Hedebouw en het geweld
Ik kan er eerlijk gezegd niet goed tegen dat Theo Francken spreekt over de ‘antifa-stoottroepen van Hedebouw en Joske D’haese.’ Zonder mij te moeien met ordehandhaving, en met welk type rubberkogel de politie moet gebruiken, ga ik ermee akkoord dat de schaal van de vernielingen een krachtig politioneel optreden rechtvaardigen. Maar die gewelddadige actievoerders in Luik en Brussel zijn géén PVDA-militanten die hun orders ontvangen hebben van Hedebouw en D’haese. Daar ben ik zeker van, en Francken legt geen bewijzen van het tegendeel op tafel.
Dat neemt niet weg dat de PVDA een dubbelzinnige houding heeft tegenover de straatrellen. De partij blijft impliciet vasthouden aan haar theorie van ‘gerechtvaardigd massageweld.’ Raoul Hedebouw moest in de Zevende Dag een keer of acht antwoorden op de vraag of hij zich distantieerde van het geweld op de scholierenbetogingen. Natuurlijk distantieerde hij zich van de amokmakers, maar het échte geweld, zei hij, kwam van het systeem dat het onderwijs kapotbespaard had. En als marxist was hij tegen anarchistisch geweld. Hij was ook tegen individueel geweld. En men moest eens stoppen, zei hij, met altijd zeuren over het geweld: het moest gaan over de gerechtvaardigde eisen van de jonge mensen.
De pijnloze begroting
Als je Bart De Wever op televisie ziet, krijg je de indruk dat hij liever 20 dan 10 miljard zou besparen. Hij laat geen kans onverlet om te benadrukken dat zulke besparingen pijnlijk maar noodzakelijk zijn. Bij links en rechts zijn er echter ook lieden die beweren dat die besparingen helemaal niet pijnlijk hoeven te zijn. Het fruit hangt laag. Alleen zien ze dat fruit op een andere plaats.
Bij rechts hoor je dat er pijnloze besparingen kunnen worden doorgevoerd door de staat te ontvetten. Het aantal mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks voor de staat werkt, hoor je dan, is ‘enorm’ toegenomen. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Het aandeel van de publiek sector in de tewerkstelling – ambtenaren, leraren, politie-agenten, militairen, gesubsidieerde sectoren – is gestegen van 35 tot 38 procent. En tegelijk neemt die sector meer en complexere taken op zich. Het ‘neoliberalisme’ heeft ervoor gezorgd dat er efficiënter, maar ook soms bureaucratischer, werd gewerkt. Ikzelf ben een groot voorstander van een ontvette staat, maar ik geloof niet dat daar op korte termijn zo ongelooflijk veel miljaren te rapen vallen.
Bij links leeft dan weer de gedachte dat de put kan worden gevuld door belastingen die voor de meeste burgers pijnloos zouden zijn. Volgens die redenering is er geld genoeg. Alle Belgen samen bezitten 3.150 miljard. Dat is wat anders dan die armzalige 10 miljard die De Wever niet vindt. Niemand moet zeggen dat ‘er geen geld meer is.’ Alleen al de 1 % rijksten bezit 750 miljard. Dat is genoeg om de hele Belgische staatsschuld – 700 miljard – in één keer af te betalen. Alleen beseffen de meeste burgers dat er iets raars zou gebeuren met de economie als de staat dat bezit in beslag zou nemen. Wat zou de staat doen met al die grond, al dat vastgoed, al die fabrieken … Vandaar dat zelfs de meest extreemlinksen slechts enkele procenten van dat bezit willen afromen, en dan daarna misschien nog eens, en dan nog eens, until you run out of other people’s money.
Woningongelijkheid
Wanneer koning Boudewijn buitenlandse gasten had, vermeldde hij trots dat de meeste van zijn onderdanen een eigen woning bezaten. Hij had de cijfers in een schriftje genoteerd, en die cijfers zijn ondertussen nog altijd gunstig. 70 procent van de Vlamingen is eigenaar van een woning en slechts 30 procent moet huren. Maar het kan natuurlijk nog altijd gelijker.
De Vlaamse socialisten hebben ontdekt dat er in ons land 11.000 mensen zijn die tien of meer woningen bezitten. ‘Vrienden van mij,’ zegt Kamerfractieleider van Vooruit, Oskar Seuntjens,’ doen keihard hun best om een appartementje te kunnen huren … Tegelijkertijd kopen multimiljonairs in ons land niet hun tweede of hun derde woning, maar zelfs hun tiende, elfde of twaalfde … Het is écht tijd om die ongelijkheid aan te pakken.’
Dat is een mooi voorbeeld van wat Lenin ‘agitatie’ noemt. In een propagandabrochure geef je cijfers, statistieken, en economische redeneringen, maar om de massa te bewerken moet je aan ‘agitatie’ doen. Daarvoor moet je sprekende voorbeelden zoeken, zoals die multimiljonairs die rusteloos rondtrekken van hun ene luxe-appartement naar hun andere villa-met-zwembad, en die nooit ergens tevreden zijn.
Die grootvastgoedbezitters – 0,01 procent van de bevolking – zijn in werkelijkheid vooral verhuurders, die de vrienden van Oskar Seuntjes tegen betaling aan een appartementje helpen. Wat wil Seuntjes nu: dat die appartementjes onteigend worden en geschonken aan zijn vrienden? De grond aan degenen die ze bewerken, de appartementen aan degenen die ze bewonen? Dat zou ook een mooie agitatie-slogan zijn.
Maar sociaal-democraten gaan natuurlijk zover niet. ‘Seuntjes grijpt de cijfers niet aan,’ schrijft Het Nieuwsblad, ‘om concrete maatregelen op tafel te leggen.’ De bedoeling is meer om een gezicht te geven aan de sterkste schouders – ai, nu raak ik zelf verstrikt in mijn metaforen - en de sterkste-schoudersretoriek moet verantwoorden dat alle rijken wat zwaarder belast worden. Als men speciaal de grootvastgoedbezitters zou treffen met extrabelastingen zou dat wel eens de woningmarkt kunnen verstoren, en waar staan de vrienden van Seuntjes dan?
Emotioneel anti-semitisme
Niet alle antizionisme is antisemtisme, en niet alle antisemitisme is even erg, maar soms denk ik dat ik te veel nuanceer. Bij een FB-vriend lees ik een bespreking van de geëngageerde Palestijnse film No Other Land. Ik citeer: ‘En ja, niet alle joden zijn klootzakken, maar alle klootzakken die zich inlaten met landroof op de Westbank – waarover de film gaat, zijn wel joods.’ Dat is al vrij grof. En hij voegt er eerlijk aan toe: ‘Het wordt niet bepaald gemakkelijker om niet antisemitisch te denken.’
Koene ridders van het vrije woord
Moet het mogelijk zijn om in ons land op straat rond te lopen met een bord ‘We support Hamas’. Het gebeurde onlangs in Nederland. Joren Vermeersch vind van niet. Op x.com schrijft hij:
Spandoeken als “we support Hamas” in hartje Amsterdam: moet ook in België kunnen, aldus koene ridder van het vrije woord @barteeckhout. Gelukkige denkt onze strafwet daar ondertussen anders over: verheerlijking van terreur is nu verboden in België.
Ik wil in deze ook een koene ridder zijn, vooral als ik een van de prachtige helmen mag aandoen die je op middeleeuwse karikaturen aantreft, en die op FB gepubliceerd worden door Mediavelistmatt. Maar ondertussen denk ik dat Patrick Loobuyck – hij mag ook een helm aandoen – gelijk heeft in zijn antwoord aan Vermeersch.
Klopt dat wel @Vermeersch? Art. 376 Sw. bestraft het goedkeuren of rechtvaardigen van terroristische misdrijven, maar alleen als dat een ernstig en reëel risico op nieuwe misdrijven creëert, én dat de bedoeling was. Een spandoek ‘we support Hamas’ valt daar niet zomaar onder.
Ik vind dat ook. En als Loobuyck met zijn interpretatie géén gelijk heeft, dan is dat een reden om Art. 376 Sw. te schrappen. Maar ondertussen zou ik die lui met zulke borden in de gaten laten houden door de politie, want je weet maar nooit. En ik zou dat vrije woord, op die extreme manier gebruikt, alleen toekennen aan volwaardige staatsburgers. We moeten zulke kwalijke slogans niet importeren.
Ironie over de scholieren
In Le Soir las ik een getuigenis van een stakende Waalse over de rol van radicaal-links: ‘Ze geven ons informatie.’ Dat woord informatie is zó verkeerd gebruikt dat ik in een vorig stukje niet anders kon dan ironisch reageren. ‘Zo is dat. Als je aan het staken bent, wil je graag informatie krijgen waaróm je staakt.’ Je moet er dan natuurlijk altijd rekening mee houden dat sommige lezers de ironie niet merken. Ik ben mij van dat gevaar bewust, en soms probeer ik het te vermijden. Maar wat had ik hier moeten schrijven? ‘Sancta simplicitas! Dat is geen informatie, dat is propaganda.’ Of: ‘Die scholier zou moeten weten dat je je eerst moet informeren voor je gaat staken.’
En sommige scholieren weten natuurlijk waarom ze staken.
Opiniestukken over de scholierenstaking
Het grappigste stuk over de scholierenstaking is dat van Jan Segers in Het Laatste Nieuws. Het meest informatieve stuk is dat van Jürgen Ceder op PalNws. Het onnozelste stuk is dat van Bieke Purnelle in De Standaard. Van Mia Doornaert, ook De Standaard, had ik beter verwacht.



Wie jaloers is op iemand met 10 woningen, moet maar bakker of beenhouwer worden. Veel bakkers en beenhouwers hebben op het einde van hun carriére zelfs een veelvoud daarvan. En welverdiend. Trouwens heel wat van die gewelddadige betogers zijn erfgenamen die op gepaste tijd minstens een huis zullen erven. Tegen die tijd zullen ze ook hun lidmaatschap bij de P van de Aap opgezegd hebben, zodat ze dat huis niet aan de partij hoeven af te staan.
BeantwoordenVerwijderen