Klimaat en subsidies
In zijn zoveelste klimaatmanifest heeft Karel Verhoeven (DS 22/8) een ontdekking gedaan: een omwisseling van links en rechts.
Wie goed luistert naar Bruno Tobback (Vooruit) en Andy Pieters (N-VA) in deze weekendkrant zit dat de vertrouwde ideologische stellingenoorlog … achterhaald is … Links springt onnatuurlijk in het ‘laat de markt toch innoveren’-gat dat rechts laat, en rechts omarmt het economisch conservatisme dat links doorgaans koestert om met subsidies industrieën overeind te houden.
Ik heb het interview met Tobback en Pieters gelezen, en ik moest echt ‘goed luisteren’ om Tobback in het ‘laat de markt toch renoveren’- gat te zien springen. Hij heeft het vooral over alle subsidies die zouden moeten gaan naar groene maatregelen. Dat is ook logisch, want als de markt vanzelf voldoende innoveerde in de groene richting, was er geen nood aan een groen beleid zoals links en Verhoeven dat graag willen. De transitie zou er ook zijn, maar aan een trager tempo.
Over rechts dat subsidiëring van industrieën voorstaat, heeft Verhoeven gelijk. Als men de internationale markt liet spelen, zou alle industrie uit Europa weggaan naar andere dele van de wereld. Rechtse politieke partijen willen dat om slechte sociologische en goede geopolitieke redenen vermijden. Linkse politieke partijen gingen zich vroeger ook sterk gemaakt hebben voor de ‘redding van de werkgelegenheid’ maar nu het industrieproletariaat veeleer radicaal-rechts stemt is hun electorale drijfveer voor zo’n beleid grotendeels weggevallen.
Adaptatie en mitigatie
De klimaatverandering komt met een kost in de vorm van bosbranden, hittedoden, overstromingen, onbevaarbare rivieren enzovoort. Het is daarom nuttig om de hele kwestie zien in het licht van een kosten/baten-analyse. Hoeveel moeten we opofferen aan consumptievermogen om iets aan de klimaatverandering te doen? Dat kan al meteen rol spelen om mitigatie (koolstofreductie om de bron aan te pakken) en adaptatie (airco en blushelikopters om de gevolgen te milderen). Wat is de economische kost van koolstofreductie? Wat is de economische kost van dijkenaanleg? Ik vermoed dat het heel moeilijk is om die kosten te vergelijken.
Maar op andere vlakken is de vergelijking gemakkelijk. De voordelen van mitigatie situeren zich op de zeer lange termijn – omdat de reeds uitgestote koolstof blijft waar ze is – en de voordelen van adaptatie situeren zich op de korte of middellange termijn. Misschien nog belangrijker is dat de voordelen van mitigatie mondiaal zijn, terwijl die van adaptatie lokaal. De belastingbetaler kan zijn eigen blushelikopters – eigen, bij wijze van spreken – aan het werk zien op televisie.
Klimaat-‘drogreden’
‘Het heeft geen zin dat ons land, of zelfs heel Europa, haar koolstofuitstoot vermindert,’ hoor je soms. ‘Het is vooral de rest van de wereld die CO2 uitstoot, China en de VS.’ Thomas Rotthier noemde dat op X een excuus en een drogreden. Een excuus is het zeker, maar voor een drogreden bevat de stelling te veel waarheid. Hij erkende wel dat er zich een probleem van ‘freeriding’ stelde, maar ook dat geeft de zaak niet goed weer. Het is niet zozeer dat enkele landen profiteren van de inspanning die de rest van de wereld doet, het zou eerder zijn dat een minderheid van landen zich inspanningen getroost waarvan uiteindelijk niemand profiteert.
Er zijn geloof ik vijf redenen om als Europa eventueel toch voorop te lopen in de energie-transitie.
- Alle beetjes helpen.
- We geven het goede voorbeeld.
- We hebben meer recht van spreken in internationale samenwerkingsverbanden
- Duurzame energie kan voor meer geopolitieke onafhankelijkheid zorgen
- Door (gesubsidieerd) onderzoek en innovatie kan een rendabele klimaatneutrale technologie ontstaan waar de hele wereld volgens een win-win scenario van profiteert.
De drie eerste redenen vind ik heel zwak.
Clement en Laurent
Wie gisteren of vandaag veel op de sociale media heeft gescrold maakt veel kans om op volgende geestige koppen te hebben gezien: ‘Belgian car salesman becomes prince after royal parentage confirmed’ (BCC) of ‘… after DNA test proves royal parentage.’ Dat is een prachtig voorbeeld van Angelsaksische humor, en de truc, als je wil, bestaat erin om géén humoristisch effect na te streven. De humor is een neveneffect van de zakelijkheid en bondigheid. De kop is bij wijze van spreken niet kwaad bedoeld. Daarbij moet je voor ogen houden dat het Britse of Amerikaanse publiek nog nooit gehoord heeft van prins Laurent, Wendy Van Wanten en hun liefdeskind, en dus best wat achtergrondinformatie kan gebruiken. Mocht Het Laatste Nieuws de kop ‘Autohandelaar wordt prins na DNA-test’ brengen, dan zou dat grove satire zijn.
Zelf was ik overigens gerustgesteld toen ik op Het Nieuws vernam dat Clément weliswaar prins werd, maar niet als mogelijke troonopvolger in aanmerking kwam. We weten sinds Willem de Veroveraar hoe het kan lopen als een bastaard op de troon komt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten