donderdag 3 april 2025

Importheffingen en andere Trumpiana


Economen
      Vanuit economisch oogpunt zijn importheffingen altijd fout, ook als ze een ‘wederkerig’ antwoord zijn op importheffingen van het andere land. Ik lees dat 83 procent van de Amerikaanse economen verwachten dat hogere invoerheffingen zullen leiden tot lagere economische groei. Hebben die andere 17 procent dan geslapen tijdens de les over het comparatieve voordeel? 

Onrecht
     Donald Trump beschouwt een handelsdeficiet als een soort ‘onrecht’. Hoe durven landen meer naar ons exporteren dan dat ze importeren? Maar dat heeft niets met ‘onrecht’ te maken. Zoals Bart van Craeynest van Voka schrijft (DS 3/4): ‘Een handelstekort impliceert dat een land meer consumeert dan het produceert.’ – En als dat land zijn productie jaarlijks flink ziet stijgen is dat niet eens een onmiddellijk nadeel.

Strategie van Trump
     Wat is de strategie achter de importheffingen van Trump? Van Craeynest gelooft dat er géén strategie achterzit, behalve een compleet gemis aan economisch inzicht. Dat is best mogelijk. Trumps adviseurs kunnen eventueel een economische uitleg verzinnen – herindustrialisatie, creatie van werkgelegenheid, devaluatie van de dollar – maar die uitleg houdt bij nader onderzoek geen stand. Neem de creatie van werkgelegenheid. Er is in de VS nu al bijna een tekort aan arbeidskrachten, en met de migratie-stop en deportaties zal dat nog erger worden.
      De beste verklaring lijkt mij dat sluwe adviseurs in de buurt van Trump diens economisch analfabetisme misbruiken om in de post-globale wereld van machtsblokken geostrategische doelstellingen na te streven: economische autonomie, controle over grondstoffen en handelsroutes, en sabotage van andere economische machtsblokken (sabotage die dan zwaarder zou moeten wegen dan de sabotage van de eigen economie).
     In die zin is het protectionisme van Trump zowel een oorzaak als een gevolg van de deglobalisering.

Interne vrijhandel
     Hoe moeten we reageren op het protectionisme van Trump? Door tegenmaatregelen te nemen en importheffingen in te voeren voor Amerikaanse producten? Volgens de filosofie: als hij in zijn voet schiet, mogen wij ook in onze voet schieten. Van Craeynest heeft een veel beter voorstel: de interne Europese markt vrijer maken. De Amerikanen zijn nu misschien protectionistisch tegenover de rest van de wereld: hun interne markt is veel vrijer dan de onze. Van Craeynest:

De beste manier om te reageren, is de handelsbarrières wegnemen die nog altijd bestaan op de interne Europese markt. Die zijn een veelvoud van de invoerheffingen waarmee Trump dreigt en ze zijn bovendien van toepassing op grotere volumes. Volgens analyses van het IMF zijn er binnen de Europese markt voor de industrie handelskosten die overeenkomen met een invoerheffing van 44 procent … In de Europese dienstensector lopen die handelskosten zelfs op tot 110 procent … Volgens het rapport Draghi loopt Europa door interne handelsbelemmeringen 10 procent aan economische activiteit mis. 

     Dat is nog eens een idee: het oude continent dat haar eigen zaakjes op orde krijgt. De toestemming voor nieuwe medicijnen centraliseren, de regels rond tonnage van vrachtwagens harmonizeren, de spoorbreedte van de treinen uniformeren, de kapitaalmarkt integreren. Daarna kunnen we daarna nog altijd op Trump kankeren.

Globalisering
     De globalisering van de economie zorgde voor een gouden tijdperk. Dat schrijft ook Lieven Sioen in zijn commentaar (DS 4/3). De handel tilde meer dan een miljard mensen uit de armoede – en dat is veeleer een onderschatting. Maar we zouden ‘haast vergeten,’ schrijft Sioen,

dat globalisering niet louter voorspoed heeft gebracht. Globalisering betekende ook dat ontwikkelde economieën hun klimaatimpact uitbesteedden aan de nieuwe economieën, dat fabrieken de weg zochten naar de laagste loonlanden … Daalde tussen landen de ongelijkheid, dan nam die binnen de meeste landen toe. In 2024 bezat de rijkste 1 % van de VS 31 procent van de nationale rijkdom, in 1980 was dat 23 %. Hooggeschoolden wonnen, laaggeschoolden verloren.

       Het ligt in de lijn van De Standaard dat Sioen bij de keerzijden van de globalisatie niets zegt over de massa-immigratie. Wat hij wél vermeldt weegt eigenlijk niet zo zwaar. Dat de klimaatimpact verschoven werd, is op zich geen nadeel. Die verschuiving op zich verergert of verzacht de klimaatverandering niet. Dat fabrieken hun weg zochten naar de laagste loonlanden is een goede zaak, want het is de beste manier om daar de lonen te laten stijgen. Dat de hooggeschoolden wonnen en laageschoolden verloren klopt niet. De laaggeschoolden wonnen (veel) minder. Bovendien heeft dat minder met de globalisering an sich te maken dan andere zaken zoals de omschakeling naar kenniseconomie.      Dat verder de ongelijkheid tussen de landen daalde, maar in een aantal landen toenam, is waar, maar de verwoording vertroebelt het beeld. Als je de wereldbevolking als één geheel neemt, is de ongelijkheid gedaald – ook al is ze in sommige landen gestegen. Dat ten slotte de ongelijkheid in bezit in de VS is toegenomen is ook waar, maar bezit – voor de superrijken zijn dat aandelen etc. – is de slechtste graadmeter voor ongelijkheid. Ik kan 100.000 euro op mijn rekening hebben, en mijn buurman 1 euro. Dan is mijn bezit 100.000 keer groter. Maar als we hetzelfde verdienen, zal onze levenstijl niet erg verschillen.
     Sioen pleit verder vooral voor het behoud van de ‘internationale architectuur die die de excessen van de globalisering corrigeren.’ Ik herinner mij de discussies rond het vrijhandelsakkoord CETA. Ik schreef toen een paar stukjes om dat akkoord te verdedigen maar libertarische vrienden die rechter in de leer waren, wezen mij erop dat dat akkoord duizenden bladzijden met clausules bevatte: regels rond veiligheid, klimaat, juridische procedures, minimumbelasting, sociale bescherming. Ik begrijp dat er, zoals Sieon schrijft, spelregels moeten worden afgesproken. Iedereen is tegen ‘regeltjes’ tot het erop aan komt. Die regels rond ‘sociale bescherming’ vind ik in elk geval al hypocriet.

Trump en de gewone Amerikaan
 
     Ik ben zo gewoon om alarmerende berichten en opinies over Trump te horen en te lezen, dat ik mij een hoedje schrik als ik iets positiefs hoor. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen enige tijd geleden Amerika-correspondent Michiel Vos in De Afspraak vertelde over de reactie van de ‘gewone’ Amerikaan** – niet over die van de opiniestukkenschrijvers in de Amerikaanse media. De rechtse Amerikanen zijn enthousiast, de linkse Amerikanen zijn gelaten, en de centrum Amerikanen vinden dat niet álles van wat Trump zegt en doet onzin is.
      Dat was verfrissend om eens te horen, en dan nog uit de mond van Vos die de schoonzoon is van de linkse Democrate Nancy Pelosi. Anderzijds zou een goed geïntegreerde Ruslandcorrespondent ongeveer hetzelfde kunnen vertellen over wat de ‘gewone’ Russen vinden van Poetin. Velen zijn enthousiast, anderen gelaten, en nog anderen vinden niet álles van wat hij zegt onzin is. 

Trumps toespraak voor het congres
     Steven De Foer was niet de enige die Trumps toespraak voor het Congres begin maart vergeleek met een campagnerally. Ikzelf riep ook naar de televisie: ‘Trump, kerel, de verkiezingen zijn gedaan.’ Mijn vrouw schrok.

Trump en de libertariërs
    Ondertussen zal ik aandachtig blijven luisteren naar de alarmisten. Ze zeggen dat Trump eerlijke verkiezingen in de toekomst onmogelijke zal maken. Dat geloof ik niet. Ze zeggen dat Trump een psychopathische narcist is. Dát is wel mogelijk. Veel monarchieën en republieken hebben psychopathische narcist overleefd. Ze zeggen dat Trump de topfuncties in de ambtenarij bemant met onbekwame loyalisten en extremisten. Ook dat is mogelijk. Dan zal een volgende ‘normale’ president ze weer moeten afzetten. Ze zeggen dat Trump de EU wil vernietigen. Alweer: dat is mogelijk. Wij van onze kant moeten dat niet laten gebeuren. Ze zeggen dat Trump zich omringt met ‘extreme libertarïers’. Ook dat is … nee, eigenlijk niet. Bijna had ik geschreven: was het maar waar.
      Nu, misschien zijn er in Trumps entourage mensen die extreem zijn, en misschien leggen ze hier en daar wel een libertarisch accent, maar daarom zijn het nog geen ‘extreme libertariërs’. Dat is alsof ik onze PS ‘extreme communisten’ zou noemen. Ik zou die kwalificatie vandaag zelfs niet meer gebruiken voor de PVDA. (Als men het net breed uitgooit zou Peter Thiel misschien tot de ‘extreme libertariërs’ gerekend kunnen worden.) Maar in een Doorbraak-interview plaatst politicoloog Patrick Deneen  J.D. Vance resoluut in het kamp van de anti-libertariërs***. 

 

* Over de sociale bescherming als hypocriete drogreden, zie mijn stukje hier
** Michiel Vos in De Afspraak: zie hier.

*** Voor het Doorbraak-interview met Deneen over Vance: zie hier.

woensdag 2 april 2025

Marine Le Pen - Nogmaals

 Ik had gedacht dat ik de Le Pen-zaak van mij áf had geschreven, maar daarvoor zijn er te veel reacties binnengekomen. Daarom enkele aanvullingen en verduidelijkingen.

De fascio’s
      Ik heb van ongeveer niemand het verwijt gekregen dat ik ‘Marine Le Pen verdedig’. Daar ben ik heel blij om want voor je het weet, hoor je volgens Eric Corijn bij de ‘uiterst-rechtse fascistische internationale’ en volgens theaterman Michaël de Cock bij de ‘fascio’s van het oosten tot het westen.’ (Terwijl ik dit schrijf, komt er een verlate reactie binnen dat ik voor Le Pen ‘in de bres spring’ – maar dat is maar één reactie).

Rechters
     Een lezer dacht dat ik de rechters in de zaak Le Pen van corruptie of onbekwaamheid beschuldigde. Daar heb ik helemaal geen reden toe. Ik heb in het algemeen geschreven dat in politiek geladen zaken de káns bestaat dat rechters zich door partijzucht laten leiden, bewust of onbewust. De káns. En dat is één van mijn redenen om ‘onverkiesbaarheid’ als straf uit het wetboek te schrappen.

Betogen
     Ik verneem dat het RN oproept om te betogen tegen het vonnis van de rechtbank. Ik zal niet mee betogen. Ik heb ook niet mee betoogd tegen het zogenaamde ‘spaghetti-arrest’ in de tijd van Dutroux, om dezelfde reden. Ik respecteer namelijk juridische uitspraken. Ik heb zoals elke burger het recht om er niet mee akkoord te gaan, maar daarvoor zou ik eerst de uitspraak grondig moeten bestuderen. En zelfs dan zou ik niet betogen. Een vonnis of arrest moet worden uitgevoerd, ook als burgers er niet mee akkoord gaan.

Kritiek op het vonnis
     Mijn respect voor het vonnis belet mij niet om met interesse kennis te nemen van juridische kritiek op het vonnis, van Joren Vermeersch op X, van Boudewijn Bouckaert onder mijn FB-post, van Jean-Philippe Delsol op IREF. Die laatste kritek heb ik overgenomen in mijn blogstuk van gisteren, naast een verdediging van het vonnis.

Niet alleen Le Pen
     Velen merken op dat er ‘niks speciaals’ is aan de zaak Le Pen, want dat al veel Franse politici veroordeeld zijn voor fraude. Dat is correct. Maar het is de eerste keer dat een toekomstige presidentskandidaat er door een veroordeling van zou worden weerhouden om aan de verkiezingen deel te nemen. Dat is toch speciaal.

Activistische rechtspraak
      Bij een uitspraak die niet ‘juist aanvoelt’ ligt de verantwoordelijkheid bijna altijd bij de wetgever en niet bij de rechter*. Ik ontken niet dat er activistische rechtspraak bestaat en dat er een invloedrijke rechtsfilosofie bestaat die activistische rechtspraak voorstaat – denk aan Ronald Dworkin. Maar de meeste activistische rechtspraak kan worden tegengegaan met betere wetten.

Corruptie
     Ik kreeg het verwijt dat ik wel erg veel begrip heb voor corruptie. Dat is een beetje waar. Mijn ouders waren in die kwestie heel streng. Ze hebben mij bijgebracht dat alle politici corrupt zijn, op een zeldzame uitzondering na. Ik wil mij als een rebelse puber afzetten tegen dat strenge oordeel.
     Er is een zin in de film Spartacus (1960) die mij diepgaand beïnvloed heeft. In de senaat woedt een discussie of men Crassus niet meer macht moet geven. ‘Crassus is the only man who hasn’t yielded to corruption,’ zegt een van de senatoren, waarop de sympathieke maar cynische Gracchus, gespeeld door Laughton, scherp antwoordt: ‘I’ll take a little republican corruption along with a little republican freedom.’** Dat verklaart misschien dat ik nooit geschreven heb over de onrechtmatig verworven keuken van Sihame El Kaouakibi
 – twee verloren zinnetjes niet te na gesproken. Het zijn nu drie zinnetjes.

Corruptie (2)
     Ik heb zojuist March of Folly gelezen van Barbara Tuchman. Wat ze schrijft over de corruptie van de Renaissance-pausen liet mij onverschillig. Maar van de corruptie in het Engeland van de 18de eeuw werd ik boos omdat ik mij met dat politieke stelsel min of meer identificeer. De verstrengeling van staats- en privébelangen was in die tijd nog absoluut schaamteloos. We mogen in het Westen blij zijn met de enorme weg die we ondertussen hebben afgelegd. De schandalen die nu soms aan het licht komen, zouden in de 18de eeuw niet eens als schandalen beschouwd zijn.

Gelijk voor de wet
 
     Alle burgers moeten gelijk zijn voor de wet. Als Marine Le Pen een misdrijf begaat, moet zij zoals elke andere burger daarvoor worden gestraft. Voor politici moet geen aparte rechtspraak gelden. Dat is overigens één reden om tegen de onverkiesbaarheid als straf te zijn. Het is een straf die eigenlijk alleen gevolgen heeft voor politici. Gewone wetsovertreders zal het worst wezen of ze in de gevangenis verkiesbaar zijn of niet. Het is normaal dat er wetten bestaan, met name over corruptie, die eigenlijk alleen politici aangaan. Maar daarom moeten er geen straffen worden in stand gehouden die alleen politici treffen.

Deontologie
     Sommige lezers dachten dat ik de fout van Le Pen minimaliseerde door ze ‘deontologisch’ te noemen in plaats van ‘misdadig’. Welnee, het was een misdaad omdat er – willens en wetens – een regel werd overtreden die een wettelijk karakter heeft. Mijn standpunt is dat die wettelijke regel moet worden vervangen door een deontologische regel, bewaakt door de pers, de publieke opinie en de politieke concurrenten.

Moraal – deontologie – misdaad
     Als Marine Le Pen subsidies gebruikt zou hebben voor eigen verrijking, was er sprake van een morele fout. Als ze subsidies voor de partij anders gebruikt dan die zijn bedoeld, is het een deontologische fout. Als de besteding van die subsidies bij wet geregeld is – zoals dat nu het geval is – dan spreken we van een misdaad.
     De categorieën kunnen door elkaar lopen. Als iemand een wet willens en wetens overtreedt, zegt dat ook iets over de morele gehalte van die persoon. Wellicht is het iemand die gelooft dat de middelen geheiligd worden door het doel, en dat wetten maar moeten gehoorzaamd worden als ze je goed uitkomen.

Partijsubsidies
     De staten geven, terecht of ten onrechte, geld aan de politieke partijen. In ons land bestaat er een dubbel systeem van partijsubsidies. In het ene systeem gaat het geld via subsidies naar de partij, in het andere geval gaat het om lonen voor parlementaire medewerkers. Een zekere ‘Gust’ reageerde op mijn blog: ‘Elke volksvertegenwoordiger te onzent heeft recht op een parlementaire medewerker. Die moet ook voor die specifieke volksvertegenwoordiger werken, zogezegd. Mag ik eens beleefd lachen.’
     Of laat ik er politicoloog Bart Maddens bij halen. ‘Geld van de belastingbetaler voor parlementaire medewerkers waarmee personeel wordt aangenomen dat voor de partij werkt, dat zou niet mogen kunnen.’
     Ik stel het tegenovergestelde voor: één globaal pakket van subsidies, waarmee de partij zelf beslist wat ze ermee aanvangt: sparen en beleggen tegen slechte tijden, investeren in een studiedienst, aanwerven van parlementaire medewerkers, betalen van tiktok-filmpjes. Geen gezeur, geen wetten, geen rechtszaken. Politici komen alleen nog voor de rechtbank als ze een vrouw hebben aangerand, frauduleus failliet zijn gegaan, of zich hebben laten omkopen.
     Het is duidelijk dat je met zo’n regeling twee soorten partijen zult hebben: fatsoenlijke partijen die het parlementaire werk serieus nemen en daar veel geld aan besteden, en onfatsoenlijke partijen die alles verkwisten aan propaganda. Het voordeel van het systeem zonder strikte juridische regeling is dat je politiek en gerecht uit elkaar houdt. Het nadeel is dat misschien álle partijen hun geld aan propaganda gaan besteden en dat het parlement een krachteloos aanhangsel van de partijen en van de regering wordt. Anderzijds: het loopt vaak slecht af als men mensen wettelijk probeert te verplichten om zich fatsoenlijk te gedragen.

François Fillon: persoonlijke verrijking
     In de aanloop van de Franse verkiezingen van 2017 supporterde ik voor François Fillon. Die had echter, zo bleek, zijn vrouw ingeschreven als parlementair medewerkster zonder dat die dat ook echt was. Die fout werd aangeklaagd in de pers, en als resultaat daarvan haalde Fillon bij de verkiezingen in de eerste ronde een heel slecht resultaat. Terecht, hij verdiende niet beter. Achteraf werd hij ook veroordeeld omdat hij de wet had overtreden***. Daar zie ik geen voordeel in. Wetten tegen politieke corruptie zouden vooral praktijken moeten viseren die schadelijke gevolgen hebben voor het publiek. 

Populistische uitspraak van Le Pen 
    
 Veel lezers hebben een pertinente uitspraak van Marine Le Pen in herinnering gebracht. In 2013 zei ze: “Levenslange onverkiesbaarheid voor wie veroordeeld wordt? Ik ben daarvoor.’ Natuurlijk was ze daarvoor. ’t Is immers een populistisch standpunt. Hoe zwaarder straffen, hoe beter.

Boudewijn Bouckaert
     Ik citeer uit de reactie van Boudewijn Bouckaert: ‘De eerste fout ligt inderdaad bij de wetgever (waaronder Le Pen!), namelijk dat hij de onverkiesbaarheid als straf voorziet. In feite laat de wetgever hier toe dat een rechter kan beslissen of een politicus zich verkiesbaar mag stellen of niet voor een wetgevend of uitvoerend (president) mandaat. De wetgever heeft hier eigenlijk de scheiding der machten geschonden door aan de rechter de macht te geven de samenstelling van de wetgevende of uitvoerende macht te bepalen. Mocht het Franse constitutioneel hof zijn werk gedaan hebben dan had het die wettelijke bepaling ongrondwettelijk moeten verklaren. De tweede fout ligt wel bij de rechters die deze ongrondwettelijke straf hebben toegepast. Immers, zij waren niet verplicht de onverkiesbaarheid uit te spreken en zeker niet met onmiddellijke ingang.

 

 

* Zie ook het uitstekende stuk van Mia Doornaert in DS 3/4/2025.

** Zie het filmje hier.

*** Ik vermoed dat hij om het loon van zijn vrouw te verantwoorden valsheid in geschrifte moest plegen.


 

dinsdag 1 april 2025

Marine Le Pen onverkiesbaar


.
     Dat Marine Le Pen door een gerechtelijk vonnis niet aan de verkiezingen zou mogen deelnemen vind ik een schande. Vroeger zou ik daaraan toegevoegd hebben dat ik de politieke strekking van Le Pen verafschuw – wat ongeveer ook zo is – maar nu vind ik het beter om te preciseren dat politieke sympathie of antipathie in de discussie geen rol zou mogen spelen. En wat ook geen rol zou mogen spelen is de vraag of het vonnis nu stemmen zal opleveren voor de partij van Le Pen, of niet.
     Voor wie het niet gevolgd heeft: Marine Le Pen van het radicaal-rechtse Rassemblement National zou door een uitspraak van de rechtbank niet mogen deelnemen aan de volgende presidentsverkiezingen. Ze is veroordeeld voor ‘verduistering van publieke middelen’. Ze kreeg 4 jaar gevangenisstraf waarvan 2 voorwaardelijk – uit te zitten met enkelband –, een boete van 100.000 euro en … 5 jaar onverkiesbaarheid met onmiddellijke ingang. De reden: tussen 2014 en 2016 beheerde ze geld dat Europa aan de partij gaf om parlementaire medewerkers te betalen en dat geld sluisde ze door naar de partijkas.
     Het vonnis steunt op de zogenaamde ‘loi Sapin II’ van 9 december 2016. Die wet verplicht de rechters om bij een veroordeling voor politieke corruptie de onverkiesbaarheid met onmiddellijk ingang uit te spreken, tenzij ze beslissen om de regel terzijde te schuiven door een speciaal gemotiveerde beslissing.
     Normaal zou ik nu moeten schrijven dat ik ‘niet op de hoogte ben van het dossier en van de Franse wetgeving’, en dat zou de zuivere waarheid zijn. Ik wil echter wel zeggen wat ik geloof. Ik geloof dat de feiten ongeveer zijn wat het gerechtelijk onderzoek heeft uitgewezen, en ik geloof dat het vonnis binnen het kader van de Franse wet gerechtvaardigd is. Of binnen dat kader ook een ánder vonnis mogelijk was geweest, wordt een vraag die de rechtbank in hoger beroep zal moeten uitmaken.
      Ondertussen vind ik het vonnis een heel slechte zaak voor de democratie. Dat is niet in de eerste plaats de schuld van de rechters, maar die van de politici, Marine Le Pen inbegrepen, die de idiote wet hebben goedgekeurd.
      Waarom is de wet idioot? Vooreerst is de hele traditie van ‘ontzetting uit de burgerrechten’ en ‘afnemen van politieke rechten’ onzin. Ik begrijp – zonder ze altijd goed te keuren – de zin van straffen als executie, zweepslagen, schandpaal, gevangenis, enkelband, rijverbod, en taakstraf, maar ik begrijp niet wat de meerwaarde is van een straf als de politieke onverkiesbaarheid*.
     Als politici de wet overtreden, moeten ze worden gestraft. Ze staan niet boven de wet. Maar onverkiesbaarheid is geen gepaste straf. Het is eigen aan dictaturen en autoritaire regimes dat ze populaire opposanten uitsluiten van de verkiezingen door hen te beschuldigen van misdaden. In plaats van hen te vervolgen om hun politieke opvattingen, vervolgt men hen zogezegd vanwege corruptie. Een recent voorbeeld is de burgemeester van Istanboel, Ekrem Imamoglu. Niet alleen zit deze opposant tegen Erdogan nu in de gevangenis – tot daar aan toe – maar men heeft het klaargespeeld om hem, door het afnemen van zijn universitair diploma, ook te verbieden om aan de verkiezingen deel te nemen.
     Ja maar, Clerick, zal iemand mij tegenwerpen. Turkije is een autoritair regime zonder onafhankelijke rechtstpraak. Je gaat toch niet beweren dat dat in Frankrijk ook zo is, dat Macron die rechters heeft opgebeld om en dat vonnis tegen Le Pen in te blazen? Nee, dat ga ik niet beweren. Maar ook in een democratie kunnen er partijdige rechters zijn. Rechters zijn ook maar mensen. En misschien spelen hun vooroordelen wel mee in een rechtszaak waarin politieke figuren – Bill Clinton, Donald Trump, Hunter Biden, Marine Le Pen – betrokken zijn.
      Dat er af en toe een partijdig of onbillijk vonnis geveld wordt, daar valt mee te leven. Dat die rechters dan naar plaatselijk gebruik politici tot zweepslagen, schandpaal of gevangenisstraf veroordelen, dat mag je niet onmogelijk maken alleen omdat de káns bestaat op een onrechtvaardig of onbillijk vonnis. Maar de bevolking beletten om voor die veroordeelde kandidaat te stemmen, dat is een foute regel. Wil de bevolking een politicus verkiezen die dronken gereden heeft of vluchtmisdrijf heeft gepleegd, dan moet ze dat democratisch recht hebben. August Borms zat vanwege activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog in de gevangenis, en toch was hij verkiesbaar bij de tussentijdse verkiezingen van 1928. Ik heb dat altijd een goede regeling gevonden, ook al was die toen het gevolg van een technische fout in de wet.
     En dan … corruptie … verduistering van publieke middelen … Het is niet dat Marine Le Pen zich persoonlijk verrijkt heeft met belastingsgeld. Er werd geld, dat bedoeld was om Europese partijmedewerkers te betalen, gebruikt om ándere partijmedewerkers te betalen. Is dat corruptie?
     Kijk, ik ben blij dat er in België, Frankrijk en Turkije wetten bestaan tegen corruptie. We denken bij corruptie vaak aan Afrikaanse landen, maar wie af en toe iets leest over de geschiedenis van de Europa en de VS staat versteld over hoe wijd verspreid en aanvaard corruptie was tot in 19de eeuw en later. Daar moest iets tegen gedaan worden, en het betalen van politici zodat ze niet moeten stelen is een zo’n methode. Men geeft aan de politieke partijen geld uit de staatskas, zodat ze niet zouden moeten bedelen bij bedrijven, vakbonden en drukkingsgroepen, die dan in ruil wederdiensten verwachten.
     Goed, een gemeente, een provincie, een gewest, een nationale staat of Europa zelf geeft geld aan de politieke partijen. Maar het heeft geen zin om regels op te stellen over hoe dat geld precies moet worden besteed. Als de EU geld geeft aan een partij, dan mag verwacht worden dat dat geld zal worden gebruikt om bekwame medewerkers te betalen die de Europese dossiers analyseren zodat de verkozenen hun mannetje kunnen staan in de parlementaire debatten. Maar waarom zouden de verkozenen van het RN hun mannetje moeten kunnen staan in de debatten? Mij zou het niet verdrieten mochten ze in die debatten een mal figuur staan. 
      Het is natuurlijk onfatsoenlijk als Europese subsidies aan partijen niet gebruikt worden om bekwame Europese medewerkers te betalen. Het is echter ook onfatsoenlijk als ze gebruikt worden om weliswaar Europese – maar onbekwame – medewerkers te betalen, of luieriken, of stoeipoezen, of toyboys, of fanatiekelingen die op hun Europees kantoortje geen dossiers bestuderen, maar van daaruit de bevolking bestoken met berichten op FB, X en Tiktok. Dit zijn voor mij kwesties van deontologie, en niet van wetgeving en strafrecht. Als je de subtiliteiten van de deontologie in dwingende wetten vangt, riskeer je het ene misbruik te vervangen door een ander misbruik, een groter misbruik.
     Als een minister zijn kabinetsmedewerkers inzet om stempels op wijnflessen te plaatsen, of om nieuwjaarskaarten te sturen naar potentiële kiezers, dan moet die man door de pers aan de spreekwoordelijke schandpaal worden genageld. Maar hij moet van mij niet naar de gevangenis. De rechter moet hem zijn verkiesbaarheid niet ontnemen; het brede publiek moet worden ingelicht zodat hij niet meer verkozen wordt.
     De Standaard van vandaag bericht op haar eerste pagina uitgebreid over de reacties in Frankrijk. Bijna iedereen, lees ik, vindt het vonnis een kwalijke zaak, van ‘het kamp van Macron’ over de conservatieven van Les Républicains tot de radicaal-linksen van La France Insoumise. ‘Alleen de ecologisten en de socialistische kopstukken wezen erop.dat politici niet boven de wet staan en de gevolgen van hun sancties moeten dragen.’ En op de volgende pagina neemt commentaarschrijver Koen Vidal dat standpunt van ‘de ecologisten en socialistische kopstukken’ over. Alleen voegt hij eraan toe dat het vonnis ‘eigenlijk nogal mild is.’
     Omdat ik mijn stukjes op FB plaats en daar wel eens op een kwaadwillige of oppervlakkige lezer opduikt, herhaal ik nogmaals dat ik geen kritiek heb op het vonnis of de rechtbank, maar op de onverstandige wetgeving waar het zich op beroept, namelijk de strafwet over de ‘onverkiesbaarheid met onmiddellijke ingang’ en de wetgeving rond de besteding van de partijsubsidies. Hieronder plaats ik twee stukken van Franse juristen over het vonnis. Ze heeten allebei Jean-Philippe. Het eerste stuk verdedigt het vonnis tegen de populistische kritiek. Het tweede stuk geeft vanuit juridisch standpunt kritiek op het vonnis. De twee stukken verschenen onder elkaar op de site van het IREF - Institut de Recherches Economiques et Fiscales.

 

* In sommige contexten kan ik nog enig begrip voor hebben voor de logica van ontzetting uit burgerrechten, zoals voor collaborateurs met een bezetters, maar dan nog. In België werden na de Tweede Wereldoorlog 43.093 personen uit hun burgerrechten ontzet. Ik begrijp de symboolwaarde, maar het is niet dat de 43.093 een electoraal gevaar voor de democratie betekenden. Had men hen wel laten stemmen, dan zou Vlaanderen nog altijd katholiek, en Wallonië nog altijd socialistisch hebben gestemd.

 

 


Etat de droit et populisme

Par Jean-Philippe Feldman

 

La cheffe de file du Rassemblement National ne pourra sans doute pas se présenter à la prochaine élection présidentielle. 

Le tribunal judiciaire de Paris est entré en voie de condamnation à l’encontre du Rassemblement National et de ses membres le 31 mars pour l’infraction grave de détournement de fonds publics. Il a presque suivi la sévérité des réquisitions du ministère public pour condamner le RN à 2 millions € d’amende, dont 1 avec sursis, et confiscation d’1 million déjà saisi. Mais c’est surtout le cas de Marine Le Pen qui était scruté. Les peines sont lourdes à son égard : 4 ans de prison dont 2 fermes, 5 ans d’inéligibilité avec exécution provisoire et 100.000 € d’amende.

L’affaire et le droit

Rappelons qu’il était reproché au Front National, devenu RN, et aux prévenus d’avoir fait rémunérer des assistants parlementaires travaillant en fait pour le parti sur des fonds européens durant la longue période 2004-2016 avec un préjudice s’élevant à plusieurs millions d’euros.

Ce qui, depuis des mois, fait polémique c’est la disposition pénale modifiée par la loi du 9 décembre 2016 relative à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie publique, dite loi Sapin II, qui rend obligatoire la peine d’inéligibilité avec exécution provisoire, sauf à ce que les juges décident d’écarter la règle par une décision spécialement motivée.

Des réactions déplacées à l’étranger

Le tribunal n’avait pas terminé de livrer sa décision que la Russie, toujours bien informée, se permettait de mettre son grain de sel en dénonçant une « violation des normes démocratiques ». Hommage du vice à la vertu sans doute. Autre réaction peu reluisante, la publication par Viktor Orban, le Premier ministre hongrois, sur X d’un « Je suis Marine ! ». Quant au vice-Premier ministre italien, Matteo Salvini, il a parlé, toujours sur X, d’un « mauvais film ». Les accointances russes du RN sont connues depuis longtemps. En revanche, voir des hommes politiques étrangers qui appartiennent à l’Union européenne, fussent-ils alliés du RN, commenter une décision de justice rendue dans un pays allié défie l’entendement.

De vives réactions en France

Les réactions en France n’ont pas été moins vives. Certains, au mépris de la présomption d’innocence, se sont bruyamment félicités de la décision, notamment chez les Insoumis, tandis que d’autres, à droite et à l’extrême droite, se sont insurgés contre un jugement considéré comme rien de moins que scandaleux.

Evidemment, les personnalités du RN se sont déchaînées. Jordan Bardella sur X n’a pas hésité à écrire : « C’est la démocratie française qui est exécutée ». Marion Maréchal a estimé que les juges se pensaient « au-dessus du peuple souverain ». Eric Ciotti a demandé : « La France est encore une démocratie ? », tout en évoquant avec outrance une « cabale judiciaire indigne ».

De même, le maire de Béziers, Robert Ménard, a parlé « des juges se substituant au suffrage universel ». Eric Zemmour, sur X, a prétendu dans le même sens : « Ce n’est pas aux juges de décider pour qui doit voter le peuple ». Faisant un clin d’œil à sa volonté de mettre en place une VIe République, le populiste d’extrême gauche Jean-Luc Mélenchon n’a pas réagi autrement : « La décision de destituer un élu devrait revenir au peuple ».

Tête basse, mains sales ? Ou l’arroseur arrosé

Le FN à partir des années 1980, puis le RN ont construit une partie de leur image sur le « tous pourris » en-dehors de lui et sur le célèbre slogan « tête haute, mains propres ». Marine Le Pen n’a pas été la dernière à jouer ce registre. Malheureusement pour elle, certaines de ses déclarations font aujourd’hui mauvais effet. D’abord un passage sur France 2 en 2004 où elle affirme, offensive, que « les Français en ont marre qu’il y ait des affaires et de voir des élus qui détournent l’argent ».

Mais surtout ses allégations sur Public Sénat le 5 avril 2013 qui semblent anticiper sa propre condamnation : « Quand allons-nous tirer les leçons et effectivement mettre en place l’interdiction, euh… l’inéligibilité à vie pour tous ceux qui ont été condamnés pour des faits commis grâce ou à l’occasion de leurs mandats ? ». Et d’appeler à cette règle pour l’ensemble des crimes et délits : « Pourquoi pas pour détournement de fonds publics ? Pourquoi pas pour emplois fictifs ? ». Avant d’ajouter : « Et moi, ma veste est immaculée. J’ai une éthique. J’ai une morale. Lorsque je réclame l’éthique et la morale, je me l’applique à moi-même ».

Quelques réflexions terminales d’avocat et de juriste

Mettons de côté les réactions outrancières de droite et de gauche, et livrons quelques réflexions avec si possible un peu de hauteur de vue.

·       Au regard des articles consacrés par la presse sur l’affaire, le fait que les juges aient prononcé des condamnations n’apparaît pas comme une surprise ; pour ne prendre qu’un seul exemple, un article bien informé du Figaro (31 mars 2025) paru quelques heures avant le jugement rappelait les nombreux éléments à charge qui existaient à l’encontre du RN et de certains prévenus.

·       Marine Le Pen est toujours présumée innocente et elle le sera jusqu’à une éventuelle condamnation définitive, puisqu’elle va interjeter appel de la décision.

·       La question de l’enrichissement personnel n’était pas posée ; à vrai dire cet argument, fréquemment soulevé par les avocats pénalistes, omet soigneusement la réalité d’un enrichissement indirect de tel ou tel élu qui a pu bénéficier des fraudes commises par son parti.

·       Si le tribunal a prononcé l’exécution provisoire de la peine d’inéligibilité, il n’a pas inventé la règle par définition ; il n’a fait que suivre la loi Sapin II, contre laquelle Marine Le Pen n’a d’ailleurs pas voté ; si le principe du caractère obligatoire de l’inéligibilité avec exécution provisoire, sauf décision contraire et motivée des juges, est absurde, il ne fallait pas que les parlementaires, élus du « peuple » doit-on le rappeler puisqu’on nous rebat les oreilles avec la « démocratie », décident de le consacrer dans la loi ; et si la disposition est en définitive mauvaise, il est loisible aux parlementaires de l’abroger.

·       Aucun élu du peuple n’est au-dessus des lois ; un parlementaire est un citoyen comme les autres, il n’a pas moins de droits mais il n’en a pas plus.

·       Le populisme de droite comme de gauche est un poison pour le pays, le paradigme américain et les attaques de Donald Trump contre le judiciaire et ses auxiliaires le démontrent aisément.

·       Exciper de la « démocratie » contre les juges, se référer au « peuple » souverain qui pourrait tout justifier constitue une atteinte inacceptable à l’État de droit ; et, n’en déplaise à certains, il y a des valeurs plus hautes que la démocratie, c’est pour cela qu’on appelle les régimes civilisés des démocraties libérales, sauf à tomber dans la démocratie bolivarienne chère au meneur des Insoumis.

·       Si Marine Le Pen n’obtient pas une décision favorable de la part de la cour d’appel de Paris dans les délais avant la prochaine élection présidentielle ou si la cour confirme son inéligibilité avec exécution provisoire avant cette élection, elle ne pourra certes pas se présenter, après, rappelons-le, ses trois échecs précédents souhaités par le « peuple », mais une autre personne représentera sûrement le RN, a priori Jordan Bardella ; et si ce dernier est finalement élu, rien ne l’empêchera de désigner Marine Le Pen comme Première ministre…

 

 

Affaire Le Pen : quand les juges manquent de jugement

Par Jean-Philippe Delsol

 

Marine Le Pen a été, ce 31 mars, reconnue, par le tribunal de Paris, coupable d’avoir mis en place, entre 2004 et 2016, un « système de détournement » de l’argent versé par l’Union européenne pour l’embauche de collaborateurs parlementaires, afin de financer les activités politiques du parti. Elle a été condamnée à une peine de quatre ans d’emprisonnement dont deux ans ferme, aménageable avec un bracelet électronique, à 100 000 euros d’amende, et à cinq ans d’inéligibilité, avec exécution provisoire.

La décision du tribunal apparaît très lourde, sans avoir contextualisé les faits dans leur époque. Mais le prononcé d’une exécution provisoire est indécent sinon stupide. Et sa motivation n’est pas sérieuse : «Le tribunal a pris en considération, outre le risque de récidive, le trouble majeur à l’ordre public, en l’espèce le fait que soit candidate à l’élection présidentielle une personne déjà condamnée en première instance».

En principe, une condamnation pénale ne produit effet qu’une fois devenue irrévocable (« définitive »), c’est-à-dire lorsqu’il n’est plus possible d’exercer à son encontre une voie de recours (C. proc. pén., art. 708). Le tribunal peut ordonner l’« exécution provisoire » des sanctions, notamment, le cas échéant, la peine d’inéligibilité. Une telle exécution provisoire peut être légitime lorsque ‘il y a un risque que le prévenu commette de nouveaux crimes, ou s’enfuie à l’étranger… ça n’était pas le cas en l’espèce. Or une telle décision peut nuire gravement aux élus concernés alors même qu’ils sont toujours présumés innocents tant qu’ils peuvent faire appel et qu’une décision de dernier recours n’a pas prononcée.

Par sa récente décision du 28 mars 2025, le Conseil constitutionnel a jugé qu’avant de prononcer l’exécution provisoire d’une mesure d’inéligibilité, il revient au juge, « dans sa décision, d’apprécier le caractère proportionné de l’atteinte que cette mesure est susceptible de porter à l’exercice d’un mandat en cours et à la préservation de la liberté de l’électeur ». Cette décision était une perche tendue au tribunal de Paris pour éviter de prononcer l’exécution provisoire à l’encontre de Marine Le Pen.

Le tribunal de Paris n’en a pas tenu compte, sans doute par idéologie. Pourtant s’il a peut-être entravé la candidature de Marine Le Pen, il a très probablement donné des armes au RN et lui a peut-être offert les clés de la prochaine élection présidentielle en en faisant une victime de la justice politique.

zondag 30 maart 2025

De vier oud-strijders, e.a.


      Veel van mijn radicaal-rechtse FB-vrienden hebben op hun pagina de volledige open brief van Walter Zinzen, Johan Depoortere, Dirk Tieleman en Ng Sauw Tjhoi gedeeld, brief waarin ze de huidige VRT-berichtgeving over Oekraïne op de korrel nemen. Die openheid van geest bij mijn radicaal-rechtse vrienden kan ik alleen bewonderen want van huis uit zouden ze heel argwanend moeten staan tegen die MSM-journalisten, gepensioneerd of niet, waarvan er minstens drie radicaal-links zijn. Zelf heb ik die openheid veel minder. Als ik bij de tegenstrever toevallig een standpunt terugvind dat ik deel, begin ik de tekst te lezen en te herlezen, en ik kom slechts tot rust als ik gevonden heb dat die tegenstrever weliswaar mijn standpunt deelt maar dat doet voor heel verkeerde redenen.
   
   In het geval van deze open brief deel ik het standpunt van de vier journalisten helemaal niet, en de verleiding is dan groot om een aantal goedkope polemische trucjes boven te halen. De vier journalisten 
– waarom is Polspoel er niet bij? – noemen zichzelf ‘oud-strijders van de nieuwsdiensten op de openbare oproep’ en ze zijn ‘verbijsterd’ over de eenzijdige berichtgeving van jonge snaken die nu op het scherm komen. Het meest voor de hand liggende trucje is om meteen een ‘tu quoque’ toe te passen. Hebben die journalisten zich niet zelf, in hun tijd, aan enige eenzijdigheid bezondigd? Daar moeten toch voorbeelden van te vinden zijn. De namenlijst biedt ook mogelijkheden om argumenten ‘ad personam’ te gebruiken. Ng Sauw Thoj stond geloof ik op de verkiezingslijst van de PVDA. Moeten we van zo iemand ‘lessen krijgen’ – zoals dat heet – in evenwichtige berichtgeving?
      Ook met het what-about-argument zou ik iets kunnen beginnen. Depoortere heeft de mond vol van vrede, maar bij de slachting aangericht door Hamas op 7 oktober was hij een van de weinigen die daar openlijk sympathiek tegenover stond. Hij sprak van ‘Palestijnse strijders die Israël zijn binnengedrongen’. Je mocht dat niet afkeuren want dan had je ‘niets begrepen van het antikoloniale verzet.’  De mooiste zin vond ik deze: ‘Het is niet aan goed doorvoede witte intellectuelen om achter hun veilige computerscherm te dicteren hoe de strijd moet worden gevoerd.’*
     Maar goed. Ik acht mij boven deze goedkope polemische trucs verheven, en zal mij beperken tot de inhoud van de tekst**. Dan moet ik vooreerst opmerken dat die inhoud vaak pietluttig is. Zo moet men volgens de vier oudstrijders niet spreken over het ‘defensiebudget’ maar over het ‘militair’ budget. Ach, ach. Als men aan de Poetin-versteher- en nu ook Trump-versteher – Tom Sauer ‘verwijt’ dat hij actief is binnen de vredesorganisatie Pax Christi, moet men ook Poetin-criticus Jonathan Holslag verwijten dat hij reserve-officier is.’ Alweer: ach, ach.
      Ernstiger is de kritiek dat men een woord als ‘oorlogsdreiging’ niet ijdel mag gebruiken, want daarmee wordt de ‘oorlogshysterie’ aangewakkerd. Zelf vind ik dat het met de oorlogsdreiging voor landen als België, Nederland en Frankrijk, best meevalt. De gegarandeerde vrede van de laatste dertig jaar zijn we kwijt. We zijn teruggekeerd naar de toestand van de jaren 70-80, maar we moeten niet vergeten dat het toen ook goed is afgelopen. Wellicht loopt het nu ook goed af. Maar dat de oorlogsdreiging nu hoger ligt dan 15 jaar geleden, dat is gewoon waar, en het mag gezegd worden.
     En is er vandaag echt sprake ‘oorlogshysterie’ op televisie, zoals er indertijd een covid-hysterie heerste, met een dagelijkse barometer over de bezetting van de ziekenhuizen?  Professor Mattias Desmet – die toen ook zijn stem liet horen – spreekt nu zelfs van ‘oorlogseuforie’. Naar mijn smaak valt het nogal mee, maar ik begrijp dat sommige mensen vinden dat alleen al het uitspreken van het woord ‘oorlog’ het oorlogsgevaar dichterbij brengt. Of misschien is het nog anders. Sommige mensen reageren erg negatief op het voorstel om, na een vredesverdrag, Europese soldaten naar Oekraïne te sturen die een verdere Russische agressie kunnen ontraden. Dat zou voor hen de ‘oorlogsdreiging’ doen toenemen. Blijkbaar zien die mensen geen oorlogsdreiging vanuit Rusland maar wel oorlogsdreiging vanuit het Westen. Is dat ook de achterliggende redenering van de oudstrijders?
     In elk geval, het startpunt van hun open brief is een logisch misbaksel. 

‘We vragen ons af waar het evenwicht gebleven is in jullie berichtgeving tussen voorstanders van almaar meer bewapening voor België en Europa, en voorstanders van vreedzame, diplomatieke oplossingen.’

     Maar er bestaat helemaal geen tegenstelling tussen aan de ene kant voorstander zijn van meer bewapening en aan de andere kant voorstander zijn van vreedzame, diplomatieke oplossingen. Je kunt best voorstander zijn van allebei. Zelf ben ik er een groot voorstander van om bewapening aan diplomatie te koppelen.
     De Navo heeft indertijd diplomatiek geblunderd, beweren de oud-strijders. Dat is best mogelijk. Poetin van zijn kant heeft met zijn invasie in Oekraïne veel diplomatie aan flarden 
geschoten. Dat is niet alleen mogelijk; het is een zekerheid. Ik zie daar echter geen reden in om de diplomatie te laten vallen. Men moet altijd de diplomatie betrachten, al is het nog zo moeilijk. Maar men kan die diplomatie ook betrachten mét een sterke defensie achter de hand. Ik denk zelfs dat het met een tegenstrever als Poetin béter is als we het zo aanleggen. En zodra de kans zich voordoet moet die worden aangegrepen worden om aan beide kanten te ontwapenen. Eénzijdig ontwapenen daarentegen, in ruil voor diplomatieke garanties, dat zou ik niet doen. Oekraïne heeft dat gedaan toen het zijn kernwapens opgaf in ruil voor een Russische garantie om het land nooit aan te vallen. En zie nu. 

                                                             *

      Laat ik als intermezzo toegeven dat de oudstrijders ook een aantal redelijke opmerkingen maken, bijvoorbeeld als ze aandringen op veelstemmigheid in duidingsprogramma’s.

[Het gebrek aan evenwicht] blijkt vooral – maar niet uitsluitend – in de debatten die we in Terzake en De afspraak mogen aanschouwen. Voorstanders van herbewapening, meestal (gewezen) militairen, krijgen ongelimiteerd en zonder kritische vragen de gelegenheid hun mening ongezouten te verkondigen. Mensen met een andere mening worden hoogst zelden uitgenodigd.

    Het beleid van de Europese landen was er een om Oekraïne wapens te leveren waarmee het zich kon verdedigen. De meerderheid van de opiniemakers vond dat terecht, en die meerderheid kwam bijvoorbeeld ook ruimschoots aan bod op de opiniepagina’s van De Standaard. En daarnaast waren er, zoals het hoort in een democratie, dissidenten, die heel wat minder vaak aan bod kwamen. We zagen hetzelfde gebeuren rond de Covid-maatregelen. Vinden de de oud-strijders nu dat die dissidenten even vaak aan bod moeten komen in praatprogramma’s als de gezagsgetrouwen? Dat is een onredelijke eis, ook al sta ik zelf ook vaak aan de kant van de dissidenten. Maar ik begrijp het wel. Als je vindt dat die dissidenten gelijk hebben, en de gezagsgetrouwen niet, dan is het normaal dat je de dissidenten graag wat meer op het scherm ziet verschijnen. En bij ontstentenis daarvan, dat je open brieven publiceert, of op de sociale media filmpjes deelt van Jeffrey Sachs.
      Er is nog een tweede opmerking van de oudstrijders waar iets inzit. Ze stellen dat de VRT meer aandacht moet besteden aan de historische achtergrond van het conflict. Dat is altijd een goed idee, zelfs als het niet de hoogste kijkcijfers garandeert. De oud-strijders geven zelf een aantal suggesties van wat in die historische duiding aan bod zou kunnen komen: het gaat om allerlei diplomatieke blunders en gebroken beloftes van de Navo die volgens hen onderbelicht blijven***. Ik vind ook dat die diplomatieke blunders en gebroken beloftes aan bod moeten komen in een historisch programma. Ik geloof tegelijkertijd dat ze vrij licht zullen wegen als je ze plaatst tegen de praktijken van Poetin in dezelfde periode.

                                                         *     

     Behalve die twee opmerkingen – ondervertegenwoordiging dissidenten, historische achtergrond – heeft de open brief niet veel te bieden. Bij één passage kreeg ik een visioen:

Zelden of nooit wordt de kernvraag gesteld: betekenen meer vliegtuigen, tanks, drones en raketten inderdaad ook meer veiligheid voor de burger? Veilighe2d van de burgers betekent ook dat Brusselaars de metro kunnen nemen zonder het risico te lopen doodgeschoten te worden door drugscriminelen. Verhogen meer F35-bommenwerpers dit soort veiligheid? En wat met de gevolgen van de klimaatcrisis, waarover geen enkele politicus zich nog zorgen schijnt te maken? Waarom stellen jullie die vragen nooit aan Theo Francken, de minister van Oorlog, die om de haverklap in jullie studio’s zit?

     Ik zie het voor mij. Walter Zinzen stopt Theo Francken een microfoon onder de neus en stelt de kernvraag. ‘Meneer de minister, verhogen de F35-bommenwerpers de veiligheid in de Brusselse metro?’ Francken zegt iets over de Nato-afspraken. Zinzen probeert opnieuw. ‘Meneer de minister, kunnen de F35-bommenwepers ingezet worden tegen drugscriminelen?’ Francken zegt iets over de Stealth-technologie en iets over de Baltische staten. Zinzen laat niet af. ‘Meneer de minister, als de F35-bommenwerpers niets bijdragen aan de veiligheid in de metro en aan de strijd tegen de drugscriminelen, kunnen ze dan misschien bijdragen aan de strijd tegen de klimaatopwarming?’ Francken is wanhopig en zegt iets in het Engels. – Eerlijk gezegd, ik ben blij dat de nieuwe generatie journalisten die stijl achter zich heeft gelaten.
     Bijzonder demagogisch in de open brief is het gegoochel met cijfers. 

Ons militaire budget bedraagt 7,9 miljard euro. Hoezo onderfinanciering?

     Alsof je uit dat blote cijfer kunt afleiden of dat budget ondergefinancierd is of niet! Wie kritiek wil geven op de 2/3 procentnorm van de Navo, kan echt wel betere argumenten vinden. 

Tussen 2017 en 2024 verdubbelde ons militaire budget. 

     Die verdubbeling in absolute cijfers lijkt spectaculairder dan ze is. In 2017 bereikte ons defensiebudget het absolute dieptepunt van 0,88 % van het BBP. In 2024 is het 1,17 %. Dat is nog lang geen verdubbeling. Ook is een vergelijking op korte periodes altijd gevaarlijk. In een vorig stukje vergeleek ik het defensiebudget van 1976, het jaar van mijn legerdienst, met dat van 2024. Dat gaf een heel ander beeld****.
      Het absolute dieptepunt van het gegoochel met cijfers komt eraan als de oudstrijders de geringe Belgische defensie-uitgave willen relativeren.

Waarom nemen jullie klakkeloos de bewering over dat België de slechtste NAVO-leerling van de klas is …? Vergeten wordt dat België wat deze uitgaven betreft in absolute cijfers op de veertiende plaats komt in de rangorde van de 31 NAVO-landen, dat is halverwege het peloton en niet aan de staart.

           België is de slechtste leerlingen van de Navo-klas omdat het 1,2 % van het BBP besteedt aan defensie – pardon – militaire uitgaven. Dat is het inderdaad ongeveer de slechtste rapport van de klas. Hoe kinderachtig is het niet om dat BBP-procent te vervangen door een absoluut cijfer? Natúúrlijk geeft België meer uit dan Luxemburg en Montenegro, landen met 0,6 miljoen inwoners. De enige manier om fatsoenlijk te vergelijken is om de defensie-uitgaven te vergelijken met het BBP van het land, volgens het aloude solidariteitsbeginsel dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.’ En dan komt bijvoorbeeld Spanje ook slecht uit de vergelijking, al geeft het in absolute cijfers 21 miljard uit aan defensie, bijna drie keer zoveel als België. Maar het percentage van het BBP is ongeveer even laag en schommelt rond 1,2 %.
     De oud-strijders lijken te pleiten voor meer nuchterheid en objectiviteit in de journalistiek. 

Een basisprincipe van de journalistiek is dat je een verhaal moet checken en dubbelchecken en het langs alle kanten belichten. Pas dan kan je de waarheid achterhalen.

     Als je de open brief leest, krijg je de indruk dat hun ideaal veeleer dat is van de ‘geëngageerde’ en ‘verontwaardigde’ journalistiek. Een journalistiek die militairen slechts aan het woord laat om te illustreren hoe verkeerd hun standpunten zijn. Een journalistiek die zichzelf enkel ‘kritisch’ noemt als het verhaal voldoende anti-Westers is. Een journalistiek die de ene keer voor ‘rechtvaardige’ oplossingen pleit (in Palestina), en de andere keer voor ‘realistische’ oplossingen (in Oekraïne). De lezer die de open brief gelezen heeft, mag zelf oordelen of ik hier een ongeoorloofd intentieproces voer.   

Consensus en dissidentie
     Over Oekraïne en defensie lijkt er in grote lijnen een consensus te bestaan tussen gezag, pers en publieke opinie. Vooral radicaal-rechts, radicaal-links en Gwendolyn Rutten plaatsen zich daarbuiten en laten dissidente geluiden horen. Zo’n consensus is niet in steen gebeiteld. In de VS zaten bij het begin van de Vietnam-oorlog het gezag, de pers en de publieke opinie ook op dezelfde lijn. Daarna keerde de pers zich tegen het gezag. ‘I lost Walter Conkrite,’ zei Johnson. En nog later keerde ook de publieke opinie zich tegen het gezag.
      In een democratie kun je zoiets niet echt sturen. Vandaag is in Europa zowel het gezag, de pers als de publieke opinie erg kritisch voor Trump en voor Poetin. Ik vind het normaal dat die ‘consensus’ weerspiegeld wordt in opiniestukken, duidingsprogramma’s en analyses. Alleen mag de berichtgeving wat nauwkeuriger en wat feitelijker. Af en toe een dissident geluid zou geen kwaad kunnen, maar ik lig er niet op te wachten. 

Leren schieten op school
     Ik heb het zelf niet gezien maar er op De afspraak is een militair instructeur opgevoerd die schietoefeningen op school een goed idee vond. Wie dat ‘oorlogshysterie’ wil noemen, zal ik niet tegenspreken. Uit de film If (1968) heb ik onthouden dat zulke militaire oefeningen vroeger gangbaar waren in Engelse public schools. De eindscène van de film laat zien waarom je met die schietoefeningen op school voorzichtig moet zijn.

Onuitgesproken stellingen tegen versterkte defensie
     In het defensiedebat zie je aan beide kanten overdrijvingen, drogredenen en onuitgesproken stellingen opduiken. Die stellingen kunnen van morele of speculatieve aard zijn. Ik probeer hier een lijstje op te stellen van mogelijke basisstellingen van de anti-defensiemensen. 

Moreel

  1. Wij zijn niet verantwoordelijk voor wat zich in de buurlanden van Rusland (Oekraïne, Baltische staten, Moldavië, vroegere Oostbloklanden).
  2.  Het is beter om voor Rusland te capituleren dan om een oorlog, en erger nog, een kernoorlog te voeren. Capitulatie is, vergeleken met een oorlog, het minste kwaad. Deze morele stelling kan met speculatieve redenen aangevuld, bijvoorbeeld over het aantal slachtoffers dat een oorlog met zich mee zou kunnen brengen. Experts kunnen hiervan een plausibele grooteorde voorspellen 

Speculatie over feiten

  1.  Rusland heeft niet de wil om Europese landen aan te vallen
  2.  Rusland heeft niet de mogelijkheden om Europese landen aan te vallen of te veroveren of te bezetten en zal die ook niet hebben binnen afzienbare toekomst
  3.   Hoe meer toegevingen de Russen krijgen, hoe minder agressief ze zich zullen opstellen
  4. Hoe zwakker de Europese defensie, hoe minder Rusland zich bedreigd zal voelen, en hoe minder agressief het land zich zal opstellen
  5. Europa is minstens even agressief tegen Rusland***** 
  6. Diplomatie zal betere kansen op vrede creëren dan een sterke defensie.

     Over de morele redenen kan men moeilijk discussiëren omdat mensen verschillende waarden hebben. Over de speculatieve redenen kan men moeilijk discussiëren omdat het ingewikkelde kwesties betreft en omdat er gradaties meespelen. Veel stellingen zijn niet helemáál juist of helemáál fout. Zelf denk ik dat de vijf eerste stellingen ‘veeleer fout’ zijn. Bij de zesde stelling is het eenvoudigste antwoord  zie ook hierboven  dat een sterke defensie en een handige diplomatie elkaar niet moeten uitsluiten.
     Zijn er onder mijn lezers anti-defensiemensen die vinden dat ik een basisstelling over het hoofd heb gezien? Welke? De meeste argumenten die ik tegenkom zijn ondersteunende redenen om een van de basisstellingen aan te hangen.

Het doel van een leger
   
     De rol van een leger is om 1) aan te vallen; 2) te verdedigen; 3) af te schrikken zodat aanval en verdediging niet nodig zijn. Dat is in het algemeen gesproken. Vandaag interesseert ons echter de rol die een Europees leger zou kunnen spelen. Wat zijn de waarschijnlijkste scenario’s? Welke rol maakt het meeste kans om realiteit te worden. Ik schat: 1) aanval: 0 %, 2) verdediging 30 %, 3) afschrikking 70 %. 
 

* Johan Depoortere over de Hamas-raid, zie mijn stukje hier. En kijk eens hoe voorbeeldig ik zwijg over de lovende woorden die Dirk Tieleman indertijd over had voor de Ayatollah Khomeini. 
** De aandachtige lezer betrapt mij hier, en in de vorige voetnoot, op een ander trucje: de praeteritio
*** Over de Navo-expansie waar de oudstrijders over schrijven. De historicus en districtsburgemeester Paul Cordy plaatst dagelijks een leerrijk en onderhoudend stukje geschiedenis op zijn FB-pagina. Gisteren had hij het over de uitbreiding van de Navo met Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Slovakije, Roemenië en Bulgarije. Dat was toen juist 21 jaar geleden. Zie hier.
**** Over de evolutie van het Belgische defensiebudget, zie mijn stukje hier. Ik ga daarin ook in op de kwestie van de ‘veiligheid in de Brusselse metro.’
***** De stelling van het agressieve Europa had heel misschien enige geloofwaardigheid toen West-Europa nog een hecht blok vormde met de VS.