Wat eindejaarslijstjes betreft ben ik een free-rider. Ik lees met veel genoegen de lijstjes van anderen die de moeite hebben gedaan om hún beste boeken, films, tv-series en muziek op te schrijven en te rangschikken. Ik noteer titels die voor mij van belang kunnen zijn. Maar ik zie er tegenop om zelf zo’n lijstjes samen te stellen. In de loop van het jaar schrijf ik wel eens een commentaar over een film, tv-serie of boek, maar dat gaat meestal over iets bijkomstigs, één of andere gedachte die mij naar aanleiding van die film, tv-serie of boek te binnen geschoten is.
Het heeft ook met mijn onzekerheid te maken. Wat zullen anderen, die zo veel meer van boeken, films en muziek afweten wel van mijn lijstje denken? Zullen ze mij niet uitlachen als ik zeg dat ik tranen in de ogen heb gekregen bij de autoracefilm F1? Zal een Bob Dylan-kenner niet op mij neerkijken als ik zeg dat ik al drie keer A Complete Unknown heb gezien? Of als ik zeg dat ik veel plezier beleefd heb aan het in eigen beheer uitgegeven Hellehond-Hellhound van Ed Van Gasse. (Zie hier en hier.)
Over Gold Diggers heb ik al geschreven*. 8 femmes kende ik niet. De film behoort tot een genre waar ik geen enkel ander voorbeeld van ken. Hij bevat elementen van whodunit-parodie en musical, maar uiteindelijk blijkt het een tragedie vermomd als farce. Emilia Perez eindigt met een menigte die een Spaans lied zingt. Het duurde even voordat ik de muziek en tekst van Georges Brassens herkende. Ook 8 femmes eindigde met Brassens.
Mijn vrouw neemt mij de laatste tijd wat vaker mee naar optredens, maar niet vaak genoeg om er een lijstje uit te distileren. Als je maar vijf optredens hebt bijgewoond kun je daar geen top-vijf uit samenstellen. Het Zesde Metaal zakte af tot in Keerbergen en Yevgueni tot in het naburige Bonheiden. Mijn gedachten dwalen bij zulke optredens gemakkelijk af, omdat ik de teksten niet goed kan begrijpen. Wannes Capelle heeft leuke bindteksten, maar terwijl hij zingt komt om de twee minuten de gedachte op dat die muzikanten niet, zoals ik eerst dacht, uit het zesde Metaal komen maar, geloof ik, uit de zesde Latijnse. Bij Yevgueni moet ik denken aan de tijd dat ik wel eens een foto van Klaas Delrue vond in de klasagenda van leerlingen. 25 jaar geleden was hij een meisjesidool. Ondertussen ziet hij eruit als een vriendelijke bakker. Ook vroeg ik mij herhaaldelijk af waarom hij in zijn bindteksten verzorgd Vlaams spreekt terwijl hij zijn liedjes in het Boudewijn De Groot-Nederlands zingt.
Kommil Foo heb ik vorig jaar twee keer gezien, want mijn vrouw had al zo vaak de kans gemist om tickets te bemachtigen dat ze nu altijd meteen toehapt als er ergens nog plaatsen vrij zijn. Dankzij die optredens kan ik nu een ander excentriek lijstje aanvullen: liedjes over eenzaamheid.
- Ma solitude van Georges Moustaki
- La solitude van Barbara
- Mijn gezelschap van Kommil Foo**
Ook zegt Kommil Foo iets over de eindejaarseenzaamheid. Sommige mensen zijn eenzaam omdat er niemand op bezoek komt, terwijl anderen feest vieren. Maar erger is de eenzaamheid van de introverten die ook in gezelschap eenzaam blijven: die eenzaamheid houdt zich verscholen voor het bezoek, maar zit mee aan tafel.
Leuk is dat zowel Moustaki als Kommil Foo commentaar leveren over de eenzaamheid als je alleen in bed ligt. Moustaki blijft op de vlakte:
Quand elle est au creux de mon lit
Elle prend toute la place
Maar Kommil Foo gebruikt hetzelfde motief om over te gaan tot grove beledigingen:
Geen meetlint volstaat om jouw taille te meten,
Je hebt geen figuur om op de weegschaal te staan
Je ligt naast me in bed aan weerszijden.
* Over Gold Diggers en andere muzikale eindscènes, zie mijn stukje hier.
** Nou ja, die tekst schijnt van Hans Dorrestein te zijn, maar dat is niet de manier waarop hij in mijn leven is gekomen.

