Door de oude musicals die ik leerden kennen uit de compilatiefilm That’s Entertainment heb ik de vroege jaren 70 interesse opgevat voor oude films. Dat was alsof nu jongeren van net geen twintig zouden beginnen kijken naar films van de jaren 80 of 90. Stel je voor. Eén zo’n oude film is Back Street is een melodrama uit 1932. De film begint met een vertelstem: ‘In the good old days, before the 18th amendment …’ Daardoor drong het voor het eerst tot mij door dat het alcoholverbod in de VS (1920-1932) was opgenomen in de Grondwet. Dat je niet zomaar álles in de Grondwet moet opnemen, was al eerder tot mij doorgedrongen.
Maar Back Street dus, één van de favoriete films van mijn vader. De personages moeten in de loop van de film 30 jaar ouder worden gemaakt, wat men vooral doet door hun haar grijs te kleuren. Bij de vrouwelijke hoofdrol – Irene Dunne - komt daar nog iets bij. De film begint rond de eeuwwisseling toen de vrouwen een voor ons aanvaardbaar kapsel hadden. Maar dertig jaar later is de watergolvende bob in de mode geraakt, het soort kapsel dat Vlaamse nonnen kozen in de jaren 70, toen ze eindelijk hun hoofddoek mochten afdoen. Daardoor alleen al lijkt Dunne op een tante nonneke. Misschien was dat in 1932 minder het geval, toen ook jonge meisjes en masse voor die haarstijl vielen.
De film gaat zo. Dunne is een vrijgevochten jonge vrouw. ’s Avonds gaat ze uit dansen met mannen, maar daar blijft het bij. Zij is immers een 10, en die mannen, meestal handelsreizigers, zijn hoogstens een 5 of een 6. De sympathieke dromer van het dorp is een 7, met de potentie om een 8 te worden. Maar dan ontmoet Dunne ene John Boles, een jonge zelfzekere bankier, eveneens een 10, zelfs als hij een bolhoed draagt. Het is een van de overtuigendste liefde-op-het-eerste-gezicht scènes die ik ken. De bankier staat op het punt om te trouwen, maar is bereid om zijn plannen om te gooien. Helaas gaat dat niet door vanwege een samenloop van omstandigheden, en de bankier trouwt met zijn verloofde. Vijf jaar later ontmoeten Dunne en Boles elkaar in New-York en beginnen ze een geheime relatie. Dunne wordt de other woman, een femme entretenue die op de achtergrond moet blijven, op een appartement in een achteraf straatje.
Zo’n relatie heeft zijn nadelen, voor de twee partijen, maar vooral voor de vrouw. Zij heeft haar eer opgeofferd voor de liefde. Dat wordt in de film sereen en rechtlijnig uitgewerkt. Op zeker ogenblik overweegt Dunne te trouwen met de sympathieke dromer van haar geboortedorp die ondertussen een rijke industrieel geworden is. Het zou een rationele keuze zijn, maar het is de irrationele keuze die het haalt.
Die laatste plotwending was niet naar de zin van de recensent in de New York Times. Hij vindt Dunne ‘exasperatingly silly’ is; ze had ‘some strength of character’ moeten tonen; ze had toen ze de kans kreeg de eerbare vrouw van de industrieel moeten worden; het is ‘implausible’ dat ze dat niet deed. Ik heb daar geen mening over. Mijn moeder heeft van ver en van dichtbij heel wat vrouwen gekend die in hun leven de irrationele keuze gemaakt hebben, zonder dat ze daarom gelukkig werden. Maar als ze door omstandigheden de irrationele keuze niet konden maken, waren ze voor de rest van hun leven even ongelukkig. Van een van hen vertelt ze: ‘Men heeft haar daarna nooit meer zien lachen.’
Als de bedoeling van melodrama is dat de kijker vochtige ogen krijgt, dan is dat bij mij gelukt, terwijl mij dat meestal slechts overkomt bij overweldigende combinaties van beeld en muziek, of de scènes nu droevig zijn of niet. Bij films als Hamnet of Grave of the Fireflies houd ik het droog. Mijn zoon is daar anders in.
zaterdag 11 juli 2026
Oude films: Back Street (1932)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten