vrijdag 28 oktober 2022

Zuhal Demir en de KU Leuven


     Mijn vrouw en ik hoorden voor het eerst over het bravourestuk van Zuhal Demir op het VTM-nieuws. Het duurde even voor we begrepen waar het over ging. Een professor van de KU Leuven had jaren geleden een studente verkracht en was daar nu voor veroordeeld. Demir vond dat de universiteit al veel langer maatregelen had moeten nemen tegen de professor. Zij schorste, als minister van Toerisme, een subsidie op van 1,4 miljoen voor feestelijkheden ter gelegenheid van de zeshonderdste verjaardag van de universiteit. Ze wou eerst duidelijkheid over de hele zaak, zei ze. ‘Ik denk dat Demir hier geen gelijk heeft,’ zei ik voorzichtig. ‘Dat denk ik ook,’ zei mijn vrouw al even voorzichtig. We zijn ondertussen enkele dagen verder, er is wat meer klaarheid in de zaak gekomen en ik heb bij mijzelf enkele bedenkingen gemaakt.

1. Doofpot en discretie. Bij tucht- en rechtzaken is zowel discretie als openbaarheid van belang. De fase van discretie is belangrijk voor de privacy van het slachtoffer, voor het vermoeden van onschuld van de beklaagde en voor de zuiverheid van de rechtsgang: de dader mag geen argumenten in handen krijgen om een procedureslag te winnen. Maar discretie kan ook misbruikt worden. Uit een rapport van de regeringscommissaris blijkt dat de hoogste regionen van de KUL door het uitstellen van de tuchtprocedure geen grote fouten hebben gemaakt. Die zaak is dus in orde. Maar dan blijft er nog een andere kwestie: die van de verantwoordelijkheden binnen de faculteit van de betrokken professor. Alles laat vermoeden dat daar een en ander ‘niet pluis was’, dat de dader ‘niet aan zijn proefstuk toe was’ en dat enige moeite gedaan werd om alles ‘in de doofpot te houden’ waardoor de mistanden konden ‘aanslepen’. Het zou mij enige moeite kosten om de dode metaforen in de vorige zin een voor een weg te werken, en voor ik het weet zou ik er dan andere gebruiken zoals ‘toxische mentaliteit’ bijvoorbeeld.

2. Bart De Pauw. Zijn de lieden die nu vinden dat de KU Leuven voorzichtig heeft gehandeld door zo lang met de tuchtprocedure te wachten, zijn die lieden, vraag ik, bereid om, omgekeerd, de VRT te hekelen voor de haastige manier waarop Bart De Pauw aan de deur werd gezet – en dat voor feiten die van een andere ordegrootte waren? Zo ja, dan wil ik mij graag bij hun club aansluiten, zelfs als Groucho Marx er lid van is.

3. Profileringsdrang en verontwaardiging. Op de sociale media werd Demir door haar tegenstanders verweten dat zij uit ‘profileringsdrang’ handelde. Dat lijkt mij als verwijt wat flauwtjes. Je kunt nu eenmaal niet aan politiek doen zonder je op de markt te laten zien en, zoals Coriolanus, met of tegen je zin, voor wat spektakel te zorgen. De reguliere pers reageerde overigens gematigder en ging uit van de redelijke veronderstelling dat reacties zoals die van Demir ook uit oprechte verontwaardiging voortkomen. Het ene sluit het andere niet uit. Het ging ten slotte niet over een modieuze Me Too-kwestie maar over een échte verkrachting, niet volgens een of andere juridische definitie, maar in de primaire betekenis van seksueel verkeer dat afgedwongen werd met brute fysieke kracht.

4. Emotie-politiek. Gwendolyn Rutten was scherp voor Demir. ‘Bespaar mij uw emotionele oproep,’ riep zij. Op Ruttens eigen emotionele mimiek en lichaamstaal was, vond ik, wel wat aan te merken. Ook vroeg ik mij af of de stijl van de uitval niet beter bij een oppositie-partij paste. Maar dat mag ons niet beletten om de uitspraak op haar merites te beoordelen. En dan heeft Rutten wel een beetje gelijk. Demir is inderdaad een nogal emotioneel type: verontwaardigd, ongeduldig, eigengereid, koppig, allemaal eigenschappen met een dubbel kantje. Het grootste voordeel van de emotionele benadering is dat er krachtige signalen worden gegeven, het grootste bezwaar is het gevaar van eenzijdigheid. Ja, stikstof is ongezond, maar aan de andere kant: de boeren moeten eten, en wij ook. Ja, gascentrales verhogen CO2, maar aan de andere kant: we hebben naast volatiele wind- en zonne-energie en niet-afschakelbare kernenergie ook soepele én stabiele gascentrales nodig. Voor- en nadelen moeten nuchter worden afgewogen. Hetzelfde geldt voor tuchtprocedures aan universiteiten. Emotie-politiek onderscheid ik overigens van het begrip emo-politiek. Voor mij ligt het verschil hierin dat de eerste vertrekt van de emoties van de politicus en de tweede van verwachte emoties van het publiek. De grens is niet makkelijk te trekken en het is allemaal wat speculatief.*


5. Rechtstaat en willekeur. Het zwaarste verwijt van Rutten is dat Demir de rechtstaat niet respecteert, maar subsidies toekent en intrekt op willekeurige basis, zoals een Romeinse keizer met duim omhoog of duim omlaag besliste over leven en dood. Ik begrijp de vergelijking en de strekking ervan. Demir en de Romeinse keizer beoefenden de willekeur, en juist om die willekeur te vermijden hebben we nu de rechtstaat. ’t Is een gedachte waar ik helemaal achter sta. Leve de rechtstaat! Maar ik heb vroeger al eens vooropgesteld dat ook in een rechtstaat een zekere, goed afgebakende, ruimte voor willekeur moet bestaan**. Een van de voordelen van het bedrijfsleven is dat ondernemers daar wél beslissingen beslissingen nemen met duim omhoog en duim omlaag. Het kan niet in de politiek natuurlijk, maar hier en daar misschien, een klein beetje, om het menselijk te houden.

 

6. Discretionaire bevoegheid. Het toekennen van subsidies voor feestelijkheden schijnt tot de ‘discretionaire bevoegdheid’ van Demir als minister van Toerisme te behoren. Volgens mij betekent dat dat ze die subsidies kan toekennen maar ook kan weigeren. Kan ze ook subsidies die ze eerst beloofd heeft, weer tijdelijk intrekken? Dat moet je aan experts administratief recht vragen.


7. Redelijkheid. 
Zoals ik het zie gaat discretionaire bevoegdheid vanzelf samen met een portie willekeur. Maar die willekeur wordt dubbele willekeur als de logica van de beslissingen opzettelijk en uitdrukkelijk vertroebeld wordt. Subsidies voor feestelijkheden worden toegekend omdat die feestelijkheden verondersteld worden een maatschappelijke meerwaarde te hebben. Als aan die meerwaarde getwijfeld wordt, kan de minister ze weigeren, voor mijn part zonder opgaaf van redenen. Maar als de minister uitdrukkelijk redenen inroept die niets met die meerwaarde te maken hebben, dan wordt de willekeur onredelijk, hoe belangrijk die redenen ook zijn. Veronderstel dat het rectoraat van de Antwerpse universiteit geleid wordt door een geheim neofascistisch genootschap, dat zich zorgvuldig achter een woke façade verschuilt. Achter de schermen wordt de benoemingspolitiek gemanipuleerd en op sleutelposten komen cryptofascisten terecht die hun moment afwachten. Op zeker ogenblik komt het schandaal komt aan het licht. Van Goethem wordt ontmaskerd. Moet de Vlaamse regering dan de subsidies voor Nederlandse taalcursussen aan die universiteit opschorten tot er volledige duidelijkheid over het complot is gekomen? Ik zou dat onredelijk vinden, al ben ik een tegenstander van geheime neofascistische genootschappen en van Van Goethem.

8. Straf. Ik las ergens dat Demir het recht niet had om de KUL te ‘straffen’ voor haar aarzelend optreden tegen de verkrachter-professor, en tegen het netwerk dat hem in bescherming nam. Maar de subsidies die Demir van plan was toe te kennen aan de KUL waren geloof ik een ‘gunst’. Het intrekken van een ‘gunst’ is geen straf. Ik denk dezer dagen wegens een sterfgeval vaak terug aan mijn legerdienst. Ik herinner mij dat een weekendverlof toen als gunst werd toegekend. Die gunst kon op elk moment worden ingetrokken. Als ik enkele dagen ‘cachot’ kreeg, dan kon ik tegen die straf protest aantekenen. Als daarentegen mijn weekendverlof werd ingetrokken, met of zonder opgaaf van redenen, dan kon ik daar niets tegen beginnen, want er was geen ‘straf’.

9. Nood breekt wet. Verdedigers van Demir hanteren het argument van ‘nood breekt wet’. De nood wordt hier bepaald door de ernst van het misdrijf. Er moest iets gebeuren. Dat klopt natuurlijk. Maar er is iets gebeurd. De professor is uiteindelijk tot een zware gevangenisstraf veroordeeld en de universiteit neemt maatregelen om herhaling van dergelijke feiten te vermijden. De nood mag de wet slechts breken in uitzonderlijke omstandigheden, niet omdat een en ander niet snel genoeg verloopt.

10. Formele regels.
 Walter Pauli vindt het typisch iets voor Demir ‘om zich niet aan de formele regels te houden’. Mij lijkt het vooral dat Demir zich niet aan de informele regels houdt: in de PFOS-affaire een screening vragen zonder voorafgaand akkoord van de regering, in de stikstof-affaire de meningsverschillen met collega Crevits naar buiten brengen, in de gascentrale-affaire de federale politiek doorkruisen, in de KU Leuven-affaire haar collega van Onderwijs Ben Weyts te snel af zijn. Als het toch maar om informele regels gaat, zal het publiek vooral naar de inhoud van de kwestie kijken.

11. Slachtoffer. Ter verdediging van de KU Leuven werd ingeroepen dat het slachtoffer zelf gevraagd had om geen procedure op te starten. ‘Alles draait in dit geval om het slachtoffer,’ schrijft Walter Pauli. Nou nee, eigenlijk niet. Niet ‘alles’ draait om het slachtoffer. Als we dan toch de juridische ‘finesse’ willen respecteren – zoals Pauli vraagt en zoals het hoort – dan is de vervolging van een misdaad een zaak die de hele gemeenschap aanbelangt. De procureur verdedigt niet het slachtoffer, maar minstens ook de toekomstige potentiële slachtoffers.

Twee andere N-VA-dames lieten zich onlangs ook opmerken door emotionele uitvallen. Toen een parlementslid van de PVDA hogere budgetten voor kinderopvang eiste omdat we anders teruggaan naar ‘vrouwen aan de haard’, viel parlementsvoorzitter Liesbeth Homans haar in de rede. ‘Ik weet niet of u beseft dat er ook zoiets als een vader bestaat,’ zei ze. Dat bracht weinig bij aan het debat over de budgetten en het was ook de rol van Homans niet om aan dat debat bij te dragen. Maar je begrijpt dat een vrouw van vandaag zich werktuigelijk opwindt als door een onhandige formulering het opvoeden van kinderen vanzelfsprekend als een vrouwenzaak wordt voorgesteld. Je had het ook met Valerie Van Peel die Tom Van Grieken onderbrak toen die zei dat Kitir het excuus van mentale problemen misbruikte om politieke onbekwaamheid te camoufleren. Volgens het reglement had Van Peel haar collega van Grieken moeten laten uitspreken. ‘Het reglement mijn botten,’ zie Van Peel, ‘ge weet niet wat er speelt, ge sjot niet op iemand die op de grond ligt.’ 


** Zie mijn stukje hier.

4 opmerkingen:

  1. Welk een optimisme, 'de universiteit neemt maatregelen, dus is het in orde'. dat beloofde de KULeuven de voorbije jaren al meermaals.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Verder valt het me op dat de regeringscommissaris wel spreekt over de procedure met betrekking tot het te geven gevolg aan die verkrachting, maar dat hij zwijgt als vermoord over de plichten van die univ als werkgever voor het waarborgen van de veiligheid van haar personeel en studenten en tegen de gekende en niet-geringe risico's die die prof, Filip dochy veroorzaakte.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Tot slot, men argumenteert dat demir met haar demarche de privacy van het slachtoffer zou geschonden hebben. maar dat klopt in de feiten helemaal niet. Ze heeft die privacy net goed gerespecteerd en deed niets datd e rechterlijke veroordeling op zich al als impact had.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Aan degenen die denken dat er niets aan de hand is aan KUL, in de Standaard: "Hoogleraar F.D. stond al jaren bekend als ‘een cowboy’ die er de kantjes af liep. Starre interne procedures en een zwijgcultuur hielden hem in zijn functie. ‘Er leeft een breed gevoel van onwil om fundamenteel iets te veranderen.'" Formeel heeft KUL misschien niets verkeerd gedaan, kan best zijn, er is wel gegronde twijfel dat KUL voldoende doet. Het is een beetje zoals, als je niets doet kan je niets verkeerd doen. Toch wel.

    De subsidie-aanvraag is juridisch volledig in handen van de regering, er is geen verplichting. Het is een opportuniteitssubsidie. Dan moet die organisatie ook de moeite doen om dat waard te maken, om als uithangbord te kunnen dienen. Als KUL maar z'n gangetje kan gaan, dan kan elke organisatie dat, moei je er niet mee, interne zaken. Dit roept beelden op van de katholieke kerk die z'n pedofielen afschermt, met het argument dat is onze interne zaak...
    Goed dat een minister haar politieke visie gebruikt. De kiezer zal oordelen over de minister, maar ik vermoed dat Minister Demir er nogal gerust kan in zijn.

    BeantwoordenVerwijderen