Op mijn FB-feed krijg ik weinig weinig haatboodschappen te zien. Als ik ze zie voorbijkomen, blijf ik er niet bij stil staan, ik geef geen duimpje, en daardoor heeft het algoritme wellicht begrepen dat haat geen spek voor mijn bek is. Onlangs was dat anders. De Afspraak (14/10) had een uitzending gewijd aan Oekraïne, met Marijn Trio, Alicja Gescinska, Karel De Gucht en professor Tom Sauer. Mijn feed werd overspoeld met haat aan het adres van Sauer: idioot, lafaard, leugenaar … Het is waar dat Sauer de onsympathiekste was van de vier: hij zat achterover geleund, hij keek over zijn bril, en hij heeft weinig talent voor stijlvolle arrogantie: een denigrerend lachje flatteert hem niet zoals het anderen soms wel flatteert. Ook is het moeilijk om sympathiek te zijn in een gezelschap van één tegen drie.
Gescinska, Trio en De Gucht namen het dominante Europese standpunt in*: geen vertrouwen in onderhandelingen met de onbetrouwbare expansionist Poetin, en onvoorwaardelijke steun aan Oekraïne onvoorwaardelijk totdat het internationaal recht zegeviert. Sauer probeerde een realistisch standpunt in te nemen, dat ik vroeger al eens would-be-realistisch heb genoemd**. Dat neemt niet weg dat hij een aantal sterke argumenten had. Het zijn de volgende: we kunnen slechts speculeren over de intenties van Poetin, internationaal recht is in de geopolitiek ondergeschikt aan machtspolitiek, Rusland is militair sterker dan Oekraïne, de Europese bevolking zal niet eeuwig willen betalen voor de oorlog, en uiteindelijk moet er toch een onderhandelde oplossing komen.
Dat we slechts kunnen speculeren over Poetins intenties is waar. We kunnen niet in Poetins hoofd kijken, en van zijn verklaringen weten we nooit zeker of we met strategie dan wel met reële doelstellingen te maken hebben. Toen Hitler in Mein Kampf betoogde dat Duitsland moest uitbreiden naar het Oosten, kon men ook niet weten of dat zijn echte intentie was, dan wel demagogie. Het bleek zijn echte intentie te zijn. Als Poetin vandaag verklaringen aflegt over Oekraïne als historisch onderdeel van Rusland, of over het herstel van de Russische invloedssfeer, weten we ook niet of dat demagogie is dan wel een werkelijke doelstelling uitdrukt. Het beste is dan om rekening te houden met het worst case scenario en verder te hopen dat Poetin misschien realistisch genoeg is om zijn imperialisme aan te passen aan de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld aan een onverwachte vastberadenheid van Europa. In elk geval ondergraaft Sauer zijn eigen stelling – dat we Poetins intenties niet kunnen kennen – door zelf een naïeve interpretatie van de geschiedenis naar voren te schuiven als zou Poetins beleid verklaard kunnen worden als een reactie op de ‘uitbreiding van de Navo.’
Dat internationaal recht in de geopolitiek ondergeschikt is aan machtspolitiek is zonder meer waar. Daarin heeft Sauer gelijk. Maar er zijn juist goede machtspolitieke redenen om de macht van Rusland zoveel mogelijk te fnuiken door het in deze oorlog niet met een eenduidige overwinning weg te laten komen. Tegelijkertijd mag men met machtspolitiek niet altijd het onderste uit de kan willen halen. Men moet ook rekening houden met de eigen beperkingen. Toen De Gucht zei dat Rusland gemakkelijk door Europa kon worden verslagen, noemde Sauer dat een agressief ‘oorlogsnarratief’. Hij had beter gevraagd of De Gucht daar we zo zeker van was, rekening houdend met het adagium dat Rusland altijd zwakker is dan men vreest, en sterker dan men hoopt.
Rusland is militair sterker dan Oekraïne, beweert Sauer. Daar valt niets tegen in te brengen, en het is dan ook de reden waarom Europa militaire steun moet blijven verstrekken aan Oekraïne. Buitenlandse steun is nooit voldoende, maar als een volk vastberaden vecht kan die steun wel de balans doen doorslaan. De Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog was militair ook zwakker dan Duitsland. Vietnam was in de jaren 60-70 militair ook zwakker dan de Verenigde Staten. Maar die twee landen hebben een sterkere vijand verslagen mede dankzij buitenlandse hulp.
De Europese bevolking, beweert Sauer nog, zal niet eeuwig willen betalen om de Oekraïeners te steunen. Goed, daar zit een kern van waarheid in. De publieke opinie in democratische landen is fundamenteel pacifistisch en niet zo bezig met geopolitiek***: geopolitiek is iets voor generaals, diplomaten, en eurocraten. Zelenski is populairder onder de Europese regeringsleiders dan onder de Europese bevolking. Linkse en rechtse populistische partijen kunnen daarop inspelen. Toch zullen de Europese regeringsleiders niet snel van koers veranderen. Ze krijgen verontrustend nieuws van hun inlichtingendiensten. Ze zijn Europees en in Navo-verband aan elkaar vastgeklonken. Ze staan in nauw contact met de landen die een meer directe bedreiging van Rusland vrezen. En ze kunnen zich die steun aan Oekraïne financieel veroorloven omdat die door alle lidstaten samen gedragen wordt. Joren Vermeersch wijst erop dat de steun voor Oekraïne in België en Frankrijk 0,35 procent van de staatsuitgaven vertegenwoordigt****. Dat gaat nog altijd over miljarden, en je kunt van de bevolking geen enthousiasme verwachten, maar een met-de-voeten-slepend begrip voor de Oekraïeners is zeker mogelijk, vooral als mensen als Sauer niet elke dag op de televisie komen.
Het laatste punt van Sauer is het sterkste: uiteindelijk moet er toch een onderhandelde vrede komen. Hier waren de tegenargumenten van De Gucht en Gescinska – maar niet van Trio – aan de zwakke kant. Poetin is onbetrouwbaar, zeiden ze, hij houdt zijn woord niet, en hij blijft bij zijn maximale doelstellingen. Dat is allemaal waar, maar het zijn geen redenen om niét te onderhandelen. Het zijn redenen om alleen een evenwichtig compromis te aanvaarden, om de militaire steun vol te houden tot er een akkoord is, en om na dat akkoord de defensie van Oekraïne en Europa verder te versterken. Over die volgehouden militaire steun zegt Sauer zou weinig mogelijk, en bij zijn plan voor een Europese vredesarchitectuur na de oorlog lijkt hij zijn eigen principe te vergeten: dat internationaal recht (en akkoorden) ondergeschikt zijn aan machtspolitiek.
Ik ben niet vergeten dat Sauer in het begin van het conflict vredesvoorstellen deed die neerkwamen op een regelrechte capitulatie van Oekraïene en Europa. Hij had duidelijk het potentieel tot taai verzet van de Oekraïeners onderschat. Zijn huidige vredesplan daarentegen is evenwichtiger, al zou ik er als diplomaat geen openingsbod van maken. Het bestaat uit acht punten:
1. Oekraïne mag een soevereine staat blijven
Dat zijn mooie woorden. Een vazalstaat kan op papier ook ‘soeverein’ zijn, en niets belet Rusland om later, via een getrukeerd referendum Oekraïne alsnog bij Rusland in te lijven.
2. Oekraïne mag een democratisch systeem uitbouwen
Ook dat zijn mooie woorden. Ze kunnen bovendien door Poetin als voorwendsel worden gebruikt als hij vindt dat dat het democratisch proces niet gerespecteerd wordt. Dat was zijn hele redenering in verband met de Maidan-opstand in 2014.
3. Oekraïne mag in de Westers invloessfeer komen en bij de Europese Unie aansluiten
Dat is inderdaad een belangrijk punt én zou een toegeving van Rusland inhouden. Opvallend is dat Sauer zelf bij herhaling twijfel zaait over die aansluiting bij de EU. Hij wijst vooral op de tegenstrijdige belangen van de Oekraïense, de Poolse, de Franse en de Belgische landbouwers.
4. Oekraïne mag bewapend blijven en het niveau van bewapening van Oekraïne en Rusland maakt deel uit van de onderhandelingen
Een heel gevaarlijke kwestie om over te onderhandelen met een onbetrouwbare vijand. Hoe groot is de kans dat Poetin zijn niveau van bewapening ondergeschikt maakt aan een papieren afspraak? Hoe groot is de kans dat hij de het defensiebeleid van Oekraïne aangrijpt om het land aan te vallen onder het voorwendsel dat het zich niet aan de afspraken houdt?
5. Oekraïne moet veiligheidsgaranties krijgen
Sauer heeft daar zijn ideeën over, zegt hij, maar hij heeft er in de uitzending niet over uitgeweid.
6. Oekraïne moet een deel van haar grondgebied afstaan
Dat is een onvermijdelijk aspect van de onderhandelingen. Sauer merkt terecht op dat het weliswaar zeer onrechtvaardig is maar dat Poetin het veroverde gebied niet zál teruggeven. Er kan veel discussie zijn over de precieze grens en de juridische modaliteiten. Hier is vanuit Europees standpunt een belangenverschil met Oekraïne. Europa heeft alle belang bij een soeverein, liberaal-democratisch, Westers en goed bewapend Oekraïne, maar hoeveel vierkante kilometers Oekraïne precies kan behouden en moet prijsgeven, is voor ons van ondergeschikt belang. Misschien zouden we zelfs voordeel hebben bij een grotere toegeeflijkheid van Oekraïense zijde zodat het conflict sneller beëindigd wordt.
Ik heb vroeger eens geschreven dat buitenlands beleid voor 80 procent uit Realpolitik en voor 20 procent uit morele waarden zou moeten bestaan. Hier gaan de morele waarden meespelen en het is niet toevallig dat een amorele en immorele Trump precies over die kwestie met Oekraïne in conflict komt. De Gucht, Gescinska en Trio vonden alle drie dat Europa hier de wensen van de Oekraïeners moest respecteren. Zij vechten niet alleen voor liberale democratie, maar ook voor symbolische kwesties als nationale eer en wraak om aangedaan onrecht. Aangezien zij daarvoor extreme ontberingen lijden en talloze mensenlevens opofferen, en wij 0,35 procent van onze begroting, is het passend dat zij het laatste woord hebben over het territoriale compromis. Het is voor Europa een kwestie van respect, loyaliteit en dankbaarheid. Zonder zulke morele waarden zal elke gemeenschappelijke Europese defensie onmogelijk zijn, want die houdt altijd in dat het een land dat niet rechtstreeks bedreigd wordt een land dat wel rechtstreeks bedreigd wordt bijspringt. Zo’n solidariteit – met de zelfopoffering die daarbij komt kijken – is onmogelijk als je alléén rationeel en realistisch je belangen afweegt.
7. Oekraïne mag niet bij de Navo aansluiten
Poetin zal, vrees ik, op dat punt nooit willen toegeven. Dat bewijst zijn kwade wil, want de toetreding van Oekraïne tot de Navo zou voordelig zijn voor Rusland. Poetin weet maar al te goed dat hij van het fundamenteel pacifistische Europa geen Navo-inval moet vrezen. Omgekeerd bestaat er altijd het gevaar dat een nationaal gekrenkt Oekraïne pogingen doet om de Donbas te heroveren. Lidmaatschap van de Navo zou zo’n avontuur onmogelijk maken want de andere Navo-landen die niet in een hete oorlog willen worden meegesleurd, zouden daar een veto tegen uitspreken.
Maar Poetins weigering om Oekraïne toe te laten om bij de Navo aan te sluiten wijst erop dat hij er een andere redenering op nahoudt. Hij wil zijn handen vrijhouden om later opnieuw Oekraïne aan te vallen, zonder dat de Navo-landen tot militaire solidariteit verplicht zijn.
Op een punt, ik herhaal het, heeft Sauer helemaal gelijk: eigenlijk zou Europa meer moeten doen om met Rusland te onderhandelen. En misschien heeft hij gelijk als hij dat gebrek aan diplomatieke ijver wijt aan interne verdeeldheid. Het is gemakkelijker om die verdeeldheid te overstijgen als men knus onder elkaar resoluties aanneemt en weer eens een nieuw sanctiepakketje afspreekt dat weer eens minder impact zal hebben dan men had gehoopt Maar een diplomatieke strategie afspreken is nog iets anders. En wie gaat men sturen om aan die lange witte tafel tegenover Poetin plaats te nemen? Een regeringsleider van een groot land? Dan zijn de andere grote landen jaloers. Iemand van een klein land? Dan lacht Poetin hem of haar vierkant uit? Iemand van de Europese Commissie? Die zal dan een stevig mandaat moeten hebben.
En natuurlijk is het moeilijk om te onderhandelen met iemand die slecht en onbetrouwbaar is. Sauer suggereerde in het verleden dat Europa door haar militaire steun terug te schroeven diplomatiek krediet kon verzamelen als neutrale bemiddelaar. Dat is de heilloze weg die Trump heeft gevolgd. Ook moet moet Europa er rekening mee houden dat Rusland zelfs na een akkoord de agressie op elk moment kan hervatten. Papieren garanties houden geen tanks, vliegtuigen, raketten of drones tegen. Het zal daarom nooit verstandig zijn om de militaire capaciteit van Oekraïne door een akkoord te laten kortwieken, of om de eigen defensie-inspanningen weer terug te schroeven tot wat ze waren in de Gouden Tijd van het Vredesdividend en het Einde van de Geschiedenis. Die tijd zal niet snel terugkomen.
* Het dominante standpunt is links-liberaal gekleurd, maar verschilt slechts in nuances van een rechtsliberaal, conservatief of sociaaldemocratisch standpunt.
** Mijn stukje over het would-be-realisme van Sauer staat hier.
*** Het stuk van Joren Vermeersch staat hier
**** Voor een korte uitleg over het verband tussen democratie, pacifisme en geopolitieke desinteresse, zie het substack-artikel van Gérard Roland: hier. Het pacifisme van de Europeanen bestaat onder andere hierin dat men niet aan oorlog wil dénken. De partij van mijn jeugd, Amada, heeft zich nooit meer geïsoleerd dan toen ze propaganda maakt voor de bouw van atoomschuilkelders.




