Posts tonen met het label Wouter Beke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wouter Beke. Alle posts tonen

woensdag 8 januari 2020

Jambon geframed door Het Nieuwsblad

     Voor Jan Jambon heb ik een zekere sympathie sinds ik hem op 7 mei 2007 hoorde spreken op het O-Zon-symposium over onderwijs. Ik had van de man, die voorgesteld werd als bestuurslid van VOKA, nog nooit gehoord. Andere sprekers hielden een praatje voor de vuist, maar Jambon las zijn tussenkomst voor van een papiertje. Zoiets maakt op mij een slechte indruk. Maar wàt hij zei was helder en juist. Hij kende de onderwijsvernieuwing vooral langs zijn schoolgaande kinderen en hij had er een hekel aan. Hij was als bedrijfsleider groot voorstander van vernieuwing, zei hij, maar als een bedrijf op zo’n willekeurige manier aan vernieuwing zou doen als het onderwijs –  vernieuwing om de vernieuwing dus – dan zou dat bedrijf snel failliet zijn.
     En nu is die ondernemer met zijn papiertje minister-president. In de wereld van de politiek heeft hij de reputatie van een efficiënt bestuurder te zijn, waar iedereen graag mee samenwerkt. Maar in het openbare debat gaat het vaker over drie zinnetjes die hij ooit heeft gezegd. Iets over een significant deel van moslimjongeren dat gedanst had na de terreuraanslag in Zaventem (het bleek een marginaal deel te zijn), een sneer naar de oppositie in het Parlement (1) (‘dat gaat gij niet bepalen’) en een zinnetje over het achterstallige kindergeld voor asielzoekers dat door zijn regering zou worden afgeschaft. Hij had, zei op een lezing, “het verhaal gehoord van een familie die meteen een huis kon kopen van dat kindergeld.” Dat zinnetje werd opgepakt door De Tijd, en door de commotie er rond kreeg je de indruk dat de minister-president wekenlang elk café in Vlaanderen had bezocht waar hij altijd maar zijn verhaal vertelde over dat huis dat met kindergeld was aangekocht. (Zie ook hier)
     Dat de oppositie die laatste uitspraak aangreep om de minister-president in verlegenheid te brengen, is normaal en redelijk. The duty of Her Majesty’s opposition is to oppose Her Majesty’s government. Hannelore Goeman  van sp.a zei dat Jambon ‘hard om zich heen slaat’ en Bjorn Rzoska van Groen sprak van ‘een zeer gratuite uitspraak’. Gwendolyn Rutten, die formeel niet tot de oppositie behoort, sprak van een ‘extreem-rechts broodje-aapverhaal’.  Ik vraag mij of ze die woorden zal blijven gebruiken, nu is gebleken dat er inderdaad gedurende jaren tientallen keren achterstallig kindergeld werd uitgekeerd aan asielzoekers ten bedrage van 50, 60, 70 en 80 000 euro; en één keer zelfs van 91 309 euro. Voor mij moet ze het niet laten.
      Ook redelijk vind ik wat commentaarschrijver Matthias Vanderaspoilden van Het Nieuwsblad schrijft. Die vindt dat Jambon ‘een loopje heeft genomen met de waarheid’. Prima. Zo’n commentaarschrijver mag dat schrijven. Hij heeft zoals iedereen het recht op een eigen mening. Als hij de situatie graag zo samenvat, waarom niet? Comments are free. 

     Anders zit dat met het informatieve stuk in dezelfde krant. Daar verwachten we feitelijke berichtgeving. Maar dat valt tegen. De kop ervan luidt: ‘Cijfers Beke bewijzen Jambons ongelijk.’ (2) Bij zo’n ongenuanceerde kop word ik een beetje kregelig. Ik doe er dan beter aan het stuk zelf te lezen en niet meer aan die kop te denken. Maar ook het stuk valt tegen, vooral de cijfers die beloofd werden in de kop. De eenmalige betaling van de 91.309 wordt vermeld en verder dat er – tussen 2014 en 2019 – ‘2 524 aanvragen voor retroactieve kinderslag voor meer dan 10 000 euro geweest zijn’. Meer dan 10 000 euro, dat vind ik een beetje vaag. Ik moet naar Het Laatste Nieuws gaan om de details te krijgen. Dit zijn de aanvragen:
  • 2 038 betalingen tussen 10 000 en 20 000 euro
  • 369 betalingen tussen 20 000 en 30 000 euro
  • 76 betalingen tussen 30 000 en 40 000 euro
  • 29 betalingen tussen 50 000 en 60 000 euro
  • 1 betaling tussen 60 000 en 70 000 euro
  • 3 betalingen tussen 70 000 en 80 000 euro
  • 1 betaling tussen 80 000 en 90 000 euro.
    Heeft Het Nieuwsblad gelogen door alleen te spreken over betalingen van ‘meer dan 10 ooo euro’ ? Eigenlijk niet, want 50, 60, 70, 80 en 90 000 is inderdaad meer dan 10 000. Maar ’t is wel heel gemakkelijk om met dat ‘meer dan 10 000 euro’ te laten verstaan dat ‘Jambon op zijn minst flink overdreef’.  Die andere cijfers zouden, geloof ik, het glasheldere verhaal hebben vertroebeld.
     Het wordt nog sterker. Het Nieuwsblad herhaalt ook de uitspraak van Jambon en herhaalt ze fout. Jambon had weet (3), schrijf de krant, van ‘asielzoekers die met het achterstallige kindergeld … een huis had kunnen kopen.’ De ‘familie’ – enkelvoud – waar De Tijd over berichtte, is vervangen door ‘asielzoekers’ – meervoud –, alsof Jambon gesuggereerd had dat hij ‘weet had’ van meerdere dossiers. Ja, als hij dát had gesuggereerd, zou je van een ‘flinke overdrijving’ kunnen spreken.
     Niet tevreden met Het Nieuwsblad, heb ik de hele geschiedenis ook nog eens op Wikipedia opgezocht. En ook dat viel tegen. We lezen, onder het lemma ‘Jan Jambon’: ‘In december 2019 beweerde Jambon in verschillende lezingen dat een familie asielzoekers met het kindergeld dat ze gekregen heeft een huis heeft kunnen kopen. De Tijd berekende dat dit onmogelijk is, aangezien zo maximaal € 32.000 aan kindergeld kan verkregen worden, wat onvoldoende is voor het aanschaffen van een huis in Vlaanderen.

     Wat Wikipedia hier schrijft, is de zuivere waarheid. De Tijd hééft dat berekend. Maar wàt De Tijd berekend had, was fout (4). De bron waar Jambon zijn verhaal vandaan haalde – naar het schijnt een CD&V-er die aan de regeringsonderhandelingen deelnam – was hopelijk alerter dan Wikipedia, beter op de hoogte dan De Tijd, en, vooral, minder tot framing geneigd dan Het Nieuwsblad.




(1) Door de tv-beelden van dat incident kreeg ik de indruk dat Jambon antwoordde op een uithaal van Jos DHaese van PVDA. D'Haese zelf beweert dat de Jambon uithaalde tegen Meyrem Almaci.

(2) De kop stond in de krant van woensdag 8 januari, editie Leuven-Hageland. Op de website van de krant is de kop ondertussen: Wouter Beke geeft cijfers over retroactieve kinderbijslag vrij na heisa over uitspraak Jambon.

(3) ‘Weet hebben van’ is naar mijn smaak niet hetzelfde als ‘het verhaal gehoord hebben van’, maar zo blijven we aan de gang.


(4) Er was nogal wat verwarring, waar ik toen enkele bedenkingen bij heb geformuleerd op mijn blog (hier).


dinsdag 16 april 2019

Onze nieuwe eerste minister

     Als je weet hoe oud ik ben – ik ben bijna 64 – dan begrijp je dat mijn ouders wel van een héél respectabele leeftijd moeten zijn. Maar ze kijken nog elke dag stipt om zeven uur naar het Nieuws op de televisie, voornamelijk, geloof ik, om zich te ergeren. Ze leveren dan scherpe commentaar op iedereen die in beeld komt. De ene is te dik (De Block), de andere te mager (Bourgeois), nog een andere te lelijk (Vande Lanotte), en bijna allemaal zijn het idioten. Mijn moeder kan er al niet tegen als een minister een zin begint met ‘Ik denk dat …’ Een minister moet niet dénken, zegt ze dan, een minister moet wéten.
     Dat talent voor ergernis heb ik niet overgeërfd. Over het uiterlijk van mensen durf ik zelfs in intieme kring bijna nooit iets zeggen, en als men op de televisie iets vertelt, gaat het meestal over iets waar ik niet goed van op de hoogte ben. Dan moet ik niet te veel kritiek geven vind ik op anderen die ook niet goed op de hoogte zijn. Verder heb ik het altijd moeilijk gevonden om veel affectie of weerzin te voelen voor mensen die ik niet persoonlijk ken.
    Maar nu ik wat ouder word, lijkt mijn talent voor ergernis zich toch een beetje te ontwikkelen. Ik las vandaag in Het Nieuwsblad wie er binnenkort allemaal eerste minister kan worden en hoeveel kans ze maken. Volgens de krant ging het om Gwendolyn Rutten (35 %) , Jan Jambon (20 %), Charles Michel (15 %) , Wouter Beke (15 %) en Kristof Calvo (10 %). Ik begon mij meteen af te vragen aan wie ik mij het meeste zou ergeren als eerste minister, of beter, aan wie ik mij het mínste zou ergeren, want ik ben een groot aanhanger van het minimax-beginsel waarbij het minimaliseren van het verlies belangrijker is dan het maximaliseren van de winst.
     Het beste is om Kristof Calvo meteen uit te sluiten van de competitie. Met zijn 10 % maakt hij weinig kans, en, omgekeerd, wat de ergernis betreft die hij kan genereren, speelt hij de concurrentie op een hoopje. Als hij mag meespelen in een ergerniswedstrijd is dat oneerlijk tegenover de anderen.
     Blijven over Gwendolyn, Jan, Charles en Wouter. Dat wordt moeilijk. Gwendolyn zou dus volgens Het Nieuwsblad 35 % kans maken. ’t Is mogelijk hoor. Maar als ík Gwendolyn bezig zie, denk ik altijd dat ze dom is. Misschien is dat helemaal niet zo, maar ik dénk dat, en als ik dat dénk, ergert het mij als zo iemand al te vaak op de televisie verschijnt en dan doet alsof zij het zwarte naaigaren heeft uitgevonden.
     Dan Jan. Mocht ik in de provincie Antwerpen wonen, dan stemde ik voor hem, maar wij wonen aan de verkeerde kant van de Grensstraat en horen bij Vlaams Brabant. Ik draag Jan een warm hart toe sinds ik hem in 2007 op een Onderwijsconferentie* verstandige dingen hoorde zeggen. Maar als hij eerste minister wordt, en hij komt op de televisie, zal hij af en toe ook iets zeggen wat onhandig is of wat mij niet bevalt, en dan snijdt dat door mijn ziel, zoals dat ook gebeurt als mijn zoon bij het voetballen een slechte pas geeft of een verdedigingsfout maakt. Ik kijk daarom zo weinig mogelijk naar programma’s waar ‘mijn’ kandidaten aan meedoen.
     Als voorlaatste: Charles. Die had ik redelijk graag. Zijn ‘jobs-jobs-jobs’ was mij uit het hart gegrepen. Helaas heeft hij het bij mij verkorven met zijn Marrakesh-uitspraak over de ‘juiste kant van de geschiedenis’. Ik heb zelf ooit aan de juiste kant van de geschiedenis gestaan, en daar wil ik voor geen geld naar terug. Als Charles bij de komende regeringsonderhandelingen een Marrakesh-bocht neemt, en belooft dat hij de geschiedenis erbuiten laat, mag hij van mij terugkomen, maar eerder niet.
     Blijft over Wouter, die nu burgemeester is van Leopoldsburg. Ik zag hem gisteren nog op Terzake. Wat hij zei ben ik al lang vergeten, maar dat is een deel van zijn charme. Je zag duidelijk dat hij zijn best deed om serieus te worden genomen. Dat vind ik ontroerend. Ik weet niet of CD&V er de volgende keer weer bij is, en ik weet niet of Wouter in dat geval veel kans maakt, noch of hij een góede premier zou zijn. Maar zelf zie ik mij dan vaak glimlachen als hij op het scherm iets komt vertellen dat ik na een minuut weer vergeten ben.


* Van O-ZON en Onderwijskrant

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

zondag 9 september 2018

S&V-infiltratie in N-VA

     N-VA heeft begrijpelijkerwijze nogal fel gereageerd op de S&V-rel. Stevige uitspraken van De Wever, Francken en Demir: ‘opkuisen’, ‘afgrijselijk’, ‘mensonterend’, ‘heel sterk veroordelen’, ‘gevaarlijk’. Hart, nieren en ondergoed worden geschouwd van al wie binnen de partij ooit in de verte iets met S&V te maken heeft gehad. Kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen worden van de lijst geschrapt. Er wordt een streep getrokken in het zand. ‘Een lidmaatschap van Jong-N-VA en N-VA is niet verenigbaar met het lidmaatschap van S&V,’ zegt Tomas Roggeman in Het Nieuwsblad. Mij doet dat denken aan het ‘Congres van de onverenigbaarheden’ van 1964, toen de Belgische Socialistische Partij zich zuiverde van ultra-linksen en federalisten.
     Door die felle reactie wordt het moeilijk om N-VA nog geloofwaardig in verband te brengen met S&V. Je kunt erop wijzen dat ze allebei Vlaams-nationalistisch zijn, maar de meeste Vlamingen vinden Vlaams-nationalisme een aanvaardbare politieke stroming, zoals liberalisme, socialisme, ecologisme en christen-democratie dat ook zijn. Wouter Beke en Alexander Decroo zien een verband tussen de ‘ruwe’ of ‘deshumaniserende’ uitspraken van N-VA’er Francken en het extremisme van S&V. Je zou haast geloven dat er binnenkort verkiezingen zijn. En het zijn dan altijd dezelfde twee of drie tweets die worden geciteerd: die over het  ‘opkuisen’ van het Sint-Maximiliaanpark’ en die over ‘Arabische jongeren en stenen …’ Over die eerste uitspraak heb ik al iets geschreven. Van die tweede heb ik pas onlangs begrepen dat ermee verwezen werd naar de Palestijnse Intifada-toestanden. Maar de tweet blijft een verregaande veralgemening, en daar moet je mee oppassen.
     Zulke redeneringen waarbij de ene zaak (een tweet van Francken) langs allerlei tussenstappen aanleiding geeft tot een andere zaak (het ontstaan van een extreem-rechtse organisatie) noemen we een hellend vlak. Meestal zit daar iets van waarheid in, maar dat iets stelt meestal niet zo heel veel voor. Anders moet je al snel alle socialisten verantwoordelijk stellen voor rode terreurdaden, alle katholieken voor de IRA-aanslagen van vroeger, en alle moslims voor de islamistische terreur van nu. Wie vurig pleit voor een betere behandeling van dieren is dan enigszins aansprakelijk als er morgen een bom ontploft in een farmaceutisch bedrijf waar dierenproeven plaatsvinden.
     Wie een hellend-vlakredenering aanwendt, speculeert over een reeks causale verbanden. Dat mag. Ik doe het voortdurend. Het komt er dan op aan een beetje kritisch te blijven voor je eigen speculaties. Je moet af en toe een stapje achteruitzetten en met de ogen half dichtgeknepen de eigen constructie eens opnieuw bekijken.
     Iemand die dat niet vaak doet is, geloof ik, Peter Mijlemans.
     In Het Nieuwsblad van vrijdag 7 september stelt Peter zich de volgende vraag: ‘Waarom is N-VA zo geliefd bij leden van Schild en Vrienden?’ Dat is een redelijke vraag, die hij zelf retorisch beantwoordt met een reeks andere vragen. ‘Is het louter het kiezen voor de grootste partij? Of de manier van communiceren van kopstukken? Of is het de polarisatie die de partij als strategie durft uit te spelen?’ En Peter besluit: ‘Het zijn vragen waarop enkel N-VA een echt antwoord kan geven.’
     Maar Peter toch. Hoe kan N-VA dat nu weten? En dan nog ‘enkel N-VA’? Het zijn enkel de mensen van  S&V die daar een ‘echt antwoord’ op kunnen geven. En de mogelijke antwoorden die Peter suggereert hebben ook al niet veel om het lijf. De grootste partij? Dat kan nooit de enige reden zijn. De manier van communiceren? Sinds de Pano-uitzending weten we dat S&V zelf een heel ándere ‘manier van communiceren’ hanteert. En wat dat ‘polariseren’ betreft, wat dat ook moge betekenen, het zal in elk geval iets anders zijn voor N-VA dan voor S&V.
     Mag ik vanuit mijn extreem-linkse verleden een ander antwoord voorstellen? Leden van S&V sluiten zich bij N-VA aan om die partij te infiltreren. Dat deden communisten ook met vakbonden en linkse partijen. Lenin heeft dat uitdrukkelijk opgedragen in zijn boekje ‘De linkse stroming’. Zo’n infiltratie lukt het beste als er een overlapping bestaat tussen het programma van de geïnfiltreerde en dat van de infiltrant. Die overlapping was er tussen communisme, socialisme en vakbond, en die overlapping is er ook tussen N-VA en S&V, namelijk het Vlaams-nationalisme en de idee dat de immigratie moet worden beperkt.
     Het doel van de infiltratie is dan tweeërlei: aan de ene kant  in die geïnfiltreerde partij leden werven voor de eigen organisatie, aan de andere kant het beleid van de geïnfiltreerde partij beïnvloeden of via die partij meer invloed te krijgen op de samenleving.

     De mensen van S&V konden met hun infiltratiepogingen twee richtingen uit: die van Vlaams belang of die van N-VA. Als ze vooral nieuwe leden wilden werven, was Vlaams Belang de beste kandidaat wegens grotere ideologische overlapping. Maar misschien is dat niet hun eerste doel. Ze wekken de indruk meer belang te hechten aan de ‘kwaliteit’ van hun ‘normies’, ‘rekruten’ en ‘strijders’, dan aan de kwantiteit. ’t Moeten vooral hárde kerels zijn, met stalen zenuwen en getrainde lichamen. Meer Verdinaso dan VNV, als ik mij als leek in die materie zo mag uitdrukken. Als het waar is wat men beweert, dat S&V-mensen de voorkeur geven aan N-VA boven Vlaams Belang, dan zou dat erop wijzen dat ze met hun infiltratie meer beïnvloeding dan rekrutering nastreven.
     Dat alles in de veronderstelling dat de infiltratie gebeurt door de leden van de harde kern, mensen die op de hoogte zijn van de red-pil-ideologie achter de schermen. Een gewone S&V hangaround die van de prins geen kwaad weet en nog nooit over die rode pillen heeft gehoord, kan zich op een N-VA-lijst verkiesbaar stellen omdat het programma van die partij hem wel wat lijkt. Maar ook die zal het mogen komen uitleggen, geloof ik.

vrijdag 13 april 2018

Tsjeverij

     Mocht je lid zijn van CD&V, lieve lezer, of van een aanverwante organisatie, dan kreeg je wellicht al een keer het woord ‘tsjeef’ toegevoegd. Aan de toon kon je dan horen dat het geen complimentje was. Het was net het tegendeel van een complimentje. Je werd uitgemaakt – maar voor wat?
     Meestal wordt tsjeverij in verband gebracht met een zekere mate van valsheid, maar het lijkt mij onrechtvaardig om die slechte eigenschap op één politieke partij te betrekken. Zelf spelen we, als het zo uitkomt, allemaal wel eens vals, spreken we met dubbele tong, en planten we een figuurlijk mes in de rug van een collega, en bij politici – van álle partijen –  zie je het wat vaker. Ja, politici zijn soms vals – ’t mag met een krijtje aan de balk hoor.
     En het voortdurende gekuip van CD&V dan in de regering? Met één voet in de regering en met de andere voet in de oppositie? Altijd maar schieten op N-VA-ministers waarmee ze samen in de coalitie zitten? Is dat geen tsjeverij? Ja, misschien, maar ‘t is ook een verstandige politiek. CD&V kan N-VA jennen zoveel ze wil, bij de volgende regeringsvorming kunnen de vlaams-nationalen niet zonder de christendemocraten. Het omgekeerde geldt niet. De christendemocraten kunnen best een regering vormen zonder vlaams-nationalen, maar met groenen en socialisten in de plaats. En, mocht dat niet genoeg zijn, de geheime code om de liberalen erbij te krijgen is 1-2-3-4. ’t Is in die omstandigheden eigenlijk onbegrijpelijk dat CD&V niet nog meer inspanningen doet om N-VA op stang te jagen.
     Zelf denk ik bij tsjeverij aan iets anders – aan iets wat men vaak als ‘schijnheiligheid’ omschrijft. Het gaat mij niet om de vuile streek, maar om het verbaasd-onschuldige gezicht dat men opzet bij het uitvoeren van die streek. Ik zie het niet bij de nijdige Eric Van Rompuy en ik zie het niet bij de schriele Wouter Beke. Ik zie het zelfs niet bij Kris Peeters, ook al lacht die de laatste tijd een beetje als een niet helemaal oprechte oude tante, of, zoals mijn Facebookvriend Ed Van Gasse met meer precisie schreef, als Robin Williams in Mrs. Doubtfire.
     Onlangs zag ik iets op de Facebookpagina van Mark Van de Voorde dat er mij wél vaagjes aan deed denken. Mark heeft een christelijke en christendemocratische achtergrond. Hij was perschef van het bisdom van Brugge, hoofdredacteur van het Parochieblad, adviseur van Yves Leterme en medewerker van Herman Van Rompuy. Op zijn Facebookpagina bepleit hij een plaatsje voor de godsdienst in de publieke ruimte, belicht hij vluchtelingenproblematiek en immigratie vanuit de evangelische waarden, en maakt hij vergelijkingen tussen N-VA en het nazisme van de jaren dertig. En onlangs postte hij een spotprent van Marec over Pol Van den Driessche, ook van de N-VA,  met een naar mijn smaak wat tsjeverige commentaar.
     Die spotprent is erg grappig. Een goed herkenbare Pol heeft een argeloze jongedame achterwaarts benaderd, zijn kruis tegen haar billen geduwd, en, met zijn armen onder haar oksels gestoken, betast hij haar borsten. ‘t Is grappiger als je het ziet. Er staat een tekst bij ‘En zie je van Brugge, zet je van achter*’. Met die tekst wordt verwezen naar de Waals-Brusselse partij ‘Islam’ die voorstelt om vrouwen achteraan te laten plaatsnemen op bus en tram, zodat ze veilig zijn voor ongewenste aanrakingen. En dat Pol vroeger al eens een vrouw ongewenst aanraakte is goed gedocumenteerd. Hij heeft het zelf toegegeven.
     Je kunt nu zeggen dat die spotprent misplaatst is. Dat de handtastelijkheden van Pol tot het verleden behoren. Dat hij daarvoor zijn publieke excuses heeft aangeboden. Dat er geen nieuwe feiten zijn. Dat er geen verband is  tussen Pol en die ‘Islam’-partij. Dat van de ‘Islam’-partij naar dat liedje over de Bruggelingen die zich ‘van achter moeten zetten’ slechts een heel dun, kronkelend, flauwgeel verbindingslijntje loopt. Maar zulke dunne, kronkelende verbindingslijntjes zijn nu net waar het bij spotprenten om gaat. Als ik een politiek ongebonden tekenaar was, en ik was op hetzelfde idee gekomen, ik had de tekening ook gemaakt. En als ik, zoals Mark, een negatief oordeel had over N-VA, ik zou de tekening misschien ook posten. Elk beetje schade dat die partij daardoor zou lijden, zou ik dan mooi meegenomen vinden. 
     Maar goed, ik werd dus vooral getroffen door de commentaar die Mark bij de tekening plaatste.  Mark zegt dat hij het ‘niet kon laten om dit te delen omdat het iets aantoont over de politieke campagne. Als een partij uit alles garen wil spinnen, krijgt ze wel eens de klos in haar gezicht.’ Dat van dat garen en die klos is een mooi spreekwoord dat ik niet kende en dat naar de textielnijverheid verwijst. Als je vezels – van wol, vlas of katoen –  in elkaar wil draaien tot een stevige draad, kun je die draad best vergaren rond een sneldraaiende klos en dan kan het gebeuren dat die klos losspringt en in je gezicht terechtkomt. Het spreekwoord betekent dus dat wie overal voordeel uit wil halen (‘garen spinnen’) ook wel eens een weerbots vangt (‘klos in het gezicht’). Een klos in je gezicht krijgen, is ongeveer hetzelfde als een boomerang in je gezicht krijgen.
     Mark ziet in de afbeelding van Pol Van den Driessche een terugslag die N-VA moet ondergaan omdat de partij zo fel gereageerd heeft op het ‘Islam’-voorstel van gescheiden plaatsen op bus en tram. Ik interpreteer dat anders. Ik zie wel het verband tussen Pol en het ‘Islam’-voorstel maar ik zie geen verband met de N-VA-reactie op dat voorstel. Het was niet Pol die de N-VA-reactie verwoordde. Ook stond N-VA niet alleen met haar reactie. Andere partijen als CD&V, Open-VLD en Groen hebben ook fel gereageerd. Maar over verbanden en voorbeelden kun je blijven discussiëren. Ik vind de verwikkelingen rond Tom Meeuws een veel beter voorbeeld van een terugspringende klos, maar als Mark het voorbeeld van Pol beter vindt, is dat zijn goed recht.
     Het gaat mij trouwens meer om het vervolg van de commentaar. Mark beweert dat hij de tekening plaatste om iets te zeggen over ‘de moraal van het verhaal’ en alvast niet omdat hij  de humor van de cartoon zelf goed zou vinden.’ En hij herhaalt daarna nog verschillende keren dat hijzelf de tekening niet humoristisch vindt. Mark moet daar niet om lachen, om zulke tekeningen.
     Er doemt bij mij een beeld op van twee, nou ja, tsjeven op de trein die samen een boekje met pornografisch fotomateriaal doorbladeren. ‘Kijk hier,’ zegt de een, ‘schandalig.’ ‘Kijk daar,’ antwoordt de ander, ‘nog erger.’ ‘En zeggen dat je zulke boekjes overal vrij kunt kopen,’ zegt de ene weer. En zo gaat dat maar door, bladzijde, na bladzijde, na bladzijde, na bladzijde.**



*Het lied gaat verder als volgt: ‘Ge moet van voren in de reke niet gaan staan.’ In vertaling: ‘En ben je van Brugge, neem dan plaats achteraan / Je moet vooraan in de rij niet gaan staan.’ ’t Is grappiger als je het liedje ook echt zingt.


**Ed van Gasse reageerde op mijn Facebook-pagina met volgende anekdote: ‘Toen ik een jaar of dertien was, leende ik aan een klasgenoot (de latere kunstschilder Paul Morez) een erotisch tijdschrijft uit (De Lach, als je het nu zou zien, kan je je ogen niet geloven, zo flauw en onschuldig). Dat zat verscholen in een plakboek over de Beatles. Beide werden geconfisceerd door onze leraar Latijn die toen ook waarnemend prefect was. Hij ontbood mijn moeder om haar de levieten te lezen over haar seksueel geobsedeerde zoon. Mijn moeder vertelde me later dat hij tijdens het gesprek de hele tijd door heen en weer zat te bladeren in het euvele boekje, alle tieten geringschattend monsterend terwijl hij alsmaar bleef zeggen: “Kijk, dat doet mij nu als volwassen man allemaal niets, zie. Kijk, kijk.” Ik denk dat dit voor mijn moeder toch een beetje een #metoo moment was.’





woensdag 10 januari 2018

Regeringscrisis

     Er is, naar het schijnt, een regeringscrisis geweest, en die is, naar het schijnt, weer bedwongen. Toen ik erover las, dacht ik met weemoed terug aan de regeringscrisissen van mijn jeugd. Dát waren crisissen. Een partijvoorzitter maakte ruzie met zijn eigen eerste minister. Iemand van de meerderheid zou een wet ‘met de karwats door het parlement jagen’. In de kamer werd geroepen dat ‘de grondwet geen vodje papier was’. En de leider van de regering gebruikte de enige woorden die zo’n crisis de luister geven die ze verdient: ‘Ik ga naar de koning.’
     Maar nu? Een Wouter Beke doet alsof hij het ontslag van Theo Francken vraagt; een Bart De Wever doet alsof hij dat dreigement ernstig neemt; en de journalisten doen alsof het allemaal een zaak van leven of dood is.

     Pas op, ik begrijp Beke, De Wever en de journalisten. Beke denkt bij zichzelf: hoe vaker ik het woord ‘ontslag’ gebruik, al is het in een glibberig tsjevenzinnetje, hoe meer de mensen zullen denken dat die Francken iets Heel Ergs heeft gedaan. Wat dat erge is, dat is niet helemaal duidelijk, maar het moet Heel Erg zijn, anders zou zo’n nette jongen als Beke zulke grove woorden als ‘ontslag’ niet gebruiken. De Wever denkt bij zichzelf: als ik niet snel even uit mijn krammen schiet, blijft CD&V dat vuurtje verder aanwakkeren door nu eens warme en dan weer koude lucht te blazen. De journalisten denken: daar zit een lekkere kop in; we plaatsen dat mooi op de voorpagina, en relativeren dat wel in het stuk op bladzijde acht.
     Laat ik bij het begin van dit nieuwe jaar de heren Beke en De Wever, alsook de dames en heren journalisten, alle goeds toewensen. Voor die laatsten heb ik wel een nederig verzoekje: of ze misschien voorzichtig willen zijn met hun metaforen. ‘Het spierballengerol van N-VA heeft diepe wonden geslagen,’ schrijft Het Nieuwsblad van eergisteren. Spierballen die diepe wonden slaan, het doet mij denken aan de Lustige Kapoentjes van mijn jeugd. Daar had je een ‘champetter’ die als leus hanteerde: de arm der wet heeft lange benen.