woensdag 1 juli 2026

Mansplainers in de fout

     Ik heb al verschillende keren over mansplaining geschreven omdat ik mij door het loutere woord in het defensief gedwongen voel. Ik ben namelijk een man, en ik leg graag dingen uit. Op de FB-pagina van Pierre Plum leer ik wat ik nog niet wist: dat het begrip teruggaat op een essay van ene Rebecca Solnit: ‘Men explain things to me’. Vrouwen moeten zich al eeuwen geërgerd hebben aan mannen die iets willen uitleggen, maar Solnit heeft die ergernis onder woorden gebracht.
     Plum wijst op iets anders. Mannen leggen bij voorkeur dingen uit die ze zelf niet zo goed kennen, dingen die zich buiten hun vakgebied bevinden. Weinig wiskundigen zullen in een gezelschap het binomium van Newton willen uitleggen. Daardoor komt het dat de uitleg die mannen in informele gesprekken wél geven vaak onnauwkeurig is. Plum geeft toe dat dat bij hem zeker het geval is. Een nauwkeurige uitleg vindt hij iets voor fantasieloze mensen.
     Maar ik weet niet of fantasie er zoveel mee te maken geef. Ik leg graag iets uit over economie terwijl ik daar weinig van afweet. Dat is ook omdat ik iets aan mijzelf wil uitleggen, en omdat een mens – een man? – snel trots is op wat Alexander Pope ‘a little knowledge’ noemde. Dat is één van de redenen waarom het ‘a dangerous thing’ is. Een beetje kennis is een beetje avontuur. Een soliede vakman ziet dat anders. Ik ken een professor in de economie die aan iedereen die het horen wil verkondigt dat economie hem eigenlijk niet interesseert.
     Die onnauwkeurigheid van de mansplainer is dus een bijkomende reden voor vrouwen om zich aan hem te ergeren. Niet alleen krijgen ze uitleg over iets wat hen niet interesseert, en worden ze in hun ogen vernederd door een man die kennis gebruikt om zichzelf te verheffen en hén te kleineren, die uitleg en die kennis zijn ook vaak fout. Het gebeurt wel eens dat ik aan mijn vrouw iets vertel wat ik in de krant gelezen heb, waarop ik dan moet horen dat het eigenlijk anders in elkaar zit.
    Om op Solnit terug te komen, blijkbaar bevat haar essay een anekdote die Plum als volgt navertelt: 

 In Aspen, het hippe wintersport-oord van de VS, ontwikkelt er zich in een chalet tussen dames en heren, zogenaamd van stand, een gesprek over Solnits laatste boek over de fotograaf Muybridge. Een heer haast zich om zich in het gesprek te gooien en begint aan Rebecca Solnit haar eigen boek uit te leggen, het belangrijkste boek van het jaar over de fotograaf, volgens hem. Solnit is zo van haar stuk gebracht door zijn woordenvloed en zijn zelfzekerheid, dat ze niet durft op te merken dat het haar boek is, die hij aan het bespreken is. Ze laat alles over zich heen gaan, als vertelde de man een nieuw sprookje uit duizend en één nacht. Alleen op het einde, als de man ongeveer uitgeraasd is, slaagt haar vriendin erin om de man erop te wijzen dat hij Rebeccas boek aan het bespreken is. Waarop de man lijkbleek werd, en verder ook nog duidelijk werd dat hij het boek alleen kende van een bespreking uit de New York Book Review. En dan nog vaag.

     Van die anekdote, daar geloof ik niet veel van. Ik ben ze te vaak tegengekomen in verschillende vormen. Een ervan was over een man die tegen Che Guevara opschepte dat hij Che Guevara kende. Woody Allen heeft de Wanderanekdote tot een grapje verwerkt in Annie Hall, met Marshal McLuhan in de hoofdrol.
     Er zal wel iets gebeurd zijn in dat chalet in Aspen, maar zoals het hier verteld wordt, door Plum of door Solnit, dat is veel te grappig om zo gebeurd te zijn. Het verhaal bevat de literaire truc van de ‘verdubbeling’. Solnit krijgt een dubbele rol: ze aanhoort een uitleg over een boek én ze is de auteur van dat boek. Ik legde die truc uit aan mijn leerlingen als ik les gaf over
urban legends. Aangezien er ook jongens in de klas zaten, en ik gewoon mijn vak uitoefende, geloof ik dat dat niet onder mansplaining viel. 

* Zie over mansplaining mijn stukjes hier, hier, hier en hier. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten