woensdag 4 februari 2026

Enkele films

 Hamnet
     Ik hou van Shakespeare verfilmingen, maar ook van films waarin Shakespeare als personage meespeelt: Shakespeare in Love (1998) is sentimenteel, maar vaart en enthousiasme maken veel goed. Anonymous (2011) propageert een bekende samenzweringstheorie, maar is bij een eerste visie goed genietbaar. All is True (2018) is beperkt van opzet maar subtiel in de uitwerking. De film was al halverwege voor ik acteur Kenneth Brannagh herkende. In Oliviers Henry V (1944) loopt op het podium een bebrild mannetje rond in een renaissance-kermispak dat Shakespeare moet voorstellen.  Soms denk ik dat dat mannetje misschien nog het meest op de historische figuur lijkt, zoals het bescheiden theatertje in de film ook beter op The Globe gelijkt dan wat we in modernere producties zien.

     Ik keek dus al een poosje halsreikend uit naar het moment dat Hamnet in onze zalen zou komen. Maar vanaf het eerste beeld – twee bomen gefilmd vanuit kikvorsperspectief – wist ik dat het niets voor mij zou zijn. Zoals ik vanaf het eerste beeld van Brannaghs Henry V (1989) – een lucifer die aangestoken wordt – wist dat het wél iets voor mij zou zijn. 


F-1. The Movie
 
     Ik zie dat de autorace-film F-1. The Movie onverwacht genomineerd is voor Beste Film-oscar. Ik vind dat helemaal terecht. Het is een van de allerbeste Spielbergfilms die ik gezien heb, nu al twee keer, al heeft Spielberg er niets mee te maken. De film hangt aaneen van de clichés. We hebben het allemaal al vele keren gezien. Het is Top Gun of The Color of Money, maar met auto’s in plaats van vliegtuigen of biljarttafels. De clichés zijn altijd dezelfde, maar is er iets dat meer ontroert dan een perfect uitgewerkt cliché, waarin vakmanschap, timing, en liefde voor het medium samenkomen?
      Een regisseur die clichés aaneen wil rijgen moet een goed psycholoog zijn. Hij moet geen inzicht hebben in de ziel van zijn personages; hij moet inzicht hebben in de ziel van zijn publiek. En hij moet nieuwe manieren vinden om oude dilemma’s op te lossen. 
     Veel van die dilemma
s hebben te maken met de rivaliteit tussen de oude ervaren racer Sonny, gespeeld door Brad Pitt, en zijn talentvolle teamgenoot Joshua, gespeeld door Damson Idris. De truc voor een feel-good movie is dan om bij de kijker sympathie op te wekken voor de twee personages, maar net iets meer voor de oudere Sonny. 
     Op zeker ogenblik zitten Sonny en Joshua aan de pokertafel. Het moment breekt aan dat ze all-in gaan: alles of niets. Joshua laat zijn pair of fives waarop Sonny teleurgesteld zijn kaarten neergooit. Hij heeft verloren. Nu weet elke kijker dat de kaarten van Sonny die we niet gezien hebben, eigenlijk de betere kaarten zijn, maar dat hij Joshua láát winnen. Als zo’n scène verkeerd wordt uitgewerkt is de kijker boos. Maar de scène wordt schitterend uitgewerkt.
     Ander dilemma. Het publiek heeft Sonny eerst leren kennen als een racer die grote risico’s neemt. Maar dan komt het moment dat hij Joshua beveelt een risico te vermijden. Joshua is koppig, neemt het risico, gaat over kop en komt in het ziekenhuis terecht. De moeder van Joshua denkt dat het ongeluk de schuld is van de roekeloze Sonny en scheldt hem langdurig uit. Dilemma: als Sonny zichzelf verdedigt en de schuld bij Joshua legt, is hij op dat moment harteloos tegenover de moeder; als Sonny zich niét verdedigt is de kijker boos omdat de waarheid niet aan het licht komt. Probeer dat maar eens elegant op te lossen. Je komt er niet met een slimme ‘vondst’, je moet het oplossen met ‘stijl’.
     Het grootste dilemma betreft de afloop van de film. Het is een happy-end film en het team van Sonny en Joshua moet dus winnen. Maar wie van de twee racers komt het eerst over de finish? De kijker heeft twee tegenstrijdige verlangens. Hij wil graag dat Sonny wint, maar hij wil ook graag dat Sonny edelmoedig is en de overwinning gunt aan zijn jonge teamgenoot. Hoe los je dat op? Mijn zoon zei: ‘Als ze daar de verkeerde keuze hadden gemaakt, dan was ik beginnen roepen!’


The Rip
     Ik had scenarist Paul Baeten over de radio horen zeggen dat de nieuwe Netflix-film The Rip niet zo goed was en in elk geval niet zo goed als de Netflix-reeks Adolescence. Die laatste titel sprak hij uit met een klemtoon op de tweede lettergreep, zodat ik het woord pas begreep toen hij het de derde keer uitsprak. Maar Baeten heeft gelijk. De film is niet zo goed. Dat heeft onder andere met de casting te maken. De plot veronderstelt dat de kijker niet goed weet wie de goeien zijn, en wie de slechteriken. Maar je moet als kijker niet veel ervaring hebben om te zien tot welk kamp Matt Damon en tot welk kamp Kyle Chandler behoren. Je moet alleen maar naar hun gezicht kijken en dan weet je het al.


The Beast in Me
     De Standaard (21/2) prijst de Netflixserie The Beast in Me. ‘Onderhoudende thriller met een zoals altijd goede Claire Danes, en een geweldige Matthew Rhys.’ De drie omschrijvingen zijn correct. De thriller is onderhoudend, Claire Danes is goed, en Matthew Rhys is geweldig, vooral in de eerste afleveringen.


Nuremberg
      Over het proces van Nuremberg is al eens eerder een aardige miniserie gemaakt in 2000, met Brian Cox en Alec Baldwin. Nu is er een nieuwe film met Russel Crowe die de rol van Göring speelt. Fien Meynendonckx (DS 27/1) noemt het een popcornfilm. Ik heb de trailer gezien in de bioscoop, en ik geloof dat ze gelijk heeft. Meynendoncks stelt zich in dat verband de prangende vraag of zo’n aanpak ‘gepast’ is. Ze vindt van niet.

 Zeker omdat de regisseur ons met lepe trucjes tot vijf keer toe hardop laat lachen om situaties die niet grappig zijn.

     Om dat zinnetje heb ik dan weer hardop moeten lachen.
     ‘Gniffelen met Göring, kan dat wel?’ vraagt Meynendonckx zich af. In vind van wel. Het is moeilijk om nooit te gniffelen met gangstertypes als Göring, Stalin, Mao en keizer Tiberius. Wie gniffelt er niét bij het lezen van Tacitus of Milovan Djilas? Het is veel moeilijker om te gniffelen bij de ideologisch gedrevenen als Robespierre, Hitler of Lenin, al lachte die laatste zelf uitbundig als hij zijn cynisme kon laten zien aan buitenlandse gasten. En met die eerste, Robespierre, moet ik lachen om de manier waarop hij geportreteerd wordt in Napoleon van Abel Gance. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten