donderdag 1 oktober 2026

Verzamelde kortjes

Wat beïnvloedt onze koopkracht?
     In een interview met De Standaard (31/9) zei Vlaams minister Melissa De Praetere iets merkwaardigs. ‘Niets heeft meer impact op koopkracht dan klimaat. Denk aan onze voedselprijzen.’ Dat is economisch zó fout dat het weer vertederend wordt. Jammer dat De Standaard er de naïeve West-Vlaamse tongval niet bij kon laten horen.

 

tScheldt en JDC
     Nu Joël De Ceulaer door tScheldt is uitgemaakt voor een
‘gepriviligieerde regimekeutel die een gepriviligieerde regimeburgemeester verdedigt’ kon hij niet anders dan iets terugzeggen: 

 Ik heb nog nooit gereageerd op deze vuile smeerlapperij. Maar nu gaan ze echt te ver. Het is geprivilEgieerd!!!!!


Reynebeau en de salariswagen
     Marc Reynebeau (DS 9/9) is voor de volle belasting van salariswagens. Ik eigenlijk ook, al zwijg ik daarover tot het einde van het jaar, wanneer mijn vrouw de hare zal moeten inleveren. Maar of Reynebeau het allemaal juist uitgerekend heeft, betwijfel ik.

De salariswagen kost de schatkist jaarlijks 5,2 miljard euro. Als de regering die fiscale anomalie afschaft, is ze al halfweg in haar opdracht om in de begroting 10 miljard euro te vinden.

     Vandaag kun je zo’n zinnetje aan ChatGPT voorleggen en vragen wat er allemaal fout is aan de redenering. Het antwoord zal een sectie bevatten: ‘Mensen en bedrijven gaan na zo’n maatregel hun gedrag aanpassen.’
     Waardoor die 5,2 miljard heel hypothetisch worden.
 


DS en het lerarentekort

     Ik heb al vaker gemerkt dat er iemand op De Standaard de taak heeft gekregen om mijn blogstukjes uit te pluizen naar suggesties voor kwaliteitsverbetering. Laatst schreef ik dat ik in de krant nog nooit een kop gezien had over het slinkende lerarentekort. Vandaag, 23 september, grote kop op de voorpagina: ‘Lerarentekort is minder nijpend, starters belanden op reservelijst.’


 

Toxisch leiderschap

     Zoals Pieter Laleman schreef op zijn FB-pagina: ‘Toxisch leiderschap is als beschuldiging zelf toxisch.’ Als het woord op het juiste moment valt, en het bevat 10 procent waarheid, dan heb je geen verweer meer. Het heeft dezelfde kracht als ooit het woord ‘heks.’ Ik zal niet snel een post liken – en soms doe ik dat nochtans ondoordacht – waarin bijvoorbeeld een politieke tegenstander als Marc Van Ranst beschuldigd wordt van toxisch leiderschap. En ik zal het ook niet doen als een politieke vriend als de Oostendse N-VA-schepen Charlotte Verkeyn ervan beschuldigd wordt.

      Dat betekent niet dat toxisch leiderschap niet bestaat. Mensen die ik ken en wier oordeel ik vertrouw, vertellen mij soms bloedstollende verhalen over hun werkplaats. Maar evengoed heb ik van dichtbij beschuldigingen meegemaakt waarvan ik de onredelijkheid zelf kon beoordelen. Ik heb indertijd op de personeelsraad van mijn school oppositie gevoerd tegen het pedagogisch beleid van de toenmalige directie. Die directie was ook om andere redenen dan haar pedagogische beleid niet erg populair bij veel collega’s. Had het woord toen bestaan, dan hadden die collega’s hun strenge oordeel welhaast zeker met de term toxisch leiderschap samengevat. Maar dat strenge oordeel was vaak eenzijdig, subjectief gekleurd en onrechtvaardig. Ik besefte dat toen al, en nu nog beter. 


 

Retorische onwetendheid

       Als ik over een moeilijk onderwerp schrijf, wijs ik vaak op mijn beperkte kennis ter zake. Ik krijg dan als verwijt dat die onwetendheid strategisch, voorgewend en selectief is, en dat ze wordt ingezet als retorisch trucje. Maar onwetendheid voorwenden, of als retorisch trucje inzetten, lijkt mij veel minder erg dan het omgekeerde: expertise en zekerheid voorwenden en dáár je retoriek aan ophangen. 

 

 

Hedwig Speliers
        ‘Hedwig Speliers is dood,’ zegt mijn vrouw. ‘O nee,’ zeg ik, ‘de man die mijn Streuvels-beeld aan diggelen sloeg toen ik zestien was, met Omtrent Streuvels (1968) en Afscheid van Streuvels (1971).’

     De heilige Streuvels was dus maar een halve katholiek, en ook een halve nazi. Was me dat een revolutie in de wereld van de literatuur! Het was een gespreksonderwerp op de speelplaats! Mijn vrouw, die zes jaar jonger is dan ik, kan die onmogelijk bewust hebben meegemaakt. Maar ondertussen vraag ik mij af of ik die boeken van Speliers indertijd wel gelezen heb. Misschien. Filip De Pillecyns boek Stijn Streuvels en zijn werk (1943) heb ik toen zéker gelezen. Dat stond gewoon in de boekenkast van mijn vader.  


Francesca Albanese over Oekraïne

     Toen drie Vlaamse universiteiten een eredoctoraat toekenden aan de pro-Palestijnse activiste Francesca Albanese was dat een mooie illustratie van de linksliberale tolerantie tegenover extreemlinks. Maar zoiets leidt tot een wankel bondgenootschap, want extreemlinks munt niet uit door dankbaarheid. Op de plechtigheid zelf beschuldigde Albanese de universiteiten van laksheid. En nu verschijnt ze blijkbaar op Russia Today, en legt ze verklaringen af als: ‘Ik ga akkoord met hen die vinden dat we geen wapens meer mogen leveren aan Oekraïne.’ Daarmee gaat ze in tegen de heel brede consensus van conservatieven en sociaal-liberalen om Oekraïne te steunen tot er een werkbaar compromis gevonden wordt.

 

 


Vrije meningsuiting met excuses

     Zowat iedereen die de academische vrijheid van Cofnas heeft verdedigd, haast zich eraan toe te voegen dat hij diens meningen niet deelt. Dat kan overkomen als, een soort captatio benevolentiae tegenover een publiek dat die figuur hartsgrondig haat. Maar het schept wel klaarheid. Zelf verdedig ik wel eens de vrije meningsuiting van mensen als Van Langenhove, Hasan Piker of, welja, Cofnas, maar dan doe ik wel mijn best om aan te geven waar ik het wel, en waar ik het niet met die mensen eens ben. En als ik het nérgens met hen eens ben, probeer ik ook daarvoor enkele redenen op te geven.  



Out of Africa
   
     Vandaag kan ik alles vragen aan ChatGPT en Grok, en krijg ik brave, middle-of-the-road antwoorden. Maar surf nog altijd op Quora op zoek naar extravagante vragen en extravagante antwoorden. Een mooie vraag die soms terugkeert is: Welke film won een Oscar voor beste film en was eigenlijk niet goed. Iemand had een aantal criteria verzameld: (A) bevat een plotgat; (B) gaat nergens over; (C)  is flauw over de hele lijn.  De toepassing van de criteria leidde tot: The Deer Hunter (A), Chariots of Fire (B) , Out of Africa (A-B-C) , Argo (A-C).
       
 Alleen Out of Africa beantwoordde aan de drie criteria. Dat zou best kunnen, maar zeker weet ik het niet, want ik slaag er nooit in om meer dan een kwartier naar die film te kijken.


Dix pour cent, le film (2026).
    Om toe te voegen aan mijn lijstje van films over het maken van films. Franse komedie in de beste zin van het woord. Dankzij de film heb ik nu ook de serie ontdekt die eraan voorafgaat.


La règle du jeu (1939)
    Op Youtube kun je de mooie en historisch belangrijke film La règle du jeu zien (1939), van Jean Renoir. De klank is slecht en, als iemand die half-doof is, begreep ik weinig van de dialogen. Ik moet hem nog eens opnieuw zien in een betere versie. Maar één dialoog heb ik wel begrepen. Octave zegt :  ‘Ce qu’il y a de terrible dans la vie, c'est que tout le monde a ses raisons.’ Waarop André of Robert antwoordt : Bien sûr, et moi, je suis pour que chacun les expose librement.’

Furious (2026) 
   
 Televisiereeks over een seriemoordenares en een politie-agente. De plot is ongeloofwaardig en bevat alle clichés van het genre. Maar de uitwerking van de personages is hoogst origineel. 


Drops of God (2023)
     Serie over een jonge vrouw Camille Léger die zich vanwege een testament moet vervolmaken in de wijnproeverij. Veel over ‘premier nez’ en ‘deuxième nez’ en dat soort zaken. In de tweede aflevering ziet Camille haar jeugdvriend Thomas terug. Maar Thomas heeft een relatie met Juliette die knap is, zeven talen spreekt en van de regisseur opdracht gekregen heeft om haar vriend voortdurend aan te raken.  ‘Ik begrijp het,’ zei mijn vrouw, ‘wij moeten Juliette niét leuk vinden.’ Dat was ongeveer het moment dat we besloten om het bij twee afleveringen te laten. 


De PVDA en Iran

     Op het PVDA-feest Manifiesta was er ook plaats voor een grote boekenmarkt dat redelijk pluralistisch was opgezet. Je vond er algemeen-progressieve boeken naast meer orthodox-communistische boeken. Er was ook een stalletje van het Iraanse regime waar in eenvoudige druksels werd uitgelegd hoe het er aan toeging in het land van de ayatollah’s en de Republikeinse Garde. 
     Kijk, ik zal nooit zeggen dat de PVDA de ayatollahs ‘verdedigt’. Het zit ingewikkelder in elkaar. Ook zal ik de PVDA niet de ‘nuttige idioten’ van het regime noemen. Ik wil vulgaire polemiek als die van Karel Verhoeven vermijden*. Maar ik zou als Raoul Hedebouw toch niet graag voor de televisie uitleg moeten geven over dat pamflet over het Iraanse nucleaire programma dat op mijn feest werd uitgedeeld. Ik twijfel niet aan het talent van Raoul om er zich uit te praten, maar het zou toch een vervelend moment zijn.  




* Karel Verhoeven had in een commentaar de omschrijving ’nuttige idioten’ gebruikt voor degenen die de vrije meningsuiting van Cofnas verdedigen.