Ik heb in vorige stukjes al iets geschreven over de voor- en nadelen van AI in het onderwijs. Een groot voordeel is dat je AI kunt manipuleren om een uitleg te geven van verschillende moeilijkheidsgraden, dat je bij een ontoereikend antwoord kunt doorvragen, en dat je de antwoorden kunt gebruiken om je eigen vraagstelling te verbeteren. Je kunt, dankzij AI, van een domme vraag een slimme vraag maken. Zo weet ik nu beter dan vroeger wat DNA is. Daarvoor begon ik met de domme vraag: ‘Als een molecule de kleinste eenheid van een scheikundige verbinding is, wat is dan de kleinste eenheid van DNA?’ Dat was eigenlijk helemaal niet wat ik wou weten. Vijftien vragen later wist ik ongeveer wát ik wel wou weten.
AI-specialist Tim Brys somt in zijn nieuwe stukje (DS 20/1) een aantal andere voordelen op, maar legt meer klemtoon op de nadelen. Die zijn reëel. Zo schrijft hij: ‘Een samenvatting maken met AI is niet even leerzaam als die samenvatting zelf maken.’ Dat is zeker waar. Je leert meer uit de worsteling om zelf een samenvatting te maken, dan uit het lezen en herlezen van een hapklare AI-tekst. Sterker nog: in het huidige stadium zijn die samenvattingen ondermaats. Mijn zoon zegt het krachtiger: ‘Die samenvattingen van AI zijn pure shit.’
Een van die nadelen die Brys opsomt vind ik echter onzin.
‘Daar komt nog bij dat AI-chatbots … de ongelijkheid versterken tussen AI-geletterden en AI-ongeletterden.’
Wat is dat nu voor een nadeel? Het is alsof je zou zeggen dat de uitvinding van het schrift de ongelijkheid versterkte tussen geletterden en analfabeten.
Ik ben het overigens eens met de conclusie van Brys:
Daarom is het essentieel dat onderwijsinstellingen en leerkrachten onderscheiden waar en hoe AI onderwijs ondersteunt, en waar ze dat niet doet. In dat laatste geval wordt AI best verbannen, al besef ik dat zoiets niet makkelijk afdwingbaar is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten