zaterdag 29 augustus 2026

De universiteit zuiveren van ...


     
Al kan ik bij gebrek aan academische titel de internationale petitie niet ondertekenen, ben ik toch tegen de sancties die men nu neemt, of in de toekomst zal nemen, tegen Nathan Cofnas. We weten niet wat uit het tuchtonderzoek naar voren zal komen, maar de brief van Petra De Sutter bevat voor mij voldoende aanwijzingen. Ik volg dan ook de argumenten die professor Andreas De Block ontwikkelt in De Morgen (29/8)*: 

  • dat het linkse overwicht aan de universiteiten te eenzijdig de vragen bepaalt waar het wetenschappelijk onderzoek zich op richt 
  • dat onderzoek ‘in de marge’ moet worden getolereerd en niet onmiddellijk als pseudowetenschap moet worden weggezet 
  • dat de vraag naar een biologische basis voor het IQ-verschil tussen etnische groepen nog niet beslecht is**
  • dat er een verschil bestaat tussen een academicus niet-aannemen en een academicus schorsen en ontslaan 
  • dat Cofnas in de kwestie van Jason Arday geen ‘klokkenluider’ was in de juridische maar wel in de brede zin van het woord, en dat hij in grote lijnen gelijk had
  • dat de kwestie Arday de ‘aanleiding’ en strikt genomen niet het ‘motief’ voor de schorsing en het onderzoek is 
  • dat het gezien de geplogenheden in het departement filosofie belachelijk is om Cofnas te verwijten dat hij zich ook met ander onderzoek bezighield dan omschreven in de opdracht [blij dat iemand het zegt]
  • dat beledigende polemische taal zoals die van Cofnas betreurenswaardig is, maar in de academische wereld geen uitzondering vormt 
  • dat het argument van het ‘welzijn’ van de studenten hoogstens kan worden ingeroepen in verband met onderwijs en niet in verband met onderzoek [ook niet inzake onderwijs wat mij betreft]
  • dat het argument van de onrust die Cofnas veroorzaakt zéér problematisch is 
  • dat de maatschappelijke schade die het onderzoek van Cofnas zou kunnen teweegbrengen hoogstens een argument is om het onderzoek niet te financieren maar niet om het te verbieden***

    Het is mij allemaal wat te voorzichtig, maar misschien dat een voorzichtige stem in dit debat zwaarder weegt, dan luid geroep. 


                                                                    ***


     Dat  betekent allemaal niet dat ik veel medelijden heb met Cofnas. Als ik medelijden wil voelen, dan denk ik aan een poes die bij de dierenarts een dodelijk spuitje moet krijgen. Nou ja, ik heb een interview gezien met Cofnas waarbij hem gevraagd werd of hij nog altijd zo’n harde kritiek op Jason Arday zou hebben, als hij wist dat zoiets tot zijn tragische dood zou leiden.  Je kon bijna de kortsluiting in Cofnas’ hersenen zien bij die contrafactuele vraag. Toen had ik wel medelijden.
     Cofnas, heb ik ondertussen begrepen, is zowel een wetenschapper als een cultural warrior.  In die laatste rol deelt hij klappen uit, en moet hij maar klappen kunnen incasseren. Als een van de partijen de spelregels overtreedt (en daarmee bedoel ik niet de procedures), dan voel ik geen medelijden maar verontwaardiging. En een fundamentele spelregel aan de unief is die van de academische vrijheid, en een fundamentele spelregel in de liberale democratie is die van de vrije meningsuiting. Voor zover ik kan beoordelen worden die regels hier door de universiteit overtreden. (Ik ken de tegenargumenten, maar die discussie is voor mij afgesloten.)


                                                                     ***


       Ik heb gisteren een leuke tekst van Cofnas over woke gelezen****’ Dat was geen wetenschappelijk, peer-reviewed artikel, veeleer een uitgebreide column van 20 bladzijden, maar ik heb er toch enkele interessante gedachten in teruggevonden. Volgens Cofnas moeten we de wortels van woke zoeken in de Civil Rights beweging:

The civil rights movement aroused justified sympathy for the plight of blacks, who had been seriously oppressed. By the time major civil rights legislation was passed in the 1960s, respectable people had almost unanimously embraced the fantasy that legal equality would solve the race problem.

     De redenering gaat als volgt. Sinds de Verlichting domineert de overtuiging dat alle mensen, en zeker alle ‘rassen’ gelijke capaciteiten hebben. Wanneer men in de jaren 60 vaststelt dat de zwarte bevolking, 100 jaar na de afschaffing van de slavernij, nog altijd armer is dan de blanke bevolking, dan moet dat aan discriminerende wetten liggen. Als die wetten worden afgeschaft, dan zal na enige tijd de zwarte en blanke bevolking even welvarend zijn.
      Maar het liep anders, en dus had men nood aan nieuwe verklaringen –  white privilege, verborgen-onbewust-structureel racisme, micro-agressie – en nieuwe remedies – positieve discriminatie, identity politics, dekolonisering van de geesten, verwijderen van foute standbeelden, antiracistische wiskunde, enzovoort. Volgens Cofnas zijn die nieuwe verklaringen en remedies ook logisch, zolang men een andere verklaring niet wil onder ogen zien: de verschillende capaciteiten van de verschillende bevolkingsgroepen. Woke is dus intellectueel superieur aan de liberale en conservatieve ideologie van ‘kleurenblindheid’ en trekt daarom de intellectuele elite aan. Woke heeft gelijk … behalve als het ongelijk zou hebben op één punt: dat van de gelijke capaciteiten, en dát is geen politieke kwestie, maar een wetenschappelijke kwestie.

                                                                        ***

     Ik zou tegen deze analyse veel kunnen inbrengen, maar alweer: dat is niet de kwestie die mij bezighoudt. In plaats daarvan wil ik liever iets zeggen over een conclusie van Cofnas – die overigens niet uit zijn voorafgaand betoog volgt.

 Our institutions are brimming with delusional — and in many cases mentally ill — true believing Red Guard thugs who were appointed to maintain the ideological status quo. Many of these people will fight to the gates of hell to defend the woke system, and won’t accept evidence for hereditarianism no matter what. We need to find legal ways to remove these people from positions of authority: get rid of fake grievance-studies departments at universities; revoke the tenure of pseudo-scholars who were hired in job searches that illegally discriminated against whites, Asians, and men.

     Dat is de klassieke oproep tot ‘onverdraagzaamheid tegen de onverdraagzamen’, waar helaas het argument van de logica machteloos tegenover is, en alleen het argument van beschaving en proportie voor enig soelaas kan zorgen. Ter verschoning van Cofnas zij opgemerkt dat hij die organisatorische maatregelen ondergeschikt maakt aan de ideeënstrijd; omgekeerd gaat hij in zijn voorstellen veel verder dan de maatregelen die nu tegen hem genomen en overwogen worden: sluiten van hele faculteiten, afdanken van vastbenoemde professoren, rechtzetten van positieve discriminatie met terugwerkende kracht. Het zijn allemaal maatregelen die alleen door een radicaal-rechtse regering zouden kunnen worden genomen en waarvan we niet weten hoe ver die in haar censuur precies zou gaan. Ik zal dan ook altijd voor centrumpartijen kiezen die het spel niét zo hard willen spelen: niet zo hard als Petra De Sutter en Co, en niet zo hard als Cofnas en Co*****.
     Ja, maar wat is het alternatief? Zelf geloof ik dat Cofnas in zekere mate gelijk heeft dat er te veel woke is aan de universiteiten, dat er hele studierichtingen zijn die er beter niet zouden zijn, en dat er bijvoorbeeld over migratiegerelateerde onderwerpen veel pseudowetenschap wordt verkocht. Moet aan die woke invloed dan niets gedaan worden? Moeten we ons beperken tot vrome wensen over een universiteit waarin IQ-wetenschappers en multiculturele taalsociologen elkaar verdragen, waar wetenschappelijk werk met wetenschappelijke criteria wordt beoordeeld, en waar intellectueel eerlijke polemiek op de publieke tribune met intellectueel eerlijke polemiek wordt beantwoord op dezelfde tribune? Welja, dat zijn vrome wensen, maar het is altijd beter dan niets. En de meeste commentaren die ik lees gaan ook niet veel verder.
     Ik heb in een vorig stuk commentaar gegeven bij het voorstel van Andreas De Block om voor meer politiek evenwicht te zorgen bij benoemingen in de menswetenschappen. Dat heeft voor- en nadelen. Theoretisch zou een politieke overtuiging bij benoemingen géén rol mogen spelen. Praktisch kan het voor evenwichtiger onderzoek zorgen. Maar het is vooral ook een vrome wens als Cofnas gelijk heeft dat de woke-mensen aan de universiteiten hun posities zullen verdedigen ‘to the gates of hell’.
     Hetzelfde kan worden gezegd over de pleidooien voor een waardevrije menswetenschappen, in de traditie van Max Weber, en op FB welsprekend verdedigd door Geraard Goossens******.  Ik las ergens een reactie van professor Jan Dumolyn die in dezelfde richting ging. Dumolyn vertelde wat hij de laatste tijd aan het doen was: examens verbeteren, middeleeuwse documenten lezen, en hopen dat die vervloekte pseudo-wetenschappers als Cofnas enerzijds en de woke-departementen anderzijds zo snel mogelijk van de universiteit werden verwijderd. Alleen weet ik niet zeker of Dumolyn als marxist zijn eigen wetenschappelijk werk als ‘waardevrij’ zou karakteriseren. Sommige van zijn ideologische tegenstanders zullen dat zeker niét doen. In elk geval: als een wonderlampgeest mij een wens liet doen voor de universiteiten zou ik niet vragen dat de rassenrealisten, de wokisten, de taalsociologen en de migrantologen in rook opgingen, maar dat ze zich zouden inspannen om waardevrij aan wetenschap te doen. Sommigen zouden dan wellicht hun studiegebied verleggen.
      Bij Rik Torfs komen we de vrome-wens-logica in zijn zuiverste vorm tegen.

Een brede discussie over de toekomst van onze universiteiten is broodnodig, zowel in als buiten de universiteit. Hopelijk breekt weldra het moment aan waarop universitaire bestuurders zich uit hun bureaucratische en ideologische logica bevrijden en ze, met de nodige zelfkritiek, over hun eigen toekomst durven na te denken, voorbij.

     Daar is ze weer, de ‘brede discussie’. Anderzijds: we kunnen daar cynisch over zijn, maar het is ten minste iets wat we zélf kunnen doen. Ik doe er in elk geval aan mee. Dit is reeds mijn vierde Cofnas-stukje. Misschien is die Cofnas een vieze jongen, en de sancties zijn zeker een vieze zaak, maar ik haal er mijn neus niet voor op. Ik gooi me in het gewoel.     Iemand die dan weer helemaal niets van vrome wensen moet hebben, is – wie anders ?– professor Mark Elchardus. ‘Altijd maar praktisch, anders geen doel,’ zei een bekende stripfiguur in de jaren 70. Elchardus sluit zich (DM 22/8) met enkele retorische uitspraken aan bij de analyse dat de universiteit te veel naar woke-links uitwijkt. En hij vertrouwt de universiteiten niet dat ze dat zelf kunnen rechttrekken. Daarom stelt hij voor: ‘Depolitiseer de universiteiten, politiseer het universitair beleid.’ 
       
Nodig zijn externe evaluatieorganen, samengesteld uit wetenschappelijk gekwalificeerde mensen, maar divers, dat wil zeggen ideologisch evenwichtig, representatief voor de in de samenleving aanwezige politieke opvattingen. Dat is nodig om de politieke en ideologische eenzijdigheid van de universiteiten, vooral van de afdelingen mens- en sociale wetenschappen, te doorbreken. Die commissies kunnen op basis van steekproeven de selectie- en promotiecommissies evalueren, het toewijzen van onderzoeksgeld screenen, cursusmateriaal toetsen, publicaties en proefschriften controleren op integriteit en kwaliteit. Zij kunnen ons zo een betrouwbare kijk geven op de stand van het universitair onderwijs en onderzoek. Indien nodig kunnen zij verbeterprojecten, het opheffen van schabouwelijke programma’s of het afdanken van onbekwamen voorstellen.
    Professor Bart Deygers heeft op Elchardus geantwoord (DM 26/8). Hij vindt diens diagnose verkeerd. Er is amper een probleem van linkse bias en woke onderzoek, zegt hij, en hij ondersteunt zijn antwoord met cijfers, wat Elchardus voor één keer had nagelaten. Maar wat als – louter hypothetisch -  de diagnose van Elchardus wél correct is? Is dán een ingreep van de democratisch verkozen politici de juiste remedie? Het is zeker geen ideale situatie, want onafhankele universiteiten, onafhankelijke pers, onafhankelijke rechtbanken, onafhankelijke ambtenaren zijn een traditionele dam tegen de tirannie. Maar wat moeten we doen wanneer die instellingen zich keren tegen de wil of de belangen van de meerderheid? Moeten we dan kiezen tussen een revolutionaire ingreep zoals Cofnas voorstelt enerzijds, en een reformistische aanpak zoals Elchardus voorstelt anderzijds?
     Voor een harde libertariër is er natuurlijk nog een andere oplossing dan Cofnas, Elchardus of de status-quo. Schaf die universiteiten af en vervang ze door private onderzoeks- en onderwijsinstellingen die gefinancierd worden door  inschrijvingsgelden en bedrijfscontracten. Elke niet-libertariër, en elke libertariër eigenlijk ook, zal onmiddellijk een paar nadelen van zo’n regeling kunnen opsommen. Ik wil mij hier beperken tot enkele vragen. Zouden veel van die onafhankelijke instellingen curricula aanbieden in dekolonisatie? Zou de migrantologie nog altijd vertrekken van de open-grenzen-bias? Zou de criminologie nog altijd ijveren voor minder gevangenissen? Het antwoord op die en soortgelijke vragen is geloof ik: nee. Maar op een veel belangrijker vraag ken ik het antwoord niet: zou het onderzoek en onderwijs aan deze instellingen beter aanknopen bij de traditie van het waardevrije onderzoek en onderwijs zoals het ooit aan de universtiteiten als ideaal werd nagestreefd ? Ik weet het echt niet. 


* Het interview met Andreas De Block staat hier. Het boek van Andreas De Block over de linkse dominantie aan de universiteiten heb ik uitgebreid besproken hier.

** Over de IQ-verschillen tussen verschillende etnische groepen zegt De Block: “[Die bestaan en] zijn goed gedocumenteerd, zeker in de VS. De verschillen zijn zelfs tamelijk groot, al worden ze de laatste decennia een beetje kleiner. De vraag is wat de oorzaken zijn. Bij individuele verschillen spelen genen zeker een rol. Bij groepsverschillen zijn de meeste onderzoekers van oordeel dat het te maken heeft met omgevingsfactoren, zoals dieet en opleiding, bijvoorbeeld. Maar, en dit is belangrijk: de meeste gedragsgenetici zeggen dat de instrumenten waarmee je de genetische oorzaken van individuele verschillen verklaart, ten gronde ongeschikt zijn om verschillen tussen groepen te verklaren. … In ieder geval gaat Cofnas lijnrecht in tegen wat de belangrijkste autoriteiten in die domeinen zeggen. En ik denk persoonlijk dat zijn conclusies onjuist zijn …Is het pseudowetenschap, of wetenschap in de marge, fringe science? Die vraag is nog niet beslecht. Daarover kunnen redelijke mensen van mening verschillen. Ik vind dat we bijzonder tolerant moeten zijn voor de marge.” 


*** Over de vraag of onderzoek verboden moet worden als het maatschappelijke schade kan toebrengen, zie mijn stukje hier.  


**** De tekst van Cofnas staat hier. De meer spectactulaire titel luidt: ‘Why we need to talk about the right’s stupidity’ … over de domheid van rechts dus. Cofnas citeert onder andere onderzoek waaruit blijkt dat de gemiddelde racist een merkelijk lager IQ heeft dan de gemiddelde antiracist. Volledige zinnen zouden zo uit de pen van een linkse polemist kunnen komen. Zoals: ‘The same conservatives who complain about immigrants not speaking proper American know fewer English words than liberals.’ Ook weidt hij uit over de superioriteit van de woke media – The New York Times, e.a. – in het brengen van interessante informatie.


***** Zie ook mijn stukje over het Vlaams Belang dat pleit voor rechts machtsmisbruik: hier.


****** Voor een pragmatische verdediging van de waardevrijheid in de economische wetenschap: zie het essay van P.J. Boettke: hier

3 opmerkingen:

  1. Ik ben het vooral eens met de allerlaatste zin van uw stuk.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Interessante gedachte-experimenten. Uw vraagstelling op het einde duidt op een terechte bezorgdheid over private onderzoeksinstellingen.
    Maar waarom de libertarische logica niet doortrekken? En, in plaats van universiteiten te vervàngen door private onderzoeksinstellingen, ze ermee laten àànvullen.
    Laat duizend bloemen bloeien. En de markt zal wel tonen wie er gelijk heeft: als universiteiten plaatsen worden waar het vrije onderzoek aan belang inboet, en in de private onderzoeksinstellingen gaat het beter, zullen wetenschappers die ertoe doen, voor de laatsten kiezen; En zal het effect nog versterken.
    Vrije concurrentie.
    Dat is trouwens al een tijd aan de gang, en heeft m.i. niet (alleen) te maken met ideologische verstarring aan de universiteiten. De universiteit vormt al jaren steeds minder de wetenschappelijke voorhoede of het monopolie op topkennis. Dat heeft o.m. te maken met het internet, en nu ook AI, die wetenschap voor iedereen beschikbaar maken. Dat maakt die concurrentie tussen onderwijs- en onderzoeksinstellingen beter mogelijk. Want het zal hoe langer hoe minder nodig zijn om enorme zware overheidssubsidies nodig te hebben om je onderzoeksinstelling te doen werken (ik vergelijk het met het verlies van het monopolie van Agfa Gevaert met de opkomst van de digitale fotografie: je hebt geen zware fabrieken meer nodig om film te produceren. Maar Agfa is wel blijven bestaan: ze hebben zich wel verplicht moeten transformeren. Misschien zullen de universiteiten, geconfronteerd met concurrentie, dat ook moeten doen).

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Een vijfde Cofnas-stukje? Moet kunnen. Nu De Standaard Hanania en Yarvin ter sprake brengt dient haar 'guilty by association' toch weerlegd? Lijkt me niet zo moeilijk wanneer ik voorgaande vier stukken lees. Doen, om het met Patrick Demompere te zeggen.

    BeantwoordenVerwijderen