zaterdag 30 november 2024

Cordon rond VB én PVDA?


      Laatst legde Bart Eeckhout in De Morgen (13/11) de ‘goede reden’ uit waarom er een cordon ligt rond Vlaams Belang –  en niet rond PVDA, zoals blijkt uit de gemeentelijke coalities in Bergen, Vorst en Molenbeek. 

Er zijn goede politieke en ideologische redenen om grote bezwaren te uiten tegen een samenwerking met PVDA. Dat de partijtop er maar niet in slaagt de historische misdaden van Stalin … te veroordelen … is een luid alarmsignaal. Daarnaast zijn er zeer grote vragen te stellen bij de economische plannen van uiterst links en bij de riskante impact ervan op onze welvaart. Aan argumenten om niet met PVDA samen te werken is er heus geen gebrek. Toch is er een goede reden waarom er een cordon ligt rond Vlaams Belang en niet rond PVDA. Dat is geen politieke, maar een ethische kwestie. Kernpunt in het VB-programma is de afbraak van gelijke rechten voor mensen van vreemde afkomst en dus de ontkenning van menselijke gelijkwaardigheid, ongeacht afkomst.

      Over het ‘kernpunt’ in het VB-programma ben ik slecht op de hoogte. Als die partij een onderscheid maakt tussen mensen op basis van hun afkomst, is dat inderdaad een grove inbreuk op de liberale rechtstaat*. Maakt VB echter een onderscheid tussen burgers enerzijds en niet genaturaliseerde vreemdelingen anderzijds, dan is dat niet onverenigbaar met de liberale tradities. De mensenrechten (beschikking over het eigen lichaam en bezittingen, vrije meningsuiting, geen straf zonder op een proces vastgestelde wetsovertreding …) gelden voor iedereen, maar de sociale en politieke rechten (werkloosheidsuitkeringen, stemrecht …) kunnen verschillen voor burgers en voor niet-burgers.
     Eeckhout maakt een onderscheid tussen politieke en ethische kwesties. Dat is niet verboden, maar zelf vind ik dat een moeilijk onderscheid. Ik wil best de ongelijke behandeling van mensen volgens hun afkomst een ethische kwestie noemen. Maar is het ook geen ethische kwestie als de leiders van een partij er niet in slagen om de misdaden van het Stalin-regime ondubbelzinnig te erkennen en te veroordelen? Wat zou Bart Eeckhout schrijven als de leider van VB er niet in zouden slagen om de misdaden van het nazisme te erkennen en te veroordelen? Zou het dan wel een ethische kwestie zijn? Of is het massaal uitmoorden van mensen Joden en zigeuners een ethische kwestie terwijl het massaal uitmoorden van potentiële opposanten en weerspannige delen van de bevolking een politieke kwestie is?
     Linksliberalen als Eeckhout zijn meestal bereid de historische misdaden van het stalinisme en het nazisme op moreel ongeveer gelijke hoogte te plaatsen. Maar ze maken het zichzelf moeilijk door te veel gewicht te hechten aan mooie frasen als menselijke waardigheid. Zo’n frasen geven aan hypocrieten een oneerlijk voordeel. De wetten van Nürenberg schonden openlijk de menselijke waardigheid. De stalinistische grondwet van Stalin daarentegen was daarentegen in overeenstemming met het meest hooggestemde humanisme. Over die wet zou je kunnen zeggen wat Laurette Onckelinkx indertijd zei over de PVDA-PTB: ‘Au moins ils ne sont pas racistes.’ 

                                                    *

     Als linksliberalen het al moeilijk hebben om de de gelijke verwerpelijkheid van nazisme en stalinisme aan te voelen, dan is het voor linkse socialisten nog iets moeilijker. Die casus heb ik uitgewerkt in mijn longread over Links =/ woke.



* Ik citeer een twitterberichtjes van VB-kopstuk Sam van Rooy: ‘Ik wil de leugen uit de wereld dat VB iedereen met migratieachtergrond of andere huidskleur het land uit wil: scherper aflijnen wie kaf is, en wie koren. Het kaf: zij die de waarden van de islam in de praktijk brengen. Maar wie Vlaming is onder de Vlamingen, kan op ons rekenen.’ Ondanks de sluwe formulering vind ik dat een onverdraagzame uitspraak. Maar het is naar mijn smaak noch racisme, noch een inbreuk op de menselijke waardigheid. 

** Mijn polemiek met Charles Ducal staat hier.  

*** De onrealistische ambities van het communism vinden we bijvoorbeeld terug in Trotski’s Literatuur en revolutie: ‘Onder het toekomstige communisme zal de gemiddelde mens op gelijke hoogte komen met Aristoteles, Goethe en Marx. En boven dat gemiddelde zullen weer nieuwe pieken oprijzen.’ Met zo’n hoge toekomstverwachting is het begrijpelijk dat Trotski niet te zwaar tilt aan de noodzakelijke wreedheden van het overgangsstadium.  

**** Die welvaart onder het ideale communisme werd ook concreet voorgesteld: iedereen zou zeven paar schoenen, vijf kostuums en drie overjassen hebben.  Het doet denken aan het paradijs dat Mohammed zijn volgelingen voorspiegelde: overal zullen er daar schaduwrijke, vruchtendragende bomen staan, met daaronder rustbankjes. 

***** Wat je ook soms hoort is dat de communisten door hun revolutionaire taal alleen al de sociale vooruitgang hebben bevorderd. Ze predikten de revolutionaire opstand, en de kapitalisten deden ‘toegevingen’ om zo’n opstand te vermijden. Ook hier is aan de historici om de mogelijke oorzakelijke verbanden te bediscussiëren. Ik ga er ondertussen  vanuit dat het uit die redenering is dat Neiman enige sympathie voor de communisten put. 

De Stalin van Charles Ducal (longread)


In het reine komen met de Grote Zuivering

    Dat boek waarin dichter en ex-maoïst Charles Ducal de massamoordenaar Stalin min of meer goedpraat heb ik in een ruk uitgelezen. Ik ben, moet je weten, zelf ex-maoïst en ex-stalinist. Af en toe heb ik hard moeten lachen als ik een oude formulering of een oude redenering herkende. Ergens schrijft Ducal dat de revolutionairen onder Lenin ‘de massa’s organisatorisch aan zich te wisten te binden.’ Hoe mooi is dat!
      Maar het boek Koude oorlogsbuit is niet komisch bedoeld. Ducal heeft het geschreven in een eerlijke poging om met zijn verleden in het reine te komen. Hij heeft het aangevat als een onderzoek met een open einde. Ducal is een diepgelovig en levenslang tegenstander van het kapitalisme. Van zijn linksliberale vrienden op café krijgt hij te horen dat het kapitalisme, met al zijn gebreken, nog het minst slechte systeem is. Het enige alternatief dat ooit op grote schaal is uitgeprobeerd, zegt men hem, heeft geleid tot de moordpartijen van Lenin-Stalin-Mao.
    De zoektocht die Ducal heeft aangevat, kon in die omstandigheden maar drie uitkomsten hebben. Bij de eerste uitkomst zou hij ontkennen dat er slechts twee alternatieven waren. Hij kon kiezen voor een ‘derde weg’. Maar die derde weg is degene die West-Europa al vijftig jaar bewandelt, en die voor een koppige, rebelse idealist als Ducal weinig aantrekkelijks heeft. De tweede uitkomst was dat hij zijn links-liberale vrienden gelijk gaf als ze zeiden dat het kapitalisme met al zijn gebreken het minst slechte systeem was. (Dat nooit!) De derde uitkomst bestond erin te erkennen dat de weg van Lenin-Stalin-Mao nog zó gek niet was. Had Ducal mij op café van zijn plan verteld, op dan had ik hem kunnen voorspellen dat hij bij díe uitkomst zou eindigen.
     Ik had hem ook een methode voor zijn studiewerk aan de hand kunnen doen. ‘Kijk,’ beste Charles, ‘had ik gezegd. Je begint met een aantal bronnen te verzamelen die erg anti-Stalin zijn. Een paar sensationele televisie-reportages waar de vooringenomenheid van afdruipt, een paar gedateerde werken van Robert Conquest (een vriend van Thatcher!), de redevoering van Chroetsjov die zelf een schurk was, een opportunistische resolutie van het Europees Parlement, een recente populaire bestseller over de Oekraïense Hongersnood (1932-1933), dat soort werk. Als je daarmee klaar bent, ga je op zoek naar enkele dissidente academici die ‘het dominante beeld bijstellen’. Die zijn er altijd. Hou je daarbij ver van marxist-leninisten, maoïsten en excentriekelingen. En let vooral op Nieuw Archiefmateriaal.’  – Welnu, ’t is ongeveer de methode die Ducal heeft gevolgd*.
       Met zijn dissidente academici in de aanslag behandelt Ducal achtereenvolgens de Grote Zuivering van 1936-1938, de Oekraïense Hongersnood (1932-1933), Stalins pact met Hitler om Polen te verdelen (1939), de Grote Vaderlandse Oorlog (1941-1945), de Koude Oorlog (1946-1991) en de Goelag-strafkampen (1930-1953). Op sommige van die onderwerpen kan Ducal makkelijk punten scoren. Het pact met Hitler wás een verdedigbaar stukje Realpolitik, Stalin hééft met zijn leger dat van Hitler verslagen, de Koude Oorlog kwám niet van één kant, een aantal Goelag-strafkampen verschílden nogal van de uitroeiingskampen van de nazi’s, en de Oekraïense Hongersnood wás niet alleen het gevolg van beleid maar ook van een misoogst waar Stalin noch zijn weermannen of -vrouwen schuld aan hadden. 
    Eigenaardig genoeg begint Ducal zijn onderzoek niet met de Oekraïense Hongersnood waar hij gemakkelijk enkele overdrijvingen kan aantonen, maar met de krankzinnige repressie van 1936-1938 waarbij in anderhalf jaar tijd tussen de 950.000 en de 1.200.000 mensen omkwamen. Ducal gebruikt liever het cijfer van de gedocumenteerde executies: 681.692 doden, een mooi staaltje van nauwkeurige boekhouding hoewel het wezenskenmerk van de hele zaak er volgens Ducal op neerkwam dat het daar in Sovjet-Unie, zoals zijn vrouw het formuleert, ‘een zootje’ was.
     Ik probeer zuinig te zijn met ad hominems, maar ik vind het om te beginnen raar dat Ducal er als schrijver en dichter niet even bij stilstaat dat bij zijn 681.692 doden – waar blijft het cijfer na de komma?  –  ook een aantal bekende schrijvers en dichters waren zoals Osip Mandelstam, Isaac Babel en Boris Pilnjak. Denkt hij liever niet aan het lot dat hemzelf had kunnen treffen als hij in die tijd en op die plaats had geleefd? Of redeneert hij als een maoïstische vriend van mij die ooit zei: ‘Osip Mandelstam is voor mij niet meer waard dan een van de drie miljoen Bengalen die omkwamen bij de door Churchill georganiseerde hongersnood van 1943.’ Dat is misschien een wat autistisch maar in de grond redelijk argument, en ik ga in zo’n geval niet meteen op zoek naar dissidente academische bronnen die de rol van Churchill nuanceren, relativeren en contextualiseren – zoals Ducal dat doet met Stalins rol in de Oekraïense hongersnood.
     Ducal zelf geeft een mogelijke verklaring van zijn stilzwijgen over de ongelukkige dichters. Hij ontkent immers helemaal niet de menselijke drama’s die tijdens de Grote Zuivering hebben plaatsgevonden. Hij vindt ze net als iedereen verschrikkelijk. Maar er is al zo veel over geschreven. Ook vindt hij dat die drama’s ons niet mogen beletten om tegelijk in de archieven op zoek te gaan naar de correcte cijfers (681.692!), en verder naar de precieze verantwoordelijkheden, de verzachtende omstandigheden en de mogelijke verklaringen.
     Hier komen we bij een verhaal dat ik min of meer ken van in mijn maoïstische jeugd. De verantwoordelijkheid voor de moordpartijen lag niet bij Stalin maar bij zijn naaste medewerker Jezjov; de bureaucratische bestuurskanalen waren ‘een zootje’; de uitvoerders van het beleid waren ‘ongeschoold’; er waren rivaliteiten binnen de partij; en ten slotte Stalin heeft dan wel een flink deel van zijn collega’s van de oude partijleiding vermoord, maar zij waren op hun beurt van plan om Stalin te vermoorden. Je vraagt je af of je hier met verzachtende dan wel met verzwarende omstandigheden te maken hebt. Stalin zou dus een slecht mensenkenner geweest zijn, een organisatorisch warhoofd en een zwak manager. Ik geloof dat niet, maar ’t is mogelijk. En misschien was hij inderdaad niet de enige moordenaar binnen de oude partijleiding, maar waren de collega’s die hij liet liquideren dat ook.  Het maakt er echter de zaak van het socialisme 1.0 zoals Ducal het noemt niet veel beter op als álle oude leiders moordenaars waren, en niet alleen Stalin.
     De traditionele verdediging van de Grote Zuivering, die ik ken van in mijn jeugd, gaat nog een stap verder. De Zuivering was, in die redenering, noodzakelijk om een grote samenzwering te ontmantelen van in sabotage gespecialiseerde ingenieurs, een buitenlandse oppositie geleid door Trotski, de oude partijleiding die zich door Stalin aan de kant geschoven voelde, een aantal ambitieuze generaals en … Hitler die in het geheim alle betrokkenen financierde en omkocht.  Het is het soort wilde beschuldigingen die je vandaag op gespecialiseerde internetsites kunt aantreffen, met dit verschil dat de toenmalige beschuldigden, voornamelijk de oude partijleiders, vooraleer doodgeschoten te worden, op openbare processen hun snode complot openhartig bekenden.
     De houding van Ducal tegenover die complottheorie is ambivalent. Hij doet er ironisch over, vindt ze aan de andere kant weer niet zó gek, haalt feitjes aan die er verenigbaar mee zijn, stelt lastige vragen aan hen die ze verwerpen, lacht de ene keer met de Amerikaanse ambassadeur Davies die ze geloofde, maar lijkt een andere keer Davies ernstig te nemen. Boven alles probeert hij aannemelijk te maken dat de theorie, zelfs als ze niet klopt, dan toch door Stalin zelf oprecht werd geloofd. Dat is al het halve werk, schijnt Ducal te denken.
     Bij het lezen van het boek, heeft de dichter mij af en toe op de zenuwen gewerkt. Hij bespreekt bijvoorbeeld het quota-systeem dat gehanteerd werd bij de Grote Zuivering: een aantal slachtoffers dat vastgelegd werd per provincie. Hij wijst erop dat die quota maximavastlegden en geen minima. Dat is in die context, vind ik, een erg bot onderscheid. Maar dan denk ik weer aan Ducals prachtige verhaal De meesterknecht dat ik las toen ikzelf een maoïstische student in Leuven was. De ironisch-nuchtere beschrijving van het maoïstische studentenmilieu zorgde bij mij voor een klein barstje in mijn wereldbeeld, een wereldbeeld waarin alles samenhing – het verspreiden van vlugschriften, het organiseren van stakingen en het verheerlijken van Stalin. Er zouden nog heel veel barstjes moeten volgen voor het hele wereldbeeld aan diggelen viel, maar het was toch íets. Ik blijf er Ducal dankbaar voor. 

 

* Bij zijn keuze van academici heeft Ducal zich wat laten gaan. Een productieve maoïst als professor Losurdo Domenico kon hij links niet laten liggen. Ook citeert hij uitvoerig uit een zestal boeken van de wat excentrieke professor Furr Grover. Het zij hem vergeven. Zo’n excentriekelingen maken ook wel eens punt. Bij de film Denial voelde ik wel enige sympathie voor de Holocaust-ontkenner, meer dan voor die Amerikaanse professor die van het proces een emo show wou maken. 

Hannah Arendt en het totalitarisme

In zijn boek Koude Oorlogsbuit vat dichter Charles Ducal de totalitarisme-theorie van politiek filosofe Hannah Arendt samen in vijf kenmerken. Ik citeer:

  1. het streven naar wereldheerschappij, naar de totale onderwerping van de totale mensheid; 
  2. het creëren van een partij die ideologisch zo geïndoctrineerd is dat ze de bestaande werkelijkheid negeert en vervangt door een fictieve werkelijkheid waar ze blind in gelooft; 
  3. het vernietigen van het sociale weefsel, van de sociale klassen, die vervangen worden door een massa van geatomiseerde, geïntimideerde en volstrekt machteloze individuen; 
  4. constante zuiveringen, niet als terreurmiddel tegen echte opposanten, maar tegen iedereen die willekeurig tot ‘objectieve vijand’ kan worden uitgeroepen, teneinde te worden geliquideerd of naar een concentratiekamp gestuurd; 
  5. het vernietigen van familiale en persoonlijke relaties door fictieve aanklachten tegen een individu automatisch uit te breiden tot zijn omgeving, om op die manier ieder tot ieders potentiële vijand te maken en een systeem van zelfbescherming en valse beschuldiging in het leven te roepen. 

     Ik weet niet of dat een juiste samenvatting is van Arendts theorie, want ik heb Origins of Totalitarianism niet herlezen en mijn kennis ervan gaat terug op een lectuur van dertig jaar geleden. Ik weet ook niet of de kenmerken die Ducal hier opsomt logisch met elkaar verbonden zijn, of ze een goede basis vormen om nazisme en stalinisme te vergelijken, en of sommige ervan ook niet in andere politieke systemen aanwezig zijn. Maar het lijstje is in elk geval verdomd goed toepasbaar op het socialisme 1.0 van de Sovjet-Unie. Hoogstens zou je kunnen zeggen dat elk punt nuances verdient. Laten we eens kijken naar de nuances van Ducal, die hij als weerleggingen voorstelt. 

  1. Het stalinistische streven naar wereldheerschappij betekende niet dat de Sovjet-Unie zich in de nabije toekomst op een aanvalsoorlog voorbereidde. 
    Dat klopt. 
    Daar had Stalin op dat moment de middelen niet voor. Ducal gelooft verder dat Stalin hoopte op een vreedzame overwinning van het wereldcommunisme. Dat is mogelijk maar het verandert niets aan de redenering van Arendt*.
  2. De ideologische indoctrinatie ging niet zover dat elk onderscheid tussen werkelijkheid en fictie verdween. 
    Dat klopt. 
    Maar waar de waarheid niet paste in het kader, werd ze vervangen door leugens – tot en met het ‘weggommen’ van historische figuren in encyclopedieën. Die leugens moest je openbaar belijden, en voor je gewetensrust kon je ze beter ook geloven. De alomtegenwoordige alternative truth** leidde tot een alomtegenwoordige cognitieve dissonantie. De Sovjet-burgers die vanwege hun functie in het buitenland waren geweest, werden bij hun terugkeer gewantrouwd omdat ze in het Westen een realiteit hadden gezien die niet overeenkwam met de officiële versie***. Ze maakten bovengemiddeld kans om in een strafkamp terecht te komen.
  3. Ducal heeft geloof ik weinig problemen met dat ‘vernietigen van sociale klassen’. Elders in zijn boek merkt hij op dat die vernietiging niet betekende dat de mensen van die klassen allemaal fysiek werden geliquideerd. Van de ‘rijke boeren’ werd het land afgenomen en daardoor waren ze ‘als klasse’ vernietigd.
    Dat klopt. 
    Maar heel veel van die rijke boeren werden óók als fysieke persoon geliquideerd. (Voor de kwestie van ‘sociaal weefsel’ en ‘atomisering’, zie hieronder punt 5).
  4. Niet álle zuiveringen waren willekeurig. Er kunnen bij de honderdduizenden die werden terechtgesteld en de miljoenen die in kampen terechtkwamen, ook echte opposanten zijn geweest. Dat klopt. 
    Maar er wás voldoende willekeur om iedereen bijzonder onzeker te maken. Zelfs Molotov, de naaste medewerker van Stalin, moest dulden dat zijn vrouw zonder proces in de gevangenis verdween als staatsvijand. Hij kon nooit weten of en wanneer hijzelf aan de beurt zou zijn.
  5. Niet alle ‘sociaal weefsel’, niet alle vriendschappen, niet alle familiebanden werden vernietigd, zoals blijkt uit dagboeken van die tijd****. 
    Dat klopt. 
    Maar ook al blijven mensen altijd mensen en slaagt het totalitaire project nooit volledig, men deed zijn best. Ducal zal ongetwijfeld het voorbeeld kennen van Pavlik Morozov, de veertienjarige jongen die in 1932 door een familielid of meerdere familieleden werd vermoord, nadat hij zijn vader bij de autoriteiten als volksvijand had verklikt. Die vader was geëxecuteerd. Ik citeer uit nl. WikipediaPavlik groeide uit tot held van een propagandistische cultus. Verhalen, films, toneelstukken, biografieën, liedjes: keer op keer werd Pavlik geëerd als de perfecte Pionier, een waakzame partijactivist aan het thuisfront. De onzelfzuchtige moed die hij had getoond door zijn eigen vader op te offeren werd alle kinderen ten voorbeeld gesteld. 

Als ik alle nuances van Ducal samentel, kan ik maar één ding besluiten: Hannah Arendt overdreef. Maar niet veel. 

 

Let wel dat het hier gaat om het streven naar een wereldheerschappij. De nazis zongen van Heute gehort uns Deutschland, und morgen die ganse Welt en de communisten van de ‘sozialistische Weltrepublik. Het trachten naar een continentale heerschappij is, zoals Mearsheimer uitlegt, een ‘normaal’ streven van een Europese grootmacht, ongeacht de ideologie. Dat Hitler op militair vlak een grotere avonturier en gokker was dan Stalin, lijkt mij overigens een correcte vaststelling. 

** Dat is iets helemaal anders dan het Trumpiaanse en post-Trumpiaanse Amerika waar de ene helft van de bevolking oprecht in waarheid A gelooft, de andere helft in waarheid B, met daarnaast enkele opportunisten die liegen over waar ze echt in geloven. In Rusland moest iedereen doen alsof hij in waarheid A geloofde, tot de autoriteiten beslisten dat het toch waarheid B was.

*** Arendt geeft het voorbeeld van de metro van Moskou. Die werd als een grote overwinning van het socialisme voorgesteld. Dat ook andere landen een metro hadden, was een inconvenient truth. Arendt wijst erop dat de ultieme consequentie van zo’n cognitieve dissonantie erin bestaat om die andere metro’s te vernietigen. Ducal grijpt die hyperbool aan om de hele redenering over cognitieve dissonantie belachelijk te maken.

**** Terzijde: het voortbestaan van het sociale weefsel en menselijke solidariteit zou ongetwijfeld ook blijken uit Duitse dagboeken uit de Hitlertijd.


De Siberische strafkampen

     Een van de minder prettige kanten van het stalinistisch regime bestond uit de Siberische strafkampen, de zogenaamde Goelagkampen. In Koude Oorlogsbuit, waar ik in mijn twee vorige stukjes al iets over schreef*, vertelt dichter Charles Ducal daar een geweldig verhaal over. Als leraar Nederlands moest hij mee beslissen over het handboek dat men op zijn school zou gebruiken. Zijn voorkeur ging uit naar een uitstekend boek, waarin evenwel ‘een kleinigheid’ hem stoorde. Het had een gruwelijke foto afgedrukt van een massa uitgemergelde lijken met als onderschrift: ‘Hygiëne volgens de nazi’s: het concentratiekamp van Bergen-Belsen bij de bevrijding op 15 april 1945. Maar het had net zo goed om een van de Stalinkampen kunnen gaan.
    Dat laatste zinnetje kon Ducal niet over zijn kant laten gaan. Hij stuurde een mail naar de uitgeverij waarin hij stelde dat de opmerking over de Stalinkampen ‘vanuit historisch-wetenschappelijk standpunt onjuist was.’ Een redacteur van het handboek antwoordde dat er ‘miljoenen mensen door Stalin zijn omgekomen,’ waarop Ducal, met een koppigheid die ik ook bij holocaust-negationisten bewonder, de redacteur bleef bestoken met mails totdat die toegaf dat ‘zijn overtuiging niet op bijster veel kennis of onderzoek steunde’ en dat hij zijn ‘best zou doen om het bijschrift bij een volgende druk te veranderen.’
  
  Toen ik leraar was, zou ik zoiets niet gedaan hebben. Ik wou zo weinig mogelijk met handboeken te maken hebben. Maar ik kon er goed mee leven dat ze over controversiële kwesties een mainstream versie aanhielden. Het geschiedenisboek van mijn zoon bevatte tal van beweringen over de 19de euw, de industrialisatie, de sociale strijd en het socialisme die ik heel verkeerd vond. Ik zou er niet aan gedacht hebben om de redacteurs met mijn revisionistische visie lastig te vallen.
      Van een historicus kreeg Ducal te horen: ‘Ook negationisten beweren wel eens iets wat klopt of maken wel eens een terechte correctie ... maar dat maakt het ontkennen van [de historische waarheid] niet minder crimineel.’ Ducal is daar erg bitter over en herhaalt die woorden vijf keer in zijn boek. Maar ’t is natuurlijk wel waar dat elke revisionist of negationist wel eens iets zegt wat klopt. Zo beweert Ducal bijvoorbeeld over de Siberische strafkampen dat ze niet in alle opzichten met de nazi-kampen vergelijkbaar waren. Dat is zeker waar. Het belangrijkste verschil is dat stalinistisch Rusland geen vernietigingskampen met gaskamers had, zoals Chelmno, Belzec, Sobibor, Treblinka, Majdanek, Auschwitz-Birkenau en Mauthausen die wel hadden. Dat is een immens verschil. In dat opzicht was het nazisme inderdaad uniek en met niets te vergelijken, ook niet met het stalinisme.
     En zelfs de gewone concentratiekampen Dachau, Sachsenhausen, Buchenwald, Bergen-Belsen enzovoort verschilden in belangrijke mate van Stalins Siberische strafkampen. Eén belangrijk verschil haalt Ducal aan in zijn mailverkeer met de ongelukkige handboekenredacteur van hierboven. ‘In tegenstelling tot een wijdverbreide opvatting tonen de archieven van de Goelag aan dat er een aanzienlijke doorstroming van gedetineerden bestond, aangezien er 20 tot 35 procent van hen elk jaar werd vrijgelaten.’
      De kritische lezer denkt nu onmiddellijk: als er elk jaar 20 tot 35 procent werd vrijgelaten, moeten er ook elk jaar 20 tot 35 procent nieuwe gevangenen gearriveerd zijn, anders zouden die kampen spoedig leeg geweest zijn. De kritische lezer heeft gelijk. Die kampen raakten niet leeg. Integendeel. Het aantal gevangenen steeg vanaf 1930 jaar na jaar, om een hoogtepunt van 2,5 miljoen te bereiken in het sterfjaar van Stalin**.
     Het eerste grote verschil tussen de Duitse en de Russische kampen betreft dus het totale aantal gevangen dat in de kampen terechtkwam. In de Duitse kampen belandden er ongeveer 1,5 miljoen gevangenen***, in de Russische kampen een kleine … 20 miljoen. Dat betekent dat ongeveer 5 tot 10 procent van de Sovjetburgers ooit in zo’n kamp verzeild raakte – weliswaar met veel meer overlevingskansen dan in een Duits kamp. Het aantal mensen dat omkwam in de Duitse concentratiekampen, vooral in de laatste oorlogsmaanden, was ongeveer 1 miljoen, twee derde dus, en het aantal dat in de Russische kampen omkwam was een kleine 2 miljoen****. Met andere woorden, zelfs met een veel lagere mortaliteit telden de Russische kampen uiteindelijk meer slachtoffers dan de Duitse vanwege het veel grotere aantal gedetineerden.
     Zowel de Duitse als de Russische kampen moesten verschillende functies vervullen: onschadelijk maken van potentiële opposanten, tewerkstelling van zeer goedkope arbeidskrachten, beteugeling van misdaad en ‘asociaal gedrag’, verspreiding van angst over de hele maatschappij, politiek-morele heropvoeding. Die laatste twee, typisch totalitaire, kenmerken zijn vooral karakteristiek voor de Russische aanpak: het ene door het massale aantal van de arrestanten, het tweede omdat zoiets goed past bij de communistische opvatting van de maakbare mens.
     Eigenlijk denk ik over die verschrikkelijke toestanden liefst niet te veel na. Ik heb deel 1 van De Goelag Archipel gelezen en had niet veel zin om daarna deel 2 en deel 3 te lezen. Ook is de troost die ik bij Ducal vind, nogal beperkt. Hij vertelt dat in sommige Russische strafkampen goede bibliotheken aanwezig waren, dat er schaaktornooien, filmvoorstellingen en voetbalwedstrijden werden georganiseerd, en dat er toneelstukken werden opgevoerd door de gevangenen. Ik denk dan heel even aan het modelkamp van de nazi’s in Theresiënstadt, met zijn rijk cultureel leven, zijn concerten, zijn lezingen, zijn scholen en zijn duizenden doden.  Ducal haalt verder het voorbeeld aan van de levensomstandigheden die Solzjenitsyn uit de eerste hand beschrijft in Een dag in het leven van Ivan Denisovitsj. Die levensomstandigheden, suggereert Ducal, vielen best mee vergeleken met die in Auschwitz. Dat is zeker waar, denk ik dan, maar toch liever Ivan D. dan ik.
      Mijn sarcastische terzijdes in bovenstaande alinea kunnen niet wegnemen dat Ducal iets zegt wat klopt en wat een correctie aanbrengt aan het populaire beeld van de Siberische straf: het ene kamp was minder erg dan het andere, de ene kampdirecteur was menselijker dan de andere, veel straffen waren beperkt in duur, en de overlevingskansen van een gevangene waren veel hoger dan in een nazi-kamp. Maar het bleef heel erg natuurlijk.
     Wat ik mij ondertussen afvraag is of Ducal voor dat handboek Nederlands ook een alternatief heeft voorgesteld om het bijschrift over het Bergen-Belsen-foto aan te vullen. Waar dacht hij aan? In de Stalinkampen daarentegen waren er bibliotheken en schaaktoernooien.  Of misschien vindt hij dat té rooskleurig en dacht hij eerder aan: De meeste moordpartijen van Stalin kregen hun beslag buiten de kampen. Of: Dankzij de lage mortaliteit in de Stalinkampen bleef het aantal slachtoffers beperkt tot één à drie miljoen. Of: In het Goelagkamp van Nazino konden de gedeporteerden zich in leven houden door kannibalisme, waardoor slechts 4000 van de 6000 omkwamen*****. 

 

Zie mijn twee vorige stukjes hier en hier.

** Zelf lijd ik aan het vooroordeel dat er na de Holodomor en de Grote Zuivering een zekere liberalisering intrad. Dat geldt dan in elk geval niet voor het aantal mensen dat naar strafkampen werd gestuurd.

*** Dus altijd zonder de miljoenen van de vernietigingskampen gerekend. Ook niet bijgeteld zijn de miljoenen Russische krijgsgevangenen. In Duitse kampen kwam bijna 60 procent van de Russische krijgsgevangenen om. In Russische kampen was het iets minder erg: daar kwam ongeveer 30 procent van de Duitse krijgsgevangenen om. 

**** Ducal haalt het cijfer aan van 1.054.829 doden tussen 1934 en 1953. Anne Applebaum denkt dat de Goelagkampen meer dan 3 miljoen slachtoffers maakten. En.Wikipedia geeft aan dat de meeste geleerden vandaag het dodental op ongeveer 1,6 miljoen schatten.

***** Ducal zelf haalt Nazino aan als voorbeeld van ‘misdadige nalatigheid van verantwoordelijken op verschillende niveaus. Toen over het drama een rapport werd opgesteld, schrijft Ducal nog, reageerde de leiding in Moskou en de publieke opinie geschokt. Hoezo, de publieke opinie? Kwam het nieuws dan in de Pravda? Werden er boze lezersbrieven  geschreven? Als Ducal dát gelooft, heeft hij inderdaad een heel ander beeld van stalinistisch Rusland dan ik.

woensdag 27 november 2024

Kleuren - Philippisten - Reve & Meulenaere


Kleuren

      Op vrijdagmorgen 22 november 2024, tussen acht uur en halfnegen, zag alles er op Oostendse dijk heel mooi uit. De zee, het zand en de lucht toonde zich in een breed palet van kleuren, van helblauw tot roze, en van donker- en lichtbruin over geel tot vijftig tinten grijs*. Om kwart voor negen waren de meeste schakeringen verdwenen. Als troost verscheen er een flauwe regenboog.
     Mijn vrouw neemt mij vaak mee naar musea. Ik vermoed dat elke schilder wel eens wanhoop moet hebben gevoeld omdat hij de kleuren van de natuur nooit helemaal op het doek krijgt. (De foto hierboven is niet van mij en heeft niets met 22 november 2024 te maken). 

De Philippisten
     Weinig mensen weten dat maar er bestond in de 16de eeuw in Duitsland een godsdienstige gemeenschap die de Philippisten werden genoemd. Het waren aanhangers van Philipp Melanchton die de kerk – c’est bien le cas de le dire 
 in het midden probeerde te houden tussen lutheranisme, calvinisme en katholicisme.

Windmolens en grote cijfers
     Als ik één stokpaardje heb, dan is het dat van de ‘grote cijfers.’ In een stuk in Het Nieuwsblad (26/11) wordt de vraag beantwoord hoe belangrijk de windenergie nu al is voor ons land. 

Het aandeel van windenergie in ons land neemt jaar na jaar toe. In 2023 ging het volgens het monitoringsrapport van de federale energiewaakhond CREG al om 14,1 terawattuur (TWh), dat is 18,7 procent van de totale elektriciteitsproductie in ons land (77,8 TWh). Windenergie dekt daarmee het jaarlijkse verbruik van meer dan 4 miljoen Belgische gezinnen.

     Dat eerste cijfer – 18,7 % – is een groot cijfer, dat bovendien verband houdt met een nog groter cijfer: de totale elektriciteitsproductie. Hiermee weet ik alles wat ik wil weten. Het volgende verband – dat de windmolenelektriciteit het verbruik van 4 miljoen Belgische gezinnen dekt – zaait alleen verwarring. Het lijkt een groot cijfer – 4 miljoen – maar het haalt zonder reden een klein deel van de elektriciteitsproductie uit het totaal: het deel dat naar ‘de gezinnen’ gaat. En de rest gaat, veronderstel ik, naar ‘de bedrijven’ – alsof die bedrijven geen goederen en diensten verlenen aan de gezinnen.

Gerard Reve en Koen Meulenaere

     De humor van Gerard Reve laat je raden naar de grens tussen ernst en ironie. De humor van Koen Meulenaere laat je raden naar de grens tussen waarheid en verzinsel. Je kunt met die twee grenzen mooie effecten bereiken. Maar als je zoals Meulenaere ook over het politieke bedrijf schrijft, vind ik dat vervelend. Wat is er waar van die financiële malversaties door met name genoemde politici waar Meulenaere over schrijft? Ik wil het weten maar heb geen zin om het zelf uit te zoeken.

The Masked Singer
     Het gebeurt dat we na het weerbericht een aankondiging zien van het programma The Masked Singer. Ik vind die kostuums het toppunt van wansmaak. Maar dan denk ik aan het oud-Griekse theater. Naar het schijnt werden daar ook extravagante kostuums gebruikt voor het koor. Tere zielen in het publiek vielen geloof ik flauw als de Eumeniden voor de scène verschenen. Als die kostuums bewaard gebleven waren, en ze tentoongesteld werden in een museum, zou ik die dan ook wansmakelijk vinden?

* Multatuli besluit zijn jachtige beschrijving van de Javaanse dageraard met een opsomming van kleuren: ‘... en er was rood, en blauw, en geel, en zilver, en purper, en azuur in dat alles.’ Kun je veel meer zeggen? 

 


maandag 25 november 2024

Het verschil tussen domrechts en domlinks


     Voor sommige waarnemers is de verkiezingsoverwinning van Trump te wijten aan de alomtegenwoordigheid van domrechts in grote delen van de VS. Dat is zeker een deel van de verklaring. Voor anderen is het een begrijpelijke reactie op de alomtegenwoordigheid van domlinks in grote delen van Amerikaanse media en binnen de Democratische partij, wat voor een flinke weerbots heeft gezorgd. Dat is zeker ook een deel van de verklaring. 
     Je mag natuurlijk niet te snel een mening waar je het niet eens mee bent ‘dom’ noemen, of ze nu links of recht is. Wie Marc Reynebeau domlinks noemt of Mia Doornaert domrechts, is wat voortvarend. Je mag jezelf natuurlijk erg slim vinden, en slimmer dan Marc en Mia, maar je moet er altijd rekening mee houden dat anderen zullen vinden dat het met jou ook zo’n vaart niet loopt. Voorzichtigheid is dus geboden.

*

     Het kern van het domrechts gedachtegoed lijkt vandaag te bestaan uit complotdenkerij. Het is een feit dat sluwlinks alle meningen die niet passen in de links-liberale consensus als samenzweringstheorie brandmerkt. Maar domrechtse gekke samenzweringstheorieën bestáán. Bijvoorbeeld. ‘De Verenigde Staten worden geregeerd door een bende pedofielen die samen een deep state vormen en voortdurend zinnen op middelen om gewone mensen het leven zuur te maken.’ 
     Zo’n redenering bevat eigenlijk niets dat tegen de logica indruist. Je komt aangaande 9/11 wel eens een deep state-redenering tegen die wat wetenschappelijke kennis en deductievermogen ver boven je eigen niveau staat. Zo’n redenering is dan geen inbreuk tegen het verstand, maar tegen het ‘gezonde’ verstand. Dom in domrechts is niet het tegenovergestelde van verstandig; het is het tegenovergestelde van wijs. Het gaat niet om intelligentie; het gaat om oordeelsvermogen.
     Hetzelfde geldt voor domlinks. Daar wordt de kern echter uitgemaakt door hysterische overdrijving, zoals we die kennen van woke. Een verder verschil is dat hersenspinsels van domlinks, in tegenstelling van die van domrechts, een zekere ruimte krijgen in de mainstream media, waar zekere regels van beleefdheid gelden, maar niet noodzakelijk van redelijkheid. Toen The Guardian besloot om haar koppen niet meer op x.com te adverteren, heeft Not Jerome Powell een uitgebreide collage gemaakt van hilarische - maar ernstig bedoelde - koppen die ooit in The Guardian verschenen zijn*. Enkele voorbeelden, uit tientallen andere:

  • Why climate action is the antithesis of white suppremacy.
  • I stopped going to the gym because of Trump
  • With the human race gone, other species will have a chance to recover.
  • Hate body odour? You’re more likely to have rightwing views.
     Wat mij bij dat alles interesseert, is in welke mate een rationele discussie met domrechts of domlinks mogelijk is. Er bestaat geloof ik onderzoek dat aantoont dat, minstens onder laboratoriumomstandigheden, rechtse mensen geholpen kunnen worden om in te zien hoe weinig plausibel een bepaalde samenzweringstheorie is. Bestaat er ook onderzoek naar hoe linkse mensen kunnen worden geholpen om een domlinkse hysterische mode af te zweren? 

*

  De Standaard (14/11) publiceerde onlangs een opiniestuk van politicologe Maud Boey onder de kop Seks met mannen afzweren als ultieme daad van verzet. Boey bespreekt de Amerikaanse 4B-beweging** die vrouwen oproept om zich te onthouden van afspraakjes met mannen, van seks met mannen, van een huwelijk met mannen, en van het krijgen van kinderen.  Vrouwen kunnen dus kiezen voor seksuele onthouding of voor de sapfische liefde. De kans dat heel veel vrouwen die oproep volgen is gering. Gibbon wijst erop dat het in de oude Rome soms moeilijk was om maagden te vinden die de eredienst van Vesta konden op zich nemen. En ook een massale sapfische bekering is weinig waarschijnlijk. Zelfs aversietherapieën bleken in het verleden niet erg succesvol om een ongewenste seksuele geaardheid bij te sturen. 
     Het is om die reden dat ikzelf en alle mensen die ik persoonlijk ken die 4B-beweging zonder aarzelen als dom zullen omschrijven, of een vergelijkbaar epitheton gebruiken. Mijn linkse vrienden zullen opmerken dat er niets links is aan die beweging, maar dat is een andere kwestie. Als rechtse jongen kan ik genoeg redenen verzinnen om de beweging tegen mogelijke bezwaren in wel degelijk dom én links te noemen. 

     Mijn vraag is nu: hoe kunnen we rationeel discussiëren met die domlinkse 4B’sters, of met mensen als Boey, die de 4B-beweging ‘toejuicht’, en dus een deel van de domheid ervan voor haar rekening neemt? Ze schrijft:

Ik juich alle bewegingen toe die vrouwen aanzetten om mannen te decentraliseren, tegen alle heteronormatieve standaarden in. De eis om als mens behandeld te worden is allesbehalve radicaal. Als daar een oppositiekuur voor mannen bijhoort, is dat misschien het proberen waard.

    De gezond-verstand reactie op zo’n 4B-beweging is dat die vrouwen in hun strategie minstens ‘overdrijven’. Boey antwoordt daarop dat het de mánnen zijn die overdrijven, want ze schroeven de abortusrechten terug, ze plegen op hallucinante schaal geweld tegen vrouwen, en ze vinden dat vrouwen in de eerste plaats ‘mannelijk bezit’ zijn.
      Ik weet niet zeker of ik dat antwoord van Boey dom of sluw moet vinden, maar ik wil mij hier wel aan een weerlegging wagen. Dat mannen overdrijven sluit niet uit dat vrouwen óók kunnen overdrijven. Ze kunnen allebei overdrijven. Ten tweede is abortus niet louter een vrouwenkwestie al was het maar omdat veel vrouwen ook anti-abortus zijn. Ten derde is het best mogelijk dat een hallucinant aantal mannen geweld pleegt tegen vrouwen maar er is een nog hallucinanter aantal mannen dat géén geweld pleegt tegen vrouwen. Ook is er van de mannen die ik ken is geen enkele die zijn vrouw in de eerste plaats als ‘mannelijk bezit’ beschouwt.
     Sluw is in elk geval Boey haar keuze van het woordje ‘oppositiekuur’. Het suggereert dat de stopzetting van relaties tussen mannen en vrouwen niet definitief moet zijn. Als het geweld tegen de vrouwen gestopt is, iedereen de heteronormatieve standaarden verlaten heeft, en de volledige gendergelijkheid is uitgeroepen, kunnen de betrekkingen weer hernomen worden. Dat is een nuance die ik apprecieer, zoals ik alle nuances apprecieer, maar ik zeg er in één moeite bij wat ik ook mijn leerlingen meegaf: dat een nuance nooit de plaats van een argument kan innemen***. En déze nuance maakt de 4B-beweging slechts een klein beetje minder hysterisch.
      Verwant met de gedachte van een oppositiekuur is de redenering dat een bevrijdingsbeweging, zoals het feminisme er een is, nood heeft aan een radicale vleugel. Die radicale vleugel dient als wekker om de ingeslapen massa’s wakker te maken. Het radicalisme kan de vijand angst inboezemen en tot capitulatie nopen. Dat is een redelijke, maar ook betwistbare stelling. Het is niet makkelijk om na te gaan of het radicalisme de verschillende emancipatie-bewegingen bevorderd dan wel tegengewerkt heeft. Maar in dit geval lijkt het mij dat het emancipatoire effect gering zal zijn. In hoeveel gezinnen zal de verdeling van de huishoudelijke taken op de agenda komen omdat enkele duizenden geëxalteerde vrouwen - een handvol dus - een seksstaking uitroepen? In die van de Lysistrata deden álle Atheensen en Spartaanse vrouwen mee. En hoeveel gewelddadige of tot onderdrukken geneigde mannen zullen hun leven beteren uit angst dat ook zij de nare gevolgen van 4B zullen ondervinden.

*

      Moreel kan ik vanuit mijn liberale overtuiging niet veel tegen de 4B-beweging inbrengen. Als sommige vrouwen geen seksuele betrekkingen willen met mannen, wegens religie of feminisme, wegens niet aflatende hoofdpijn of lesbische geaardheid, dan is dat hun volste recht, zoals het ook hun recht is om andere vrouwen op te roepen hun voorbeeld te volgen. Ik wil de 4B-sters wel wijzen op een foute redenering of een onzinnig oordeel, maar wil hen niet, als dat niet nodig is, ook nog eens moreel de les spellen.
     Ironisch genoeg is Boey daar minder terughoudend in. Ze wil de 4B-sters wél moreel de les spellen als ze zondigen tegen politiek-correcte geloofspunten. Zo willen ze hun club alleen openstellen voor ‘biologische vrouwen’ en dus niet voor transvrouwen. Stel je voor. Ik van mijn kant vind dat die 4B-sters het volste recht hebben om de toegang tot hun club te beperken. Voor mijn part mogen ze die beperken tot biologische vrouwen met groengrijze ogen die geboren zijn tussen 1998 en 2002 en slechts één been hebben. Mij maakt het niets uit. 

*

    Boey ziet in de 4B-beweging een antwoord op extreemrechts. Ik citeer:

Your body, my choice. Forever. Na de herverkiezing van Donald Trump postte de extreemrechtse influencer Nick Fuentes die woorden op zijn X-account. Het doet mij huiveren. De cynische verbastering van de feministische slogan My body, my choice strooit extra zout in de wonde … dit is de gevreesde Handmaid’s Tale-uitkomst, waarin mannen bepalen wat vrouwen met hun lichaam doen.

     Ik wil hier snel even enkele verschillen aanwijzen tussen Nick Fuentes en Maud Boey. De eerste is een klootzak, de tweede is hoogstens een trien****. De eerste plaatst een uitspraak op X, de tweede plaatst een column in De Standaard. De eerste zou ik graag in zijn gezicht slaan, met de tweede wil ik rationeel discussiëren, althans op papier. Maar noch dat slaan, noch dat discussiëren zal geloof ik veel opleveren. En voor dat laatste: ik heb nu een aantal bezwaren tegen de redenering van Boey op een rijtje gezet. Als ze daar wéér op antwoordt, zal ik hoogstwaarschijnlijk aan het einde van mijn Latijn zijn en haar verder een fijne dag moeten toewensen.

*

     Door mijn polemiek met Boey ben ik nu wat treurig en wanhopig geworden. Laat ik daarom eindigen met een vrolijker invalshoek. Ik beleef dagelijks veel plezier aan de cartoons van Casper & Hobbes die op mijn FB-scherm verschijnen. Mijn sympathie gaat vooral uit naar de stoïcijnse vader en moeder van Casper die aan de bengel hun handen vol hebben. Maar laatst vond ik een cartoon met daaronder een kritische commentaar. Dit is de cartoon:

     En dit is de commentaar van een zekere Daniel Babins. Ik schat de kans dat die commentaar ernstig bedoeld is op 90 procent.

So when this came out, this is the kind of thing that a father would actually do. General ‘character building’ abuse handing generational trauma down with the line ‘You have it lucky, you never would have survived my father.’ Today, one call and the father would be in handcuffs. I’m ok with that.

      De uitdaging is nu: kan ik ook rationeel blijven bij de reactie van de heer Babins? Ik zal ook die reactie voor het gemak in de domlinkse hoek plaatsen, de hoek waar gezeurd wordt over een gebeurlijke ‘pedagogische tik’. Ik zal voorbijgaan aan de mogelijke trauma’s die Babins zelf in zijn jeugd heeft opgelopen en aan zijn gebrekkig gevoel voor humor. Ik zal ook niet ontkennen dat hij een beetje gelijk heeft: de opvattingen over ouderschap zijn inderdaad geëvolueerd tussen 1990 en 2024, en vroeger was niet alles beter dan nu.
 
     Maar het blijft hemeltergende onzin natuurlijk en je moet je verbijstering en spotlust overwinnen vooraleer je argumenten kunt gaan zoeken? Deze bijvoorbeeld.  

  1. De afstand tussen 1990 en 2024 is minder groot dan Babins aanneemt. Het antwoord van Calvin dat hij de pers zal inlichten laat zien dat sommige vormen van strenge opvoeding ook in 1990 al met een scheef oog bekeken werden. 
  2. Het is een naïeve overschatting van de ‘nurture’ om aan te nemen dat een wat strengere opvoering automatisch zou leiden tot trauma’s (of dat een permissievere opvoeding noodzakelijk zou leiden tot verwende nietsnutten).
  3. Ziet Babins niet dat Calvins vader van het welwillende type is? 
  4. Het wegvoeren van een vader in handboeien voor de ogen van zijn kind zal waarschijnlijk een groter trauma veroorzaken dan tien minuten spelen in de kou.
  5. Op welke manier is tien minuten in de sneeuw spelen een straf? Het is niet omdat een kind eerst afgeschrikt wordt door de kou dat het zich een minuut later niet kan amuseren. Ook is het gezond.
  6. En vooral: de vader van Casper heeft gelijk. Als je het thuis koud hebt, is de beste remedie inderdaad om buiten even een frisse neus te halen. Als je dan weer binnenkomt, is de kans groot dat je de centrale verwarming een graadje lager zet. Het is de taak van de ouders om die levenservaring door te geven aan hun kinderen.

* De collage van koppen uit The Guardian: zie hier. 
** Wikipedia: ‘De 4B-beweging is een van oorsprong Zuid-Koreaanse feministische vrouwenbeweging die zich afzet tegen mannen. Het uitgangspunt van de beweging zijn de vier B's die staan voor bihon (geen heteroseksueel huwelijk), biyeonae (niet daten met mannen), bichulsan (geen kinderen) en bisekseu (geen seksuele relaties met mannen).
*** Als je wilt verantwoorden waarom je iemand wel moest slaan, volstaat het niet om te zeggen dat het maar een 
half pakje slaag was. Hetzelfde geldt voor de volgende zin van Boey: ‘En eerlijk, het geweldloos afzweren van seks met mannen valt al bij al nogal mee als reactie op de verregaande inperking van het zelfbeschikkingsrecht en de daarmee gepaarde bedreigingen zoals Fuentes ze uitte.’ Zeker! Geweldloos is beter. Ik hoop dat Fuentes zich ook beperkt tot geweldloos teuten op x.com. 
**** Dit is uiteraard géén verwijzing naar de bekende Nederlandse feministe Trien de Haan-Zwagerman (1891-1986).




woensdag 20 november 2024

Braaf - Daklozen - Politieke dilemma's


Ik ben braaf
      Alhoewel ik in mijn stukjes soms stekelig ben, probeer ik altijd zo braaf mogelijk te antwoorden op de tegenwerpingen die erop volgen. Ik doe dat meestal ook als die tegenwerpingen onzinnig zijn, beledigingen bevatten, bewijzen dat mijn oorspronkelijke stukje slecht gelezen werd, of - en dat is het belangrijkste - naar mijn smaak getuigen van twistzieke kwade wil. Maar als die vier voorwaarden - alweer naar mijn smaak - verenigd zijn, dan overvalt mij een zekere moedeloosheid. Onder die voorwaarden een misverstand rechtzetten zou een veel te lang en moeizaaam antwoord noodzakelijk maken, en het zou boter aan de galg zijn. Ik zwijg dan liever.

Daklozen in de vrieskou
     Waar kunnen daklozen – vaak migranten – in Brussel terecht? Een deel van hen wordt aan een woning geholpen door de humanitaire organisaties. Daarnaast voorziet Samusocial 1030 plaatsen voor noodhulp. Mensen kunnen daarvoor naar een gratis 0800-nummer bellen. ‘Maar ook daar moeten we steeds meer mensen weigeren,’ zegt de opvangorganisatie. Wat moet ik mij voorstellen bij die 1030 ‘plaatsen’? En bestaat er nog een vangnet dááronder? Zijn er verwarmde zalen met veldbedden en toiletten waar men terecht kan no questions asked? Wat mij betreft zouden die zalen zelfs een asiel-status moeten hebben, buiten het bereik van de vreemdelingenpolitie.

Politiek dilemma
     Een van de grootste dilemma’s waar een politieke partij voor geplaatst wordt, is de keuze tussen een gematigde of een radicale opstelling. Ruben Mooijman vat het mooi samen voor de partij die nu een nieuwe voorzitter moet kiezen. 

‘Groen staat voor een dilemma. Ofwel probeert het zich als een aanvaardbare beleidspartij te handhaven. Dat vereist veel compromissen en ideologische rekbaarheid, waarvoor niet noodzakelijk een electorale beloning volgt. Ofwel kiest het voor een programma op maat van de klimaatcrisis, waarvan de noodzakelijke radicaliteit waarschijnlijk slechts een beperkte groep kiezers zal aanspreken.’

     Heel mooi verwoord, en het is aan de politici om dat varkentje te wassen. Het opinievolkje van de mainstream dan wel social media mag gerust een voorkeur uitspreken voor een van de keuzes, maar het moet die voorkeur niet proberen te verkopen als een garantie op succes bij de kiezers. Het opinievolkje heeft geen skin in the game.


maandag 18 november 2024

‘Rellen’ in Amsterdam


 ‘Rellen’ en ‘pogroms’
     Aangezien De Standaard (12 en 13/11) systematisch het woord ‘pogrom’ tussen haakjes zet, doe ik dat ook even met het woord ‘rellen’. Maar eigenlijk hou ik wel van neutrale woorden. De jodenjacht in Amsterdam was inderdaad veel minder bloedig en massaal dan laat ons zeggen de pogroms in Odessa van 1821, 1859, 1871, 1881 en 1905. 

Polarisering 
    De berichtgeving in voormelde Standaard was eerder gericht op het meegeven van een boodschap dan op het rapporteren van feiten. De eerste boodschap was dat de Nederlandse autoriteiten zich polariserend hadden opgesteld door de rellen in verband te brengen met antisemitisme, moslimjongeren, mislukte integratie en ‘een probleem in de Islamitische gemeenschap’. Daarbij wordt niet alleen de ‘uiterst-rechtse’ regering Schoof gekapitteld, maar ook de linkse burgemeester Halsema van Amsterdam.

Provocatie
     De tweede boodschap was dat de rellen geprovoceerd waren door Joodse Maccabi-hooligans. Het grote stuk van 13/11 besteedt drie keer zoveel woorden aan de provocaties - opgestoken middelvinger, onthoofdingsgebaar, anti-Arabische liederen - als aan het daaropvolgend geweld. Dat de supporters een Palestijnse vlag van een muur hadden gerukt wordt op vier verschillende plaatsen in het stuk beschreven.

Taxi’s
     Hebben de Maccabi-hooligans méér gedaan dan provoceren met gebaren en woorden? Dat is best mogelijk - het zijn tenslotte hooligans -, maar wat De Standaard daarover schrijft, is niet erg overtuigend.

 Een groot deel van [pro-Palestijns] Nederland werd wakker met een ander beeld. Ze zagen woeste Israëlische hooligans die Amsterdam onveilig maakten. Mannen met riemen en ijzeren staven die taxi’s aanvielen, die met stenen gooiden.’ (DS 13/11)     

     De formulering is onduidelijk. Waren er echt Israëlische mannen met riemen en ijzeren staven die taxi’s aanvielen? Of is dat wat een deel van de bevolking dácht te zien. Op 12 november kon men in de NRC al lezen dat het filmpje dat door taxichauffeurs online werd verspreid een geval van agressie tegen Joden betrof.

Taxi’s (2)
      Het stuk bevat nog een andere vermelding van geweld waarbij taxichauffeurs en Maccabi-supporters betrokken zouden zijn. Ik citeer: 

‘De hooligans hebben ook een taxichauffeur aangevallen. Dat was een cruciaal moment. De taxichauffeurs staan online in nauw contact met elkaar … Een chauffeur verklaarde achteraf bij het marxistische Youtube-kanaal Left Laser dat ze ‘de stad wilden verdedigen.’

      Sta mij toe om dat marxistische Youtube-kanaal als bron met enig wantrouwen tegemoet te treden. Ook is het niet duidelijk of het hier om hetzelfde taxi-incident gaat als dat van die ‘mannen met riemen en ijzeren staven’ dat eerder in het artikel al aan bod kwam.

Locals 
     De Standaard-journalisten zijn creatief in het benoemen van de relschoppers die de achtervolging op Joden inzetten - zonder daarom de waarheid geweld aan te doen, maar ook zonder het hele verhaal te vertellen. ‘Nederlandse relschoppers’ bijvoorbeeld is accuraat: het zijn relschoppers en de meeste van hen zullen wel de Nederlandse nationaliteit hebben. Mooier nog vond ik ‘pro-Palestijnse locals.’
      De redenen van die creativiteit zijn bekend. Men wil niet verwijzen naar de moslimachtergrond van de locals om te vermijden dat een hele gemeenschap gestigmatiseerd wordt. Dat is begrijpelijk. Een andere reden die men soms aanhaalt is dat de moslimachtergrond er in een of andere context - bijvoorbeeld van kleine criminaliteit - niet toe doet. Ook daar valt iets voor te zeggen. Maar die reden is in dit geval niet van toepassing. Bij  de anti-Joodse rellen in Amsterdam is de moslimse achtergrond wel degelijk een belangrijke verklarende factor.   

‘Klappen’ en ‘vechtpartijen’
     Ik ben geen vitter als het op woorden aankomt. Natuurlijk verraadt de woordkeuze, en de aanhalingstekens errond, een zekere vooringenomenheid. Maar in berichtgeving en opiniëring zijn andere zaken belangrijker: feiten, afweging, context, oorzakelijke verbanden, nuance in plaats van veralgemening.
     Maar neem nu het editoriaal van Verhoeven (13/11): 

Door het hooliganisme van een harde kern Maccabi-supporters is het ontaard in georganiseerde antisemitische woede, klappen uit boosheid over Gaza, en vechtpartijen met vijf gewonden die verzorging nodig hadden. 

     Er is iets in de passus dat mij tegenstaat. Nochtans maakt Verhoeven, in tegenstelling tot zijn journalisten, netjes het onderscheid tussen de harde kern en het geheel van de Israëlische supporters. Hij schuwt het woord ‘antisemitisme’ niet. Zijn oorzakelijke verband tussen het geweld en de voorafgaande provocaties is geloofwaardig.
      Maar uiteindelijk stoor ik mij - tegen mijn geloofsovertuiging in - aan de woordkeuze: klappen en vechtpartijen. Dat is niet wat ik op de filmpjes heb gezien. De juiste woorden zijn: achtervolgen, slaan, trappen en schoppen. In een ander stuk van dezelfde krant spreekt men van gewelddadige hit-and-run-acties. Dat is al beter. Dus, acties waarbij men toeslaat en snel weer wegrent, zoals tijdens relletjes na betogingen? Maar is dat een precieze omschrijving van het rennen dat we op de filmpjes zien? 

‘Boosheid’
     En dan: ‘klappen uit boosheid om Gaza’. Die boosheid maakt de relschoppers tot mensen zoals u en ik. We zijn allemáál wel eens boos en dan reageren we niet altijd zoals het hoort.  Maar nu zou ik eens moeten opzoeken wat Verhoeven schreef toen in juli extreem-rechtse betogers in Groot-Brittanië op straat kwamen om moskeeën aan te vallen. Heeft Verhoeven toen ook geschreven dat de extreem-rechtsen die moskeeën aanvielen uit ‘boosheid’ om de moord op drie jonge meisjes tijdens een Taylor Swift-happening, moord gepleegd door een zekere Axel Rudakubana?
     In de marge van die rellen nog dit. De mainstream media deden toen hun best om de desinformatie op de social media recht te zetten. De aanslagpleger was geen migrant, was geen geen terrorist en had niets met het islamisme te maken. Maar over die rechtzettingen valt ook wel iets te zeggen. Rudakubana had wel degelijk een ‘migratie-achtergrond’, wordt vandaag wel degelijk vervolgd op grond van de Terrorism Act 2000, en had bij hem thuis het Al Quaida-handboek Military Studies in the Jihad Against the Tyrants.
      Dat was allemaal niet zo goed bekend op het moment dat de feiten zich voordeden en dat de controverse woedde. Zowel de MSM als de social media deden aan speculatie. De social media waren te vroeg met hun gelijk, de MSM waren te vroeg met hun ongelijk. 

Onderscheid maken volgens Lobuyck
     Moraalfilosoof Patrick Loobuyck vindt dat Halsema over Amsterdamse rellen sprak zonder voldoende onderscheid te maken tussen allerlei groepen mensen. Ze sprak te gemakkelijk van antisemitisme. Je hebt zoveel verschillende mensen die tegen Israël zijn, zegt Loobuyk. Sommigen, keuren Netanjahu’s methode van oorlogvoeren af op humanitaire gronden. Anderen keuren de oorlog af op politieke, militaire of geostrategische gronden. Weer anderen vinden dat de staat Israël zich onvoorwaardelijk moet terugtrekken uit Gaza en de Westbank. En nóg anderen vinden dat de Israëlische staat moet worden vervangen door een Palestijnse staat. Ten slotte heb je de fanatici die de hele regio gewoon Jüdenfrei willen maken.
     Dat zijn allemaal legitieme nuances, maar ik vrees dat de ‘pro-Palestijnse locals’ die in Amsterdam aan het werk waren gewoon in ál die categorieën tegelijk thuishoren. 



woensdag 13 november 2024

Trump: verzamelde stukjes (longread)

Ik heb in deze longread de stukjes en notities verzameld die ik sinds 2016 gewijd heb aan Donald Trump of aan de berichtgeving over Donald Trump, ook die waarin ik foute prognoses maakte. In die stukjes wil ik noch ‘waarschuwen’ noch ‘relativeren’. Af en toe doe ik een poging om te begrijpen waar het over gaat. Ben ik dan een Trump-versteher? Ik geloof het niet.
      Ook af en toe weerspreek ik sommige van de beschuldigingen en verdachtmakingen in onze pers. Misschien komt dat over alsof ik Hitler in bescherming neem tegen de beschuldiging dat hij een vleeseter zou zijn. Maar dat is het hem juist: Hitler was geen vleeseter.
     Onze pers liegt natuurlijk minder, minder zwaar, minder vaak en minder flagrant dan Trump, maar haar openlijke partijdige toon en framing inzake Trump is in zekere zin erger. Niemand moet een politicus geloven. Maar onze pers zouden we eigenlijk wel moeten kunnen geloven. Ze moet niet alleen geloofwaardig zijn, ze moet ook geloofwaardig lijken. Of ze dat eerste was, weet ik niet. Het tweede was ze zeker niet. 

Amerikaanse verkiezingen (29/10/2016)

Je hoort niet vaak een politicus toegeven dat hij de verkiezingen verloren heeft. Maar presidentskandidaat Trump zegt nu al dat hij bij verlies niet zal toegeven dat hij de verkiezingen verloren heeft. (P.S. Let op de datum van deze notitie)

Trump en ik en Napoleon (10/11/2016) 

    Ik ben vannacht niet, zoals sommigen, opgebleven om de Amerikaanse verkiezingsuitslagen te volgen, want ik kende de winnaar al met wiskundige zekerheid. Het zou iemand worden waar ik niet veel om gaf. Trump of Hillary, het maakte mij niet veel uit. Ik ben op tijd gaan slapen en had een vage voorspellende droom dat Hillary de verkiezingen won. Ook Kennedy kwam er om een of andere reden in voor.
      Bij het ontbijt bekeek ik de voorpagina van Het Nieuwsblad: ‘Mevrouw de president’. Op bladzijde twee en drie stond een andere kop, voor het geval dat ‘het ondenkbare gebeurde’. En wat later zag ik op mijn mobieltje dat het ondenkbare gebeurd was.

     Tijdens de voorverkiezingen heb ik op elk moment geloofd dat Trump op het punt stond om te verliezen. Ik las naarstig de stukken van de Never Trump-Republikeinen: Charles Krauthammer, Jonah Goldberg, George Will, Thomas Sowell, Charles Murray – al zullen die twee laatsten zich wel niet als Republikeinen omschrijven. En nu heeft Trump niet alleen de voorverkiezingen gewonnen, maar zelfs de échte verkiezingen, waar ook zwarten en latino’s aan meededen.
     Ik heb op de televisie beelden gezien van de winnaar en zijn gezin. Ik voelde dat ik mijn best begon te doen om hem sympathiek te vinden en het hielp dat hij dit keer geen vuile taal uitsloeg, niet agressief werd, en zijn woorden over internationale handel zo algemeen hield dat ze niet noodzakelijk als protectionisme moesten worden opgevat.
     Een van de programmapunten van Trump die ik altijd verachtelijk heb gevonden, was zijn belofte om 20 miljard extra te investeren in het onderwijs. Waar haalt hij het? Het Amerikaanse onderwijs kost nu al, geloof ik, 50 % meer per leerling dan het Vlaamse, en de resultaten zijn heel wat slechter. Er is dus met dat onderwijs wel wat anders mis dan geldtekort. Domme Trump.
     Maar nu hij toch president wordt, heb ik eens opgezocht wat Trump écht over het onderwijs zegt – en dat is heel wat anders. Hij wil geen 20 miljard extra aan het onderwijs geven, hij wil 20 miljard van de centrale overheid verplaatsen naar de plaatselijke overheden. Hij wil de ouders en de leerlingen meer kansen geven om zelf hun school te kiezen. Dat is in Vlaanderen de normaalste zaak ter wereld, maar in veel andere landen, zoals de Verenigde Staten, ligt dat anders. En Trump zegt over het onderwijs wel meer dingen die mij bevallen.
     Ben ik aan het omgaan?
     Er bestaat een leuk verhaal* over de fameuze ‘Honderd Dagen’ van Napoleon.  De keizer was uit zijn verbanningsoord op Elba ontsnapt en was geland op Franse bodem. Hij rukt met een klein legertje op naar Parijs. Er worden troepen op dat legertje afgestuurd maar die weigeren op de Keizer te schieten en sluiten zich liever bij hem aan. Napoleons legertje groeit op enkele dagen tijd uit tot een vervaarlijke krijgsmacht. Die groei valt af te lezen aan de opeenvolgende krantenkoppen van de Moniteur universel, althans volgens Alexandre Dumas.

       (1)    De menseneter is uit zijn hol gekropen.
(2)     De wildeman van Corsica is geland in de golf van Juan.
(3)     De tijger is in Gap aangekomen.
(4)     Het monster heeft overnacht in Grenoble.
(5)     De tyran heeft Lyon doorkruist.
(6)     De usurpator is gezien op zestig mijl van de hoofdstad.
(7)     Bonaparte nadert met rasse schreden, maar hij zal Parijs nooit binnenkomen.
(8)     Napoleon zal morgen in ons midden zijn.
(9)     De keizer is aangekomen in Fontainebleau.
(10)  Zijne Keizerlijke Majesteit heeft gisteren zijn intrede gedaan in het Kasteel der Tuilerieën, temidden van zijn trouwe onderdanen.

Ik ben ongeveer aanbeland bij de neutrale formulering van puntje (7): ‘Bonaparte nadert met rasse schreden.’


Trump, de handelsakkoorden en de hularokjes (26/11/2016)

    Donald Trump mag dan nog niet helemaal president zijn, toch komt hij voortdurend in het nieuws met verklaringen over zijn toekomstige beleid. Zijn eerste beleidsdaad zal zijn om het handelsakkoord met het Verre Oosten (TPP) en met Europa (TTIP) af te blazen. Ook het oude handelsakkoord met Canada en Mexico (Nafta) wil hij herbekijken. Trump gelooft in ‘deals’. Trump gelooft niet in vrije handel.
     Het voordeel daarvan is dat ik nu overal leuke stukjes lees vóór de vrije handel, want veel mensen zijn tegen Trump.

     Een maand geleden was dat even anders. Dat wil zeggen: veel mensen waren toen ook tegen Trump maar toen las ik overal stukken tegen de vrije handel. Het Ceta-akkoord was niets dan kommer en kwel. En het Nafta-akkoord, zo las ik, bracht bittere armoede voor de Mexicanen. Nu lees ik in een stuk van professor Schoors dat juist de afschaffing van het Nafta-akkoord in Mexico veel armoede zal brengen.
     Schoors begint zijn stuk met een meeslepende reeks scheldwoorden: ‘De volgende president van de Verenigde Staten is een vuil gebekte, seksistische, racistische, xenofobe, leugenachtige, frauduleuze, zelfzuchtige, narcistische, impulsieve en onwetende bullebak.’* Nou, nou. Je verwacht na zo’n inleiding eigenlijk niet dat er nog een argumentatie volgen zal. Maar zoals ik geleerd heb mijn bordje volledig leeg te eten, zo probeer ik ook stukken in de krant netjes tot het einde te lezen. En het stuk was dus een pleitrede voor meer vrijhandel.
     Dat vind ik fijn, want ik lees graag stukken die mij in mijn mening bevestigen.
     Toch begrijp ik ook waar Trump en de zijnen naartoe willen. Dat die arme Mexicanen erop vooruitgaan, is niet de zaak van de Amerikaanse president, vinden zij.  De opperste raadgever van Trump, Steve Bannon, zei in een interview: ‘Ik ben geen blanke nationalist. Ik ben een economische nationalist. De globalistische vrijhandelaars hebben de Amerikaanse werkende klasse uitgehold en een middenklasse geschapen in Azië. Het is nu zaak dat de Amerikanen zich niet meer laten naaien.’ Bannon gelooft dat internationale handel een spel is met winnaars en verliezers, en Amerika moet weer een winnaar worden. America First.
     Bannon heeft op één punt gelijk. De toestand van de Amerikaanse werkende klasse is inderdaad niet zo best. Vroeger had je reusachtige fabrieken waar goed verdienende arbeiders van vader op zoon staal goten of walsten, of auto’s aan de lopende band in elkaar draaiden met grote moersleutels, zoals Charlie Chaplin dat deed. Maar nu wordt dat staal gegoten en gewalst in China en worden die auto’s in elkaar gezet in Korea en Japan, waar de lonen lager zijn.

     
Veel Amerikanen zijn bang dat die ontwikkeling zich zal doorzetten. Op de duur zou alle industrie uit de Verenigde Staten kunnen verdwijnen en alle productiejobs naar een laagloonland kunnen gaan, bijvoorbeeld naar China, dat naast elektronica, speelgoed en schoeisel ook alle auto’s, gasinbouwhaarden en koelkasten zou gaan produceren. De Amerikanen blijven dan zitten met een dienstensector. Joe de tuinman snoeit de haag van Jim de kapper en Jim de kapper knipt de haren van Joe de tuinman. Maar met dat snoeiafval en die afgeknipte haren kunnen ze bij de Chinezen geen auto’s en koelkasten kopen.

     Kan protectionisme hier een oplossing brengen? Ik denk het niet. Als je alle Chinese elektronica tegenhoudt door hoge invoerrechten, dan komt er misschien wel een goedverdienende baan voor Jack en Bob in een Amerikaanse elektronicafabriek, maar dan zijn die producten die daar gemaakt worden zo duur dat Joe de tuinman en Jim de kapper ze niet kunnen betalen. Wie weet zijn ze zelfs te duur voor Jack en Bob. Dan duurt het niet lang of die elektronicafabriek gaat weer dicht.
     Er zijn gelukkig goede redenen om aan te nemen dat nooit alle productiejobs naar lageloonlanden zullen verhuizen**.
     De eerste reden is gemakkelijk om te begrijpen. Als in zo’n laagloonland meer industrie komt, dan gaan de lonen in dat land stijgen, want die fabrieken willen allemaal de beste arbeiders aantrekken en wie kwaliteit wil moet kwaliteit betalen. Dan wordt zo’n land na enige tijd een hoogloonland. In Korea bijvoorbeeld zijn de lonen ondertussen al de helft van de Amerikaanse.
     De tweede reden valt ook nog te bevatten. Door de concurrentie met de lageloonlanden, gaan de lonen van de Amerikaanse arbeiders achterblijven. Dat is trouwens al enkele decennia aan de gang. ’t Is voor de arbeiders niet prettig, maar het hoeft ook geen drama te zijn als daardoor ook de prijzen achterblijven. Hoge lonen en hoge prijzen of lage lonen en lage prijzen, het maakt niet zoveel uit.

     
  De derde reden waarom nooit alle productiejobs van Amerika naar China zullen verhuizen  is veel ingewikkelder. Ik bladerde ooit in een geschiedenisboek van Jan en vond daar een stukje over de Engelse econoom David Ricardo (1772 – 1823) en zijn wet van het comparatieve voordeel. Dat is iets helemaal anders dan de veel eenvoudiger wet van het absolute voordeel, waar ik eerder al iets over schreef. Die wet had ik misschien zelf ook kunnen uitvinden en ik zou hem, geloof ik, aan een kleuter kunnen uitleggen als ik er mooie kleurplaatjes bij had. Je hebt het eiland Nihau en het eiland Oahu. Op de twee eilanden groeien grote grassoorten. Op Nihau zijn ze goed in het stoken van graswortelalcolhol en op Oahu in het bij elkaar rijgen van grassen rokjes. Dan moeten die van Nihau graswortelalcohol maken, en die van Oahu grassen rokjes. De helft van wat ze maken kunnen ze daarna onder elkaar verhandelen. Dat is de wet van het absolute wederzijdse voordeel.
     De wet van het comparatieve wederzijdse voordeel is subtieler. Die wet treedt in voege als de inwoners van Nihau beter zijn in alles – in het stoken van alcohol én in het maken van rokjes – en als die van Oahu in alles kneusjes zijn. Je zou op het eerste gezicht denken dat die van Nihau dan beter zowel hun eigen alcohol stoken als hun eigen rokjes aan elkaar rijgen. Maar dat is niet zo. Volgens de wet van het comparatieve voordeel is het zelfs dan nog voordelig als Nihau en Oahu zich specialiseren in alcohol of in rokjes en daarna handel drijven. Die van Nihau moeten daarvoor uitzoeken waar ze best in zijn, en die van Oahu moeten uitzoeken waar ze minder slecht in zijn. Een beetje zoals een hartchirurg die beter en sneller kookt dan een sterrenchef, vanuit economisch standpunt bekeken, zijn tijd toch best investeert in heelkundige ingrepen liever dan in kokkerellen. Met wat hij met zijn operaties verdient kan hij zich door eersterangskoks laten bedienen en dan op het einde van de maand nog genoeg overhouden om zijn golfabonnement te betalen***.

     Die redenering kun je ook toepassen op Amerika en China. China is door zijn lage lonen misschien in alle opzichten de beste prijs-kwaliteitskeuze voor investeerders. De Chinese bandwerkers, ingenieurs en designmensen mogen minder productief, inventief of creatief zijn dan hun Amerikaanse collega’s – zolang ze tien keer minder verdienen zijn de Amerikanen in het nadeel. Maar dat nadeel geldt niet voor elke productietak in dezelfde mate.
     De Chinezen slagen erin om –  zeg – winterkleren te maken aan héél lage prijzen, en de Amerikanen slagen erin om –  zeg – ketchup te maken aan redelijk lage prijzen. Dan is het voor de Chinezen voordelig om zich op die winterkleren te gooien en de ketchuproductie aan de Amerikanen over te laten.* De winterkleren verkopen dan zo goed dat de Chinese gezinnen genoeg geld hebben om zoveel Amerikaanse ketchup te kopen als ze op kunnen, ook al is die iets duurder. En de Amerikanen betalen zo weinig voor hun winterkleren dat ze genoeg geld overhouden om, naast hun eigen nationale ketchup, ook nog een voorraad in Amerika gemaakte vuurwapens in te slaan om hun gezin te verdedigen.
     Kort gezegd: China verzwakt zijn economie door alles zelf te willen maken en Amerika verzwakt zijn economie door te weigeren goedkope Chinese producten af te nemen.
      Je kunt je afvragen of Donald Trump door bovenstaande redenering kan worden overtuigd. Paul Krugman schreef ergens dat nog nooit één econoom erin geslaagd was om één politicus met die redenering over de brug te halen. Mocht zich onder de raadgevers van Trump een vrijhandelaar bevinden, hij is hierbij gewaarschuwd. Hij zal andere argumenten moeten gebruiken – argumenten waarin de Aziaten ‘genaaid’ worden en de Amerikanen ‘hun slag thuishalen’ ****. Mijn stukje mag hij vergeten.

 
* Schoors voegt eraan toe dat al zijn beledigende adjectieven ‘aantoonbaar juist’ zijn. Dat lijkt mij wat voortvarend. Begrippen als ‘seksisme’, ‘racisme’ en ‘xenofobie’ hebben een vage en wisselende betekenis en zijn daardoor juist erg moeilijk ‘aantoonbaar’, behalve in sommige zeldzame gevallen. Schoors had beter, zoals zijn voorzichtiger collega Krugman, gesproken over ‘impliciet racisme’ enzovoort. Want dat kun je van bijna iedereen zeggen dat hij het heeft.

 **Dat veel productiejobs in alle landen bedreigd worden door de versnelde automatisering is een ander verhaal.

 *** Of neem een vlotte loodgieter die tegelijk ook een vlotte amateurkok is. Daarnaast heb je een knullige kok die een nog veel knulliger thuisklusser is. De loodgieter is in alles de beste. Hij kookt een maaltijd in een half uur en installeert een gasketel in twee uur. De kok heeft dubbel zoveel tijd nodig om te koken en tien keer zoveel tijd om te installeren.
     Zou de loodgieter dan niet beter alles zelf doen?
     Veronderstel dat de loodgieter en de kok samen een vennootschap oprichten in een wereld waar een maaltijdbereiding 20 euro en gasketelinstallatie 100 euro kost, en waar de werkweken 40 uur bedragen. Als de loodgieter zijn tijd gelijk verdeelt over koken en installeren, dan installeert hij 10 gasketels en bereidt hij 40 maaltijden. De kok installeert in dezelfde week één gaskachel en bereidt 20 maaltijden. Samen hebben ze 2 300 euro verdiend. Als de twee zich nu toeleggen op waar ze vergelijkenderwijs het beste in zijn, dan installeert de loodgieter 20 gasketels en bereidt de kok 40 maaltijden. Samen hebben zij dan 2 800 euro verdiend, dus 500 euro meer dan in het eerste scenario. Hoe ze dat geld onder elkaar verdelen, daar wil ik mij niet mee moeien. Maar van mij mag de loodgieter iets meer krijgen.

****Die raadgever-vrijhandelaar kan ook hier zijn inspiratie halen.

 

Trumponomics (4/12/2016)


     Het succes van Trump heeft al een paar een paar nieuwe woorden opgeleverd. Eerst was daar de guitige Bjorn Soenens die sprak van ‘Trump en de trumpisten’ en nu lees ik overal over ‘Trumponomics’. De taal, jongens en meisjes, is een levend organisme, en voortdurend in beweging. De vooruitgang is niet te stoppen. Waarom leren we zoiets niet op school?
     Trumponomics is een nieuw woord dat ingegeven is door een ander nieuw woord, Reaganomics, want ook in de jaren tachtig van vorige eeuw was taal al helemaal in beweging. Reganomics verwees naar de economische politiek van Ronald Reagan. Die Reagan had als student boekjes van Frédéric Bastiat gelezen en had daaruit onthouden dat de vrije markt veel voordelen bood.  Toen hij president was, kreeg hij ooit bezoek van leerfabrikanten die hem kwamen vragen om goedkoop buitenlands leer van de Amerikaanse markt te houden. Hij ontving de leermensen vriendelijk, vertelde allerlei anekdotes over de cowboyfilms waarin hij had meegespeeld en de soepele leren laarzen die hij daarbij gedragen had – zo’n leer maakten ze nu niet meer. Toen zijn bezoekers vertrokken waren, knipoogde hij naar zijn secretaris: ‘No way I was going to give in to that lot’. Hij vond het niet de taak van de president om de ene burger (de leerproducent) te bevoordelen tegenover de andere burger (de leerconsument).
     Trumponomics is ongeveer het tegenovergestelde van Reaganomics. Trump heeft geloof ik weinig boekjes gelezen – behalve misschien ‘de’ boekjes zoals we dat in Vlaanderen zeggen – als er tenminste bij die boekjes een lingeriekatern was ingesloten. In zijn hoedanigheid van zakenman heeft hij daarentegen altijd deals moeten afsluiten met overheidsinstanties – om te mogen bouwen, om casino’s te kunnen uitbaten, om faillissementen te regelen – en dat wil hij nu als president blijven doen.
     We kunnen dat het beste illustreren met de deal die Trump enkele dagen geleden heeft  afgesloten met het Amerikaanse bedrijf Carrier, dat al sinds 1915 betrouwbare aircosystemen maakt en daarmee nog even wil doorgaan, ook al heeft onze nieuwe Paus daar bedenkingen bij. Het bedrijf was al enige tijd van plan om een fabriek met duizend arbeiders in Indianapolis te sluiten en de productie te verplaatsen naar Mexico, waar de lonen vier keer lager zijn. Als die Mexicanen nu drie maal minder productief zijn dan hun Amerikaanse collega’s, kan Carrier nog altijd goedkoper produceren in Mexico en daarna het gerief weer invoeren in de Verenigde Staten. Trump heeft nu geregeld dat de productie in Indianapolis blijft.
     Mensen met een empathische aanleg zullen even moeten afwegen of ze vooral blij zijn voor de Amerikanen die hun betrekking behouden, of bedroefd voor die Mexicanen die hun betrekking niet krijgen. Het eerste is gemakkelijker, want dat gaat om echte mensen met een naam en een voornaam en vaak ook een vrouw en kinderen die ook allemaal een naam en een voornaam hebben. Die Mexicanen zijn evenwel naamloos. Van de 2,2 miljoen werkloze Mexicanen zijn er duizend, of misschien wel meer, die een betrekking hadden kunnen krijgen. Wie die duizend zijn, weet niemand.
     Er is meer. Om het bedrijf in Indianapolis te houden heeft Trump 7 miljoen dollar steun beloofd, dus 7 duizend dollar per geredde werkplaats. Hoe het bedrijf die 7 miljoen zal krijgen – in een bruine enveloppe, als goedkope lening of als belastingvermindering – is niet helemaal duidelijk. Ik ga er hier maar even vanuit dat het om een belastingvermindering zal gaan. Welnu, ik geloof nooit dat Trump die belastingvermindering uit eigen zak zal bijpassen. Misschien zullen andere bedrijven allemaal een beetje meer belasting moeten betalen. Dat zou jammer zijn, want dat zijn juist gezondere bedrijven die ook zonder speciale tegemoetkoming rendabel zijn en zulke bedrijven bieden een betere waarborg voor toekomstige tewerkstelling dan de bedrijven die moeten worden geholpen. Die 7 miljoen kan ook gehaald worden uit hogere belastingen op de gezinsinkomens. Dat is dan weer 7 miljoen die de gezinnen niet kunnen uitgeven aan het lekkere varkensvlees en de voortreffelijke sojabonen die in de buurt van Indianapolis worden gekweekt. Dat zullen de varkensboeren en sojakwekers niet fijn vinden.
     Of misschien stelt de staat Indiana zich tevreden met 7 miljoen minder inkomsten. Dat lijkt me wel wat. Maar het blijft bij mij wringen dat het ene bedrijf 7 miljoen minder moet betalen en het andere bedrijf niet. Als ik een bedrijf in Indiana had, dan zou ik een brief schrijven naar Trump om aan te kondigen dat ik ook naar Mexico vertrek als ik geen 7 miljoen belastingvermindering krijg. En als alle bedrijven in Indiana en  West-Virginia en Ohio en Michigan en Illinois zo’n brief schrijven, hoe zal Trump dat dan oplossen? Zal hij met al die  bedrijven samen een deal afsluiten? Of zal hij dat geval per geval bekijken? En hoever zijn we dan nog verwijderd van het vriendjespolitiekkapitalisme?*
     Ik doe nu net alsof die staatsteun voor Carrier iets heel bijzonders is en iets heel zeldzaams. Dat is natuurlijk niet zo. Zelfs Reagan heeft nog ingegrepen om Harley Davidson te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. En we moeten maar naar ons land kijken om het speciale-regelingen-kapitalisme aan het werk te zien. Je krijgt een premie voor zonnepanelen, voor energiebesparing en voor biologisch tuinieren. Je wordt financieel aangemoedigd voor het aanwerven van oudere werknemers, voor het aannemen van jongere werknemers en voor het investeren in technologie die jongere en oudere werknemers overbodig maakt. En dan zijn we verwonderd dat het algemene belastingpeil zo hoog is.
     Er valt weinig tegen te beginnen. Politici willen altijd ingrijpen in de economie om een of ander doel te bevorderen dat goed overkomt op de televisie: goedkoop wonen, hogere lonen, schone lucht, open ruimte, kenniseconomie. Voor Trump is dat doel het in stand houden van de industriële productie en de daarbij horende hoge lonen voor arbeiders met veiligheidshelmen op.  Maar na Thatcher en Reagan is het enige tijd in de mode geweest om af een toe iets te zeggen tegen die staatstussenkomst, die immers lang niet altijd aflevert wat ze belooft.  Het was in de mode om af en toe een goed woord te spreken van de vrije markt, die de zaken ook soms aardig voor elkaar krijgt. Die tijd lijkt nu gedaan. Na de deal van Indianapolis zei Mike Pence, de toekomstige vice-president: ‘Als je de vrije markt laat begaan, verliest Amerika.’ En Trump voegde eraan toe: ‘Telkens weer, telkens weer.’

*  Mijn linkse vrienden gaan er nog aan toevoegen dat Trump cadeaus uitdeelt aan de aandeelhouders van Carrier. Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. De aandeelhouders willen een zekere ‘return on investment’ en die kunnen ze bij Carrier waarmaken als ze, ofwel hun bedrijf verplaatsen naar Mexico, ofwel een ferme loondaling doorvoeren in Indianapolis. Door de steun moeten ze nu hun bedrijf niet verhuizen en moeten ze ook geen loondaling doorvoeren. Je zou dus evengoed kunnen zeggen dat de steun een subsidie is om de hoge lonen van de Amerikaanse Carrier-arbeiders in stand te houden.

** “The free market has been sorting it out and America’s been losing,” Mr. Pence added, as Mr. Trump interjected, “Every time, every time.”



Heeft Trump voor één keer gelijk (4/6/2017)

     Verstandige mensen zoals Joseph Stiglitz (Nobelprijswinnaar Economie), Louis Verbeke (gewezen zakenadvocaat) en Marc Ernst (facebookvriend) geloven dat Trump een verkeerde beslissing nam toen hij uit het klimaatakkoord van Parijs stapte. Trump heeft die beslissing toegelicht in de bekende Rozentuin. Hij had geen zin, zei hij, om de Amerikaanse CO2-uitstoot met 25 % te verminderen, of om 2 miljard dollar te schenken aan andere landen om hùn CO2-uitstoot te verminderen.
     Over dat CO2 heb ik weinig te melden. Dat is iets van scheikunde, wat het enige vak is waar ik ooit een herexamen van heb afgelegd. Soms zie ik op Facebook een discussie over CO2 en het klimaat. Ik word dan bang. ‘Show me your PhD,’ reageerde een klimaatalarmist driftig toen hij werd tegengesproken door een scepticus. Nu kende ik die scepticus, en die heeft toevallig een doctorsgraad – wat hij overigens niet vermeldde. Dat laatste vond ik een beetje raar. Als ik een PhD had, zou ik dat vermelden bij elke kans die ik krijg. Maar helaas, ik heb niet eens het allerkleinste doctoraatje in het allerkleinste vakgebiedje. Ik zwijg dus.
     Het enige wat ik wel weet over het klimaat is dit: dat volgens een geleerd model de temperatuur, mede onder invloed van CO2, fors zal stijgen tegen 2100. En dat volgens datzelfde geleerde model die stijging door het Parijse akkoord iets minder zal zijn. Hoeveel minder? Dat is precies berekend geweest: 0,05 °C minder.* Dankzij Parijs komt er dus een stijging van bijvoorbeeld 2,95 °C en niet van 3 °C. Dat is geen groot verschil. Vanuit klimaatstandpunt is het besluit van Trump met andere woorden een bagatel, een akkefietje, een onbetekenende anekdote in de marge. Of het dat ook is voor de economie of de diplomatie is een andere zaak.

     En dan weet ik nóg iets over klimaat en energie: met windmolens en zonnecellen komen we er niet. Is er eigenlijk één klimaatgeleerde die ronduit zegt van wel? Nu leveren wind en zon hooguit één procent van de geproduceerde energie.** Is er één klimaatgeleerde die ronduit durft beweren dat we binnen afzienbare tijd dat ene procent kunnen optrekken tot bijvoorbeeld 50 % van de huidige energienoden. En wat met de toekomstige energienoden van, zeg, China en India?
      Als leek weet ik niet of –  en hoe snel – de aarde in de toekomst zal opwarmen. Ik weet niet hoe groot de rol van de CO2-uitstoot daarbij is. Ook weet ik niet hoe catastrofaal de gevolgen zullen zijn. Komt de malariamug naar Scandinavië? Krijgen we grote, oncontroleerbare volksverhuizingen? Overstromen binnenkort onze metropolen? Worden wij allemaal, zoals Kevin Costner, mensvissen met kiewen achter de oren en vliezen tussen de tenen? Dat alles weet ik niet. Maar als het inderdaad allemaal zo erg is als sommige klimaatgeleerden beweren, dan moeten we daar volwassen conclusies uit trekken. Dan moeten we nu, meteen en massaal, investeren in atoomenergie, en wel zo massaal dat die energie niet alleen helemaal veilig wordt, maar ook goedkoper dan steenkool, petroleum of gas.*** Dan kan een einde komen aan de CO2-uitstoot. Wind en zon en zuinig verbruik en nieuwe batterijen zijn prima, maar zonder atoomkernen te splitsen of te fuseren, komen we er niet.
     Atoomenergie ligt niet goed bij de pers en bij de bevolking. Dat is zo. Het is geen boodschap waar je op feestjes veel vrienden mee maakt. Maar waarom zou een klimaatbewuste ondernemer als Elon Musk, gesteund door zijn collega’s van Apple, Nike, Starbucks, BP en Shell, zich daar iets aan van aantrekken? Musk en zijn vrienden buigen niet voor de ‘populistische’ klimaatpolitiek van Trump. Dan moeten ze ook niet buigen voor de publieke opinie. Moedig voorwaarts!
     En dan spreken we nog niet van onze visionaire politici zoals Kathleen van Brempt (SP.a), Charles Michel (MR), Lode Vereeck (OpenVLD) en Vincent van Peteghem (CD&V). Die hebben gisteren en eergisteren een invoertaks geëist op Amerikaanse producten omdat in de VS binnenkort weer nieuwe steenkoolcentrales zouden opengaan voor goedkope energie. In de toekomst zullen die visionairen dan op de televisie, op facebook of op twitter kunnen eisen dat er een importtaks komt op alle producten die niet met schone atoomenergie zijn geproduceerd. Want dat protectionistische reflexen zomaar zullen verdwijnen met de bouw van mooie nieuwe atoomcentrales, dat geloof ik niet.

* 0,05 °C – weet men dat zeker? Misschien niet. Maar de berekening is uitgevoerd, door Bjorn Lomborg, met gebruikmaking van hetzelfde model als dat waarop de hele klimaatwetenschap gebouwd is. Als die 0,05 °C niet klopt, dan klopt ook de huidige klimaatwetenschap niet. Zie hier voor het peerreviewed artikel van Lomborg. Een summiere kritiek op de conclusies van Lomborg vind je hierEen antwoord op die kritiek vind je hier

** Windmolens en zonnecellen produceren ongeveer vijf procent van de elektrische energie. Elektrische energie is zelf ongeveer een vijfde van de totale geproduceerde energie. Zie hier.

*** De redenering is ontwikkeld in een artikel van Joshua S. Goldstein and Steven Pinker. Zie hier.

_____________ 


Steven Pinker en Donald Trump (13/11/2018)

      Er is één politieke kwestie waarin Pinker allesbehalve centristisch en dat is die van het populisme. Verlichting nu! is Pinkers ‘war effort’ tegen Trump. Dat Trump door verkiezingen aan de macht is gekomen, is niet iets wat Pinker gunstig stemt tegenover verkiezingen.  ‘Ondanks het wijdverspreide geloof dat verkiezingen de essentie van een democratie uitmaken, zijn ze slechts één mechanisme waarmee de regering ter verantwoording kan worden geroepen door het volk, en dan nog niet altijd een erg constructief mechanisme.’


De moord op Trump  (17/3/2019)

      Nic Balthazar heeft zich onlangs afgevraagd of hij Trump zou doodschieten*. Liesbeth Van Impe vindt dat een ongelukkige uitspraak. Ze heeft het over de gevoelswaarde van de metaforen: ze zijn te scherp en te gratuit, en ze missen empathie, respect en tact. Daarmee gaat ze evenwel voorbij aan het inhoud van de uitspraak. Die betreft een moreel dilemma. Nic vraag zich af wat een moreel wezen zou moeten doen als hij Trump kon neerschieten. Liesbeth vindt dat te scherp, te gratuit, te tactloos enzovoort noemt. Maar Nic is naar vorm en toon juist genuanceerd. ‘Ik ben er nog niet uit,’ zegt hij sussend. Ook is de kans klein dat Trump, of een familielid van hem, die scherpe uitspraak onder ogen krijgt en zich dus gekwetst moet voelen.
     Anders is het gesteld met de inhoud van Nics dilemma. Het gedachte-experiment waarbij je Trump tegenkomt in een donker steegje, gaat terug op een soortgelijk gedachte-experiment waarbij je in de jaren twintig, dertig of veertig Hitler tegenkwam in een donker steegje. Liesbeth noemt dat een ‘gratuite gedachte-oefening over hoe geoorloofd het is geweld te gebruiken tegen een politieke tegenstander.’ Ik dacht eerst dat bij een vredelievend man als Nic zo’n vraag nooit zo zou opkomen, maar nu ik het hele interview gelezen heb, weet ik beter. In zijn laatste antwoord somt Nic de redenen op waarom Trump mag worden ‘afgeknald met een blaffer’: hij zou een wereldoorlog kúnnen uitlokken, hij zou een narcist kúnnen zijn, er zou met hem niet te praten vallen,  en hij ontkent ‘climate change’. Voor de mogelijke executie van Trumps plaatsvervanger Mike Pence – ‘die is nóg erger’ –  komt er een vierde reden bij: hij ‘ontkent de evolutietheorie’. Drie veronderstellingen en twee ‘ontkenningen’ als grond voor een terdoodveroordeling vind ik wat zwak. **

    Is de vergelijking die Nic maakt tussen Trump en Hitler in enig opzicht aanvaardbaar? Er zijn tussen die twee allerlei verschillen wat haartooi, hoffelijkheid, smaak, culturele belangstelling en redenaarstalent betreft. De vergelijking valt niet altijd uit in het voordeel van Trump. Maar van Hitler kennen we een aantal drijvende ideeën die in een moderne context dicht bij het absolute kwaad komen: het heerservolk, de Untermenschen, oorlog als maatschappelijke hygiëne, de voorrang van de stam op het individu. Wie díe ideeën in gelijke mate bij Trump meent aan te treffen, kunnen we, om met de woorden van Liesbeth te spreken, ‘enkel veel beterschap toewensen en het beste hopen.’
     Maar Nic denkt wellicht noch aan de haartooi, noch aan de kenmerkende ideeën van Hitler en Trump, maar aan de gevólgen van hun beleid. Bij Hitler ging het om enkele miljoenen Joodse, Poolse, Russische en Oekraïense slachtoffers in het verleden; bij Trump gaat het – in de denktrant van Nic – om … enkele miljarden slachtoffers in de toekomst. Trumps klimaatsabotage kan – in de denktrant van Nic – bijdragen tot het einde van de menselijke beschaving. Ja, dán kan er al eens een kordaat besluit worden genomen. Een allesovertreffende inzet rechtvaardigt haast elk denkbaar middel. Thomas Morus liet protestantse ketters levend verbranden, want het eeuwige zielenheil van de Engelsen stond op het spel. Tolstojs brave held Pierre overwoog om Napoleon te vermoorden, om zo tienduizenden Russen én Fransen te redden.
     Tegen die redenering bestaan bezwaren die Nic ongetwijfeld kent. Trump is niet alléén verantwoordelijk voor het klimaatbeleid van de wereld. Als je hem doodschiet, wordt Mike Pence president en die is, zoals we al weten, ‘nog erger’. Bovendien kun je ook gewoon de Amerikanen overtuigen om de volgende keer niet voor Trump te stemmen, en dan is dat doodschieten niet nodig. Dat zijn allemaal praktische bezwaren. Er is daarnaast ook het bekende filosofische bezwaar van de Talmoed, overgenomen door de Koran : ‘Wie één mens doodt, doodt de hele mensheid.’ Dat klinkt een beetje mystiek, maar het is dat bezwaar waar het in het oorspronkelijke gedachte-experiment eigenlijk om draait.
     De grote schade die de aarde en de mensheid kunnen oplopen door de klimaatopwarming wordt door de economen van het IPCC nuchter uitgedrukt in procenten van het bruto wereld product. Voor die procenten zou Balthazar nooit overwegen om Trump dood te schieten. Hij zou er dan wél ‘uit zijn’. Maar als de hele mensheid werkelijk van de totale ondergang moet worden gered, is het een andere zaak. Ik geloof dat niet, van die totale ondergang. Maarten Boudry gelooft het ook niet. En het IPCC gelooft het evenmin. Maar Nic dus wel heb ik uit zijn film begrepen.
.

* Zo’n tot bloeddorst verworden linkse onverdraagzaamheid vinden we nog sterker bij de muzikant Daan Stuyven en Stijn Meuris en bij presentator Chris Dusauchoit. De eerste dacht bij de aanslag op de WTC-torens ‘Eindelijk!’, de tweede wenste de lone shooter die Donald Trump te grazen wil nemen ‘een vaste hand’ toe, en de derde had ‘geen slecht gevoel’ toen Pim Fortuin werd vermoord.



De racistische tweet  (22/7/2019)

     In het verre Amerika is vorige week veel te doen geweest rond een Twitterbericht van Trump. Daarin stond dat zekere leden van het Congres beter naar hun eigen land konden terugkeren om daar orde op zaken stellen; daarna konden ze nog altijd terugkomen om de Amerikanen te vertellen hoe een en ander moest worden aangepakt. De president zei er niet bij wíe hij precies bedoelde, maar er wordt meestal gedacht aan een aantal vrouwelijke Congresleden met een immigratieachtergrond zoals Alexandria Ocasio-Cortez, Rashida Tlaib en Ilhan Omar. De twee eerste zijn in Amerika geboren maar zijn van respectievelijk Puerto-Ricaanse en Palestijnse afkomst. De derde is in Somalië geboren, maar woont sinds haar twaalfde in de VS en is staatsburger sinds 2000.
     Een van de vragen die men zich stelde was deze. Is zo’n bericht nu eigenlijk racistisch? Het Amerikaans congres heeft daar een stemming over georganiseerd, en, ja, de meerderheid – waaronder ook enkele Republikeinen – vonden het bericht racistisch.
     Die racismevraag interesseert mij niet zo erg. Als het bericht niet racistisch was, was het xenofoob, en als het niet xenofoob was, was het nativistisch, of nog iets anders dat ook erg is. Mij stoort bij het bericht vooral de demagogische kant. Ik heb, toen ik nog communist was, tientallen keren een vergelijkbare opmerking moeten aanhoren: ‘Als het hier niet goed is, waarom ga je dan niet in Rusland of China wonen?’ Dat was, achteraf beschouwd, geen onaardige plaagstoot, maar als argument reikte het niet verder dan een ‘ad hominem’. Ik had iets gezegd over de lage lonen van de dokwerkers, de hoge winsten van Albert Frère, de bodemvervuiling in Hoboken, of de gesel van de ‘prestatiegeneeskunde’, en in plaats van dáárop te antwoorden, gooide men mij mijn communistische overtuiging voor de voeten. Alsof een communist nooit iets juists kon zeggen over de omstandigheden in zijn eigen land, hoe verkeerd hij het verder ook voorhad wat Rusland of China betrof.
     Mijn opponent in zo’n woordentwist was meestal een fabrieksarbeider, of zijn vrouw, die ik door aan te bellen gestoord had bij een leuk werkje in keuken, tuin of garage, of bij het kijken naar een gezellig televisieprogramma. Dat kregelige antwoord was dus begrijpelijk en had verder geen grote gevolgen op landelijk niveau. Maar als een president het woord neemt, zijn die gevolgen er wel. Enkele dagen na zijn Twitterbericht sprak Trump een menigte aanhangers toe, en die menigte begon te scanderen, doelend op de vrouwelijke Congresleden: ‘Send them back! Send them back!’. Nu ging het niet meer over teruggáán, maar over terugstúren. Trump keek goedkeurend toe, en zei achteraf dat hij geprobeerd had de menigte te doen zwijgen door snel verder te spreken. Dat was een leugentje.
     Ik wil wat zich afspeelt op een massa-bijeenkomst van Trump-aanhangers, niet dramatiseren. Er bestaat  natuurlijk niet de geringste kans dat Amerikaanse Congresleden-met-migratieachtergrond ooit écht zullen worden uitgewezen. Maar het is een treurige gedachte dat een scanderende menigte vindt dat zoiets eigenlijk wél zou moeten kunnen.
     Er is in de kranten behoorlijk wat gespeculeerd over de redenen van Trump om zijn go-back-to-your-own-country-bericht te plaatsen. Had hij misschien gedurende 48 uur níet in het middelpunt van de belangstelling gestaan? Dan had hij inderdaad dringend een nieuw schandaaltje nodig. Wou hij zijn eigen aanhangers paaien door een straffe uitspraak? Dat is ook mogelijk, en het is, te oordelen naar het spreekkoor op de daarop volgende massabijeenkomst, goed gelukt.
     Volgens Mijlemans en Temmerman in Het Nieuwsblad is er nog een andere verklaring. Volgens hen, of volgens de de buitenlandse kranten die ze gelezen hebben, probeerde Trump om kiezers uit het Democratische kamp voor zich winnen. Dat is geen slechte uitleg. De Democraten maken de laatste tijd bijvoorbeeld veel ophef rond hun eis om het minimumloon in het hele land op te trekken tot 15 dollar per uur. Dat is misschien economische onzin, maar een sociaal voelend, Democratisch stemmend lid van de middenklasse, die zelf wel wat meer dan 15 dollar verdient, is zo’n eis vaak genegen. Op zo’n moment komt het Trump goed uit om op dergelijke eisen de gezichten te plakken van drie of vier arrogante nieuwkomers die aan de Amerikanen eens gaan vertellen wat ze moeten doen. Misschien zegt die sociaal voelende Democraat wel geërgerd bij zichzelf: weet je wat, dat ze dat minimumloon van 15 dollar eerst maar eens invoeren in Somalië.

     De redenering van Mijlemans en Co heeft evenwel het nadeel van alle electorale speculaties. De zet van Trump zal waarschijnlijk een aantal Democratische kiezers aantrekken, maar hij zal tegelijk ook een aantal andere Democratische kiezers afstoten. Voorspellen welke groep de grootste zal zijn, doet men best ná de verkiezingen. Dan kan ik het ook.


Trump vs. Ilhan Omar (23/7/2019)

    In zijn twitterbericht van vorige week week (juli 2019) zei Trump enkele onvriendelijke dingen over  niet nader genoemde 

‘Congresswomen who originally came from countries whose governments are a complete and total catastrophe … and [who are] viciously telling the people of the United States, how our government is to be run.’  

Dat Congresswomen is meervoud, maar het is eigenlijk het beste toepasbaar op één Congresswoman in het bijzonder, namelijk Ilhan Omar, die geboren is in Somalië en op twaalfjarige leeftijd als vluchtelinge met haar familie in de VS terechtkwam.
     Nu is Ilhan Omar sinds 2000 Amerikaans staatsburger en behoort ze dus zelf tot ‘the people of the United States’. Ze heeft dus, in weerwil van wat Trump suggereert, het recht om mee te bepalen hoe haar eigen ‘government is to be run’, zonder dat ze eerst even als ingangsexamen orde op zaken moet gaan stellen in haar geboorteland. Ze zou dat niet kunnen, geloof ik, maar ik zou het ook niet kunnen en Trump evenmin. Ilhan Omar heeft het recht, als elke Amerikaanse burger, om, zonder bijkomende voorwaarden, scherpe kritiek te hebben op haar nieuwe land, zijn leiders, zijn instellingen en zijn tradities. Geen vooruitgang zonder kritiek. Daarmee is alles gezegd. Of toch bijna, want zoals zindelijkheid, naar het woord van Gerard Reve, niet in hygiëne mag ontaarden, zo is het beter als 
 kritiek niet in ondankbaarheid ontaardt ...
         Nu, ondankbaar of niet, enig politiek talent kun je Ilhan Omar ondertussen niet ontzeggen. Ze leert bij. Indertijd noemde ze de aanslag op de Twin Towers ‘something some people did’. Trump heeft die uitspraak tegen haar gebruikt en ik geloof niet dat ze dat ongelukkige eufemisme in de toekomst nog zal gebruiken. Ze heeft ooit de Amerikaanse Israël-politiek afgedaan als een zaak van corrupte Joodse financiers. ‘It’s all about the benjamins,’ had ze geschreven, daarmee verwijzend naar briefjes van honderd dollar met het portret van Benjamin Franklin. Ze heeft geleerd dat zoiets ook in linkse kringen slecht aankomt, en ze spreekt nu, gemeend of niet, kwaad van het antisemitisme. Ze heeft in 2016 acties ondersteund om mildere, alternatieve straffen te krijgen voor jihadisten die op het punt stonden naar Syrië te vertrekken. Sindsdien houdt ze zich ver van dat soort acties. Ze heeft geleerd dat ze nog het meeste succes behaalt als ze haar aanhangers gewoon vertelt dat Trump elke niet-blanke uit de VS wil deporteren. Er is altijd een publiek dat zoiets wil geloven, in de VS en in Europa.
     Eén raad zou ik Omar nog willen geven, en die betreft haar kledij. Je ziet haar op foto’s zowel met een traditionele moslimse hijab als met een gestileerde afro tulband. Ik zou haar aanraden om resoluut voor dat laatste te kiezen. Theologisch zal het niet veel verschil maken, want de haren zijn in de twee gevallen bedekt, maar de afro tulband doet minder denken aan islamitisch fundamentalisme en meer aan seculier zwart activisme à la Maya Angelou. Veel linkse kiezers in de VS zullen nog altijd dat laatste verkiezen boven dat eerste.

     

Grab them by the pussy (4/8/2020)

Ook vóór hij president was, werd Donald Trump vaak onvolledig geciteerd. ’t Is waar, hij sprak op meetings lang en breed over een muur die hij wou bouwen tussen zijn land en Mexico. ‘I’m gonna build a big fat wall’, zei hij, en die woorden hoorde je dan op de Vlaamse televisie. De andere woorden die hij eraan toevoegde, hoorde je minder vaak: ‘And in that wall we’re going to have a big fat door where people can come into the country, but they have to come in legally.’ Dat is toch een belangrijke nuance. 
     Of neem die andere bekende uitspraak: ‘Grab them by the pussy’. Ook hier wordt de context vaak weggelaten, terwijl die belangrijke informatie bevat. ‘You know,’ had Trump gezegd, ‘I’m automatically attracted to beautiful [women]. I just start kissing them. It’s like a magnet. Just kiss. I don’t wait. And when you are a star, they let you do it. You can do anything. Grab them by the pussy. You can do anything.’
     Nu weten we al iets meer. Het gaat niet alleen over ‘grabbing’ maar ook over ‘kissing’. Maar welke van de twee werd door de latere president als eerste ‘move’ gebruikt?Dát is nog niet helemaal duidelijk. Het is nochtans belangrijk. Alphonse Daudet, de fijnbesnaarde schrijver van Lettres de mon moulin, zei ooit aan Edmond de Goncourt dat er twee soorten vrouwen waren: ‘1° celles qui ne peuvent résister à un baiser sur la bouche, et que révolte la main au cul – 2° celles qui ne succombent que par le bas. La difficulté est de ne pas se tromper. ’ Dat is duidelijke taal. 
     Het nadeel van die treffende uitspraak, is dan weer dat je niet kunt nagaan of ze waar is. Dat kon Daudet zelf ook niet. Telkens als hij een blauwtje opliep, kon hij zichzelf voorhouden dat hij zich vergist had, dat hij had moeten kussen in plaats van onderaan te beginnen, of omgekeerd, en dat dan alles goed zou zijn geweest. Dat er echter ook toen, zonder #MeToo, een derde soort vrouwen bestond,  zal Daudet wel geweten hebben. Maar die overweging hield hij voor zich. Ze zou zijn boutade aanzienlijk verzwakt hebben.




De bestorming van het Capitool, e.a. (8/1/2021)

 * Links en rechts reageren anders op de actie van Trump-aanhangers aan en in het Capitool. Voor de eersten is het een apocalyptisch drama, voor de laatsten een tragische klucht. Ik moet nogal rechts zijn, want ik heb vooral oog voor het kluchtige. Ook is het voor mij geen staatsgreep zolang de kantoren van post en telegrafie, en de bruggen, niet bezet zijn.

* Even was ik in paniek toen ik op CNN iets hoorde over wapens. Dat Amerikanen wapens hebben, is bekend, maar dat ze die voor politieke acties inzetten, dat zou nieuw en verontrustend zijn. Zelfs de Black Panthers gebruikten indertijd hun wapens vooral om te paraderen. Maar mijn paniek was voorbarig. Het was de politie die de wapens trok, wat in de gegeven omstandigheden normaal te noemen was.

* Dat een verliezer van verkiezingen oproept om te betógen tegen een resultaat dat hem niet aanstaat is natuurlijk iets dat in een democratie niet te vaak moet gebeuren.  

* Joren Vermeersch (N-VA) schrijft: ‘Als conservatief heb ik het sowieso niet voor betogingen. Nu weet ik weer waarom. Democratie hoort zich af te spelen in het stemhokje, in het parlement en via de uitwisseling van ideeën in pers en sociale media.’ Ik ben het daar volledig mee eens.

* Is er verkiezingsfraude gebeurd? Dat kan alleen worden vastgesteld door gerechtelijk onderzoek of door grondige statistische analyse van abnormale verkiezingsuitslagen. Maar Trump heeft zijn beschuldigingen van fraude geuit vóór zo’n onderzoek of vóór zo’n analyse waren uitgevoerd. Dat is niet geloofwaardig.

* En eerlijk: kan iemand het zich voorstellen dat Trump, enkele dagen na een ongunstig verkiezingsresultaat, op de televisie was gekomen om te zeggen: I lost fair and square? Vandaag, twee maanden na de verkiezingen, wil hij een vreedzame machtsoverdracht. Dat is too little, en vooral way too late.

* Een CNN-journalist voorspelde eergisteren dat Trump zijn extreme aanhangers nooit zou afvallen. ‘Hij keert zich nooit tegen de mensen die van hem houden.’ Maar nu doet hij het wel. Hij zegt ‘woedend’ te zijn vanwege de acties. Dat begrijp ik. Zijn politieke lot is bezegeld. Als er nu, of zeg binnen een maand, want bij sommige mensen duurt het wat langer, nieuwe verkiezingen werden gehouden, zou Trump aanzienlijk minder stemmen halen.

* Het is nu aan de Republikeinse partij om opnieuw leiders te zoeken van het type Ronald Reagan en Mitt Romney.

* Er zijn twee dingen die ik enkele jaren geleden nooit had kunnen voorspellen: dat een stelletje actievoerders het Capitool zou bezetten, en dat een man die op zijn hoogtepunt 75 miljoen Amerikanen vertegenwoordigde, verbannen zou worden van Facebook en Twitter. Ongeveer iedereen veroordeelt het eerste. Iedereen zou ook het tweede moeten veroordelen.

* Ik heb, als ik het goed heb, mijn laatste stukje over Trump geschreven de dag nadat hij verkozen was. Daarna heb ik de Amerikaanse politiek niet meer gevolgd. Trump was voor mij niet zozeer iemand die ‘goed’ of ‘slecht’ was: hij had nooit mogen bestaan.

* De vooringenomenheid van de pers tegen Trump heeft het mij moeilijk gemaakt. De kans bestond altijd dat ik van de weeromstuit sympathie zou krijgen voor de man. Dat is gelukkig nooit gebeurd, want af en toe zag ik een glimp van hem op de televisie.

* Staatshoofden, zeker in een moreel ernstig land als de VS, dien je te beoordelen zowel op hun beleid als op hun persoonlijkheid en stijl. Over het beleid van Trump weet ik weinig; misschien was daar veel goeds bij. Zonder corona zou hij geloof ik de verkiezingen gewonnen hebben op de economie. Maar zijn persoonlijkheid was verachtelijk. Als moreel voorbeeld was hij ongeveer de slechtst denkbare president.

* Men zei dat Trump loog over kleine dingen, maar over grote dingen de waarheid sprak die andere politici uit de weg gingen. Dat kan. Dat liegen over kleine dingen staat mij eigenlijk nog meer tegen dan het liegen over grote dingen.

* Of Trump trouwens cynische leugens vertelde, onbezonnen bullshit verkocht, of gewoon ‘delusional’ was, is niet helemaal duidelijk.

* Ik lees hier en daar paniekerige commentaren dat de Russen en de Chinezen nu de Verenigde Staten en het Westen zullen uitlachen. Wel ja, met Tienanmen heeft niemand gelachen, geloof ik.

* Op de Kamerzitting van gisteren werd Theo Francken door Groen en sp.a aangevallen omdat hij enkele maanden geleden Trump ‘politiek slim’ had genoemd (hier). Maar Francken is geen Trump-aanhanger. Bij de verkiezingen werden Vlaamse politici door journalisten gevraagd hun voorkeur uit te spreken voor Trump of Biden. De meesten kozen Biden, Van Grieken koos Trump, en Francken en Raoul Hedebouw hadden geen voorkeur (hier). Dat was ook mijn houding. Ik zou uitzonderlijk voor de libertarische kandidaat gestemd hebben, al weet ik niet wie dat was.

* Links zal overigens eens moeten beslissen of Francken nu de nieuwe Hitler of de nieuwe Trump is. Of is daar geen verschil tussen? 

*  Ondertussen moeten ook hier de slagen vooral gericht blijven op N-VA, zelfs al was Vlaams Belang de Trump-partij. Je moet altijd voor ogen houden wie de hoofdvijand is, wist Lenin al. 

* Ook mooi is dat Trumps retoriek over frauduleuze verkiezingen worden gelijkgesteld aan uitspraken van N-VAers die vragen hebben bij de legitimiteit van de groen-blauw-rood-oranje regering. Of een regering legaal of frauduleus is moet juridisch worden geëvalueerd. Of een regering legitiem is, met andere woorden of er een goede reden voor is, wordt politiek geëvalueerd, en dat zal de zittende regering anders doen dan de oppositie. 

* Nu geef ik toe dat legitiem’ ook een juridische betekenis heeft. Ik heb dat voor de zekerheid opgezocht. Maar het woord opzettelijk in die zin misverstaan is een erg gemene streek. Het is precies het soort demagogie waarvoor men beweert te waarschuwen. 

* Hoewel ik nogal goedgelovig ben, ga ik niet gemakkelijk mee in samenzweringstheorieën. Ik las op de sociale media dat de politie opzettelijk de betogers heeft binnengelaten in het Capitool. Hoeveel politieagenten zouden op de hoogte moeten zijn van zo’n consigne? Zouden die allemaal hun mond houden?

* Ik las ook dat de betogers vermomde linkse antifa’s waren. Ik heb ze eens goed bekeken, die betogers, toen ze als provinciale toeristen het Capitool binnenliepen als was het een museum, angstvallig binnen de koperen afzetpalen en rode koorden blijvend, met ontzag de marmeren standbeelden en zuilen aanschouwend (zie hier). Geen antifa’s lijkt mij.

* Abou Jahjah liet op de sociale media weten dat de actie eigenlijk best te vergelijken was met veel geweldloze protestacties van links. Daar zit iets in. Je denkt aan een groep klimaatbetogers die het Capitool zou binnenlopen, en Greta Thunberg die het spreekgestoelte zou bestijgen (alhoewel ze daar meestal officieel toe wordt uitgenodigd).

*  Toch verschil ik van mening, en wel langs links, met de voormalige radicaal. Door het grote symbolische karakter van het gebouw, is er iets meer aan de hand. Het is de doorbreking van een taboe, van een tot voor kort haast unaniem respect voor de democratische instellingen. Extreme populisten zijn die instellingen, en hun gebouwen, gaan beschouwen als een symbool van de verderfelijke elite. Dat is dan wel weer een dramatische en gevaarlijk evolutie. 



Trump Verbannen van Twitter (11/1/2021)

      Ik heb eens wat rondgekeken op mijn eigen blog en vastgesteld dat mijn stukjes met de naam Trump in de titel haast nooit over Trump gaan. Dit wordt weer zo’n stukje.
     Trump wordt dus verbannen van Twitter en Facebook vanwege zijn kwalijke berichten. Dat stelt mij voor een gewetensprobleem. Ik ben een groot voorstander van vrije meningsuiting, ook voor meningen die ik fout of onwaarschijnlijk vind, bijvoorbeeld dat er grootschalige fraude geweest is bij de Amerikaanse verkiezingen, dat Bart De Wever een geheime nazi is, en dat vaccins tegen corona niet meer zijn dan een truc van Big Pharma om miljarden binnen te rijven. Ik lees liever het tegenovergestelde, maar dat hebben veel mensen: dat ze liever hun eigen mening lezen maar dan door anderen verwoord.
    Aan de andere kant ben ik een groot voorstander van het eigendomsrecht. Dat eigendomsrecht houdt in dat de aandeelhouders van Twitter en Facebook naar eigen goeddunken mogen beslissen wie ze aanwerven, wie ze ontslaan, welk lettertype ze gebruiken, wat ze doen met hun winst, en wat ze publiceren, dan wel weigeren te publiceren. De staat mag zelf geen censuur uitoefenen, maar moet zich niet moeien met een firma die dat wel doet. Als een firma alleen berichten van veganisten en nudisten wil plaatsen, en alle berichten van vleeseters en zwembroekdragers wil censureren, dan is dat haar beslissing en haar business model.
     Toch wil ik de sociale media niet zó gemakkelijk carte blanche geven. Twitter en Facebook zijn immers niet zomaar bedrijven, het zijn in de praktijk ook monopolies. Dat is normaal een probleem van korte duur. Als er maar één vliegtuigmaatschappij bestaat in de wereld, dan zijn de vluchten duur, de gerieflijkheden beperkt en de bestemmingen schaars. Er komt snel een tweede vliegtuigmaatschappij die klanten van de eerste afsnoept met goedkopere vluchten, meer comfort en andere bestemmingen. De eerste maatschappij zint dan op middelen om zelf ook iets aan hun prijs, hun comfort en hun aantal bestemmingen te doen. Nog beter is het als er een derde en een vierde maatschappij komt. The more, the merrier, tot op een zeker punt natuurlijk.
     Is dat ook zo voor Twitter? Of laat ons zeggen voor Facebook, dat ik beter ken. Zou het wenselijk zijn dat er een tweede, een derde, en een vierde Facebook kwam? Dat de nudisten hun aparte Facebook hadden, de zwembroekdragers een ander, en de driedelige maatpakdragers nog een ander? Die verschillende platforms zouden dan misschien mooier en gebruiksvriendelijker worden, om de concurrentie voor te blijven, maar de reikwijdte van elk platform zou minder zijn. Het is alsof, om de vergelijking met het vliegwezen aan te houden, het aantal bestemmingen zou dàlen als er meerdere actoren zijn, en het aantal zou stijgen als er een monopolie is. Er werd indertijd ruimte gemaakt voor meerdere telefoniebedrijven. Je kunt van de ene provider overstappen op de andere. Maar je behoudt je nummer, en kunt moeiteloos iedereen opbellen, bij welke provider hij ook is aangesloten.
     Meerdere gelijksoortige platformen zou geloof ik ook niet goed zijn voor de maatschappelijke dialoog. Ik heb in elk geval liever één Facebook waar ik blogs en commentaartjes op kan plaatsen die zowel door links als rechts en alles daartussenin kunnen worden gelezen en waar iedereen op kan reageren. Zelfs op dat éne Facebook sluiten we ons nu al te veel op in een bubbel van gelijkgezinden.
     Als je het zo bekijkt, is Facebook niet alleen een monopolie, maar ook – uitzonderlijk – een wenselijk monopolie. Eén Facebookmonopolie waar links én rechts, progressieven én conservatieven, Republikeinen én Democraten gebruik van maken, is in de praktijk beter dan twee concurrerende zuilen*.  Eén Facebookmonopolie voor christenen, joden, moslims en atheïsten is beter dan vier verschillende concurrerende platforms, ook al stoot de christen zich dan af en toe pijnlijk aan een kwetsend bericht van een atheïst en omgekeerd. Misschien maken ze dan ruzie, wat ook een vorm van dialoog is. 
     Maar om de dialoog en de ruzie mogelijk te maken, hoort dat ene Facebook dan ook te opereren als een neutraal doorgeefluik dat zich niet bezig houdt met het schiften van wat oorbaar en onoorbaar is. Zoiets ligt immers anders, indien niet voor de christen en de atheïst, dan zeker voor de Democraat en de Republikein. En neutraliteit kan zó moeilijk niet zijn. De posterijen kunnen het. Die gaan ook niet controleren wat we op onze wenskaarten schrijven.
     Misschien kan de staat voor één keer, in plaats van haar macht te gebruiken om monopolies op te splitsen, die gebruiken om de neutrale rol van het monopolie te controleren? Zodat op sociale media niets wordt verboden, wat door de wet is toegelaten. Voor andere media zoals kranten, radio en televisie is die staatscontrole niet nodig want daar is concurrentie wel mogelijk en wenselijk.
     Dan mogen Facebook, Twitter en de anderen verder beslissen over lettertype, lay-out, aanwerving en ontslag, reclame, regels voor 
fondsenwerving, en besteding van de winst.

* Uiteraard moet het juridisch mogelijk blijven om concurrerende platforms op te richten. Het monopolie moet nu ook niet wettelijk beschermd worden. Een lezer merkte verder op dat twee concurrerende platformen niet noodzakelijk allebei zuil-platformen hoeven te zijn. Platform A kan zich exclusief op Democraten richten en platform B op Democraten en Republikeinen. Maar in de praktijk beperkt het bestaan van platform A het bereik van platform B.

PS
Ik kreeg een interessante reactie op Facebook van Edgard Frederix.
‘Een analogie van social media-bedrijven met telefoniebedrijven is interessant. Je kan inderdaad personen opbellen die een abonnement hebben bij een concurrerend telefoniebedrijf. Wat als de overheid simpelweg zou verplichten dat er een soortgelijke interconnectiviteit bij de social mediabedrijven tot stand wordt gebracht?
Dat ik van Facebook kan overschakelen naar Google+ of LinkedIn en mijn contacten bij Facebook mij naadloos terug kunnen vinden op het nieuwe platform? Op die wijze worden de feitelijke monopolies gemakkelijk doorbroken.
Het is vooral een denkoefening, want ik weet dat er veel meer technische problemen zullen opduiken dan bij een simpele telefoonverbinding. Maar het zou in ieder geval een veelvoud van social mediaplatforms mogelijk maken.
Monopolies zijn altijd funest. Denk maar aan Google, waar de eerste vijf resultaten van een opzoeking nu meestal betalende advertenties zijn die amper kunnen onderscheiden worden van de echte zoekresultaten eronder.
Monopolies zijn niet compatibel met het kapitalistische economische systeem, dus mogen ze niet getolereerd worden.’

*

Hierboven liet ik verstaan dat de mensen van Twitter en Facebook een soort censuur uitoefenen als ze een bericht verwijderen of een account opheffen. Misschien is het wat ondankbaar om zo’n vies woord als censuur te gebruiken. Mijnheer Zuckerbeg laat mij gratis en voor niets zijn Facebook te gebruiken om er mijn blogs op te publiceren. Zonder hem, beste lezer, kende je mij en mijn stukjes misschien niet. Ik moet hem dankbaar zijn voor de geboden mogelijkheid. Als hij dan in zijn wijsheid die mogelijkheid weer afneemt, tja, the Lord giveth and the Lord taketh away.
     In datzelfde stukje overwoog ik of mijn regering zou mogen tussenkomen om censuur van Twitter en Facebook te verbieden, terwijl die regering, in tegenstelling tot mijnheer Zuckerberg, mij nog nooit iets gegeven heeft zonder dat ik er voor betaald heb, en vaak te duur. Ook is het niet zeker of een regering  ooit in de door mij overwogen zin zal tussenkomen.  Het tegenovergestelde is waarschijnlijker: dat een regering tussenkomt om van de sociale media nog meer censuur te eisen, tegen ‘hate speech’ bijvoorbeeld. Onze Vivaldi-regering acht ik daar wel toe in staat (zie hier).
     Eigenlijk verwacht je van de sociale mediabedrijven dat ze zelf alle censuur zouden vermijden. Dat die eigenaars en bedrijfsleiders redeneren: elke gebruiker, blank, geel, rood, groen of bruin brengt onrechtstreeks centen in het laatje, of die schakeringen nu verwijzen naar zijn huidskleur of naar zijn politieke overtuiging. De Twitter-verbanning van Trump, en van 70 000 van zijn aanhangers, heeft de aandelenkoers van het bedrijf met 11 % doen dalen.
      Een bedrijfsleider heeft normaal geen voordeel bij discriminatie en uitsluiting. Je kunt als eigenaar van een café of een bordeel natuurlijk een bordje aan het raam ophangen ‘interdit aux étrangers’, zoals ik mij dat herinner van mijn jeugd. Misschien willen je blanke klanten dat zo en doe je dat dan maar. Maar het blijft, zoals men het in The Godfather formuleert, ‘bad for business’. Winstzucht drijft bedrijfsleiders in de richting van inclusie, politieke onverschilligheid, en neutraliteit, zoals de christelijke bakker van mijn jeugd zijn brood evengoed verkocht aan een socialist of een liberaal, en meestal zijn eigen politieke voorkeur angstvallig geheim hield. De Volksunie-visboer op de Grote Markt bij ons was een uitzondering.
    Je kunt een begrip als vrije meningsuiting op verschillende manieren uitleggen. Je kunt het zien als een fundamenteel recht van elk individu om de slimste of domste meningen te verspreiden zonder dat iemand, en met name de regering, dat kan beletten. Je kunt het zien als een epistemologische noodzaak om uit te maken wat nu juist slim of dom is. Du choc des idées jaillit la lumière. En je kunt het ook zien als een heilzame praktijk die allerlei voordelen biedt: van uitlaatklep, over bron van vermaak, tot drijfveer van het maatschappelijk debat. Misschien, je weet maar nooit, zijn het uiteindelijk zelfs de slimme meningen die bovendrijven.
     Als vrijheid van meningsuiting als heilzame praktijk wordt gezien, dan moeten de burgers niet alleen de vrijheid hebben om te zeggen en te schrijven wat ze willen, ze moeten ook de middelen hebben om die vrijheid uit te oefenen. Dat betekent weer niet dat de regering die middelen ter beschikking moet stellen. Als mijn lezersbrieven door de bestaande kranten niet worden opgenomen, moet de regering mij niet helpen om met het belastinggeld van mijn buurman een nieuwe krant op te richten. Zoiets zou niet mogelijk, niet wenselijk en, voor wie iets interessants te melden heeft, ook niet nodig zijn. Dat is het trouwens nooit geweest. Het was in de 17de en 18de eeuw voldoende dat de Nederlandse regering de drukpers gerust liet, zonder zich te moeien met wat haar niet aanging; de winstzucht van de kaaskoppen deed de rest. Er werden altijd wel drukkers gevonden die bereid waren de dissidente meningen van Spinoza, Descartes en Voltaire te drukken*, als het even kon in piratenedities waar ze geen auteursrechten op moesten betalen.
     De sociale media hebben echter drie veranderingen meegebracht. Ten eerste werd voor het eerst een technisch instrument geschapen waarmee élke burger zijn mening kon verspreiden over de hele wereld. Zelfs mijn bescheiden blog bereikt langs Facebook wel eens een lezer in de buurt van Bangkok, Caïro en Buenos Aires. Ik moet daar niets voor betalen en de belastingbetaler evenmin. Ten tweede wordt die mogelijkheid verzekerd, niet door verschillende elkaar beconcurrerende drukkers, zoals destijds in Holland, maar door twee bedrijven die in  het opiniërende segment een monopolie hebben, zodat ik mijn blogjes niet moet gaan posten op vierendertig verschillende platformen, één rechts, één links, één neutraal, één centrum-neutraal, enzovoort. En ten derde, en helaas, biedt de gewone winstzucht geen garantie meer op de neutraliteit van die bedrijven. Als de vertegenwoordiger van 75 miljoen Amerikanen – misschien zijn het er ondertussen maar 60 miljoen meer – kan worden geweigerd, wie is dan wel veilig voor verbanning? Althans Angela Merkel ziet in dat zoiets een probleem vormt (zie hier).
     Of Merkel een oplossing heeft voor het probleem is weer een andere kwestie. In een reactie op mijn vorige stukje maakte Herman Jacobs een scherp en verstandig onderscheid. Hij vond dat een regering niet het recht heeft om ‘klootzakken’ – dat zijn zijn woorden – als Tariq Ramadan en Siegfried Verbeke, het zwijgen op te leggen. Anderzijds zou hij nooit toelaten dat zij hun islamistisch of negationistisch gebral op zijn Facebookpagina zouden verspreiden. In navolging van Richard Rich, getuige à charge in het proces tegen Thomas More (zie hier),  zal ik de kwestie van de regering een ‘higher case’ en die van Herman zijn persoonlijke pagina een ‘lower case’ noemen. De oplossing is in de twee gevallen glashelder, zowel voor mij als voor Herman. Zelf zou ik de heel aparte monopoliepositie van Twitter en Facebook als een middle case’ omschrijven. En zoals geweten is het de ‘middle case’ die Thomas More zijn kop heeft gekost.

 * Je zou kunnen denken dat Spinoza, Descartes en Voltaire gedrukt werden omdat ze zulke slimme dingen vertelden. Dan moet je eens kijken wat de Hollanders van die tijd verder nog drukten aan zouteloze praatjes van halvegare predikanten.

_____________ 


Bart De Wever over Trump (17/1/ 2021)


     De Afspraak op vrijdag had vorige week Liesbeth Van Impe, Amerika-expert Kerremans en politicus Bart de Wever aan eenzelfde goedgeschraagde tafel verenigd. Van Impe was ongewoon zenuwachtig en Bart heeft geleerd om niet meer met zijn ogen te rollen. Als Van Impe iets vertelde, keek hij geamuseerd, en als professor Kerremans iets zei, keek hij geconcentreerd en geïnteresseerd. 
    Soms was Van Impe naar mijn smaak te agressief. Toen Bart een lange uiteenzetting over Amerika besloot met een verwijzing naar hoe Hongkong behandeld wordt door communistisch China, zei Van Impe: ‘We gaan het volgende week nog wel over Hongkong hebben, nu gaat het over Amerika.’ 
   Op zich was wat Van Impe deed een goede zet. Als iemand een onderwerp ontwijkt door over iets anders te beginnen, mag je hem daar gerust op wijzen. Alleen had geloof ik niemand, behalve Van Impe, de indruk dat Bart het thema ‘Amerika’ of ‘Trump’ probeerde te ontwijken.
    Een mooi moment in de uitzending was toen Bart zijn mening gaf over de bijna ex-president Trump, een mening die ‘in vier jaar tijd niet veranderd was.’ Hij had het pijnlijk gevonden dat zo’n onbeschoft man de leiding had over dat grote land, hij had niet de indruk dat hij daar vanuit Europa veel over te vertellen had, en hij had vastgesteld dat er al genoeg criticasters waren die die taak op zich namen. ‘U zal mij nooit betrappen op een positief woord over Trump’, zei Bart nog, ‘maar ik heb daar vooral over gezwegen.’ – ‘Door te zwijgen hebt u dat dus in het ongewisse gelaten,’ antwoordde De Vadder. Waarop Bart: ‘Als u mij die vraag had gesteld, had ik daarop geantwoord.’
     Kijk, dat laatste, dat heb ik ook vaak gedacht. Als Bart een vraag krijgt van een journalist, kan hij die ontwijken, of over iets anders beginnen, en soms doet hij dat, maar zijn eerste reflex is om de vraag gewoon te beantwoorden, al was het met 
geen commentaar.


H.L. Mencken en de Trumpisten van zijn tijd (6/8/2021)

      Mencken is een erg geestig schrijver, maar zijn verslagen van het Scopes-proces over het al dan niet doceren van de evolutietheorie op school vallen tegen. Je merkt amper dat hij in Dayton geweest is. Het meeste had hij ook kunnen schrijven van achter zijn bureau in Baltimore. Hij geeft negentig procent commentaar en tien procent feiten, is erg partijdig – hij betaalde mee voor de verdediging van Scopes –, hanteert kwistig de hyperbool, schrijft zijn tegenstanders de laagste motieven toe, herhaalt voortdurend wat hij al eerder geschreven heeft, en zijn belangrijkste argument is dat de plattelandsbewoners in het Zuiden allemaal achterlijke ‘yokels’ zijn  ‘trumpisten’ zou Bjorn Soenens nu zeggen.


P.J. O'Rourke  (17/2/2022)

P.J. verzon titels als Don’t Vote. It Just Encourages the Bastards, maar zelf schrok hij er niet voor terug om stemadvies te geven, de  laatste keer zelfs voor Joe Biden. ‘He’s wrong about absolutely everything, but he’s wrong within the normal parameters of wrong.’ Dat zijn tegenstander Donald Trump zich niet binnen ‘normal parameters’ bewoog, zullen velen onderschrijven, ook van degenen die niet, zoals P. J.  tot de welgestelde New England upper class behoren. Mij trof in die formulering vooral de voorkeur die eruit sprak voor proportie boven ideologie.



Wijdvertakte samenzwering (7/10/2022)

    Vandaag heeft de linkse onderzoeksjournalist het gemakkelijk. Zo’n Tom Cochez van Apache wil iets schrijven over ‘prepper’ en wapengek Yannick Verdyck die door de politie is doodgeschoten*. Hij zet zich achter zijn computer, opent Google en Facebook, tikt de naam ‘Verdyck’ in, klikt op enkele hyperlinks, en het artikel schrijft zichzelf: ‘Apache toont het netwerk waarin Verdyck al geruime tijd meedraaide en finaal verstrikt raakte.’ 
     Volgt een stuk met een vijftigtal namen van personen, organisaties en publicaties die een netwerk weergeven waar je zó verstrikt in kunt raken dat je blijkbaar riskeert om te worden doodgeschoten. Ik heb het gevaarlijke netwerk hieronder in een namenwolk weergegeven, waarbij de namen die meerdere keren geciteerd zijn in een groter lettertype worden weergegeven.


     ’t Is leuk om even rond te kijken op de wolk. Je kunt het plaatje best vergroten voor een betere leesbaarheid. Aan de linkerkant zie je bijvoorbeeld, drie regeltjes onder N-VA, de naam van de Antwerpse zanggroep De Strangers. Iets hoger aan de rechterkant zie je de naam van Donald Trump.
     Oké. Wat heeft Donald Trump met Yannick Verdyck te maken? Wel! Trump had een handlanger, Steve Bannon, en die handlanger had weer een handlanger wiens naam niet genoemd wordt en die ik ‘meneer X’ heb gedoopt. Die meneer X – een handlanger van een handlanger van Trump dus – heeft samen met een zekere Vincent De Roeck een boekenclub opgericht ‘in de schoot van het Europees Parlement’. En laat die Vincent De Roeck nu net de voorzitter zijn van de ‘libertaire denktank Libera!’.
     Met Libera! hebben we eindelijk de laatste schakel van de Verdyck-Trump-connectie te pakken. Heeft Verdyck op zijn Facebookpagina immers niet verschillende keren blijk gegeven van ‘sympathie voor Libera! en voor nogal wat mensen die er bestuurder van waren of zijn?’ Ik heb onmiddellijk de Facebookpagina van Libera! opgezocht en met een flink aantal duimpjes en hartjes mijn sympathie laten blijken voor de denktank en voor mensen die er bestuurder van zijn, zodat Cochez het makkelijker heeft als hij ooit mijn netwerk in kaart wil brengen.



Trump en antifa  (5/11/2022)

Antifa is geen organisatie, zoals Trump schijnt te denken, of een idee, zoals Biden schijnt te denken, maar het refereert aan het gedrag van een stelletje heethoofden met maskers, hoodies, stokken en zwarte vlaggen. Een aantal van die heethoofden worden later leraar, provinciegouverneur of diplomaat.



De midterms van 2022 (15/11/2022)

     Volgens onderzoek staat ongeveer 1/3 van de Republikeinse kiezers onvoorwaardelijk achter Trump. Binnen het geheel van de Republikeinse kiezers vormen ze dus een minderheid, maar zij vormen waarschijnlijk de grootste, meest homogene en meest fanatieke minderheid. Als Amerikaanse burger zou ik, al naar gelang mijn kiesdistrict, kiezen voor een Democratische kandidaat of voor een Republikeinse anti-Trump-kandidaat. Mocht ik zelf Republikeins congreslid of senator zijn, dan zou ik mij gedeisd houden, zoete broodjes bakken en vriendelijk lachen, tot een gunstig moment is aangebroken om, samen met anderen, Trump een mes in de rug te steken. ’t Gebeurt veel te weinig in de politiek.


Trump, Stalin en de waarheid (24/4/2023)

     Trump en Stalin waren allebei leugenaars, maar de gevolgen voor de samenleving waren verschillend. In het  het Trumpiaanse en post-Trumpiaanse Amerika gelooft  de ene helft van de bevolking oprecht in waarheid A, de andere helft in waarheid B, met daarnaast enkele opportunisten die liegen over waar ze echt in geloven. In Stalinistisch Rusland moest iedereen doen alsof hij in waarheid A geloofde, tot de autoriteiten beslisten dat het toch waarheid B was.



Alternative Truth (24/8/2023)

      Vroeger hadden we de  Iraakse minister van Informatie – Comical Ali – die verklaarde dat de troepen van het regime standhielden, terwijl je op de achtergrond de Amerikaanse tanks hoorde. Vandaag hebben we president Trump die beweerde dat op zijn inauguratie evenveel mensen aanwezig waren als op die van Obama, terwijl foto’s vanuit dezelfde hoek genomen het tegendeel bewezen; we hebben Poetin die beweerde geen oorlog te voeren tegen Oekraïne terwijl zijn tankcolonnes oprukten naar Kiev.
     Het is
 alternative truth, een aperte leugen, die de cognitieve dissonantie voedt van degenen die er graag in geloven en het cynisme voedt van de sceptici. Beiden kunnen tot de conclusie komen dat de waarheid er niet toe doet, en dat je dan maar beter gelooft wat je graag gelooft.
 


Kennisonrecht en het proletenpetje (30/8/2023)

     Filosofe Sigrid Wallaert citeert twee collega-filosofen  Miranda Fricker en Kate Manne over kennisonrecht. ‘Geloofwaardigheid wordt niet altijd eerlijk verdeeld, zo luidt het. Stereotiepe opvattingen beïnvloeden wie geloofd wordt of niet. De samenleving heeft immers al te vaak meer empathie met mannen dan ze eigenlijk verdienen … zeker als de man in kwestie een mooi cv heeft, een hoge positie of een chic kostuum.’… 
      Ik geloof dat niet zo erg, dat vandaag de sympathie nog altijd uitgaat naar de rijkaard boven de proleet? Waarom draagt Trump anders zo’n proletenpetje? Zijn wij niet allemaal opgevoed met Hollywoodfilms en -series die ons rijke slechteriken laten zien? 



Privéleven en karakter (23/9/2023)

     Onze geliefde Latijnse leraar, Bernard Denijs – meester  gebruikte de Catilinarische redevoeringen om ons te waarschuwen dat we politiek en privé-leven gescheiden moesten houden. Je moest een politicus beoordelen op zijn programma en zijn beleid, en niet op zijn karakter, want wat hij in zijn privé-leven deed, of hoe hij zijn seksualiteit beleefde, ging niemand aan. Van een van de oproerige studentenleiders, vertelde meester nog, werd gezegd dat hij homoseksueel was. Ik weet niet meer hoe meester het verwoordde maar zijn commentaar kwam hierop neer: et alors? Meester gaf ook Frans.
     We leven gelukkig in een tijd en in een land waar homoseksualiteit of het hebben van een buitenechtelijke dochter geen obstakel meer zijn voor een politieke carrière. Maar de meesten van ons gaan bij het kiezen van politieke vertegenwoordigers toch nog altijd rekening houden met karakter en gedrag in de privé-sfeer. Iedereen zal daarbij enigszins andere grenzen trekken. Voor de enen is plassen in een bloembak een breekpunt, voor anderen is een racistische uitspraak op café een brug te ver, weer anderen zullen een streep in het zand trekken bij overspel, opdringerig gedrag tegenover een 17-jarige, of luchtgitaar spelen terwijl je vrienden een politiecombi vandaliseren.
     Geen van bovenstaande voorbeelden – die nochtans veelzeggend zijn voor het karakter van de betrokkenen –  zouden mijn kiesgedrag ingrijpend beïnvloeden. Maar ik kan mij niet voorstellen dat ik ooit op Trump zou stemmen, zelfs als ik het met 60 procent van zijn programma eens zou zijn. Een politicus die liegt, dat begrijp ik, maar een politicus die bijna dagelijks liegt over kleinigheden, dat zegt iets fundamenteels over zijn karakter. Zoiets mag meespelen, vind ik. Ik heb Amerikaanse democraten gekend die voor Reagan stemden vanwege diens fatsoen, en Republikeinen die voor Biden stemden, niet vanwege diens fatsoen, maar vanwege het gebrek aan fatsoen van hun eigen kandidaat.



Troost voor de linkse intellectueel (25/11/ 2023)

       Als ik afga op het interview in De Standaard is politicoloog Larry Bartels iemand die veel goede boeken heeft geschreven. Ik citeer wat losjes uit het interview. ‘Van een radicaalrechtse golf in Europa is geen sprake.’ ‘Het is de taak van de politieke leiders en de media om de mening van kiezers managen.’ ‘De middenpartijen kunnen radicaal rechts isoleren als ze willen.’ ‘De boodschap van de politici is bepalend voor wat het volk denkt.’ ‘Angela Merkel bewijst dat je steun voor migratie stabiel kunt houden.’ ‘De Amerikaanse arbeidersklasse is niet overgelopen naar Trump.’  
     Uit die boeken van Bartels moet voor de linkse intellectueel toch veel troost te halen zijn.
 


Simpel (1/12/2023)

     Caroline de Gruyter besluit ze een interessant stuk (DS 25/11) over extreemrechts en Europa met een ferme stelling . ‘De opmars van extreemrechts stoppen,’ schrijft zij, ‘is helemaal niet zo ingewikkeld. Als middenpartijen ophouden met extreemrechtse standpunten te kopiëren, kan extreemrechts niet aan de macht kome. Zo simpel is het.’
    En eigenlijk is het nog simpeler.  Als Donald Trump geen rechts-populistische standpunten had ingenomen, dan hadden de Amerikanen nooit een rechts-populistische president gehad.




Kortjes

Relativeren (12/12/2023)
     Er zijn altijd goede redenen om iets te relativeren: de Hamas-raid in Israël, de burgerslachtoffers in Gaza, het begrotingstekort, de klimaatopwarming, de onveiligheid van kerncentrales, het islamfundamentalisme, het gevaar van Trump. Zeg mij wat je relativeert, en ik zeg je wie je bent.

Trump fascist
     Steven De Foer schreef voor De Standaard (12/12) een verontrustend stuk over Trump. Hij overbelicht misschien het grapje van Trump dat hij voor één dag dictator wil zijn. Hij herhaalt misschien te vaak dat Trump zijn tegenstanders ‘ongedierte – vermin’ heeft genoemd. Alsof De Gucht na zijn mestkeveruitspraak als fascist geboekstaafd stond. En De Foer is wat haastig als hij zegt dat het Hooggerechtshof ‘naar de pijpen van Trump danst’ en dat zijn verkiezingsprogramma de Turkse president Tayip Erdogan zou overtreffen qua inperking van de mensenrechten. Zoals ik al zei, je kunt alles relativeren.
     De Foer begint zijn stuk echter met een citaat uit een recente speech van Trump in New Hampshire: ‘We zweren plechtig dat we ze zullen uitroeien, de communisten, marxisten, fascisten en radicaal-linkse misdadigers die als ongedierte binnen de landsgrenzen leven.’ Omdat ik het niet helemaal vertrouwde, heb ik het citaat even opgezocht, en ’t is inderdaad letterlijk wat Trump gezegd heeft. Zie hier op 1:47:20. Ik ben geen vriend van de communisten, de marxisten, de fascisten en de radicaal-linksen. Toch staat dat ‘plechtig zweren’ en dat ‘uitroeien’ mij niet erg aan. 

Trump fascist (2)
     Waar is de tijd dat econoom Lode Vereeck – toen Lijst De Decker, nu Vlaams Belang – een lijstje had aangelegd van alle kenmerken van het fascisme, en dat dan naast het programma en het optreden van Trump had gelegd?


Moordfantatsie  (12/12/2023)

     Nic Balthazar vroeg zich ooit wat hij zou doen als hij Trump tegenkwam in een donker steegje. Dat was op zich al geen erg waarschijnlijke gebeurtenis, maar nog onwaarschijnlijker was dat Nic dan een wapen bij zich zou hebben, een blaffer. Maar ondanks de grote onwaarschijnlijk kwam Nic door zijn fantasie in aanraking met een delicate morele vraag, namelijk of hij Trump, die hij als een gevaar voor de wereldvrede en voor een gezond klimaatbeleid beschouwde, niet best kon ‘afknallen met een blaffer.**’
     Ik van mijn kant probeer fantasieën en dromen over donkere steegjes te vermijden. Maar ik heb een andere fantasie, ingegeven door mijn communistisch verleden.  Ik stel mij voor dat de Republikeinse Partij wordt geleid door een politburo dat regelmatig bijeenkomt, maar eigenlijk weinig te vertellen heeft. Ze zijn voor hun postje afhankelijk van Trump die ze haten, maar waar ze bang voor zijn. Tussendoor spreken de leden apart af met andere leden, tasten voorzichtig het terrein af, steken af en toe één teen in het koude water, en op zeker ogenblik is het voor iedereen duidelijk dat er een anti-Trump meerderheid is. De gewezen  president wordt uitgenodigd voor de volgende vergadering. De grote dag breekt aan. Trump komt grijnslachend binnen en gaat zitten. Dan springt Mitch McConnell van zijn stoel, haalt een pistool uit zijn binnenzak – Second Amendment – loopt naar het hoofd van de tafel waar Trump zit en schiet hem een kogel door zijn nek.
     Ik vind dat Mitch daarbij iets moet roepen. Casca riep: ‘Speak, hands, for me!’ – althans volgens Shakespeare. Chroestsjov riep: ‘Ik begraaf je in de geschiedenis, vuile vetklep!’ – althans volgens de film. Maar mijn voorkeur gaat uit het ‘Sic semper tyrannis’ van John Wilkes Booth. Dat ligt mooi in de Amerikaanse traditie.
      En het mooiste van mijn fantasie is: ik moet mij geen morele vragen stellen zoals Nic, want het is McConnell die geschoten heeft. 


Nogmaals Steven De Foer  (15/12/2023)

     Op pagina 15 van De Standaard staat een stuk over Trump van Steven De Foer. Even overlopen. Hé, wat is dat daar? In de vierde kolom lees ik het volgende. ‘Het Hooggerechtshof mag dan de jongste jaren zeer rechts-conservatieve standpunten geveld hebben over abortus, positieve discriminatie en vrije wapens, het heeft Trump in zijn persoonlijke juridische kwesties ook al vaak ongelijk gegeven.’ Las ik drie dagen geleden niet, in dezelfde Standaard, en van de hand van dezelfde De Foer, iets helemaal anders. Ik citeer: ‘Het hooggerechtshof danst al naar Trumps pijpen.’ Ik heb daarop toen gereageerd in een kortje, en die zin een ‘overdrijving’ genoemd.
     Hoe kan de De Foer zich nu in drie dagen tijd zo tegenspreken? Ik zie maar drie verklaringen. Eén: h
ij schrijft om het even wat, zonder daarbij na te denken. Twee: hij heeft mijn blog gelezen en zijn fout ingezien? Drie ... dat is wat ingewikkelder. Het zou zó gegaan kunnen zijn. Toen De Foer zijn eerste stuk schreef wist hij ook wel hoe het in elkaar zat. Trump heeft tijdens zijn presidentschap drie rechters kunnen benoemen, waardoor er in het Hooggerechtshof een conservatieve meerderheid is die Grondwet nogal letterlijk interpreteert, en die over sommige kwesties arresten velt die overeenkomen met het programma van de Republikeinen. Maar de journalist had niet veel zin om die ingewikkelde materie in detail uit te gaan leggen. Hij zocht dus naar de dichtstbijzijnde dode metafoor en vond, zonder daar veel bij na te denken, de uitdrukking ‘naar de pijpen dansen van iemand.’* In het artikel van vandaag echter is het hoofdonderwerp de relatie tussen Trump en het Hooggerechtshof, en dan moet alles wat preciezer worden verwoord worden.
     Dat is echter geen excuus voor de schromelijke overdrijving van drie dagen geleden. De context van dat artikel vereiste ook de grootste precisie over de kwestie. De Foer probeerde immers aan te tonen dat Trump een ‘fascist zonder gêne’ was. Over de fascistische mentaliteit van Trump had hij zelfs gelijk, vond ik. Trumps verwerping van het verkiezingsresultaat en van de gerechtelijke uitspraken over dat verkiezingsresultaat, zeggen genoeg. Maar de journalist probeerde ook om af te wegen of Trump tijdens een tweede ambtsperiode de kans zou krijgen om in de praktijk een autoritair regime te vestigen. Dat is een veel moeilijker vraag.      De Foer beweert dat Trump zal proberen zijn tegenstanders in de politiek en in de media gerechtelijk te vervolgen. Dat kan hij zeker proberen. Men probeert het voortdurend tegen hem. Trump zou ook proberen ambtenaren te ontslaan en te vervangen door andere die hem trouw zijn. Ik geloof dat een Amerikaanse president daarvoor inderdaad nogal wat speelruimte heeft. Trump zou ten slotte proberen de de presidentiële macht uit te breiden. Maar als hij dat probeert, botst hij wel tegen de grenzen van de Grondwet aan – grenzen die bewaakt worden door het Hooggerechtshof. En dan is het belangrijk of dat Hooggerechtshof bestaat uit handlangers van Trump ‘die naar zijn pijpen dansen,’ dan wel uit conservatieven die de Grondwet, ondanks politieke druk, nogal letterlijk interpreteren.
    Daarmee wil ik het autoritaire gevaar van Trump II niet kleiner voorstellen dan het is. Ik citeer even uit een recente speech van Trump in New Hampshire: ‘We zweren plechtig dat we ze zullen uitroeien, de communisten, marxisten, fascisten en radicaal-linkse misdadigers die als ongedierte binnen de landsgrenzen leven.’ .
     Onder het MacCarthyisme hebben de Verenigde Staten ook gedurende enkele jaren verschillende autoritaire trekjes gekregen, en dat was met een president – Eisenhower – die tégen dat autoritarisme was, maar die uit berekening zweeg. Anderzijds stond toen de pers grotendeels achter de illiberale
 Red Scare. Vandaag is dat anders. Trump dreigt met censuur tegen MSNBC en NBC. Dat is natuurlijk heel erg, maar ondertussen was hij het zelf die, toen hij nog president was, gecensureerd werd door Facebook en Twitter.
     Nee, ik zal het autoritaire gevaar van Trump nooit onderschatten, evenmin als het gevaar van dode metaforen, die, voor je het weet, een heel andere nuance meegeven dan je eigenlijk zou moeten meegeven.

J.D. Vance  (15/12/2023)
      Nu ik, beroepshalve zal ik maar zeggen, De Foers grote Trump-stuk van drie dagen geleden heb herlezen, viel mij voor de tweede keer de naam van een J.D. Vance op, ‘de non-fictieauteur die met Trumps steun senator van Ohio werd.’ J.D. Vance … Ik ken een J. Vance, een beroemde sciencefiction auteur, maar die is waarschijnlijk al dood. Ik zoek het even op. “J.D. Vance. A member of the Republican Party, he came to prominence with his 2016 memoir, Hillbilly Elegy.”
 
    Hillbilly Elegy, dat boek ken ik, dat wil zeggen, ik heb de verfilming ervan gezien, met Glenn Close en Amy Adams. Het is het soort film waarbij mijn vrouw en ik elkaar aankijken en zeggen: al die mensen die we daar zien stemmen waarschijnlijk voor Trump. We zeggen dat niet denigrerend of bewonderend, maar als vaststelling, blij dat we die mensen een beetje leren kennen, niet de idioten die manifesteren met MAGA-bordjes, maar de mensen die zich van politiek weinig aantrekken, en als ze dan toch moeten gaan stemmen, alles samen genomen liever Trump hebben dan the other guy.

Home Alone 2 (1/1/2024)

     Volgens regisseur Chris Columbus heeft Donald Trump zelf geëist om een cameo te mogen doen in Home Alone 2, anders mocht er niet gefilmd woden in het Plaza Hotel waar hij eigenaar van is. Volgens Trump is men hem komen smeken om die cameo te doen. Wie moeten we nu geloven? 

Omzwachteld

      De Amerikaanse professor Lawrence Douglas probeert te voorspellen hoe de Republikeinse concurrenten van Trump zullen reageren als die laatste veroordeeld wordt in de strafzaken die lopende zijn. Misschien zullen ze daar gebruik van maken. ‘Dat zal omzwachteld gebeuren,’ zegt de professor, ‘zoals: Jammer dat hij veroordeeld is, maar nu zullen we toch echt een alternatief moeten zoeken.’ De professor betreurt een dergelijke omzwachteling. Hij zou het wenselijk vinden dat de aanval wat meer moreel onderbouwd zou zijn.’
     Dat laatste begrijp ik niet. Wie wil de professor met zo’n morele onderbouwing overtuigen? De Democraten? De Republikeinen die nu nog niet door hebben dat de ex-President een bad guy is? Of de Republikeinen die de ex-President op handen dragen juist omdat hij een bad guy is? Nee, dan is de omzwachteling mij liever. Ik heb vaak meegemaakt hoe geslepen cynici die techniek met succes hanteerden, op vergaderingen bijvoorbeeld. Geen gepreek, maar een voorgewend realisme en fatalisme. ‘Ik had het liever anders gezien.’ ‘Niets beter dan dat om iemand een mes in de rug te planten.
     Ik heb in deze kwestie al herhaaldelijk gepleit voor het mes in de rug. Hopelijk is het geen boter aan de galg.  

Trumptroost (17/1/ 2024)

     Ik lees het stuk van Amerika-kenner Frans Verhagen in De Standaard. ‘Het is nog niet zeker dat Trump de Republikeinse nominatie in de wacht sleept, en nog veel minder dat hij weer president wordt.’ Ik neem het stuk gretig door, in de hoop wat troost te vinden na het voor mij slechte nieuws uit Iowa, zoals ik ook gretig alle stukken lees waarin een spoedige Oekraïense overwinning voorspeld wordt. Helaas, uit het artikel blijkt dat Verhaegen vooral zichzelf wil troosten.

Vermomd racisme (23/1/2024)

     Pim Raes, die stukjes over Amerika schrijft in De Standaard, is geloof ik getrouwd met een meisje dat nog in mijn klas gezeten heeft. In zijn laatste stukje schrijft hij over een ‘verdoken vorm van racisme van boze blanke kiezers.’ Hij heeft het over de politici die dat postracialism electoraal uitbuiten, mensen zoals Donald Trump, Nikki Haley, Tim Scott, Eric Adams – de laatste drie zelf ‘mensen van kleur’.
     Aangezien ik de Amerikaanse politiek niet volg, weet ik niet of de immigratie daar vergelijkbaar is met de immigratie bij ons. Maar de beschuldigingen van racisme, neem ik met een korrel zout. Nikky Haley wordt ‘vals gematigd’ genoemd omdat ze Amerika geen racistisch land vindt en omdat ze tegen positieve discriminatie is. Ik ben ook tegen positieve discriminatie. Raes schrijft: ‘Het racisme vermomt zich als een aanval op overdreven politieke correctheid en als nostalgie naar het naoorlogse Amerika.’ Wanneer ik mijn oude stukjes overloop, zijn daar veel ‘aanvallen op overdreven politieke correctheid’ bij. Mijn vader wordt al 70 jaar geplaagd door nostalgie naar het naoorlogse Amerika. Zijn mijn vader en ik daarom vermomde racisten? Of is de uitval van Pim Raes een vermomde procès d’intention?

Elite (12/2/2024)

Anti-populisten beweren graag dat elite een vaag begrip is, en ze hebben gelijk. Maar op momenten van verslapte aandacht schrijven zij ook zaken als :‘Donald Trump won in 2016 de verkiezingen, terwijl niemand van de politieke of maatschappelijke elite hem steunde.’ Ik denk dat iedereen ongeveer begrijpt wat hier bedoeld wordt.

De Maslow-piramide en de cultuurstrijd (3/2/2024)

    Een deskundige verklaarde in De Standaard hoe de Maslow-piramide van menselijke behoeften de verschuiving in de Amerikaanse politiek kan verklaren. ‘Amerika heeft zoveel goedkope consumptiegoederen dat, zelfs als je relatief arm bent, je nog steeds omringd wordt door technologische wonderen. Zo kwam onze politiek los te staan van de materiële aspecten van het leven. Elk thema wordt herleid tot een symboolkwestie, waar mensen dan enorm boos om worden.’

      Die analyse is tegenovergesteld aan die van Conner Rousseau. Volgens Rousseau kun je de culture war overstemmen als je luid genoeg roept over ongelijkheid.



De Ruskies (17/3/2024)

     Annelien  De Greef vult de laatste opiniepagina van De Standaard. Een zinnetje  valt mij op. ‘Zo zinderen de woorden van Donald Trump nog na: I encourage the Russians to do whatever the hell they want.’ Met google vind ik het zinnetje niet terug. De enige verwijzing die ik krijg is het artikel van De Greef zelf. Maar Trump zal wel iets gezegd hebben. Wat precies? Wanneer? Ging het over Oekraïne? Ik zou het graag weten. 
     Een behulpzame lezer heeft mij daarop een link doorgestuurd naar de toespraak van Trump waarin het bewuste zinnetje voorkwam. Het was op een recente verkiezingsmeeting in South-Carolina. De ex-president was aan het opscheppen hoe hij Europese Navo-landen had overtuigd om hun bijdrage te betalen. Trump vertelt wat er volgens hem op een internationale ontmoeting gebeurd is.  

‘Een van de leiders van een groot land stond op en zei: ‘Mijnheer, als we niet betalen en we worden aangevallen door Rusland, zou u ons beschermen?’ Ik zei: ‘U hebt niet betaald? U bent een delinquent?’ Hij zei: ‘Ja.’ ‘Oké. Laat ons aannemen dat dat gebeurt. Nee, ik zou u niet beschermen. Meer nog, ik zou hen aanmoedigen om verdomme alles te doen wat ze willen. U moet betalen. U moet de rekening betalen.’ En wees gerust, het geld stroomde binnen.

 Joe Biden en het driedeurenprobleem (3/7/2024)

     Als ik maar even de kans zie, leg ik aan iedereen die ik tegenkom het driedeurenprobleem voor. Je doet mee aan een spelprogramma, waarin je voor drie deuren komt te staan. Achter een van die deuren staat een auto die je mag hebben als je de juiste deur raadt. Je gokt bijvoorbeeld op deur A. De spelleider komt nu tussen, opent een van de deuren waar géén auto achter staat, laten we zeggen deur B, en vraagt dan of je je keuze wilt veranderen of behouden. Het gaat een beetje tegen onze intuïtie in, maar je moet je keuze inderdaad veranderen. Je moet voor de andere deur kiezen. Met deur C maak je dubbel zoveel kans als met deur A. Deur B + deur C stonden oorspronkelijk voor 66 % van de kansen, en aangezien deur B weggevallen is, komen die 66 procent nu exclusief aan deur C toe.
 
     Bij de Amerikaanse verkiezingen staan de Democraten ook voor een driedeurenprobleem. Twee deuren zijn al geopend. In een van de deuropeningen staat kandidaat Trump en in de andere kandidaat Joe Biden. De logica is anders dan die van hierboven, maar de conclusie is dezelfde: de Democraten moeten hun keuze veranderen en voor de andere deur kiezen. Daarmee kunnen ze hun kansen op het presidentschap meer dan verdubbelen, zelfs als die klein zou blijven. 

 J.D. Vance (16/7/2024)

     Trump heeft zijn running mate aangeduid: J.D. Vance. In De Standaard van 13/7 schrijft Steven De Foer dat Vance aan Harvard afstudeerde en ‘bekend staat als een volslagen amorele opportunist.’ Ik heb voor de zekerheid ook het stuk van Roan Asselman op Doorbraak gelezen. Daar heet het dat Vance aan Yale afstudeerde en dat hij gruwelijk intelligent en verbaal sterk is - dat geven vriend (graag) en vijand (minder graag) toe.
      Wie het bij het juiste eind heeft over de universiteit van Vance en over zijn reputatie, moet de lezer zelf maar eens uitzoeken. Het stuk van De Foer is in elk geval wat aan de oppervlakkige kant. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat Vance geëvolueerd is van anti-Trump in 2016 naar pro-Trump in 2022. Maar welke inhoudelijke evolutie dat inhoudt, komen we niet te weten. Asselman legt dat wel uit: Vance stapte over van kritiek op het uitkeringsstelsel dat werklozen afhankelijk maakt, naar het omarmen van dat stelsel waar een deel van de Trump-kiezers afhankelijk van is.
      De Standaard citeert verder een uitspraak van Vance: ‘De retoriek van Biden dat Donald Trump een autoritaire fascist is, heeft rechtstreeks tot de moordpoging op hem geleid.’ Minstens het woord ‘rechtstreeks’ is hier een aperte onwaarheid. Maar het is hetzelfde soort aperte onwaarheid dat ik zou gelezen hebben over de retoriek van Trump mocht op Biden een aanslag zijn gepleegd. Misschien had ik die zin dan zelfs letterlijk in een artikel van De Foer aangetroffen. 
     Ik wou nog iets meer schrijven over Vance, maar ik merk dat ik dat reeds eerder deed, op 15 december van vorig jaar, en eveneens naar aanleiding van een stuk van De Foer. Dit was toen mijn commentaar:

 ‘Een naam die mij opviel was die van J.D. Vance ‘de non-fictieauteur die met Trumps steun senator van Ohio werd.’ J.D. Vance, J.D. Vance … Ik ken een J. Vance, een beroemde sciencefiction auteur, maar die is waarschijnlijk al dood. Ik zoek het even op. “J.D. Vance. A member of the Republican Party, he came to prominence with his 2016 memoir, Hillbilly Elegy.” 

    Hillbilly Elegy, dat boek ken ik, dat wil zeggen, ik heb de verfilming ervan gezien, met Glenn Close en Amy Adams. Het is het soort film waarbij mijn vrouw en ik elkaar aankijken en zeggen: al die mensen die we daar zien stemmen waarschijnlijk voor Trump. We zeggen dat niet denigrerend of bewonderend, maar als vaststelling, blij dat we die mensen een beetje leren kennen, niet de idioten die manifesteren met MAGA-bordjes, maar de mensen die zich van politiek weinig aantrekken, en als ze dan toch moeten gaan stemmen, alles samen genomen liever Trump hebben dan the other guy. 

Complottheorie ‘light’ (16/7/2024)

     Ik las ergens op FB dat de aanslag op Trump ‘niet per se’ een bewust plan was om hem als martelaar te laten voorkomen. Het was zelfs ‘niet waarschijnlijk’ dat Trump er zelf achter zat. Zo laat de steller van het bericht merken dat hij niet als naïeveling meedoet aan complottheorieën, zelfs als die van links komen. 
     
Niet per seniet waarschijnlijk ... 't zijn mooie, bruikbare formuleringen. Zelf denk ik bijvoorbeeld dat de redding van Trump ‘niet per se’ te danken is aan een Goddelijke interventie. Ik vind het zelfs ‘niet waarschijnlijk.’

Iconische foto (16/7/2024)

      Ik ben zoals iedereen erg onder de indruk van die prachtige foto van Donald Trump. Veel is de verdienste van de fotograaf, maar de blauwe lucht, de wapperende vlag, de geheven vuist, de zonnebril van de agent rechts, dat alles kreeg hij mooi cadeau. Men loofde ook de compositie van de foto, met het gezicht van Trump mooi in het midden. Dat begreep ik niet goed. Dát was toch het resultaat van een bijknipbeurt achteraf? Als ik foto’s van mensen plaats, knip ik die ook bij, zodat het gezicht mooi in het midden komt.
     Maar het is een prachtige foto, die Trump toont als Trump. Ik vraag mij af hoe Obama zou hebben gereageerd een aanslag. Meer als een gentleman denk ik. Meer als Ronald Reagan.

Economisch programma  (17/7/ 2024)
     Zelfs als de beelden die wij op televisie te zien krijgen zorgvuldig geselecteerd zijn, weet ik nog met zekerheid dat Trump een grofbesnaarde, onverdraagzame en leugenachtige man is. Dat is voor mij genoegd. Stijl zegt niet alles, maar beeldfragmenten van Churchill, De Gaulle en Hitler dragen toch bij tot de mening die ik over die figuren heb. De gemoedelijke Stalin is hier een uitzondering.
      Mocht ik echter in de VS wonen, dan zou ik mij ook moeten gaan verdiepen in het beleid dat iemand als Trump voorstaat. Ik zou moeten lezen wat insiders schrijven over het te verwachten Oekraïne-beleid van Trump in plaats van af te gaan op enkele quotes. En ik zou het te verwachten economisch beleid van Trump moeten vergelijken met dat van Biden. Zij zijn voor het buitenland allebei min of meer aanhangers van het protectionistisme – wat jammer is – en voor het binnenland allebei min of meer aanhangers van de vrije markt – wat fijn is. Trump lijkt mij verder te gaan in zijn protectionisme én in zijn vrije-marktbeleid. Dan zou ik dus moeten inschatten wat het zwaarste doorweegt.
     Gelukkig leef ik in Vlaanderen waar ik wel weet voor wie ik moet stemmen.

‘Fascisten’. (19/7/ 2024)

       Joshua Livestro in de Standaard doet een sterke uitspraak over de hedendaagse extreemrechtse leiders. Trump, Bolsonaro, Orban, Le Pen en Wilders zijn geen conservatieven maar ‘fascisten’. Dat woord heeft als nadeel dat het een discussie eerder afsluit dan stimuleert. De communistische leider Dimitrov definieerde het fascisme als de ‘openlijke terroristische dictatuur van de meest agressieve groepen van het financierskapitaal.’ Dat is een hele mond vol, maar met de eerste drie woorden komen we ook al een heel eind: ‘openlijke terroristische dictatuur.’ Dan denk ik aan

  1. Afschaffen van parlement
  2. Ondergeschikt maken van alle macht en recht aan een leider of kliek die niet (her)verkozen hoeft te worden
  3. Opschorten van zekere mensenrechten 
  4. Verbieden van oppositionele partijen
  5. Opsluiten van opposanten
  6. Censureren van de media en verbieden van oppositionele pers
  7. Verlaten van de gelijkheid voor de wet     
   Geen van deze maatregelen staan in de partijprogramma’s van extreemrechtse partijen. Is het mogelijk dat ze er in het geheim van dromen om die maatregelen door te voeren? Dat kan. Is het mogelijk dat ze die maatregelen doorvoeren bij het behalen van een absolute meerderheid? Dat kan. Is het mogelijk dat ze ze doorvoeren met een coalitieregering? Tja, alles kan. Het minste wat we kunnen zeggen is dat we hier heel ver gaan in de speculatie.
     Livestro gebruikt ook subtielere argumenten, die een diepgaander antwoord verdienen: extreemrechts ...
  1.  zit in een aparte morele categorie
  2. bestaat uit racisten
  3. erkent de grondrechten niet
  4.  is antisysteem’
  5.  ondermijnt de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht
  6. staat garant voor politiek circus en onbekwaam bestuur

     Het zou overtuigender zijn als hij niet per se wou bewijzen dat extreemlinks op al die vlakken beter is. 

Owen Jones en Steven De Foer (20//7/2024)

      Op de opinie-pagina’s van De Standaard het zoveelste stuk over ‘de ramp’ die zich in de VS aan het voltrekken is. De auteur is dit keer de linkse activist Owen Jones die door de PVDA in 2013 al op haar Manifiesta-feest werd opgevoerd. Ik wil dat stuk van Jones gerust eens lezen. De analyse is misschien wat extreem, maar de toon is al met al zakelijker dan die van Steven De Foer op de pagina’s voorbehouden voor berichtgeving.

Trumps haat voor de pers (20//7/2024)

     Een liberale democratie kan niet functioneren, schrijft Ian Buruma (DS, 10/7), zonder een onafhankelijke rechtspraak, een vrije pers en een onpartijdig ambtenarenapparaat. Aangezien Trump ‘vijandig staat’ tegenover de rechterlijke macht, de bureaucratie wil ‘volproppen’ met zijn aanhangers, en de pers ‘haat’, vormt hij een ‘existentieel gevaar voor de democratie.’
     Vooral die ‘haat’ intrigeert mij. Ik kan Trumps hart en nieren niet doorschouwen, maar ik twijfel eigenlijk niet aan het bestaan van die haat. Ik geloof dat de kracht van Trump is dat hij veel van zijn ressentiment niet huichelt. Maar die haat voor de pers heeft tijdens Trumps vorige presidentschap niet belet dat de The New York Times en The Washington Post dagelijks onvriendelijke dingen over hem schreven. Ik voorspel dat dat bij het volgende presidentschap niet anders zal zijn. Al moet de lezer mij niet geloven. Mijn vorige voorspelling was dat Trump, na de bestorming van het Capitool, voorgoed had afgedaan.

Compromisbereidheid (20//7/2024)

     Een passus van Buruma blijft door mijn hoofd spoken. ‘Een meerderheid van de stemmen geeft het recht om te regeren, maar niet om een beleid te dicteren.’ Is dat nu spelen met woorden? Wat later is Buruma duidelijker: ‘Belangenconflicten moeten in een democratie worden opgelost in compromis.’ Die gedachte spreekt mij wel aan. Je kunt niet over alles compromissen sluiten, maar zonder een zekere matiging in beleid en toon kan het inderdaad slecht aflopen. Daarom is het bijvoorbeeld beter dat een president zijn haat tegen de pers niet al te dikwijls in zijn uitspraken laat blijken. Ook kapitaliseren op ressentiment dient met mate te gebeuren. Je mag de boosheid van het publiek verwoorden tijdens een verkiezingscampagne, of als je in de oppositie bent, maar ermee doorgaan als zittend president, zoals Trump indertijd deed, is ongezond. 

Kamala Harris-opwinding (23/7/2024)
     Half januari schreef Frans Verhaegen een opinie in De Standaard over de Amerikaanse primaries. ‘‘Het is nog niet zeker dat Trump de Republikeinse nominatie in de wacht sleept.’ Ik zag daarin niets meer dan een troostend woord voor mensen zoals ik die vier jaar geleden geloofden dat Trump politiek dood en begraven was, en die nu met lede ogen moeten aanzien dat hij sterker is dan ooit. In De Standaard van 22 juli heeft Verhaegen een nieuw woord van troost: ‘De Republikeinen hebben te vroeg gepiekt.’ Dat vind ik al geloofwaardiger. De kandidatuur van Kamala Harris, waar ik bij wijze van spreken nog nooit van had gehoord, veroorzaakt ook bij mij in het verre Vlaanderen een zekere opwinding. Maar ik geef toe dat zo’n opwinding bij mij van korte duur is. Het is dus best mogelijk dat Harris bij mij ook te vroeg gepiekt heeft en dat ik op 5 november alsnog vergeet om te gaan stemmen. 

Bericht, analyse, commentaar  (23/7/2024)
     Steven Defoer heeft een voor zijn doen beheerst stuk geschreven (DS 23/7) over de ‘vliegende start van de Harris-campagne.’ Maar zich helemaal zakelijk uitdrukken lukt niet. Hij spreekt over ‘het blok aan het been dat Biden helaas geworden was.’ Dat helaas heeft alleen het perspectief van de Democraten weer, voor de Republikeinen was het misschien een gelukkig maar.
      In mijn ideale berichtgeving ontbreken zulke woordjes. Op 31 juni 1934 wil ik ook niet lezen in de avondkrant dat Herr Hitler ‘helaas’ de leiding van de SA heeft laten ombrengen en dat hij ‘jammer genoeg’ ook enkele conservatieve tegenstanders heeft laten doden. In de berichtgeving wil ik de namen lezen van degenen die omgebracht zijn, en wat hun functie was. In een analyse wil ik speculaties lezen als ‘Hitler heeft door deze roekeloze stap zijn al wankele machtspositie verder ondergraven’, of ‘voortaan zullen we een nieuwe, gematigder Hitler leren kennen.’ En in de commentaarstukken mag men die Hitler gerust een zwijn noemen.

Mexicaanse grens (5/8/2024)
     In een opiniestuk van Pim Raes lees ik dat ‘onder Trump vijfduizend kinderen gescheiden werden van hun ouders, en dat tweeduizend van die gezinnen [bedoeld wordt tweeduizend van die kinderen] nog altijd niet herenigd zijn.’
      Ik herinner mij dat drama nog. Het was een politiek die Trump van april tot juni 2018 toepaste om illegale immigratie tegen te gaan. Ouders werden opgesloten in de gevangenis, en kinderen werden opgevangen door het US Department of Health and Human Services. Wat mij echter verwondert is het grote aantal van kinderen – ongeveer tweeduizend dus – dat nog altijd niet bij hun ouders terecht is, ook al trok Trump na twee maand zijn beleid weer in, en heeft president Biden maatregelen uitgevaardigd om de gezinnen weer te herenigen.
     Ik moet even zoeken op Wikipedia en in de Amerikaanse pers om te weten te komen wat de oorzaken zijn van die mislukte herenigingen. Ten eerste: de gebrekkige administratie die niet goed bijhield welke ouders bij welke kinderen hoorden. Ten tweede: uitgewezen ouders die de keuze maakten om hun kinderen in de VS te achter te laten in plaats van ze terug te laten keren naar de armoedige omstandigheden waar ze vandaan kwamen. Ten derde: ouders die verdwenen of ondergedoken zijn, hetzij in de Verenigde Staten, hetzij in het land van herkomst. 

Het vrije woord op X (13/8/2024)

     Naar aanleiding van de rellen  in Groot-Britannië na de moord door een 17-jarige jongen op drie minderjarige meisjes doet Koen Vidal een oproep om X.com beter te controleren op haatberichten.      Vidal besluit zijn oproep tot censuur als volgt:

Meerdere regeringen beramen zich op over deontologische codes die Musk ertoe moeten aanzetten de extreemrechtse, misogyne en racistische haatzaaierij … tegen te gaan. Hopelijk worden die toekomstige codes daadwerkelijk afgedwongen. Want met zijn beslissing om presidentskandidaat Donald Trump met miljoenen dollar per maand te steunen, maakte Musk duidelijk … welke denkbeelden hij met X wenst te verspreiden en versterken.

     Die woorden leveren één zekerheid op, en een twee vragen. De zekerheid bestaat hierin dat Vidal met zijn woord ‘afdwingen’ uitdrukkelijk oproept tot regeringscensuur. De vragen zijn de volgende. Eén: bedoelt Vidal dat het niet censureren van meningen hetzelfde is als het onderschrijven, bevoorrechten of propageren van die meningen? Voor zover ik weet censureert Musk evenmin de linkse en progressieve meningen. Twee: beseft Vidal dat de volgende regering in de VS geleid zou kunnen worden door Donald Trump? Ik lees overal, onder andere in De Standaard, dat een volgende regering-Trump, kritiek van opposanten ‘de mond zal snoeren’. Is Vidal niet bang van het soort deontologische code die Trump zou kunnen afdwingen ten aanzien van de sociale media? Misschien dat er dan voor de denkbeelden van Vidal niet veel ruimte meer is.
      Ik lees ergens dat sommige bedrijven stoppen met Tesla’s te kopen omdat Musk de kandidatuur van Trump steunt. Mij goed. Maar over zijn geen-censuur beleid ben ik erg te spreken. Mocht Musk echter morgen beginnen met progressieve, linkse en extreemlinkse boodschappen te censureren op X, dan beloof ik dat ik nooit een Tesla zal kopen.

De prijscontroles van Kamala (31/8/2024)

     Wie alleen op De Standaard is aangewezen en een dwars karakter heeft, kan moeilijk anders dan sympathie te ontwikkelen voor Donald Trump en een even grote antipathie voor Kamala Harris. Rik Torfs heeft daarover een mooie quote : ‘De verslaggeving over de Amerikaanse verkiezingen in onze media lijkt op die van een sportwedstrijd waarbij Kamala Harris “onze landgenote” is.’
     Maar ik ben minder dwars dan ik lijk, en het volstaat voor mij om Trump een minuut aan het woord te horen, om te weten dat ik op 13 oktober niet op hem zal stemmen, ook al omdat hij in Keerbergen niet op de lijst staat.
     Harris komt overigens ook niet op, en ik weet niet zeker of  ik als Amerikaan voor haar zou stemmen.  Dat ze zich afzet tegen de invoertarieven die Trump nog wil verhogen, vind ik uitstekend. Ze heeft gelijk als ze dat een ‘taks op alle burgers noemt.’ Dat ze aanstuurt op meer prijscontroles neemt mij dan weer tegen haar in. In de hitte van de verkiezingsstrijd laten de Republikeinen uitschijnen dat Harris aanstuurt op een algemene prijscontrole terwijl Harris naar uitzonderlijke omstandigheden verwijst. Maar tegenstanders van de vrije markt verwijzen altijd naar uitzonderlijke omstandigheden, met als argument dat ze woeker, dumping of prijsafspraken willen bestrijden.
     In elk geval,  ik voel de Amerikaanse politiek niet aan. Voor het eigen land is dat makkelijker. We kunnen vrij realistisch voorspellen wat de politieke partijen echt proberen te bereiken en welke programmapunten ze in een coalitie zullen inslikken. Maar in Amerika, met dat tweepartijenstelsel? Zou Harris écht de prijzen gaan controleren**, of zouden haar adviseurs haar dat na de verkiezingen uit het hoofd praten? Zou Harris echt het de invoertarieven verminderen, of zou ze zoals Biden die tarieven verhogen om de vakbonden te vriend te houden?

‘Overtuigende Harris’ (11/9/2024)

     Hoe kan ik nu weten of Donald Trump dan wel Kamala Harris het debat ‘gewonnen’ heeft? Het interesseert mij niet genoeg om het debat zelf te bekijken. De Standaard schrijft dat Harris erin slaagde om Trump in de hoek te duwen. Maar kan ik De Standaard vertrouwen in zulke kwesties? Eigenlijk niet. Eens kijken wat Elon Musk schrijft op X. Hier heb ik het. ‘While I don’t think the debate hosts were fair to Donald Trump, Kamala Harris exceeded most people’s expectations tonight.’ Oké, ik geloof Musk. 

Dalilla’s kinderen (22/9/2024)

     Ook als Dalilla Hermans over de Amerikaanse verkiezingen schrijft, betrekt ze er haar kinderen bij. Laatst was ze van plan hen een foto van Kamala Harris te laten zien. Dalila heeft groot gelijk. Je kunt met die politieke opvoeding niet vroeg genoeg beginnen. Toen mijn zoontje drie jaar was, keek ik met hem naar Yes Minister. Hij moest dan luid lachen met de cartoons van de begingeneriek. ‘Kijk, papa, grote neuzen!’
   Het plannetje van Dalilla is echter in duigen gevallen toen ze naar het televisiedebat Harris-Trump keek.

 ‘Ik zag dat stukje waarin die vrouw - een echo van Bill Clintons that woman? - haar visie gaf op een genocide waarin kinderen genadeloos vermorzeld worden. Waarin ze een kleur bekent die verder reikt dan haar huid. En ik besloot de foto niet te tonen.’

     Zo is dat, Dalilla, je hebt helemaal gelijk. Stoute Kamala! Men moet altijd verder kijken dan de kleur van de huid en het gender. Altijd eerst controleren of een zwarte vrouwelijke medemens, wat ze verder ook vertelt, wel voldoende anti-Israël is. 

Het bloedbad van Bjorn Soenens (28/9/2024)

     ‘Trump jaagt schrik aan,’ zei Bjorn Soenens onlangs, ‘hij dreigt en wint mogelijk de Amerikaanse presidentsverkiezingen.’ Dan volgde een geluidsfragment met de stem van Trump: ’If I don’t get elected, it’s gonna be a bloodbath.’ Die zin uit zijn context halen was een schoolvoorbeeld van manipulatieve berichtgeving. Het volstond om twee of drie voorafgaande zinnen te citeren om te verduidelijk wat Trump aan het zeggen was. ‘We’re gonna put a one hundred percent tariff on every single car that comes across the line. And you’re not gonna be able to sell those. If I get elected! If I don’t get elected, it’s gonna be a bloodbath.’
     Nu blijft Trump natuurlijk een leugenaar, want ten eerste, je kunt de werkgelegenheid niet redden met tarieven; ten tweede, Harris zal waarschijnlijk ook die tarieven heffen; en ten derde, het afdanken van arbeiders is geen ‘bloedbad’, hoe vaak ook de vakbonden die hyperbool herhalen.

Het ‘pro-Amerikaanse beleid’ van Biden

     Tinneke Beekman schreef vorige week (DS 12/9)  dat Joe Biden sinds 2020 ‘op economisch gebied ongegeneerd een pro-Amerikaanse koers voert.’ Dat is een bijzonder ongelukkige formulering. Een Amerikaanse president die een pro-Amerikaanse koers volgt, stel je voor! Ze bedoelt natuurlijk een protectionistische koers, of desnoods een anti-Chinese koers.
    De formulering is om nog een andere reden ongelukkig. Een protectionistische koers is strijdig met de korte- en zeker de lange termijnbelangen van de meeste Amerikanen. Biden voerde dus geen pro-Amerikaanse maar anti-Amerikaanse koers. Net als Trump.

Capitool - Capitole (24/10/2024)

      Groen verzamelde al drie keer voor het Gentse gemeentehuis om te protesteren tegen de deelname van N-VA aan de coalitiegesprekken. Ik wou die actie graag vergelijken met de Trump-aanhangers die het Capitool bestormden. Maar de verschillen zijn te groot. In Washington trok men de geldigheid van de verkiezingen in twijfel, in Gent trekt men de geldigheid van de coalitiebesprekingen in twijfel. Ook is het belegerde gemeentehuis van Gent enkele honderden meter verwijderd van het gebouw dat Capitole heet.

Trump I en Trump II  (28/10/2024)

    Ruud Goossens herhaalt in De Standaard (26 en 28/10) de wijdverbreide speculatie dat Trump II ‘veel gevaarlijker’ zou zijn dan Trump I. Hier en daar lijkt Goossens te overdrijven, haalt hij een citaat uit de context of houdt hij zijn formulering erg vaag.  Ik geef telkens één voorbeeld. 

  1. Overdrijving: ‘In het Hooggerechtshof beschikt Trump over een supermeerderheid. ’
  2. Vage formulering: ‘Ook politieke tegenstanders zoals de Democraten Nancy Pelosi of Adam Schiff lopen in zijn vizier.’
  3. Uit de context getrokken: ‘… Trump zegt zelf dat verkiezingen over vier jaar overbodig zullen zijn.’ 
[De context was de volgende. Trump riep zijn aanhangers op om dit keer zeker te gaan stemmen voor hem. In vier jaar tijd zou hij dan zoveel realiseren dat het er de volgende keer niet meer op aan kwam wie de verkiezingen won.]

     Wat mij ook niet verder helpt is dat Goossens een toestand die ik slecht ken, die in de Verenigde Staten, vergelijkt met een toestand die ik nog slechter ken, die in Hongarije. Toch heb ik geprobeerd, om voor mijzelf een beter beeld te krijgen, uit het stuk van Goossens een lijstje van maatregelen te distilleren van wat Trump II allemaal zou kunnen betekenen - althans volgens Goossens.

  1. Vervanging van 20.000 tot 50.000 linkse ambtenaren door Trumpaanhangers (normaal worden bij een nieuwe president ongeveer 4.000 ambtenaren vervangen)
  2. Deportatie van 10 tot 20 miljoen illegale immigranten met daarbij razzia’s, detentiekampen en opsluiting zonder proces 
  3. Verbod op immigratie uit bepaalde moslimlanden
  4. Afschaffing van het ministerie van Onderwijs
  5. Verbod op pornografie
  6. Verbod op het versturen van abortuspillen (ik vermoed tussen verschillende staten)
  7. Stopzetting van alle subsidies voor seksuele voorlichting en gezinsplanning
  8. Toestemming voor politie (en leger) om te schieten ‘op de benen’ van linkse relschoppers
  9. Inzetten van gerecht en belastinginspectie tegen politieke tegenstanders
  10. De Federal Trade Commission onder het gezag van de president brengen
  11. Kritische berichtgeving tegengaan door druk uit te oefenen op de eigenaars van de media

     Ik weet niet of dat bonte lijstje representatief is, maar het oogt mij niet appetijtelijk, op punt 4 na. Een andere vraag is of de soep wel zo heet gedronken zal worden, als ze door Trump geschonken is. Zal Trump zijn plannen en dreigementen kunnen realiseren? Goossens vreest van wel, en uit zijn stuk valt alweer een lijstje te distilleren, dit keer van argumenten. Die komen hierop neer. Trump …

  1. … is ondertussen politiek geradicaliseerd
  2. … wordt gedreven door wraakzucht en rancune na zijn vorige nederlaag
  3.   is beter voorbereid dan bij zijn eerste verkiezing o.a. door de hulp van denktanks als The Heritage Foundation
  4. … heeft nu de volledige Republikeinse partij achter zich
  5. … wordt niet meer omringd door gematigde figuren uit de ambtenarij, het leger of de ondernemingswereld
  6. ... heeft vandaag betere betrekkingen met mediamagnaten en Big Tech.
  7. … wordt gedreven door een grassroots beweging waar het rood-groene activisme in Gent bij verbleekt
  8. ... heeft ondertussen en solide electorale basis, terwijl de electorale basis van de Democraten versmald is door het wake-extremisme (geen argument van Goossens maar bijvoorbeeld wel van Fukuyama)
  9. … zal wellicht het voorbeeld volgen van de Poolse partij Recht en Rechtvaardigheid, die ‘pas echt de bijl in de instellingen zette toen ze de sleutels een tweede keer in handen kreeg.’

     Alleen dat laatste argument is hoopgevend want die Poolse partij zit sinds 2023 alweer in de oppositie.

 *

     Ondertussen is er in al die lijstjes één ding dat mij dwars zit. Ook toen Trump I aan de macht kwam werden we gewaarschuwd voor ‘fascisme’, o.a. door professor Verreeck die toen bij LDD was en nu bij Vlaams Belang. Tijdens zijn hele ambtstermijn werd Trump de mantel uitgeveegd door de meeste media, iets wat men met Mussolini en Hitler niet had moeten proberen. Trump werd verbannen van Facebook en Twitter. Wie zich dat allemaal herinnert, is geneigd om het gevaar van Trump II te relativeren. 
     De vijanden van Trump I weten dat. Het was dan ook volstrekt voorspelbaar dat ze een redenering zouden ontwikkelen - en argumenten zouden vinden - volgens dewelke Trump II véél gevaarlijker zou zijn dan Trump I. Nu misschien is hij dat ook. Ik zou eens de tegenargumenten moeten bekijken voor ik mij een oordeel vorm. Ik zou de site van The Heritage Foundation eens moeten aanklikken. Dat is lang geleden. 

Trump uitgespeeld? (28/10/2024)

      Ik was er vast van overtuigd - zoals blijkt uit mijn notities van 8/1/2021 - dat Trump vier jaar geleden, na de bestorming van het Capitool, en na de verloren rechtszaken rond de zogezegde verkiezingsfraude, politiek uitgespeeld was. Van die stommiteiten zou hij nooit herstellen, dacht ik. Ook hier had ik, zoals het mijn gewoonte is, de publiek perceptie verkeerd ingeschat. Maar dit keer had ik een excuus: ik ben geen Amerikaan, en zelfs de meeste Republikeinse leiders, échte Amerikanen, hebben toen dezelfde inschattingsfout gemaakt.

Trump en Oekraïne (28/10/2024)

     Mijn belangrijkste bezwaar tegen Trump is dat hij vulgariteit en agressiviteit cultiveert om zijn populariteit op te blazen. Daarmee geeft hij het slechte voorbeeld aan zijn medeburgers. Mijn tweede bezwaar betreft Oekraïne. Niemand kan voorspellen hoe hij met die oorlog zal omgaan. Volgens de Russische dissident Vladislav Inozemtsev (DS 24/10) is die onvoorspelbaarheid echter een voordeel. Trump zou een staakt-het-vuren en een bestandslijnen kunnen opleggen met een dubbel dreigement. Als Oekraïne de deal niet aanvaardt verliest het de Amerikaanse steun. Als Poetin de deal niet aanvaardt gaat Amerika voluit in de steun aan Oekraïne in plaats van het huidige ‘pappen en nathouden’-beleid.
     Inozemtsev beweert dat het territoriaal compromis achteraf weer kan herroepen worden als na Poetin een redelijker leider de macht overneemt. Ik heb niets tegen het territoriaal compromis als het vrije deel van Oekraïne maar lid wordt van de Navo – de zogenaamde ‘West-Duitse oplossing’, naar het voorbeeld van de Bondsrepubliek die tijdens de Koude Oorlog, na amputatie van de oosten, ook lid werd van de Nato. Zo’n lidmaatschap heeft trouwens een voordeel voor Poetin omdat het het Oekraïense revanchisme – nog zo’n Koude Oorlog-woord – in bedwang kan houden. 

Trump, Nixon, Karel van het Reve (6/11/2024)

       ‘Kijk mij hier zitten,’ zeg ik tegen mijn vrouw aan de ontbijttafel. ‘In zak en as.’ ‘Ja,’ antwoordt mijn vrouw al even ernstig, ‘maar een duidelijke uitslag is beter dan dagen en weken in de onzekerheid moeten leven.’ We appreciëren elkaars ironie.
     Wat we elkaar vertellen is strikt genomen natuurlijk niet waar. Met de overwinning van Trump is, in tegenstelling tot wat mijn vrouw beweert, geen einde gekomen aan de onzekerheid. Het is omgekeerd: ze begint pas. Wat zal hij doen met Oekraïne? Met Harris wisten we het: pappen en nathouden. Maar met Trump? Misschien laat hij Oekraïne vallen als een baksteen, of misschien dwingt hij met dreigementen Poetin tot een compromis en biedt hij het vrije deel van Oekraïne een plaatsje in de Nato. We weten het niet.
     Ook is het niet helemaal waar dat ik in zak en as zit. Ik haat Trump natuurlijk van hoofd tot voeten, maar ik kan het tegelijk niet laten om te grijnzen als ik aan het gezicht van Björn Soenens denk. Mijn grijns is er een van leedvermaak, en daar wil ik eigenlijk geen duimbreed aan toegeven. Dat wil zeggen: ik heb niets tegen een beetje leedvermaak, maar het mag geen sporen nalaten op wat ik denk, voel of schrijf.
     In zo’n geval van gewetensnood grijp ik naar Karel van het Reve en ik zoek alles op wat hij over Richard Nixon geschreven heeft. Karel had geloof ik een bloedhekel aan de Björn Soenensens van zijn tijd en toch slaagde hij erin om in elk stukje proza dat hij aan Nixon wijdde, hoe badinerend ook, de president, later ex-president, een venijnige steek toe te dienen.
     Ook hield Karel zich bezig met de vraag hoe het kwam dat zoveel Amerikanen voor de schurk stemden. Zo dom en slecht konden zij niet zijn.  Niet allemaal. Het moet niet zo heel moeilijk zijn, schreef hij, om bijvoorbeeld ‘een algemeen geacht en bekend Amerikaans staatsburger te vinden die geheel en al achter Nixon staat.’ Al geeft Karel daarmee ook aan dat het evenmin erg makkelijk is om zo iemand te vinden.
     De kwestie is dat Trump en Nixon de verkiezingen niet gewonnen hebben met de stemmen van enkele ‘geachte en bekende Amerikaanse staatsburgers’, maar met die van de gewone Amerikanen, of althans, met die van de helft van hen. Waarom hebben die voor Trump, en destijds voor Nixon gestemd? Karel heeft twee antwoorden, die enigszins op elkaar lijken.

Ik geloof bijvoorbeeld dat de populariteit van Nixon voor een deel kwam omdat de kiezers wisten dat hij niet deugde. Het straalde van zijn gezicht. … ‘Aan die man kun je onze belangen toevertrouwen. Wie had je dan willen sturen? Een of andere dominee? Zo redeneren de mensen vaak*. 

     De tweede uitleg van Karel is subtieler.

Kortom, wij zullen Nixon missen op de buis. Dat volstrekt onbetrouwbare van zijn gezicht. Die indruk – een audiovisuele indruk die door de koude, gedrukte tekst van wat hij zei werd versterkt – dat alles wat hij zei gelogen was, verdraaid, achterbaks was …
Waarom? Ik bedoel waarom hebben die zestig miljoen op hem gestemd? Dat kan maar gedeeltelijk ondanks die huichelarij en die grenzeloze onbetrouwbaarheid geweest zijn. Het moet ook dankzij die leugenachtigheid geweest zijn. Niet alleen omdat hij mensen om de tuin leidde. Daarvoor waren zijn leugens vaak te duidelijk. Nee, het was juist dat liegen dat een zeker vertrouwen inboezemde.
Gewone mensen als u en ik lijden aan een verdeelde loyaliteit. Enerzijds maken we ons druk over onszelf en/of een of andere zaak waar we warm voor lopen, maar anderzijds onderhouden we zekere betrekkingen met de waarheid – betrekkingen waar we ons nooit helemaal los van kunnen maken. We liegen wel eens, we bakken ze wel eens bruin, maar al te vaak durven we dat toch niet te doen. Daardoor krijgt ons optreden iets halfslachtigs, en keert het publiek zich van ons af. Maar bij Nixon vonden de mensen wat zij graag willen zien: volstrekte toewijding aan één enkel ding: met verzaking van al het andere …
Nixon had voor niets anders belangstelling. Hij was nergens in geïnteresseerd behalve in zichzelf als bevorderaar van het algemeen welzijn. Hij sprak eigenlijk nooit over iets anders, en altijd met grote nadruk.

     Bijna alles wat Karel over Nixon schrijft, kan ook over Trump worden geschreven. ‘Nergens in geïnteresseerd, behalve in zichzelf …’ Ik had het citaat graag daar afgebroken, omdat ‘bevorderaar van het algemeen welzijn’ mij beter van toepassing lijkt op het zelfbeeld van Nixon dan dat van Trump. En verder is Trump, zelfs als hij met de bijbel zwaait, minder huichelachtig dan Nixon. Alles wat hij zegt en doet straalt uit: ‘I’m a crook, and I don’t give a sh*t.’ En hij liegt meer, vaker, onbeschaamder dan Tricky Dick. Zoals Sam Harris schreef op zijn subtack:

Trump is one of the most prolific liars our species has produced. The man lies about everything, great and small. He lies compulsively, incoherently, pointlessly, impossibly.

     Karel drukt zich voorzichtig uit: het succes van Nixon verklaarde hij voor een deel vanuit diens manifest gebrek aan scrupules. Als we naar Trump kijken, zijn er vele andere verklaringen: de naïviteit van de Bible Belters, de rancune tegen de zelfgenoegzame elite, de viscerale afkeer van federale overheidsbemoeienis, de verleidende kracht van loze beloften, het potentieel aan xenofobie dat in elke bevolking aanwezig is, het geloof dat een president de economie kan maken of breken, de bocht van Harris naar het centrum die te laat kwam, enzovoort. Maar die verklaringen had ik ook gevonden zonder Karel.
     Wat nu? bloklettert De Standaard. Toen de eindredactie die kop verzon, was het verkiezingsresultaat nog niet bekend. Ik behoor niet tot degenen die geloven dat de VS nu zullen afglijden naar een fascistische dictatuur. Ik deel de vrees niet die Oprah Winfrey op de laatste Harris-meeting uitsprak, namelijk dat deze verkiezingen, bij winst van Trump, wel eens de laatste zouden kunnen zijn die in de VS worden gehouden. De Amerikaanse democratie heeft Nixon overleefd, maar zijn regering heeft de moraliteit en de geloofwaardigheid van de politiek blijvende schade toegebracht. We kunnen slechts hopen dat nu hetzelfde niet gebeurt.


25 korte notities (9/11/2024)

1. Trump baart ons zorgen
       Het is normaal dat men zich zorgen maakt ook als het gaat over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren, over iets wat zich ver weg afspeelt, over iets waar je eigenlijk weinig van af weet, en over iets waar je heel weinig aan kunt veranderen. Maar als die vier omstandigheden samenkomen, maak ik mij al wat minder zorgen.

2. Ive Marx
     Ive Marx is een betweter, zoals ongeveer elke academicus die schrijft over het politieke bedrijf. Ik lees hem graag want hij blijft luchtig en verstopt zijn dossierkennis tussen de lijnen, waar ze nog net zichtbaar is. Als hij vandaag zegt en schrijft dat de Amerikaanse democratie en de rechtstaat bestand zijn tegen een tweede Trump-termijn, dan hoop ik dat hij ook dit keer weet waarover hij spreekt. 

3. Kleine leugens, grote opschepper
     Wat mij het meeste tegenstaat bij Trump is dat hij zo vaak liegt. Af en toe een grote, goed gecamoufleerde leugen bij een politicus is begrijpelijk - denk aan Lincoln of De Gaulle - maar de meeste leugens van Trump zijn klein en flagrant, en ze houden nooit op. Je ziet vandaag vaak een meme verschijnen die toegeschreven wordt aan Hannah Arendt. This constant lying is not aimed at making the people believe a lie, but at ensuring that no one believes anything anymore.
 
     Het is geen authentiek citaat, maar het is iets wat Arendt ongeveer gezegd heeft. Ik vraag mij af in welke mate het citaat van toepassing is op Trump. Hij lijkt meer op een tooghanger die opschept over die grote snoek die hij gevangen heeft. Een deel van de stamgasten ergert zich, een deel is geamuseerd, niemand gelooft hem, en niemand verliest zijn geloof in de waarheid.

4. Vergoelijken
     Bovenstaande visie is al lang samengevat in een treffende formule. Trump’s opponents take him literally, not seriously, where his supporters take him seriously, not literally. Dit is geen vergoelijking van Trump, het is wel een vergoelijking van zijn aanhangers.

5. Vulgariteit
     Wat mij ook nog tegenstaat bij Trump - omdat ik het zelf kan controleren - is zijn verregaande vulgariteit. Een van zijn voorgangers, Lyndon B. Johnson, was ook een vulgaire man, en bij ons Conner Rousseau. Maar er is een verschil. Johnson en Rousseau spreidden hun vulgariteit ten toon in een beperkte kring van medewerkers of van cafévrienden, maar Trump doet het zo openbaar mogelijk. Hij geeft daarmee het slechte voorbeeld aan de hele natie, en in de eerste plaats aan zijn aanhangers.

6. Nieuwe informatie
     Ook nu de verkiezingsuitslag bekend is, blijft De Standaard haar lezers waarschuwen om toch maar niet op Trump te stemmen. Het aantal en de omvang van de stukken in de editie van woensdag (7/11) had echter één voordeel. Je kunt dag na dag een stuk over Trump schrijven waarin je ongeveer hetzelfde beweert als de dag ervoor. Maar als je zeven of acht grote stukken op één dag publiceert, moet je ook wat nieuwe informatie meegeven. Ik heb dit keer meer zinnen en alinea’s aangestreept dan ik gewoon ben te doen bij Trump-artikels.

7. Wraak
     Als Trump toch moest winnen, denk ik soms, dan is het beter dat hij dat met een ruime marge doet. Dat moet zijn ego deugd doen. Misschien is hij dan zo in zijn nopjes dat hij vergeet om wraak te nemen. Maar dan denk ik aan een aflevering van Yes Minister, waarin het motto van de Engelse premier uit de doeken wordt gedaan: In defeat, malice; in victory, revenge!

8. Slechte inborst
     Trump straalt een slechte inborst uit. Dat is niet noodzakelijk een nadeel voor zijn populariteit. Zo iemand, denkt de burger, zal onze belangen verdedigen met alle mogelijke middelen: fraaie en minder fraaie. Ook is zo’n slechterik voor velen een aangename afwisseling van de heilige boontjes in het politiek-correcte centrum. Die Trump, denkt de burger, die komt er ten minste eerlijk voor uit. 

9. Media
     Karel Verhoeven schrijft over Trump: ‘Een gedeelte van de klassieke media is hem al trouw, andere nieuwsmedia wachten vervolging en intimidatie.’ Welk gedeelte van de media is hem trouw? Fox News? Dat is al veel langer zo. Of wordt er bedoeld dat een deel van de Amerikaanse media nu wat evenwichtiger is en niet automatisch een endorsement uitspreekt voor Trumps tegenstrever? Dat noem ik geen ‘trouw’. En dan die ‘intimidatie’. Daar twijfel ik niet aan. Trump is een bullebak. Zelfs Guy Verhofstadt probeerde de media te ‘intimideren’. En wat wordt bedoeld met ‘vervolgen’? Processen voor smaad? Misschien. Ik voorspel in elk geval dat binnen vier jaar nog altijd anti-Trump stukken zullen kunnen verschijnen in de New York Times. 

10. X.com
     Nog volgens Karel Verhoeven: ‘Elon Musk zet twitter ten dienste van Trump.’ Wat wordt daar nu weer mee bedoeld? Dat Trump niet, zoals vroeger tijdens zijn eerste ambtstermijn, van het platform wordt verbannen? Gelukkig maar. Dat tegenstanders van Trump geweerd worden op X? Ik heb zelf kunnen vaststellen dat dat niet waar is. Dat Musk zelf op zijn account propaganda maakt voor Trump? Dát is waar. Of bedoelt Verhoeven dat er algoritmes gebruikt worden die de Trump-aanhangers bevoordelen en de Trump-tegenstanders benadelen? Daar zou ik graag een woordje uitleg over krijgen.

11. Elon Musk
     Dat Standaard-journalist Dominique Deckmyn niet hoog oploopt met Elon Musk, wisten we al langer. Vooral het gebrek aan ‘moderatie tegen haatspraak op X.com kan hij niet goed verdragen. Maar dit keer schrijft hij iets wat zonder meer juist is. ‘Misschien was de merknaam van Musk wel het machtigste wapen dat Musk op tafel legde.’ 
     Dat klopt. Dat Musk partij koos voor Trump leek mij ook wel iets om over na te denken. Musk vond eerst dat Trump een fascist was. Nu hij Trump beter heeft leren kennen, vindt hij dat niet meer. Hoe komt dat? Wat heeft Musk ertoe aangezet om van mening te veranderen? Weet hij iets over Trump wat ik niet weet? Kent hij een ‘andere kant’ van Trump?
     Nu, met of zonder Musk, ik heb niet voor Trump gestemd. 

12. Elon Musk (3)
      Wat de ommezwaai van Musk betreft heeft Karel Verhoeven een geloofwaardige verklaring klaarstaan. ‘De tech miljardairs beloven loyauteit aan Trump, precies nu ze een AI-revolutie ontketenen, in ruil voor een libertaire machtsgreep die de overheid ontmantelt en regelgeving schrapt.’ Het is inderdaad plausibel dat Trump de AI-ontwikkeling minder zal onderwerpen aan regels dan een Democratische regering zou hebben gedaan. Ik ken te weinig van AI om te weten of dat een goede of een slechte zaak is. 

13. Elon Musk (2)
     Met een onberekenbare kerel als Trump, moet je altijd hopen dat hij in zijn entourage enkele redelijke mensen opneemt. Men noemt zulke mensen wel eens de grown-ups in the room. Musk kun je moeilijk een grown-up noemen. Maar hij is wel, zoals Napoleon zei over Schimmelpenninck, quelqu’un de sérieux, iemand die al iets heeft laten zien. Af en toe kom je op FB of X een boodschap tegen dat Musk aan Tesla en SpaceX geen verdienste heeft. Dat de auto’s ontworpen zijn door ingenieurs en de raketten door geleerden. ’t Is een argument dat op mij weinig indruk maakt.

14. Geld
     Kamala Harris heeft voor haar campagne drie keer meer geld uitgegeven dan Trump. Er was een tijd dat je vrij precies kon berekenen hoeveel dollar je voor één stem betaalde. Die prijs was ongeveer gelijk voor de Republikeinen en de Democraten, en zelfs voor de kleine partijen die met 1 procent van het budget ook maar 1 procent van de stemmen haalden. Die tijd is voorbij nu een Democratische stem drie keer meer kost dan een Republikeinse. 

15. Geopolitiek
     In Europa maakt intellectueel links zich vooral zorgen over een mogelijke Trump-dictatuur. De verantwoordelijke politici maken zich daarentegen zorgen over de mogelijke geopolitieke keuzes van Trump: handelsoorlog, verzwakking van de Nato, afbouw van de steun aan Oekraïne. Ik, die voor niks verantwoordelijk ben, volg de verantwoordelijke politici. Ik maak me meer zorgen over Trump de Kortzichtige dan over Trump de Dictator. - Ik plaats de transcriptie van een optimistische Youtube presentatie over Trump en Oekraïne in een bijlage onderaan.

16. Analyses
     Ik heb met belangstelling enkele analyses gelezen over de oorzaken van Trumps overwinning, of beter, van Kamala Harris’ nederlaag. Die analyses kwamen van tegenstanders van Trump. Mij viel op dat ze vaak aansluiten bij het politieke geloof van de analist.
 
     Laten we Harris voor het gemak ‘centrum links’ noemen. Linkse analisten vinden dat haar campagne niet links genoeg was, of niet het juiste links uitstraalde. Centrum analisten vinden dat haar campagne te links was, of onvoldoende afstand nam van ‘woke’. Allemaal vinden ze dat haar campagne te vaag was.
      Het nadeel is dat die analyses allemaal juist zijn. Met een linksere campagne had Harris meer linkse stemmers overgehaald, met een radicalere keuze voor het centrum had ze meer centrum stemmers overgehaald, en met een harde veroordeling van Israël had ze stemmen gewonnen van pro-Palestijnse kiezers. Maar met al die scenario’s had ze tegelijk ook stemmen verloren, en het is héél moeilijk om op voorhand de balans van die winst en dat verlies in te schatten.
     Overigens was ik aangenaam verrast dat sommige auteurs, zoals Sam Harris en Matthew Yglesias, wél begrijpen dat er een verschil bestaat tussen de objectieve analyse van het Democratische falen enerzijds en hun voorstellen om de Democraten in een andere richting te sturen anderzijds. Een auteur die zoiets begrijpt en toegeeft, heeft bij mij een streepje voor.

17. Analyses (2)
     Een mooi voorbeeld vinden we in het opiniestuk van Pim Raes die als expat in de VS woont. 

‘Harris ging leuren in het centrum, terwijl de winst - zoals dat ook voor Biden het geval bleek in 2020 - bij de minderheden ligt. Ze had het ook nooit over het optrekken van het minimumloon en nauwelijks over het kwijtschelden van studieschulden, of over een publieke gezondheidszorg. Nog erger, als ze over Gaza sprak, leek ze dat niet van harte te doen, en datzelfde gevoel overviel me als het het over het klimaat had: waar was de hoogdringendheid?’

      Dus: Harris had voortdurend moeten spreken over de inclusie van de minderheden, over het optrekken van het minimumloon, over het kwijtschelden van de studieschulden, over de publieke gezondheidszorg, over de Israëlische genocide in Gaza en over de klimaatramp die ons binnen enkele jaren te wachten staat. En had ze dán de verkiezingen gewonnen? Mocht ik die vraag stellen aan Pim Raes - is hij niet getrouwd met een oud-leerlinge? - dan kan ik zijn antwoord al raden. ‘Dát heb ik niet gezegd, maar …’
     Grappig is ook het zure mopje waarmee hij zijn column afsluit. Eerst heeft hij overwogen om op eigen initiatief terug te keren naar Europa, maar misschien is dat helemaal niet nodig. ‘Wie weet worden straks alle expats gedeporteerd en vliegen we gratis terug.’ Ook hier zou ik hem kunnen vragen of hij dat echt meent, en ook hier kan ik het antwoord raden: ‘Natuurlijk niet, maar …’

18. Analyses (2)
     Alle verkiezingsanalyses worden scheefgetrokken omdat ze de meeste aandacht besteden aan de verschuivingen en de verschillen - die een kwestie van procenten en procentpunten zijn. Die procenten en procentpunten kunnen ons veel leren over de motivatie van kiezers. Maar er is natuurlijk nog altijd een grote groep burgers die Republikeins of Democratisch stemt omdat hun familie al generaties lang Republikeins of Democratisch stemt. 

19. Latinx
     Als ik het goed begrepen heb, heeft de Kamala Harris-campagne het woord latinos vervangen door het genderneutrale latinx.

20. Feminisme en abortus
     In 2020 bestond ongeveer 45 % van de Trump-kiezers uit vrouwen. Volgens een exit-poll van CNN is dat cijfer ongeveer gelijk gebleven. Er zijn dus nog altijd vele miljoenen vrouwen die vóór Trump stemmen. Dan is het gevaarlijk om in je campagne, zoals Harris deed, heel veel nadruk te leggen op vrijheid voor abortus. Veel van de pro-abortus feministen zijn vlijtige Democratisch stemmers, maar misschien heeft Harris wel een groter aantal vrouwen die uit conservatieve of christelijke overtuiging tégen abortus zijn naar de stembus gejaagd om tégen Harris te stemmen. Abortus heeft minder met feminisme te maken dan de feministen denken. 

21. Feminisering
     Het mannelijk overwicht onder de Trump-kiezers is meer een reactie tegen de feminisering dan tegen het feminisme. Mannen zijn niet tegen gelijke rechten voor de vrouwen, maar ze hebben de indruk dat ze zich meer en meer als vrouwen moeten gedragen. Die feminisering heeft zeker zijn voordelen. Ze houdt onder andere in dat er minder vechtpartijen zijn (zie mijn stukje hier) of dat een scheldende baas minder wordt getolereerd. Maar zelfs voordelige evoluties kunnen te snel gaan, of te ver. Veronderstel dat empathie een typisch vrouwelijke waarde is, en koud rationalisme een typisch mannelijke. Ik zou die graag in evenwicht hebben. 

22. Slechte verliezer
     De overwinning van Trump wordt soms verklaard vanuit de ‘Amerikaanse mentaliteit’. In die redenering is Kamala Harris meer een Europese kandidaat (‘onze landgenote’ zoals Rik Torfs schreef) terwijl Trump meer de kandidaat is van de Echte Amerikanen, die, zoals de Romeinen in Asterix, ‘rare jongens’ zijn.
 
    Een tekstje dat ik op de sociale media vaak tegenkwam was dat van Konstantin Kisin. Amerikanen, schrijft hij, zijn praktische mensen, optimisten die geloven in de American Dream. Ze haten onnodige vrijheidsbeperking, en ze zijn niet zoals de Europeanen hele, of minstens halve, socialisten. Het kenmerk dat het meeste mijn aandacht trok was dit: They love strength. They love winning. Any leader who appeals to that has an automatic advantage.
 
     Dat verklaarde voor mij iets wat anders onverklaarbaar bleef. Hoe kon Trump, tegen alle bewijzen van het tegendeel in, blijven volhouden dat hij de verkiezingen van 2020 gewonnen had? Ik had het antwoord kunnen weten, want ik ken de beroemde speech van generaal Patton bijna uit het hoofd. ‘Americans love a winner and will not tolerate a loser. Americans play to win all the time. I wouldn't give a hoot in hell for a man who lost, and laughed.’ Het minste wat je kunt zeggen over Trump in 2020 is dat hij niet de fout maakte van ‘to lose and laugh.’

23. Normalisering en polarisering
     Een ander stuk dat ik herhaaldelijk tegenkwam was dat van Claire Lehman op Quilette (hier).. Het stuk gaat over de jonge mannen die in opstand komen tegen de feminisering, maar ik was vooral getroffen door het begin. 

Op de dag van de verkiezingen zat ik op de metro van Brooklyn naar Manhattan. Tegenover mij zat een oudere dame. Ze droeg een T-shirt met een foto van Trump op die zijn vuist in de lucht stak, met daaronder de woorden: ‘fight, fight’. Op haar revers had ze een kleine sticker ‘Ik heb gestemd.’ Ze was daar op haar gemak. Er waren geen afkeurende blikken van de andere passagiers. Er hing geen spanning in de lucht. Geen stof tot conflict. In 2024 was het blijkbaar perfect aanvaardbaar om je steun aan Trump openbaar te maken in een een diepblauwe, door de Democraten gecontroleerde, grote stad als New York.

      Voor lui die in Trump een nieuwe Hitler zien, is deze normalisering een erg kwalijke zaak. Voor anderen is het misschien het begin van het einde van een tijdperk - het tijdperk van polarisering waarin men weigerde om een trouwfeest van een familielid bij te wonen dat voor de verkeerde kandidaat stemde. 

24. Nascar
     De Amerikaanse socioloog Charles Murray houdt zich al tientallen jaren bezig met onderzoek naar de polarisering in de VS. In Coming Apart (2012) schetst hij hoe Amerika uiteenvalt in de welgestelde bewoners van ‘Belmont’ en de achtergestelde bewoners van ‘Fishtown’. Het cliché wil dat de bewoners van ‘Belmont’ voor kandidaten als Kamala Harris stemmen en de bewoners van ‘Fishtown’ voor kandidaten als Trump. Diepgaand onderzoek zal uitwijzen in welke mate de veralgemening nog altijd op gaat.
      Murray heeft een uitgebreide vragenlijst samengesteld waarmee kan worden uitgemaakt of iemand cultureel tot Beltown of tot Fishtown behoort. Vraag 12: Wie is Jimmie Johnson? Bewoners van Beltown weten dat niet. Bewoners van Fishtown weten dat wel. Het is de racer is die vijf jaar na elkaar de Nascar Sprint Cup Series won. En wat lees ik in De Standaard? ‘J.D. Vance en zoon Donald Jr. waren te gast op een Nascar-race in strijdstaat North Carolina.’ 

25. Leedvermaak.
     
Charles Murray heeft trouwens hetzelfde probleem als veel rechtse rakkers van het Never Trump kamp. Ze zijn verdrietig omdat Trump gewonnen heeft, maar ze kunnen een grijns niet onderdrukken als ze de lange gezichten zien van het woke commentariaat. Does German have a word for feeling guilty at feeling Schadenfreude? vroeg hij zich af op X. Een van zijn lezers stelde voor: Schadenfreudenreue.

    

Oekraïne en Taiwan (9/11/2024)

Op de FB-pagina van Luc Van Braekel vond ik een link naar een video-uiteenzetting van een zekere Ryan Mcbeth, die gespecialiseerd is in defensiekwesties. Aangezien ik van die materie niets afweet, kan ik de juistheid van de inhoud niet beoordelen, maar ik vond een en ander interessant genoeg om mij aan een transcriptie te zetten.

     What does a Trump victory mean for Ukraine. There’s a lot of components to this and, believe it or not, not all of them are bad … I think there are three factors that you have to take into consideration.
     The first factor is that president Trump claimed that he woud make some kind of deal with president Putin en president Zelenski within 24 hours of him taking office. Now, it’s possible, but I think it’s not all that likely that they’ll come to a deal. And here’s why.
     Some people have said that the Ukraine deal will mean that the lines are frozen in place and Ukraine won’t get back iets lost territory. But believe it or not, that’s not actually a deal that benefits Russia. I’ve said this before: Russia needs all of Ukraine and the reason is that Russia is not very defensible. Russia has this massive land border with Europe and there is absolutely nothing, no mountains, no large rivers, just tundra, between Europe and Moscow. It’s a natural invasion route.
     So you take Ukraine and then you turn Ukraine into a client state, kind of like Bellarus, and now you have the Carpathian Mountains in the east as a natural invasion barrier. Then you wait 5 years, 10 years, build up your forces again, then you take the Baltics and then you take Poland. Once you take Poland and you turn it into a client state, you have the Sudetes Mountains to the south of Poland, and now, instead of defending this big long border with Russia, you only have to defend like a 200 mile border.
     So, Russia has not completed its objectives yet, they have no reason to come into a deal because they have to take Ukraine. This was never about Donets and Luhansk and ‘people in Luhansk aren’t allowed to speak Russian anymore’. This is about taking all of of Ukraine to help start phase one of that defensive barrier.
     There is a second factor. Russia needs to be in a perpetual state of war right now. Its economy is on a war footing. Literally everything Russia is producing is geared either towards making weapons or extracting oil from the ground so they can get the hard currency to pay the workers to make the weapons and if the war ends within 24 hours, Russia’s economy collapses. President Putin knows this and he knows that if their economy collapses, he will be ousted from power. Rule number one of a dictator is to stay in power. Full stop.
     Not a lot of people know this but the US had like a 8 month long recession in 1945 because we shifted from a war economy to a peacetime economy. All these soldiers were coming home, they were demobilized, and what kind of saved us from massive unemployment was the fact that the US essentially became the exporter to the world after World War II because Europe and Asia, their factories were so devastated that they needed to buy goods from someone and that someone was the United States.
       That won’t happen in Russia because Russia doesn’t sell anything to the world but oil, and perhaps some raw materials. And there’s a good portion of the world that right now that won’t buy from Russia regardless of their state because they’ve proven that Russia can’t really be trusted. If you’re buying raw materials and oil and such from Russia and then Russia starts another war, there goes your supplier of oil and raw materials, unless you’re an ally like China.
     The third factor here is that this war in Ukraine isn’t about Ukraine. I said it multiple times. The war in Ukraine isn’t about Ukraine, it’s about Taiwan. And president-elect Trump knows that China is a threat. China is likely to invade Taiwan in October of 2027 or April of 2028. October and April are realistically the only to weather windows, the only two months of weather windows where you can actually move war material across the Straight of Taiwan. And China’s military will likely be ready to do that. In fact they’ve been told to be ready to take Taiwan by force by 2027.
     Right now, you might be saying: well I care about Taiwan as much as I care about Ukraine, and if you are watching this on any device with a semiconductor, which is everything you’re watching this on, you better start caring. About 92 % of the world’s semiconductors, the worlds high-end semiconductors that power the laptops that you are probably watching this on, are produces in Taiwan. Semiconductors today are the steel of World War II. Without semiconductors, you can’t defend your nation, you can’t power your economy. Do you want China to have control of that critical resource?
     China knows that if we don’t stand with Ukraine, which is a freaking rail line connected with Poland that can bring in cargo, we certainly aren’t going to stand with a country that is 6100 miles or so away from the United States.
     So, what I can see happening is that if Putin rejects a deal, what we see next is Ukraine gets turned into a giant porcupine of American weapon systems. Because: how dare you reject my deal. I think that could actually be a realistic scenario.
     There’s another possibility - but I think this is an unrealistic scenario - with some sort of deal where Russia gets to keep some of its gained territory, perhaps Donetsk and Luhansk, and then there are peacekeepers probably from Asia and South-America on the Russian Ukraine border for the next 40 years. Maybe. That worked in Egypt with the MFO, the Multinational Force Observers and that kept the peace between Egypt and Israel for years.
    … President Trump may want to broke a peace, but peace isn’t just an agreement on paper. It has to work for both sides. And right now, a stable Ukraine means something different to Russia, to the US, and to Europe. And in the end, president-elect Trump’s victory could bring a lot of pressure to find a quick solution but lasting peace is about more than signing paper. It’s about stability, it’s about strength, it’s about deterrence.

Zelf denk ik dat de economische ineenstorting van Rusland bij een wapenstilstand allesbehalve zeker is, en dat een derde scenario vergeten wordt: dat Rusland de veroverde gebieden behoudt, dat er geen peacekeeping troepen geïnstalleerd worden, maar dat er wel een plechtige belofte komt dat Rusland niet opnieuw zal aanvallen. In ruil daarvoor moet Oekraïne beloven neutraal te blijven. En dan wachten tot subversie en vervalste verkiezingen het werk afmaken.


Meer Trumpiana (12/11/2024)

J.K. Rowling
    J.K. Rowling behoort niet tot degenen die zich ongemakkelijk voelen bij hun leedvermaak nu Trump verkozen is. ‘Our thoughts and prayers are with the showbiz elite at this difficult time,’ schreef ze op X.com. Ik wou ook nog haar antwoord citeren op de kop in een bekende Britse krant. ‘How the Guardian will stand up to four more years of Donald Trump.’ Maar die heldhaftige kop zelf is eigenlijk al grappig genoeg. Het antwoord van Rowling begint met ‘Oh, let me guess …’ 

Charles Murray
 
    Wie zich wel schuldig voelde over zijn Schadenfreude is geloof ik Charles Murray. Je kon dat eventueel Schadenfreudereue noemen. Een lezer bordeerde daarop verder: ‘Als je begrip toont voor wie zich na de verkiezing van Trump ongemakkelijk voelt bij het eigen leedvermaak, dan word je al snel weggezet als Schadenfreudereueversteher.’ 

Sam Harris
     
Wat dat leedvermaak betreft sloeg Sam Harris de spijker op de kop. 

I understand how satisfying it is to find a new bully to beat up the other bullies whove been making you miserable. But the problem is, this new bully is worse.

     In de twee stukken die ik van hem las - Why I Support Kamala Harris for President en The Reckoning - toont Sam Harris zich trouwens een meestertimmerman. Hij vindt voor mij het juiste evenwicht tussen emotie en ratio, tussen pathos en argumentatie, tussen betweterij en bescheidenheid, tussen ernst en ironie, tussen objectief en subjectief, tussen betrokkenheid en afstand, tussen boosheid en berusting, tussen voorzichtigheid en lef, tussen oorvegen uitgedeeld aan Kamala en vuistslagen toegebracht aan Trump. 
     Een controversiële stelling van Harris is dat Kamala de volksmensen niet vooral verloren heeft omdat ze hun materiële belangen vergat, maar omdat ze niet begreep hoe diep de afkeer van die mensen is voor de woke-ideologie van de elite, en dan vooral het transgenderisme. Hij haalt daarvoor onderzoek aan naar de motivatie van de swing voters. De stelling die door Trump-stemmers van die categorie het vaakst werd aangekruist was: ‘Kamala Harris is focused more on cultural issues like transgender rather than helping the middle class.’
     Harris illustreert de wereldvreemdheid van de Democraten met een voorbeeld dat in het geheugen blijft hangen. 

‘Op zijn eerste werkdag op het Witte Huis, ondertekende Biden een executive order dat transmeisjes toegang verleende tot meisjestoiletten, meisjeskleedkamers en meisjessportzalen. Hij had meer dan twee en een half jaar nodig om een executive order te ondertekenen in verband met de chaos aan de Mexicaanse grens. Waarom wachtte hij zo lang? Omdat radicaal links altijd voorhield dat een bezorgdheid om Mexicaanse grens racistisch was.’

     Ik ben het overigens niet met álles eens wat Harris schrijft. Hij is, vind ik, overdreven negatief over de alternatieve media. Zijn oproep om x.com te boycotten is grotesk. Maar hij heeft natuurlijk gelijk dat de eenzijdige berichtgeving in de mainstream media niet grondig kan worden rechtgezet door nog grótere eenzijdigheid op de sociale media.    

Mattheuw Yglesias
     Ideologisch ben ik een aanhanger van het libertarisme, wat een nogal radicale ideologie is, maar in de praktijk voel ik mij vooral aangetrokken door centrumpolitiek. Een krachtig stukje centrumcommentaar is het lijstje van Matthew Yglesias, de ‘linkse neoliberaal’ wiens proza gretig gelezen werd door de medewerkers van Biden.
     Yglesias somt een aantal geloofspunten op die de Amerikaanse democraten zouden moeten omarmen om hun electoraat terug te winnen. Punt 1: ‘De economische belangen van de arbeiders vereisen een robuuste economische groei.’ Punt 6: ‘Wie aan een universiteit of in een ngo werkt, heeft geen grotere claim op deugdzaamheid dan iemand die een bedrijf heeft of in de privé-sector werkt.’

Lionel Shriver
    Lionel Shriver zou graag even hard spuwen op Donald als op Kamala, maar als je haar laat doen, is het toch vooral Kamala die de volle laag krijgt. De verachtelijkheid van Donald is voor haar té evident, en het geloof eraan in haar wereld te mainstream. Ook in het centrum kan Shriver haar dwarsheid niet onderdrukken. 

Fukuyama
     Fukuyama legt kalm en academisch uit waarom en waarin de Republikeinen zich van het centrum verwijderd hebben, en waarom Trump II gevaarlijker kan zijn dan Trump I. Hij beweert ongeveer hetzelfde als laat ons zeggen Ruud Goossens in De Standaard, maar zijn toon is minder stellig en minder hijgerig. Voor mij maakt die toon weinig verschil uit, of hij nu radicaal of genuanceerd, koel of pathetisch is, als ik maar geen oneerlijkheid vermoed. De toon beïnvloedt mijn leesplezier, maar zal mij niet snel van mening doen veranderen. De naam Fukuyama daarentegen, ik zal daar eerlijk in zijn, maakt voor mij wél een verschil uit - al zijn zijn argumenten dezelfde als die die ik overal lees.

Peter De Roover
     Peter De Roover heeft verkiezingsmeetings bijgewoond van de Republikeinen en van de Democraten. ‘Bij de Reps overheerste de boosheid voor wat de voorbij vier jaar is gebeurd,’ schrijft hij, ‘bij de Dems voor wat de volgende vier jaar zou kunnen gebeuren.’ De Republikeinen spraken dus over het verleden, en de Democraten over de toekomst. Wat is het beste?
     Op onderhandelingen is het best om over de toekomst te praten. Het verleden zet je tussen haakjes.
 Let bygones be bygones. Maar als je je tot een groot publiek richt, spreekt het verleden meer tot de verbeelding. Denk aan The Matrix Reloaded met de speech van Morpheus:  ‘

I stand here, before you, unafraid, because I remember. I remember that I am here not because of the path that lies before me but because of the path that lies behind me.’ 

    Of denk aan hoe Alexander De Croo door Bart De Wever werd verpletterd in Het Conclaaf. De Croo bleef herhalen dat er naar de toekomst moest worden gekeken, en niet naar het verleden. En dat zei hij tegen een historicus! Hij en De Wever zaten weliswaar aan een tafel, maar de premier vergat dat het geen onderhandelingstafel was. Het publiek keek mee.

Siegfried Bracke
     Doorbraak plaatst een vermakelijk stuk van Siegfried Bracke over Vlaamse journalisten en experten die tot het allerlaatste moment een overwinning van Harris bleven voorspellen. Volgens mij was dat meer dan alleen wishful thinking. Het was ook een soort naïef of magisch geloof dat men door aan Vlamingen een Harris-overwinning te voorspellen het Amerikaanse verkiezingsresultaat kon beïnvloeden. 

Elon Musk
     ‘Als ik op dag één van mijn presidentschap vrede wil stichten in Oekraïne,’ moet Trump gedacht hebben, ‘dan kan ik beter al nu met de voorbereidingen starten.’ Hij heeft daarom met president Zelensky, en misschien zelfs met president Poetin gebeld. Bij het gesprek met Zelensky was ook Elon Musk aanwezig die zich mengde in het gesprek.
     Dat laatste is niet naar de zin van Ruud Goossens. ‘Het creëert immers grote belangenconflicten. Zelensky’s troepen zijn afhankelijk van Musks Starlink-satelieten.’ Ik begrijp het bezwaar van belangenconflicten niet.
     Anderzijds is het verontrustend dat Musk op zijn X-account analyses plaatst over hoe de VS en de Nato de oorlog in Oekraïne ‘geprovoceerd’ hebben. Allerlei verstandige mensen hangen die visie aan, en misschien is ze ook wel een
 beetje waar. Wat zeker waar is daarentegen, is dat Russische troepen zijn opgerukt naar Kiev. Ik heb die beelden op televisie gezien. 

Dom
     Vaste prik bij de verslaggeving over de Amerikaanse verkiezingen is het interview met een domme Trump-kiezer. Ik zag er laatst een met zo’n vrouw die beweerde dat de orkanen in Florida gecreëerd waren door de regering om land vrij te maken voor lithiumontginning. Ze wist dat omdat ze met een vrouw gesproken had op een Trump-rally. ‘The government is not our friend, sir,’ zei ze.
    Als ik zoiets zie, worden mijn hersenen overvallen door een hele reeks vragen, waarvan de minst interessante het percentage betreft van de Trump-kiezers  dat uit zulke mensen bestaat. Interessanter vind ik het om mij af te vragen of er in het anti-Trump-kamp overtuigingen bestaan die even dwaas zijn. Zijn er bijvoorbeeld BLM-ers die geloven dat zwarte mensen met opzet giftige medicijnen toegediend krijgen in de ziekenhuizen? Bestaan er lijstjes van aperte nonsens die leven bij het minst intelligente deel van de aanhangers en tegenstanders van Trump?
     Ook vraag ik mij af in welke mate zulke overtuigingen te maken hebben met domheid, met gebrekkige scholing, met intellectuele luiheid, met desinteresse en met ideologie. Ik acht het best mogelijk dat je zo’n Trump-vrouw met enige moeite kunt overtuigen dat de orkaan Helen niet door de regering is veroorzaakt, dat zo’n vrouw verstandig genoeg is om je argumenten te vatten, maar dat ze de hele kwestie uiteindelijk onbelangrijk vindt. ‘
Perhaps you’re right, sir, but still, the government is not our friend.’ 
    
Ik ken mensen die geloven, of beweren, dat de budgettaire problemen in ons land al een heel stuk minder zouden zijn als we de lonen en de pensioenen van de ministers zou verminderen. Als je de echte cijfers in een mooie grafiek kunt presenteren, zullen ze wellicht inzien dat de grootheden van een andere orde zijn. Maar zal dat veel veranderen? ‘Je hebt misschien gelijk,’ zullen ze zeggen, maar waarom moeten we die onnozelaars betalen als ze niets anders kunnen dan geld uitgeven en dan belastingen heffen om die schulden te betalen. En is die stelling dan zó dom? 

Fascist’ of ‘weird’
     Ik ga niet beweren dat je in een verkiezingscampagne maar één toon mag gebruiken, maar het is riskant om, zoals de Democraten deden, hun vijand tegelijk een rare jongen en een fascist te noemen. Weird had in elk geval het voordeel dat de omschrijving met honderd procent zekerheid klopt. De tegenbeschuldiging - Kamala als een raar kinderloos kattenvrouwtje - had iets vergezochts.

Amerikaanse oligarchen
     Ik las ergens dat de aandelen van de 10 rijkste mensen op aarde sinds de verkiezing van Trump 68 miljard meer waard zouden zijn. Ik denk diep na over de implicaties van dat cijfer. Goed, die aandelen zijn nu dus zoveel meer waard. Is dat geld op een of andere manier van de broekzak van de kleine man naar de vestzak van de supermiljardair verhuisd? Dat denk ik niet. Wat is dan het probleem? Dat die supermiljardairs hun geld zullen gebruiken om het beleid naar hun hand te zetten? Zullen ze hun stempel zetten op de abortuswetgeving, de migratieregels, en de positieve of negatieve discriminatie van minderheden? Ik geloof dat eigenlijk niet.
     Natuurlijk is het gevaarlijk als veel economische macht in weinige handen komt. Als die enkelingen die macht dan verkeerd gebruiken - zoals veel bankdirecteurs in de aanloop van 2008 - kan dat rampzalige gevolgen hebben. Misschien ook ontstaan er monopolies die hoge prijzen vragen voor slechte producten - en dan hebben we als klant geen alternatief meer. Maar er zijn in een vrije markt altijd krachten die monopolievorming tegenwerken. Grootschaligheid heeft op vlak van efficiëntie voor- en nadelen. Als de nadelen beginnen door te wegen, ontstaan er nieuwe kansen voor kleinere concurrenten.
     Ik doe mijn best en probeer te begrijpen waarvóór de supermiljardairs hun macht zouden kunnen gebruiken en misbruiken. Dat zou kunnen zijn voor 

  1. de verwezenlijking van een politiek of filantropisch ideaal
  2. het bekomen van een wettelijk, door de staat gegarandeerd monopolie
  3. het bekomen van importtarieven
  4. het in de wacht slepen van staatsbestellingen
  5. het bekomen van fiscale gunstregels of subsidies voor hun eigen bedrijf
  6. het afschaffen van algemene bureaucratische regels
  7. het stimuleren van overheidsuitgaven, besparingen, inflatie of deflatie, al naar gelang het hen voordelig uitkomt
  8. het inperken van sociale bescherming, vakbondsrechten en sociaal vangnet
  9. het afschaffen of opleggen van milieu- en veiligheidsregels
  10. een algemene verlaging van de bedrijfsbelasting
  11. minder progressieve belastingschalen of andere belastingverlagingen voor de rijken    

     (2) tot (5) lijken mij vanuit een vrije-marktfilosofie a priori nefast en die praktijken moeten door de wetgever worden bestreden met regels en transparantie. (6) tot (11) zijn een kwestie van evenwichten. Daar is het minstens denkbaar dat de superrijken het gewicht van hun geld in de schaal werpen en het evenwicht verstoren. Alleen zie ik niet goed in hoe ze dat geld in de schaal zouden werpen, en hoe zwaar het dan weegt. Door verkiezingscampagnes financieel te ondersteunen? Maar Kamala Harris heeft drie keer meer financiële steun ontvangen dan Donald Trump! Zoveel helpt die financiële steun dus niet.

Links naar de teksten en videos : Sam Harris : hier en hier. Yglesias: hier. Lionel Shriver: hier. Fukuyama: hier. Peter De Roover: hier. Trump-kiezer: hier.


(24/11/2024)
18 tips om Trump te overleven.
     In De Standaard vind ik de koppen meestal slechter dan de stukken eronder. Dat komt door mijn overdreven hang naar nuances. Maar met het overgenomen opiniestuk Achttien tips om de broligarchie te overleven’ had ik de tegenovergestelde ervaring. Prachtige titel, maar de tips hielden niet veel in. Leuk zinnetje over Elon Musk die van plan is de ‘kostbare grondstoffen van Mars te plunderen’. Ik zal niet opzoeken welk woord er staat in het oorspronkelijke Engels. Dat zou de grap kunnen bederven.

Joren Vermeersch en Donald Trump
     Toen Joren Vermeersch een stuk schreef met de kop Trump herstelt meritocratie dacht ik bij mijzelf: Joren, jongen, doe dat niet. De krant zal overstelpt worden met boze reacties. ‘Meester, meester, Joren heeft Trump verdedigd.’ Wie schetst mijn verbazing – ik probeer die uitdrukking elk jaar één keer te gebruiken – wie schetst mijn verbazing dus toen ik de reactie van Gunther Van Loon las (DS 20 november). Een korte brief tjokvol argumenten, niet over Trump maar over de meritocratie, met hier en daar een polemische steek. Ik ben het met geen enkele van die argumenten eens, maar dat het argumenten zijn, dat kan ik moeilijk ontkennen.

Trump en de Vlaamse pers
      Het is best mogelijk dat de verkiezing van Trump een ramp betekent voor de Amerikaanse bevolking, voor Europa, voor Oekraïne, voor het klimaat en voor de toekomst van het politiek liberalisme. Voor mij heeft de ramp ook een persoonlijker karakter. Ik ben voor mijn informatie over Trump aangewezen op De Standaard, en de vooringenomen toon van de artikels doet mij twijfelen of ik wel een evenwichtig beeld krijg aangeboden. Wat moet ik doen? Mij verdiepen in Amerikaanse bronnen van zowel linkse als rechtse signatuur, zoals ik tien jaar geleden deed? Ik had juist gehoopt dat De Standaard dat voor mij zou doen.

Trump en de Amerikaanse pers
      Een van de somberste voorspellingen aan het adres van Trump is dat hij de persvrijheid in Amerika zal afschaffen. Ik heb in de Standaard al vaak felle maar vage waarschuwingen gelezen in dat verband. Maar de krant van 19 november brengt een groot stuk van Steven De Foer waar de zaak grondiger wordt uiteengezet. Het stuk gaat over de ‘oorlog’ van Trump tegen de mainstreammedia.
     Dat oorlog klinkt mij wat té onheilspellend. Voor mijn gemoedsrust is het dan beter dat ik in het stuk de kogels, bommen granaten en landmijnen een voor een opspoor en in een lijstje verzamel. Dan kan ik elke kogel in de hand wegen, en van elke bom het gevaar inschatten. 
     Daar gaan we. Trump  ... 

  1. heeft brieven geschreven naar The New York Times en de Washington Post waarin hij ermee dreigde enorme schadevergoeding te eisen voor de rechtbank 
  2. heeft de TV-zender CBS gedagvaard 
  3. heeft gedreigd de uitzendvergunning van de twee grootste tv-zenders, ABC en NBC, in te trekken 
  4. heeft de macht om fusies van grote mediabedrijven te verhinderen 
  5. heeft Rupert Murdoch van Fox News ‘op het matje geroepen’ omdat die occasioneel pro-Harris reclamespotjes plaatste 
  6. kan de departementen Handel en Justitie inzetten om druk uit te oefenen op de pers 
  7. legt zoals Nixon een lijst aan van vijandige journalisten

     De belangrijkste bedreiging voor de persvrijheid is volgens De Foer de aanstelling van Brendan Carr tot hoofd van de Federal Communications Commission (FCC). Ook hier, een lijstje. Carr …

  1. wordt bevoegd voor het toekennen van uitzendlicenties aan plaatselijke zenders
  2. zal zich misschien niet aan zijn bevoegdheden houden 
  3. heeft Mark Zuckerberg (Meta), Tim Cook (Apple) en Satya Nadella (Microsoft) per brief gewaarschuwd dat ze op hun platformen geen standpunten mogen censureren
  4. zal aan Elon Musk (waarschijnlijk) de toestemming geven om zijn satellieten dichter bij de aarde te laten vliegen, waardoor hij sneller internet zal kunnen aanbieden dan zijn concurrenten 
  5. zal aan Elon Musk (waarschijnlijk) een federale subsidie van 885 miljoen dollar toekennen

     Het resultaat van dit alles zou kunnen zijn dat de eigenaars van de grote media aan autocensuur gaan doen en bij de volgende verkiezingen geen anti-Republikeinse reclamespotjes meer uitzenden. Een eerste voorbeeld is dat van Jeff Bezos die als eigenaar van The Washington Post de redactie verbood om een collectieve steunbetuiging aan Harris te publiceren. Dat laatste is in elk geval waar. Ik heb de brief gelezen waarin Bezos die beslissing verantwoordde. Ik vond zijn argumentatie niet slecht.

(24/11/2024)
Domrechts en domlinks
     Voor sommige waarnemers is de verkiezingsoverwinning van Trump te wijten aan de alomtegenwoordigheid van domrechts in grote delen van de VS. Dat is zeker een deel van de verklaring. Voor anderen is het een begrijpelijke reactie op de alomtegenwoordigheid van domlinks in grote delen van Amerikaanse media en binnen de Democratische partij, wat voor een flinke weerbots heeft gezorgd. Dat is zeker ook een deel van de verklaring. 

(20/12/2024)
Trump intimideert de pers

     Trump heeft van ABC-News 15 miljoen dollar gekregen, in het kader van een minnelijke schikking. De zender had gemeld dat de president-elect veroordeeld was voor ‘verkrachting’ , terwijl hij in werkelijkheid slechts veroordeeld was voor ‘aanranding’. Dominique Deckmyn vat de zaak nogal tendentieus samen in zijn commentaar (DS2 19/12) : 

Trump had klacht ingediend wegens laster, maar zou die zaak waarschijnlijk verliezen, zeggen experts. Waarom beslist Disney [de eigenaar van ABC] dan om toch te schikken voor zo’n groot bedrag?

    ‘Zeggen experts’ is dubbelzinnig. Betekent het ‘álle experts’, of ‘enkele experts’?  In dezelfde krant krijg ik op bladzijde 4 gelukkig wat context:

‘Het was geen lichtzinnige claim [van Trump],’ verklaarde rechtsgeleerde Rick Hasen aan de Washington Post. Beide partijen hadden aan het langste eind kunnen trekken. ‘Het was een claim die binnen de realiteit viel’.

      Het zijn dus zeker niet álle experts die beweren dat Trump zijn zaak tegen ABC en Disney waarschijnlijk zou verliezen. Maar verder ben ik het met Deckmyn eens dat politici niet te snel kranten en zenders moeten vervolgen, zelfs al worden zij naar hun aanvoelen belasterd.

Trump intimideert een peilingexperte
     Ann Selzer is een Amerikaanse peilingexperte die in een plaatselijke krant een rare voorspelling deed aangaande de verkiezingen. In 2020 won Trump in de staat Iowa met 8 procentpunten. Maar bij de verkiezingen van 2024 voorspelde Selzer dat hij dit keer zou verliezen met 3 procentpunten. Trump won echter met 13 procentpunten en klaagt de krant nu aan wegens ‘verkiezingsbeïnvloeding’. Of het echt verkiezingsbeïnvloeding was van de kant van Selzer weet ik niet, maar dat het intimidatie is van de kant van Trump, dat is zeker. 
      Een politicus heeft natuurlijk het recht om gefrustreerd te zijn over ongunstige verkiezingspeilingen. In de film BDW horen we Bart De Wever op het partijhoofdwartier zeggen dat hij alle opiniepeilers die een N-VA-nederlaag voorspelden, en dat deden ze allemaal, dat hij hen één voor één op het gezicht zal slaan. Hij zegt het zelfs twee keer en voegt eraan toe: ‘Ik meen het.’ Ondertussen denk ik dat zijn entourage hem die onderneming uit het hoofd heeft gepraat, want ik heb er niets meer van vernomen. 
     Maar helaas praat niemand uit de entourage van Trump hém zijn intimiderende aanklachten tegen de pers uit het hoofd.