zaterdag 30 december 2017

De Vlaming als neger in Wallonië, of omgekeerd

Een typische Vlaamse kop
    In 1838 was de Franse schrijver Alexandre Dumas op doorreis in ons land, en na Brussel deed hij ook Luik aan. Eerst een stukje eten, dacht de schrijver, want dat dacht hij altijd. Toen hij in juni 1830 deelnam aan de revolutie, verliet hij herhaaldelijk de barricaden om een stukje te gaan eten in nabijgelegen restaurants.
     Zijn zoektocht naar voedsel leidde hem dit keer naar het Hôtel d’Albion. Het was al erg laat. Het hotel geleek van binnen op een gewoon burgerhuis en Dumas vroeg verlegen aan de vrouw in de keuken of hij iets te eten kon krijgen, en daarna een bed om in te slapen.
     ‘Monsieur est Belge?’ Of meneer een Belg was, wou de vrouw weten.
     De vraag was begrijpelijk. Dumas zag er met zijn donkere huid, kroeshaar en dikke lippen uit als een neger. Zijn grootmoeder was dan ook een zwarte slavin geweest. Hij sprak ook een beetje anders en … hij was wat verlegen geweest.
     Nee, meneer was geen Belg. Meneer was een Fransman.

     Aha, dat was in orde. Een Fransman was oké, zei de vrouw, maar een Vlaming, dat was iets anders. Daar moesten zij als Walen niets van hebben.
     Als dat het enige probleem is, dacht Dumas en hij begon te informeren naar het menu. Helaas, alles was op. Geen kip, geen eend, geen patrijs. Gisteren wel, maar vandaag niets meer … Misschien een stukje rosbief, probeerde Dumas, of wat kalfsvlees. Nee hoor, gisteren was dat er nog geweest, maar een Vlaming had alles opgegeten. Meneer was toch geen Vlaming?
     Nee, meneer was een Fransman.
     Uitstekend, want Vlamingen, daar hielden ze in Wallonië niet van.

     ’t Was inderdaad een triestig volkje, gaf Dumas diplomatisch toe, maar je kon er wel altijd boter en eieren krijgen, op om het even welk uur van de dag.
     Boter? Dat was nu eens jammer. Wallonië was het land van de goede boter. Maar de boter werd op vrijdag gemaakt en nu was het woensdag en was er niets meer over. En die eieren die daar lagen, die waren leeggezogen. Valentin, die deugniet, prikte met een speld twee gaatjes in zo’n ei, aan de twee kanten één, en zoog het daarna leeg. En dat had hij met al die eieren gedaan. Ja, ’t was een deugniet, Valentin.
     Maar een bed? Ja, een bed kon meneer krijgen. De waardin riep het dienstmeisje en vroeg of ze meneer de Vlaming zijn kamer kon wijzen. Dumas en het meisje gingen naar boven. Aan de kamer gekomen vroeg Dumas of hij misschien een stuk brood kon krijgen. Ja, ze zou het beneden vragen. Wat later hoorde Dumas de waardin uitroepen: ‘Wat nu weer? Brood? Wat kunnen die Vlamingen lastig zijn. Sont-ils difficiles ces Flamands.’
     Je kunt het allemaal nalezen in Dumas’ Impressions de voyages, maar veel uitgebreider, want Dumas werd per woord betaald.

1 opmerking:

  1. Alexandre Dumas was de zoon van een 'Haitiaanse' mulat de Franse generaal Thomas Alexandre Dumas Davy de la Pailleterie en een dochter van een herbergier uit Villers-Cotterets (ten Noorden van Parijs). Alexandre Dumas werd vaak door zijn uiterlijk weggezet als neger, alhoewel hij als quarteroon niet direct daarvoor in aanmerking kwam. Hij was niet op zijn tong gevallen. Vaak wordt volgend verhaaltje aangehaald:
    -Een snob: "Au fait, cher Maître, vous devez bien vous y connaître en nègres ?"
    - Alexandre: "Mais très certainement. Mon père était un mulâtre, mon grand-père était un nègre et mon arrière-grand-père était un singe.Vous voyez, Monsieur, ma famille commence où la vôtre finit."

    BeantwoordenVerwijderen