woensdag 4 oktober 2017

Achterstevoren

     Dat Jan de slippen van zijn hemd bóven zijn broek draagt, heb ik nooit erg gevonden. Dat doen kinderen nu eenmaal en het is gemakkelijk. Maar ik was er als de dood dat hij ooit een baseballpetje achterstevoren zou dragen. De moeilijkheid bij zo’n verkeerd gedragen petje is dat er geen tussenoplossing bestaat, zoals met hálflang haar, of één centimeter zichtbare onderbroek, of één erg kleine tattoo op een onzichtbare plek. Als je het basebalpetje alleen een kwartslag draait in plaats van helemaal, is het eigenlijk nog erger.
     Ik heb het subtiel aangepakt. Iedere keer als we een opgeschoten jongen met een omgekeerd baseballpetje tegenkwamen, zei ik tegen Jan: ‘Kijk, die jongen draagt zijn pet helemaal verkeerd. Zullen we het hem vertellen?’ Ik zeg dat nu nog.
     Waarom doet zo’n opgeschoten jongen dat nu, zijn pet achterstevoren dragen? De gebruikelijke verklaring is dat hij ‘cool’ wil zijn. En de gemakkelijkste manier om cool te zijn is om net hetzelfde te doen als de coole jongens al twintig jaar aan het doen zijn.
     Zo’n verklaring behoeft natuurlijk een verdere verklaring. Waarom zijn de éérste coole jongens met die rare gewoonte begonnen? Dat moet in de Verenigde Staten geweest zijn. Was het een daad van opstand en verzet? Maar tegen wat of tegen wie? Er was geloof ik geen instantie die voorschreef hoe je je pet moest dragen. Er waren geen wetten en er was geen jurisprudentie over het onderwerp. Het militair-industrieel complex zei er niks over.
     Dat is evenwel geen bezwaar. Wie opstandig wil zijn, vindt wel een ongeschreven wet om te overtreden. Orlando Figes beschrijft hoe de Russische arbeiders in 1917 ‘[started] wearing their caps back to front or tilted to one side… in a show of cocky defiance’. De Russen waren dus eerst.* Nochtans geloof ik evenmin dat de de kapitalistische bloedzuigers in dat land ooit hadden vastgelegd hoe de arbeiders hun hoofden moesten bedekken. Peter de Grote had indertijd van alles gedecreteerd over de lengte van de jassen en van de baarden, en een aanzienlijk deel van de bevolking moest in Rusland een uniform dragen, dat wel, maar dat had geloof ik allemaal weinig te maken met een schuine of averechtse pet.
     Zou er achter de coole look, het imitatiegedrag en de opstandigheid nog een andere reden zijn om een pet omgekeerd te dragen? Kan het de aantrekkingskracht van de perversie zijn? De klep van een hoofddeksel dient om de ogen te beschermen tegen fel licht en gebeurlijk tegen de regen. Er bestaan zelfs petten die alleen uit zo’n klep bestaan, en een bandje om ze aan het hoofd te bevestigen. Door de klep naar achter te draaien maak je het onmogelijk dat het doel wordt waargemaakt waarvoor de klep werd geschapen. De natuurlijke orde is verstoord. De wil van God wordt genegeerd.
     In De paradijsvogel vertelt Louis Paul Boon over een beschaving waar mannen en vrouwen naakt rondlopen en waar incest en bestialiteit zijn toegelaten. Maar daar komt verandering in. Een of andere hogepriesteres voert voor de vrouwen een lendendoek in waarop een driehoek is getekend, en die driehoek wijst … naar boven – dus in de tegenovergestelde richting van het het vrouwelijke schaamdeel zelf. Ik meen mij te herinneren dat het onnatuurlijke kledingsstuk met de onnatuurlijke tekening de seksuele lusten van de man níet tot bedaren bracht. Integendeel zelfs.

Toen Rusland nog communistisch was werd aldaar beweerd dat Russische geleerden alles eerst hadden uitgevonden: de radio, de locomotief, het vliegtuig. Meester Bernard op de lagere school waarschuwde ons voor die propaganda. De ware uitvinders waren Marconi, Stephenson en de gebroeders Wright. Het was een leugen, zei meester Bernard, dat al die nuttige apparaten waren uitgevonden door geleerden die Popov heetten.
Zo ging dat in die tijd. De Gruwelijke Realiteit van de Koude Oorlog brak binnen in het klaslokaal.

1 opmerking:

  1. Tussen circa 1850 en 1950 vond de hoogtij van de wetenschappelijke revolutie plaats in het zog van de agrarische (18de eeuw) en de industriële (19de eeuw) revoluties. Deze laatsten versterkten elkaar, verhoogden de algemenen welvaart tot dan ongeziene hoogten. Begin 18de eeuw diende men 1 volle dag te werken voor een brood (+/- 1kg), einde 19de eeuw was dit geslonken tot een 2-tal uur. De bevolking groeide explosief. De staten bekeerden zich tot het nationalisme, ze voelden zich zoveel sterker, kregen ideeën van volksplantingen of kolonies overzee. Binnen dit gebeuren was een nationaal verhaal nodig waarbij op de verdiensten van de knappe koppen van het volk gewezen werd. Een eerder vreedzame kant hiervan was het etaleren van de wetenschappelijke prouesse van ieder land. Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië ... en ook België hadden allemaal elk voor zich een technologische doorbraak op elk gebied. Er werd druk gestreden om te bewijzen wie nu eerst was. Al bij al ging dit er toch nog vreedzaam aan toe.
    Tja de Russische Popovs waren daar ook een voorbeeld van. In de 90-er jaren zag ik op de BBC een komische reeks waarin een financieel geslaagde, ingeweken Indiase familie in Engeland humoristisch voorgesteld werd. Een van de weerkerende thema's van een van de personages was dat alles ook eerst in Indië uitgevonden was. "Goodness Gracious Me!"

    BeantwoordenVerwijderen