vrijdag 13 februari 2026

De 'speciale scholen' van Zuhal Demir


De speciale scholen van Zuhal Demir
  
    Op een FB-pagina waar wel vaker iets ongunstigs gezegd wordt over onze minister van Onderwijs las ik: 

In haar nieuwste plannetje wil onderwijsminister en James Bond-schurk Zuhal Demir leerlingen die worden uitgesloten naar een speciale school sturen. In deze disciplinaire kerkers zullen ze dan een “reset” krijgen.

        Ik heb vannacht toevallig een droom gehad waarin ik aan Demir een voorstel aangaande onderwijs meegaf – althans, dat probeerde ik, want in mijn dromen mislukt alles. In elk geval: het was niet dát gedurfde voorstel, want zelfs in dromen ben ik bang hoe mensen zullen reageren. Maar nu Demir zelf van die speciale scholen sprak, durf ik mij eindelijk ook uitspreken: ja, die speciale scholen, dat is een goed idee; het is de logica zelve. Als je lastpakken wegstuurt van je eigen school, trekken ze naar een andere school om daar de boel op stelten te zetten. Dan is het beter om hen naar een school te sturen waar men zich specialiseert in lastpakken.
     Gaat zoiets in tegen de vrije schoolkeuze van de ouders? Ik vind van niet. De vrije schoolkeuze gaat in twee richtingen. Ouders kunnen vrij een school kiezen, en scholen kunnen vrij kun leerlingen kiezen. Alleen de ‘speciale scholen’ zouden van de overheid een verbod moeten krijgen om leerlingen te weigeren, in ruil voor speciale subsidiëring.


AI en ethiek
     Filosoof Mathias Vander Hoogerstraete (DS 13/2) vindt dat de overheid moet ingrijpen om ethische normen op te leggen aan de AI-ontwikkeling. Behalve het axioma dat je zoiets niet aan de winstzucht van de bedrijven kunt overlaten, zijn de argumenten wat onduidelijk. Hij verwijst naar veiligheidschecks – iets waar ik weinig vanaf weet.
     AI ontwikkelt zich volgens de filosoof niet in de gewenste richting. De technologie wordt te weinig ingezet voor kankerbestrijding en klimaatbeleid. De huidige toepassingen worden door jongeren misbruikt om hun schooltaken te maken en voor hun sociale interacties en relaties. Hoe zoiets met overheidsregulering moet worden bestreden is mij niet duidelijk.
     In zijn conclusie laat de filosoof zien hoe de AI-problematiek kan worden ingepast in een linkse agenda:

In die zin rijt de disruptieve kracht van AI heel wat maatschappelijke discussies open. Moeten we afstappen van ons transactioneel onderwijs, waarin we output belonen met cijfers? … Wie kan er profiteren van de enorme productiviteitswinsten die generatieve AI in veel sectoren belooft?

     Twee oude stokpaardjes van links: een school zonder punten* en de herverdeling van de ‘enorme winsten’ nog voor ze zijn gerealiseerd. Ergens in het midden van de tekst worden we ook gewaarschuwd voor het geloof intrickle-down economics. 

* Een grapjas noemde het ooit: the free distribution of diplomas under the deserving poor.

 

Smartphoneverbod op school
     Een heel mooie lezersbrief in De Standaard van vandaag (13/2). Een leraar mediakritiek schrijft:

Deze week berichtte het VRT-journaal dat onderzoek van de KU Leuven wijst op een ‘contraproductief effect’ van een totaalverbod van smartphones in scholen. Dat zou een ‘eerder negatieve impact hebben op het mentale welzijn van de jongeren … Je begrijpt het bericht beter door te kijken wat het nieuwsitem wegliet: de methodologie achter de studie.’

     Elke berichtgeving over wetenschappelijk onderzoek zou voor de helft moeten bestaan uit een beschrijving van de gevolgde methodologie. Hier heeft men de kwestie onderzocht door ‘zelfreportage’, met andere woorden door aan leerlingen te vragen of ze zich nu beter of slechter voelden door het smartphone-verbod. De lezersbrief besluit: 

Het probleem is de manier waarop waarop technologie jarenlang ongehinderd een centrale plaats kreeg in het leven van jongeren. Een kortstondige toenamen van negatieve gevoelens zegt in dat licht vooral iets over de diepte van die onafhankelijkheid, niet over de zin of onzin van het verbod.

 

Theater met gordijn
     We hebben in de Bourla-schouwburg een fijne avond beleefd met de vertoning van Voor het pensioen van Thomas Bernhard (1931-1989). In de brochure stond dat het ging om ‘een familiedrama in de lijn van Ibsen, Strindberg en O’Neill.’  Dan mag je je aan een striemende kritiek op het kleinburgerdom verwachten, en aangezien het een Duits stuk is, wordt dat kleinburgerdom in verband gebracht met het nazisme. Dat zal mij, vrees ik, niet van mijn kleinburgerlijkheid genezen.
     Niet alleen de inhoud viel binnen het traditionele realisme, aangevuld met wat absurditeit, ook de uitvoering zelf hield zich aan de klassieke regels, met bijvoorbeeld een min of meer herkenbaar decor. Wat mij nog het meeste beviel was dat het podium voor de voorstelling begon werd afgeschermd door een … gordijn. Je ziet dat bijna nooit meer. Vandaag zie je voor de voorstelling de acteurs op het podium rondlopen en met elkaar praten of zelfs, in het ergste geval, acrobatische dansen uitvoeren.


Graag geloven
     Gisteren schreef ik iets over de meme waarin Republikeins boegbeeld Kirsti Noem een erg dwaze uitspraak in de mond werd gelegd. Het was overduidelijk satire, maar het verwonderde mij dat veel verstandige mensen de uitspraak authentiek achtten. Dat bewijst hoe graag mensen iets geloven dat bij hun wereldbeeld past.
      Ik begrijp dat: we kunnen niet alles controleren, ook al is dat vandaag gemakkelijk met AI. Een beetje zelfkritische discipline – iets wat meer dan nodig in tijden van sociale media – kost vandaag geen inspanning meer. De reflex volstaat. Als ik lees dat Mick Jagger niet meer wil optreden in New York omdat ze daar een socialistische burgemeester verkozen hebben, kan AI mij na één prompt al vertellen dat het om een hoax gaat. Vroeger moest ik wachten tot Rien Emmery er iets over schreef in
 Knack.
      Ik herinner mij dat ik enkele jaren geleden een meme zag over een zekere Emanuel Cleaver, een Democratisch congreslid, die het openingsgebed voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden besloot met de woorden: ‘Amen and a-woman.’ Dat bevestigde natuurlijk mijn wereldbeeld dat politiek-correcte inclusivisten allemaal idioten waren. Maar, dacht ik, zó idioot kan die man toch niet zijn dat hij denkt dat het Hebreeuws woord ‘A-men’ naar de mannelijke sekse verwijst, waardoor het moet worden gecompenseerd door een verwijzing naar de vrouwelijke sekse. Ik geloofde de meme dus niet. Ik heb toen een half uur op het net moeten rondsurfen voor ik zeker wist dat dat congreslid inderdaad zo’n idioot was. Zijn uitleg achteraf dat hij een grappige woordspeling had betracht, geloofde ik niet. Zou iemand die uitleg wel geloofd hebben? Zouden er mensen zijn die zó graag geloven?  

  

Rien Emmery en Rik Torfs
    
Toen ik las dat factchecker Rien Emmery door vlijtig speurwerk nog enkele andere fouten in het boekje van Torfs had ontdekt, wilde ik wel eens zien of hij ook gemerkt had hoe Torfs zich vergiste tussen John Updike en John Osborne. Dat soort vergissingen, dat ikzelf voortdurend maak, vind ik leuk. En jawel, Emmery heeft de fout ook gezien. En hij haalt er uit wat er uit te halen valt:

 Een analyse van Pigtail , een gedicht van de Poolse dichter Tadeusz Różewicz, zet Torfs op naam van de Amerikaanse schrijver John Updike, terwijl die analyse geschreven werd door de Britse dramaturg John Osborne. Osbornes toneelstuk Look Back in Anger dicht Torfs plots ook aan Updike toe.

     Let op de venijnige woordjes ‘plots ook’. Wat Emmery vergeet is dat dit soort vergissing de excuses van Torfs geloofwaardiger maakt, namelijk dat de fouten in zijn boek het gevolg zijn van een falend geheugen, veeleer dan van hallucinaties van AI. (Al sluit ik dat laatste bij sommige fouten niet uit). 

* Zie mijn stukje hier.


Hemmerechts, Nooteboom, Pfeijffer en Bardot
     Op haar FB-pagina schrijft Kristien Hemmerechts dat Cees Nooteboom tot een generatie schrijvers behoorde die ‘ontzag en egards leken te verwachten’ en voor wie ‘zelfrelativering hun sterkste eigenschap niet was.’ Daaronder stonden, zoals dat op sociale media gaat, een hele reeks ongepaste scheldreacties aan het adres van Hemmerechts.
     De bewering van Hemmerechts over Nooteboom kan natuurlijk waar zijn, misschien is het zelfs een understatement, maar het is niet erg kies om zoiets onmiddellijk na een overlijden te schrijven. For one thing: de overledene kan zich niet meer verdedigen. Maar zelf denk ik vooral aan de overlevenden. Er lopen nog veel mensen rond die Nooteboom persoonlijk gekend hebben of voor wie hij als auteur iets betekend heeft. Die zijn in de rouw, en dan is het kwetsend om zo
’n eenzijdige kritiek te lezen. Je kunt die kritiek wel vermelden, maar dan liefst terloops in een genuanceerd portret, iets wat Ilja Leonard Pfeijffer probeerde op zijn FB-pagina – een stuk dat overigens ook niet uitblonk door zelfrelativering, al vergeleek hij Nooteboom met Zeus en zichzelf met ‘een dagloner uit Sikyon.’ 
    Nu, het onschuldige verwijt van Hemmerechts verzinkt natuurlijk in het niets vergeleken bij de vulgaire koppen die De Standaardpubliceerde toen Brigitte Bardot overleed.

 


3 opmerkingen:

  1. Zoals Philippe, en anders ik wel, zal kunnen beamen, correleert schrijven voor een groot publiek slecht met zelfrelativering.
    D.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mensen geloven wat ze willen geloven of wat ze denken dat ze moeten geloven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het idee om onverbeterbare lastposten op te vangen in speciale scholen getuigt alleen maar van realisme. "Stigmatiseren" is een flauw argument tegen dit plan. Dat soort leerlingen verpesten grondig de hele schooltijd van hun klasgenoten en richten zo heel wat schade aan.

    BeantwoordenVerwijderen