woensdag 22 februari 2023

Dahl - de braafheid en de lafheid van woke-Verstehers


     Bij woke denk ik in de eerste plaats aan domme bekrompenheid, onverdraagzaamheid en hysterie. Maar dat is een onrechtvaardig vooroordeel. Het laat een heleboel andere intellectuele en morele kenmerken van woke onbesproken. De kwestie Dahl heeft een aantal van die andere kenmerken aan het licht gebracht, zeker toen, na enige aarzeling, de censuurverdedigers het woord kregen.
     Op Facebook stootte ik gisteren op een interviewtje met jeugdschrijfster Anna Woltz die begrip opbracht voor de ingrepen in Dahls boeken. Ik besloot, tegen mijn gewoonte in, het interviewtje aan te klikken en te beluisteren*. Het was de moeite. Luister even mee. ‘Ik vind het vergaand, dat is zeker, maar ik vraag mij af of het te ver gaat … Ik zie het niet als censuur … Het is niet zo dat de uitgeverij dit zonder overleg doet … Ik ben ervan overtuigd dat hierover is nagedacht … ik heb bepaalde aanpassingen gelezen waarvan ik denk, ja, daar ben ik eigenlijk wel niet tegen.’
     Die korte stukjes hierboven geven geen volledig beeld van wat Woltz vertelt. Ze lijkt mij eerder een woke-Versteher dan een voorganger. Ze is in haar oordeel nogal genuanceerd. Ze begrijpt het verschil tussen morrelen aan werk van levende schrijvers en van dode schrijvers, omdat die laatsten hun toestemming niet meer kunnen geven. Ze spreekt met een zekere ironie over het beschermen van de ‘kinderziel’. Ze begrijpt dat kinderen Dahls verhalen graag lezen omdat de auteur ‘altijd zo ontzettend lekker gemeen’ is. Ook begrijpt ze waarom iets toevoegen vanuit literair oogpunt erger is dan iets schrappen. Uit het interview is het niet duidelijk, maar ik hoop dat ze ook het morele verschil begrijpt. Verder noemt ze bepaalde aanpassingen ‘idioot’ en zelfs ‘waanzin’.
     De nuances van Woltz – ’t is zonde dat ik het zeg – maken de zaak eigenlijk alleen maar erger. Woltz begrijpt allerlei zaken die de sensitivity readers – ik hoop dat dat in onze taal een vreemd woord blijft – niet begrijpen. Neem haar eigen ervaring. Ze had een boek geschreven over een dertienjarige jongen die aan epilepsie lijdt. Die jongen vond zichzelf in het begin van het boek een ‘freak’. De schrijfster had dat woord doelbewust gebruikt, nadat ze uit haar voorafgaande ‘research’ begrepen had hoe moeilijk epileptici het hadden om hun ziekte te accepteren. Maar toen het boek vertaald werd, maakte de Engelse uitgeverij bezwaar. Het woord ‘freak’ moest eruit**. Dat was een ‘dealbreaker’. Woltz heeft daar toen lang over nagedacht, veel met haar uitgever overlegd, en uiteindelijk toegegven. 15.000 extra exemplaren die over Engelse scholen worden ‘uitgestrooid’, het is niet niks.
    ’t Is eerlijk van haar dat ze het zo vertelt, en op het eerste gezicht lijkt het op het rondborstige opportunisme van Hendrik van Navarra die zich tot het katholicisme bekeerde om koning van Frankrijk te worden. Paris vaut bien une messe. Maar bij Woltz is het ook lafheid. Of ze niet het gevoel heeft dat ze door de knieën is gegaan, vraagt de interviewster. En in plaats van nog eens de 15.000 exemplaren aan te halen, begint ze praatjes te verkopen. Het is het bekende verhaal: eerst geef je toe aan druk van buitenaf, en dan ga je die toegeving voor jezelf verantwoorden als een soort voortschrijdend inzicht. Op dezelfde manier is Woltz ‘heel anders over Zwarte Piet gaan denken.’ 
    ’t Is niet allemaal lafheid wat op het menu van de woke-Versteher staat. Er is ook échte braafheid. We denken bij deugmenserij al gauw aan schijnheiligheid, maar brave mensen bestáán nu eenmaal. De jeugdschrijfster lijkt mij zo iemand te zijn. Ze is verstandig genoeg om de uitleg van de sensitivity readers te doorzien. Een epileptisch jongetje voelt zich niet gekwetst als het leest over een ander epileptisch jongetje dat zichzelfs een ‘freak’ noemt. Het voelt zich eerder begrepen.
     Maar dan komt Woltz met haar eigen uitleg. Boeken lezen op school is ‘iets wat we heel graag willen, maar wat we ook willen … is dat kinderen een beetje leuk en aardig tegen elkaar zijn en elkaar niet uitschelden.’ Hier gaat het dus niet meer om om het sparen van de gevoelige lezer die zou kunnen schrikken van het woord ‘freak’ maar om het opvoeden van die lezer zodat hij zelf zo’n woorden niet meer gebruikt. ‘Iemand is toch soms gewoon ook dik,’ probeert de interviewster nog, ‘mag je dat dan niet meer zeggen?’ De schrijfster heeft haar antwoord klaar: ‘Ik heb een vijfjarige en leer hem inderdaad dat als we in het openbaar iemand zien die dik is, dat hij dat niet zegt, dat is gewoon niet aardig.’
     Ja, dat herken ik, mijn vader en moeder, ik bedoel mijn ouders, want het hadden zoals sensitivity readers weten ook een vader en een vader kunnen zijn, of een moeder en een moeder ... nu ja goed, mijn ouders dus, hebben mij ook zo opgevoed: niet met de vinger wijzen op straat en niet roepen ‘wat is die mevrouw dik’. Ik heb dat dan ook nooit geroepen, want ik was een braaf kind. Ik heb mijn zoon ook zo opgevoed en hij was ook een braaf kind. Ik leef graag in een brave wereld waar men elkaar op straat niet uitscheldt. Omgekeerd zou ik graag, als ik dat wil, stukjes blijven schrijven over bijvoorbeeld Karel de Dikke*. En het mag ook niet té braaf worden. Tom Lanoye moet mij in zijn geschriften nog altijd een partydrug snuivende extreemrechtse schedelmeter kunnen noemen. Ik zou mij ongemakkelijk voelen in een wereld waarin Tom bij een sensitivity reader langs moet die zulke leuke vondsten schrapt.
     Als je erover nadenkt, is de opvoeden-tot-braafheid redenering eigenlijk nog zwakker dan de niet-kwetsen redenering. Je kunt je nog enigszins inbeelden dat zwarte kinderen zich beledigd voelen door Zwarte Piet, als hen maar vaak genoeg wordt aangepraat dat dat een belediging is. Maar dat kinderen, adolescenten en volwassenen zomaar woorden en gedrag uit boeken overnemen, is een wilde veronderstelling. Als je die volgt, mag je écht niet veel meer schrijven. Eerst noemt zo’n lezer een voorbijganger dik of lelijk of zwart omdat hij die woorden in een boek gelezen heeft, en voor je het weet slaat hij hem ook het hoofd in met een bevroren lamsbout omdat hij dat in een ander boek gelezen heeft.

*Voor mijn stukje over Karel de Dikke, zie hier.
** Mijn oud-collega M.V. wijst erop dat het woord freak in het Amerikaans meestal een hardere betekenis heeft dan in het Nederlands, waar het vaker enthousiasteling betekent. Maar mij gaat het natuurlijk om de motieven die Woltz zelf opgeeft, en die waren niet taalkundig.


Transcriptie van het interview met Anna Woltz


Honderden termen aangepast. Dik en lelijk weggelaten of genderneutraal gemaakt. Hoe kwalijk is dat?Ik zal het bespreken met Anna Woltz, schrijfster van kinderboeken.

Honderden woorden aangepast in zo’n boek van Roald Dahl om kinderen te beschermen, gaat dat niet veel te ver? 

Nou, zoals ik het begrepen heb gaat het sowieso om zijn hele oeuvre Hein en is het niet honderden woorden in één boek maar hebben ze al zijn boeken herlezen en in al die boeken wat dingen aangepast. 

En vind je het te ver gaan? 

Ik vind … het … vergaand … dat is zeker, maar ik vraag mij af of het te ver gaat. Ik ben al langer Engelse en Amerikaanse uitgeverijen gewend. Dat maakt dat ik er minder van schrik. Wij zijn daar hier in Nederland nog niet aan gewend en in zowel Groot-Brittannië als in Amerika zijn de sensitivity readers al een heel aantal jaar actief en ik heb dat dus ook meegemaakt met vertalingen van mijn boeken en de eerste keer dat ik dat meemaakte vond ik dat veel te ver gaan en langzamerhand ga je daarover nadenken. Het is bij mij een beetje gegaan zoals met Zwarte Piet. Vijftien jaar geleden had k daar nog nooit van mijn leven over nagedacht en had ik er geen enkele moeite mee. Daar ben ik totaal anders over gaan denken. En heel veel mensen zijn daar anders over gaan denken. Ik denk dat dat bij deze dingen … bij sommige dingen ook zo zal zijn. Dat mensen langzamerhand van mening erover veranderen. Ik meen wel dat het te ver gaat. De machines in de fabriek van Wonka, die mogen niet meer zwart zijn. Nou, dat is natuurlijk idioot.  

Je zei in het begin, je vond het in het begin ook veel te ver gaan bij mijn eigen werk. Dat was waarschijnlijk een vertaling in het Engels. Kun je je nog herinneren wat dat dan was? 

Bijvoorbeeld in mijn boek Alaska dat gaat over een jongen van 13 en die heeft epilepsie. Aan het begin van het boek vindt hij dat heel lastig om te verteren, hij gaat naar een nieuwe school, hij is bang hoe zijn klasgenoten hem zullen zien, en hij noemt zichzelf een ‘freak’. Ik noem hem dus niet zoals schrijver, hij noemt zichzelf zo en later in het verhaal, daar zit een hele ontwikkeling in, hij gaat zijn ziekte accepteren. Maar mijn Engelse uitgeverij vond dat ook in het begin van het verhaal: die jongen mag zichzelf geen freak noemen. Dat moest er uit?

En waarom vonden ze dat? 

Ja, dat is kwetsend voor mensen die zelf epilepsie hebben. Dat iemand kan bedenken dat je je een freak zou voelen, dat is te pijnlijk. Ik heb heel veel research gedaan voor dat boek, ik heb gepraat met heel veel mensen die zelf epilepsie hebben en die hebben daar natuurlijk ook hun eigen gevoelens over en die hebben dat ook moeten accepteren en die zijn er ook niet sowieso blij mee en ik heb dus juist van veel mensen gehoord dat het helpt dat mijn hoofdpersoon eerst zo boos is en juist zo eerlijk is en dan is het zonde om dat weg te halen. 

Maar goed, uiteindelijk wordt het allemaal veel te braaf denk ik dan, als je dat soort dingen eruit haalt. 

Na ja, ik heb er lang over nagedacht en ik heb her er met mijn uitgever over gehad en dat was voor hen een dealbreaker dat zij … een bepaalde Engelse stichting zou het boek heel wijd op Engelse scholen gaan verspreiden wat natuurlijk fantastisch is. Daardoor zijn dan 15 000 exemplaren van mijn boek over de scholen uitgestrooid maar ja, die stichting voelt zich verantwoordelijk voor de kinderziel en vindt dan dat, ja die willen daar geen problemen mee krijgen. 

Heb je dan toch wel het gevoel dat je door de knieën bent gegaan?

Nou, weet je, wat voor mij een belangrijk punt is, ik schrijf voor kinderen, ik ben echt in hart en ziel een kinderboekenschrijver en ik hou altijd al rekening met mijn publiek. Er zijn natuurlijk schrijvers voor volwassenen, die kunnen daar volstrekt los van hun publiek hun eigen verhaal vertellen. Maar ik moet er gewoon over nadenken of een tienjarige de woorden die ik gebruik wel snappen. Ik zie het niet als censuur. 

Nou zag ik op het journaal een meisje en dat zei, ja maar dat is toch gewoon een fantaisieverhaal. Toen dacht ik, hé, kinderen kunnen dat verschil heel goed maken.

Ze kunnen dat verschil ook zeker maken, maar je moet toch denken dat boeken ook heel veel op scholen worden gebruikt en worden voorgelezen en stel je voor … natuurlijk … en dat is iets wat we heel graag willen maar wat we ook willen is ... dat kinderen een beetje leuk en aardig tegen elkaar zijn en elkaar niet uitschelden.

Mag je dan iemand niet meer dik noemen bijvoorbeeld?

Maar dat willen we toch ook niet. 

Ja, maar iemand is toch soms gewoon ook dik, en mag je dat dan niet zeggen?

Euhm ja, ik heb een vijfjarige en leer hem inderdaad dat je inderdaad als we in het openbaar iemand zien die dik is, dat hij dat niet zegt, dat is toch gewoon niet aardig.

Iets anders is dat dit postuum gebeurt, zonder dat toestemming van de schrijver. Dat maakt natuurlijk nog wel een verschil.

Dat maakt natuurlijk heel erg wat uit, want inderdaad, als een Engelse uitgeverij mij opbelt om te overleggen, wat zullen we doen met dat woord en ik mag daar iets anders voor suggereren dat is natuurlijk heel anders dan Roald Dahl die daar niet meer zelf over kan beslissen. Er is een stichting die er nu wel over beslist. Het is niet zo dat de uitgeverij dit zonder overleg doet, maar het is pijnlijk, juist bij Roald Dahl die zo ontzettend lekker gemeen was altijd, dat is ook echt een man bij wie je denkt, ja, misschien had hij wel gezegd: liever al mijn boeken de winkel uit dan deze veranderingen. 

Hoe zou jij het vinden als ze na jouw dood je boeken gaan aanpassen. Stel dat er dan bijvoorbeeld een nog conservatiever tijdsgeest waait.

Nou, ik zou eigenlijk vooral ontzettende blij zijn als zo lang na mijn dood mijn boeken nog gelezen worden want dan zouden het totale klassiekers worden. Ik ben ervan overtuigd dat hier over nagedacht is, ze zijn absoluut een beetje doorgeschoten, dat zeker, maar ik heb ook bepaalde aanpassingen gelezen waarvan ik denk, ja, daar ben ik eigenlijk wel niet tegen. 

Zoals?

Nou bijvoorbeeld dat, er wordt bijvoorbeeld gezegd dat … in De heksen, dan staat er iets over ja, maar hoe zit het dan met heksen in de rest van de wereld, en dan krijg je een klein opsomminkje van landen van de rest van de wereld: Amerika, Duitsland, Holland, Frankrijk en Noorwegen. En dat opsomminkje hebben ze weggelaten. En eerst denk je, huh, waarom zouden ze de namen van landen nou weglaten, maar in de tijd van Roald Dahl, als je het had over de rest van de wereld, dan dacht je alleen maar aan Amerika en een paar Noord-Europese landen. Ik vind het eigenlijk aangenaam dat men er nu niet meer van uit gaat dat de rest van de wereld alleen die paar Noord-Europese landen zijn. 

Over die heksen gesproken, er is ook een toevoeging bij die heksen die een pruik dragen. Er staat: Er zijn allerlei redenen waarom vrouwen pruiken kunnen dragen en daar is niks mis mee.

Dat is een voorbeeld van een vreselijke aanpassing. Ja, dat is natuurlijk echt waanzin, en iets schrappen vind ik ook vaak minder erg dan zo’n toevoeging ook in gewoon slecht geschreven totaal niet in de stijl van Roald Dahl dat haalt je totaal uit het verhaal, dat hadden ze natuurlijk totaal niet moeten doen. 

Dankjewel, Anna Woltz die kinderboeken schreef De Tunnel bijvoorbeeld en Mijn bijzonder rare week met Tess.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten