Saksen-Anhalt
Mijn vader werd tijdens de oorlog gedeporteerd naar Plauen in Saksen. Hij vond het daar vreselijk. ‘Norse mensen,’ zei hij. Het was een van de redenen waarom hij naar Zwitserland heeft proberen te vluchten, waar hij helaas in de buurt van de grens werd opgepakt. Die ongelukkige wending kreeg een gelukkig staartje, want na zijn gevangenisstraf, mocht hij in Zuid-Duitsland blijven. Daar vond hij het wel fijn. ‘Vriendelijke mensen,’ zei hij.
Nu ik op de kaart van Duitsland gekeken heb, weet ik dat Saksen en Saksen-Anhalt twee verschillende deelstaten zijn. Of de mensen in Saksen-Anhalt ook zo nors zijn als hun buren weet ik niet. Wel weet ik dat een groot deel van hen op de radicaal-rechtse AfD gestemd hebben, en een niet onbelangrijk deel op de radicaal-linkse partijen Die Linke en BSW.
AfD, ook dat weet ik, is een partij die zich tegen immigratie uitspreekt, terwijl men daar in Saksen-Anhalt minder mee te maken heeft dan in andere deelstaten. Het probleem lijkt er veeleer de emigratie te zijn, maar dan van jong, geschoold en dynamisch talent. Maar ook een minder grote immigratie kan ook voor ongenoegen zorgen, en nog meer voor ongerustheid dat het ‘zo erg’ zou worden als elders.
Die ongerustheid en dat ongenoegen worden niet altijd goed gemeten door sociologisch onderzoek. De Hochshule Magdeburg-Stendal heeft vorig jaar aan 1.101 inwoners van Saksen-Anhalt gevraagd wat zij spontaan als de grootste problemen zagen. Ze mochten er maximaal drie opgeven. Dit is het resultaat.
- 38,5% noemde economie, werk en lonen
- 30,0% noemde infrastructuur, personeelstekort, gemeenten of winkelmogelijkheden
- 22,7% noemde asiel of immigratie
- 21,7% noemde onderwijs, school, kinderopvang, kinderen/jongeren
Politici denken over de haalbaarheid van een anti-migratiebeleid helemaal anders. Tijdens de regeringsonderhandelingen hebben Bart De Wever en Theo Francken naar het schijnt enkele voorstellen tot migratiebeperking op tafel gelegd. Die werden haast onmiddellijk verworpen als ‘juridische sciencefiction’.
‘Stigmatiseren’ en ‘minimale politiek’
In een lezersbrief (DS 8/9) over het vaderschap, komt onderzoeker in de Publieke Gezondheid Arno van Hootegem nogmaals terug op Van Doesburgs uitspraken over het moederschap:
Critici wezen er terecht op dat haar ervaring niet voor alle moeders geldt, en dat haar opmerkingen stigmatiserend kunnen zijn.
Die opmerking over stigmatiseren sluit mooi aan bij wat ik over conservatieve politici schreef in mijn vorig stukje. Conservatieve politici gebruiken wel eens hun politieke functie om een bepaalde levensstijl of -houding te propageren die niet voor iedereen haalbaar of wenselijk is. En wie A propageert, stigmatiseert B – al is dat maar impliciet. Als je burgers aanmaant om voor hun gezondheid op hun gewicht te letten, stigmatiseer je degenen die ongezond blijven eten en drinken. Als je kinderen op school prijst omdat ze hun best doen, stigmatiseer je de kinderen die hun best niét doen. En als je iedereen oproept om met de fiets te gaan winkelen, stigmatiseer je degenen die daarvoor de auto nemen.
Het belangrijkste is dat dat men daarbij de mensen niet te nadrukkelijk schoffeert, en niet van alles verplicht of verbiedt wat tot de privés-feer behoort. Tom Naegels legt het mooi uit:
Els Van Doesburg is een conservatieve politica. Conservatieve politici hebben conservatieve meningen. Wat had je verwacht? … een oproep doen tijdens een lezing of in een interview is een zeer minimale vorm van “aan politiek doen”. Ze heeft geen wetsvoorstel ingediend, geen beleidsplan geschreven, ze deelt geen subsidies uit aan vrouwen met veel kinderen of neemt er geen af van vrouwen zonder… Het is gewoon maar dat, een oproep, zoals er iedere dag zoveel oproepen in de ether worden geslingerd: we zouden wat meer / minder dit of dat moeten doen. Sporten. Gezond eten. Lief zijn voor elkaar. Kinderen maken. Trots zijn op de eigen cultuur. Stoppen met de mensen te betuttelen. Je privileges onder ogen zien. Naar je eigen lichaam luisteren. Oké. Bedankt voor uw oproep, ik zal er eens over denken.
Als er maar meer wat meer aan ‘minimale politiek’ werd gedaan in plaats van met wetsvoorstellen, beleidsplannen en subsidies te zwaaien! En als er maar wat meer mensen bij een onwelgevallige boodschap zwegen over ‘stigmatiseren’ en stoïcijns antwoordden dat ze ‘er eens over zouden nadenken.’
La Patate en de planeconomie?
De Standaard heeft een schrijfwedstrijd georganiseerd om jong talent aan te trekken, en de laureaten mogen nu dagelijks, om de beurt, in de krant hun mening schrijven over iets waar ze een mening over hebben. Er zijn wel eens wat schoolopstellen bij, maar ik werp er toch altijd een snelle blik op.
Het stuk van gisteren, van Nona De Dier – eerst rechten gestudeerd en nu taal- en letterkunde aan het studeren – hield wat langer mijn aandacht gaande omdat het over La Patate ging. Mijn vrouw heeft mij onlangs nog uitgelegd wie Average Rob was en hoe zijn frituur in Antwerpen eruit zag. Hij vraagt nu aan het brede publiek om hem geld te lenen, maar ik zal nog eerst even de kat uit de boom kijken.
Voor Nona De Dier steekt La Patate ongunstig af tegen de middenstandseconomie die ze als kind heeft leren kennen in haar geboortestad Aalst. ‘Het kapitaal achter de onderneming komt van bevriende miljonairs.’ ‘40 procent van de aandelen is in handen van een investeervennootschap.’ ‘Geen middenstander in zicht, wel heel veel private equity.’ Dat zal allemaal wel zo zijn. Maar dan komt het:
Zulke modellen hebben meer weg van een planeconomie dan van een vrijemarktmeritocratie die ons wordt voorgehouden.
Hier zijn twee misverstanden. De vrije markt is géén meritocratie, al kan ze er wel eens voor zorgen dat mensen met pit het verder brengen dan onpraktische mijmeraars zoals ik. En ten tweede: bedrijfsplanning – hoezeer die ook kan lijken op een staatsbureaucratie – is géén planeconomie. Op mijn allereerste marxistische scholing vatte B.D. de stelling van Friedrich Engels in de Anti-Dühring helder samen: het kapitalisme brengt orde en planning binnen de ondernemingen, maar wanorde en chaos tussen de ondernemingen. Die wanorde en chaos – weliswaar binnen een wettelijk kader – dát is de vrije markt. La Patate kan in die chaos best failliet gaan. Nu ik erover nagedacht heb, weet ik wel zeker dat ik Average Bob geen geld zal lenen.
Een planeconomie daarentegen gaat niet failliet, of toch niet op die manier.

'Stigmatiseren' begint vaak bij eigen ongenoegen, nadenken is daarvan dan het eerste slachtoffer.
BeantwoordenVerwijderen