Een welgestelde Maga-vrouw
In De Standaard stond een stuk met als kop: Schoonheid aan de leiband: waarom alle Maga-topvrouwen er hetzelfde uitzien, met een collage van een zestal foto’s. Op de sociale media circuleert een versie van die collage die men heeft uitgebreid met een zo weinig mogelijk flatterende foto van de journaliste van het stuk. Als ik zoiets zie, scroll ik snel verder, want ik ben bang van de seksistische commentaren die er waarschijnlijk onder staan.
Op Het Nieuws zie ik soms korte straatinterviewtjes met volkse Maga-vrouwen. Wat ze zeggen is vaak niet goed onderbouwd, en die vrouwen hebben zo te zien geen budget voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Maar hoe ziet de welgestelde Maga-vrouw eruit?
Ik denk dan meteen aan Angela Norris en haar dochter Ainsly in de tv-reeks Landman. Angela is blond, rondborstig en heeft wél geld voor dure make-up, plastische chirurgie en een personal trainer. Angela is voortdurend bezig met geld uitgeven. Zelfs als ze aan charity doet, zoals het entertainen van bejaarden in een instelling, kan ze dat alleen door geld over de balk te gooien.
Haar man, die werkzaam is in de olie-industrie, moet zich de ziel uit zijn lijf werken om geld binnen te brengen en zij heeft de heilige plicht om ervoor te zorgen dat dat geld dat binnenkomt wordt uitgegeven: een enorm huis aan de rand van de stad, een huis op het strand, dure juwelen, dure kleren. Dat is de taakverdeling. Als Angela even in de put zit, is er maar één remedie: shoppen in een luxe-winkel, liefst met haar dochter, die ze probeert op te voeden met dezelfde normen en waarden. Moeder en dochter zien eruit alsof ze nog nooit in hun leven een goed boek hebben gelezen.
Je moet het zien om het te geloven, maar de makers van de reeks zijn erin geslaagd om van Angela een sympathiek en fascinerend personage te maken.
Een interessante verkeerssituatie
In zijn nieuwste boek Common Knowledge becommentarieert Steven Pinker een interessante verkeerssituatie. Je staat aan de kant van de weg en wilt oversteken. Een autobestuurder heeft je gezien, vertraagt en stopt. Jullie kijken elkaar vragend aan. Hij durft niet doorrijden en jij durft niet oversteken. Dan knikt hij met zijn hoofd. Wat wil hij nu zeggen: ‘Steek jij maar over, ik wacht wel’ of ‘Ik heb begrepen dat jij niet wilt oversteken en ik dus mag doorrijden.’ Ik ken daar maar een oplossing voor. Als voetganger maak ik dan een breed zwaaiend gebaar dat de auto verder moet rijden en ik wacht tot hij dat doet. Dat is het veiligste.
Bruno Vanobbergen en het micromanagement
Ik vertrouwde Bruno Vanobbergen al niet toen hij kinderrechtencommissaris was, en toen hij daarna directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen werd, is dat niet veel verbeterd. In een interview met De Standaard zegt hij onder andere: ‘We mogen niet vergeten dat scholen een plek zijn om leerprocessen rond democratie vorm te geven.’
Is dat zo? Als lid van de Pedagogische Raad kreeg ik het vaak aan de stok met directeur M.H. Dan speelde ik wel eens de Grote Democraat. Een van de antwoorden van M.H. is mij bijgebleven. ‘De school is geen democratie. De leerlingen moeten naar jou luisteren, jij moet naar mij luisteren, ik moet naar mijn Raad van Bestuur luisteren, en de Raad van Bestuur moet naar de Guimardstraat luisteren.’ Aangezien ik ruzie aan het maken was, kon ik hem moeilijk openlijk gelijk geven, maar hij hád wel gelijk, vond ik – al moet iedereen in de hiërarchie zich natuurlijk hoeden voor machtsmisbruik.
Gepensioneerd leraar Michel Berger - Mel Bergbewoner op zijn FB-pagina - geeft een treffend voorbeeld van zo’n machtsmisbruik. Daarmee bakt hij voor Vanobbergen een koekje van eigen deeg. Ha, de baas van het katholiek onderwijs vindt dus dat Zuhal Demir aan ‘micromanagement’ doet. Met zoiets moet je bij Berger – die ooit nog les gaf aan Demir – niet komen aandraven:
Als er iemand gemicromanaged heeft de laatste 30 jaar, dan wel de katholieke koepel. Ooit was die toonaangevend voor daadwerkelijk degelijk onderwijs. Maar ik heb ulieden vooral sinds 2000 eindeloos zien prullen en frunniken aan ieder vak, het zien bepotelen met regels, adviezen, verboden en didactische wenken ... tot het als een kaal geplukte kip zieltogend achterbleef, beschaamd om nog rond te lopen in haar blote kont. De kip met gouden eieren geslacht, door er niet alleen eieren uit te willen wringen maar vooral oplossingen voor ieder maatschappelijk probleem. Leerplannen die ooit geen twintig velletjes besloegen voor zes jaar en drie vakken tegelijk, en desalniettemin garant stonden voor een hoog niveau, heb ik zien verworden tot vette bundels van vele honderden bladzijden vol gepieter en gepeuter, in een jargon dat geen mens verstaat die wil weten wat er nu eigenlijk bedoeld wordt.
Ik lees de tirade twee keer helemaal door, en het stukje over de leerplannen drie keer. Dat lucht op.
IQ
Fouad Gandoul plaatste een berichtje op de sousjels over de wereldwijde daling van het IQ. Hij haalt een studie aan van Jared Cooney Horvath dat veranderingen in het onderwijs de oorzaak kunnen zijn. Er wordt volgens Horvath teveel gebruik gemaakt van digitale technologie, terwijl
onze hersenen niet geëvolueerd zijn om diepgaand te leren van schermen. Digitale omgevingen zijn inherent ontworpen voor snelle taakwisseling en oppervlakkig scannen. Dit stimuleert een vorm van vluchtige informatieverwerking die de noodzakelijke focus voor complexe probleemoplossing ondermijnt. In plaats van kennis te verankeren in het geheugen, leidt het gebruik van schermen vaak tot een overbelasting van de cognitieve capaciteit, waardoor de feitelijke retentie van leerstof drastisch afneemt.
Daarop reageerde onderwijsspecialist Raf Feys, enigszins off topic:
In Vlaanderen beïnvloedde de toename van het aantal allochtone leerlingen niet enkel de daling van de algemene leerprestatie-scores, maar ook de daling van de algemene intelligentiescore, omgekeerd Flynn-effect.
En daarop reageerde de libertaire filosoof Lode Cossaer op zijn beurt: ‘Er is geen enkel bewijs hiervoor. Raf verzint die causaliteit.’ Cossaer heeft ongetwijfeld gelijk dat er voor de stelling van Feys geen bewijs bestaat in de vorm van wetenschappelijke statistisch onderzoek. Rekening houdend met de academische weigerachtigheid om het soort intelligentieverschillen waar Feys naar verwijst te onderzoeken, zal dat bewijs er ook niet snel komen.
De talenkennis van de Brusselse minister-president
Isolde van den Eynde is een van de vele Vlamingen die er zich aan stoort dat de Brusselse minister-president geen Nederlands kent. Ze koppelt daaraan een pleidooi voor betere kennis van de twee landstalen. Als je de nuances van een taal onvoldoende aanvoelt, kun je elkaar niet goed begrijpen, vindt ze. Allemaal waar, maar op haar voorbeelden valt wel wat af te dingen. Ze schrijft:
De Vlaming die snel tutoyeert, kan in Franstalige oren onbeleefd klinken, terwijl de ‘u’ in Vlaanderen als te stijf wordt ervaren.
Het omgekeerde is waar, geloof ik. Een Vlaming gebruikt veel te snel ‘u’, ook in informele contexten. Denk maar aan het lied ‘Ik houd van u.’ Dat komt omdat we met ‘u’ zo vertrouwd zijn als casus-vorm van het Vlaamse ‘gij’.
Woonbeleid
Kunnen we de huizen- en huurmarkt overlaten aan het spel van vraag en aanbod? De overheid kan natuurlijk regels bepalen voor veiligheid en milieu, maar waarom moet ze ingrijpen door belastingverlagingen, sociale woningen, wetten tegen leegstand, regeling van de huurprijzen? Neem bijvoorbeeld dat laatste. Als huiseigenaren hoge huren aanrekenen, zullen kapitaalkrachtigen meer huizen laten bouwen waarmee ze hopen ook hoge huurprijzen binnen te rijven. Ten slotte komt er dan een overaanbod aan huurwoningen, waardoor de huurprijzen weer zakken. Is dat niet mooi gedaan van de markt?
Maar bij woningbouw is er blijkbaar iets speciaals aan de hand, en de reden is dat de hoeveelheid beschikbare bouwgrond beperkt is. Daardoor moeten er keuzes worden gemaakt die bij andere markten niet nodig zijn.. Op de FB-pagina van de erg linkse Frank D’hanis las ik het volgende:
De markt is namelijk het grote probleem. Of meer bepaald het idee dat onze overheden hebben dat de markt vraag en aanbod wel op elkaar zal afstemmen. Dat is niet zo. In een samenleving waarin een bepaald segment van de bevolking steeds rijker is tegenover een segment dat armer wordt, zal de markt zich meer en meer richten op dat rijkere segment.
Daar moest ik even over nadenken. Sinds Friedrich Engels haalt links graag de woningnood aan als een probleem dat ‘binnen het kapitalisme niet kan worden opgelost.’ Hedendaags links heeft typische herverdelingsvoorstellen waarbij de hogere inkomens het kopen en huren van huizen subsidieert voor wie minder geld heeft. Op die herverdelingsvoorstellen kan ik met enige moeite wel een antwoord verzinnen. Maar dat er een markt bestaat waar het rijkere segement van de bevolking wel, en het armere segment niet wordt bediend, dat is toch een probleem sui generis.
Ik kan mij inderdaad voorstellen dat projectontwikkelaars liever kantoren bouwen voor grote bedrijven, of grote huizen, luxe-appartementen en tweede verblijven voor rijke burgers, omdat daar grotere winstmarges mogelijk zijn dan bij het bouwen van werkmanshuisjes en schamele appartementjes.
Met auto’s heb je zoiets niet. Kapitalisten kunnen grote winsten maken door Ferrari’s te verkopen aan de rijken, maar als ze heel veel Dacia’s verkopen, worden ze ook rijk. En voor wie zich zelfs geen Dacia kan veroorloven worden brommers geproduceerd. Alle segmenten van de bevolking zijn goed om winst te maken.
Maar bij woningen ligt dat dus een beetje anders. Als er slechts een beperkte hoeveelheid bouwgrond ter beschikking staat, worden er misschien te weinig kleine woningen met goedkope materialen gebouwd.
‘De socialist in Trump’
In De Standaard van 16/1 schrijft Nico Tanghe dat Trump nu plots ‘uiterst linkse ideeën’ overneemt. Meer bepaald heeft hij een idee overgenomen van de linkse democrate Elizabeth Warren.
De Amerikanen kopen veel meer op krediet dan wij. Als je daar te laat bent met de afbetaling van schulden, rekenen de banken een woekerrente aan van 20 procent of meer. Trump wil dat halveren en een plafond opleggen van 10 procent.
Je moet niet veel van economie afweten om de nadelen van dat voorstel te begrijpen. Ze worden ook vermeld in het artikel. Die hogere rente is namelijk een compensatie voor het hogere risico dat de bank loopt.
In de praktijk zou het wel eens averechts kunnen werken. Banken zouden minder rente kunnen opstrijken, wat ze zouden compenseren door strengere voorwaarden te stellen voor kredietkaarten … waardoor veel arme Amerikanen niet meer aan een kredietkaart zullen raken.
Natuurlijk kan een ‘uiterst linkse’ regering ook daar iets aan doen door de banken te verplichten om kredietkaarten uit te reiken aan mensen met een lage kredietscore. Zo werden Amerikaanse financiële instellingen indertijd ook verplicht om hypotheekleningen toe te staan aan gezinnen met een lage kredietscore. Die hypotheekleningen werden vervolgens verpakt en herverpakt tot ‘rommelkredieten’ met de financiële crash van 2008 als gevolg.
‘De fascist naast Trump’
Af en toe hoor je wel eens dat Trump zelf geen ‘fascist’ is. Daarvoor is hij te dom. Maar mensen uit zijn entourage zijn het wel. Misschien moeten we daarbij denken aan de ideoloog Patrick Deneen, die een vriend is van JD Vance. Volgens Deneen moeten we afstappen van het ‘liberalisme dat geleid heeft tot ongelijkheid’. De ‘post-liberale’ orde moet gestoeld zijn op het ‘herstel van solidariteit’ en moet geleid worden door een ‘aristopopulistische elite die de belangen van de arbeidersklasse behartigt.’ Ik vind dat allemaal verontrustende woorden.
* Voor een Doorbraak-interview met Deneen: zie hier.
Mijn mentale leeftijd
Ik ben niet, zoals Annie M.G. Schmidt, ‘altijd 8 gebleven.’ Ik geloof ook niet dat ik, zoals Yvonne Kroonenberg over Karel van het Reve zei, nog altijd een ‘leuke jongen’ ben. Leuke jongens genoeg, zei Kroonenberg. Nee, ik ben zeventig, maar met enkele nuances. Qua eetgewoontes zit ik bij de groep mannen tussen de 30 en de 49. Dat zijn de ‘functionele eters.’ Ik weet dat door een artikel dat ooit in De Standaard verscheen (30/11) en dat ik heb uitgeknipt.
Mannen in de dertig en veertig hebben een beduidend hogere score op het ‘functioneel eetpatroon’. Ze gaan niet voor de beleving tijdens het winkelen en zien eten in fuctie van nutriënten. Ze checken de voedingswaardetabel en kiezen voor producten met het label ‘high in proteins.’
Dat ben ik helemaal: een veertiger als het op eten aankomt.
Helaas is mijn brein heel wat ouder. Volgens nieuw onderzoek duurt onze cognitieve adolescentie van ons 9de tot ons 32de levensjaar. Daarna volgt een plateaufase tot we 66 zijn, waarna de vroege veroudering intreedt. Die cognitieve veroudering ondervind ik elke dag, of ik nu stukjes schrijf of naar een film kijk. Op mijn 83ste mag ik mij aan de late veroudering verwachten. Als ik zover geraak.
Reynebeau en Mercosur?
Is Reynebeau nu voor of tegen Mercosur, en voor of tegen wereldwijde vrijhandel (DS 28/1) ? Dat is lastig om te zeggen. Hij kan zich moeilijk aansluiten bij het protectionisme van Trump, maar de hoofdvijand blijft toch de ‘neoliberale globalisering’. Tegen zijn pleidooi voor strenge milieunormen in de landbouw en voor veel regulering in het algemeen kan ik wegens gebrek aan dossierkennis weinig inbrengen. Maar ik lees tussen de regels toch vooral veel protectionistische afkeer van vrije handel. Hier bijvoorbeeld:
Nochtans verdienen de Vlaamse boeren begrip. Misschien sluimert diep in hen nog de herinnering aan de late 19 eeuw, toen vrijhandel en import van (Zuid-)Amerikaans graan hen uit de markt prijsde. Ze vielen terug van akkerbouw naar kleinschalige veeteelt en tuinbouw … Net zoals enkele decennia eerder katoenfabrieken, met katoen vooral uit de VS, hun vlasproductie en thuisnijverheid ten gronde richtten.
Niemand zal ontkennen dat dat graan uit Zuid-Amerika en dat katoen uit de VS het verdienmodel van veel mensen bij ons ontwricht heeft. Maar de kwestie is dat vrijhandel netto de welvaart bevorderd heeft. De voordelen – bijvoorbeeld goedkoper brood en goedkopere kleren – waren groter dan de nadelen. En gelukkig is de welvaart ondertussen zodanig toegenomen dat economische nadelen niet moeten leiden tot de toestanden die beschreven worden in Het gezin van Paemel.
Reynebeau verwijst niet alleen naar dat beroemde toneelstuk van Cyriel Buysse, hij citeert ook uit het gedicht Internationale treinen*van Richard Minne. Ik neem het vers graag over als poëtische strijdkreet voor de vrijhandel, in het besef dat Minne een en ander sarcastisch bedoeld heeft.
* De versie van Dirk van Esbroeck staat hier.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten