woensdag 4 februari 2026

'Meer' Europa

     Als ik iets over Europa schrijf, doe ik dat liefst in de meest algemene termen. Ik zie er tegen op om telkens weer op te zoeken wat het verschil is tussen de Raad van de Europese Unie, de Europese Raad en de Raad van Europa, of tussen het Europees Hof van Justistie en het Europees Hof van de Rechten van de Mens.
     Maar toch wil ik een ‘goede Europeaan’ zijn. Als men mij een enquête-formulier zou toestoppen, zou ik bij de vraag of ik meer of minder Europa wil, de eerste keuze aanvinken. Meer Europese defensie, betere bescherming van de buitengrenzen, meer economische integratie. Uiteraard geldt hier vaak de regel: ‘less is more’. Voor meer economische integratie bijvoorbeeld hebben we geloof ik vooral minder regels nodig, zowel op nationaal als op Europees niveau. Maar die integratie is tot nu toe redelijk succesvol, en kan in de toekomst nog toenemen. Ive Marx (DS 27/1) schrijft:

Om te beginnen zijn de economische verschillen tussen de landen van de EU spectaculair afgenomen. Polen en Tsjechië zullen binnenkort Italië of Frankrijk inhalen in termen van bbp per capita. De werkloosheid in Zuid-Europa is spectaculair afgenomen en ligt vandaag op het niveau van de Scandinavische landen … Economische en budgettaire verschillen tussen de lidstaten hebben altijd verhinderd dat er meer middelen en bevoegdheden naar het Europese niveau gingen. Die vrees kan nauwelijk nog bestaan.

     Dit is misschien té rooskleurig, maar de economische nivellering is een gegeven dat uit harde cijfers kan worden afgeleid – en die nivellering kan slechts héél gedeeltelijk worden verklaard vanuit de ‘transfers’.
     Moet er ook meer Europese ‘democratie’ komen? Dat is een moeilijker vraag. Ik ga al zeker de filosofische kwestie van de nationale soevereiniteit voorzichtig uit de weg. Over het nemen van beslissingen bij unanimiteit dan wel bij gekwalificeerde meerderheid, hou ik mij op de vlakte. Over Europese belastingen zeg ik geen woord. Maar ik wil wel iets kwijt over het Europeese Parlement. Moet dat Parlement zwaarder wegen op de beslissingen?
      Laatst heeft dat Parlement twee keer het beleid van de Europese Commissie afgekeurd. Mercosur werd voor toetsing verwezen naar het Hof van Justitie,  en de handelsdeal met de Verenigde Staten werd uitgesteld. Dat zijn twee betreurenswaardige beslissingen van het Parlement. Moet ik mij nu troosten met de gedachte dat ze ten minste de democratische werking van Europa demonstreren?
     Ik weet natuurlijk dat ik in een democratie niet kan verwachten dat de verkozenen alleen beslissingen nemen die ik goed vind. Maar wie zijn die Europese verkozenen eigenlijk? Waarom worden ze verkozen? Hoe worden ze electoraal afgestraft voor verkeerde beslissingen? Via welke kanalen hebben ze voeling met hun kiezers? Wat maakt dat een politicus de nationale politiek verlaat en voor Europa kiest?
      De Mercosur-stemming kan ik enigszins begrijpen*. De parlementairen hebben een afweging gemaakt op grond van de korte-termijn-belangen van hun land of regio. Maar de handelsdeal met de VS, wat moet ik daarvan denken? De Europese Volkspartij, de Europese Conservatieven en Hervormers, en de Patriotten waren vóór; de sociaaldemocraten, liberalen en Groenen waren tegen. Mag ik dat een eigenaardige verdeling van de stemmen vinden? Welke motieven speelden hier mee? 

* Enigszins, want ik begrijp niet dat zoveel liberalen tegen Mercosur gestemd hebben. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten