Magnette en Hedebouw
Soms vind ik het moeilijk om te kiezen tussen Paul Magnette en Raoul Hedebouw. Magnette heeft maanden geleden een campagne opgezet waarin hij beloofde dat hij, als hij in de regering kwam, elke loontrekkende vier jaar lang één procent extra zou geven, dus samen een loonsverhoging van 4 procent bovenop de index. Maar als een journalist van De Standaard(17/9) hem vraagt of de bedrijven zo’n loonsverhoging kunnen dragen, antwoordt hij:
Natuurlijk kan niet elk bedrijf zijn werknemers meer loon geven, de PS is niet blind. Maar bedrijven die dat wel kunnen, moeten de kans hebben te onderhandelen over een loonsverhoging … We geven massaal veel subsidies aan bedrijven. De PS is voor bedrijven en wil bedrijven helpen … en ja, subsidies zijn vaak nuttig.
Daar zit iets schaamteloos in. De meeste partijen doen beloften en trekken die daarna in als ze in de regering komen. Maar Magnette trekt de beloofde loonsverhogingen al in als hij een vraag krijgt van De Standaard, en hij belooft meteen subsidies voor bedrijven in de plaats. Dan denk je even dat Raoul toch eerlijker is.
Maar waaruit zou die eerlijkheid van Raoul bestaan? Ten eerste denkt hij nog lang niet aan een regeringsdeelname, dus moet hij geen enkele belofte nakomen. Ten tweede, mocht hij ooit aan een regering deelnemen, dan zou hij zich in tegenstelling tot Magnette inderdaad niet schamen om heel onrealistische maatregelen op te leggen. Als dat zou leiden, ten derde, tot een ineenstorting van de kapitalistische economie, zoveel te beter. Dan komt er eindelijk plaats voor het communisme-twee-punt-nul.
Wie zijn de nuttige idioten?
Karel Verhoeven maakt zich zorgen over de ‘snel aangroeiende groep mensen die graag verdedigt dat de academische vrijheid hem [Cofnas] intellectuele onschendbaarheid verleent.’ Hij noemt hen de ‘nuttige idioten’ van extreemrechts. Hij geeft geen namen, alleen die van Freddy Mortier. Aan wie denkt hij nog? Lode Cossaer? Mark Elchardus? Ive Marx? Andreas De Block? Wellicht maakt hij zich het meeste zorgen over de vrije-meninguiters in zijn eigen links-liberale kamp: Bart Eeckhout, Joël De Ceulaer en Patrick Loobuyck.
De genetica van Lewontin en co
Door de heisa rond Cofnas voelde ik mij half verplicht om wat kennis over genetica op te frissen of op te doen. Ik haalde onder andere het boek van Lewontin, Rose en Kamin uit de kast. Not in Our Genes (1984) werd in 1987 in het Nederlands uitgebracht door EPO als Genetica, erfelijkheid en ideologie. Ik heb het onmiddellijk na het verschijnen gelezen, en volgens de notities in de marge moet ik toen nog een brave marxist geweest zijn. Op bladzijde 73 heb ik de volgende passage aangestreept, die past binnen de kritiek op het ‘mechanisch materialisme’ en op het ‘vulgair marxisme’, die moeten vervangen worden door het ‘dialectisch materialisme’ en het ‘echte marxisme’:
Dit soort reductionisme … kun je vinden in sociale en politieke werken die gaan van Kautsky tot sommigen onder onze huidige trotskistische theoretici (bijvoorbeeld Ernest Mandel). Tegenover dit economisch reductionisme als een verklarend principe voor alle menselijke gedragingen, stellen wij het inzicht van marxistische filosofen als Georg Lukacs en Agnes Heller en van revolutionaire theoretici en practici zoals Mao Tse-Tung.
Het mooiste in dat citaat is het revolutionaire ‘wij’. Het revolutionair collectief is aan het woord. En dat Mao een complimentje en die vuile trotskisten een veeg uit de pan krijgen was mooi meegenomen. Maar ik meen mij te herinneren dat ik het hoofdstuk over IQ eigenlijk niet zo overtuigend vond. De auteurs maakten er zich nogal gemakkelijk van af. Ik zal niet zeggen dat ik de vinger kon leggen op de fameuze Lewontin fallacy, maar ik had wel de indruk dat de bewijsvoering iets te gretig was en de aanval op collega Cyril Burt iets te enthousiast.
Devisch, Eeckhout, Demir
Zowel professor Ignaas Devisch als journalist Bart Eeckhout* hadden kritiek op Zuhal Demir die de joelende studenten van antwoord had gediend. Het stuk van Bart Eeckhout is mij van toon en strekking veel liever dan dat van Devisch, maar ook hij focust eenzijdig op drie woorden van Demirs oproep: daar waar ze de joelende studenten ‘onbeschoft, laf en dom’ noemt. Het is jammer dat daarmee het thema van de tekst wordt vergeten: hoe angst voor ‘vreselijke meningen’ leidt tot verkrampte reacties, en dat zowel die angst als die verkramping moet worden overwonnen. Het zijn drie andere woorden die bij Demir centraal staan, en waarmee ze haar tekst begint en eindigt: luister, denk, praat.
* De reacties van Devisch en Eeckhout vindt men hier en hier.
Overtuigend spreken
Overtuigend spreken is in de eerste plaats een kwestie van charisma. Wat ook helpt is je direct en. ongenuanceerd uitdrukken. In de film Nouvelle vague (2025) zien we een kort toespraakje van Roberto Rosselini, gespeeld door Laurent Mothe, die zich richt tot de redactie en de sympathisanten van Les cahiers du cinéma. De jonge Franse cinefielen hangen aan zijn lippen. Rosselini spreekt met overtuiging en gezag. Dit is wat hij zegt.
Merci, les amis, merci cercle de cinémaniaques, bande d’insurgés. J’essaie toujours de créer un mouvement. Mais je n’y suis pas encore parvenu, parce que j’ai bien compris que, pour créer un mouvement, il faut se cristalliser dans une position. Et dès lors qu’on se cristallise, on se castre. Le cinéma est affaire de morale. Il n’y a pas de technique pour capturer la réalité. Seule une rigueur morale peut y parvenir. La caméra est un stylo mais un imbécile qui ne vaut rien si vous n’avez rien à dire. La meilleure manière de filmer est la plus simple. L’art, le vrai, se méfie des effets artistiques comme de la peste. La vraie liberté est logique, n’a que faire des règles et des habitudes. Il ne faudrait filmer que dans un état d’urgence et de nécessité. Ne considérez pas le cinéma comme quelque chose de mystique.
Je vraagt je af of Rosselini niet met evenveel succes het tegenovergestelde had kunnen zeggen:-
- Je n’ai jamais essayé de créer un mouvement.
- Pour créer un mouvement, il ne faut jamais se cristalliser dans une position.
- Se cristalliser, ce n’est pas se castrer.
- Le cinéma n’est pas affaire de morale.
- Pour capturer la réalité, il faut avant tout de la technique.
- La caméra n’est pas un stylo imbécile.
- La meilleure manière de filmer n’est jamais la plus simple.
- L’art, le vrai, ne peut se passer des effets artistiques.
- La vrai liberté est illogique.
- Pour filmer, il faut se libérer de cet état d’urgence et de nécessité.
- Considérez toujours le cinéma comme quelque chose de mystique.
Out of Africa
Vandaag kan ik alles vragen aan ChatGPT en Grok, en krijg ik brave, middle-of-the-road antwoorden. Maar surf nog altijd op Quora op zoek naar extravagante vragen en extravagante antwoorden. Een mooie vraag die soms terugkeert is: Welke film won een Oscar voor beste film en was eigenlijk niet goed. Iemand had een aantal criteria verzameld: (A) bevat een plotgat; (B) gaat nergens over; (C) is flauw over de hele lijn. De toepassing van de criteria leidde tot: The Deer Hunter (A), Chariots of Fire (B) , Out of Africa (A-B-C) , Argo (A-C).
Alleen Out of Africa beantwoordde aan de drie criteria. Dat zou best kunnen, maar zeker weet ik het niet, want ik slaag er nooit in om meer dan een kwartier naar die film te kijken.
Dix pour cent, le film (2026).
Om toe te voegen aan mijn lijstje van films over het maken van films. Franse komedie in de beste zin van het woord. Dankzij de film heb ik nu ook de serie ontdekt die eraan voorafgaat.
La règle du jeu (1939)
Op Youtube kun je de mooie en historisch belangrijke film La règle du jeu zien (1939), van Jean Renoir. De klank is slecht en, als iemand die half-doof is, begreep ik weinig van de dialogen. Ik moet hem nog eens opnieuw zien in een betere versie. Maar één dialoog heb ik wel begrepen. Octave zegt : ‘Ce qu’il y a de terrible dans la vie, c'est que tout le monde a ses raisons.’ Waarop André of Robert antwoordt : Bien sûr, et moi, je suis pour que chacun les expose librement.’
Furious (2026)
Televisiereeks over een seriemoordenares en een politie-agente. De plot is ongeloofwaardig en bevat alle clichés van het genre. Maar de uitwerking van de personages is hoogst origineel.
Drops of God (2023)
Serie over een jonge vrouw Camille Léger die zich vanwege een testament moet vervolmaken in de wijnproeverij. Veel over ‘premier nez’ en ‘deuxième nez’ en dat soort zaken. In de tweede aflevering ziet Camille haar jeugdvriend Thomas terug. Maar Thomas heeft een relatie met Juliette die knap is, zeven talen spreekt en van de regisseur opdracht gekregen heeft om haar vriend voortdurend aan te raken. ‘Ik begrijp het,’ zei mijn vrouw, ‘wij moeten Juliette niét leuk vinden.’ Dat was ongeveer het moment dat we besloten om het bij twee afleveringen te laten.

Ik bekeek de laatste weken (één episode per week) How to kill your Sister (Belgisch, ondanks de Engelstalige titel), een van de beste series die ik onlangs tot me heb genomen. Een aanrader. Van de 'slechte' Oscarwinnaars vond ik alleen The Deerhunter wel goed, geloof ik (ik zag 'm in de bioscoop en heb 'm nooit in z'n geheel teruggezien, dus misschien had ik toch zo mijn twijfels), Argo vond ik doorsnee, Chariots of Fire ronduit slecht en Out of Africa zo saai dat ik er na een halfuurtje de brui aan gaf.
BeantwoordenVerwijderenHet Laatste Nieuws steekt vandaag de zelfverklaarde kwaliteitskranten de loef af, want zij hebben wél het lef om Cofnas zelf te interviewen.
BeantwoordenVerwijderenIk vond het een fair interview.
Verwijderen