dinsdag 19 december 2017

Kind van de collaboratie

Reimond Tollenaere, VNV propagandaleider en Untersturmführer
van de Waffen-SS
     Die Jan Tollenaere is me er eentje. Als zoon van Reimond Tollenaere, de in Rusland gesneuvelde propagandaleider van het Vlaams Nationaal Verbond, kwam hij onlangs op de televisie.  Jan is geen volksmenner zoals zijn vader. Nu is hij ook al heel oud, maar je ziet zo dat hij zich ook vroeger niet met dat volksmennen heeft beziggehouden. Eerder een professoraal type: afstandelijk, koel, ironisch. Iemand die zich niet de moeite getroost zich anders of beter voor te doen dan hij is. Nee, hij is niet trots op zijn vader. Maar hij is er ook niet beschaamd over. Ja, hij heeft ‘dat kamp daar in Polen’ bezocht, maar neen, het deed hem niet veel. Het was allemaal zo lang geleden. Nee, hij weet niet of zijn vader in staat zou zijn geweest om de uitroeiing van de Joden, waar hij met zijn woorden mee de weg voor had gebaand, ook met daden waar te maken. Hij dacht het niet, maar je weet maar nooit.
     Alleen als het gesprek op zijn eigen mening over Joden komt, laat Jan zich wat gaan. Hij zou er zelf niet over beginnen, maar als men het hem vraagt, wil hij gerust toegeven dat hij antisemitisch is, ‘niet virulent’, maar toch antisemitisch. Die Joden vindt hij nu eenmaal ‘niet sympathiek’, ‘nare mensen’. Wat later zijn het ‘profiteurs’, zoals hij in zijn professioneel leven heeft kunnen vaststellen. ‘Parasieten’ eigenlijk. Als je Jan even laat doorpraten, wordt zijn antisemitisme bij nader inzien toch stilletjes aan virulent.

     Tot voor die televisie-uitzending had ik nog nooit van Jan Tollenaere gehoord. Maar die Reimond kende ik wel. Die was hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor een zwarte episode in het verleden van mijn vader – waar gelukkig geen bewijzen van bestaan. Dat zit zo. Toen mijn vader zestien jaar was, kwam Reimond Tollenaere spreken in Menen. Dat moet in 1940 of begin 1941 geweest zijn. De Duitsers waren nog op alle fronten aan het winnen en dus trok de Menense bevolking in groten getale naar de plaatselijke bioscoop om de nazigezinde volkstribuun te horen spreken. Mijn grootvader was eigenaar van die bioscoop, waardoor mijn vader gratis binnen kon, samen met zijn tante die amper twee jaar ouder was.
     Wat die Tollenaere toen allemaal gezegd heeft, weet mijn vader niet meer. Iets over ‘volksverbondenheid’ wellicht, of over de ‘nationale orde’, of misschien over de ‘socialistische gemeenschap’, want ook daar stond het Vlaams Nationaal Verbond voor. Wat mijn vader wel nog heel goed weet, is wat er op het einde van de redevoering gebeurde. Iedereen sprong overeind en stak een gestrekte rechterarm omhoog. Er werd ook luid geroepen. Misschien wel: Vlaanderen! Hoezee! – of Vliegt den blauwvoet! Storm op zee! In elk geval iets van die strekking.
     Mijn vader en mijn oudtante bevonden zich achteraan op de balkonverdieping, maar zo blijven zitten terwijl iedereen overeind sprong durfden ze toch niet goed. Ze kwamen mee overeind en staken net als iedereen een gestrekte rechterarm omhoog. Roepen deden ze niet, alleen de lippen bewegen, zoals ik doe als in de kerk hardop gebeden wordt. Naast mijn vader, eveneens met gestrekte rechterarm, stond Oscar Debunne, die toen student in de Rechten was, en later volksvertegenwoordiger en ideoloog van de Belgische Socialistische Partij werd. Ik heb nog een boekje uit 1977 van hem liggen: ‘Socialisten, wat ze zijn en wat ze willen’. Soms lees ik daar enkele bladzijden in.

5 opmerkingen:

  1. Tja, Nazi's waren ook socialisten. Dat wordt meestal niet vermeld door linkse rakkers van de gazet. En het verleden van de grote held Debunne wordt al helemaal verzwegen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Op Wikipedia leer ik dat Oscar Debunne zich later bij de weerstand heeft aangesloten. Was hij op de Tollenaere-meeting uit sympathie? Dat weet ik niet. Misschien was hij op dat moment beïnvloed door de Nieuwe Orde-sympathieën van BWP-voorzitter Hendrik De Man.

      Verwijderen
  2. Onze jeugdherinneringen zijn weer troef. Wat onze ouders uitspookten, lijkt weer een latere generatie te tekenen. Wel mijn vader was politiek liberaal, anglofiel, cultureel francofiel en was een fel tegenstander van alles wat "Vlaams" was. Toch zei hij, dat indien de Duitsers zich in Rusland gedragen hadden als in het bezette België, deze "Russen" zich zouden afgewend hebben van de verfoeilijke communistische dictatuur. Hij was ook "weerstander". We hadden een radio waarmee we het nieuws van de BBC volgden. Dat werd door stoorzenders van de Duitsers fors bemoeilijkt. Ik ben noch anglofiel of noch francofiel, ik ben ook niet een duitsgezinde, maar een eenvoudige Vlaamse democraat met een ruggegraat. Toch wordt ik, wat mijn houding en meningen betreft, in bepaalde opinies neergezet als extremist, fascist of Nazi. Dat raakt me niet. Net zoals het me worst is of iemend achterin een bioscoopzaaltje 75 jaar geleden een gestrekte arm geheven heeft wanneer ze Vlaamse strijdliederen zongen na een toespraak van een toenmalige volkstribuun.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Een grote bioscoopzaal, hoor. De 'Royal'. Maar inderdaad. Die ondertussen historische anekdotes betekenen weinig voor het huidige politieke bedrijf.

      Verwijderen
    2. Laten we wel zijn, ik heb hoegenaamd niets tegen jeugdherinneringen. Ze kleuren ons verleden en geven soms een leiddraad tot het begrijpen van wat toen voorviel. Wat me eigenlijk stoort is de retro-projectie van de toenmalige situatie in het huidige compleet veranderde politieke en culturele klimaat. Fundamenteel blijven bepaalde normen zoals de mensenrechten steeds gelden, maar de omkleding en omgeving is gevoelig voor de heersende omstandigheden. Enfin, ik stel uw blog op prijs, Meneer Clerick.

      Verwijderen