Doesburg over het moederschap
In een interview zei de Antwerpse burgemeester Els Van Doesburg een en ander over het moederschap. Het begon met de Humo-journalist die vroeg hoe het ging met haar zoontje Marcel dat nu 15 maanden is.
Onlangs zijn we met hem naar zee geweest, zegt Van Doesburg, en het was alsof ook ik de zee opnieuw voor het eerst zag. Ik zie de wereld mee door zijn verwonderde oogjes. Dat is het mooiste wat er is. Ik ben echt heel blij. Tegenwoordig eindig ik mijn speeches, zeker voor een overwegend vrouwelijk publiek, steevast met dezelfde oproep: ‘Niet twijfelen, mensen: maak baby’s! Zoveel als je kunt!’ (lacht)
Van Doesburg vindt dat er veel te vaak gesproken wordt over de lasten van het ouderschap, te beginnen met de slapeloze nachten, en te weinig over het geluk van kinderen te zien opgroeien. Daarop is veel reactie gekomen. Frank D’hanis schreef:
Als je geld genoeg hebt om een nanny, kinderopvang, pedagogische begeleiding, vakanties, hobby’s en dure scholen te betalen, zelf je werktijd mag invullen, een gigantisch huis en een rijke partner hebt, af en toe door een BV in Saint-Tropez wordt uitgenodigd, feminisme niet eens stiekem belachelijk vindt en gelooft in bloed, bodem en de Vlaamsche plicht tot voortplanting.
Wie het hele interview gelezen heeft, zal wellicht vinden dat Van Doesburgs standpunt over het feminisme niet helemaal rechtvaardig wordt weergegeven. Zelf ben ik vooral geïntrigeerd door het niet aflatende miserabilisme van de auteur. Alsof moeders zonder nanny, kinderopvang, pedagogische begeleiding, vakanties, hobby’s, enzovoort niet gelukkig kunnen zijn door hun kinderen te zien opgroeien.
Onze buurvrouw – haar man werkte als timmerman in een fabriek – had 11 kinderen, waarvan de jongste drie ongeveer van mijn leeftijd waren. Als kind gingen mijn broertjes en ik er graag spelen: ze hadden een clubhuis op zolder, een echte café-biljart, een muziekinstallatie, en een mooie collectie boeken van de christelijke coöperatieve uitgeverij D.A.P. Reinaert. Op woensdagen konden we naar Kapitein Zeppos kijken, want zij hadden wél een tv, en daarna zaten we aan de heel lange tafel, kregen pannenkoeken met een borrel, en zongen liedjes. We kregen er ook, en dat was minder, een lepel levertraan. Pas later leerde ik bij Louis-Paul Boon hoe miserabel dat bestaan was.
Ik neem aan dat reactie van D’hanis dan nog gunstig afsteekt tegen andere reacties die veel onbeschofter waren, en die ik goddank zelf niet gezien heb. Maar Joël De Ceulaer wond er zich over op, en ook Jeroen Olyslaegers was er niet helemaal gelukkig mee, al heeft hij ook kritiek op Van Doesburg:
Wat een burgermoeder niet hoeft te doen is haar moederschap te moraliseren en politiseren. Dat is het ambetante aan politiek; het maakt van alles politiek … Dus ook uw moederschap en uw geluk, mevrouw Van Doesburg. Tenminste: wanneer u dat geluk uit en het gebruikt om een punt te maken over deze samenleving. Vind ik sommige boze reacties op uw geluk er nogal over? Zeker. Soms zijn ze gewoon onbeschoft. Maar ze zijn wel politiek.
Hier maakt Olyslaegers onvoldoende onderscheid tussen twee betekenissen van het woord politiek*. De ene betekenis bestaat uit ‘beleid’: het nemen van maatregelen, die meestal op verplichtingen of verbodsbepalingen neerkomen, of op subsidies die met verplichte belastingen worden betaald. De bierproducent moét op zijn flesjes bier de boodschap afdrukken: ‘Alcohol schaadt de gezondheid’, de roker mág geen sigaret of sigaar opsteken op een terras, en de burger betaalt verplicht mee voor de talencursus die ik en mijn vrouw volgen.
Voor conservatieven zoals Van Doesburg heeft ‘politiek’ echter nog een andere betekenis. Socialisten zijn voor gelijkheid, liberalen zijn voor vrijheid, en conservatieven zijn voor een zinvol leven – iets wat maar half politiek is, en dat je beter niet afdwingt met verplichtingen, verboden en subsidies. Zo zijn conservatieven ervan overtuigd dat stabiele gezinnen voor de meeste mensen een redelijke garantie zijn op geluk, en dat het opvoeden van kinderen van hen meestal betere mensen maakt. Toen ik, op mijn 40ste, een zoon kreeg, zei mijn vader: ‘Nu zul je weten waarom je leeft.’ Van Doesburg zegt het zo:
De hoeksteen van de samenleving is het gezin … Ik werd moeder op mijn 36ste en dat was een bevrijding. Ik was lang genoeg het absolute centrum van mijn eigen universum geweest. Het is een heel gezonde evolutie dat er iemand is om wie je onvoorwaardelijk meer geeft dan om jezelf. Dat begint bij je partner, en met een kind breid je die cirkel verder uit.
Dat is, als je wil, een ‘politieke’ opvatting, maar het is geen partijpolitiek, het is geen middel om stemmen te winnen, en het is evenmin een veroordeling van mensen die, binnen de wet, een ander soort leven kiezen. Het is hoogstens een poging om de soft customs in bepaalde richting te sturen. Literatuur en film laten graag disfunctionele gezinnen zien omdat die, om Tolstoj te parafraseren, allemaal zo verduiveld origineel zijn in hun disfunctionaliteit. Dat is al zo sinds de Oude Grieken. Maar conservatieven als Van Doesburg willen ook wel eens praten over de gelukkige gezinnen die ‘allemaal op elkaar gelijken’.
De klassieke conservatieven van de katholieke partij en van de latere christendemocratie geloofden ook heel sterk in de gezinswaarden. Maar ze streefden die na met een socialistisch middel: het kindergeld. Moderne conservatieven als Van Doesburg beseffen dat zulke socialistische middelen niet zonder nadelen zijn. Ik lees hier en daar dat N-VA een etatistische partij is. Ik zal dat, als libertair, niet tegenspreken. Maar Van Doesburgs enthousiaste getuigenis over haar geluk als moeder is daar géén voorbeeld van.
* Zoals ook het woord ‘moraliseren’ twee verschillende betekenissen heeft: het propageren van een bepaald soort gedrag en het propageren van een bepaald soort opvattingen.
De nieuwe wereldkaart
‘De VN stemt voor wereldkaart met eerlijke verhoudigen,’ lees ik op vrt.nws. Dat is rijkelijk laat van de VN. Toen wij pas getrouwd waren, 43 jaar geleden, hebben we een wereldkaart opgehangen in onze slaapkamer, en dat was toen al die van de ‘eerlijke’ Gall-Peeters projectie, met een groot Afrika en een plat Rusland. Ik heb die kaart altijd lelijk gevonden – vooral Rusland. De oppervlakten waren misschien juist berekend, maar de vormen geleken niet op de harmonieuze compositie van de wereldbol.
Die kaart in de slaapkamer heeft overigens niet geholpen om mijn aardrijkskundige kennis te verbeteren. De provincies van België weet ik ongeveer liggen, alsook de landen van Europa voor de val van het Ijzeren Gordijn. Die stonden in de lagere school op het bord geschilderd, met duidelijke witte strepen. We moesten dat kennen voor het examen. Nu zou je denken dat we in het middelbaar nog méér landen zouden leren plaatsen. Misschien zouden we die zelfs leren tekenen, zoals toen mijn vader naar school ging. Maar het liep anders. We leerden over de verschillende klimaattypes en dat soort dingen. Op het examen kreeg je een neerslagdiagram en dan moest je raden over welk deel van de wereld het ging. Het gevolg is dat ik van alle Afrikaanse landen onder de Sahara eigelijk alleen Congo en Zuid-Afrika met zekerheid kan aanduiden.
Dat de Gall-Peeters projectie een kwestie van ‘eerlijkheid’ is weet ik ook al lang – sinds 2001 om precies te zijn. We keken toen iedere week naar de televisieserie The West Wing, over de dagelijkse beslommeringen in het Witte Huis. Van Trump was nog geen sprake. Amerika werd geregeerd door Martin Sheen, een soort blanke Obama. En hij vond dat zijn staf jaarlijks een dag een pedagogische studiedag moest volgen, met progressieve activisten als lesgevers. Voor de links-liberale medewerkers van de president was het hun eerste kennismaking met woke. Ze kregen onder andere te maken met de Organization of Cartographers for Social Equality. Als je naar het filmpje kijkt (zie hier) zul je zien dat de VN-kaart slechts een eerste stap is naar een volledig eerlijke kaart.


