De luie leerlingen van tegenwoordig
In de lerarenkamer wordt wel eens gezeurd over de leerlingen van tegenwoordig. Ze zijn zo lui geworden, hoor je dan. Ik heb dat gezeur nooit goed kunnen verdragen. Het woord ‘bepamperen’ heb ik nooit uitgesproken. Waren de leerlingen aan het einde van mijn carrière luier dan aan het begin ervan? Dat is zo moeilijk om te meten. Onze subjectieve indrukken zijn zo onbetrouwbaar. Waren de leerlingen ‘in mijn tijd’ minder lui? Ikzelf was in elk geval erg lui.
Ik ben ook op mijn hoede voor subjectieve indrukken die in de tegenovergestelde richting wijzen, zelfs al zijn ze ‘wetenschappelijk onderzocht’. Ik las op de FB-pagina van leraar Frank D’hanis:
Praat met gelijk welke jongere op een Vlaamse school over de studielast en ze zal je zeggen: “het is veel, echt veel”. Uit onderzoek blijkt dat hun … meest voorkomende klacht de schooldruk is, de stress die dat oplevert, de oneindige barrage aan taken* en toetsen en evaluaties waar ze voortdurend aan worden onderworpen. Het is dus nu al veel te veel, en dan zitten we nog met een minister die het allemaal nog een tikje erger wil maken. Ze wil net nog meer prestatiegerichte scholen, nog meer stress, nog meer druk.
Nu vind ik: leraren moeten niet te veel zeuren, maar leerlingen moeten dat ook niet doen. Gelukkig dat mijn zoon thuis niet lastig deed over studiedruk, al moest hij in de auto van en naar de voetbaltraining wel eens studeren voor een wiskundetoets. Maar misschien deed hij wel zonder dat ik dat wist zijn beklag tegenover de leraren in het klaslokaal. Hopelijk hadden die daar niet ál te veel begrip voor.
* Sommige overbodige taken zijn het resultaat van de verkeerde pedagogische opvatting over zelfontdekkend leren.
Smartphoneverbod op school (1)
Ik heb meestal heel wat bedenkingen bij wat Dominique Deckmyn schrijft over sociale media en AI, maar dit keer (DS 14/2) slaat hij de spijker op de kop. Hij heeft het onder andere over de studie van de KU Leuven waaruit blijkt dat een streng smartphoneverbod op school nadelig is voor het welbevinden van scholieren. Deckmyn schrijft:
Laten we toch onthouden dat dit verbod er niet kwam op vraag van scholieren om hun welbevinden te verhogen. De maatregel kwam er op vraag van leerkrachten en ouders om te maken dat de leerlingen beter leren. De belangrijkste vraag is dus: leidt het tot betere leerresultaten? En liefst draagt het ook bij tot het beperken van ‘problematisch gebruik’, of ‘verslaving’, bij jongeren.
De studie van de KU Leuven lijdt aan het euvel van data availability bias. Niets makkelijker dan aan een representatief staal van scholieren te vragen of ze zich na de invoering van het smartphoneverbod beter of slechter voelen. De twee andere vragen die Deckmyn opwerpt zijn veel moeilijker te onderzoeken. Zie ook lamppost bias, McNamara fallacy, proxy bias.
Smartphoneverbod op school (2)
Een heel mooie lezersbrief in De Standaard van 13 februari. Een leraar mediakritiek schrijft:
Deze week berichtte het VRT-journaal dat onderzoek van de KU Leuven wijst op een ‘contraproductief effect’ van een totaalverbod van smartphones in scholen. Dat zou een ‘eerder negatieve impact hebben op het mentale welzijn van de jongeren … Je begrijpt het bericht beter door te kijken wat het nieuwsitem wegliet: de methodologie achter de studie.’
Elke berichtgeving over wetenschappelijk onderzoek zou voor de helft moeten bestaan uit een beschrijving van de gevolgde methodologie. Hier heeft men de kwestie onderzocht door ‘zelfreportage’, met andere woorden door aan leerlingen te vragen of ze zich nu beter of slechter voelden door het smartphone-verbod. De lezersbrief besluit:
Het probleem is de manier waarop waarop technologie jarenlang ongehinderd een centrale plaats kreeg in het leven van jongeren. Een kortstondige toenamen van negatieve gevoelens zegt in dat licht vooral iets over de diepte van die onafhankelijkheid, niet over de zin of onzin van het verbod.
Een nogal slap boekje van Bert Engelaar
ABVV-voorzitter Bert Engelaar en slamdichter Martijn Nelen (‘Bekvegter’) hebben een boekje uitgebracht dat de meest bekende ‘korte bochten van rechts’ op een guitige manier onderuit wil halen. Ik heb er even in gebladerd. Ik had gedacht dat het slappe kost zou zijn, maar het is nog heel wat slapper uitgevallen dan ik had kunnen vermoeden. Neem het stukje over het ‘torenhoge overheidsbeslag’. Een flauwe woordspeling op ‘financieel beslag’ en ‘beslag voor pannenkoeken’ wordt eindeloos uitgemolken. Er wordt gesuggereerd dat ‘rechts’ op die metafoor speculeert. En dan volgt de polemische kopstoot: ‘Bij overheidsbeslag gaat het zelden om exacte cijfers.’ Au contraire, beste Bert en Martijn. Als rechts over het overheidsbeslag spreekt, gaat het altijd om concrete cijfers. Het is een van de weinige cijfers die ik uit het hoofd ken: 54 %, al is het ondertussen wellicht iets meer*.
* Zie mijn stukje hier.
Interviews met Bart De Wever
In De Standaard (14/2) zegt Bart De Wever dat hij liever geen interview had gegeven, maar dat hij zich heeft laten overtuigen door de mensen die hem omringen. De Wever heeft gelijk. Ik heb het interview gelezen, ik hou van De Wever, wat hij zegt is realistisch, maar ik vond het een saai stuk. Zoals eigenlijk alle algemene interviews met politici. In interviews lijken ze allemaal op elkaar, allemaal even verstandig, allemaal even welbespraakt, allemaal even bezorgd over onze toekomst. The Economist noemde De Wever onlangs een ‘continental wit who moonlights as Belgian Prime Minister.’ Je merkt daar weinig van in een uitgeschreven interview.
Dumolyn over de strijd tegen Trump
Historicus Jan Dumolyn (DS 14/2) legt uit dat we het ‘fascisme’ in Amerika niet moeten zien als een geconsolideerd regime, maar als een proces. Hij wijst op de verschillen met ‘de jaren dertig’, maar begint met de gelijkenissen:
Een mobilisatie tegen interne vijanden, een grens tussen waarheid en leugen die vager wordt, intimidatie van politieke tegenstanders, rechters en journalisten, een corrupte wisselwerking tussen overheid en delen van het grootkapitaal, etnisch gedefinieerde vijandbeelden … systematische straatterreur … straffeloos politiegeweld.
Die kenmerken zijn in de VS allemaal aanwezig, maar geen enkel ervan is nieuw. De vraag is onder andere hoeveel zwaarder ze onder Trump II doorwegen dan vroeger. Dumolyn moet die vraag natuurlijk niet in detail beantwoorden, want veel anderen doen dat in zijn plaats. Je kunt niet altijd alles uitleggen. En het is niet waar hij met zijn opiniestuk naar toe wil. Hij wil vooral waarschuwen tegen een naïef geloof in het verkiezingsproces en in de ‘zwakke’ en ‘ongeloofwaardige’ Democraten.
Democratie werd historisch opgebouwd door collectieve actie van gewone mensen, power to the people, en zal er ook door verdedigd moeten worden.
De titel van het stuk zegt het nog duidelijker, de oplossing zal moeten komen van ‘de macht van de straat’. Maar het is natuurlijk ook wel eens voorgekomen dat ‘de macht van de straat’ niet democratie maar dictatuur voortbracht, zoals de voorbeelden van Lenin en Mussolini laten zien.
Dumolyn schrijft: ‘Het archaïsche kiessysteem van de VS is makkelijk te manipuleren, dat is niets nieuws.’ Misschien. Maar het is ook weer niet zó makkelijk te manipuleren. Het heeft er toch maar voor gezorgd dat Trump de verkiezigen van 2020 verlóór. Het was toen Trump die sprak van ‘manipulatie’, en het was diens extremistische achterban die met de bestorming van het Capitool de ‘macht van de straat’ probeerde te doen gelden.
De overheid als draagmoeder
De Franse overheid wil iets doen aan de lage geboortecijfers en zal naar alle 29-jarige vrouwen een brief sturen met de aanmaning om hun vruchtbaarheid te laten checken. Zelf denk ik dat we de denataliteit zullen moeten aanvaarden, en proberen op te vangen door verhoogde productiviteit en AI, maar Sarah De Coster (DS 14/2) denkt vooral aan sociale maatregelen: kinderopvang, zwangerschapsverlof, huisvesting, bescherming tegen inkomensverlies. Daar zijn goede argumenten voor, maar de formulering is voor een libertair als ik nogal angstaanjagend:
We hebben overheden nodig die [tegen zwangere vrouwen] zeggen: “we dragen mee”.
En net die zin heeft de eindredactie dan uitgekozen als citaatkop!

Overheidsbeslag in ons land wellicht nu al meer dan 54 %, zo vertelde u me vrij recent, eraan toevoegend dat de middenklasse gemakkelijk 60 tot 70% afdraagt.
BeantwoordenVerwijderenOver de 1 % rijksten was u minder duidelijk. Maar laat het ons bij de middenklasse houden. Noem ons één regio/land waar de middenklasse, ondanks dat grote "beslag" meer heeft en krijgt dan in Vlaanderen. Zeer benieuwd wachten we hier geduldig en zonder de minste ironie met alle begrip voor de moeilijke opdracht waarmee u nu wordt belast.
Een onmogelijke opdracht zonder definitie van middenklasse die internationaal kan worden gebruikt.
Verwijderen