Erfgoed, musea en archieven
Vlaanderen heeft een socialistische minister van Cultuur, Caroline Gennez, die de besparingen niet volgens de kaasschaafmethode heeft doorgevoerd – overal een beetje besparen – maar met een progressieve visie. ‘We hebben de makers, de kritische stemmen gespaard.’ De bevriende progressieve ‘sector’ wordt ontzien; bijna de helft van de besparingen worden gerealiseerd door subsidies te schrappen voor erfgoed, musea en archieven.
Daar is natuurlijk van die kant veel reactie gekomen. Een aantal historici heeft een open brief geplaatst in De Morgen waarin ze oproepen tot het ‘bewaren en blijven valoriseren van wat cultuurmakers en kritische stemmen uit het verleden ons hebben nagelaten.’ Maar de solidariteit van de hedendaagse kunsten, schrijft Jan Dumolyn, blijft er beperkt als het om ‘een hoop stenen’ en om ‘oude papieren’ gaat. Hij klaagt over een ‘intrinsiek dédain in wat gemeenzaam ‘de sector’ wordt genoemd, tegenover middeleeuwse kunst, historische landschappen, volkskunde, stoeten en processies …’
Onherstelbare schade
In de brief van de historici werd ik vooral getroffen door twee woorden: de besparingen zouden kunnen leiden tot ‘onherstelbare schade’. De historici hebben het dan over de universitaire opleidingen in hun vak. Zelf ben ik nog banger dat er archieven zouden verdwijnen, want dan zou een volgende regering zonder socialistische cultuurminister de situatie niet meer kunnen rechttrekken. Die gedachte kan ik moeilijk verdragen. Van Karel van het Reve wordt gezegd dat hij op faculteitsvergaderingen zijn mond hield, maar dat hij een keer is gaan razen toen iemand voorstelde om ‘verouderde atlassen uit de universiteitsbibliotheek te verwijderen.’ Ik kan er ook niet goed tegen dat bibliotheken hun weinig of niet gelezen boeken wegdoen.
De makers en de archieven
Als iemand die zelf moeilijk papieren kan weggooien, heb ik met afgrijzen vernomen dat de cultuursubsidies voor archieven drastisch verminderd worden. Ik heb eerder al de wens uitgesproken dat de schade niet onherstelbaar zou zijn, want als iets weggegooid of vernietigd is, komt het nooit terug. Ik denk soms met weemoed aan het Latijns-Etruskisch woordenboek van keizer Claudius dat verloren is gegaan, of aan de 83 toneelstukken van Aeschylos die ons voor altijd onbekend zullen blijven. Van de film Greed (1924) die oorspronkelijk 9 uur duurde, heeft men bijna 7 uur pellicule weggesneden en vernietigd om het zilver eruit te recupereren.
Ik heb dus geen argumenten nodig om archieven lief te hebben waar ik zelf nooit in snuister. Maar die argumenten blijven wel op mij afkomen. In De Standaard van vandaag (29/10) lees ik een open brief onder de kop ‘Het gat van Gennez.’ Hij is ondertekend door heel veel ‘makers’ uit de cultuurwereld. En dat merk je:
Wie vandaag thema’s als kolonialisme, migratie, sociale strijd of mensenrechten aan wil snijden, kan al helemaal niet zonder toegang tot de archieven …
Zouden we nu de komende jaren door de schuld van Gennez minder kolonialisme, migratie, sociale strijd of mensenrechten te zien krijgen op podia en tentoonstellingen?
Trump archiveren
Prachtig vind ik het wetsvoorstel van Amerikaans Congreslid Jamie Raskin om ‘voorwerpen die verband houden met de narcistische zelfverheerlijking van de president’ te verzamelen te bewaren. Het voorstel heeft officieel de Preserving and Remembering the History of Trump and other Tyrants Act.
Misschien kunnen mensen binnen 50 jaar niet geloven dat Trump echt bestaan heeft en dat hij echt president is geworden. Ik kan het zelfs nú moeilijk geloven; wat moet dat binnen 50 jaar worden? Dan komen musea en archieven goed van pas kunnen om hun volksopvoedende rol te pelen. Wat zeker niet mag ontbreken in die Trump-musea zijn wassen beelden van de president. Die zullen geloof ik altijd griezeliger blijven dan die doorschijnende holograms.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten