Karel Verhoeven
Bij een van mijn jongste blogstukjes kreeg ik een interessante vraag. Een lezer had opgemerkt dat ik mij vaak kritisch over De Standaard uitlaat. Hij vroeg zich af of ik in staat zou zijn een goed stuk in De Standaard te prijzen zonder mitsen of maren. Ik denk dat ik dat in het verleden wel eens gedaan heb, maar bij de commentaren blijft het moeilijk. In De Standaard worden die geschreven vanuit een welbepaalde ideologie. Zelfs als ik het eens ben met de algemene strekking, is er altijd wel minstens één linksliberale slak waar ik graag wat conservatief-liberaal zout over strooi.
Met het laatste stuk van Karel Verhoeven (DS 10/9) ligt het enigszins anders. Daar slaat de hoofdredacteur zelfs een conservatieve toon aan en hij heeft zelfs zuinige lof over voor Zuhal Demir, terwijl die overal elders in de pers vooral kritiek te slikken krijgt.
***
Die Demir-kritiek kan overigens gemakkelijk met uitlatingen van ontevreden leraren worden geïllustreerd. Leraren zijn altijd ontevreden over hun minister en over ‘Brussel’ in het algemeen. Ik heb één leraar gekend die iets positiefs zei over een directeur van de Guimardstraat. Dat was toen Mieke van Hecke. Zij zag eruit, vond hij, als een katholiek van de oude stempel. Zelf heb ik tweemaal iets positief geschreven over Hilde Crevits omdat die althans in haar uitspraken voorzichtig tegen de centraal opgelegde nivellering van de jaren ervoor. En Weyts, vond ik, probéérde ten minste om de scholen open te houden tijdens Covid. Maar wie zegt iets positiefs over Demir behalve haar ex-leraar Grieks, mijn FB-vriend ‘Mel Bergbewoner’?
Een mooi voorbeeld van negatieve commentaar was de lezersbrief van lerares en zij-instroomster Annelies Pandelaers (DS 3/9). Zij heeft recht van klagen want ze ze vindt geen vaste baan. Vorig schooljaar fladderde ze van de ene vervangingsopdracht naar de andere. Nu heeft ze, begin september, ondanks talloze sollicitaties weer geen werk. Op veel scholen werd ze niet eens uitgenodigd, en op andere scholen moest ze het afleggen tegen kandidaten met meer anciënniteit. Ik prijs mij gelukkig dat ik dat niet heb moeten meemaken, 35 jaar geleden.
De lerares neemt dan drie maatregelen van Demir op de korrel. Ik heb ze in onderstaand citaat genummerd:
(1) Door de hogere inschrijvingskosten voor ‘hobby-opleidingen’ in het volwassenenonderwijs vloeiden vastbenoemde leerkrachten terug naar het middelbaar. (2) De besparingen op werkingsmiddelen voor scholen noopten directies ertoe grotere klassen te vormen – weer minder leerkrachten nodig. (3) Met allerlei ‘leerkrachten terug voor de klas’-initiatieven werden mensen uit verlofstelsels en terbeschikkingstellingen gehaald. En de jonge, frisse krachten in het onderwijs? Wij vallen uit de boot.
De conclusie van de briefschrijfster is dan ook letterlijk: ‘Hou nu eens op over dat lerarentekort.’ En verder: ‘Met een aantal besparingen heeft … Zuhal Demir het lerarentekort in het onderwijs opgelost.’ Het is als kritiek bedoeld, maar ondertussen weet ik het nu ook, zonder dat het ooit het hoofditem op Het Nieuws geweest is. Ik had er zelf nooit aan gedacht dat het snoeiwerk in de hobby-opleidingen – ik volg er zelf een – en de besparingen op werkingsmiddelen het zo vaak bejammerde lerarentekort zou verminderen.
Een ander voorbeeld van de negatieve commentaar vond ik op FB-pagina Wims opinie over binnenlandse en buitenlandse politiek. Wim is net als ik een conservatief-liberaal, maar met een groter schipper-aan-wal gehalte. Zijn stuk van 30 augustus – volgens Pangram 24 % Wim en 76 % chatbot – heeft de veelzeggende titel: ‘Zuhal Demir, de grootste brokkenpiloot van de N-VA.’
***
Maar terug nu naar Karel Verhoeven. De lerares en Wim en de de chatbot sommen allerlei Demir-maatregelen op maar besteden weinig aandacht aan de context en de algemene lijn. En dat is nu precies wat Verhoeven wel doet: hij plaatst de maatregelen in de context van de digitale media en van de verminderde leesvaardigheid die er het gevolg van is. Hij gelooft terecht dat niet alleen de aandachtsspanne, maar ook de cognitieve mogelijkheden en culturele attitudes in het geding zijn*.
De conclusie van Verhoeven kan ik in elk geval zonder mitsen en maren bijtreden:
Defaitisme is geen optie. Dat is het wervende aan de tegenbeweging waarmee minister van Onderwijs Zuhal Demir het hele onderwijsveld op sleeptouw neemt. De remedie is om het onderwijs van veertig jaar geleden terug te brengen. Meer orde, structuur, discipline, tucht, kennis en prestatiedruk. Het ‘kennisrijk curriculum’ is nu onbetwist het doel. Als dat het beste idee is, vooruit dan. Misschien wordt dat wel de houding die we op veel plekken in onze cultuur moeten stimuleren. Hard werken om een autonomie van denken te ontwikkelen als antidotum tegen algoritmes en AI.
We kunnen even schrikken als een progressieve hoofdredacteur met zoveel woorden durft zeggen dat we de klok veertig jaar moeten terugdraaien. Ik hoorde mijn directie altijd beweren dat de klok niét kon worden teruggedraaid. Maar Verhoeven heeft gelijk. Conservatisme dient niet alleen om al te snelle vooruitgang af te remmen, zodat het wat draaglijk wordt voor de mensen, het kan ook dienen als, zoals hij dat noemt, een antidotum. Een antidotum is niet hetzelfde als een rem. Het is een compensatie, een antwoord op een nieuw probleem waarvoor men – enigszins paradoxaal – naar een oude remedie teruggrijpt. Een oude traditie krijgt een nieuwe betekenis en wint aan belang door de veranderde context. Als we alleen nog tikken op klavieren, zou het bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om op school weer meer aandacht te besteden aan schoonschrift. Ik zeg maar iets. En als AI alles makkelijker maakt, moeten we het onszelf en onze kinderen moeilijk durven maken.
Er is nog iets anders dat verwonderlijk aan de woorden van Verhoeven. Hier hebben we vooraanstaand lid van de links-liberale elite ouderwetse deugden als ‘orde, structuur, discipline, tucht, kennis en prestatiedruk’ aanprijst. Maar zó verwonderlijk is het ook weer niet. Die mensen hebben altijd die deugden zelf beoefend, want zonder discipline, tucht en kennis hadden ze het nooit tot vooraanstaand lid van de elite gebracht. Mensen als Verhoeven geloven van nature dat je hard moet werken om in het leven te slagen. Alleen hebben ze dat lange tijd niet durven zeggen of te denken omdat het haaks stond op hun egalitarisme. Ze waren bang – misschien niet helemaal ten onrechte – dat ‘harteloos rechts’ de redenering zou omdraaien en iedereen die niét slaagde in het leven zou verwijten niet hard genoeg gewerkt te hebben. Ze waren bang om elitèèèr*** over te komen. Ze waren bang om van victim blaming beschuldigd te worden.
Maken we een nu een kentering mee? Zal de elite weer durven de deugden te propageren waar ze zelf naar leeft? Dat de krant waarin Guy Tegenbos gedurende zoveel jaren de onderwijsnivellering predikte het vandaag opneemt voor het kennisrijk curriculum en de prestatiedruk, vind ik hoopvol. De school kan niet zo verschrikkelijk veel doen aan het algemeen ‘welbevinden’ van de leerlingen, nog aan de kloof tussen slim en dom en tussen arm en rijk***. Maar kennis doorgeven kan ze wel. Ze heeft dat in het verleden bewezen.
* Op de FB-pagina van Geraard Goossens vindt men bijvoorbeeld een grondige tekst van filosoof Martin Lenz over sociale media-teksten die volgens hem meer met de orale dan met de schrift-cultuur te maken hebben. En wat Pinker over lees- en beeldcultuur vertelt, heb ik eerder al geciteerd: zie hier.
** Uiteraard heeft de ‘democratisering’ van het onderwijs één soort kloof gedicht tussen arm en rijk. Maar dié kloof kan maar één keer gedicht worden.
*** De schrijfwijze leen ik van FB-vriend Herman Jacobs.
Frank D’hanis en de leesvaardigheid
Ook D’hanis zou graag hebben dat de jonge mensen meer lezen. Hij stimuleert zijn zoon om te lezen en zal hem daarom tot aan zijn puberteit geen gsm geven. Hij heeft de directrice van de lagere school van zijn zoon een ‘gsm-pact’ proberen aan te praten: een oproep aan alle ouders om hun kind geen ontlezing veroorzakende gsm te geven. Als het op lezen aankomt, is Frank dus ook een soort conservatief. Maar hij kijkt verder.
De conservatieve onderwijsomwenteling zal het lezen niet redden. Wat wel zou helpen is een sterke overheid, één die zich richt op het wegwerken van grote sociale ongelijkheid en durft om grote bedrijven die met schadelijke technologie veel geld verdienen ook echt aan te pakken.
Dat aanpakken bevalt mij niet. Wat moet er precies gebeuren? Moeten de grote bedrijven zwaarder belast worden zodat ze minder geld verdienen? Of moeten ze meteen onteigend worden? Moet de schadelijke technologie vervangen worden door een onschadelijke technologie? Wat is hier een schadelijke en onschadelijke technologie? Is het algoritme waardoor ik elke dag stukjes van D’hanis te lezen krijg schadelijk? Of gaat hij uit van de redelijke veronderstelling dat alle sociale media voor jonge kinderen schadelijk zijn?
Ergens begrijp ik de wanhoop van D’hanis: als de ouders en de directie niet vrijwillig meegaan in zijn gsm-pact, kunnen we maar beter een sterke overheid inschakelen? Ik heb indertijd zelf voor een sociale media-verbod voor kinderen gepleit, maar ik ben ondertussen gaan twijfelen. Is het niet beter als het initiatief van onderuit komt, zoals van bezorgde vaders die een gsm-pact voorstellen aan schooldirectrices en dan geduldig de andere ouders van de school proberen te overtuigen?
Maar het waren niet die gsm’s en dat aanpakken dat mij in D’hanis’ tirade het meest was opgevallen. Het was veeleer het stukje over de B-stroom in het onderwijs. Eerst ontkent D’hanis dat de leerplannen minder zwaar zijn dan vroeger en minder kennis bevatten.
Dat is totale onzin. Het grootste probleem is ook hier ons sterk sociaal gesegregeerd onderwijs. Kort gezegd: er zijn de scholen met vooral kinderen uit middenklassemilieus en er zijn de scholen met kinderen uit worstelende sociale milieus. Zuhal Demir wil ook kinderen “met gouden handen” maar ze vertelt er bijna nooit bij dat kinderen op hun twaalf jaar in de B-stroom worden geduwd. Kiezen voor een beroep zou een positieve keuze moeten zijn, geen beslissing die wordt opgedrongen.
De kinderen worden in de B-stroom … geduwd. D’hanis had nog sterkere woorden kunnen gebruiken: kieperen, smijten, dumpen, afvoeren … Of : die kinderen worden in de B-stroom getrapt, en de beslissing wordt hun door de strot geramd. Hij heeft zich, we moeten het toegeven, ingehouden. Maar los van de woordkeuze blijft de vraag: wie is hier degene die duwt, of die opdringt? Vroeger wees men wel eens de PMS-centra – het huidige CLB – als boosdoeners aan. Kinderen die goed presteerden in het lager onderwijs werden, zo wordt verteld, vanwege hun afkomst naar het beroepsonderwijs gestuurd.
De laatste tijd hoor ik die beschuldiging minder. Ze staat ook zo ver af van de realiteit zoals die mij door collega’s uit de B-stroom werden verteld, of door mijn schoonzus die al twintig jaar lesgeeft in 1B. Of neem het getuigenis van Kenneth Lammers, leraar mechanica in het beroepsonderwijs in Antwerpen (DS 10/9)
Een kind mag in Vlaanderen naar 1B zodra het twaalf is. Ook als het maar tot het vierde leerjaar is geraakt is, ook al leest het op het niveau van het tweede leerjaar. Bijna een kwart van de kinderen in 1B omt daar zo binnen, ‘op leeftijd’ zoals dat heet. Dan zit dat kind twee jaar in de B-stroom, en daar kun je in de praktijk niet blijven zitten, want wie veertien is, mag naar 2B, wat er ook op het rapport staat. En wie daarna vijftien is, mag door naar het derde jaar, naar mij …
Die kinderen zijn niet naar de B-stroom geduwd, ze zijn cognitief niet bekwaam en niet gemotiveerd om in een andere richting mee te kunnen, meer zelfs, ze zijn ook niet in staat om aan de normen van het beroepsonderwijs te voldoen en worden dan maar ‘op leeftijd’ toegelaten tot een hoger jaar.
Er zijn veel slachtoffers van dat systeem: de leraar, die cognitief zwakke leerlingen zelf, én de leerlingen die, zoals D’hanis dat formuleert, ‘een positieve keuze voor een beroep maken.’ Ik citeer nogmaals Lammers:
En dan is er die andere jongen in mijn klas. De jongen die bewust voor mechanica gekozen heeft, die op zijn twaalfde al aan brommers prutste en die naar school komt omdat hij iets wil kunnen. Hij merkt dat de les trager gaat, dat ik na het voorbeeld stop, dat hij zit te wachten op klasgenoten die de opgave niet kunnen lezen. Al na een paar weken zie ik hem denken: waarom zou ik mijn best doen, als die naast mij niets doet en toch mee overgaat?
Als ik dat lees ben ik, contra D’hanis, geneigd om te pleiten voor méér segregatie. Zodat de jongen die een positieve keuze maakt voor mechanica in een andere klas terechtkomt dan degene die op zijn vijftiende amper kan lezen. Ik begrijp dat D’hanis het een ‘onrecht’ vindt dat een jongen van vijftien niet kan lezen. Ik vind dat eigenlijk ook. Mocht die jongen, met dezelfde cognitieve capaciteiten, geboren zijn in een gezin van hersenchirurgen zou hij ongetwijfeld wél kunnen lezen. Ook heb ik begrip voor D’hanis’ linkse oplossingen – al zijn het de mijne niet –, namelijk meer sociale gelijkheid en meer financiële middelen voor het onderwijs, zodat veel meer hulp op maat mogelijk wordt. De middenklasse betaalt.
Maar dat zou allemaal minder soelaas brengen dan een utopist als D’hanis zich voorstelt. Er zullen leerlingen blijven binnenstromen met IQ’s van 75 en andere van 125. Het verschil in motivatie zal niet verdwijnen. Kinderen zullen nog altijd andere basisvaardigheden en rolmodellen meekrijgen van thuis. Sommigen zullen beter met stress om kunnen dan anderen. Er zullen nog altijd ouders zijn die noodgedwongen of vanuit hun temperament meer of minder tijd investeren in hun kinderen. En het kan nog generaties duren voor sommige migrantenmilieus definitief overschakelen naar Nederlands als thuistaal.
En dan rijst de vraag hoe men, met beperkte of met ruime middelen, het beste kan maken van die ongelijkheid. Daarop antwoord ik dat de piste van Demir – meer orde, structuur, discipline, tucht, kennis en prestatiedruk – iets ten goede kan veranderen. Wellicht had Bourdieu gelijk toen hij zei dat die waarden beter aansluiten bij de welvarende middenklassegezinnen. Maar het zijn de kinderen uit de arbeidersgezinnen, die waar D’hanis zich zorgen over maakt, die er het meeste nood aan hebben.
* Over sociale media-verbod voor jongeren, zie mijn longread hier.

Ik denk dat er ook zoiets bestaat als het forellen-effect. een zoon van mij is ooit beland in het BLO, dan een paar jaar Freinet, Beroepsonderwijs, A2 en tot slot A1 verpleegkunde en nog wat bijscholing achteraf. Toch ook de moeite? Vertrouwen en inzet.
BeantwoordenVerwijderenIk moet al zestig jaar teruggaan in het verleden om mijn middelbareschooltijd te reconstrueren. Ja, inderdaad, hard werken, luisteren naar wie boven je stond, kennis verwerven en kritiek aanvaarden...het hoorde er allemaal bij. Maar er is meer: het waren principes die in de hele maatschappij golden. Misschien in het “brave” Vlaanderen meer dan in het “roerige” Wallonië en misschien minder in de stad dan op het platteland, maar toch. Ik wil alleen maar zeggen: de tekortkomingen van ons onderwijs zijn dezelfde als die van de hele maatschappij. Aangezien we moeilijke tijden tegemoet gaan zullen waarschijnlijk de meeste mensen terug moeten keren naar die oude waarden van zelfredzaamheid, inzet en zelfbeheersing. In een land dat blut is kunnen de mensen niet allemaal als rijkaards leven. Ze zullen dus, zoals men dat zo snedig uitdrukt in Vlaanderen, “uit hun pijp moeten komen.” Sommigen gaan daarin lukken, anderen niet. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.
BeantwoordenVerwijderen....En het kan nog generaties duren voor sommige migrantenmilieus definitief overschakelen naar Nederlands als thuistaal....
BeantwoordenVerwijderenU conformeert zich daaraan? Velen niet. Migranten die na generaties nog altijd hun koeterwaals spreken en geen nederlands: BUITEN. Go back to your sh....hole-country....