maandag 4 mei 2026

De PVDA-afvalligen / De 'Internationale'

 PVDA-afvalligen

     Enige tijd geleden werd ik opgebeld door een redacteur van Doorbraak. Of ik een interview wilde geven over de PVDA die steeds maar weer verkozenen uit haar parlementaire fracties zag vertrekken? Ik verklaarde mij onbevoegd en gaf de raad om Marc Ernst te contacteren. Maar nu we onder ons zijn, wil ik wel even kort speculeren over de redenen waarom die verkozenen de partij verlaten*. 

       Die mensen moeten om te beginnen meer dan de helft van hun inkomen afstaan aan de partijkas. Dat is al 70 procent van de verklaring. 10 procent van de afvalligheid komt door politieke meningsverschillen, 10 procent door de te strakke partijdiscipline en 10 procent door andere redenen. Je moet altijd een categorie ‘andere redenen’ voorzien. 


    Die financiële kwestie is voor de PVDA een vervelende zaak**. De partij kan daar weinig aan veranderen. Ze heeft van het ‘arbeidersloon’ van hun parlementsleden een kwestie van principe én van propaganda gemaakt. Het is een heel mooie illustratie van een radicale egalitaire ideologie en van een radicaal, compromisloos engagement. Omgekeerd kan de partij rond de financiële motivatie van de afvalligen niet al te veel heisa maken. Dat komt over als rancuneus natrappen en dat kan een partij die zich uit de marginaliteit wil vechten moeilijk veroorloven. Het is een geniale zet geweest van Raoul Hedebouw om de rancuneuse communistische ideologie met een schaterlach te verkopen.


      Dan de discipline. Geen enkele politieke partij kan functioneren zonder enige discipline. In Engeland 
– zo leerde ik op school, en het werd bevestigd in Yes Minister – stelden de partijen een ‘whip’ aan, die figuurlijk de zweep hanteerde als een parlementair afweek van de partijlijn. Maar daarnaast tolereren de meeste partijen een ruimte voor meningsverschillen, die redelijk ruim is voor interne partijvergaderingen, en redelijk beperkt voor externe communicatie. Door die ruimte te tolereren slagen de partijen erin  mensen met verschillende opvattingen binnen de organisatie houden ten koste van wat men polemisch een ‘spreidstand’ noemt. Maar dat lijkt mij een gymnastiek die aan de PVDA, met haar stalinistische origine, niet besteed is. Het onderscheid tussen de PVDA en andere partijen is hier op het eerste gezicht geen verschil in beginsel maar een in gradatie. Maar zoals de dialectiek van Hegel, Stalin en Mao ons leert kan kan een kwantitatief verschil omslaan in een kwalitatief verschil. 


     Ook de politieke meningsverschillen zijn interessant. Veel afvalligen vinden de PVDA uiteindelijk te ‘radicaal’. Dat is begrijpelijk want de partij is nogal radicaal, en wel op verschillende manieren. Het ideologisch programma – dat bij andere partijen ook wel eens radicaal kan zijn – is bij de PVDA het allerradicaalst: de partij wil een complete breuk met het kapitalisme van de laatste 200 jaar, ook in zijn sociaaldemocratische versie van de laatste 80 jaar***.
      Een niveau onder het ideologisch programma, heb je het verkiezingsprogramma. Dat van de PVDA bevat onder andere een onmiddellijke verlaging van de pensioenleeftijd, een 30-urenweek zonder loonverlies, en een genereus beleid in verband met langdurige werkloosheid en ziekte. Met zo’n beleid, zou je denken, blijven er onvoldoende werkers over om al het nodige te produceren voor de werklozen, de zieken, de gepensioneerden en de werknemers-die-geen-loonverlies-geleden-hebben****. 
    Het Federaal Planbureau, journalisten van De Tijd en academische analisten hebben aangetoond dat het verkiezingsprogramma van de PVDA moeilijk uitvoerbaar, juridisch problematisch en financieel onhaalbaar is. Die kritiek getuigt van academische naïviteit. Die analisten gaan ervan uit dat de PVDA haar eigen programma serieus neemt. Dat is niet zo. De partij wil zogezegd allerlei sectoren nationaliseren, en dan rekenen de academici braaf uit dat dat nationaliseren zoveel en zoveel miljard zou kosten. Alsof de partij overweegt om die sectoren te kópen!
     Dat verkiezingsprogramma’s onhaalbare voorstellen bevatten, geldt in mindere mate ook voor verkiezingsprogramma’s van andere partijen. Die weten dat. Hun programma’s hebben een dubbele functie. Ze dienen als propaganda-instrument naar hun kiespubliek toe, én als uitgangspositie voor regeringsonderhandelingen. De onderhandelaars zijn dan stiekem blij dat ze een aantal van hun onrealistische voorstellen zullen moeten loslaten door de veto’s van anderen. 
    Bij de PVDA is dat anders. De partij zal met vuur en met cijferwerk betogen dat hun voorstellen wél haalbaar zijn, maar tegelijk is de onhaalbaarheid van hun voorstellen een bewuste keuze. Het programma móet onhaalbaar zijn onder het kapitalisme, want dat is juist de eerste waarheid die de PVDA wil bewijzen: dat die leuke voorstellen maar mogelijk zijn onder het socialisme 2.0*****. Hier en daar kan een programma-punt gedeeltelijk worden ‘afgedwongen’ door stakingen, betogingen, bezettingen en een occasionele parlementaire meerderheid. Dat bewijst dan de tweede waarheid: ‘alleen massa-actie loont’. 
    Je hoort PVDA-afvalligen soms klagen dat de partij principieel weigert om een regeringsdeelname te overwegen, dat ze niets meer wil zijn dan een zweeppartij aan de zijlijn. Maar zo zit dat niet in elkaar. Natuurlijk wil de PVDA op termijn wat graag deelnemen aan een linkse volksfront regering, maar dan wel binnen een scenario van sociale onrust, algemene stakingen, dagelijkse betogingen, politieke instabiliteit, en brede radicalisering en polarisering. In zo’n geval wil ze best deel uitmaken van een regering. Ze wil dan als het even kan die die regering zelf leiden. 

     En wat zou zo’n regering dan doen?  Zou ze dan de grote vermogens een belasting van 2 of 3 procent opleggen? Daar geloof ik niets van. Dan worden die grote vermogens meteen aan 20 of 30 procent belast, als opstapje naar een belasting van 100 procent. Waarom zou je immers überhaupt grote vermogens nodig hebben onder het socialisme? 2 of 3 procent is propaganda, 20 of 30 procent is een tijdelijk compromis, 100 procent is het einddoel. La lutte finale.



* Pieter Laleman speculeerde op zijn FB-pagina over de omgekeerde vraag: waarom PVDA-leden wél bij de partij blijven. Volgens Laleman zijn de blijvers vooral wereldvreemde idealisten, arrivisten-op-kleine-schaal, arme drommels, vermomde islamisten, en antimeritocraten-zonder-merites. Zie hier.


** Mijn vorige stukjes over de financiële bijdragen binnen de PVDA staan hier en hier.


*** Het retorisch antwoord hierop ken ik: het is het ‘neoliberalisme’ zelf dat al 40 jaar het sociaaldemocratische kapitalisme afbreekt. Dat is een antwoord dat voldoet voor een televisiedebat, maar niet bestand is tegen de feiten en de logica. De feiten: met een overheidsbeslag van 55 procent en een zeer lage ongelijkheidscoëfficiënt (23) is ons kapitalisme ook vandaag zeer ‘sociaaldemocratisch’ en weinig neoliberaal. De logica: men kan uit een tirade tegen het ‘neoliberalisme’ hoogstens een argument halen om terug te keren naar een meer sociaaldemocratisch kapitalisme, en niet om het kapitalisme af te schaffen.


**** Men zou kunnen denken dat de PVDA hier in haar vorige verkiezingsprogramma visionair anticipeerde op een door AI en robots gestuurde productie. Maar dan zullen de Europese miljonairs de komende jaren eerst heel veel geld moeten investeren in de ontwikkeling van AI en van robots.


***** Het socialisme 1.0 was het Russische en het Chinese socialisme. Als communisten spreken van ‘socialisme’ verwijzen  ze naar wat in het gewone spraakgebruik ‘communisme’ heet. 

 



 

De Internationale van de PVDA 


    Ik weet niet of het vandaag nog zo is, maar de PVDA heeft op de eerste mei lang een eigen versie van de Internationale gezongen. De canonieke vertaling in het Nederlands is van dichteres Henriette Roland-Holst. Ik citeer het eerste vers en het refrein.


            Ontwaakt, ontwaakt verworpen der aarde!
            Ontwaakt, verdoemd’ in hongers sfeer!
            Reed’lijk willen stroomt over de aarde
            En die stroom rijst al meer en meer.
            Sterft, gij oude vormen en gedachten!
            Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt!
            De wereld steunt op nieuwe krachten,
            Begeerte heeft ons aangeraakt!

            Makkers, ten laatste male, tot de strijd ons geschaard!

            De Internationale zal morgen heersen op aard!

     Tante Jet heeft mooiere gedichten geschreven. De tekst is niet zo geschikt om te zingen, en mist de directheid van het Franse origineel. Daar staat tegenover dat hier de term ‘slaafgeboornen’ meer dan een eeuw vóór woke in circulatie werd gebracht. Ook heeft het slotvers ‘begeerte heeft ons aangeraakt’ een poëtische kwaliteit die het Franse origineel niet heeft. 

     Dat Franse origineel  ‘nous ne sommes rien, soyons tout’ – had dan weer een historisch bewezen propaganda-effect. De vondst was in de aanloop van de Franse revolutie gebruikt door Sieyès in zijn pamflet Quest-ce que le Tiers-Etat. Sommigen beweren dat de formule hem was ingefluisterd door Chamfort.

     Maar de PVDA had dus een eigen versie, met twee strofen. 

 

            Vooruit, gij werkers van de wereld.
            Het eigen lot in eigen hand.
            Wij vechten voor de revolutie,
            En de tijd staat aan onze kant
            Weg met alle krachten die verknechten,
            Kameraden, vooruit, vooruit!
            Als wij bereid zijn om te vechten
            Is er geen kracht die ons nog stuit.

            Bal de vuisten, kameraden, tot de eindstrijd bereid
            En d
Internationale, zal heersen wereldwijd.


            Er is een kracht die ons moet leiden
            de partij van het proletariaat
            Arbeiders, werkers sluit de rijen
            Want het uur der eindstrijd slaat
            Ja, voor het kapitaal en voor zijn gieren
            Komt het einde naderbij
            Dan bouwen wij een sterke, fiere
            Arbeidersstaat en wij zijn vrij.

 

     De website die alternatieve versies van de Internationale* publiceert vermeldt: Vlaams – België: versie PvdA België - ? Met dat vraagteken wordt aangegeven dat de auteur onbekend is. Ik heb mij indertijd laten vertellen dat Guido Van Meir die onbekende auteur is. Dat is mogelijk, maar dan toch niet van de tweede strofe: ‘Er is een kracht die ons moet leiden / de partij van het proletariaat’. Die Van Meir, heb ik mij indertijd ook laten vertellen, was immers een ‘spontaneïst’. De tweede strofe moet het werk geweest zijn van een partijkader. 

     Dat zit zo. In de maoïstische beweging van de jaren 60-70 was er een voortdurende ‘strijd tussen de twee lijnen’. Er was op elk moment een juiste lijn en een verkeerde lijn. Zeker ogenblik ging de strijd tussen de spontaneïsten  de verkeerde lijn  en de partijopbouwers  de juiste lijn. De spontaneïsten vonden dat de arbeiders zichzelf moesten bevrijden. Zij konden hun inspiratie halen bij het tweede vers van Franse versie:

 

            Il nest pas de sauveurs suprêmes

            Ni Dieu, ni César, ni tribun,
            Producteurs, sauvons-nous nous-mêmes
            Décrétons le salut commun

 

     De partijopbouwers haalden hun inspiratie bij Lenin en Que Faire, en konden die woorden sauvons nous nous-mêmes maar matig appreciëren. Ze maakten er in de vertaling ongeveer het tegenovergestelde van.


     Wat ik mij dus afvraag: zingen de PVDA-ers vandaag nog altijd hun eigen versie (zonder de tweede strofe natuurlijk) of hebben ze ondertussen de canonieke versie van tante Jet overgenomen? Ik denk dat laatste. 


     

* Die alternatieve versies staan hier. Andere Nederlandse versies zijn die van Theun de Vries, Jacques-Firmin Vogelaar en Jaap van der Merwe. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten