donderdag 19 februari 2026

Besnijdenis in de VS, e.a.


Besnijdenis in de VS
     In onze kranten kunnen we nu uitgebreid lezen over de voor- en nadelen van de besnijdenis. Men legt daarbij uit dat het om de penis gaat, iets wat onze godsdienstleraar in het eerste middelbaar zorgvuldig verzweeg. Hij bleef maar spreken over de ‘voorhuid’ en nam daarbij met twee vingers een stukje huid van zijn andere hand vast. Daar werden we niet veel wijzer van. Terloops lees ik ook in de krant dat 75 procent van de Amerikanen besneden zijn.
     75 %, dat kan niet waar zijn denk ik, en zoek het op met Grok. Het is waar. Volgens Grok is het zelfs 80 procent, maar het aantal nieuwe besnijdenissen van pasgeborenen is dan weer gedaald tot 50 procent. Die daling doet zich vooral voor in de grote steden. In gebieden waar men meer voor Trump stemt blijft het besnijdenispercentage hoog.
      Die Amerikaanse toestanden doen mij denken aan een gedicht van Poesjkin – dat ik eerst tevergeefs bij Heine heb gezocht*. Maar dat die twee dichters veel gemeen hebben in stijl en toon, had men al langer opgemerkt. Het gedicht gaat als volgt:

Rebecca, Christus is verrezen!
Vandaag, mijn engel, wil ik trouw
Aan onze Here Jezus wezen
En aan Zijn wet: dus kus ik jou.
Maar morgen zal ik me bekeren
En trouw aan Mozes’ wetten zweren:
En voor een kus ben ik bereid
Jou dat te schenken, wat altijd
Voor jood en christen zal fungeren
Als tastbaar basisonderscheid.


     In de VS geldt dat tastbaar basisonderscheid dus veel minder dan Heine, pardon Poesjkin, dacht. 

* Door dat misverstand heb ik Heines mooie anti-antisemtische gedicht ‘Dona Clara’ nog eens opnieuw kunnen lezen.


Bill White vs Conner Rousseau
     Vooruit-voorzitter Conner Rousseau heeft een filmpje op de sociale media geplaatst waarin hij president Trump vergelijkt met Adolf Hitler. De Amerikaanse ambassadeur Bill White vraagt nu dat de Belgische regering iets zou ondernemen tegen Rousseau. Hij mág dat natuurlijk vragen, maar hij moet weten dat bij ons de wet tegen het beledigen van buitenlandse staatshoofden in 2005 is afgeschaft*. Zelfs de wet tegen het beledigen van ons eigen staatshoofd is afgeschaft, zij het wat later. Sinds 2021 kunnen we straffeloos schrijven dat onze koning een idioot is.
     White zegt ook dat de VS een inreisverbod tegen Rousseau kan uitvaardigen. De VS mág dat doen, maar ik zou het niet verstandig vinden. Verenigd links en andere anti-Atlantisten willen dat België een uitwijzingsbevel zou uitvaardigen tegen ambassadeur White. België mág dat doen, maar ik zou het niet verstandig vinden. Maar dat onze pers schrijft dat White een idioot is die zich niet met onze wetgeving of rechtspraak dient te bemoeien, dat kan ik billijken.

* In de VS heeft zo’n wet geloof ik nooit bestaan. 


De ironie van Bart Schols
      Over het rumoerige debat op De Afspraak tussen Bart Schols en Soundos El Ahmadi heb ik tot nu toe mijn mond gehouden. Het debat had ik niet gezien, en over de reactie van Schols had ik niet veel te melden. Schols had op de sociale media geschreven:

Ik besef nu dat je je als witte man blijkbaar niet zomaar in eender welke discussie kan mengen. Dankjewel daarvoor.

Men verweet Schols dat hij de uitval van El Ahmadi verkeerd weergaf. Ze had gezegd dat hij als ‘man’ moest zwijgen over de onveiligheid van vrouwen, en Schols had daar ‘witte man’ van gemaakt. Anderen verweten Schols dat hij als een wokie aan zelfbeschuldiging had gedaan. Who cares?
      Maar bij Christophe Vekeman las ik iets interessants:

 Ik ga nu even voorbij aan de weinig doeltreffende ironie die Schols hier waarschijnlijk gebruikte, en aan het wat zure zelfmedelijden dat sprak uit de door hem gebezigde woorden. Dat laat ik hier even buiten beschouwing, zeg ik, want los daarvan sluit de door hem geformuleerde vaststelling wel degelijk aan bij wat sommigen wérkelijk blijken te menen.

     Dat was twee keer de waarheid. Velen menen wérkelijk dat er discussies zijn waar een ‘witte’ man zich niet zomaar in kan mengen. En Schols zijn uitspraak was waarschijnlijk ‘ironisch’ - in de meer algemene zin van het woord. Maar aangezien die ironie hier ‘zuur’ en ‘zelfmedelijdend’ is, kunnen we in technische termen beter van ‘sarcasme’ spreken.
      Een andere interessante commentaar vond ik bij FB-vriend Luc de Coster. De lezer moet het zelf maar opzoeken, maar een briljant zinnetje wil ik ondertussen al meegeven:

Ik ga mij nu buigen over de vraag of dit soort misogynie een kwestie van geslacht of van gender is.

         De vondst zit in het woordje ‘nu’. Had er gestaan ‘Ik ga mij niet buigen over …’ dan hadden we met een doordeweekse, sarcastische praeteritio te maken, die ook nog eens ontsierd wordt door een cliché. Maar door dat ‘nu’ wordt de mededeling verheven tot het niveau van fijne ironie. Je ziet heel even het beeld van een schrijver die met een klein mesje zijn ganzenveer bijsnijdt om de rest van zijn opstel af te werken. En dan moet hij zich daarna inderdaad buigen over het papier dat voor hem ligt.


Meloni ‘legt het zwijgen op’
     Bij een linkse FB-vriend lees ik: 

In Italië waarschuwt Mussolini-kenner Antonio Scurati … voor de teloorgang van de democratie. Scurati ziet in de partij van Meloni een rechtstreekse nazaat van het fascisme. Hij wordt door Meloni het zwijgen opgelegd.

     Hoe moeten we ons dat voorstellen, dat Scurati het zwijgen wordt opgelegd? Heeft Scurati een publicatieverbod gekregen? Heeft hij huisarrest gekregen? Is hij verbannen naar een eiland voor de Siciliaanse kust?
      Ik heb het moeten opzoeken, want de details waren ondertussen wat wazig geworden. Antonio Scurati was in 2024 uitgenodigd om op de televisie een korte tekst voor te lezen ter gelegenheid van de nationale feestdag van 25 april. In de tekst beschuldigt hij premier Meloni ervan geen afstand te nemen van het fascisme in zijn geheel. Kort voor de uitzending annuleerde de RAI het optreden. 
     Het is zeker mogelijk, maar niet bewezen, dat Meloni druk heeft uitgeoefend op de RAI om het optreden van Scurati te annuleren. Meloni ontkent dat, maar het is plausibel. Zoals het ook plausibel is dat de directie van de RAI die beslissing zelf heeft genomen, zonder druk van buitenaf. Als de VRT op de nationale of Vlaamse feestdag Ico Maly zou uitnodigen om een korte tekst voor te lezen waarin Bart De Wever een rechtstreekse nazaat van het fascisme wordt genoemd, dan zou ik als VRT-directeur geen druk van buitenaf nodig hebben om dat optreden te laten annuleren. Op een minder plechtige dag zou ik er niet aan beginnen. En het zou natuurlijk ook mooi zijn als ik als directeur nóóit redactioneel tussenkwam.
     In elk geval, de uitdrukking ‘het zwijgen opleggen’ is voor dit incident geen goede omschrijving. De tekst werd voorgelezen door een tv-presentatrice, hij werd gepubliceerd in kranten en on-line media en Meloni zelf plaatste hem op haar FB-pagina ‘zodat iedereen zelf kon oordelen.’ 
    Als links er oprecht van overtuigd is dat populistisch rechts vandaag een hellend vlak vormt waarop we afglijden naar een op het fascisme gelijkende dictatuur, dan heeft het er alle belang bij om dat gevaar in redelijke woorden te beschrijven, zonder grove overdrijvingen. Anders overtuigen ze alleen zichzelf. En voor een antifascistisch front, weet ik nog van mijn communistische jeugd, moet je ook de brede massa
s van het midden overtuigen.

   

Duval en Lancaster als predikant
    Velen denken bij de naam van Robert Duval in de eerste plaats aan zijn rol als evangelisch predikant in The Apostle (1997). Ik heb die film ongetwijfeld gezien, maar ik verwar hem te veel met Elmer Gantry (1960) waarin het Burt Lancaster is die de rol van predikant speelt. Ergens in de film zegt die: ‘It does a man good to get down on his knees once in a while.’ Ik loop niet zo hoog op met Lancaster, minder dan anderen in elk geval, en ik heb weinig aanleg voor religie, maar dat zijn woorden die blijven hangen.


Beeld en tekst bij Peter van Straaten
     Bij de meeste tekeningen van Peter van Straaten werkt de grap alleen als je beeld en tekst samen ziet. Maar deze uitspraak van een vrouw – die doet denken aan bepaald Elsschot-gedicht – werkt ook als ze alleen staat: ‘Als mijn leven een film was geweest dan had ik Herman al lang vermoord.’ De tekening die erbij staat is overigens geniaal*.

*Zie hier.



 

woensdag 18 februari 2026

Ongelijkheid in de VS: grafieken

          Hoe groot is de ongelijkheid eigenlijk die links zo graag wil bestrijden? In ons land is die vrij klein. Je kunt dat meten met een wiskundige formule die de zogenaamde Gini-index als resultaat heeft. Wij hebben een Gini-index van 0,25, waarmee we bij de top-5 van meest gelijke landen behoren. De VS hebben een Gini-index van 0,40, een van de hoogste ongelijkheidsmetingen van de rijke landen. Maar voor een leek is het moeilijk om zich iets voor te stellen bij een wiskundige formule. Wij houden meer van begrippen als de ‘1 percent’ en de ‘bottom 50 percent’.
    In wat volgt, gaat het alleen over de VS, waarvan ik, met de hulp van Gemini, gemakkelijker aan cijfers kan komen. Laten we beginnen met een eenvoudige grafiek: de evolutie van de besteedbare inkomens van de laatste 50 jaar. (De grafieken worden duidelijker als men er op klikt.) 

Evolutie van inkomens in de VS


      Dat is een erg alarmerende voorstelling. Je kunt die wat verzachten door het mediaan inkomen te kiezen in plaats van de Bottom-50. Of je kunt die wat verscherpen door de Top-0,1 en de Bottom-10 te kiezen, maar dan is die laatste lijn nog nauwelijks zichtbaar omdat ze ongeveer samenvalt met de x-as. In elk geval valt duidelijk af te lezen dat de ‘kloof’ tussen arm en rijk groter wordt, al is het ook weer niet zo dat ‘de armen armer worden’ - hun inkomen stijgt, maar slechts héél traag.
       Eigenlijk is het cijfermatige eindresultaat van de evolutie ook weer niet zo verwonderlijk. Een gezin uit de Top-1 heeft een inkomen dat dertig keer groter is dan het mediane gezinsinkomen. Hadden we iets anders verwacht? De gemiddelde egalitarist is er, geloof ik, van overtuigd dat de Amerikaanse Top-1 niet dertig maar ‘duizend-miljoen-miljard’* keer meer verdient dan de rest van de inwoners. Ik word het niet moe om het mopje van Hendrik Vos telkens opnieuw te gebruiken.
     De lijngrafiek heeft het voordeel dat ze de evolutie over de tijd kan weergeven. Maar het nadeel voor mij is dat ik die makkelijk verwar met een weergave van de actuele toestand. Dan ben ik geneigd om het volledige gebied tussen de twee lijnen te zien als ‘het deel van de koek’ dat door de rijken wordt opgeslokt. Daarom ga ik hieronder over op taartgrafieken.
     Ik kijk eerst even naar de vermogensongelijkheid.

Ongelijkheid in vermogen



       Hier hebben we alweer een alarmerende voorstelling van zaken. De Bottom-10 kun je op de grafiek niet eens weergeven omdat ze meer schulden dan bezittingen hebben. De Top-0,1 alleen al heeft 7 keer meer dan de Bottom-50. Of om het nog spectaculairder te stellen: één gezin uit de Top-01 heeft 2500 keer meer dan een gezin uit de Bottom-50. Anderzijds, toen ik begon les te geven, zullen er ongetwijfeld ook collega’s geweest zijn met een vermogen dat 2500 keer groter was dan het onze: het verschil tussen een afbetaald huis en een huis met een hoge hypotheeklening. Ook moeten we beseffen dat een groot deel van die rijkdom van de Top-0,1, de Top-1 en de Top-10 niet bestaat uit auto’s en huizen en computers, maar uit aandelen in bedrijven die auto’s en huizen en computers produceren.
     Dat brengt ons bij de consumptie-ongelijkheid. Het klopt dat de Top-0,1 meer en betere huizen, auto’s en computers heeft dan de doorsneeburger, maar hier is het verschil véél, véél kleiner.

Ongelijkheid in consumptie



          Met de consumptie als graadmeter blijft de ongelijkheid bestaan. De Bottom-10 krijgt maar 60 procent van waar ze recht zou op hebben bij een volmaakt gelijke verdeling en de Top-1 krijgt gemiddeld 8 keer te veel. Alleen de 40 procent tussen de Top-10 en de Bottom-50 (het okergele segment) krijgt gemiddeld een aandeel dat aan de egalitaire principes beantwoordt.
      Ik geef toe dat de strikt egalitaire verdeling, en de afwijkingen ervan, mij niet zo bezighouden. Wel zou de consumptie-ongelijkheid, vind ik, een interessante invalshoek moeten zijn voor wie graag herverdeelt. In laatste instantie is het immers de consumptie die moet herverdeeld worden. Het is de luxe-jacht van Bezos die de ogen uitsteekt. Maar die luxe-jacht zit dus in in dat kleine donkerblauwe segment, waarvan iedereen zal inzien dat het niet volstaat om alle sociale noden te lenigen. De liberaal in mij zal dan voor de zoveelste keer aanhalen dat het beter is om een grotere taart te bakken dan om de taart te herverdelen.
     Voor wie vindt dat een taartdiagram met de samengevoegde grootheden van de taartdiagram de consumptie-ongelijkheid onvoldoende illustreert heb ik ook nog een blokdiagram besteld, waaruit blijkt dat een gezin uit de Top-1 negentien keer zoveel consumeert als een gezin uit de bottom-10. Wie de ongelijkheid grafisch liever nóg groter voorstelt, moet de consumptiecijfers nemen van de Top-0,1. Maar dan zou je voor de grafiek een logaritmische schaal moeten gebruiken.


Ongelijkheid in consumptie tussen twee gezinnen








1. Vermogensongelijkheid (Wealth)

 

Vermogen omvat bezittingen zoals huizen, aandelen en pensioenrekeningen minus schulden.

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14%

99% - 99,9%

~16%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~28%

10% - 50%

~5%

Armste 10%

<0% (Netto schuld)

 

 

Zonder uitsplitsing van de armste 10 %

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14,5%

99% - 99,9%

~16,5%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~30,5%

Armste 50 %

~5%

 

2. Inkomen vóór belastingen en transfers (Pre-tax Income)

Dit is het "marktinkomen" (salaris, dividenden, rente) voordat de overheid ingrijpt via belastingen of sociale uitkeringen.

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Pre-tax)

Top 0,1%

~10%

99% - 99,9%

~9%

90% - 99%

~28%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~15%

Armste 10%

~2%

 

 

3. Inkomen ná belastingen en transfers (Post-tax Income)

Dit toont het effect van herverdeling (zoals de inkomstenbelasting en programma's als SNAP of Social Security). 

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Post-tax)

Top 0,1%

~8%

99% - 99,9%

~8%

90% - 99%

~25%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~19%

Armste 10%

~4%

 

4. Consumptie-ongelijkheid (Consumption)

De ‘consumptie’ omvat alle uitgaven aan wonen, voedsel, vervoer, zorg, entertainment en kleding.

Huishoudens met lage inkomens geven vaak meer uitgeven dan ze verdienen (via leningen of spaargeld) en de allerrijksten consumeren slechts een fractie van hun inkomen.

 

Categorie

Aandeel in totale consumptie

Top 0,1%

~3%

99% - 99,9%

~5%

90% - 99%

~17%

50% - 90%

~39%

10% - 50%

~30%

Armste 10%

~6%

 

Mediaan gezin armste 10%: Consumeert jaarlijks ongeveer $28.500.

Mediaan gezin top 1%: Consumeert jaarlijks ongeveer $550.000.

 

De linkse visie op AI

     Filosoof Mathias Vander Hoogerstraete (DS 13/2) vindt dat de overheid moet ingrijpen om ethische normen op te leggen aan de ontwikkeling van AI. Behalve het axioma dat je zoiets niet aan de winstzucht van de bedrijven kunt overlaten, zijn de argumenten wat onduidelijk. Hij verwijst naar veiligheidschecks – iets waar ik weinig vanaf weet.
     AI ontwikkelt zich volgens de filosoof niet in de gewenste richting. De technologie wordt te weinig ingezet voor kankerbestrijding en klimaatbeleid. De huidige toepassingen worden door jongeren misbruikt om hun schooltaken te maken en om hun sociale relaties uit te bouwen. Hoe zoiets met overheidsregulering moet worden bestreden is mij niet duidelijk.
     In zijn conclusie laat de filosoof zien hoe de AI-problematiek kan worden ingepast in een linkse agenda:

De disruptieve kracht van AI rijt heel wat maatschappelijke discussies open. Moeten we afstappen van ons transactioneel onderwijs, waarin we output belonen met cijfers? … Wie kan er profiteren van de enorme productiviteitswinsten die generatieve AI in veel sectoren belooft?

     Twee oude stokpaardjes van links: een school zonder punten* en de herverdeling van de ‘enorme winsten’ nog voor ze zijn gerealiseerd. Ergens in het midden van de tekst worden we ook gewaarschuwd voor het naïeve geloof in trickle-down economics. 

* Een grapjas noemde het ooit: the free distribution of diplomas under the deserving poor.

 

dinsdag 17 februari 2026

Robert Duval (1931-2026), e.a.


Robert Duval (1931-2026)
     
‘Robert Duval is dood,’ zei mijn vrouw. Normaal vraag ik dan hoe oud hij geworden is. Maar dit keer had ik mijn mening daarover al gevormd. ‘Die moet al heel oud geweest zijn. In To Kill a Mockingbird was hij al niet meer van de jongste en die film is van 62.’
 
        Iedere filmliefhebber zal geloof ik, na enig nadenken en zonder het op te zoeken, tien films met Duval kunnen opsommen, meestal in een of andere opvallende bijrol. In mijn lijst van tien zou ongetwijfeld de tv-film Stalin (1982) voorkomen. Duval speelde daarin de Russische dictator. Goed, hij geleek fysiek niet zo goed op Stalin, maar dan moet je weten dat in die film de rol van Lenin werd gespeeld door Maximilian Shell en de rol van Boecharin door Jeroen Krabbé. Dat is natuurlijk allemaal niet zo erg als wat we in Death of Stalin (2017) zagen. Daarin werd de rol van Chroestjov gespeeld door Steve Buscemi. Nu vraag ik je. Trouwens, nu we het toch over Russen hebben, Duval speelde ook de rol van een Russische generaal in de tv-film Hemingway and Gehlhorn (2012). Hij wilde met Martha Gelhorn naar bed en maakte daarover ruzie met de beroemde schrijver.
     Duvals naam zal altijd verbonden blijven met zijn rol als Killgore in Apocalypse Now (1979) en als Tom Hagen in The Godfather (1972). In die eerste film levert hij de quote ‘I love the smell of napalm in the morning.’ Daar kan niets tegenop. In The Godfather zijn zijn uitspraken minder memorabel. Hij komt hij niet veel verder dan het kille ‘Mr. Corleone never asks a second favor once he’s refused the first.’ Iedereen zal toegeven dat de film tientallen quotes bevat die meer indruk maken.
      Zelf moet ik denken aan een andere quote uit een minder bekende film: A Civil Action (1998). Het is een klassiek rechtbankdrama. Een groot bedrijf loost giftige stoffen in een meer, de omwonenden worden ziek, een min of meer idealistische advocaat spant een rechtszaak in tegen het bedrijf en … vanaf dan neemt het verhaal een minder klassieke wending. Duval is de advocaat van het vervuilende bedrijf. In een informeel gesprek legt hij aan zijn opponent uit waarom hij denkt de zaak te zullen winnen: ‘You didn’t find anyone who saw me.’ Ik heb het altijd fascinerend gevonden dat advocaten soms spreken over hun cliënt in de eerste persoon enkelvoud.


Hoer!
     Dagelijks zie ik op FB enkele tekeningen van Peter van Straaten voorbijkomen waarop iemand iets grappigs zegt. Die grap kun je meestal niet navertellen, al heeft Karel van het Reve dat wel eens geprobeerd. Nu zag ik er gisteren een die ik wel kan navertellen. Een meneer staat op straat, kijkt boos naar een raamprostituee en roept luid: ‘Hoer!’. De grap zit in de overtreding van de communicatieregels. Sommige woorden gebruik je alleen om iemand uit te schelden die niét beantwoordt aan het scheldwoord dat je hem toeslingert. Je kunt Mussolini niet uitschelden voor ‘fascist’ of Hitler voor ‘nazi’. Er bestaan wel uitzonderingen. Je kunt bijvoorbeeld Raoul Hedebouw uitschelden voor ‘communist’. Hij zal niet ontkennen dat hij dat is, maar hij hoort het niet graag. 


Hendrik Vos en het protectionisme
     Het loont de moeite om het opiniestuk van Marc Reynebeau (DS 28/1) over Mercosur* te leggen naast het stuk van Hendrik Vos over het industrieel beleid (DS 17/2). Men merkt het verschil tussen een linkse populist als Reynebeau en een linkse liberaal als Vos, weliswaar een héél linkse liberaal. Politiek lopen de standpunten gelijk: de economie moet streng geregeld worden door de overheid om de consument en het klimaat te beschermen, en het beleid moet de vraag uit industriële kringen voor goedkope fossiele energie naast zich neerleggen. Maar er zijn verschillen in de ideologie. Bij Reynbeau overheerst het chagrijnige afgunstsocialisme, de haunting fear dat er ergens kapitalisten zouden zijn die superwinsten maken. Dat wordt meestal gekruid met verwijzingen naar grauwe 19de-eeuwse toestanden, is het Daens niet, dan is het wel Het gezin Van Paemel.
      Vos begint ook met een verwijzing naar het grauwe verleden, meer bepaald naar zijn vader die in een papierfabriek werkte, en die in de jaren 70 zijn baan verloor. Maar Vos wil met dat voorbeeld laten zien dat de fabrieksluitingen van de jaren 70 – in papier, staal, textiel en mijnbouw – niet noodzakelijke tot een sociaal-economische ramp moesten leiden. En dat het beleid van de overheid om die sectoren te 
redden alleen geleid hebben tot ‘zombie-achtige reanimaties’. Zo ook moet vandaag de overheid niet tussenkomen om oude energiebronnen te reanimeren, maar om de innovatie bevorderen in de richting van hernieuwbare energie. Vos verzekert ons terloops dat het geluid van windmolens, in tegenstelling tot wat Trump beweert, geen kanker veroorzaakt. ‘Niemand twijfelt eraan dat de toekomst ligt in de hernieuwbare energie,’ besluit hij.
     Vos bepleit hier een typisch liberaal vooruitgangsoptimisme. Maar los van de wetenschappelijk-technische vraag hoeveel we moeten verwachten van zonne- en windenergie, zijn er ook vanuit liberaal standpunt twee kanttekeningen te maken. Ten eerste is de prijs van fossiele brandstof zo onnatuurlijk hoog juist vanwege overheidsingrijpen met taksen, en ten tweede is het niet wijs als de overheid het tempo van een innovatie wil bepalen, noch door die te vertragen met subsidies in zombie-sectoren, noch door die te versnellen met dwingende regulaties. Zelfs áls we moeten overschakelen van petroleum en gas naar wind en zon, is het niet aan de overheid om het marstempo daarvan te bepalen. Een geforceerd marstempo kan misschien met ecologische of geopolitieke redenen worden verantwoord, maar niet met economische. 

* Zie mijn stukje hier.


2 + 2 = 5: Orwell, de film

     De linkse filmregisseur Raoul Peck heeft een lange documentaire gemaakt waarin hij de ideeën van Orwell toetst aan de hedendaagse politiek. De titel 2 + 2 = 5 verwijst naar Orwells kritiek op totalitaire regimes die geen objectieve waarheid erkennen en berichten, slogans, en analyses alleen afstemmen op het nut dat ze opbrengen. De ene keer zeggen de totalitaire dictators  ‘2 + 2 = 4’, een volgende keer ‘2 + 2 = 3’ en nog een andere keer ‘2 + 2 = 5’ . Die drie uitspraken staan voor hen op gelijke hoogte. De objectieve waarheid van de eerste uitspraak heeft geen voorrang op de twee ‘alternatieven’. De objectieve waarheid heeft geen waarde op zich. De objectieve waarheid bestaat niet.
     De regisseur lijkt die kritiek van Orwell verkeerd te begrijpen. Hij denkt dat het een kritiek is op politieke leugens. Maar politieke leugens zijn van alle tijden en komen zowel in democratische als totalitaire regimes voor. De kritiek van Orwell gaat specifiek over de totalitaire leugen zoals hij onder het stalinisme werd toegepast. Die leugen 

  1. is schaamteloos – ook als die door feiten wordt tegengesproken die iedereen zelf kan controleren
  2.  gaat terug op een relativistische ideologie of filosofie die objectieve waarheid ontkent
  3. wordt met dwang opgelegd.

     De regisseur heeft gelijk om het schaamteloze liegen van Trump in verband te brengen met Orwells dystopie. Dié vergelijking is alvast terecht. Het tweede kenmerk, namelijk het relativisme – waar het Orwell echt om te doen is – is iets moeilijker. Het is een kwestie waar ik hier liever niet op inga*. Erg belangrijk is echter het derde kenmerk: de leugen wordt met dwang opgelegd en wordt ‘waarheid’ genoemd. Daar wil ik wél iets over zeggen.
     De film klaagt aan dat er op de sociale media leugens worden verspreid, dat eigenaars van de sociale media zoals Zuckerberg niets doen om die leugens tegen te houden, en dat de overheid zelf tekort schiet om die leugens in de kiem te smoren**. Maar een instantie die de macht krijgt om leugens in de kiem te smoren, heeft ook de macht om de waarheid in de kiem te smoren. Er bestaat een naam voor zo’n instantie: Big Brother, en die naam werd door Orwell zelf gemunt.
     2 + 2 is niets meer dan een beeld voor een eenvoudige waarheid. In werkelijkheid is de waarheid vaak niet eenvoudig en gaat het om sommen waarvan men niet weet of 3, 4 of 5 de uitkomst is. Er bestaat dan misschien een juiste uitkomst en een objectieve waarheid, maar niemand heeft ze in pacht. 

De korte versie
     In een vrije maatschappij valt de boodschap ‘2 + 2 = 5’ onder het beginsel van de vrije meningsuiting. Niemand mag ze verbieden, en niemand mag verbieden dat ze wordt tegengesproken.

 

* Ideologieën die objectieve waarheid ontkennen of relativeren vinden we terug bij allerlei soorten mensen, van diepzinnige filosofen als Richard Rorty tot eenvoudige kerkjuristen als Rik Torfs, van de marxisten met hun proletarische waarheid tot de nazis met hun Arische wetenschap, en de wokies met hun standpoint theory. Rorty gaat in zijn boek Contigency, Irony and Solidarity dieper in op het relativisme dat wordt opgeroepen door het 2 + 2 = 5-probleem. Zie daarover mijn blogje hier.

** De eis om leugenachtige informatie te censureren wordt in de film overgebracht door Alexandria Ocrasio-Cortez.

 

Park Chan-ook over her kapitalisme

       Over No Other Choice, de laatste film van Park Chan-wook, schreef ik eerder: ‘Wie wil kan in het verhaal een satire op het kapitalisme zien, maar je wordt daar op geen enkel moment toe verplicht.’ En nu lees ik in een kort interview in De Standaard (11/2) wat de regisseur er zelf van vindt:

 Ik kan niemand verbieden om de film als antikapitalistisch te bestempelen, maar ik vraag mij vooral af of het veel zin heeft om tegen het kapitalisme tekeer te gaan. Ik zie niet zo gauw wat we er dan voor in de plaats zouden willen. Ik wilde vooral laten zien dat het systeem zijn mankementen heeft.

     Wat die mankementen zijn, wordt in de film duidelijk gemaakt. Man-su, het hoofdpersonage in de film, heeft van de productie van hoogwaardig papier zijn passie gemaakt. Terwijl hij als arbeider in een papierfabriek werkte, heeft hij zich door avondonderwijs moeizaam bijgeschoold tot papier-ingenieur. En dan wordt hij wegens fusies en en verregaande automatisering met AI afgedankt. Hij wordt in de tweede helft van zijn leven het slachtoffer van de creative destruction die hem in de eerste helft van zijn leven tot welstand heeft gebracht. Daarom begint hij andere ingenieurs te vermoorden om zelf weer een betrekking te krijgen.
      Wordt Man-su nu door het monsterachtig systeem gedwongen om zelf een monster te worden en aan het moorden te slaan? Zoals Antonio Ricci in Ladri di biciclette gedwongen wordt om een fiets te stelen? Park Chan-wook vindt dat een ‘erg gemakkelijk verwijt.’

 Man-su kiest er helemaal zelf voor om zich zo te gedragen. Wat hem overkomt praat dat niet goed. Hij weet dat hij ook tijdelijk rekken kan gaan vullen, dat hij desnoods zijn huis kan verkopen en soberder kan gaan leven.  Je kunt het systeem wel met de vinger wijzen, maar uiteindelijk blijf je zelf verantwoordelijk voor wat je doet.

        Wat een gemoraliseer! Je gelooft je oren niet! Hoe unzeitgemäss! Behoort een regisseur met zulke ouderwetse ideeën eigenlijk wel tot de cultuursector? Heeft hij dan niets geleerd van zijn hippe collega’s in Hollywood?


Hemmerechts, Nooteboom, Pfeijffer, Bardot

     Op haar FB-pagina schrijft Kristien Hemmerechts dat Cees Nooteboom tot een generatie schrijvers behoorde die ‘ontzag en egards leken te verwachten’ en voor wie ‘zelfrelativering hun sterkste eigenschap niet was.’ Daaronder stonden, zoals dat op sociale media gaat, een hele reeks ongepaste scheldreacties aan het adres van Hemmerechts.
     De bewering van Hemmerechts over Nooteboom kan natuurlijk waar zijn, misschien is het zelfs een understatement, maar het is niet erg kies om zoiets onmiddellijk na een overlijden te schrijven. For one thing: de overledene kan zich niet meer verdedigen. Maar zelf denk ik vooral aan de overlevenden*. Er lopen nog veel mensen rond die Nooteboom persoonlijk gekend hebben of voor wie hij als auteur iets betekend heeft. Die zijn in de rouw, en dan is het kwetsend om zo’n eenzijdige kritiek te lezen.
     Je kunt als je wilt die kritiek wel vermelden, maar dan liefst terloops in een genuanceerd portret, iets wat Ilja Leonard Pfeijffer probeerde op zijn FB-pagina – een stuk dat overigens ook niet uitblonk door zelfrelativering, al vergeleek hij Nooteboom met Zeus en zichzelf met ‘een dagloner uit Sikyon
.’ 
    Nu, het onschuldige verwijt van Hemmerechts verzinkt natuurlijk in het niets vergeleken bij de vulgaire koppen die De Standaard publiceerde toen Brigitte Bardot overleed**.


 *Is dat niet de titel van een mooie muziekalbum? Het zou ook een mooiere titel voor mijn stukje geweest zijn. Maar om zelf overzicht te houden op wat ik geschreven heb, begin ik hoe langer hoe meer inhoudelijke titels te gebruiken.


** Over het In memoriam van De Standaard over Bardot, zie mijn stukje hier.


maandag 16 februari 2026

Een welgestelde Maga-vrouw e.a.


Een welgestelde Maga-vrouw
      In De Standaard stond een stuk met als kop: Schoonheid aan de leiband: waarom alle Maga-topvrouwen er hetzelfde uitzien
, met een collage van een zestal foto’s. Op de sociale media circuleert een versie van die collage die men heeft uitgebreid met een zo weinig mogelijk flatterende foto van de journaliste van het stuk. Als ik zoiets zie, scroll ik snel verder, want ik ben bang van de seksistische commentaren die er waarschijnlijk onder staan.
      Op Het Nieuws zie ik soms korte straatinterviewtjes met volkse Maga-vrouwen. Wat ze zeggen is vaak niet goed onderbouwd, en die vrouwen hebben zo te zien geen budget voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Maar hoe ziet de welgestelde Maga-vrouw eruit? 
     Ik denk dan meteen aan Angela Norris en haar dochter Ainsly in de tv-reeks Landman. Angela is blond, rondborstig en heeft wél geld voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Angela is voortdurend bezig met geld uitgeven. Zelfs als ze aan charity doet, zoals het entertainen van bejaarden in een instelling, kan ze dat alleen door geld over de balk te gooien.
     Haar man, die werkzaam is in de olie-industrie, moet zich de ziel uit zijn lijf werken om geld binnen te brengen en zij heeft de heilige plicht om ervoor te zorgen dat dat geld dat binnenkomt wordt uitgegeven: een enorm huis aan de rand van de stad, een huis op het strand, dure juwelen, dure kleren. Dat is de taakverdeling. Als Angela even in de put zit, is er maar één remedie: shoppen in een luxe-winkel, liefst met haar dochter, die ze probeert op te voeden met dezelfde normen en waarden. Moeder en dochter zien eruit alsof ze nog nooit in hun leven een goed boek hebben gelezen.
     Je moet het zien om het te geloven, maar de makers van de reeks zijn erin geslaagd om van Angela een sympathiek en fascinerend personage te maken. 


Een interessante verkeerssituatie
      In zijn nieuwste boek Common Knowledge becommentarieert Steven Pinker een interessante verkeerssituatie. Je staat aan de kant van de weg en wilt oversteken. Een autobestuurder heeft je gezien, vertraagt en stopt. Jullie kijken elkaar vragend aan. Hij durft niet doorrijden en jij durft niet oversteken. Dan knikt hij met zijn hoofd. Wat wil hij nu zeggen: ‘Steek jij maar over, ik wacht wel’ of ‘Ik heb begrepen dat jij niet wilt oversteken en ik dus mag doorrijden.’ Ik ken daar maar een oplossing voor. Als voetganger maak ik dan een breed zwaaiend gebaar dat de auto verder moet rijden en ik wacht tot hij dat doet. Dat is het veiligste.


Bruno Vanobbergen en het micromanagement
     Ik vertrouwde Bruno Vanobbergen al niet toen hij kinderrechtencommissaris was, en toen hij daarna directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen werd, is dat niet veel verbeterd. In een interview met De Standaard zegt hij onder andere: ‘We mogen niet vergeten dat scholen een plek zijn om leerprocessen rond democratie vorm te geven.’
     Is dat zo? Als lid van de Pedagogische Raad kreeg ik het vaak aan de stok met directeur M.H. Dan speelde ik wel eens de Grote Democraat. Een van de antwoorden van M.H. is mij bijgebleven. ‘De school is geen democratie. De leerlingen moeten naar jou luisteren, jij moet naar mij luisteren, ik moet naar mijn Raad van Bestuur luisteren, en de Raad van Bestuur moet naar de Guimardstraat luisteren.’ Aangezien ik ruzie aan het maken was, kon ik hem moeilijk openlijk gelijk geven, maar hij hád wel gelijk, vond ik – al moet iedereen in de hiërarchie zich natuurlijk hoeden voor machtsmisbruik.
    Gepensioneerd leraar Michel Berger - Mel Bergbewoner op  zijn FB-pagina - geeft een treffend voorbeeld van zo’n machtsmisbruik. Daarmee bakt hij voor Vanobbergen een koekje van eigen deeg. Ha, de baas van het katholiek onderwijs vindt dus dat Zuhal Demir aan ‘micromanagement’ doet. Met zoiets moet je bij Berger – die ooit nog les gaf aan Demir – niet komen aandraven:

 Als er iemand gemicromanaged heeft de laatste 30 jaar, dan wel de katholieke koepel. Ooit was die toonaangevend voor daadwerkelijk degelijk onderwijs. Maar ik heb ulieden vooral sinds 2000 eindeloos zien prullen en frunniken aan ieder vak, het zien bepotelen met regels, adviezen, verboden en didactische wenken ... tot het als een kaal geplukte kip zieltogend achterbleef, beschaamd om nog rond te lopen in haar blote kont. De kip met gouden eieren geslacht, door er niet alleen eieren uit te willen wringen maar vooral oplossingen voor ieder maatschappelijk probleem. Leerplannen die ooit geen twintig velletjes besloegen voor zes jaar en drie vakken tegelijk, en desalniettemin garant stonden voor een hoog niveau, heb ik zien verworden tot vette bundels van vele honderden bladzijden vol gepieter en gepeuter, in een jargon dat geen mens verstaat die wil weten wat er nu eigenlijk bedoeld wordt.

     Ik lees de tirade twee keer helemaal door, en het stukje over de leerplannen drie keer. Dat lucht op.

  

IQ
     Fouad Gandoul plaatste een berichtje op de sousjels over de wereldwijde daling van het IQ. Hij haalt een studie aan van Jared Cooney Horvath dat veranderingen in het onderwijs de oorzaak kunnen zijn. Er wordt volgens Horvath teveel gebruik gemaakt van digitale technologie, terwijl

 onze hersenen niet geëvolueerd zijn om diepgaand te leren van schermen. Digitale omgevingen zijn inherent ontworpen voor snelle taakwisseling en oppervlakkig scannen. Dit stimuleert een vorm van vluchtige informatieverwerking die de noodzakelijke focus voor complexe probleemoplossing ondermijnt. In plaats van kennis te verankeren in het geheugen, leidt het gebruik van schermen vaak tot een overbelasting van de cognitieve capaciteit, waardoor de feitelijke retentie van leerstof drastisch afneemt.

     Daarop reageerde onderwijsspecialist Raf Feys, enigszins off topic:

In Vlaanderen beïnvloedde de toename van het aantal allochtone leerlingen niet enkel de daling van de algemene leerprestatie-scores, maar ook de daling van de algemene intelligentiescore, omgekeerd Flynn-effect.

      En daarop reageerde de libertaire filosoof Lode Cossaer op zijn beurt: ‘Er is geen enkel bewijs hiervoor. Raf verzint die causaliteit.’ Cossaer heeft ongetwijfeld gelijk dat er voor de stelling van Feys geen bewijs bestaat in de vorm van wetenschappelijke statistisch onderzoek. Rekening houdend met de academische weigerachtigheid om het soort intelligentieverschillen waar Feys naar verwijst te onderzoeken, zal dat bewijs er ook niet snel komen.


De talenkennis van de Brusselse minister-president
     Isolde van den Eynde is een van de vele Vlamingen die er zich aan stoort dat de Brusselse minister-president geen Nederlands kent. Ze koppelt daaraan een pleidooi voor betere kennis van de twee landstalen. Als je de nuances van een taal onvoldoende aanvoelt, kun je elkaar niet goed begrijpen, vindt ze. Allemaal waar, maar op haar voorbeelden valt wel wat af te dingen. Ze schrijft:

 De Vlaming die snel tutoyeert, kan in Franstalige oren onbeleefd klinken, terwijl de ‘u’ in Vlaanderen als te stijf wordt ervaren.

     Het omgekeerde is waar, geloof ik. Een Vlaming gebruikt veel te snel ‘u’, ook in informele contexten. Denk maar aan het lied ‘Ik houd van u.’ Dat komt omdat we met ‘u’ zo vertrouwd zijn als casus-vorm van het Vlaamse ‘gij’.


Woonbeleid
      Kunnen we de huizen- en huurmarkt overlaten aan het spel van vraag en aanbod? De overheid kan natuurlijk regels bepalen voor veiligheid en milieu, maar waarom moet ze ingrijpen door belastingverlagingen, sociale woningen, wetten tegen leegstand, regeling van de huurprijzen? Neem bijvoorbeeld dat laatste. Als huiseigenaren hoge huren aanrekenen, zullen kapitaalkrachtigen meer huizen laten bouwen waarmee ze hopen ook hoge huurprijzen binnen te rijven. Ten slotte komt er dan een overaanbod aan huurwoningen, waardoor de huurprijzen weer zakken. Is dat niet mooi gedaan van de markt?
     Maar bij woningbouw is er blijkbaar iets speciaals aan de hand, en de reden is dat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond beperkt is. Daardoor moeten er keuzes worden gemaakt die bij andere markten niet nodig zijn.. Op de FB-pagina van de erg linkse Frank D’hanis las ik het volgende:

 De markt is namelijk het grote probleem. Of meer bepaald het idee dat onze overheden hebben dat de markt vraag en aanbod wel op elkaar zal afstemmen. Dat is niet zo. In een samenleving waarin een bepaald segment van de bevolking steeds rijker is tegenover een segment dat armer wordt, zal de markt zich meer en meer richten op dat rijkere segment.

     Daar moest ik even over nadenken. Sinds Friedrich Engels haalt links graag de woningnood aan als een probleem dat ‘binnen het kapitalisme niet kan worden opgelost.’ Hedendaags links heeft typische herverdelingsvoorstellen waarbij de hogere inkomens het kopen en huren van huizen subsidieert voor wie minder geld heeft. Op die herverdelingsvoorstellen kan ik met enige moeite wel een antwoord verzinnen. Maar dat er een markt bestaat waar het rijkere segement van de bevolking wel, en het armere segment niet wordt bediend, dat is toch een probleem sui generis
     Ik kan mij inderdaad voorstellen dat projectontwikkelaars liever kantoren bouwen voor grote bedrijven, of grote huizen, luxe-appartementen en tweede verblijven voor rijke burgers, omdat daar grotere winstmarges mogelijk zijn dan bij het bouwen van werkmanshuisjes en schamele appartementjes.
     Met auto’s heb je zoiets niet. Kapitalisten kunnen grote winsten maken door Ferrari’s te verkopen aan de rijken, maar als ze heel veel Dacia’s verkopen, worden ze ook rijk. En voor wie zich zelfs geen Dacia kan veroorloven worden brommers geproduceerd. Alle segmenten van de bevolking zijn goed om winst te maken.
     Maar bij woningen ligt dat dus een beetje anders. Als er slechts een beperkte hoeveelheid bouwgrond ter beschikking staat, worden er misschien te weinig kleine woningen met goedkope materialen gebouwd.


‘De socialist in Trump’
      In De Standaard van 16/1 schrijft Nico Tanghe dat Trump nu plots ‘uiterst linkse ideeën
’ overneemt. Meer bepaald heeft hij een idee overgenomen van de linkse democrate Elizabeth Warren.

 De Amerikanen kopen veel meer op krediet dan wij. Als je daar te laat bent met de afbetaling van schulden, rekenen de banken een woekerrente aan van 20 procent of meer. Trump wil dat halveren en een plafond opleggen van 10 procent.

       Je moet niet veel van economie afweten om de nadelen van dat voorstel te begrijpen. Ze worden ook vermeld in het artikel. Die hogere rente is namelijk een compensatie voor het hogere risico dat de bank loopt.

 In de praktijk zou het wel eens averechts kunnen werken. Banken zouden minder rente kunnen opstrijken, wat ze zouden compenseren door strengere voorwaarden te stellen voor kredietkaarten … waardoor veel arme Amerikanen niet meer aan een kredietkaart zullen raken.

      Natuurlijk kan een ‘uiterst linkse’ regering ook daar iets aan doen door de banken te verplichten om  kredietkaarten uit te reiken aan mensen met een lage kredietscore. Zo werden Amerikaanse financiële instellingen indertijd ook verplicht om hypotheekleningen toe te staan aan gezinnen met een lage kredietscore. Die hypotheekleningen werden vervolgens verpakt en herverpakt tot ‘rommelkredieten’ met de financiële crash van 2008 als gevolg.


‘De fascist naast Trump
       Af en toe hoor je wel eens dat Trump zelf geen ‘fascist’ is. Daarvoor is hij te dom. Maar mensen uit zijn entourage zijn het wel. Misschien moeten we daarbij denken aan de ideoloog Patrick Deneen, die een vriend is van JD Vance. Volgens Deneen moeten we afstappen van het ‘liberalisme dat geleid heeft tot ongelijkheid’. De ‘post-liberale’ orde moet gestoeld zijn op het ‘herstel van solidariteit’ en moet geleid worden door een ‘aristopopulistische elite die de belangen van de arbeidersklasse behartigt.’ Ik vind dat allemaal verontrustende woorden.

 * Voor een Doorbraak-interview met Deneen:  zie hier.


Mijn mentale leeftijd
     Ik ben niet, zoals Annie M.G. Schmidt, ‘altijd 8 gebleven.’  Ik geloof ook niet dat ik, zoals Yvonne Kroonenberg over Karel van het Reve zei, nog altijd een ‘leuke jongen’ ben. Leuke jongens genoeg, zei Kroonenberg. Nee, ik ben zeventig, maar met enkele nuances. Qua eetgewoontes zit ik bij de groep mannen tussen de 30 en de 49. Dat zijn de ‘functionele eters.’ Ik weet dat door een artikel dat ooit in De Standaard verscheen (30/11) en dat ik heb uitgeknipt.                  

 Mannen in de dertig en veertig hebben een beduidend hogere score op het ‘functioneel eetpatroon’. Ze gaan niet voor de beleving tijdens het winkelen en zien eten in fuctie van nutriënten. Ze checken de voedingswaardetabel en kiezen voor producten met het label ‘high in proteins.’

       Dat ben ik helemaal: een veertiger als het op eten aankomt.
       Helaas is mijn brein heel wat ouder. Volgens nieuw onderzoek duurt onze cognitieve adolescentie van ons 9de tot ons 32de levensjaar. Daarna volgt een plateaufase tot we 66 zijn, waarna de vroege veroudering intreedt. Die cognitieve veroudering ondervind ik elke dag, of ik nu stukjes schrijf of naar een film kijk. Op mijn 83ste mag ik mij aan de late veroudering verwachten. Als ik zover geraak. 


Reynebeau en Mercosur?
     Is Reynebeau nu voor of tegen Mercosur, en voor of tegen wereldwijde vrijhandel (DS 28/1) ? Dat is lastig om te zeggen. Hij kan zich moeilijk aansluiten bij het protectionisme van Trump, maar de hoofdvijand blijft toch de ‘neoliberale globalisering’. Tegen zijn pleidooi voor strenge milieunormen in de landbouw en voor veel regulering in het algemeen kan ik wegens gebrek aan dossierkennis weinig inbrengen. Maar ik lees tussen de regels toch vooral veel protectionistische afkeer van vrije handel. Hier bijvoorbeeld:

 Nochtans verdienen de Vlaamse boeren begrip. Misschien sluimert diep in hen nog de herinnering aan de late 19 eeuw, toen vrijhandel en import van (Zuid-)Amerikaans graan hen uit de markt prijsde. Ze vielen terug van akkerbouw naar kleinschalige veeteelt en tuinbouw … Net zoals enkele decennia eerder katoenfabrieken, met katoen vooral uit de VS, hun vlasproductie en thuisnijverheid ten gronde richtten.

      Niemand zal ontkennen dat dat graan uit Zuid-Amerika en dat katoen uit de VS het verdienmodel van veel mensen bij ons ontwricht heeft. Maar de kwestie is dat vrijhandel netto de welvaart bevorderd heeft. De voordelen – bijvoorbeeld goedkoper brood en goedkopere kleren – waren groter dan de nadelen. En gelukkig is de welvaart ondertussen zodanig toegenomen dat economische nadelen niet moeten leiden tot de toestanden die beschreven worden in Het gezin van Paemel.
     Reynebeau verwijst niet alleen naar dat beroemde toneelstuk van Cyriel Buysse, hij citeert ook uit het gedicht Internationale treinen*van Richard Minne. Ik neem het vers graag over als poëtische strijdkreet voor de vrijhandel, in het besef dat Minne een en ander sarcastisch bedoeld heeft.

Laat vrije baan aan de internationale treinen
Zij schuiven de toekomst open als gordijnen
En brengen ons reukwerk, guano en schoenen
Den Volkenbond en appels voor citroenen. 

* De versie van Dirk van Esbroeck staat hier.