dinsdag 18 augustus 2026

De zaak Jason Arday, e.a.


De zaak Jason Arday
     
Ik heb over de zaak Arday niets geschreven, maar ik heb wel aan iedereen in mijn onmiddellijke omgeving de volgende anekdote verteld, die ik veel grappiger vond dan de 30 marathons die hij zogezegd in 35 dagen gelopen had.
 
     Arday had, dat is bekend, een proefschrift ingediend dat naar het schijnt heel sterk op plagiaat berustte. Maar dan moet hij toch, zou je denken, moeite hebben gehad om dat proefschrift mondeling voor een academische jury te verdedigen. Dat was ook zo, alleen had Arday een uitleg klaar. Vlak voor de mondelinge verdediging had hij last gekregen, zei hij, van wazig zicht. Hij bleek een kleine hersentumor tumor te hebben die direct moest worden verwijderd. Daardoor had hij een mini-beroerte gekregen die zijn kortetermijngeheugen had aangetast en kon hij zich op de verdediging van zijn proefschrift amper nog herinneren wat hij zelf had geschreven. 
     Het verhaal is grappig zoals verhalen over oplichterij vaak grappig zijn. Het is leuk om door te vertellen. Maar erover schrijven? Erover argumenteren? Hád ik erover geschreven, dan had ik iets gezegd over de ‘pluralistische onwetendheid’ waar de academische autoriteiten het slachtoffer waren. Wie het begrip niet kent, kan het makkelijk opzoeken.
      Nu weet de lezer nog altijd niet waaróm ik niets over Arday geschreven heb. Mijn redenen daarvoor gelijken heel sterk op die die Maarten Boudry had om er géén uitgebreid stuk over te schrijven: 

Drie weken geleden werd ik door een tijdschrijft waarvoor ik al eerder heb geschreven gevraagd om een stuk te schrijven over het schandaal rond Jason Arday. Maar ik heb het geweigerd, en achteraf gezien ben ik daar blij om. Vooral omdat ik toen al medelijden met de man had en de hele zaak zielig vond. Zijn leugens waren zo bizar en kinderachtig dat hij duidelijk ernstige psychische problemen had. Bovendien dacht ik dat ik weinig toe te voegen had aan wat al gezegd was … Misschien later, als het stof is gaan liggen. 

     Medelijden … weinig toe te voegen hebben … wachten tot het stof is gaan liggen … dat zijn drie heel goede redenen om te zwijgen. Boudry schrijft verder dat hij naar een Youtube-filmpje gekeken heeft waarin Arday vertelt over Paul Simon’s Graceland. Ik heb dat filmpje ook bekeken toen het schandaal uitbrak, uit nieuwsgierigheid. 


Duchâtelet – Van Ranst
      Een interview met zo’n Duchâtelet moet je met een korrel zout nemen. Een verstandige kerel, maar vaak zegt hij zomaar wat, en hij verliest geen tijd met na te denken over tegenargumenten. Hij mist, geloof ik, een zekere beschaving. Ingenieur van opleiding. Hij geeft niet de indruk dat hij veel romans leest, of andere boeken die tot zijn ‘algemene ontwikkeling’ bij zouden kunnen dragen.
      Als gewezen leraar hoor ik hem graag vertellen over het onderwijs. Alles wat hij zegt is zwart-wit, zonder rekening te houden met ‘gevoeligheden’, maar hij praat ten minste de kranten niet na. Zo wil hij veel minder universiteitsstudenten en vindt hij een leerplicht tot 12 jaar voldoende.

 Omdat heel veel kinderen – ik denk: de meesten – zich dood vervelen op school. Ze verdoen hun tijd omdat het te traag gaat, of te snel. Daardoor ontwikkelen heel veel kinderen depressies. Die zitten daar en denken de hele tijd: waarom moet ik hier nu naar die idioot zitten luisteren? Terwijl ik evengoed met mijn vriendjes of vriendinnetjes zou kunnen praten.

     Behoudens de overdrijvingen – er is een groot verschil tussen zich vervelen en zich dood vervelen – geeft die schets wel een deel van de werkelijkheid weer. ‘Wie écht iets wil leren, heeft geen leerkracht nodig, maar een computer en internet,’ zegt Duchâtelet nog. Ook dat is waar, maar de meeste kinderen tussen laat ons zeggen 12 en 18 hebben een duwtje in de rug nodig. Geef hén een computer en internet, en ze gaan die voor alles gebruiken, maar niet om te léren.
     Ik begrijp wel waar Duchâtelet naartoe wil, maar ik ben het niet met hem eens. Ondanks alle problemen kan het middelbaar onderwijs ook de minder geïnteresseerden, of een deel ervan, helpen om wat extra beschaving te verwerven:  een wetenschappelijke visie op de werkelijkheid, respect voor kennis en cultuur – al is het niet je ding –, en wat zin voor nuance en dialoog – een eigenschap die Duchâtelet zelf ontbeert.
          Je hebt drie soorten mensen: de barbaren, de leken, de en de specialisten. Het middelbaar onderwijs moet ervoor zorgend dat er zoveel mogelijk leken en zo weinig mogelijk barbaren in de samenleving terecht komen. Leken kunnen best een modus vivendivinden met de specialisten; met te veel barbaren erbij wordt het moeilijk.     Wat moeten volgens Duchâtelet de kinderen doen die na hun twaalfde niet meer naar school willen? Wat ze gráág doen antwoordt hij, werken bijvoorbeeld, waarmee hij het taboe doorbreekt dat op kinderarbeid rust. En dat doe je niet ongestraft. Marc Van Ranst antwoordde met een hevige tweet op X. 

 Meneer Duchâtelet stelt voor om kinderarbeid vanaf twaalf jaar opnieuw in te voeren. Dat gaan we niet doen. Maar dat een miljardair dit voorstel anno 2026 überhaupt durft te doen, zou ons moeten waarschuwen.

      De tweede zin is ondeugend in zijn zelfverzekerde neerbuigendheid. ‘Dat gaan we niet doen,’ zei mijn pianolerares als ik voorstelde om een vereenvoudigde versie van een muziekstuk te kiezen om in te studeren. Maar de derde zin suggereert iets over Duchâtelet en over onze tijd dat naar mijn smaak uit de lucht gegrepen is. Het lijkt alsof er miljardairs klaar staan om zich te verrijken dankzij onderbetaalde kinderarbeid, en dat we daaruit een waarschuwing kunnen afleiden over waar de ‘sociale afbraak’ uiteindelijk toe zou kunnen leiden.
      Maar dat is de eigen fantasiewereld van Van Ranst. In de fantasiewereld van Duchâtelet gaat het om iets anders. Daarin speelt laagproductieve kinderarbeid geen economische rol. Van hem mogen twaalfjarigen geloof ik een universeel basisinkomen krijgen. En als ze graag nog wat bijverdienen door op te dienen in een restaurant, dan moeten ze dat maar doen. Hij is niet op zoek naar goedkope arbeidskrachten voor Melexis.  


Inflatie
     Voor inflatie worden verschillende verklaringen gegeven. Eén ervan is dat er teveel geld gecreëerd wordt vergeleken met het aantal goederen en diensten. Ik las laatst een andere verklaring in de vorm van een meme: ‘Inlfatie: oligopolies die in concurrentie zijn wie de hoogste prijs kan vragen.’ Het lijkt mij logisch dat oligopolies – met een beperkt aantal bedrijven – hogere prijzen kunnen vragen dan op een echt vrije markt. Maar als ze met elkaar in concurrentie gaan, dan is het om de láágste prijs te kunnen aanbieden. Dat ze die prijs graag zo hoog mogelijk hebben, heeft er niets mee te maken. Dat is ook zo op een vrije markt.


Zonsverduistering
     Iedereen heeft de zonsverduistering beleefd op zijn eigen manier ,en is dus een anekdote rijker om later aan kinderen en kleinkinderen te vertellen. Zelf stelde ik er mij niet veel van voor. Ik had de zonsverduistering van 1966 al meegemaakt. De meester had het verschijnsel in de klas grondig uitgelegd. We moesten een glasplaatje zwart maken met roet door het boven een brandende vetkaars te houden. En toen het grote moment was aangebroken mochten we op de speelplaats door het plaatje gaan kijken. Ik vond er niet veel aan.
     Desondanks wilde ik vorige week woensdag graag een eclipsbrilletje bemachtigen. Als iedereen eentje heeft, dan ik ook. Ik ging dus naar een plaatselijke supermarkt die op FB had aangekondigd dat ze een grote voorraad hadden die vanaf woensdag 13.00 u aan de kasse te koop zou worden aangeboden. Ik fiets dus naar die supermarkt, wil meteen doorlopen naar de kassa en merk dan pas dat er zich een lange rij van wachtenden door de rayons van de supermarkt slingert, misschien een halve kilometer lang. De rij schiet echter goed op en ik heb al enkele honderden meter afgelegd als wordt omgeroepen dat de voorraad brilletjes uitgeput is. Ook niet erg.
     ’s Avonds kunnen we genieten van ons uitzicht op het strand waar honderden mensen zijn samengetroept om naar de eclips te kijken die, daar ben ik zeker van, esthetisch in het niets verdwijnt vergeleken met een doordeweekse zonsondergang in zee. Ik besluit dan maar naar een film te kijken die een zonsondergang bevat: King Solomons Mines – de versie van 1937, met Paul Robeson die enkele keren in zingen uitbarst. De versie van 1950, zonder zonsverduistering, heb ik als kind gezien. Op Youtube staat een schreeuwerige trailer van die film met Stewart Granger en Deborah Kerr. Ik hoop dat de schat met juwelen te zien zal zijn en jawel, die is te zien. Mijn vrouw kijkt mee en zegt: ‘Het zijn precies snoepjes.’ Dat doet mij plezier, want dat was ook mijn reactie 60 jaar geleden. 

 

4 opmerkingen:

  1. " zelfverzekerde neerbuigendheid", het had zo in tscheldt kunnen staan.
    Een miljardair die 12-jarigen wil zien renderen wordt hier uit de wind gezet. Misschien had Duchatelet wel op zijn twaalfde de school moeten verlaten? Zo de praktijk van het voetbal of de politiek in. Immers wat deed deze ingenieur met een zestal voetbalploegen en met Vivant?
    Akkoord Ujpest D. aan zijn zoon schenken en St.-Truiden of Standard aan zijn partner, maar voor de rest?
    Oh ja en dan was er nog het basisinkomen voor iedereen. Allemaal bla bla bla natuurlijk, tenslotte was hij een mei 68-er.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Voor wie een 'echte' zonsverduistering wil meemaken: lees 'Bezonken rood' van Jeroen Brouwers.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Citaat: "... verliest geen tijd met na te denken over tegenargumenten. Hij mist, geloof ik, een zekere beschaving."

    Heb het interview ook gelezen, en Duchâtelet zegt meerdere eigenaardige dingen. Daar ben ik het met u mee eens. Dat China (PRC) een democratie is...
    Dan kan u wel concluderen dat communisten (Amada, PvdA in België) ook beschaving misten, ook u zelf die als volwassenen ook de prietpraat vertelde dat uw 'echte' communisme, echte democratie bood. En de liberale democratie louter een schijnvertoning was....

    Of het een beschavings- of intellectueel gebrek is laat ik in het midden.

    BeantwoordenVerwijderen