donderdag 6 april 2023

‘Gematigd nazisme,’ en andere kortjes

 


‘Gematigd nazisme’ 
Af en toe plaats ik iets over de islam/islamisme discussie op mijn blog. Ik moet dan goed opletten dat ik met alle gevoeligheden rekening hou. Ik denk daarbij niet zozeer aan de moslims onder mijn lezers, want veel zullen dat er niet zijn, maar aan enkele felle tegenstanders van de islam, die bovendien van de hele kwestie meer afweten dan ikzelf, dankzij hun vlijtige studie van de materie of hun rijke levenservaring in vreemde landen of exotische buurten. Als ik in een bepaalde context de woordkeus ‘islamisme’ verdedig, om daarmee aan te geven dat er naast de fanatieke, fundamentalistische, extremistische moslims – de islamisten dus – ook veel gematigde moslims bestaan, dan vraagt men mij vanuit die hoek of er misschien ook een ‘gematigd nazisme’ bestaan heeft.  
Het antwoord op die laatste vraag is, geloof ik, nee. Er bestond binnen het nazisme géén gematigde strekking. Meer zelfs, er bestonden, na de Nacht van de Lange Messen, helemaal geen strekkingen meer, alleen bondgenootschappen van intriganten en hofnarren die ijverden om in de gunst van de Führer te komen – en die gunst verwierf je niet door gematigd te zijn.
Maar zelfs over het nazisme zal ik in mijn taalgebruik onderscheid aanbrengen. Niet alle Duitsers waren nazi’s en niet alle nazi’s waren even fanatiek, en niet alle fanatici waren even moordlustig. Ik zal dus, als dat pijnlijke onderwerp ter sprake komt, liever spreken van uitroeiingskampen van de nazi’s, dan van uitroeiingskampen van de Duitsers. En de Kristallnacht zal ik omschrijven als een een actie van fanatieke nazi’s, want veel huisvaders en huismoeders die partijlid waren, bleven die nacht thuis in hun warme bedje*. En van Julius Streicher zal ik zeggen dat hij een rabiate antisemiet was, daarmee aangevend dat andere partijleden dat wellicht minder waren.
Als ik zo’n onderscheid maak voor nazi’s, die vrijwillig lid van hun partij waren geworden, dan moet ik dat met nog meer nadruk maken voor moslims, die in hun meer dan duizend jaar oude geloof gebóren zijn. Als mijn grootmoeder getuigen van Jehovah aan de deur kreeg, ging ze nooit in discussie. Ze zei eenvoudig: ‘Mijnheren, ik ben in mijn geloof geboren en ik zal in mijn geloof sterven.’**  

Metaforen
De televisie-reeks Daisy Jones and the Six vertelt het verhaal van een fictieve popgroep uit de jaren 70. Ik weet daar weinig van, maar naar het schijnt wordt inspiratie geput uit de geschiedenis van Fleetwood Mac. Mijn vrouw vindt in elk geval dat de muziek in de reeks, aflevering na aflevering, meer op die van Fleetwood Mac begint te gelijken. De fictieve groep wordt geleid door twee singer-songerwriters die veel ruzie met elkaar maken: lead zanger Billy Dune en natuurlijk Daisy Jones zelf, die ook lead zangeres is. Maar ondanks hun ruzie begrijpen de twee elkaar goed. Tijdens een studio-opname veegt Daisy Jones de bandleden de mantel uit. De muziek klinkt niet zoals ze het wil. De muziek moet swampier, zegt ze. De bandleden kijken elkaar onbegrijpend aan. ‘Play longer notes,’ zegt Billy, want hij begrijpt Daisy Jonish.
Ik van mijn kant begrijp de bandleden. Ik voel mij ook onzeker als de pianolerares mij zegt dat ik een rijtje noten breekbaar moet spelen. En vroeger begreep ik ook nooit wat de voetbaltrainer bedoelde als hij riep dat Jan zijn voorzetten scherper moesten zijn. Een scherp mes en een breekbaar glas, dat zijn eigen die ik begrijp. Maar als er metaforen om de hoek komen kijken, dan ben ik de weg kwijt. Of de draad. Of het hoofd.

Exotische namen
Mochten sommige van mijn lezers van plan zijn om zich ooit in libertarische literatuur te gaan verdiepen, dan raad ik hen aan om de voetnoten niet over te slaan. Je komt er mooie exotische namen tegen zoals Gustave de Molinari (1819-1912), Lysander Spooner (1808-1887) en Betrand de Jouvenel (1903-1987). 
Gustave de Molinari … klinkt dat niet precies als een keurslager uit een provinciestadje die met een valse naam en charmante praatjes probeert binnen te dringen in de Brusselse beau monde? Lysander Spooner … meteen moet ik denken aan dat boekje van Godfried Bomans, Thomas Robert Spoon, dat velen als een gênante mislukking beschouwen, maar waar ik altijd goed mee kan lachen. Bertrand de Jouvenel … heeft zo iemand wel echt bestaan? Ik heb het eens opgezocht op Wikipedia en, jawel hoor: echt bestaan, geboren en gestorven in Parijs. 
De  levensbeschrijving van Jouvenel klinkt als een les in cultuurgeschiedenis. Zoon van een beroemde Dreyfusard; heeft op 16-jarige leeftijd een seksuele relatie met zijn stiefmoeder, de beroemde schrijfster Colette*; behoort als jonge man tot een radicale strekking binnen de Parti Radical, de zogenaamde ‘Jeunes Turcs’ – de eersten om die naam aan te nemen na de Turkse putchisten van 1908; trouwt met Martha Gelhorn voordat die later weer trouwt met Ernest Hemingway; is bevriend met vooraanstaande schrijvers en denkers als Drieu de la Rochelle, André Malraux, Raymond Aron en onze eigen Hendrik De Man; komt in in de jaren ’30 in het vaarwater van de Nieuwe Orde terecht;  interviewt Hitler in 1936 voor Paris-Midi; keert zich tegen het nazisme uit sympathie voor Tsjecho-Slovakije; werkt in het bezette Frankrijk als spion voor de Britten. Tussendoor en later vindt hij tijd om vier romans te schrijven en een vijftigtal boeken over economie, ethiek, ecologie en geschiedenis.
In 1947 sticht hij, samen met Friedrich Hayek en enkele andere de Mont Pelerin Society, waar ook Karl Popper, Milton Friedman en Ludwig von Mises toe behoren. De organisatie heeft 7 winnaars ‘Nobelprijzen economie’ voorgebracht, en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de intellectuele voorbereiding van het ‘neoliberalisme’. 
Maar Jouvenel blijft ook op latere leeftijd geestelijk een avonturier. In 1960 wordt hij weer linkser. Hij doet zijn beklag bij Friedman dat de Mont Pelerin Society ten onrechte alle heil van de privé-ondernemers verwacht. In mei 1968 sympathiseert hij met de opstandige studenten. Bij de presidentsverkiezingen van 1981 steunt hij François Mitterrand.

 

 *Dat pleit die huisvaders en en huismoeders uiteraard niet vrij van medeplichtigheid.

** Ik wil graag geloven dat de islam, naast een godsdienst, ook en misschien vooral een politieke ideologie is, maar het is óók een godsdienst. Sommige van de meest kwalijke onderdelen van de islam-ideologie, zoals het jihadisme en het terrorisme, hebben zelfs rechtstreeks te maken met de godsdienstige kant van de ideologie: het geloof in de hellestraffen en de overtuiging dat die afgekocht kunnen worden door martelaarschap. 
*** Ik had hier eerst geschreven: ‘zekere Colette, die ook boeken schreef’, maar ik ik raakte in paniek bij de gedachte dat een lezer zou kunnen denken dat ik de schrijfster niet kende.

5 opmerkingen:

  1. ‘Niet alle Duitsers waren nazi’s en niet alle nazi’s waren even fanatiek, en niet alle fanatici waren even moordlustig’, bovendien waren niet alle moordlustigen dat in gelijke mate en niet alle gelijke maten konden hun moordlust in gelijke mate botvieren. Waren de meesten trouwens op diverse momenten van hun bestaan altijd in dezelfde mate moordlustig? Neen toch. Clerick, ge kunt niet genuanceerd genoeg zijn, vind ik, om ‘die hoek’ te behagen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Sorry, naam vergeten: Flor.

      Verwijderen
    2. Ach, niet alle Russen waren communisten, en niet alle communisten waren even fanatiek, en niet alle fanatici waren even moordlustig, enzovoort. Ik denk er nochtans niet aan om die hoek te behagen. Of die andere hoek.

      Verwijderen
  2. De analogie is een van de verraderlijkste discussietechnieken. Het debat wordt verlegd naar een terrein dat helderder afgebakend is en in die analogie komt jouw standpunt dan terecht aan de foute kant, DUS ben je ook fout in de onderhavige discussie. Je wordt dus opgezadeld met de lastige taak aan te tonen dat de analogie niet helemaal geldt, terwijl het eigenlijk aan de legger ervan is om de volledige equivalentie te bewijzen.

    Analogieën zijn vermomde stromannen: "straks ga je nog beweren dat er gematigde nazi's bestaan". En het wordt helemaal lastig als je vindt dat er zeker gradaties van nazisme bestonden maar dat het spectrum minder breed was dan in de Islam. Ik ben het daar overigens mee eens. Het probleem is dan weer dat ik daarom de Islam op zich niet volstrekt onschuldig vind. En dat ze op dat vlak veel gelijkenis vertoont met het Christendom, maar dan met een paar decennia van faseverschil. Decennia, geen eeuwen, zoals de pleitbezorgers van de "judeo-christelijke traditie" ons willen doen geloven. Het is ingewikkelde materie.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Analogieën kunnen ook tot denken aanzetten. Toen ik het tegenargument over het 'gematigd nazisme' kreeg, vond ik dat wel de moeite om even over na te denken. Ook het uitzoeken waarom de analogie niet helemaal geldt (wat hier niet mijn eerste betrachting was), kan nuttig zijn.

      Verwijderen