Hans Cottyn (DS 5/5) schrijft terecht dat ‘big government vandaag geen vies idee meer is’. Het staatsinterventionisme is weer in de mode.
De socialisten willen sommige mensen verbieden kinderen te krijgen en vapes met smaakjes droogleggen. De liberalen gaan kerncentrales nationaliseren en hopen ondertussen met forsere fossiele energiesteun uit te pakken. De Vlaams-nationalisten kopen zich een meerderheidsbelang in de Belgische luchthaven en leggen graag hun visie over tucht op school op, hoe snel studenten hun diploma moeten halen, wanneer kinderen een smartphone mogen gebruiken.
Mijn eerste neiging is om te gaan vitten op de voorbeelden. ChatGPT kan mij daarbij helpen. Maar ik kan die neiging nog net onderdrukken. In plaats daarvan wil ik het debat naar een algemener niveau tillen. Als liberaal ben ik zoveel mogelijk tegen staatsinterventie. Maar ik ben geen Prinzipienreiter. Ik ben niet alleen bereid om uitzonderingen die tegenstanders aandragen te overwegen, ik wil er zelf actief naar op zoek gaan.
Een eerste overweging is dat het interventionisme een hellend vlak creëert. Oude overheidsmaatregelen maken nieuwe maatregelen noodzakelijk. Eerst trekt de staat de financiering van de gezondheidszorg naar zich toe, waarop ze, om de kosten te drukken, gezondheidsregels moet opleggen, zoals met dat vapen.
Een tweede overweging gaat in dezelfde richting. Er is nieuw interventionisme nodig om de fouten van vroeger interventionisme recht te trekken. De nationalisatie van de kerncentrales is daar een voorbeeld van. Of neem de kwestie van het onderwijs. Vanuit centrale instanties werd een pedagogisch beleid opgelegd waardoor tucht en kennisniveau in de scholen werd afgezwakt. Dan is er nieuw beleid nodig om de tucht en kennis te herstellen. Voor scholen en leraren komt dat over als de zoveelste ‘vernieuwing van bovenaf’.
Vanuit liberaal perspectief zou je zelfs een paradox kunnen blootleggen: er is in 80 jaar zoveel structurele interventie opgebouwd dat er heel veel interventie nodig is om de situatie te keren. Ik ben blij dat ik nu ook eens het woord ‘structureel’ heb kunnen gebruiken.
Lapmiddelen
Wat bedoelt Hans Cottyn (DS 5/5) als hij speekt over de liberalen die ‘met forsere fossiele energiesteun hopen uit te pakken.’ Ik kon eerst niets bedenken. Cottyn schrijft maar wat, dacht ik. Maar toen las ik in dezelfde krant een interview met de erg liberale Pierre Wunsch die de Belgsiche centrale bank leidt. Die vindt dat Europese bedrijven de ETS-bijdragen moeten kunnen terugvorderen bij de overheid als ze ten minste exporteren naar landen buiten de EU. Europese bedrijven moeten emissie-rechten betalen als ze te veel CO2 produceren. Het ‘interventionisme’ zou er dan in bestaan dat die Europese bedrijven die emissie-rechten niet moeten betalen als ze exporteren naar landen die zulke emissie-rechten niet hanteren.
Het bezwaar van Cottyn tegen zulke voorstellen is, geloof ik, van ecologische aard, het mijne is van liberale aard. Ik zie in zulke voorstellen een tijdelijk lapmiddel dat exportgerichte sectoren bevoordeelt tegenover die die voor de eigen markt produceren.
Maar in de geopolitieke context waar Wunsch naar verwijst, grijpt iedereen naar tijdelijke lapmiddelen. Als China onze markt overspoelt met spotgoedkope, royaal gesubsidieerde producten, is dat ook een tijdelijk lapmiddel. Hoe meer China exporteert en subsidieert, hoe meer verlies het maakt. Zo kun je niet eeuwig doorgaan, maar misschien wel lang genoeg om een dominant marktaandeel te verwerven waarmee je hogere prijzen kunt dicteren. Dat heb je met lapmiddelen, ze kunnen succesvol zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten