Op woensdagmorgen 16 september vond aan de U Gent de plechtige proclamatie plaats van de niet-taalgerichte opleidingen binnen Wijsbegeerte en Letteren: Geschiedenis, Archeologie, Kunstwetenschappen, Wijsbegeerte, Moraalwetenschappen, en Gender en Diversiteit. Sommige van die opleidingen zijn recenter dan andere.
Zo’n plechtigheid wordt normaal opgeluisterd met nogal saaie toespraken. De studenten worden gefeliciteerd. Ze worden uitgenodigd om met hun opleiding iets terug te doen voor de maatschappij. Misschien moeten ze de Verlichtingsidealen – sapere aude – gaan verspreiden op het platteland en in de grootsteden. Misschien moeten ze naar het Wilde Westen trekken – go west, young man – om daar aan beschavingswerk te doen en rijk te worden. De truc bij die toespraken is om niet té saai te zijn, maar anderzijds niet te concreet te worden, zodat je op geen zere tenen trapt.
En Cofnas is toevallig niet van het type van de Flat Earth society. Dus hij geloof niet dat de aarde plat is. Als hij dat zegt, dan kan je gemakkelijk zeggen: dat is pseudowetenschap. Maar zo is het niet. De stelling bijvoorbeeld dat er erfelijke genetische verschillen zijn tussen groepen huidskleuren wat betreft intelligentie … Ik heb helemaal geen sympathie voor die stelling, bij lange niet, maar ze is perfect begrijpelijk en ze is zinvol. Dat die uitspraak vals is (gejoel) … dat die uitspraak vals is, is nooit aangetoond. En het tegendeel, dat ze waar is, ook niet. (Een klein deel van het publiek verlaat de zaal) … Het is ook feest vandaag hé … (Flauw gelach. Decaan Deneckere gaat naar Mortier en spreekt hem aan, waarop die zijn toespraak afsluit.) Dus, voor de duidelijkheid, proficiat aan de afgestudeerden. Dankuwel. (Flauw applaus).
Voor zover ik weet heeft Mortier hier gelijk over de erfelijke genetische verschillen. Die kwestie is inderdaad niet definitief beslist (al denkt bijvoorbeeld Cofnas van wel). Professor Duyck citeert op x.com een bevraging onder psychologieprofessoren waarvan 29 % aangeeft te geloven dat ‘genetic differences explain non-trivial variance in race differences in IQ-scores.’ En hij citeert ook een andere bevraging onder intelligentie-onderzoekers waaruit blijkt dat die de ‘heritability of the US Black-White difference in IQ’ in ongeveer gelijke mate toeschrijven aan ‘genetic en ‘environmental’ factoren*. Wat ik in elk geval altijd grappig vind is het argument dat de genetische hypothese ‘reeds geruime tijd’ weerlegd is. De lezer zal immers begrijpen dat juist de argumenten van ‘geruime tijd’ geleden vandaag achterhaald zijn door een wetenschap die nog in volle ontwikkeling is en die, wat de biologische kant betreft, in haar kinderschoenen staat**.
Maar we mogen aannemen dat veel van de joelende studenten van Gent het wetenschappelijk onderzoek terzake niet op de voet volgen. Het is ook erg moeilijk. Als ik daar zelf over lees moet ik telkens weer opzoeken wat een ‘allele’ is, of een SNP en een SNV, en wat het verschil daartussen is. En hoe men nu precies onderzoekt of er selectiedruk meespeelt in de ‘standing variation’ binnen de menselijke populaties.
Nee, de studenten joelden niet vanwege een meningsverschil over een status quaestionis, maar om heel andere redenen. Sommige van hen zijn activisten, andere zijn conformisten en nog anderen hebben verkeerd begrepen wat Mortier precies heeft gezegd. Het gaat ook over moeilijke zaken. Veel mensen zullen nooit het verschil begrijpen enerzijds tussen het verdedigen van een bepaalde mening, en anderzijds het verdedigen van de vrijheid om een bepaalde mening te uiten, vooral als die bepaalde mening te ver afwijkt van wat hun eigen overtuiging.
Mortier maakte het nóg moeilijker door er de discussie over ‘pseudowetenschap’ en over ‘zinvolle uitspraken’ bij te betrekken. Veel studenten zullen gedacht hebben dat een ‘zinvolle’ uitspraak ongeveer hetzelfde is als een ‘goede’ uitspraak. Dat is wat ‘zinvol’ betekent in dagelijks taalgebruik. Maar Mortier gebruikt het woord in de Popperiaanse betekenis. Een betekenis is ‘zinvol’ omdat er over kan worden gediscussieerd en omdat ze zo is geformuleerd dat ze in principe kan worden weerlegd.
Natuurlijk hadden de studenten het ‘recht’ om te joelen en om de zaal te verlaten. Zo had ook professor Deneckere, als decaan, het recht had om haar collega het woord af te nemen. Maar ik moet daar niet blij mee zijn, en ook niet met haar excuses aan de studenten. Ze zei:
Maar er zijn grenzen, zoals ik, denk ik, daarnet ook heb proberen te zeggen. Grenzen aan de tolerantie, maar ook aan wat er gezegd wordt op een plechtigheid als deze. Persoonlijk vond ik het volkomen ongepast dat onze erevicerector (luid en langdurig applaus) die ik heel erg apprecieer en waardeer, daarover gaat het niet, dit moment eigenlijk gebruikt heeft om een punt te maken dat hier totaal ongepast is. Dus nogmaals: sorry. (Applaus)
Die ‘sorry’ van Deneckere vind ik evengoed een faux pas. Je zegt toch geen ‘sorry’ in naam van iemand anders? Dat is een publieke vernedering. En ik zie niet goed wat ze zelf, in haar eigen logica, fout had gedaan. Moest ze zich soms excuseren dat ze een onbetrouwbaar sujet als Mortier had uitgenodigd om te spreken? Of dat ze hem niet snel genoeg het woord had afgenomen?
En dan is er nog iets. Volgens de journalist van PAL – een rechts medium – had Deneckere in haar toespraak zelf de naam van Cofnas kort vermeld. Ik weet niet of dat waar is. Maar zeker is dat ze erop heeft gealludeerd, want in haar hierboven aangehaalde reprimande verwijst ze naar wat ze eerder gezegd had over de ‘grenzen aan de tolerantie’. Ze had daarbij, verneem ik, ook de zogenaamde tolerantieparadox van Popper aangehaald. Dan ben ik altijd op mijn hoede, want in mijn ervaring wordt die paradox vooral aangehaald om intolerantie te goed te praten, wat op zich ook, c’est bien le cas de le dire, paradoxaal is***. En die ‘grenzen aan de tolerantie’-uitspraak van Deneckere kan ik alleen maar opvatten als een nauw verholen verwijzing naar – en een standpunt over – de Cofnas-zaak.
Eigenlijk hebben zowel Deneckere als Mortier de proclamatie gebruikt om een punt te maken. Deneckere is begonnen – she drew first blood – maar ze deed het discreet en in algemene termen. Dat is meer in overeenstemming met de geplogenheden op een officiële plechtigheid. Mortier daarentegen was direct en concreet en had, zei hij in De Morgen, achteraf spijt van zijn optreden.
Wat is de reden dat Deneckere haar collega zo openbaar vernederde? Ik zie twee redenen. Aan de ene kant wilde ze Mortiers inbreuk op het decorum rechtzetten. Aan de andere kant moet ze zich gestoord hebben aan de strekking van zijn woorden. Ik kan mij in elk geval niet inbeelden dat ze hem ook het woord had afgenomen als hij Cofnas als ‘pseudo-wetenschapper’ had aangeklaagd en had gezegd dat ‘heel de Cofnas-kwestie aantoont hoe cruciaal ons diversiteits- en inclusiebeleid is voor het welzijn van de academische gemeenschap.’ Dan zou hij immers niet meer gedaan hebben dan de woorden herhalen die zij zelf bij een andere gelegenheid gebruikt had. En dan weegt een inbreuk op het decorum toch wat lichter.
***
Ik heb zelf in mijn links verleden meer dan eens sprekers uitgejouwd. De libertair in mij vindt nog altijd dat zoiets moet kunnen, maar de conservatief in mij vindt het tegelijk onfatsoenlijk. In een schitterend antwoord op de studenten noemde Zuhal Demir zo’n gedrag ‘onbeschoft, laf en dom.’**** Ik zou het anders formuleren. Zo’n gedrag is in de eerste plaats ‘verkrampt’ en dat is wat Demir in de rest van haar tekst zo goed uitlegt. Het verraadt een angst om na te denken over een mening die frontaal botst met waar je zelf in gelooft.
Het uitjouwen was in dit geval ook een bewijs van conformisme. De joelende studenten wisten dat ze de meerderheid én de academische overheid achter zich hadden. Dan is het gemakkelijk om de rebel uit te hangen. Met hun joelen bewezen de studenten niet, zoals Ignaas Devisch meent, dat ze ‘weerstand kunnen bieden’. Ze bewezen juist hoe braaf ze onder, het mom van opstandigheid, de consensus volgen*****.
En ten slotte blijft zo’n gejoel tegen een spreker, hoe je het ook draait of keert, pestgedrag van een groep tegen een individu. Iemand pesten is erg, maar in groep iemand pesten vind ik onnoemelijk veel erger.
Zelfs Devisch, die het voor de protesterende studenten opneemt – le prof avec nous! – voelt aan dat het met dat joelen niet helemaal in de haak is. Hij spreekt daarom vergoelijkend over ‘een beetje lawaai maken.’ Karel Verhoeven doet het in zijn commentaar (DS 19/9) nog slimmer. Hij verzwijgt het joelen en spreekt alleen van ‘rechtstaan in protest’. Dat is inderdaad een waardiger manier om je ongenoegen te laten blijken. Ik zou het ook kunnen overwegen als een spreker zaken zegt die ik écht te gortig vind. Maar daarbij zou ik de lat heel hoog leggen. Als Devisch en Verhoeven hun discours vanop een podium verkondigden, zou ik hoogstens bevestigend knikken, ten teken dat ik hun boodschap begrepen heb. Ik zou niet joelen of rechtstaan, hoezeer ik het ook met hen oneens ben.
***
Het commentaar van Verhoeven gaat trouwens veel verder dan het recht op protest. Hij vertrekt van een correcte vaststelling: dat Cofnas niet zelf onderzoek doet naar IQ-verschillen tussen ancestrale populaties, dat hij er daarentegen vanuit gaat dat die ondertussen bewezen zijn, en dat hij ten slotte als ethicus voortborduurt op de sociale en politieke implicaties van die premisse. En verder schrijft Verhoeven nog dat theorieën van rassuperioriteit in de geschiedenis van de mensheid tot vreselijk misbruik en lijden hebben geleid.
Die twee beweringen zijn juist en, van waar ik sta, zijn het ook de enige in het commentaar die juist zijn. Verdere stellingen zijn
- Cofnas stelt ‘dat ongelijkheid genetisch is en beter niet wordt gecorrigeerd’
- Cofnas ‘streeft een wereld na waarin zwarte mensen niet meer in aanmerking komen voor belangrijke maatschappelijke functies’
- Mensen die ‘gemakzuchtig beweren de ideeën van Cofnas niet te delen maar die wel zijn academische vrijheid steunen, dreigen de nuttige idioten te worden van een extreemrechtse infiltratie’
- De ‘enthousiaste steunclub van Cofnas’ geeft aan ‘hoever de slinger dreigt door te slaan als correctie op woke’
- Tegen mensen als Cofnas moet het strafwetboek worden ingeschakeld
Over (3), (4) en (5) heb ik elders al uitgebreid geschreven.
(1) berust op een misverstand, want het zou moeten zijn: ‘wordt beter niet gecorrigeerd met positieve discriminatie.’ Dat is iets helemaal anders. Positieve discriminatie is niet de enige manier om ongelijkheid te corrigeren.
En (2) is Verhoevens persoonlijke interpretatie van een veel geciteerde stelling van Cofnas:
‘In a meritocracy, [...] Blacks would disappear from almost all high-profile positions outside of sports and entertainment.’
Iedereen kan zelf proberen na te gaan of Verhoevens weergave van die stelling correct is. Als men er niet uit raakt, kan men het aan ChatGPT vragen. Omdat ik ook tot de ‘gemakzuchtige nuttige idioten’ behoor, wil ik eraan toevoegen dat ik Cofnas’ mening, ook zonder de kwaadwillige interpretatie van Verhoeven, niet deel.
***
Dat had allemaal niet zo hoeven te gebeuren. In mijn ideale wereld zou Cofnas zich iets voorzichtiger uitdrukken en geen revolutie tegen woke prediken******, zou er aan de U Gent beleefd gediscussieerd worden over de IQ-kwestie, zouden er tegen Cofnas geen klachten worden ingediend ‘omdat men zich in zijn welzijn bedreigd voelt,’ zou professor Mortier op een proclamatie een ruime interpretatie van academische vrijheid kunnen geven, zou professor Deneckere even haar wenkbrauwen fronsen en daarna een flauwe glimlach laten zien, en zouden er na afloop twee of drie studenten naar Mortier toestappen en hem uitleggen waarom ze het niet met hem eens zijn.
* De bevragingen die Duyck citeert: hier en hier.
** Het is het biologisch-genetisch onderzoek naar IQ en ancestrale populaties dat nog in zijn kinderschoenen staat. Er bestaat wel al geruime tijd breed statistisch onderzoek naar de kwestie, data en interpretaties die nog altijd bruikbaar is, met alle discussies die erbij horen.
*** De stelling van Popper wordt meestal heel onvolledig samengevat. Ik geef hieronder de volledige passage, en ik cursiveer de nuances die men wel eens vergeet.
Less well known is the paradox of tolerance: Unlimited tolerance must lead to the disappearance of tolerance. If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them. — In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant. We should claim that any movement preaching intolerance places itself outside the law, and we should consider incitement to intolerance and persecution as criminal, in the same way as we should consider incitement to murder, or to kidnapping, or to the revival of the slave trade, as criminal.
**** Ik heb de tekst van Demir in mijn vorige blogpost geciteerd: hier.
***** Een combinatie van conformisme en en opstandigheid is heel gevaarlijk, zoals gebleken is tijdens de Culturele Revolutie in China. De studenten gehoorzaamden de revolutionaire oproep van de Grote Leider en vierden tegelijk hun opstandigheid bot op hun professoren als gemakkelijke slachtoffers. In de Gentse aula overheerste echter het conformisme. Slechts een kleine minderheid van de studenten begon te joelen en liep weg. De meesten bleven zitten. Maar ze maakten dat goed door extra hard te applaudisseren voor de tussenkomst van deken Deneckere.
****** Argumenten tegen Cofnas’ anti-woke revolutie heb ik in dit stukje samengevat: hier.

Zo'n Ignaas Devisch is toch een ongelooflijke kwezel? (Excuses voor de weinig constructieve bijdrage... alhoewel, heel die linkerzijde aan de UGent lijkt in de ban te zijn van een soort van religieus denken waar sommigen aan KUL jaloers op zouden zijn.)
BeantwoordenVerwijderenMijn ergernis over Devisch in deze kwestie is groter dan ik heb laten blijken. Het eerste woord dat bij mij opkwam, heb ik achteraf geschrapt.
Verwijderen