zaterdag 11 november 2017

Flirterig gedrag jegens actrices

Melanie Waldor - Geen actrice, maar later schreef ze wel toneelstukken
     Flirterig gedrag jegens actrices heeft velerlei nadelen. Voor je het weet gaat de actrice in op je avances, heb je een minnares op je schoot en waar sta je dan? ’t Kost in elk geval veel geld, zoals Alexandre Dumas ondervonden heeft.
     Als jongen had Alexandre Dumas altijd geldnood gekend. Vader vroeg gestorven, moeder een tabakswinkeltje, hijzelf een slecht betaald baantje als notarisklerk. Ten slotte kon hij een betrekking versieren als kopiïst en dan nog wel aan het hof van de hertog van Orléans. Voor een zuinige jongeman met bescheiden behoeftes had dat kunnen volstaan. Maar ‘zuinig’ en ‘bescheiden’ zijn twee woorden die niet zo goed aansluiten bij de persoonlijkheid van Dumas.
     Dumas had van jongs af aan literaire ambities. Op zijn zevenentwintigste schreef hij het succesvolle toneelstuk Henri III et sa cour. Zo kon hij eindelijk écht geld verdienen. Maar daarmee waren de financiële problemen niet van de baan. Hij trad nu immers ook binnen in de wereld van kunst en literatuur, en vooral ook in de ‘demi-monde’, de libertijnse ‘halve-wereld’ die met kunst en literatuur, en vooral met theater verbonden was. Als je je met de ‘demi-monde’ inliet, dat was bekend, en flirterig gedrag vertoonde jegens de  mooie ‘demi-mondaines’, dan mocht je waarlijk geen duitenkliever zijn, of je moest Victor Hugo heten.
     Vóór zijn literaire succes had Dumas met zijn moeder een appartementje betrokken, terwijl hij tegelijk de huisvesting van zijn afgedankte minnares Laure Labay en hun beider zoontje Alexandre, bekostigde. Maar ná zijn literaire doorbraak werd Dumas meteen een belangrijke speler op de huurmarkt. Samengevat kwam zijn huisvestingssituatie rond 1830 hierop neer:

        • Alexandre Dumas – rue de l’Université, 25
        • Laure Labay en Alexandre Dumas fils, op veilige afstand – een huurhuisje in het dorpje Passy
        • Marie-Louise Dumas (moeder) – rue Madame, 7
        • Mélanie Waldor (minnares) – rue Madame, 11
        • Belle Krelsamer (minnares) – rue de l’Université, 7
        • Diversen (minnaressen van de korte termijn) – een ‘garçonnière’ in Sèvres.
             Dat is heel wat. En dan kwam het nog goed uit dat een andere minnares, Virginie Bourbier, naar Rusland verhuisde om voor het Théatre Français de Petersbourg te gaan spelen. Dat was toch al één appartement minder.

             Men heeft Dumas vaak zijn spilzucht verweten. Maar we kunnen ons de vraag stellen: is dat verwijt terecht? We overlopen het lijstje. De auteur zelf – daar kunnen we niet om heen – heeft een woning nodig waar hij zijn literaire vrienden kan ontvangen. Dat is het minste. Dan zijn zoontje. Die heeft net zo’n krullenbol als zijn vader. Die kan hij niet op straat zetten. Verder zijn goede, half verlamde moeder – die moet ook echt wel een dak boven het hoofd hebben. Je kunt van Dumas veel zeggen, maar niet dat hij een ondankbare zoon is.  Wat vervolgens Mélanie Waldor betreft, over haar moeten we ons niet te veel zorgen maken. Die is nog getrouwd, met een vaak afwezige militair, waardoor de huurprijs geloof ik niet alleen ten laste valt van Dumas.
             Dan hebben we dus nog Belle Krelsamer, door iedereen Mélanie genoemd, maar niet door Dumas, want hij heeft al een Mélanie. Dat is een moeilijk geval. Door haar relatie met directeur Isidore Taylor heeft ze zich binnengewurmd in het Theatre-National. Maar door haar ontoereikende talent, krijgt ze geen rollen in Parijs. Haar nieuwe minnaar, Dumas, belooft dat in orde te brengen … maar mislukt. Dan is een appartementje als troostprijs wel het minste wat hij kan doen.
             Blijft de ‘garçonnière’ voor de vluchtige amourettes. Daar was misschien wel een besparing mogelijk geweest. Dumas had bijvoorbeeld met andere overspelige vrienden zoals Victor Hugo, Alfred deVigny of Isidore Taylor samen een groot appartement – misschien een soort loft – kunnen huren of kopen waar ze per toerbeurt een minnares konden ontvangen. Dat zou een mooie besparing geweest zijn. Maar zoiets kan dan weer fout aflopen zoals uit een recente film is gebleken.
             Je kunt je natuurlijk ook afvragen of Dumas wel zoveel minnaressen tegelijk nodig had. Op die vraag heeft de gulzige man – één brok natuur eigenlijk – zelf een antwoord gegeven: ‘Si je n’en avais qu’une, elle serait morte avant huit jours.’ 

        Geen opmerkingen:

        Een reactie posten