Ik las onlangs twee stukkken over het verschil tussen islam en islamisme, een van moslimtheoloog Khalid Benhaddou op zijn FB-pagina en een van schrijfster Lionel Shriver in The Spectator. Benhaddou vindt dat onderscheid belangrijk, Shriver vindt het oneerlijk. Als de twee ooit voor een televisiedebat worden uitgenodigd, dan voorspel ik dat ze naast elkaar zullen praten. Het is zo moeilijk om over woorden te discussiëren, zelfs als men het als redelijke mensen over veel feiten eens is. Dat komt omdat woorden niet over feiten maar over een veralgemening van feiten gaan.
In mijn eigen stukjes hou ik mij aan het onderscheid dat Benhaddou maakt. Met veel van wat hij beweert ben ik het ook eens, maar niet met alles. In zijn inleiding schrijft hij dat islamistisch iets helemáál anders is dan islamitisch. Dat woord ‘helemaal’ is er voor mij teveel aan, en verklaart waarom mensen als Shriver zo heftig reageren.
Laat mij eerst Benhaddou citeren.
Islamitisch heeft betrekking op de islam als religie en op de manier waarop mensen hun geloof beleven … Wanneer iemand bidt, vast of naar de moskee gaat, zegt dat iets over zijn geloofsbeleving … Islamistisch verwijst naar iets helemaal anders. Het gaat over een politieke ideologie die van de islam een staatsproject wil maken. Voor islamisten volstaat het niet dat zij zelf volgens hun geloof leven. Hun ambitie reikt verder. Zij willen ook de samenleving en uiteindelijk de staat organiseren volgens hun religieuze visie. De democratische rechtsstaat, waarin burgers met uiteenlopende overtuigingen samenleven en de wet tot stand komt via democratische instellingen, wordt daardoor ondergeschikt aan een religieuze norm.
Islamistisch krijgt hier de betekenis van wat men de ‘politieke islam’ noemt. Dat doet mij denken aan een gesprek dat ik ooit had met een brave Vlaming die zich omwille van zijn huwelijk tot de islam had bekeerd. Ik zei iets over het verschil tussen de islam als individueel geloof en als politiek project, en hij antwoordde onmiddellijk en naïef: ‘Maar de islam is politiek’. Ik tilde er niet zwaar aan. Het was iemand die met dezelfde naïviteit kon beweren dat dé islam niet bestond. Ik zou hem nooit een ‘islamist’ zou noemen. Hij leek mij niet het type dat de hele staat wou onderschikken aan zijn religieuze norm. Maar dat de islam ‘politiek’ is moet hij toch ergens in zijn nieuwe milieu hebben opgepikt, wat er verder ook mee werd bedoeld.
Benhaddou maakt in een moeite door een onderscheid tussen verschillende strekkingen binnen het islamisme.
Sommige islamistische bewegingen kiezen voor geweld .... Zij worden doorgaans jihadistische of salafi-jihadistische organisaties genoemd. Andere streven via politieke en maatschappelijke invloed naar een samenleving waarin de islam uiteindelijk de grondslag van de staat vormt. … In die benadering krijgen democratie, mensenrechten en fundamentele vrijheden vooral een instrumentele betekenis … Vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting of gelijkheid zijn dan geen universele beginselen die voor iedereen in gelijke mate gelden, maar rechten die selectief worden ingeroepen wanneer zij het eigen belang dienen.
Je hebt bij wijze van spreken de ‘gewone’ islamisten en de jihadistische islamisten. De jihadisten zijn een deelverzameling van de islamisten. Dat is een nuttig onderscheid en Benhaddou gaat naar de kern van de ‘gewone’ islamistische ideologie: de democratie misbruiken om de democratie af te schaffen. Daar ben ik altijd banger voor geweest dan voor het jihadisme. Alleen is Benhaddous verzamelingenleer onvolledig. Hij had ook de islamisten zelf als een deelverzameling van de moslims moeten duiden: niet alle moslims zijn islamisten, maar alle islamisten zijn moslims. Waarom schijnt Benhaddou dat te vergeten? Het is geloof ik een vorm van wensdenken. Zijn afkeer van de islamisten is zo groot dat hij liever vergeet dat ze deel uitmaken van zijn geliefde islam.
Ook binnen zijn geliefde islam ziet Benhaddou deelverzamelingen.
Voor veel moslims … is de islam in de eerste plaats een bron van zingeving, spiritualiteit en moraal. Maar ook binnen deze groep bestaan grote verschillen. Sommigen beleven hun geloof vrij liberaal, anderen zijn eerder conservatief of orthodox. Die verschillen verdwijnen ook niet wanneer het over ethische of maatschappelijke thema’s gaat. Conservatieve of orthodoxe moslims zullen zich soms verzetten tegen bepaalde wetten of maatschappelijke keuzes omdat die botsen met hun eigen religieuze overtuiging. Zoals iedere burger zullen zij proberen via het publieke debat, het parlement of de rechtbank hun standpunt te verdedigen. Zij erkennen tegelijk dat wetten in een rechtsstaat worden gemaakt door democratisch verkozen instellingen en dat de uitkomst van dat proces voor iedereen geldt, ook wanneer die ingaat tegen de eigen overtuiging. Het dossier rond onverdoofd slachten is een goed voorbeeld. Sommige moslims hebben die beslissing juridisch aangevochten tot bij het Europees Hof. Nadat de rechtsgang was uitgeput, hebben zij zich bij de uitspraak neergelegd. Zo werkt een democratische rechtsstaat.
We weten tot welke deelverzameling Benhaddou behoort: tot de liberale minderheid. En voor de conservatieven die de meerderheid vormen roept hij het recht in om vanuit hun religieuze inspiratie aan politiek te doen, zolang ze zich aan de beslissingen van de democratische rechtstaat onderwerpen. Maar hier komen we gevaarlijk dicht bij zijn eigen definitie van islamisme. Het is inderdaad begrijpelijk dat conservatieve moslims hun eigen religieuze verplichtingen willen vrijwaren. Maar wat gebeurt er als men die religieuze verplichtingen via democratische en rechtstatelijke processen wil opleggen aan de hele maatschappij? Het is begrijpelijk dat ze onverdoofd geslacht vlees willen eten, maar wat als ze het eten van onverdoofd geslacht vlees als verplichting voor iedereen willen opleggen? Is dat geen griezelige gedachte, ook als de verplichting volgens zuiver democratische procedures tot stand komt?
Dat voorbeeld is, toegegeven, heel vergezocht. Ik zoek daarom iets dichter bij huis, en kom bij een andere tekst van Benhaddou terecht, waarin hij het heeft over de houding van de Islam tegenover homoseksualiteit. Ook hier zijn er weer deelverzamelingen. Ik heb ze voor de duidelijkheid genummerd.
Wanneer het over homoseksualiteit gaat, zie ik vandaag in de islamitische wereld grofweg vijf houdingen. (1) Helemaal aan het ene uiteinde staan zij die geweld religieus proberen te legitimeren … Zij slaan, bedreigen of doden. Zij vormen een kleine minderheid … (2) Een tweede groep verwerpt zowel homoseksualiteit als de homoseksuele persoon. Hun afwijzing raakt de mens zelf. Dat standpunt leeft nog altijd in delen van de islamitische wereld en ook binnen sommige moslimgemeenschappen in Europa. (3) Een derde groep maakt wel een onderscheid tussen de persoon en zijn of haar geaardheid. Zij beschouwen homoseksuele handelingen als religieus verboden, maar vinden tegelijk dat ieder mens respect en waardigheid verdient. Dat ligt dicht bij het klassieke standpunt dat ook de katholieke Kerk jarenlang innam. (4) Daarna volgt een groeiende groep moslims die het oordeel bewust opschort. Door samen te werken, te studeren en te leven met mensen die anders zijn, leren zij eerst de mens kennen en pas daarna het etiket … (5) Ten slotte groeit er, vooral onder een kleine groep islamitische denkers, theologen en academici, een debat over de traditionele interpretaties. Zij beweren doorgaans niet dat de klassieke islamitische rechtsleer homoseksuele handelingen heeft toegestaan. Integendeel, zij erkennen dat gedurende meer dan duizend jaar een brede consensus bestond over het verbod. Hun zoektocht richt zich op de vraag of de Koran en de profetische traditie vandaag ook op een andere manier gelezen kunnen worden.
Hier schijnt het mij toe dat er ergens tussen, boven of binnen groep (2) en (3) een belangrijke deelverzameling ontbreekt. Dat is namelijk de deelverzameling van moslims die vinden dat er weliswaar geen individueel geweld mag worden gepleegd op homoseksuelen, maar dat homoseksualiteit uiteindelijk door de wet zelf moet worden verboden en bestraft. Die mensen zouden dan samenvallen met ‘de conservatieve en orthodoxe moslims die zich verzetten tegen bepaalde wetten of maatschappelijke keuzes’ en die ‘zoals iedere burger proberen via het publieke debat, het parlement of de rechtbank hun standpunt te verdedigen.’ Dan heb ik daarbij drie vragen. Zijn zulke moslims nu islamisten of niet? Vormen ze een kleine minderheid, een grote minderheid, een kleine meerderheid of een grote meerderheid? En hoe zorgen we ervoor dat ze hun ‘keuze’ nooit via het publieke debat, het parlement of de rechtbank kunnen realiseren?
***
Lionel Shriver is een heel ander soort auteur dan Benhaddou. Benhaddou is een ernstige, genuanceerde schoolmeester; Shriver is een adorable bitch. Benhaddou verdeelt de werkelijkheid onder in evidente a priori categorieën; Shriver probeert de werkelijkheid te vatten in enkele feiten, cijfers, vermoedelijke intenties, verwachte resultaten en scherpe commentaren. De twee methodes hebben hun voordeel.
Shriver schreef haar column naar aanleiding van een Tunesische immigrant, Walid Saadaoui, die op Britse bodem een aanslag in had willen plegen om ‘zoveel mogelijk Joden om zeep te helpen.’
Now, we biddable journalists have been scrupulously schooled to identify our charming friend Walid as an ‘Islamist’ hatching ‘Islamist terrorism’… The coinage decodes: ‘These disagreeable people and their disagreeable mayhem have nothing whatsoever to do with Islam. Or if these people are sort-of-kind-of connected to Islam, they distort and pervert the gentle teachings of their prophet, because Islam is a religion of peace.’ The modern confection ‘Islamist’ is meant to wall off the vast Muslim majority – nice, benevolent, friendly Muslims who love their western brothers and sisters and wouldn’t hurt a fly – from the teensy minority of theologically misguided Muslims who are actually dangerous.
De argumentatie van Shriver is zowel theologisch als sociologisch. Theologisch: de islam is geen godsdienst van de vrede, maar predikt een radicale Jodenhaat, die in de Koran zelf kan worden teruggevonden. Sociologisch: heel veel moslims, blijkt uit onderzoek, zijn jodenhaters, alleen zetten zij die haat niet om in daden. Het verschil tussen aanslagplegers enerzijds en ‘nice, benevolent, friendly Muslims’ anderzijds blijft volgens dat onderzoek bestaan, maar dat verschil is niet zo absoluut als sommigen willen geloven.
In theologie ben ik onbevoegd, en met sociologie ben ik voorzichtig. Toch ga ik niet helemaal akkoord met Shrivers conclusies. Het moderne verzinsel Islamist, schrijft zij, is bedóeld om elk verband te loochenen tussen terrorisme en islam. Maar dan had men een woord moeten kiezen dat meer dan één letter verschilt. Shriver merkt op dat men de extreem-rechtse christenen in de VS ‘Christian nationalists’ noemt en niet ‘christianist nationalists’. Ik deel haar afkeer van lelijke neologismen, maar ik zou geen ideologisch bezwaar hebben tegen een pejoratieve term als ‘christianist’.
Een voorbeeld dat Shriver vanuit haar verleden zal begrijpen: hoe moest men spreken over de aanslagen in Ierland in de jaren 70? Men kon moeilijk spreken over ‘katholieke’ aanslagen, ook al kwamen de IRA-leden allemaal uit katholieke milieus, en was er geen strikte scheiding tussen de terroristen en de katholieke bevolking. Hoeveel katholieken zouden een IRA-militant aan de Britse bezetter verklikt hebben? Weinig, denk ik, zoals er wellicht ook weinig moslims zijn die een jihadist uit hun milieu zomaar zouden aangeven bij de politie. Men kon dus terecht spreken, en men deed het ook, over het ‘katholieke IRA’. Had men echter, uit respect voor de katholieke godsdienst, gesproken van het ‘katholicistische IRA’, dan zou iedereen nog altijd geweten waarover het ging.
Ik hoor al het protest: Clerick, dat is een slechte vergelijking. De moslimterroristen plegen aanslagen omdát zij religieuze fundamentalisten zijn, terwijl je van de IRA van 50 jaar geleden veel kon zeggen, maar niet dat ze de drijfveer voor hun aanslagen uit hun godsdienst haalden; de katholieke leer bevat geen aanknopingspunten voor terrorisme. Dan moet ik mij, zoals hierboven, nog eens onbevoegd verklaren in zaken van theologie.
Nee, voor mij zegt het woord ‘islamist’ ongeveer wat ik bedoel, en dat is ongeveer hetzelfde als wat Benhaddou bedoelt.

Philippe,
BeantwoordenVerwijderenDie toepassing van "verzamelingenleer" op en in het dagelijkse leven, en op en in de "dagelijkse -jounalistieke- politiek" werkt verhelderend... eens leraar, altijd leraar... men zou dat meer moeten doen...
BeantwoordenVerwijderenBenhaddou beoefent jihad-al-kalam tegen ons. Hij is de vleesgeworden taqyia. Kent de Qran uit het hoofd, maar verwerpt geen letter van de talrijke passages waarin Allah vraagt niet-mohammedanen aan te vallen, vernederen, verminken.
BeantwoordenVerwijderenJe moet geen theoloog zijn om dat te zien.
Er is maar 1 Qran.
Wat de terreur en de politieke actie betreft, lijkt mij het onderscheid actieve mohammedanen versus inerte mohammedanen veel beter.
"Islam" verhult ook een beetje dat de gelovigen Mohammed volgen (verkrachter, kindverkrachter, moordenaar, plunderaar, ppolygamist, massamoordenaar, alleenheerser, ...).
djl
Er zitten nog wel wat andere zwarte gaten in het discours van Benhaddou. Zo zegt hij wel dat de wet integraal moet gelden voor iedereen, dus ook voor islamitische geweldplegers, maar als puntje bij paaltje komt is hij wel tegen veel van de zware sancties die wet voorziet bij zwaar geweld of zware bedrreigingen. Verder weigert hij jonge moslims uit te leggen dat Mohammed-cartoons een perfect legitieme uitingen zijn van een fundamenteel recht, dat op een eigen mening en op de uiting daarvan. En analoog wijst hij alle evidentie voor massale niet-vrijwillige motieven om de hoofddoek te dragen vierkant af. Een groot percentage van de zogenaamd niet-islamistische moslims dekt dus islamisten en islamisme in gevaarlijk hoge mate af.
BeantwoordenVerwijderenKortom, Benhadou een "snake oil vendor"? En als hij het is een heel handige.
VerwijderenZich onbevoegd verklaren, echt of een truukje, wie zal het zeggen?
BeantwoordenVerwijderenGaat Rik Torfs in Doorbraak nog een stapje verder wanneer hij de term 'hellevuur' hanteert. Dat er geween en tandengeknars zal zijn, wie leerde ons dat?
Ik hoorde ooit een westerse heel kosmopolitische vrouw zeggen dat in de Islam de vrouwen eigenlijk heel beschermd zijn. Dat inzicht was nogal nieuw voor mij. Enfin , ze had het over de islamitische vrouwen natuurlijk. Niet-islsmitische vrouwen zijn daarentegen zijn loslopend wild natuurlijk. Zoals bij de grooming gangs in Engeland of de kerstmarkt in Keulen waar pussygrabbing de sport was vóór Trump daarover stoefte.
BeantwoordenVerwijderenGad Saad zegt bet nogal onomwonden: "In het . MO is één van de gangbare uitdrukkingen dat het Westen is als een vrouw is die wil besprongen worden"
Die IRA, dat leek me toch nogal krapuul. Door de knieën schieten en zo van die dingen, daar hielden ze van. En dan als ze in een Engelse bak zaten, hun s.... aan de muren smeren. Zelfs Islamieten doen niet zoiets extreems. Kortom, nogal ruw volkje.
BeantwoordenVerwijderenMeer dan 500.000 Michiganders willen een Islamist een senaatszetel zien bezetten. Een kerel die woke-principes belijdt als tactiek, maar die in zijn land van oorsprong ijverig homo's van de daken zou gooien. Een verzameling van 500.000 naïvelingen. Suicidale emphatie?
BeantwoordenVerwijderenIslamisme, Christianisme: dit zijn 2 zevertermen. Zowel Islam als Christendom zijn proselyiistische gosdiensten. Het proselitisme van de Islam is gebaseerd op verovering, terreur en gedwongen bekering, het proselitisme van het Christendom is gebaseerd op missionarisme en (min of meer) vrijwillige bekering. Voor zover ik weet hakken zgn nationalistische Christenen geen mensen in stukken en gooien geen zoutzuur in het gezicht van vrouwen.
BeantwoordenVerwijderen