Een krant kan zijn opiniestukken laten schrijven door experten, ideologen, of ervaren scribenten. De Standaard heeft daar de categorie ‘Jong talent’ aan toegevoegd, voor de ruriek ‘De mening’. Jong zijn die mensen zeker, en getalenteerd ook: ze schrijven stukken die ik op hún leeftijd zeker niet had kunnen schrijven. Maar je merkt snel dat ze nog niet zo heel lang geleden opstellen schreven voor het vak Nederlands.
Een van de jonge talenten is Nona De Dier. Iedere keer dat er van haar een stuk staat, lees ik het tekstje onder haar naam: ‘Nona behaalde in 2023 een diploma rechten en studeert momenteel taal- en letterkunde (Duits-Zweeds) aan de UGent.’ Ik denk dan: dat is iemand als ik. Na mijn eerste masteropleiding, heb ik mij ook aan een tweede gewaagd.
In haar laatste stuk (DS 6/10) beweert Nona dat de Vlaamse regering aan girl math doet. Ik kende dat begrip niet, maar ik krijg de bijhorende uitleg: ‘de mentale bochten waarin jonge vrouwen zich wringen om hun irrationele uitgaven te legitimeren.’ Ze vindt dat begrip ook toepasbaar op Diependaele en zijn discipelen omdat ‘de aangekondigde besparingen op veel vlakken alleen te verklaren zijn aan de hand van irrationaliteit.’ Maar dat is een foute vergelijking: er is juist heel rationeel om te proberen een begroting in evenwicht te brengen, al is - toegegeven - elke besparing die men doorvoert niet noodzakelijk rationeler dan een andere die men had kunnen doorvoeren.
De begroting is een instrument, en geen doel op zich, schrijft Nona nog. Of om in de Bijbelse retoriek te blijven: de sabbat is er voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’
Het is juist dié retoriek die heel sterk aan girl math doet denken. De bankrekening is er voor de mens, niet de mens voor de bankrekening. Vergeet het rode cijfer aan het einde van de maand, je hebt die nieuwe schoenen nodig. ‘Susan neeeeds things,’ zei mijn Amerikaanse neef schertsend als hij over zijn vrouw sprak.
Daarnaast roept Nona heel even het beeld op van de regering als ‘een schraapzuchtige trol gezeten op een berg geld’. Ook dat beeld behoort tot het wereldbeeld van de girl math-adepte. Weg met de schraapzucht. Geld moet rollen. Je leeft maar een keer.
Nona geeft toe dat dat beeld van de staat als schatrijke trol eigenlijk niet klopt, maar in haar beeldspraak schemert een volstrekt irrationele angst door dat de regering, als ze maar even kon, massa’s geld zou willen oppotten in de nationale schatkist. Ik kan haar geruststellen: moderne staten potten nooit geld op, ze zitten nóóit op een berg geld, ze zitten op een ándere berg.
Het stuk van Nona heeft ook een rationele kern. Sómmige uitgaven van de staat kunnen inderdaad ook inkomsten genereren. Maar juist dat argument gaat heel snel over in girl math*. Als de subsidies aan de het filminvesteringsfonds Screen Flanders stopgezet worden, hoor je heel snel dat dat geld ‘incentives voor de industrie’ zijn en dat het ‘zichzelf terugbetaalt.’ (DS 6/1). Ik koester het grootste wantrouwen tegenover die redenering**.
Ook wijst Nona op de andere mogelijkheid om een begroting in evenwicht te brengen: meer belastingen. Daarover heb ik laatst zelf ook iets geschreven***. Mooi is echter de manier waarop Nona het formuleert.
Zo suggereert recent onderzoek dat een overheid die wil saneren, dat beter via belastingverhogingen doet, in plaats van te bezuinigen … dan hoeft de oefening niet zo pijnlijk**** te zijn als deze.
Het mooie is is hier de naïeve formulering recent onderzoek suggereert dat … Dat niet nader vernoemd recent onderzoek zal zeker bestaan, naast heel oud onderzoek dat hetzelfde beweert. Zoals er ook recent en oud onderzoek bestaat dat het tegenovergestelde beweert. De formule ‘recent onderzoek’ suggereert echter iets wat helemaal niet het geval is: dat een team van onderzoekers een nieuwe ontdekking gedaan hebben die oude paradigma’s helemaal door elkaar heeft geschud.
* Een ander geval waar men snel vervalt in girl math is dat van regeringen die al te fel rekenen op terugverdieneffecten of die de kostprijs van openbare werken onderschatten.
** Bij een vorige besparingsronde in het cultuurwezen heb ik enkele bedenkingen geformuleerd: hier en hier. Over de economische voordelen van cultuursubsidies schreef ik dit: ‘Cultuur zorgt voor tewerkstelling, zei ze, en die tewerkgestelden betalen belastingen. Daar kwamen nog eens de ‘indirecte’ gevolgen bij. Mensen gingen naar het theater en bezochten daarna een café. Dat lijkt mij een foute redenering. Als we belastingen betalen om het toneel te ondersteunen, en als de mensen daarna een glas drinken op café, is dat allemaal geld dat ze niet kunnen gebruiken om op Zalando een paar nieuwe schoenen te bestellen. Op die manier vermindert de tewerkstelling in de schoenenindustrie en bij Zalando. Het is de oude parabel van het gebroken venster. Nu kun je het fijner vinden om in een maatschappij te leven waar we meer belang hechten aan cultuur, dan aan schoenen. Maar dát is een heel andere zaak.’
*** Over besparen of belasten: zie mijn recente stukje hier.
****Wat pijnlijker is, laat zich moeilijk objectief meten. Is het voor mij pijnlijker als ik door nieuwe belastingen 100 euro minder pensioen krijg, dan wel als ik verneem dat archieven, waar ik geen gebruik van maak, moeten sluiten? Zeker is dat mensen die een netto-loon of uitkering op hun rekening gestort krijgen minder pijn lijden door een belastingverhoging dan een middenstander die een deel van zijn inkomsten zelf moet storten aan de staat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten