De ‘misogynie’ van Zinzen
Veel mensen kunnen Walter Zinzen niet goed uitstaan, en ze vinden het dan fijn dat er een scherp stuk verschijnt waarin de oude journalist onderuit wordt gehaald, ook al gebeurt dat door Joël De Ceulaer in De Morgen. Ik kan Zinzen ook niet goed uitstaan, maar het recente stuk van De Ceulaer vind ik flauw. Ik geef hem gelijk als hij Zinzen te veel Poetin-empathie aanwrijft, of als hij, in tegenstelling tot Zinzen, vindt dat Vlaams Belang-politici door de VRT als ‘normale’ politici moeten worden behandeld. Maar het is onbegrijpelijk dat hij Zinzens polemiek tegen Michelle Haas verklaart vanuit een misogiene instelling. De Ceulaers tirade gaat als volgt :
Ik citeer nog even wat u exact over haar zei, zodat iedereen kan volgen: ‘Ik word bijna ziek als ik haar riedels over oorlog en bewapening hoor op tv.*’ Eerlijk: ik heb dat een paar keer moeten lezen voor ik het begreep. Ik werd bijna - welja - ziek toen ik besefte dat u wellicht op de hondenfluit blies. (…) U geniet het vermoeden van onschuld, mijnheer Zinzen, maar ik ben openbaar aanklager. U had het onder meer ook over Jonathan Holslag, maar waarom maakt juist Haas u ziek? De debatten over defensie worden toch gedomineerd door witte mannetjes in alle maten en gewichten. Ik vraag het u op de man af: stoort het u dat een jonge vrouw zich in dit domein laat gelden? Wordt u bijna ziek als u haar hoort, of ook en vooral als u haar ziet? Op tv zíé je mensen, niet? Bent u nog van het vooroorlogse principe dat blonde dames mooi moeten zijn en zwijgen? Volgt u de tradwifes op TikTok?’
De kwestie is niet dat De Ceulaer hier overdrijft. Hij mag dat doen als dat zijn opvatting van ‘satire’ is. De kwestie is dat er in de uitspraak van Zinzen niets is dat ook maar in de verste verte lijkt op een vooroordeel tegenover vrouwen, of op een ‘hondenfluit’ – wat op zich al een gruwelijk argument is. Zinzen richt zijn zure oprispingen tegen Haas niet omdat ze een vrouw is, maar omdat ze te Nato-minded en defensie-vriendelijk is. Je moet van heel slechte wil zijn om dat anders te zien.
Met slechts de helft van de slechte wil van De Ceulaer zou ik sporen van mysogynie kunnen aanwijzen in de laatste column van Tom Naegels (DS 2/5):
Anneleen van Bossuyt (N-VA) denkt dat haar job betekent dat je aan ChatGPT vraagt: ‘Hé Claude, zeg eens iets dat Theo Francken zou zeggen?’ Waarna de bot een tekstje genereert met een sneer naar een linkse organisatie. Dan post ze dat op haar socials, met een mooie foto van zichzelf erbij, en het is weer klaar voor die dag met minister te zijn.
Het is niet het soort polemiek die ik van Tom Naegels verwacht, maar ik heb geen zin om hier de eerste steen te werpen. Zijn suggestie dat Van Bossuyt een luie minister van Migratie is – ‘weer klaar voor die dag’ – kan ik niet beoordelen; zijn sneer dat ze een man – ‘Theo Francken’ – nodig heeft om rechtse inspiratie op te doen vind ik ongepast; en zijn insinuatie dat ze haar uiterlijk – ‘mooie foto’ – inzet in het politieke debat, getuigt niet meteen van goede smaak. Maar ik ben er vrij gerust in dat Naegels niets heeft tegen vrouwen. Hij heeft hoogstens iets tegen rechtse vrouwen die minister van Migratie zijn. Iets anders beweren, zelfs in ‘satire’, is flauw.
* Zinzen spreekt overigens ook over ‘die Nederlandse vrouw van het Egmont-instituut’. Ook hier merk ik in de formulering de nodige ergernis, maar geen minachting voor vrouwen in het algemeen.
PFAS
‘Weer zo’n saai artikel,’ zei mijn vrouw toen ze De Standaard van 4 mei doorbladerde. ‘PFAS, dat is toch geen nieuws.’ ‘Wat staat erin?’ vroeg ik. ‘Dat het jaarlijks zes miljard zal kosten om de boel op te ruimen,’ zei ze. Ik werd er stil van. Hoe kon mijn vrouw dat nu saai vinden? 6,2 miljard, dat is ongeveer 1 % van het bbp! Ik bekeek snel de krant, en zag dat de redacteur dezelfde vergelijking had gemaakt. ‘Dat zou 1,1 % van het bbp zijn.’ Dat artikel moet ik lezen, dacht ik.
Big government
Hans Cottyn (DS 5/5) schrijft terecht dat ‘big government vandaag geen vies idee meer is’. Het staatsinterventionisme is weer in de mode.
De socialisten willen sommige mensen verbieden kinderen te krijgen en vapes met smaakjes droogleggen. De liberalen gaan kerncentrales nationaliseren en hopen ondertussen met forsere fossiele energiesteun uit te pakken. De Vlaams-nationalisten kopen zich een meerderheidsbelang in de Belgische luchthaven en leggen graag hun visie over tucht op school op, hoe snel studenten hun diploma moeten halen, wanneer kinderen een smartphone mogen gebruiken.
Mijn eerste neiging is om te gaan vitten op de voorbeelden. ChatGPT kan mij daarbij helpen. Maar ik kan die neiging nog net onderdrukken. In plaats daarvan wil ik het debat naar een algemener niveau tillen. Een eerste overweging is dat het interventionisme een hellend vlak creëert. Oude overheidsmaatregelen maken nieuwe maatregelen noodzakelijk. Eerst trekt de staat de financiering van de gezondheidszorg naar zich toe, waarop ze, om de kosten te drukken, gezondheidsregels moet opleggen, zoals met dat vapen.
Een tweede overweging gaat in dezelfde richting. Er is nieuw interventionisme nodig om de fouten van vroeger interventionisme recht te trekken. De nationalistie van de kerncentrales is daar een voorbeeld van. Of neem de kwestie van het onderwijs. Vanuit centrale instanties werd een pedagogisch beleid opgelegd waardoor tucht en kennisniveau in de scholen werd afgezwakt. Dan is er nieuw beleid nodig om de tucht en kennis te herstellen. Voor scholen en leraren komt dat over als de zoveelste ‘vernieuwing van bovenaf’.
Vanuit liberaal perspectief zou je zelfs een paradox kunnen blootleggen: er is in 80 jaar zoveel structurele interventie opgebouwd dat er heel veel interventie nodig is om de situatie te keren. Ik ben blij dat ik nu ook eens het woord ‘structureel’ heb kunnen gebruiken.
Lapmiddelen
Wat bedoelt Hans Cottyn (DS 5/5) als hij speekt over de liberalen die ‘met forsere fossiele energiesteun hopen uit te pakken.’ Ik kon eerst niets bedenken. Cottyn schrijft maar wat, dacht ik. Maar toen las ik in dezelfde krant een interview met de erg liberale Pierre Wunsch die de Belgsiche centrale bank leidt. Die vindt dat Europese bedrijven de ETS-bijdragen moeten kunnen terugvorderen bij de overheid als ze ten minste exporteren naar landen buiten de EU. Europese bedrijven moeten emissie-rechten betalen als ze te veel CO2 produceren. Het ‘interventionisme’ zou er dan in bestaan dat die Europese bedrijven die emissie-rechten niet moeten betalen als ze exporteren naar landen die zulke emissie-rechten niet hanteren.
Het bezwaar van Cottyn tegen zulke voorstellen is, geloof ik, van ecologische aard, het mijne is van liberale aard. Ik zie in zulke voorstellen een tijdelijk lapmiddel dat exportgerichte sectoren bevoordeelt tegenover die die voor de eigen markt produceren.
Maar in de geopolitieke context waar Wunsch naar verwijst, grijpt iedereen naar tijdelijke lapmiddelen. Als China onze markt overspoelt met spotgoedkope, royaal gesubsidieerde producten, is dat ook een tijdelijk lapmiddel. Hoe meer China exporteert en subsidieert, hoe meer verlies het maakt. Zo kun je niet eeuwig doorgaan, maar misschien wel lang genoeg om een dominant marktaandeel te verwerven waarmee je hogere prijzen kunt dicteren. Dat heb je met lapmiddelen, ze kunnen succesvol zijn.
De prijs van een mensenleven
Specialisten hebben uitgerekend wat een mensenleven waard is: 45.000 euro per jaar. De Standaard (5/5) heeft gezondheidseconoom Dominique Vandijck over de kwestie geïnterviewd. Hoe komt men aan die 45.000 euro. Men kijkt daarvoor, zegt Vandijck, naar de maatschappelijke consensus. Je kunt daarvoor grootschalige bevragingen op touw zetten waardoor je te weten komt hoeveel de maatschappij bereid om te betalen om één ‘kwaliteitsvol levensjaar’ te winnen? Dure milieumaatregelen kunnen zo worden verantwoord omdat ze bijvoorbeeld de kans op kanker verminderen.
Dat bedrag van 45.000 euro wordt natuurlijk bepaald door de gebruikte onderzoeksmethode en door de precieze vragen die men stelt. In het verrukkelijke boekje van Bas Haring Waarom cola duurder is dan melk wordt naar onderzoek verwezen dat de waarde van een mensenjaar hoger inschat, namelijk op 60.000 euro. De precieze bedragen zijn voer voor specialisten.
Het cynisme van dergelijke redeneringen stoort mij amper. Ik vind cynisme vaak verfrissend. Ik word er vrolijk van. Nee, er is iets anders wat mij stoort. De Standaard schrijft:
Wie het economische nieuws volgt, zal merken dat die 45.000 euro niet erg ver ligt van het bbp per capita in ons land, de waarde die de gemiddelde Belg elk jaar creëert. Dat is niet toevallig: als je gezondheidstoestand de maatschappij 45.000 euro kost, dan draait die eigenlijk break-even.
Dat begriip ik niet goed. Ik geloof best dat de gemiddelde Belg elk jaar 45.000 euro aan waarde creëert, maar ik veronderstel dat hij ongeveer hetzelfde bedrag consumeert, hetzij door individuele uitgaven of door collectieve voorzieningen. Als een land 45.000 euro rijker werd per extra inwoner, dan zou Frankrijk zes keer rijker zijn dan België. Nou ja, misschien is dat zo, maar dan toch slechts in een heel beperkte betekenis.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten