersdenkende leert dus niet veel uit politieke scheldtirades. Erg is dat niet, want wat die andersdenkende zou kunnen leren, is meestal het laatste waar de polemist aan denkt. De polemist moet dus ook niet kijken op een scheldwoord meer of minder. Hij moet niet al te bang zijn om een tegenstander te kwetsen. Trouwens, een beetje tegenstander zal onder die scheldwoorden het hoofd koel houden, ze als geuzennaam opvatten, en antwoorden: et alors?
     Dit alles verklaart de populariteit van schelden in het politieke bedrijf. Er worden voor dat doel soms zelfs nieuwe etiketten in omloop gebracht. Toen de Oekraïense oorlog op de voorpagina’s stond, las je hier en daar het verwijt van ‘poetinist’ bijvoorbeeld. Goed gevonden, want de tegenstander zou dan als antwoord ‘Zelenskist’ moeten roepen, en dat ligt veel minder goed in de mond. Maar ‘poetinist’ blijft verder een scheldwoord van dezelfde orde als ‘racist’ en ‘communist’: het wordt vooral gebruikt voor mensen die het niet zijn. Er is slechts een kleine minderheid van mensen in ons land die zich vierkant achter de Russische inval schaart. In de reguliere pers hoor je ze niet en op de sociale media schrijven ze commentaartjes vol grove taalfouten. Daarnaast is er wel een grotere groep mensen die naar neutraliteit neigen, omdat ze zich niet willen moeien met wat hen niet aangaat of omdat ze te veel lelijks zien bij de twee oorlogvoerende partijen. Het zijn die neutralen die makkelijkst het nieuwe etiket krijgen opgeplakt.
     Zelf heb ik ook al over ‘poetinisten’ geschreven. Ik noem dan niemand in het bijzonder en denk ook aan niemand in het bijzonder. Ik ga ervan uit dat ze bestaan, maar dat ze in tegenstelling tot de kromtaalschrijvers op de sociale media, hun sympathie voor de Russische autocraat voor zichzelf houden of reserveren voor een beperkte kring van gelijkgezinden. ’t Zou begrijpelijk zijn, want de Oekraïense polemiek wordt vaak heel persoonlijk gevoerd. De verborgen Poetinist vreest, niet ten onrechte, om minstens symbolisch op de brandstapel te komen. Heksenjacht is van alle tijden.
     Eigenlijk spreek ik nog het liefst van ‘halve poetinisten’. Daarmee bedoel ik niet ‘apeasers’, want misschien hebben de ‘apeasers’ dit keer wél gelijk – dat kan ik niet uitmaken. Ik bedoel ook niet ‘Putinverstehers’ want je doet geloof ik niets fout als je Poetin probeert te begrijpen. George Orwell werd razend als Britse intellectuelen of politici probeerden om Hitler te begrijpen. Hij vond dat een capitulatie. Ik heb dat niet. Van mij mag men alles en iedereen proberen te begrijpen. Hoe meer je begrijpt, hoe beter. En het is niet omdat je iemand begrijpt, dat je hem goedkeurt of 
  en dat is het belangrijkste   laat begaan.
 
     Wat ik wel bedoel met ‘halve poetinisten’ zijn mensen die naar mijn smaak teveel argumenten uit het Poetinkamp overnemen. Zelfs daar zou ik begrip kunnen voor opbrengen, als die overgenomen argumenten op zichzelf waardevol waren, maar ik vind ze juist onlogisch en hemeltergend eenzijdig. Op een kwade dag acht ik mij in staat om iemand als professor Goddeeris een ‘halve poetinist’ te noemen. ’t Zou onrechtvaardig zijn, want Goddeeris zijn werkelijke sympathie voor Poetin is wellicht nul procent, en niet vijftig procent. Maar wat is, op zo’n kwade dag, het alternatief? Moet ik hem een ‘objectieve handlanger’ van Poetin noemen, zoals men in de communistische traditie sprak van ‘objectieve handlangers’ van het tsarisme, imperialisme en fascisme ? Dat waren dan lui die het ‘subjectief goed meenden’ maar die ‘objectief in de kaart van de vijand speelden’.
     ‘Objectieve handlanger’, ik eet nog liever mijn hoed op dan dat ik dát scheldwoord gebruik.

zondag 13 maart 2022

Zou een Russische annexatie erg zijn voor de Oekraïense bevolking?

     Bij experts kom ik allerlei zaken te weten over geostrategie waar leken zoals ik geen kaas van hebben gegeten. Wat heeft Poetin toen en toen en toen gezegd? Hoe zijn zijn vorige militaire acties verlopen? Hoe zit dat met de betrekkingen tussen Rusland en China? Ik lees dan die gestoffeerde stukken over de krijgskansen, over risico op escalatie en over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van een diplomatieke doorbraak. ’t Zijn stukken waarin de feiten aangevuld worden met speculatie – vaak niet meer dan ‘educated guesses’, maar dat is nog altijd beter dan feitenvrije speculatie en ‘ignorant guesses’.
     Daar tegenover staat dat de leek vragen durft stellen waar de geostrategische expert zijn neus voor ophaalt. Gerard Bodifee stelde onlangs de vraag of een mens het morele recht heeft om een soldaat van een invallend leger dood te schieten. Ook over díe soldaat zingt Willem Vermandere immers dat hij altijd iemands vader is (wat niet waar is) en altijd iemands kind (wat wél waar is, zelfs als het om een wees gaat). Het antwoord van Bodifee is geloof ik dat je die soldaat niet mag doodschieten, behalve als hij een weerloze vrouw probeert te verkrachten of op eigen initiatief aan het moorden slaat.
      Mijn Facebookvriend Michel Berger stelt een nog veel interessantere vraag. Hoe erg zou het eigenlijk zijn als Oekraïne onder controle komt van de Russen, niet voor het geostrategisch evenwicht, maar voor het belang van de gewone Oekraïense burger? Ik laat Michel even aan het woord.

“Dat er Oekraïners zijn die niet onder Russisch gezag willen leven is een feit. Er zijn er die dat niets kan schelen en er zijn er die dat willen. Het is ook een feit dat grote delen van de wereld onder Russisch gezag leven en geleefd hebben (dat laatste onder een regime dat vele malen nietsontziender was voor de eigen burgers dan het huidige). Kortom, dat Oekraïne terug onder Russisch gezag zou vallen is misschien vanuit democratisch oogpunt te betreuren maar hoeft niet erger te zijn dan dat al die Chinezen zuchten (doen ze dat?) onder Xi Yinping. Langer verzet kan alleen maar meer dode Oekraïners opleveren, meer verwoesting van hun infrastructuur … ?”

     In zijn film Love and Death – een parodie op Oorlog en vrede – laat Woody Allen een Russiche sergeant zijn troepen als volgt toespreken: ‘Imagine your loved ones conquered by Napoleon and forced to live under French rule. Do you want them to eat that rich food and those heavy sauces? Do you want them to have soufflé every meal and croissants?’ De soldaten antwoorden luidkeels: No! Die Russische sergeant doet denken aan de ‘What have the Romans ever done for us’-sketch van Monthy Python, over hoe de Joden onder de Romeinse bezetting te lijden kregen van … aquaducten, sanitaire voorzieningen, een puik wegennet, betere geneeskunde en vrede. Los van de satire is het verhelderend om oorlog en bezetting te benaderen vanuit de prozaïsche vraag: wat zijn de alledaagse gevolgen voor de burger?
    Dus – welke alledaagse gevolgen mogen de Oekraïners verwachten van een halve of hele Russische annextie? Wat hebben ze te verliezen? Hun welvaart? Maar in BBP per inwoner gerekend zijn de Oekraïners twee keer zo arm als de Russen. Hun vrijheid? Maar op de vrijheidsindex scoort Oekraïne amper beter dan Rusland (6.86 tegen 6.23)*. Hun nationale onafhankelijkheid? Maar zo’n verlies kun je vergelijken met jeuk: je voelt het vooral als je eraan denkt. Zo zijn er, naast Vlamingen die zuchten onder de onnatuurlijke unitaire staatsstructuur, ook veel anderen die daar nooit aan denken.
     Dat is allemaal wel waar. Ik wil evenwel niet al te vlug zaken als welvaart, vrijheid en onafhankelijkheid afdoen als een kwestie van graadverschillen of inbeelding. Een economische integratie in het Westen zou de Oekraïners op middellange termijn ongetwijfeld meer welvaart brengen dan een oriëntatie op de noordelijke buur. En misschien is die vrijheidsindex niet zo nauwkeurig – Oekraïne kent ten minste verkiezingen die af en toe een
ándere regering aan de macht brengen dan de vorige, wat in Rusland al lang niet meer het geval is, als het ooit zo is geweest.
     Ook zou de misschien lage Oekraïense vrijheidsindex nog veel lager worden als het land bezet wordt en een regimewissel wordt opgelegd. 
In 2014 kwamen de Oekraïners op straat tegen het Janoekovytsj toen die terugkwam op zijn belofte om een vrijhandelsakkoord te sluiten met de Europese Unie en zich wou integreren in de Euraziatische Economische Unie die Poetin wou oprichten. Janoekovytsj was weliswaar democratisch verkozen, maar manifestaties tegen een verkozen regering zijn een courante praktijk in landen die hoog op de vrijheidsindex scoren. De politie heeft toen 108 mensen gedood. We moeten er niet aan denken wat er onder een nieuwe Janoekovytsj zou gebeuren bij pogingen om antiregeringsdemonstraties te houden.
     We kunnen het ook anders verwoorden. Nationale onafhankelijkheid is meer dan alléén een idee; in het geval van Oekraïne, waar bij een in 1991 gehouden referendum een meerderheid van 92,3 % zich uitsprak voor het verlaten van de Russische Federatie, is onafhankelijkheid ook een noodzakelijke voorwaarde om zaken zoals welvaartsgroei en meer vrijheid te garanderen.
     Als de Oekraïeners hun verzet verderzetten, zullen de onmiddelijke verliezen in mensenlevens, infrastructuur en comfort erg groot zijn. Misschien kunnen ze later de vruchten van dat verzet plukken als ze de invaller verslaan. We zouden die vruchten – vrijheid en welvaart – kunnen afwegen tegen die verliezen. Zo’n afweging zou enige speculatie vergen, maar er zullen wel experts rondlopen die dat voor ons willen doen. Zelf stel ik mij echter een andere vraag,  namelijk of mensen in het werkelijke leven op die manier voor- en nadelen afwegen. Orwell, in zijn essay ‘New Words’, dacht van niet. 

 ‘Het hele Westerse denken sinds de eerste wereldoorlog nam impliciet aan dat mensen niets anders wensen dan zekerheid, een gemakkelijk leventje, en zo weinig mogelijk pijn. In zulke visie is geen plaats voor patriottisme en militaire deugden … Maar Hitler voelt in zijn eigen vreugdeloze geest zeer goed aan dat mensen niet alleen confort willen, zekerheid, kortere werktijden, hygiëne, gezinsplanning en, meer algemeen gesproken, gezond verstand. Mensen willen, minstens af en toe, ook strijd en zelfopoffering. Terwijl het socialisme en het kapitalisme tegen de mensen zeiden: ‘Wij beloven u een fijn leven’, zei Hitler: ‘Ik beloof u strijd, gevaar en dood’, en als gevolg daarvan wierp een hele natie zich aan zijn voeten.’

         Wellicht stelt Orwell de zaken wat te scherp. Maar het is opmerkelijk dat Hitler slechts kon worden verslagen toen hij aan de overkant met eenzelfde mentaliteit te maken kreeg, de mentaliteit van ‘I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat’. Dat is de mentaliteit van Zelensky en van vele Oekraïners nu. Of het voldoende is voor een overwinning is helemaal niet zeker. Of het een reden is om toegevingen te weigeren evenmin. Maar zeker is wel dat ik die mentaliteit liever zie bij mensen die hun land verdedigen dan bij mensen die een ander land aanvallen. 

 

* Voor BBP zie hier en voor Freedom Index zie hier. Overigens is de vergelijking van de BBP’en van Rusland en Oekraïne misleidend omdat in dat eerste land een veel groter deel van het inkomen bij de rijksten terechtkomt. Rusland heeft een Gini-coëfficiënt van 37,5, waar Oekraïne er een heeft van 26,6. Zie hier.

woensdag 12 januari 2022

Vaccinatieverplichting 'rears its ugly head'

** Het was eventjes schrikken vanmorgen toen ik de kop zag op de één van Het Nieuwsblad. (Zie hierboven)

** Zoals ik een stukje tegen het Hoeyberghs-vonnis begin met een rituele maar gemeende veroordeling van de man, begin ik een stukje tegen vaccinatieverplichting met een ferme én gemeende verdediging van de vaccins. Ikzelf ben drie keer gevaccineerd, en ik zal niet aarzelen om vrijwillig een vierde vaccin te laten inspuiten als dat er komt. Ik ben wel niet enthousiast voor vaccinatie van jonge kinderen.

** De Croo kondigde aan dat hij voor de vaccinverplichting rekening zou houden met het wetenschappelijk advies. Welke wetenschap vroeg ik mij af? Het blijkt de wetenschap van de motivatiepsychologie te zijn, zoals bedreven door de expertengroep ‘Psychologie & Corona’. Ik wil niet graag als anti-wetenschap te boek staan, maarrreuh …

** Ik heb het arsenaal van argumenten gelezen in Het Nieuwsblad. Het lijkt op het debat over de gascentrales: alle argumenten komen aan bod, behalve dat van de CO2-uitstoot. Bij de vaccinverplichting: alle argumenten komen aan bod behalve dat van de effectiviteit van de maatregel. Alleen Liesbeth Van Impe besteedt er één zinnetje aan: ‘De vaccinatiegraad is al hoog, een verplichting zal daar niet veel aan toevoegen.’ 

** De voornaamste rechtvaardiging van de psychologen is dat de resterende niet-gevaccineerden onmogelijk nog met redelijke argumenten te overhalen zijn. Dat is zeker waar en dat wist ik ook zonder de wetenschappelijke psychologie. Hopelijk zal dat argument over de ontoereikendheid van redelijke argumenten niet al te vaak gebruikt worden in de toekomst. Ik heb het indertijd niet gehoord tijdens de discussie over de autogordel. Toen had men het fatsoen om de effectiviteit van de maatregel centraal te stellen. 

** Van Impe en anderen raden aan om een breed parlementair debat te houden over de kwestie. Ja, waarom niet? Het zou mij trouwens verwonderen als de regering die kans niet zou aangrijpen. Het is een debat met een grote symboolwaarde dat ze niet kan verliezen. Buiten het parlement is er een publieke opinie die met een ruime meerderheid de verplichting steunt. Geen enkele brede partij kan zich permitteren om principieel tegen de verplichting in te gaan, zelfs als ze dat eigenlijk zou willen.

** Mij stoort ook het tijdstip waarop de discussie start, namelijk tijdends de staart van de pandemie. Natuurlijk zouden vaccins een wereld van verschil gemaakt hebben tijdens de eerste twee golven. Toen waren er ‘7800 levens’ die hadden kunnen worden gered, iets waar CD&V zo graag over spreekt. Maar de vaccins waren op dat moment nog niet beschikbaar. Als ze er wel waren geweest, dan had men de meeste van die 7800 mensenlevens ook kunnen redden met vrijwillige vaccinatie.

** De timing van de discussie voedt het vermoeden dat het ‘niet om de gezondheid’ gaat, maar ‘om een verborgen agenda’. Zelf geloof ik niet in een samenzwering. Ik geloof niet dat De Croo tegen Vandenbroucke zegt: ‘Hoe kunnen we ons het best voorbereiden op de komende sociaal-economische conflicten’, waarop die laatste antwoord: ‘We gaan er de volgzaamheid tegenover de autoriteiten eens goed inrammen met de verplichte vaccinatie.’

** Waar ik wel in geloof, dat zijn politieke spelletjes. Een regeringsleider die zich afvraagt: ‘Hoe kan ik mij gemakkelijk populair maken?’ Of: ‘Hoe kan ik de oppositie tot een debat verleiden dat ze niet kan winnen.’ 

** Waar ik ook in geloof, dat zijn politici voor wie het een tweede natuur is om de burgers te manipuleren, te controleren en te regimenteren, dat alles natuurlijk-uiteraard-vanzelfsprekend in het belang van die burgers zelf.

** Elchardus heeft in Reset geschreven over een mogelijk conflict tussen democratische meerderheden en mensenrechten. Er is geen probleem zolang een democratische meerderheid zich achter een bepaald mensenrecht schaart. Het recht op lichamelijke integriteit is echter een mensenrecht waar blijkbaar geen democratische meerderheid voor bestaat. 

** Veel mensen hanteren een nogal primaire redenering. ‘Als ik een vaccin laat inspuiten,’ zeggen ze tegen zichzelf, ‘waarom mag een ander dat dan weigeren? Is die misschien beter dan ik? Waarom moet die niet solidair zijn met mij?’ 

** Dat aan die primaire redenering wordt toegegeven, vind ik trouwens het kwalijkste aan het hele debat. Want als ik de voorstellen van de partijen overloop, zie ik geen échte verplichting aan de horizon. CD&V wil een boete voor vaccinweigeraars, Rousseau wil een uitsluiting van bepaalde activiteiten, en Open Vld wil een gevaccineerdenpasje, wat op hetzelfde neerkomt. Dat is nog iets anders dan verplicht in de armen te gaan spuiten.

** Dat men die maatregelen echter voorstelt als een ‘verplichting’, legt de drempel lager om in de toekomst andere echte verplichtingen op te leggen, zonder de effectiviteit van die verplichting te motiveren, maar door alleen de juiste buzz-woorden te gebruiken. 

** De argumentatie van Conner Rousseau in Het Nieuwsblad heeft een onwaarschijnlijk hoog passe-partoutgehalte. Ik geef het hier letterlijk weer. ‘De vaccinatie-verplichting is het belangrijkste wapen voor onze collectieve vrijheid en tegen het vergroten van ongelijkheid.’ Laat het woord ‘vaccinatie’ weg en je krijgt ‘de verplichting is het belangrijkste wapen voor onze collectieve vrijheid’, een slagzin die vaag doet denken aan ‘freedom is slavery and slavery is freedom’ van 1984

maandag 30 november 2020

‘Geen normale partij’


      Ik zag Karel Verhoeven vorige week op de televisie in het programma ‘Alleen Elvis blijft bestaan’: een vriendelijke vent met lang haar, enorme oren, en niet dom. Hij heeft meerdere universitaire diploma’s, is gepromoveerd op een onderzoek naar ‘De lach en de roman’ – daar zou ik wel eens in willen bladeren – en hij kijkt ongeveer naar dezelfde films en series als ik. Hij improviseert met gemak een keurig en genuanceerd exposé over de de grondbeginselen van goede journalistiek. En tijdens vakanties trekt hij door gevaarlijke, woeste natuurgebieden met wilde dieren, waar hij ‘berekende risico’s’ neemt. Ik kijk een beetje naar hem op.
     Natuurlijk: quandoque dormitat bonus Homerus, de besten laten al eens een steek vallen. In zijn laatste stuk in De Standaard (hierschrijft Verhoeven iets over Vlaams Belang. Dat is geen ‘normale partij’, vindt hij, en hij gebruikt het voorbeeld van gemeenteraadslid Carrera Neefs die bloemen had gelegd op het graf van een SS’er, daarvan een foto had geplaatst op de sociale media, en die nu uit Vlaams Belang was gezet. Tom Van Grieken had nagelaten om de daad zelf van Neefs ‘moreel te veroordelen’. ‘Er is nu geen sprake meer van dubbelzinnigheid bij Vlaams Belang,’ schrijft Verhoeven. Ik zou precies het tegenovergestelde zeggen: enerzijds uit de partij zetten, en anderzijds moreel niet veroordelen, dat is juist een goed voorbeeld van dubbelzinnigheid.
     Verhoeven dringt in zijn stuk aan op een kordate veroordeling van nazi-nostalgie, ook als die zich (a) ‘in stilte’, (b) ‘binnenskamers’ of (c) als ‘rouwen’ voltrekt. Maar zoiets is moeilijk te organiseren. Voor het eerste zouden cameras moeten worden geplaatst bij graven van SS’ers. Voor het tweede zouden in de huizen interactieve schermen met afluisterapparatuur moeten worden geïnstalleerd. Voor het derde ontbreekt geloof ik vandaag nog de technologie. Misschien kan de rouw zelf op hersenscans worden afgelezen, maar om wie gerouwd wordt, dat is vooralsnog op zo’n scan niet te zien.
     We zitten hier al een beetje in de sfeer van double-plus ungood thoughtcrime. In het fameuze proces tegen de Chicago 7, werd activist Abbie Hoffmann gevraagd of hij gehoopt had op een confrontatie met de poltie. Volgens de meeslepende verfilming van dat proces aarzelt Hoffmann voor hij antwoordt. De procureur vraagt waarom hij aarzelt. ‘Give me a moment, would you, friend?’, zegt Hoffmann ten slotte. ‘I have never been on trial for my thoughts before.’ Dat laatste heeft hij ook echt gezegd.
     Ik geloof niet dat Verhoeven aanstuurt op rechtbanken, of partijraden, die mensen beoordelen of veroordelen voor de thoughtcrime van nazi-nostalgie. Hij neemt wellicht genoegen met een algemene ‘morele veroordeling’ van het gedachtegoed zelf, zoals N-VA dat indertijd gedaan heeft. Ik zou het heel fijn vinden als Van Grieken zon veroordeling zou uitspreken. Maar bekijken we het eens vanuit zijn standpunt. Waarom zou hij dat doen als daar niets tegenover staat? Veronderstel dat 1, of 5, of 10 procent van de Vlaams Belang-stemmers uit nazi-nostalgieken bestaat. Waarom zou Van Grieken die stemmen weggooien met ferme uitspraken over het verleden? Dat hij over dat verleden een ‘flou artistique’ aanhoudt, bewijst dat hij een electoraal rekenaar is, niet noodzakelijk dat hijzelf een nazisympathisant is die zijn ideeën verdoezelt met, zoals Verhoeven schrijft, ‘vals burgermannetjestheater’, waar  ook erg  sommige N-VAers moedwillig aan meedoen door te dromen’* van een coalitie.
    Soms hoor je een zin die je hele wereldbeeld overhoop haalt. Verhoeven beweert dat Vlaams Belang geen ‘normale’ partij is. Ik zei ooit precies hetzelfde in een gesprek met mijn broer. ‘Vind jij de PS dan een normale partij?’ antwoordde mijn broer. Dat moet geweest zijn in de tijd van een of ander spectaculair rood schandaal beneden de taalgrens. Ik begreep op slag dat er eigenlijk géén normale partijen bestaan. Die nazi-nostalgieken die voor Vlaams Belang stemmen, zijn misschien een reden om nooit met die partij een coalitie aan te gaan – alhoewel ik nog betere redenen ken – maar ik ken ook goede redenen om nooit een coalitie aan te gaan met de PS of met Groen. Toch zou ik een regering met een van die partijen niet a priori verwerpen. Als de belastingen maar niet té veel stijgen, en er iets leuks tegenover staat op korte of of op lange termijn. En als de kerncentrales openblijven natuurlijk.

 * Dreamcrime?

zaterdag 28 november 2020

De SP.A bestrijdt nepnieuws

 


     Af en toe lees je ook goed nieuws in de krant. ‘SP.A wil leden van het Vlaams Parlement die nepnieuws verspreiden, een sanctie kunnen opleggen.’ (zie hier) De partij wil daarvoor de deontologische commissie inschakelen. Het voorstel krijgt kritiek van iedereen: van Groen, van N-VA, van CD&V, maar zo gaat dat altijd als je aan komt dragen met gedurfde, vernieuwende voorstellen. De tijd is wellicht nog niet rijp. Maar wat niet is, kan nog komen. En ondertussen kunnen we ons al over de volgende stappen beraden.
     Ik lees dat Benjamin Dalle, de Vlaamse minister van Media 29 miljoen wil investeren in een factcheckplatform om politiek nepnieuws aan te pakken. In 2018 al had Alexander De Croo als federale minister van Digitale Agenda beslist om de strijd tegen nepnieuws aan te binden, en het ‘evenwicht tussen vrijheid van meningsuiting enerzijds en maatregelen tegen desinformatie anderzijds’ te bewaken (zie hier). Alexander had gelijk wat de grond van de zaak betreft. Als het om vrijheid van meningsuiting gaat, moet vooral het ‘evenwicht’ in het oog worden gehouden, want straks zegt iedereen waar hij zin in heeft.  En daar kunnen Schadelijke Dingen bij zijn. Maar … Vlaams, federaal, Media, Digitale Agenda …  wordt het geen tijd om iets te doen aan de versnipperde bevoegdheden? Waarom geen eengemaakt ministerie van Waarheid opgericht? Federaal natuurlijk. Het is beter op te komen vóór iets – de waarheid – dan tégen iets – nepnieuws. Er moet nog ergens een blauwdruk liggen voor zo’n ministerie. Eens kijken onder de O van Orwell of de B van Blair. 
     En dan kunnen we nóg een vraag stellen. Waarom die strijd beperken tot nepnieuws, met andere woorden tot de nep van nu? Zijn er dan geen problemen met het verleden? Bestaan er geen schoolboeken en historische werken waarin de misdaden van Leopold II onvoldoende aandacht krijgen? Nepgeschiedenis, zou je kunnen zeggen. Kunnen die boeken zomaar op de planken van openbare bibliotheken blijven liggen, waar iedereen ze mee kan nemen. En wat met de toekomst? Ook hier ligt een onontgonnen terrein. Wat doe je met mensen die beweren dat het binnen vijftig jaar met de migratie wel mee zal vallen maar dat Vlaanderen overstroomd zal zijn wegens de klimaatverandering? Of omgekeerd – want ik ben even vergeten welke toekomstige feiten hier juist nep zijn. Maar je begrijpt waar ik naartoe wil.
     Helaas zijn dat allemaal nog toekomstdromen. Ondertussen moeten we het doen met het voorstel van SP.A. dat dus parlementsleden wil controleren en sanctioneren. En zelfs met dat voorstel moet ervoor worden gezorgd dat er geen misverstanden ontstaan. Frank Vandenbroucke bijvoorbeeld kwam gisteren op de televisie vertellen dat de sluiting van de niet-essentiële winkels ‘eigenlijk’ een ‘psychologische’ maatregel was en dat winkelen op zich niet riskant is.* Een maand geleden liet hij ongeveer het tegenovergestelde verstaan.
    Heeft Vandenbroucke nu minstens één keer nepnieuws verspreid over de veiligheid van het winkelen, hetzij gisteren, hetzij een maand geleden? Daar kun je van mening over verschillen. Dezelfde discussie had je over de communicatiebocht rond de mondkapjes. Ik citeer hier graag Jean-Pierre Rawie, de enige hedendaagse dichter uit ons taalgebied, samen met Koenraad Goudeseune, die ik ongeveer begrijp. ‘Over die mombakkesen,’ schrijft Rawie, ‘wil ik nog één keer iets zeggen, waarna ik er voor eeuwig over zwijgen zal. Iets kan niet de ene dag zinloos, en daags nadien van levensbelang zijn, dus ofwel, de over ons gestelden hebben ons gedurende meer dan een half jaar op ten hemel schreiende wijze misleid, of we worden nú belazerd; tertium non datur. Zo dat is eruit.’ (Zie hier)** 
     Maar Rawie ziet in zijn simpelheid een zaak over het hoofd. Er is niet alleen waarheid en leugen, er is ook nog de Goede Zaak. Nepnieuws is niet echt nep als het de Goede Zaak dient. Dat wist men al in de Oostenrijkse dubbelmonarchie. Joseph Roth beschrijft in De Radetzkymars hoe luitenant Trotta tijdens een veldslag keizer-koning Frans-Jozef op de grond gooit, en hem zo redt van een vijandelijke kogel. Dat verhaal wordt later in de schoolboekjes weergegeven als een heldhaftig gevecht waarin de keizer en de luitenant met blanke sabel tientallen vijanden over de kling jagen. Als de luitenant, ondertussen von Trotta, protesteert tegen die nepnieuws versie, wordt erop gewezen dat het boek bestemd is voor kleine kinderen, en die hebben niets aan een in alle details correct verhaal. Zolang de boodschap maar duidelijk is. En zou dat laatste ook niet gelden, moet Frank gedacht hebben, voor die grote kleine kinderen die we volwassenen noemen?
     Ik heb mij, zie ik achteraf, overigens zorgen gemaakt om niets. Nu ik het voorstel van SP.A opnieuw bekijk: ze hebben aan álles gedacht. Hun Frank blijft natúúrlijk buiten schot. Het voorstel geldt alleen verkózen parlementsleden. Ministers die geen parlementslid zijn en die niet verkozen zijn, moeten zich geen zorgen maken. Oef.

* Zie hier. Ik transcribeer een stukje uit het Terzake-interview:

-   Goeienavond meneer Vandenbroucke. Dank om bij ons te zijn.
-    Goeienavond.
-   Ja, er zijn een aantal heel voorzichtige versoepelingen aangekondigd, zullen we het zeggen, we hebben er al een aantal besproken in de uitzending. Bent u zeker dat met wat vandaag bepaald is, dat we niet opnieuw richting een derde golf gaan, dat het niet opnieuw omhoog zou gaan.
-    Je bent alleen maar zeker als natuurlijk voldoende mensen blijven al deze maatregelen opvolgen, wat ze eigenlijk vandaag ook doen. Dus we versoepelen niet, hè. We worden strenger met betrekking tot het buitenland. Buitenlandse reizen worden absoluut afgeraden. Wie het toch wil doen: quarantaine en de politie zal het controleren.
-   Maar wat winkelen betreft …
-   Winkelen is eigenlijk geen groot risico als dat gebeurt op een heel goed gecontroleerde manier …
-    Waarom zijn ze dan een tijdje geleden gesloten eigenlijk?
-    Omdat je op een bepaald moment eigenlijk een beetje een schokbeslissing moet nemen. Je moet echt een schokeffect krijgen en daar hoort bij dat je zegt: niet-essentiële winkels ook onmiddellijk dicht. 
-   Het was meer psychologisch …
-    Ja …
-     … dan een reële nood, of dan een reëel veiligheidsgevaar?
-  Wel, nee. Ik denk dat dat echt een goeie beslissing was. Op een bepaald moment moet je eigenlijk zeggen: den blok erop, zodanig dat het duidelijk is. En dan, als je dan terug een beetje perspectief krijgt, kan je zeggen, ja, wat eigenlijk niet riskant is, namelijk één iemand die alleen naar een winkel gaat en daar snel iets koopt en terugkomt, dat kan je dan wel doen. 

** Met dank aan Geraard Goossens die mij opmerkzaam maakte op het stuk van Rawie.

zondag 28 april 2019

En, Peter, had Marx altíjd gelijk?

      ‘Als de mens geen klimaatactie onderneemt, is de Apocalyps dan onvermijdelijk?’ vroeg de journalist van De Zondag aan Peter Mertens (PVDA). ‘Ja’, antwoordde Peter resoluut. ‘Marx was daar trouwens ook al mee bezig.’
    
Marx bezig met het klimaat? De lezer is geneigd bij zo’n mededeling even te glimlachen. Waarom zou een Duitse filosoof-econoom uit de negentiende eeuw zich zorgen hebben gemaakt over een klimaatopwarming die men pas op het einde van de twintigste eeuw zou ontdekken? Dat is niet erg waarschijnlijk. Wellicht, denkt de lezer, haalt Mertens hier twee zaken door elkaar: de nieuwe kwestie van het klimaat dat opwarmt, en de oude kwestie van de mooie landschappen, de zuivere lucht, het heldere water en de fluitende vogels die door een verstedelijkte beschaving worden bedreigd. Marx, denkt de lezer dan, kan moeilijk een klimaatactivist geweest zijn zoals Anuna Dewever, maar misschien was hij wel een groene jongen avant la lettre, iemand die de natuur wou beschermen tegen de ‘oprukkende industrialisering’.
     Zulke groene jongens avant la lettre hebben bestaan. De Russissche schrijver Tsjechov bijvoorbeeld was op zijn landgoed in Melikhovo druk in de weer met het planten van bomen. In een van zijn toneelstukken komt een mooie lofzang op de natuur. ‘Bossen zijn een sieraad voor de aarde,’ zegt Astrov, of was het Sonja.  ‘Bossen leren de mens het schone te begrijpen. Ze verzachten een ruw klimaat en door een zacht klimaat worden de mensen milder en mooier en leniger en inniger van aard. Hun taal klinkt sierlijk, ze bewegen zich gracieus, hun wereldbeschouwing is niet somber, hun gedrag tegen vrouwen is hoffelijk.’ Je weet bij Tsjechov nooit of wat hij dénkt samenvalt met wat hij zégt, of wat hij zijn personages laat zeggen, maar het is duidelijk dat de schrijver op zijn manier ‘bezig was’ met natuurbehoud en zelfs met klimaat – of althans met wat we vandaag ‘microklimaat’ zouden noemen.
     Marx van zijn kant was daar helemaal niet mee bezig.  Om dat na te trekken hoeft de lezer niet eens de veertig delen van de Marx-Engels-Gesamtausgave door te nemen. Het volstaat vandaag om op Google de zoekterm ‘Marx and the Environment’ in te tikken. Zeker, je krijgt 2.560.000 resultaten op je zoekopdracht, maar je moet maar enkele van die resultaten aanklikken om te zien dat het allemaal artikels zijn over datzelfde ene zinnetje uit Het Kapitaal.  Marx zegt daarin dat de grond uitgeput raakt door de ‘kapitalistische landbouw’. Die uitputting van de grond was inderdaad een erg actuele kwestie in de 19de eeuw, maar heeft ondertussen veel aan actualiteit ingeboet door de ontdekking van kunstmest, verbeterde gewassen en genetische manipulatie. De groene revolutie heeft hier meer goeds gedaan dan de rode.
     Met je zoekterm op Google vind je ook artikels die gaan over de zogenaamde ‘Jonge Marx’ en wat die schreef over de Verhouding tussen Mens en Natuur. Een gepensioneerde sociologieprofessor is dan heel enthousiast over het diepe inzicht van Marx dat ‘de Mens zelf deel uitmaakt van de Natuur’. Maar hoe die professor ook trekt en wringt aan een of andere duistere passages, je hebt al snel door dat Marx bij het begrip ‘Natuur’ niet dacht aan mooie landschappen, zuivere lucht, helder water of zingende vogels die bedreigd worden door kernafval, maar aan de materiële wereld in zijn geheel, waar de mens dus deel van uitmaakte. Jawel, de mens was ook een brok materie. Dat wist Lucretius al, over wie Marx zijn doctoraatsthesis had geschreven.
     Communisten hadden vroeger de rare gewoonte om bij gelijk welke discussie enkele uitspraken van Marx aan te halen. Ze zochten in alle hoeken en kanten en vonden zo’n uitspraken over gelijk welk onderwerp. Ze stelden er zelfs brochures over samen: ‘Marx over het onderwijs’, ‘Marx over de klassieke oudheid’, ‘Marx over China’, ‘Marx over de geestelijke muziek’, ‘Marx over het seksuele vraagstuk’. In mijn opleiding germanistiek moest ik een opstel lezen van zekere Georg Lukacs. ‘Inleiding tot de esthetische werken van Marx en Engels’ heette het stuk. In de tweede zin moet die Lukács al toegeven dat Marx en Engels eigenlijk ‘nooit een samenhangend boek en nauwelijks een studie’ over esthetische problemen hadden geschreven*. En op dat niet-bestaande boek en die nauwelijks-bestaande studies had hij dan toch maar een flinke inleiding geschreven.
     Ook was er niet alleen Marx die je kon aanhalen. Als je zocht vond je wat je nodig evengoed had bij de andere ‘grondleggers’: bij Engels over goedkoop wonen,  bij Lenin over alcoholisme, bij Stalin over taalkunde en bij Mao over journalistieke stijl. Ook daar werden brochures van gemaakt. En in al die brochures ging men ervan uit dat die Marx enzovoort over onderwijs, goedkoop wonen, alcoholisme, taalkunde en journalistieke stijl altijd gelijk hadden gehad, dat was ze schreven altijd waar was.
     Voor dat dogmatische geloof zijn de communisten vaak uitgelachen. ’t Is ook is iets eigenaardigs. Zelf heb ik in een bepaalde periode van mijn leven veel gelezen van Schopenhauer, Popper en George Orwell. Die schreven ook over van alles en nog wat, en ik vond, na de taaie marxistische geschriften van mijn jeugd, alles wat die auteurs schreven bijzonder boeiend. Maar de gedachte kwam niet meer bij mij op dat dat allemaal ook waar was. Schopenhauer schreef bijvoorbeeld dat mannenlichamen mooier zijn dan vrouwenlichamen, en dat alleen de geslachtsdrift ervoor zorgt dat we dat anders zien. Ik vond dat een boeiende opmerking, maar was ze ook waar? Een vriendin wees mij erop dat de meeste vrouwen op een rustig moment ook de voorkeur geven aan een schilderij met een naakte vrouw erop boven dat met een naakte man.
     De uitspraak van Peter Mertens over Marx die ‘bezig was met het klimaat’ is, geloof ik, een restant van de communistische traditie. Meer is het niet. Ik zie de PVDA geen brochures meer uitgeven over ‘Marx en de transgenders’ of ‘Marx en de digitale maatschappij’. ‘Niet alles wat Marx neerschreef,’ zegt Peter, ‘is vandaag nog toepasbaar.’ Daarmee heeft Peter niet gezegd dat Marx zich over welke kwestie ook vergist zou kunnen hebben, maar de toegeving dat zijn ideeën niet allemaal meer ‘toepasbaar’ zijn, is een grote vooruitgang vergeleken met de PVDA die ik gekend heb.
    
* Dat opstel stond in de bundel Tekstboek algemene literatuurwetenschap van Bronzwaer, Fokkema en Ibsch. Daar kwam ook een opstel in voor van Karl Popper ‘De logica van de sociale wetenschappen’. Ik had van die Popper nog nooit gehoord, maar zijn stuk vond ik, toen nog marxist zijnde, veel interessanter dan het gejengel van Lukács.

donderdag 11 mei 2017

Liesbeth van Impe over George Orwell

     Het is altijd een goed idee om een politiek stukje op te sieren met een literaire zinspeling. Het laat zien dat je niet van de straat komt. Ik doe het voortdurend. En vandaag doet Liesbeth Van Impe het in haar Nieuwsbladcommentaartje.
     Liesbeth begint stevig. Ze verwijst naar 1984 van George Orwell.  ‘In zijn ministerie van Liefde wordt gemarteld, in zijn ministerie van Vrede wordt de permanente oorlog in stand gehouden, zijn ministerie van Overvloed organiseert de schaarste en het ministerie van Waarheid houdt de leugen in stand.’ Ja, dat vat het goed samen. Maar hoe zal Liesbeth van die wrede paradoxen overgaan naar ons eigen politieke wereldje? Dat is wat we willen weten.
     ‘De Vlaamse regering is Big Brother niet, schrijft Liesbeth, maar ze begint wel Orwelliaanse trekjes te vertonen.’ En er volgen wat voorbeelden. De minister van Armoedebestrijding  krijgt weinig klaar tegen armoede, de minister van van Gelijke Kansen onderneemt weinig tegen discriminatie, de minister van Natuur maakt ruzie met Natuurpunt en de minister van Landbouw doet hetzelfde met de bioboeren. Het gaat om de ministers Liesbeth Homans, Zuhal Demir, Joke Schauvliege en nog eens Joke Schauvliege, want die laatste doet Natuur én Landbouw en maakt blijkbaar graag ruzie.
     Of dat allemaal zo is, weet ik niet. Misschien neemt Homans wel goede maatregelen om de armen te helpen, is Demir nog niet lang genoeg in functie om beoordeeld te worden, is Natuurpunt zelf met de ruzie begonnen en hebben sommige bioboeren erg lange tenen. Ik volg dat allemaal niet zo.
     Of dat allemaal zo is, weet ik dus niet, maar als het zo is, dan zijn de voorbeeldjes van hierboven toch niet van die aard dat ze mij meteen aan Orwell doen denken. Overigens zou ik niet élke paradox uit de politiek willen bannen. Ik zou niet klagen over een minister van Financiën die de belastingen vermindert, een minister van Ambtenarenzaken die het aantal ambtenaren terugdringt of een staatssecretaris van Migratie die de migratie beperkt. Mochten we, zoals vroeger, een minister van Oorlog hebben, dan had ik liever dat hij ijverde voor de vrede.

zaterdag 19 maart 2016

‘Ons heilig Tinneke’

     Hier en daar begint filosofe Tinneke Beeckman korzelige commentaartjes los te maken. ‘Ons heilige Tinneke,’ las ik ergens op facebook. Ik denk dat het smalend bedoeld was. Johan Sanctorum noemde haar op zijn weblog een ‘vrouwelijke wijsgeer’, en gebruikte daarbij woorden die ik hier niet durf te herhalen. Sanctorum vond haar, geloof ik, te braaf.
     Wat mij aan de filosofe bevalt, is dat ze op de foto vaak lacht. Dat zie je niet vaak bij filosofen. Bij Hegel, Schopenhauer en Kierkegaard is een sombere portrettenblik te verwachten – die negentiende-eeuwers wisten niet beter of het hoorde zo. Maar ook filosofen van de twintigste en eenentwintigste eeuw kijken je vaak nors vanop de boekflap aan – zelfs de Amerikaanse, die toch zouden moeten weten dat je de wereld verovert ‘on a smile and a shoeshine’. Alleen Nozick lacht altijd, maar als ik zo slim was als hij, zou ik ook vaker lachen. En bij ons dus Beeckman. Je kunt voor de aardigheid haar facebookpagina eens opzoeken.
     Beeckmans laatste boek Macht en onmacht gaat zowel over filosofie als over politiek. Over politiek schrijft Beeckman op een beschaafde manier. Je voelt wel dat ‘linkse’ denkers als David Harvey haar beter liggen dan ‘rechtse’ denkers als Ayn Rand, maar als je sympathieën toevallig omgekeerd liggen, kun je haar nog altijd zonder ergernis lezen. Of toch zonder teveel ergernis, want een beetje ergernis is niet te vermijden en bovendien goed voor je gezondheid. Ook helpt het dat ze de echt onnozele denkers als Emmanuel Todd op hun nummer zet.
     Dan de filosofie. Ik ben niet van plan ooit iets van Heidegger te lezen. Ik vrees dat het teveel zal gaan over ‘het zijn van de zijnden dat zijnt in het daarzijn van het geweestzijn’. Maar dankzij Beeckmans boekje heb ik nu toch een vaag vermoeden waar die vuile nazi het eigenlijk over had. Beeckman beschouwt Heidegger als de grote aanstichter van het postmodernisme. En het postmodernisme, zegt Beeckman, verzwakt onze weerbaarheid tegen leugen en onrecht, en versterkt ons gevoel van onmacht.  
     De postmodernist, dat weet ik ondertussen, stelt dat alle waarheid relatief is. Waarheid bestaat niet echt. Waarheid is iets wat we zelf maken; het is een constructie1. Ik heb in elk geval zoiets gelezen in een boek van Richard Rorty, die zelf postmodern is en het dus weten kan. Rorty gebruikt allerlei slimme argumenten voor zijn bewering over die niet-bestaande waarheid, maar ergens in een hoofdstuk over George Orwell rijdt hij zich vast. Orwell heeft in 1984 een maatschappij beschreven waar de waarheid inderdaad-echt-letterlijk een ‘constructie’ geworden is, meer bepaald een constructie van het ministerie van Waarheid. Het ministerie bepaalt of  2 + 2 nu 4 dan wel 5 is. In een aangrijpende scène wordt de rebel Winston Smith lichamelijk en geestelijk gefolterd tot hij zelf gaat geloven dat 2 + 2 inderdaad 5 is.
     Voor de gewone lezer is wat in die scène beschreven wordt godsgruwelijk om twee redenen: het is gruwelijk vanwege de foltering zelf en het is gruwelijk omdat Winston Smith iets moet geloven wat niet waar is. Rorty probeert met hangen en wurgen onder die conclusie uit te komen. Het enige gruwelijke aan de scène is, volgens hem, de foltering en het machtsmisbruik, niet de onwaarheid van de rekensom. Maar hoezeer Rorty ook hangt en wurgt, hij kan zo’n lezing natuurlijk niet geloofwaardiger maken dan ze is. Het beeld van Orwell is te sterk. 2 + 2 is 4. Iets anders laten geloven is door en door slecht, ook zonder foltering en machtsmisbruik.
     Beeckman besteedt enkele bladzijden aan de 2 + 2 = 5-scène om Rorty onderuit te halen. Dat lukt haar bijzonder goed. Maar nu we het er toch over hebben … ik had liever gehad dat ze een ander hoofdstuk van Rorty had gekozen om te wraken. Dat Rorty zich in zijn hoofdstuk over Orwell en 1984 had vastgereden, daar was ik op eigen kracht ook achter gekomen. Maar bij andere hoofdstukken zit ik nog altijd met de handen in het haar.
 
1 Postmodernisten zelf spreken liever van een ‘construct’.